Gemeenteblad van Harderwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Harderwijk | Gemeenteblad 2026, 291626 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Harderwijk | Gemeenteblad 2026, 291626 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Wijzigingen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2023 (2026-1)
De raad van de gemeente Harderwijk;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 april 2026,
nummer 02430000242639 / 02430000877534;
De volgende wijzigingen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2023 (2026-1) vast te stellen:
Wjzigingen van “Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2023” (2026-1) (“Was – wordt” tabel)
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente
Harderwijk in zijn openbare vergadering van
21 mei 2026.
de heer J. Joon
voorzitter
de heer H.R. Lanning
raadsgriffier
Toelichting bij de wijzigingen van de “Algemene plaatselijke verordening Harderwijk 2023” (2026-1):
|
Deze wijziging houdt verband met het overhevelen van de definitie van ‘gebouw’ in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet (artikel II, onderdeel V, Verzamelbesluit Omgevingswet, Stb. 2023, 298, resp. artikel I, onderdeel CW van de Verzamelwet Omgevingswet 20.., Stb. 2023, 376). Inhoudelijk is de definitie niet gewijzigd. Wijziging van de VNG, model apv zomer 2024: aanpassing verwijzing in definitie gebouw (geen inhoudelijke wijziging). |
|
|
Door deze wijziging is een evenementenvergunning vereist voor:
Zowel het RIEC als de vechtsportautoriteit (zie de handreiking regulering vechtsportgala's) adviseren regulering van full contact vechtsportgala’s om te komen tot veilige, kwalitatief goed georganiseerde full vechtsportgala's waarin de sporter centraal staat. Onder full contact vechtsporten verstaat de Vechtsportautoriteit: kickboksen, thaiboksen en mma (mixed martial arts). Dat kan door een vergunningplicht op te nemen in de APV door wijziging van art. 2:24 en 2:25. Verder zijn in de “Beleidsregel Wet Bibob 2024 gemeente Harderwijk” vechtsportgala’s benoemd als risicocategorie waarbij in beginsel de Wet Bibob zal worden toegepast. Dat kan echter alleen als vechtsportgala’s vergunningplichtig zijn. Zie art. 2:26A verderop t.a.v. voetbalwedstrijden als bedoeld in artikel 2:26A. |
|
|
Nieuw artikel zodat de burgemeester tijdig bekend is met het feit dat een dergelijke wedstrijd plaats gaat vinden. De burgemeester kan dan vooraf mogelijke openbare orde verstoringen voorkomen als daartoe vrees bestaat |
|
|
Wijziging van de VNG, model apv najaar 2023, nieuw artikel. Dit artikel 2:50a t.a.v. messen is tot nu toe niet in de APV Harderwijk opgenomen. Totdat dit artikel ogv art. 122 Gemeentewet onverbindend wordt en van rechtswege komt te vervallen door de invoering/inwerkingtreding van de “Wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de invoering van een verbod op de verkoop van bepaalde gebruiksmessen aan minderjarigen en het dragen daarvan in de openbare ruimte” is het mogelijk deze bepaling in de APV op te nemen. Onbekend is wat het gevolg is van een uitspraak van de rechtbank Rotterdam op 14 maart 2023 waarin een dergelijk messenverbod in de APV van Rotterdam onverbindend werd verklaard in dat concrete geval. In de APV Harderwijk is art. 2:50a echter al in gebruik: artikel 2:50A “Gebiedsontzegging” Het advies is om het huidige “artikel 2:50a Gebiedsontzegging” te laten vervallen, zie hierover verder bij art. 2:78 Gebiedsontzeggingen, en te vervangen door het nieuwe “art. 2:50a messen en andere voorwerpen als steekwapen”. In de APV Harderwijk staat bij art. 2:78 het volgende: Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen Daar wordt nu een nieuw “art. 2:78 gebiedsontzeggingen” opgenomen conform de model APV van de VNG. Dit artikel zal het huidige “artikel 2:50a Gebiedsontzegging” dus vervangen. VNG - Bijlage 3 bij Wijziging Model-APV (najaar 2023) / Implementatiehandleiding De raad geeft het college de bevoegdheid openbare plaatsen of daaraan grenzende voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven aan te wijzen waar het bij zich hebben van messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt verboden is. Een dergelijke gebiedsaanwijzing voor het messenverbod gaat vaak samen met de aanwijzing van een gebied als overlastgebied. Met het artikel kan aantasting van de openbare orde preventief worden voorkomen en wordt de veiligheid bevorderd. Het ligt voor de hand te bepalen dat het verbod niet geldt voor messen of voorwerpen die zijn ingepakt, bijvoorbeeld omdat deze in een winkel zijn aangeschaft en nog in de verpakking zitten. De openbare orde en veiligheid zijn dan niet in het geding. De Wet wapens en munitie gaat voor op de APV-regeling. Dit lid moet daarom worden opgenomen. Als het dragen van het mes of (steek)voorwerp onder de reikwijdte van de Wet wapens en munitie valt, moet handhaving op grond van die wet plaatsvinden. |
|
|
Wijziging van de VNG, model apv zomer 2024, nieuw artikel. De noodzaak voor het APV artikel over bewakingsapparatuur is vervallen sinds op 1 januari 2004 de wijziging van artikel 139f en 441b van het Wetboek van Strafrecht in werking getreden (Stb. 2003, 365). De bepalingen gaan over de uitbreiding van de strafbaarstelling heimelijk cameratoezicht. Deze wijziging wordt ook wel aangehaald als de Wet heimelijk cameratoezicht. In de model APV wordt artikelnummer 2:54 door de VNG nu gebruikt voor dit nieuwe artikel over openbare plaatsen als slaapplaats. Toelichting VNG, model APV zomer 2024: Het verbod heeft als doel het voorkomen en tegengaan van hinder en overlast, brandgevaar, verontreiniging van de openbare ruimte en risico's voor de volksgezondheid. Het slapen op openbare plaatsen draagt bij aan de verloedering van de stad. Ook het ontbreken van sanitaire voorzieningen ter plekke draagt daaraan bij. Tussen zonsondergang en zonsopgang geldt daarom een verbod in aangewezen gebieden. De raad kan de gebieden zelf in het artikel aanwijzen of de bevoegdheid daartoe aan het college laten (lid 1, aanhef en onder a). In andere gevallen –’s nachts in niet aangewezen gebieden en overdag – geldt het verbod voor zover het gebruik als slaapplaats leidt tot overlast of hinder, gevaar voor de omgeving of aantasting van het woon- en leefklimaat (lid 1, aanhef en onder b). Bij het toezicht op de naleving van het verbod moet de opsporingsambtenaar of toezichthouder afwegen welk handhavingsmiddel hij in de concrete situatie proportioneel acht. In de meeste gevallen zal kunnen worden volstaan met een waarschuwing, tenzij sprake is van recidive. Het is weinig zinvol om dakloze mensen te beboeten als zij noodgedwongen buiten moeten slapen of om mensen te beboeten die dat niet kunnen betalen. Dan fungeert het verbod meer als stok achter de deur voor toeleiding naar ondersteuning of (maatschappelijke) opvang. Op grond van het tweede lid kan het college in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het verbod. Een ontheffing is denkbaar in het kader van overnachten in een voertuig door aanbieders van een in de gemeente te houden evenement. Het derde lid bakent de verbodsbepaling af. Voor het innemen van een ligplaats met een vaartuig of woonboot (hieronder begrepen ook woonark en woonschip) (a) of voor woonwagens met een woonbestemming (b) bestaan afzonderlijke voorschriften. Ook is nachtverblijf toegestaan op daartoe bestemde kampeerterreinen (c) of door het college op grond van artikel 4:19 aangewezen kampeerplaatsen buiten een kampeerterrein (d). |
|
|
ARTIKEL 2:72 TER BESCHIKKING STELLEN VAN CONSUMENTENVUURWERK TIJDENS DE VERKOOPDAGEN |
Uit de toelichting van de VNG volgt dat dit artikel ziet op het belang van de handhaving van de openbare orde en het tegengaan van hinder en overlast. Met het oog op deze belangen kunnen voorschriften aan de vergunning worden verbonden zoals voorschriften betreffende het verkeer, het voorkomen van parkeerproblemen en de leefbaarheid vanwege de korte verkoopperiode en de vele klantcontacten die er in die periode zijn. Verkooppunten kunnen zo bijv. worden verplicht verkeersregelaars in te schakelen om verkeersproblemen in de verkoopperiode te voorkomen. Gelet op de landelijke ontwikkelingen rond vuurwerk (Wet Veilige Jaarwisseling) en in het kader van deregulering (waar het kan), kan deze vergunning vervallen. De verwachting is dat er eerder minder dan meer klantcontacten zullen zijn bij dergelijke verkooppunten (als ze al blijven bestaan). Ook zonder deze APV vergunning gelden andere regels, zoals het Vuurwerkbesluit, onverkort. Er zijn meer gemeenten die dit artikel al lang niet meer in de APV hebben opgenomen, zoals Putten, Zeewolde, Oldebroek en Enschede. |
|
Deze aanpassing hangt samen met een wijziging van de Opiumwet. Wijziging van de VNG, model apv november 2025 Met ingang van 1 juli 2025 is artikel 2a (en lijst Ia) aan de Opiumwet toegevoegd. Daarin zijn nieuwe psychoactieve stoffen (zogenaamde designerdrugs) onder de werking van de Opiumwet gebracht. Het betreft een aantal groepen stoffen dat sterk lijkt op middelen die op lijst I van de Opiumwet zijn geplaatst. De artikelen 2:74 en 2:74a van de Apv zijn erop gericht hinder, overlast en gevoelens van onveiligheid door drugshandel en drugsgebruik op straat te voorkomen. Hoewel deze designerdrugs kunnen worden aangemerkt als ‘daarop gelijkende waar’ in de Apv-artikelen, is het wenselijk hierin ook substanties als bedoeld in artikel 2a van de Opiumwet expliciet te noemen. |
|
|
Er is intern behoefte aan en verzocht om een gebiedsontzegging in de APV: art.2:78 APV. In de APV Harderwijk bestaat al jaren een artikel over gebiedsontzegging, art. 2:50a APV. Art. 2:50a geeft de burgemeester de bevoegdheid om een overlastgebied aan te wijzen. Binnen dat overlastgebied kan de burgemeester degene die de openbare orde verstoort bevelen zich te verwijderen en verbieden om zich in dat overlastgebied te begeven. Het blijkt dat art. 2:78 Gebiedsontzeggingen van de Model APV van de VNG niet vereist dat eerst een overlastgebied moet worden aangewezen en is daarmee beter inzetbaar. Art. 2:78 vervangt ook “bevel” door “opleggen van een verbod” omdat een gebiedsontzegging juridisch gezien geen bevel is waarvan het niet nakomen een misdrijf is (artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht), maar een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarvan het niet nakomen een overtreding is. Op het besluit van de burgemeester zijn de waarborgen van de Awb van toepassing. Art. 2:78 (gebiedsontzegging) vervangt het vervallen art. 2:50a. (gebiedsontzegging) VNG - Bijlage 3 bij Wijziging Model-APV (najaar 2023) / Implementatiehandleiding Dit artikel strekt ertoe de burgemeester de bevoegdheid te geven tot het opleggen van een gebiedsontzegging bij (ernstige vrees voor) een openbare ordeverstoring of overlastgevend gedrag. Afhankelijk van hoe de bepaling wordt ingevuld, kan de gebiedsontzegging bijvoorbeeld worden toegepast bij overlast veroorzaakt door drugshandel en drugsgebruik, samenscholing, hinderlijk drankgebruik, geweldpleging etc. In het licht van proportionaliteit en subsidiariteit verdient het aanbeveling, alvorens over te gaan tot oplegging van een gebiedsontzegging, eerst een waarschuwing te geven. Het besluit tot oplegging van een gebiedsontzegging vereist een gedegen motivering. Tot nu toe bood de VNG een facultatieve APV-bepaling over gebiedsontzeggingen aan. Vanwege het belang van dit onderwerp in de praktijk heeft de VNG hier een structurele bepaling van gemaakt. Om onveiligheidsgevoelens en overlast te verminderen, passen veel gemeenten dit instrument nu al toe. De bepaling is inhoudelijk gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen zijn:
De overtreding van de gebiedsontzegging moet worden opgenomen in artikel 6:1 van de APV. De Commissie Feiten en Tarieven van het Openbaar Ministerie heeft besloten om geen feitcode voor een gebiedsontzegging open te stellen. De commissie vraagt zich hierbij vooral af hoe een verbalisant weet om welke gebiedsontzegging het gaat en hoe de verdachte voldoende bereikt kan worden in het proces van vervolging. De commissie verwacht dat het veelal verdachten zijn zonder vaste woon‐ of verblijfplaats. Dit soort overtredingen zijn goed ingebed in de ZSM‐praktijk 1 en het maatwerksysteem van de arrondissementsparketten. Afbakening met andere gebiedsontzeggingen Naast artikel 2:78 zijn er andere grondslagen op basis waarvan een burgemeester een gebiedsontzegging kan opleggen:
De invulling van het eerste lid vereist een keuze van de gemeente. Zo kan in de bepaling zelf worden bepaald bij overtreding van welke bepalingen de gebiedsontzegging kan worden ingezet, waarbij gedacht kan worden aan diverse bepalingen uit de APV, maar ook aan bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet, de Wet wapens en munitie, etc. Hierbij moet in het oog worden gehouden dat het voorkomen dat die delicten gepleegd worden (door een gebiedsontzegging op te leggen) de doelstelling van de APV-bepaling (handhaving openbare orde, bescherming woon- en leefklimaat enz.) moet dienen. Het voordeel van een opsomming is dat er een zekere voorzienbaarheid geboden wordt en dat er democratische legitimatie is. Nadeel is dat iedere wijziging langs de raad moet en daardoor tijd in beslag neemt. Het is daarom ook mogelijk in een beleidsregel (of een dan noodzakelijke waarschuwing wanneer het tot een daadwerkelijke ontzegging komt) vast te leggen bij welke overtredingen de gebiedsontzegging ingezet kan worden. Daarin zal dan in ieder geval vastgelegd moeten worden wat er onder ‘openbare ordeverstorende handelingen’ wordt verstaan. Voordeel hiervan is dat er een zekere flexibiliteit is ingebouwd (aanpassen van een beleidsregel is immers een stuk ‘makkelijker’ dan aanpassen van de APV). Nadeel is dat de raad minder controle heeft over de invulling. Los daarvan zal bepaald moeten worden hoe lang de kortdurende gebiedsontzegging duurt. Met kortdurend wordt op een periode tot 48 uur gedoeld. Vaak wordt een periode van 24 uur gehanteerd. Denkbaar is ook om naast deze algemene regeling, een bijzondere regeling op te nemen. Bijvoorbeeld door te bepalen dat de burgemeester aan iemand die tussen donderdag 18.00 uur en zondag 24.00 uur in het uitgaansgebied bepaald horeca-overlastgevend gedrag vertoont, een tijdelijk verbod oplegt om gedurende het restant van die periode daar weg te blijven. Hetzelfde is denkbaar bij kermissen, voetbalwedstrijden of andere evenementen. In het licht van proportionaliteit en subsidiariteit is het geboden om slechts tot oplegging van een langdurige gebiedsontzegging, als bedoeld in het tweede lid over te gaan, wanneer de gedraging waarop deze oplegging betrekking heeft binnen een bepaalde periode na oplegging van de eerdere gebiedsontzegging plaatsvindt. Het aantal maanden dat tussen de overtredingen verstrijkt, is van belang voor de toegestane looptijd van een gebiedsontzegging en dient te worden bepaald en te worden onderbouwd. Veelvoorkomend is een termijn van zes maanden, al komt twaalf maanden ook voor. Voor de lang(er)durende gebiedsontzegging zal moeten worden bepaald en onderbouwd hoe lang deze maximaal kan duren. Een looptijd van maximaal twaalf weken is in de rechtspraak aanvaardbaar geacht. Desondanks hanteren de meeste verordeningen een maximum van acht weken. Vier weken is ook een veelvoorkomend maximum. Desgewenst kan dit – zeker bij een langere periode – ook nader worden getrapt in een beleidsregel, wat de flexibiliteit ten goede komt. Verder dient het tweede lid, afhankelijk van de invulling en formulering van het eerste lid, tekstueel op het eerste lid afgestemd te worden. |
|
|
We verwachten nog een brief van de Marechaussee met een verzoek hiertoe met motivatie. De Omgevingsdienst Noord Veluwe (ODNV) heet tegenwoordig Omgevingsdienst Veluwe (ODV). |
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-291626.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.