Locatie
Diverse percelen gemeentegrond gelegen binnen het Plangebied Overgoo/Fleetpark ter grootte van ca. 8.000 m², waaronder doch niet uitsluitend gedeelten van de percelen kadastraal bekend gemeente Stompwijk, sectie H, nummers 4827, 2517, 2642, 2641, 2519, 2520, 2521, 2522, 2523, 2524, 25252, 2526, 2528 en 2529.
Voornemen tot verkoop
De Gemeente is voornemens grond gelegen in Overgoo/Fleetpark te verkopen aan Fleetpark Ontwikkeling C.V. (hierna: “de ontwikkelaar”) indien partijen overeenstemming bereiken over meerdere overeenkomsten ten aanzien van de gebiedsontwikkeling van Overgoo/Fleetpark. De verkoop van de gemeentegrond zou die ontwikkeling mogelijk maken.
De gebiedsontwikkeling voorziet in:
- 1.
gedeeltelijke sloop van de huidige opstallen binnen het Plangebied
- 2.
een programma van in totaal circa 110.000 m² bvo bestaande en nieuwbouw, waarvan circa 17.400 m² bvo werken, verdeeld in zowel nieuwbouw als bestaande bouw en circa 92.600 m² bvo wonen (ca. 975 woningen), met een onderverdeling van 31% sociaal, 21% middeldure huur of koop en 48% vrije sector
- 3.
realisatie van parkeergarages, en
- 4.
de inrichting van openbaar gebied
Voor de realisatie van deze gebiedsontwikkeling is het noodzakelijk gemeentegrond te verkopen aan de ontwikkelaar. Onderdeel hiervan zal zijn het tijdelijk (om niet) in gebruik geven van delen van het Plangebied Overgoo/Fleetpark.
Toelichting en motivering
Met deze publicatie geeft de Gemeente uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778, hierna: het ‘Didam-arrest’). De Gemeente vindt dat zij op grond van dit arrest het perceel gemeentegrond rechtstreeks – zonder voorafgaande openbare selectieprocedure – aan de ontwikkelaar mag verkopen, nu sprake is van de uitzonderingsregel die voortvloeit uit het Didam-arrest. De ontwikkelaar is volgens de Gemeente de enige serieuze gegadigde voor de aankoop van het perceel. Hierdoor is de Gemeente vrij om tot rechtstreekse verkoop aan de ontwikkelaar over te gaan. Daaraan liggen de volgende objectieve, toetsbare en redelijke criteria en omstandigheden ten grondslag:
- -
Verkoop van de gemeentegrond aan een andere partij dan de ontwikkelaar is niet wenselijk. De gemeente verkoopt de grond ten behoeve van een integrale gebiedsontwikkeling. Een separate ontwikkeling van de verspreid liggende percelen gemeentegrond kan niet leiden tot de uitvoering van het door de gemeenteraad vastgestelde Stedenbouwkundig plan Overgoo-Fleetpark.
- -
Door de aard en omvang van het Stedenbouwkundig plan, zijn de verschillende eigenaren genoodzaakt samen te werken en onderling afspraken te maken. Dit betreft met name de geluidswerende maatregelen, de gezamenlijke parkeergarages, de realisatie van het werkprogramma en van het sociale en middendure woonprogramma. De ontwikkelaar werkt samen met alle eigenaren in het gebied en legt de onderlinge afspraken momenteel vast in overeenkomsten..
- -
Voor zover op het moment van verkoop de grondeigenaren nog geen onderlinge overeenkomst hebben gesloten die de integrale gebiedsontwikkeling borgt, zal de verkoop geschieden onder de voorwaarde dat deze onderlinge overeenkomst ook daadwerkelijk wordt gesloten.
- -
Met de verkoop van de grond draagt de gemeente bij aan het doel om betaalbare woningen te realiseren.
Reactietermijn
Laat het de Gemeente weten als u het niet eens bent met dit voornemen. Stuur uiterlijk maandag 13 juli voor 18:00 uur een gemotiveerd bericht via het contactformulier: www.lv.nl/contact gevolgd door het aanhangig maken van een kort geding bij de rechtbank te ’s-Gravenhage en het betekenen van de kort-gedingdagvaarding aan de Gemeente, uiterlijk op 3 augustus 2026.
Als u niet binnen de hiervoor genoemde termijnen reageert én een kort geding start, vervalt het recht om tegen de voorgenomen verkoop in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. De Gemeente Leidschendam-Voorburg en de ontwikkelaar zouden immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de overeenkomst(en) zou worden opgekomen.