Gemeenteblad van Goirle
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Goirle | Gemeenteblad 2026, 291162 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Goirle | Gemeenteblad 2026, 291162 | beleidsregel |
Participatiebeleid Omgevingswet 2026, gemeente Goirle
De raad van de gemeente Goirle;
het vastgestelde ‘Aanwijzingsbesluit bindend advies en verplichte participatie buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en participatiebeleid Omgevingswet gemeente Goirle’ van de gemeenteraad van Goirle, d.d. 21 mei 2024, onvoldoende nuances bevat voor de verschillende typen van wijzigingsbesluiten voor het omgevingsplan, omgevingsprogramma’s en de omgevingsvisie;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 februari 2026,
gelezen het advies van de commissie Fysiek d.d. 14 april 2026,
Artikel 4. Participatie bij het wijzigen van het omgevingsplan
Artikel 5. Participatie bij een verzoek tot wijziging van het omgevingsplan
Het verslag als bedoeld in het derde lid wordt bij het verzoek tot wijziging van het omgevingsplan, doch uiterlijk vóórdat de gemeente kennisgeving doet van het voornemen tot wijziging van het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 16.29 van de Omgevingswet, door de initiatiefnemer aangeleverd bij de gemeente.
Artikel 10. Participatieproces bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (met bindend advies)
Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van 19 mei 2026,
raadsgriffier,
Frits Harteveld
voorzitter,
Mark van Stappershoef
Algemene toelichting op participatie onder de Omgevingswet
Op 21 mei 2024 heeft de gemeenteraad van Goirle het ‘Aanwijzingsbesluit bindend advies en verplichte participatie buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en participatiebeleid Omgevingswet gemeente Goirle’ (verder: het Aanwijzingsbesluit) vastgesteld. In dit aanwijzingsbesluit waren twee onderdelen opgenomen die met invoering van de Omgevingswet geregeld moesten worden en tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoren:
Gebleken is dat het Aanwijzingsbesluit van 21 mei 2024 onvoldoende nuances bevat voor de verschillende typen van wijzigingsbesluiten voor het omgevingsplan, omgevingsprogramma’s en voor de omgevingsvisie. Dit resulteerde in de praktijk tot, in sommige situaties, moeilijk of niet uitvoerbare verplichtingen. Bijvoorbeeld het publiceren van een voorontwerp (of concept) wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan.
Het Aanwijzingsbesluit maakte ook onvoldoende nuance mogelijk voor de verschillende projecten waarvoor participatie verplicht wordt gesteld. Immers, de voorgeschreven procedure is niet altijd representatief voor het type of de omvang van de wijziging. En kan dus ook om een andere, meer passende wijze van participatie vragen. Een wettelijk opgelegde wijziging van het omgevingsplan door het rijk biedt weinig afwegingsruimte en vraagt om een heel ander participatieproces dan bijvoorbeeld een wijziging van het omgevingsplan voor de realisatie van een nieuwe woonwijk. Beide zijn echter een wijziging van het omgevingsplan.
Aanpassing van het participatiebeleid bleek noodzakelijk om tot een adequate en beter dekkende uitvoering te kunnen komen. Zowel door de gemeente zelf als door initiatiefnemers.
Een goed initiatief vraagt om het informeren, samenwerken en afstemmen met burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen. Dit noemen we participatie. Door te participeren breng je informatie, ervaringen, belangen en creativiteit bij elkaar. Dit kan leiden tot verbetering van het oorspronkelijke initiatief. Op deze manier creëert de initiatiefnemer ook meer steun en begrip voor de beoogde ontwikkeling. En kan er een beter plan ontstaan. Dit komt uiteindelijk ook de besluitvorming ten goede.
Betrokkenen hoeven het echter niet allemaal met elkaar eens te zijn, maar het is van belang dat zij op de hoogte zijn van de ontwikkeling. En dat de initiatiefnemer de aangereikte informatie betrekt bij zijn afwegingen.
Opbouw van het participatiebeleid
Het participatiebeleid zelf: verplichte participatie voor aangewezen gevallen
Het participatiebeleid is gepubliceerd in het Gemeenteblad op www.overheid.nl en daar terug te vinden. De leidraad is ook terug te vinden om de gemeentelijke website.
In het participatiebeleid is vastgelegd wanneer participatie verplicht is en wanneer niet. En welke eisen er aan participatie worden gesteld. Als participatie niet verplicht is, dan is het vaak toch raadzaam om in gesprek te gaan met de buurt over je plannen.
Hoe je kunt participeren is opgenomen in de Participatieleidraad die bij het participatiebeleid is opgenomen. Deze leidraad bevat vooral suggesties voor het voeren van een goed participatieproces. Zowel in die situaties waarin dat verplicht is gesteld door de gemeente, maar ook in situaties waarin dat niet verplicht is. Deze leidraad is echter niet bedoeld als voorgeschreven handelswijze of toetsbaar kader. De leidraad is een hulpmiddel.
Participatie is vormvrij: het omgevingsgesprek
De invulling van participatie is vormvrij. Het is aan de initiatiefnemer om de wijze en mate van participatie in te vullen. De gemeente Goirle doet de suggestie om participatie toe te passen aan de hand van een Omgevingsgesprek.
Een omgevingsgesprek is een vorm van participatie. Met het omgevingsgesprek heeft de initiatiefnemer ruimte om een geschikte vorm te kiezen, afhankelijk van de omvang van het plan. EN het hoeft niet per se een gesprek te zijn. Ook andere vormen van participatie zijn denkbaar.
De participatieleidraad: omgevingsgesprek en menukaart
De gemeente doet enkele concrete handreikingen aan initiatiefnemers. Over hoe men het participatieproces kan invullen. Deze zijn als bijlage bij het participatiebeleid opgenomen. Het is aan de initiatiefnemer en ook sterk afhankelijk van de inhoud van het initiatief hoe de initiatiefnemer hier mee om kan gaan. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen ‘kleine plannen’, ‘middelgrote plannen’ en ‘grote plannen’. Voor elk van deze type plannen geeft de gemeente in een ‘menukaart’ voor het omgevingsgesprek suggesties hoe de participatie uitgevoerd kan worden.
Afdeling 1. Algemene inleidende bepalingen
In deze afdeling zijn enkele begripsbepalingen opgenomen om het participatiebeleid te verduidelijken en concreet te maken.
Afdeling 2. Participatieverplichtingen
In deze afdeling is allereerst vastgelegd wanneer er participatie gevoerd moet worden. Participatie is verplicht bij:
De grondslag voor deze verplichtingen komt uit de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. In onderstaande tabel een overzicht van regels voor participatie per instrument:
Tabel 1. Tabel met overzicht van de regels voor participatie per gemeentelijk instrument.
Per omgevingsdocument is in de regeling aangegeven in welke gevallen de verplichting niet geldt. Juist om de nuance aan te brengen die in het oude participatiebeleid werd gemist. Het gaat dan vooral om situaties waarin participatie weinig tot geen toegevoegde waarde heeft of zal hebben. Immers, de wijziging is technisch van aard, opgedragen door een hogere overheid, wettelijk verplicht of er heeft al uitgebreide participatie plaatsgevonden.
Daarnaast is, hoewel dit eigenlijk al in de Omgevingswet of bijbehorende besluiten voldoende is verankerd, ook opgenomen dat er een verslag moet worden opgesteld of worden aangeleverd en dat de resultaten van de participatie door het bevoegde gezag worden betrokken bij het te nemen besluit.
Expliciet is benoemd in artikel 5 en artikel 6 dat de participatie moet plaatsvinden voorafgaand aan de besluitvorming of het aanvragen van de omgevingsvergunning. Immers, participatie heeft tot doel om informatie op te halen om tot een zo optimaal mogelijk plan te komen. Logischerwijs vindt de participatie dan ook plaats voorafgaand aan het indienen van het plan of aanvragen van de vergunning.
Afdeling 3. Invulling van het participatieproces
In tegenstelling tot het participatiebeleid van 21 mei 2024 wordt in dit besluit niet meer verankerd hoe de participatie moet plaatsvinden. Dat is immers sterk afhankelijk van de omvang en inhoud van het plan of de ontwikkeling. Participatie bij een grootschalige functieverandering zal waarschijnlijk veel meer impact hebben op de fysieke leefomgeving dan een afwijkende bouwhoogte of het omzetten van een kantoorruimte naar een appartement. Met die verschillende impact kan de manier van participeren ook veranderen. Daarbij speelt ook de situatie in de leefomgeving ook een grote rol. In het buitengebied kan een gesprek met de buurman 500 meter verderop voldoende zijn, maar in het centrum heb je al snel een zaal nodig om de directe buren te informeren.
Omgevingsvisie en -programma’s
Bij een wijziging van de omgevingsvisie of een omgevingsprogramma is het aan het college om te bepalen hoe de participatie wordt vormgegeven. Het betreft in beide gevallen de voorbereiding van een besluit waarvoor het college in principe altijd het uitvoerende bestuursorgaan is. Wel is opgenomen dat het college hierover moet besluiten en daarbij rekening moet houden met de volgende afwegingen:
Ook bij het omgevingsplan is het aan het college om invulling te geven aan de voorbereiding van het definitieve besluit. Dus ook aan de invulling van het participatieproces. Het college bepaalt of en hoe er geparticipeerd wordt. Hierbij houdt het college rekening met de aard en omvang van de beoogde wijzigingen. In ieder geval zal de participatie uitgebreider moeten worden naarmate er meer nieuwe ontwikkelingen of nieuw beleid wordt opgenomen in of mogelijk gemaakt door het omgevingsplan.
Indien de wijziging van het omgevingsplan op verzoek van een initiatiefnemer wordt opgestart, dan moet de participatie al hebben plaatsgevonden voor het onderdeel dat met het verzoek mogelijk moet worden gemaakt. De initiatiefnemer is daarvoor geheel verantwoordelijk en moet bij het indienen van het verzoek tot wijziging ook het verslag van de participatie aanleveren. Net als bij een Bopa met bindend advies.
Ook hierbij geldt dat de manier waarop de participatie wordt georganiseerd mede bepaalt zal worden door de inhoud van het initiatief. De initiatiefnemer is daar zelf verantwoordelijk voor.
Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa)
Het is aan de initiatiefnemer om invulling te geven aan de wijze waarop participatie wordt uitgevoerd en hoe hiervan verslag wordt gedaan. Net als bij een verzoek tot wijziging van het omgevingsplan, zal bij een Bopa met bindend advies de participatie voorafgaand aan het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning afgerond moeten zijn. Niet alleen om tijdig de relevante informatie op te halen, maar – in het geval van een omgevingsvergunning – ook omdat de wettelijke beslistermijn op de aanvraag 8 weken bedraagt.
In artikel 11 is opgenomen dat het aan de initiatiefnemer is om het verslag van de participatie aan te leveren. Het verslag is vormvrij en mede afhankelijk van de vorm van participatie die gekozen is. De richtlijnen voor het verslag van het participatieproces zijn opgenomen in de bijlagen.
Afdeling 4. Afsluitende bepalingen
Tot slot is in artikel 12 de evaluatie van het participatiebeleid vormgegeven. Evalueren heeft pas zin als er meerdere ervaringen zijn opgedaan met participatie. Gezien het mogelijke aantal van wijzigingen van de omgevingsvisie, programma’s en het omgevingsplan is het niet reëel te veronderstellen dat er veel participatieprocessen worden doorlopen op jaarbasis.
Alleen de verzoeken tot wijziging van het omgevingsplan en de Bopa’s zullen meermaals per jaar voorkomen. En daarmee ook de verplichte participatie. Die participatieprocessen worden uitgevoerd door initiatiefnemers. De omgevingsvisie, programma’s en het wijzigen van het omgevingsplan zal hoogstens tot enkele participatieprocessen per jaar leiden. Om die reden wordt gekozen voor minstens 4 jaar om het participatiebeleid te evalueren.
Aangezien de gemeenteraad het bevoegde gezag is voor het participatiebeleid ligt het ook voor de hand dat de uitkomsten van de evaluatie en eventuele aanpassingen ook door het college worden voorgelegd aan de gemeenteraad
Tot slot zijn in artikel 13 de inwerkingtreding en in artikel 14 de titel van het beleid opgenomen.
De voormalige ‘Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle houdende het vaststellen van de Participatieleidraad gemeente Goirle’ van 11 juni 2024 wordt ingetrokken om de onderlinge verwijzingen en status van beide documenten te verbeteren. In de leidraad van 11 juni 2024 wordt verwezen naar concrete artikelen uit het ”Aanwijzingsbesluit” van 21 mei 2024. Die kloppen niet meer en dus moet de leidraad sowieso worden aangepast.
Daarnaast is de leidraad geen beleidsregel, maar een handreiking. Het betreft geen verplichte uitvoeringsregel, maar dat wordt door de status van beleidsregel wel gesuggereerd. De leidraad moet als leidraad gelden en aldus kunnen worden toegepast.
Om deze praktische redenen is ervoor gekozen om de beleidsregel formeel in te trekken en de leidraad alleen als bijlage bij het participatiebeleid op te nemen. Hiermee is de actualiteit beter geborgd en kan de leidraad ook zonder probleem worden omgezet in een leesbare ‘folder’ of – zoals nu al het geval – beschikbaar worden gesteld als bruikbare webpagina op de gemeentelijke website.
Bijlage 1. Het Omgevingsgesprek
U wilt iets bouwen of verbouwen. Of u organiseert een evenement. Dan heeft u vaak een omgevingsvergunning nodig. Het is dan belangrijk dat u de plannen eerst overlegt met uw buren en buurt. Dit noemen we ook wel het omgevingsgesprek. Het omgevingsgesprek is een vorm van participatie. U leest hier tips voor dit omgevingsgesprek. Een omgevingsgesprek is ‘vormvrij’. Het hoeft in theorie zelfs geen gesprek te zijn.
In deze bijlage geven wij u handvatten voor de aanpak van zo’n omgevingsgesprek. Zie het als een stappenplan voor het omgevingsgesprek.
In de Bijlage - Menukaart omgevingsgesprek hebben wij enkele concrete suggesties opgenomen hoe u een goed omgevingsgesprek kunt vormgeven en wat u moet doen om een goed verslag daarvan te maken.
De vraag van de initiatiefnemer is vaak: ‘Waar moet ik beginnen?’ En wanneer doe ik dat dan of moet dat gebeuren? Hieronder geven we een stappenplan hoe u het kunt aanpakken.
Houd een omgevingsgesprek vóórdat u een omgevingsvergunning aanvraagt bij de gemeente
Als u wel een omgevingsgesprek voert moeten de resultaten hiervan worden aangeleverd bij de aanvraag om omgevingsvergunning. Het is dan een aanvraagvereiste. Houd daarom altijd voorafgaand aan het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning het omgevingsgesprek.
Nodig iedereen uit die te maken heeft met uw plan
Zo laat u zien dat u rekening houdt met uw omgeving. Misschien hebben de buren een heel goed idee waar u veel aan heeft. Of de buren zijn zo enthousiast, dat ze hun huis op dezelfde manier willen aanpassen. Zo bespaart u eventueel ook kosten!
Kan iemand niet aanwezig zijn? Dan gaat het overleg toch door. Zorg dan wel dat iedereen op de hoogte is van de plannen.
Nodig de betrokkenen uit de omgeving op tijd uit
Dat doet u bijvoorbeeld per brief, e-mail of sociale media. Hoeveel mensen u uitnodigt, hangt af van uw plan. Zijn de gevolgen groot? Dan nodigt u meer mensen uit. En neemt u meer actie om mensen te informeren. Het gaat om iedereen op wie het plan invloed kan hebben.
Laat de aanwezigen lezen of alles goed is opgeschreven
En vraag of zij het verslag ondertekenen met een paraaf. Dit betekent niet dat zij het eens met de plannen hoeven te zijn! Het gaat er alleen om dat het verslag het gesprek goed samenvat.
Zijn er veel mensen? Vraag dan een paar mensen om het verslag te controleren. Zij doen dit in het belang van alle mensen.
Niet iedereen hoeft het eens te zijn
Het gaat erom dat u uw plannen met de buurt bespreekt. En dat u informatie ophaalt waar u wellicht ook iets mee kunt doen. Zijn veel mensen het niet eens? Dan is het natuurlijk wel belangrijk dat u kijkt of u uw plannen kunt aanpassen. Misschien kunt u zorgen wegnemen of helpt een nadere toelichting om een heleboel ruis en weerstand weg te nemen. Of wellicht kunt u toch op een of andere wijze rekening houden met wensen van anderen. Dit kan bezwaren en vertraging van uw plannen voorkomen.
Alle aanwezigen mogen hun reactie geven. Niet iedereen hoeft het eens te zijn. En niet iedereen is even mondig. Het gaat erom dat u en wij een beeld krijgen van wat er wellicht van belang is bij uw plan. Zijn de plannen erg ingrijpend? Of heeft u geen goede relatie met uw buren? Dan kunt u iemand uitnodigen om het gesprek te begeleiden. Of om voor u het gesprek te voeren zelfs.
Bijlage 2. Menukaart omgevingsgesprek
Op deze menukaart vindt u tips en ideeën voor het organiseren van een omgevingsgesprek over uw plan(nen). U kiest uit de zogenaamde ‘amuses’ als uw plan een kleine aanpassing of een bescheiden evenement is. Bij grotere plannen of evenementen gaat u met meer mensen in gesprek. Hiervoor kiest u een ‘voorgerecht’ of een ‘hoofdgerecht’.
Voor de terugkoppeling kiest u uit de ‘nagerechten’.
Voorgerechten: voor middelgrote plannen
Hoofdgerechten: voor grote plannen
Informatiebijeenkomst met interactie
Organiseer een bijeenkomst en nodig betrokkenen uit voor een presentatie van uw plan. Hierna is er ruimte om in groepjes in gesprek te gaan en met ideeën te komen over hoe het plan verder verbeterd kan worden. Soms is het handig om een on- afhankelijke gesprekleider uit te nodigen, bijvoorbeeld om de aanwezigen onderling in debat te laten gaan.
Zet de ervaringen van bijvoorbeeld een informatiebijeenkomst of een inspiratiesessie op een rij. Door het verzamelen, verwerken, bekijken en presenteren van informatie is het gemakkelijk om de vervolgstappen te bepalen. Ook andere aanwezigen/ betrokkenen kunnen hieraan meewerken. Deel het evaluatieverslag per post, via e-mail of op de projectwebsite.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-291162.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.