Energieperspectief Programma 2026-2030

Wijzigartikel I

De tekst van het Energieperspectief Programma 2026-2030 voor Gemeente Weert wordt vervangen zoals gegeven in Bijlage A van dit Besluit.

Artikel II

Dit programma treedt in werking op 29‑12‑2025

Bijlage A Wijziging Programma voor Gemeente Weert

Energieperspectief Programma 2026-2030

Energieperspectief Programma 2026-2030

1 Een nieuw perspectief, passend bij deze tijd

1.1 De dynamiek van de energietransitie

Sinds het opstellen van de Weerter Routekaart Energietransitie 2021-2030 (WRE) is er veel veranderd. Verschillende ontwikkelingen beïnvloeden het handelingsperspectief van gemeente Weert. Dat gaat bijvoorbeeld over de overbelasting van het energienet (netcongestie), de naderende afschaffing van saldering, negatieve stroomprijzen, de ontwikkeling van de zonneladder en de nieuwe energiewet.

Het belangrijkste energiedoel van het Rijk is klimaatneutraliteit in 2050. De energievoorziening is daarbij bijna volledig duurzaam. Om dit te bereiken zijn er concrete doelen gesteld voor 2030, zoals het opwekken van 35 terawattuur energie op land en het behalen van 27% duurzame energie uit alle gebruikte energie. Daarnaast streeft het Rijk naar een afname van het gasverbruik en een toename van hernieuwbare energiebronnen. Belangrijke delen van deze doelen en uitvoering komen bij de RES NML (Regionale Energie Strategie Noord- en Midden-Limburg) en bij de gemeenten terecht.

De focus uit de WRE op energieopwek en warmte bij inwoners is begrijpelijk vanuit het moment van opstellen, maar is in de huidige tijd te smal. De bijdrage van bedrijven in de energietransitie en het essentieel belang van een robuust energienetwerk worden inmiddels breed onderkend. De WRE biedt hiervoor onvoldoende beleidskaders, waardoor we ook in de uitvoering vertragen.

Het is van belang dat gemeente Weert haar beleid afstemt op alle aspecten van de energietransitie. Weert groeit op een beheerste manier, vanuit eigenheid. De bestaande voorraad woningen en bedrijventerreinen vragen een verduurzamingsslag waarvoor energie nodig is. Een nieuw programma voor wonen, voorzieningen en economie vragen om een aanzienlijke hoeveelheid energie. Dat alles met een energienetwerk dat toekomstgericht is. Daarom ontwikkelen we een nieuw beleidskader onder de naam Energieperspectief Gemeente Weert 2040. Daaruit volgt ook een Omgevingsprogramma Energie voor de periode 2026-2030. Dit voeren we uit als een programma onder de omgevingswet.

De manier waarop we in de toekomst onze energie gebruiken vraagt om nadere uitwerking. Zoals de omvang van energieopwekking en de vorm van energieopwekking in de gemeente, de keuze die we in de wijken maken om tot duurzame warmte te komen, de snelheid van de verduurzaming van onze bedrijventerreinen en de economische ontwikkeling die daarmee mogelijk is. En niet in de laatste plaats: de benodigde energie-infrastructuur die nodig is en hoe beschikbaarheid en eigenaarschap lokaal geborgd wordt via concepten zoals energiegemeenschappen.

Kernachtig dient het beleidskader energie actuele doelen op te leveren en perspectieven te bieden richting de uitvoering van de energietransitie (het programma). Dit doen we met rekenschap van het Energiesysteem van de toekomst dat met Cranendonck, Leudal en Nederweert samen is opgesteld. We geven invulling aan de Ruimtelijke Ontwikkelstrategie op het gebied van energie. Hierop kan de omgevingsvisie worden aangepast of aangescherpt.

1.2 Kaderstelling en programma

Het Energieperspectief is niet alleen een nieuw beleidskader, het is ook een programma onder de Omgevingswet waarin beleid wordt vertaald in maatregelen. De Omgevingsvisie en Ruimtelijke Ontwikkelstrategie zijn hierin leidend. De Omgevingsvisie is een strategische visie waarin de ambities en strategische doelen voor de brede fysieke leefomgeving zijn vastgelegd. In deze visie kiest Weert voor ‘beheerste groei vanuit eigenheid’. In de Ruimtelijke Ontwikkelstrategie worden deze strategische ambities en doelen concreet gemaakt. Belangrijke ambities en doelen zijn groei op het gebied van wonen en bedrijvigheid. Dit betekent dat de woningbouwontwikkeling wordt vergroot en versneld. Concreet betekent dit dat er ongeveer 4.650 nieuwe woningen worden toegevoegd. Daarnaast wil de gemeente ongeveer 30 hectare aan nieuwe bedrijventerreinen toevoegen.

1.3 Relatie met andere programma’s

De opgaven in de energietransitie zijn complexer geworden door onder andere netcongestie en de grote druk op de ruimte. We hebben de afgelopen jaren geleerd dat energie steeds meer centraal in de ontwikkeling van programma’s, plannen en projecten komt te staan. Energie is randvoorwaardelijk geworden. De bestaande woningen moeten verduurzaamd worden. Daarvoor is veel extra duurzame energie (met name elektriciteit) nodig. Die energie moet opgewekt, getransporteerd en opgeslagen worden. Dat geldt ook voor nieuw te bouwen woningen. Dat kan het netwerk nu nog niet aan. Voor de economische ontwikkeling en maatschappelijke verduurzaming geldt hetzelfde. Dat vraagt ook om een andere manier van werken; integraal en met een duidelijke oplossing hoe projecten van energie worden voorzien. Ook daarom hebben we dit Energieperspectief ontwikkeld. Hierin werken we met een scherpere focus naar onze doelen voor 2040 toe. Het nieuwe programma energie heeft sterke relaties met de programma’s wonen en economie. De bestaande voorraad en nieuwe ontwikkelingen in deze programma’s hebben duurzame energie nodig. Met benodigde ruimte voor opwek van energie is de relatie met het buitengebied er ook duidelijk. We onderscheiden vier thema’s: 1. Grootschalige Duurzame Opwek & Opslag 2. Energie voor en door Bewoners 3. Energie voor en door Bedrijven 4. Energiesysteem & Infrastructuur.

Afbeelding1.jpg

De Omgevingsvisie, de Ruimtelijke Ontwikkelstrategie en het Economisch Profiel zijn de leidende onderleggers voor de uitwerking van dit perspectief. Dat geldt richtinggevend ook voor het Expertrapport Energiebeeld van de Toekomst, dat echter niet is vastgesteld door de gemeenteraad. De vier thema’s hebben naast verbinding met beleidsvelden en -stukken binnen de gemeente Weert ook directe relaties met de Nationale Programma’s. Dat optimaliseert de verbinding op inhoud en geldstromen tussen het Rijk en gemeente.

1.4 Programma-afbakening

Het programma richt zich op de realisatie van onze energiedoelen die zich fysiek binnen de grenzen van gemeente Weert bevinden. In het kaderstellend Energieperspectief zijn een nieuwe visie, pijlers, doelen en uitgangspunten opgenomen. De visie van het Energieperspectief luidt: “We willen zorgen dat we op elk gewenst moment kunnen beschikken over voldoende en betaalbare duurzame energie om te voorzien in onze energiebehoefte” Deze visie wordt gedragen door drie pijlers:

  • a.

    Betrouwbaar; we moeten in Weert over een betrouwbaar energiesysteem kunnen beschikken, waarbij de continuïteit en leveringszekerheid van energie geborgd is. Daarvoor is een robuust netwerk nodig dat de behoefte aan energie op ieder gewenst moment kan leveren.

  • b.

    Betaalbaar; de energie moet voor iedereen betaalbaar blijven. We sturen op bronnen die betaalbaar zijn en op prijzen die eerlijk zijn. Een gezonde verhouding tussen marktpartijen en regie vanuit de overheid is daarbij wenselijk. We zetten een stap extra in de ondersteuning van inwoners met een krappere beurs.

  • c.

    Onafhankelijk; we willen zo onafhankelijk mogelijk zijn, ofwel zo zelfvoorzienend mogelijk. Dat betekent dat we decentraal opwekken en transporteren wat kan. Bij voorkeur met lokale en regionale partners. Wat we niet decentraal kunnen opwekken en transporteren, halen we van buiten. We willen minder afhankelijk zijn van geopolitieke spanningen.

We blijven als Weert bijdragen aan de nationale doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Onze doelen richten zich op Weert en omgeving en op energie. De doelen zijn Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden:

  • a.

    We gebruiken in 2040 niet méér energie in Weert dan dat we in 2025 doen. Onze groeiambities maken we waar met dezelfde hoeveelheid energie als we nu gebruiken.

  • b.

    We produceren in 2040 een derde van de behoefte aan energie zelf in Weert. Daarbij blijven de gemiddelde opbrengsten van nieuwe projecten voor minimaal de helft in Weert zelf.

Het eerste doel vraagt om efficiënter en effectiever met energie om te gaan door energie te besparen in bestaande gebouwen en processen, nieuwe gebouwen energiezuinig te ontwerpen en opgewekte energie optimaal te gebruiken. Opslag gaat hierin een grote rol spelen. Het tweede doel richt zich op Weert zelf. Het betekent ook dat we ervan uitgaan dat twee derde van de benodigde energie van buiten Weert zal komen. Onze visie en nieuwe doelen rusten op zeven uitgangspunten. Deze uitgangspunten vormen de belangrijkste kaders waarbinnen we in Weert aan de energietransitie willen werken:

  • a.

    Energiebesparing als no-regret: Het beperken van de energievraag is altijd verstandig. Wat we niet verbruiken, hoeven we ook niet op te wekken of te transporteren.

  • b.

    Decentraal voorop, centraal waar nodig. We zetten in op lokale opwek, het clusteren van opwek en het samenbrengen van opwek en vraag. We maken ruimte voor het energiesysteem en houden rekening met ruimtelijke kwaliteit.

  • c.

    De energie die we zelf opwekken in Weert, gebruiken we zo veel mogelijk ook zelf in Weert. Dit draagt bij aan een decentraal energiesysteem.

  • d.

    We willen regie houden op cruciale opwek, opslag en infrastructuur. Een betrouwbaar systeem dat altijd cruciale energie levert is noodzakelijk. Daarom willen we zeggenschap in cruciale projecten in de gemeenschap houden over de hele ontwikkelketen; van planontwikkeling tot en met exploitatie.

  • e.

    Alle inwoners, bedrijven en partners in Weert kunnen participeren in duurzame energieprojecten. 50% van de revenuen blijven in Weert. Marktpartijen zijn welkom om de opgaven en ontwikkelingen mee vorm te geven, waarbij ze direct en aanwijsbaar bijdragen aan de doelen uit het Energieperspectief.

  • f.

    We sturen op een toekomstbestendig ontwerp waarin energieopwek en opslag integraal wordt meegenomen. Energie, wonen en economie vragen allemaal ruimte. De ruimtelijke implicaties zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ontwikkelen en ontwerpen doen we integraal. Het ruimtelijke kwaliteitskader is het uitgangspunt. We hechten hierbij grote waarde aan meervoudig ruimtegebruik.

  • g.

    Binnen de kaders en uitgangspunten zijn inwoners en bedrijven vrij om eigen invulling te geven aan de manier waarop ze verduurzamen. We dwingen niet.

Het omgevingsprogramma is dynamisch en zal zich ieder jaar ontwikkelen. Het doorzicht voor de eerste jaren is in voorliggend document opgenomen. Daar gaan we vol vertrouwen en energie mee aan de slag. Dat doen we samen met lokale en regionale partners, want de keuzes die we als gemeente maken, hebben gevolgen voor iedereen. Daarom vonden we het belangrijk om het Energieperspectief samen tot stand te brengen.

Sinds het begin van 2025 hebben we in een intensief proces met stakeholders gewerkt aan het Energieperspectief. Daarbij zijn inwoners en ondernemers betrokken, net als vertegenwoordigers van Coöperatie WeertEnergie en energiecoaches, Parkmanagement Weert, Wonen Limburg, RES Noord- en Midden-Limburg, Provincie Limburg, Enexis, Bouwend Nederland, Techniek Nederland, en de Rabobank. Leden van de gemeenteraad zijn op verschillende momenten uitgenodigd om bij de bijeenkomsten aan te sluiten. Ook is de gemeenteraad aan het begin en einde van het traject meegenomen in het proces en de resultaten die dit heeft opgeleverd.

2 Van toekomstbeeld naar uitvoering

2.1 Robuuste doelstellingen met ruimte voor dynamiek

In dit hoofdstuk werken we de vier hoofdthema’s uit tot doelstellingen en projecten binnen het programma van de Omgevingswet. We stellen het programma op voor vijf jaar, met iedere twee jaar een actualisatie. Met de projecten geven we een voorzet voor de komende twee jaar. Daarmee geven we richting aan de eerste uitwerking van de opgaven in Weert op de onderdelen waar we een duidelijk beeld hebben van wat ons te doen staat. Tegelijk bieden ze bewegingsruimte om keuzes te maken en accenten te zetten als het onderwerp daarom vraagt. De energietransitie is volop in beweging; dat vraagt om een duidelijke richting, met voldoende flexibiliteit. We beginnen binnen de vier thema’s niet bij nul. De afgelopen jaren zijn stevige stappen gezet; veel inzichten en ontwikkelingen zijn bekend en hebben al geleid tot doelen en projecten die in uitvoering zijn. Tegelijk zijn stevige nieuwe accenten noodzakelijk, bijvoorbeeld om de doelen uit de Omgevingsvisie en de Ruimtelijke Ontwikkelstrategie vanuit het thema energie vorm te kunnen geven. Het nu te vormen beleidskader energie biedt de inhoudelijke verbinding tussen energie en andere thema’s. Daarnaast biedt het de verbinding tussen de vergezichten in de kaderstelling tot 2040 en de opgaven en projecten die we tussen 2025 en 2030 moeten gaan organiseren en uitvoeren.

2.2 Grootschalige Opwek en Opslag

We hebben tot medio 2025 in Weert al stappen gezet in de opwek van duurzame energie. Met zon en wind hebben we ongeveer 0,126 TWh aan opwekcapaciteit bereikt. Naar 2040 toe wordt de opgave fors groter. Dat zal voor een belangrijk deel uit elektriciteit bestaan, maar ook duurzame gassen en warmte zullen nodig blijven. In 2040 willen we 0,4 TWh gerealiseerd hebben. De komende jaren leggen we hier de basis voor. Dat doen we met een mix van zon, wind en groen gas. We volgen kansen en ontwikkelingen in duurzame gassen en warmte die nog meer tijd vragen zoals waterstof, zout en ijzerpoeder.

We vinden het belangrijk om grip op cruciale ontwikkelingen te hebben. Ons energiesysteem wordt meer decentraal: dat betekent dat we energie die we hier maken, ook hier willen gebruiken. En dat we de opbrengsten ervan in de Weerter samenleving willen houden. Dat geldt voor opwek en voor opslag.

 Doelstelling 1: We programmeren onze behoefte aan opwek en opslag zó, dat we in 2040 een derde van onze behoefte in Weert zelf produceren.

  • We gaan uit van de gegevens uit het Expertrapport waarin we 1,25 TWh in 2040 nodig hebben.

  • Daarvan willen we een derde ofwel 0,4 TWh in Weert opwekken. De rest importeren we.

  • Met 0,126 TWh die we al hebben gerealiseerd, is onze restopgave 0,274 TWh

  • We willen een mix aan energiebronnen gebruiken om onze opgave te bereiken.

  • De komende 5 jaren zijn zon, wind en groen gas de basis.

  • Voor de langere termijn denken we ook aan andere duurzame gassen en bronnen.

Project 1: Uitwerken Weerter energiemix

  • De komende jaren brengen we in kaart hoe we het doel van 0,274 TWh kunnen bereiken. Daarvoor werken we een energiemix uit die in beginsel bestaat uit zon op dak, zon op land, wind en groen gas. We kijken naar techniek en naar locaties. Het eerste doel is het in beeld brengen van de energiemix. In een later stadium volgen het programmeren (in tijd en ruimte), de planontwikkeling en uiteindelijk de realisatie.

  • Als we het doel van lokale opwek in zicht kunnen krijgen, resteert nog een opgave van 67,5% die we van buiten Weert moeten zien te halen. Daarvoor zijn we dus afhankelijk van initiatieven en technieken van buiten onze gemeente. Het verduurzamen van onze bestaande en nieuw te ontwikkelen woningen, bedrijven en voorzieningen zijn wel sterk afhankelijk van de energie van buiten. Het is daarom noodzakelijk dat we hier sterk op inzetten.

  • Resultaten:

    • 1.

      Energiemix Weert met concrete potenties per techniek en locatie

    • 2.

      Potentiescan Import Energie Weert; met technieken, tijdspanne en partners

  • Tijdspanne: 2026

  • Trekker: gemeente Weert

  • Partners: WeertEnergie, Provincie Limburg, RES NML, gemeenten Leudal, Nederweert, Cranendonck, Enexis, ondernemers, marktpartijen

Doel 2: We houden lokale regie op ontwikkeling, beheer en opbrengsten van de opwek en opslag.

  • We hebben de afgelopen jaren geleerd dat afhankelijkheid van energie kan leiden tot problemen en forse prijsdruk. Dat willen we in de toekomst voorkomen.

  • Daarom willen we bij belangrijke projecten zelf betrokken zijn vanaf de ontwikkeling en ook in het beheer zeggenschap hebben.

  • Daarnaast geldt dat als we in Weert projecten realiseren en daarvoor ruimte maken. Die ruimte willen we goed inrichten.

  • Ten slotte willen we ook meeprofiteren van de baten van de ontwikkelingen. Zeker voor cruciale duurzame opwek- en opslaglocaties willen we de beschikbaarheid en de prijs ervan veiligstellen. Dit willen we bereiken door een vorm van eigenaarschap te borgen.

Project 2: Ontwikkelen regiemodel op cruciale opwek en opslag

  • Om regie te houden is een vorm nodig waarin we als samenleving vanaf het begin tot het einde bij betrokken zijn. We moeten invloed kunnen uitoefenen en kunnen meebeslissen over de manier waarop de projecten ontwikkeld en beheerd worden. De opbrengsten willen we voor minimaal 50% in de Weerter samenleving houden. Provincie Limburg en RES NML werken aan blauwdrukken hiervan. We zetten in op het uitwerken van het concept van Energiegemeenschappen op een Weerter leest. We vinden het belangrijk dat bedrijven, inwoners, woningcorporaties, maatschappelijke organisaties en de gemeente hierin betrokken kunnen zijn. Bij voorkeur werken we het model uit binnen een concrete casus van opwek of opslag.

  • Resultaat: op een praktische casus toegepast regiemodel waarin regie en opbrengsten binnen Weert zijn geborgd

  • Tijdspanne: 2026

  • Trekker: Provincie Limburg, RES NML

  • Partners: gemeente Weert, WeertEnergie, gemeenten Leudal, Nederweert, Cranendonck, bedrijven, inwoners, maatschappelijke organisaties

Doel 3: Met energieopslag stemmen we productie en gebruik optimaal op elkaar af, zodat het energienetwerk zo decentraal mogelijk kan worden ingericht.

  • Opslag wordt een steeds belangrijker onderdeel van het energiesysteem. Aanbod (productie) en vraag (gebruik) van energie liggen nu in tijd en locatie vaak ver uit elkaar. Dit zorgt ervoor dat opgewekte energie deels niet wordt gebruikt en dat het transport van energie om dure infrastructuur vraagt.

  • We moeten opslag programmeren en ontwikkelen op het niveau dat het voor Weert de meest meerwaarde heeft. Dat gaat in ieder geval om laagspanning (in bijvoorbeeld een wijk of op een bedrijventerrein) en midden-spanning (gemeenteniveau)

  • We hebben meer richting nodig om de inzet van en sturing op opslag in Weert te optimaliseren.

  • Voor opslag geldt, net als voor opwek, dat het van belang is dat we regie houden op cruciale opslaglocaties om energie beschikbaar en betaalbaar voor Weert te houden.

Project 3: Ontwikkelen en uitvoeren strategie voor opslag

  • Bij de ontwikkelingen rond netcongestie wordt duidelijk dat opslag van steeds grotere waarde wordt om met beperktere vermogens stappen in de verduurzaming te maken. Dat geldt net zo voor veel zonne- en windenergie die niet wordt gebruikt op momenten dat ze niet nodig is. Dat is zonde. Zowel binnen bestaande als nieuwe programma’s op het gebied van wonen, economie en maatschappelijke functies gaat opslag een belangrijke rol vervullen. Het bepalen van de vorm, omvang, locatie en schaal van opslag en ook de rollen van lokale en regionale partners is onderwerp van studie op alle niveaus. We zullen hier voor Weert als eerste meer duidelijkheid in moeten krijgen. We willen opslag integraal in de (bestaande en nieuwe) grote opwekprojecten en gebiedsopgaven meenemen.

  • We zien kansen voor opslag bij bedrijven en op bedrijventerreinen, bij woningen en in wijken en nabij grotere opweklocaties. Specifieke aandacht hebben we voor de mogelijkheden om opslag nabij transformatorhuisjes mogelijk te maken. Dit traject kan aansluiten op de recent opgestarte verzwaring van het laagspanningsnet, waarbij in de hele gemeente locaties voor nieuwe transformatorhuisjes in beeld worden gebracht.

  • De ontwikkelstrategie laten we parallel lopen met op een conceptuele en pragmatische wijze te kijk hoe opslag in opwekprojecten en gebiedsopgaven opgenomen kan worden. Als gemeente zijn we sturend op de strategie. Voor de uitvoering ligt de regie veelal niet bij de gemeente.

  • Resultaat:

    • 1.

      Ontwikkelstrategie opslag

    • 2.

      Ontwerp en realisatie van toepassingen op bedrijventerreinen en in woonwijken

  • Tijdspanne: vanaf 2026

  • Trekker ontwikkelstrategie: gemeente Weert (regisserend)

  • Partners ontwikkelstrategie: WeertEnergie, RES NML, Enexis, inwoners, bedrijven en marktpartijen

  • Trekker ontwerp en realisatie: marktpartijen (waaronder inwoners en bedrijven)

  • Partners ontwerp en realisatie: gemeente Weert

2.3 Energie voor en door Inwoners

De verduurzaming van onze woningen zal de komende jaren veel aandacht blijven vragen. De gemeente voert samen met partners zoals WeertEnergie de isolatiestrategie uit voor de bestaande woningvoorraad. De bestaande projecten op gebied van isolatie en kleine maatregelen zetten we voort. We breiden ook uit naar andere gebieden en andere technieken zoals warmtepompen, opwekken, opslaan, ventileren et cetera.

De aandacht die energie nu al in van onze bestaande woningvoorraad krijgt, moet eenzelfde aandacht krijgen bij nieuwe woningbouwprojecten en in stadsvernieuwingsprojecten. De woonwijken van de toekomst zijn netbewust en zo veel mogelijk zelfvoorzienend. Er gaat veel tijd en energie in zitten om naar die manier van (her)ontwikkelen te komen, zowel binnen als buiten de gemeente.

In bestaande en nieuwe wijken is duidelijkheid over de toekomstige warmtebron van groot belang. Veelal wordt er nu voor warmtepompen gekozen, maar er zijn ook ander technieken beschikbaar die soms ook op kleinere schaal interessant kunnen zijn. In het nieuwe Warmteprogramma wordt –gemeentebreed- een actuele bronnenstrategie uitgewerkt.

Doelstelling 4: We willen grote stappen zetten in energiebesparing met isolatie in woningen. We willen daarbij alle doelgroepen bereiken. We zetten in op jaarlijks 500 maatregelen. Daarna willen we opschalen naar andere verduurzamingstechnieken. Tevens willen we voor heel Weert zicht hebben op de mogelijke toekomstige duurzame warmtetechnieken en -bronnen.

  • We zijn in 2025 gestart met het uitrollen van onze lokale isolatieaanpak in Groenewoud, Biest en Boshoven en bereiken daarmee ongeveer 250 woningen die mee willen doen . Het betreft hier inwoners met een matig geïsoleerde koopwoning. Inwoners met een krappere beurs worden financieel extra ondersteund.

  • We bereiken we een deel van de doelgroep in deze wijken. Dit zijn uitsluitend eigenaar-bewoners met een matig tot slecht geïsoleerde woning. We willen uiteindelijk alle doelgroepen bereiken en een aanbod kunnen doen. Uiteraard is het aan de inwoners of ze wel of niet meedoen.

  • Daarnaast willen we alle wijken in Weert bereiken. Daarvoor start eind 2025 de gezamenlijke aanpak die met de RES Noord- en Midden-Limburg is ontwikkeld. Ook deze aanpak richt zich op eigenaar-bewoners met een matig tot slecht geïsoleerde woning.

  • We denken in de komende jaren met onze lokale strategie 250 maatregelen te bereiken. Met de RES NML aanpak denken we 250 maatregelen te bereiken. Daarnaast zullen inwoners die zelfstandig en zonder hulp werken ook maatregelen uitvoeren. Daar hebben we geen grip op.

  • Naast isoleren moeten we verder kijken in het verduurzamen van onze woningen. Want andere maatregelen zoals energie opwekken (zon op dak), opslaan (batterijen), laden (vooral voor auto’s), op het juiste moment gebruiken (energie-management) en zaken zoals ventileren en een meterkast, moeten uiteindelijk samengebracht worden. We ontwikkelen de stimulerings- en ontzorgingsprogramma’s naar onze inwoners dan ook continu door.

  • Om onze doelen te bereiken is er een alternatief voor de Warm Wonen Winkel nodig. Het alternatief moet een laagdrempelige en actieve benadering van doelgroepen mogelijk maken.

Project 4: Door ontwikkelen stimuleringsprojecten voor onze inwoners

  • De lokale en regionale aanpak vertalen we naar alle eigenaar-bewoners in heel Weert. Verschillende doelgroepen vragen daarbij een verschillende benadering. We richten ons de rest van 2025 op het optimaliseren van de bestaande lokale en regionale aanpak. Daarna komt de verbreding van de doelgroepen aan bod.

  • Met alleen de eigenaar-bewoners blijven er doelgroepen buiten beeld. We willen iedere Weertenaar helpen met isoleren. Daarom ontwikkelen we een aanpak voor huurders en verhuurders. De woningcoöperaties hebben het eigen bezit al goed op orde. Toch zijn ook hier verdere stappen te zetten.

  • Geïsoleerde woningen zijn klaar voor de volgende stappen. Daarbij gaat het om de duurzame warmteoplossing (zoals warmtepompen), opslag, elektrisch laden, energiemanagement, de meterkast en ventilatie. De stap van isoleren naar een totale verduurzamingsaanpak is groot. We willen ervaring opdoen in een wijk of bij een doelgroep. Daarmee kunnen we experimenteren wat er nodig is om deze stap te zetten en welke rollen, partijen en inzet hierbij nodig zijn. Deze volgende stappen zullen zeker de komende 10 jaar (en mogelijk langer) in de praktijk gebracht gaan worden.

  • Resultaten:

    • 1.

      Een pragmatische aanpak waarin we alle eigenaar-bewoners bereiken

    • 2.

      Een aanpak en aanbod waarmee we de huurders en verhuurders kunnen helpen

    • 3.

      Een aanpak en aanbod waarmee we de pilot-doelgroep in een totaalaanpak kunnen helpen

  • Tijdspanne: 2026-2030 en verder

  • Trekker: Gemeente, WeertEnergie, RES NML

  • Partners: Wonen Limburg, WoonIk, Enexis, ondersteuning adviesbureaus

Project 5: Opstellen Warmteprogramma

  • Het Warmteprogramma is de opvolger van de Transitie Visie Warmte uit 2021. In het Warmteprogramma worden keuzes gemaakt voor technieken en de snelheid waarmee we naar een aardgasvrij Weert bewegen. Warmtenetten lijken zeer moeizaam haalbaar in Weert. We gaan daarom nu in projecten uit van voor namelijk individuele warmtepomp oplossingen. In het Warmteprogramma worden deze keuzes geactualiseerd en wordt daar een programmatische aanpak aan gekoppeld.

  • In het Warmteprogramma wordt ook de relatie met de netverzwaring van Enexis en de uitbreiding van woningen en economie gelegd. We plannen en prioriteren welke wijken en doelgroepen klaar zijn voor de volgende stappen. Dit doen we in afstemming met geplande gebiedsontwikkelingen en netverzwaring door Enexis.

  • Ook nieuwe plannen voor wonen en economie, de ruimte op het netwerk, samenhang met buurgemeenten en andere ingrepen in de ondergrond worden meegenomen in het Warmteprogramma

  • Resultaat: Een actueel Warmteprogramma met inzicht in techniek, locaties en snelheid

  • Tijdspanne: 2025-2026

  • Trekker: Gemeente Weert

  • Partners: Enexis, Wonen Limburg, WoonIk

Doelstelling 5: We zorgen voor energiebewuste ontwikkeling van nieuwe woonwijken en herontwikkeling van bestaande wijken.

  • Het energienetwerk is niet toereikend om grote extra hoeveelheden elektriciteit te verplaatsen en gebruiken. Aanpassen van de infrastructuur duurt nog vele jaren. Dit terwijl we de komende jaren in Weert ambities hebben om wijken te herontwikkelen en nieuwe wijken en bedrijventerreinen te ontwikkelen. Deze ontwikkelingen gaan niet samen.

  • Naast de infrastructuur is efficiënt omgaan met energie altijd van waarde voor klimaat en portemonnee. Het lijkt erop dat netcongestie niet weggaat; ook niet over 10 jaar.

  • Slimmer omgaan met energie, energie opwekken én opslaan waar het gebruikt wordt en daar waar mogelijk zelf voor zorgen zijn daarom ons uitgangspunt.

  • Dat doen we via holons waarin opwekken, gebruiken en opslaan bij elkaar komen. Vervoer en elektrisch laden maken hier onderdeel van uit.

Project 6: Ontwikkelen en toepassen van een handelingsperspectief voor woonwijken

  • We zullen anders met onze energie in gebiedsontwikkelingen om moeten gaan. Of het nu om de herontwikkeling van bestaande of de ontwikkeling van nieuwe wijken gaat. Dit vraagt om zoveel mogelijk energie lokaal op te wekken en die ook zoveel mogelijk binnen de wijk te benutten. Dat is technisch gezien een opgave, maar ook juridisch, financieel en organisatorisch. Want hoe verhouden opwek, gebruik en opslag zich tot elkaar? Hoe betalen we dat? Van wie is het en wie is verantwoordelijk als er iets misgaat? We willen een praktisch handelingsperspectief dat we in concrete cases gaan testen en vervolgens uitrollen.

  • Resultaten:

    • 1.

      Energetisch handelingsperspectief voor woonwijken

    • 2.

      Testcases waarin het handelingsperspectief wordt getest en verbeterd

    • 3.

      Opschaling naar iedere nieuwe en bestaande woonwijk

  • Tijdspanne: 2026-2030 en verder

  • Trekker startfase: Gemeente Weert

  • Partners startfase: Inwoners, Enexis, projectontwikkelaars

  • Trekker uitvoeringsfase: Inwoners, projectontwikkelaars

  • Partners uitvoeringsfase: Gemeente Weert, Enexis

2.4 Energie voor en door Bedrijven

We willen de ontwikkeling van het bedrijfsleven mogelijk maken zonder in totaliteit meer energie te gaan gebruiken. Dit betekent dat we ook hier een grote slag moeten slaan op bestaande en nieuwe terreinen. Zoals gezegd gebruiken bedrijven in Weert ongeveer 40% van de totale energie in de gemeente. Daarmee zijn het erg belangrijke partners in de energietransitie. Bestaande bedrijven moeten stevige stappen zetten om de bedrijfsprocessen te verduurzamen. Daarnaast zijn het grote vragers op de energiemarkt. In de situatie van netcongestie gaan ze een grote rol spelen. In de verduurzaming van de bedrijfsprocessen zal er een forse hoeveelheid meer elektriciteit nodig zijn in de toekomst. In de huidige situatie van netcongestie is dat een forse opgave. De wachtlijsten bij Enexis zijn lang. Bedrijven moeten tot wel 8 jaar wachten voordat ze een grotere elektriciteitsaansluiting krijgen. Dat is een zeer slechte situatie voor de bedrijven en de werkgelegenheid in Weert. Bedrijven hebben hulp nodig bij het verduurzamen en het vinden van oplossingen om ondanks netcongestie toch stappen in de verduurzaming en de economische continuïteit te kunnen zetten.

Afb. 4.1 Wachtlijst op onderstation Weert
Afbeelding2.jpgBron: Tennet / Parkmanagement Weert

Bedrijventerreinen zijn de ruimtelijke locaties waar de meeste bedrijven geclusterd bij elkaar gevestigd zijn. Bedrijven kunnen via samenwerking op een bedrijventerrein veel effectiever en efficiënter met energie omgaan. Tegelijk kunnen bedrijven ook individueel aan de slag. We werken aan energiehubs op de bedrijventerreinen. Dit doen we volgens het 4 x 25 principe. Daarin streven we naar 25% besparing, 25% opwek, 25% opslag en 25% onderling uitwisselen van energie. Ieder bedrijf kan energie besparen en bijna ieder bedrijf kan een deel van haar energie zelf opwekken. Opslag en uitwisselen van energie is vaak in een samenwerking effectiever.

Met de bedrijventerreinen hebben we slechts een deel van de Weerter bedrijven in beeld. We streven naar een situatie waarin ieder bedrijf geholpen kan worden en de weg weet te vinden naar die hulp. Daar willen we de komende jaren op inzetten; samen met onze partners in de gemeente en de regio.

Niet in de laatste plaats hebben we de ambitie om 30 hectare nieuw bedrijventerrein te realiseren. Deze groei zal op een energiebewuste manier moeten plaatsvinden. Energiebewust ontwikkelen is noodzakelijk, omdat er de komende jaren nauwelijks nieuwe elektriciteitsaansluitingen worden afgegeven, maar vooral omdat het gebruik van schone energie en efficiënt omgaan met energie de nieuwe norm is. Dit vraagt om een goed doordachte energiehuishouding vanaf de eerste stappen in de planprocessen.

Doelstelling 6: We willen samenwerking en Energiehubs op ieder bedrijventerrein in Weert realiseren. Daarnaast willen we zorgen dat er een ondernemersplatform voor alle bedrijven in Weert komt.

  • Energiehubs gaan een cruciale rol spelen in het bereiken van voldoende energie voor Weert. We streven uiteindelijk naar energiehubs op alle bedrijventerreinen. Binnen de energiehubs is een variatie aan maatregelen mogelijk. Besparen, opwekken, opslaan en uitwisselen zijn hiervan de ingrediënten. Oplossingen kunnen individueel en collectief tot stand komen.

  • De energiehubs hebben waar mogelijk op termijn ook een rol om het energiesysteem te balanceren en woonwijken en andere voorzieningen mogelijk te maken. In de energiehubs wordt opwekken, gebruiken en opslaan van energie bij elkaar gebracht. Naast elektriciteit gaat het ook om warmte en duurzame gassen. Logistiek, laadpleinen en opslag kunnen een belangrijke positie innemen in de ontwikkeling van de hubs.

  • Het tot stand brengen van energiehubs vraagt een lange adem. Samenwerking op gebied van energie is betrekkelijk nieuw. Wetgeving en praktijk rond techniek, organisatie, financiering en juridische borging ontwikkelen zich nog volop. We hebben vooral een faciliterende rol in de opstart. Op termijn moeten de energiehubs en samenwerkingen zelfstandig kunnen opereren.

  • Ook ondernemers buiten de bedrijventerreinen hebben ondersteuning nodig. Verschillende initiatieven op regionaal en provinciaal niveau hebben tot nu toe onvoldoende opgeleverd. We willen dat ondernemers zichzelf wegwijs kunnen maken. We willen helpen bij het leggen van verbindingen naar kennis, adviseurs en subsidiemogelijkheden.

  • Verschillende initiatieven op regionaal en provinciaal niveau hebben nog niet het effect gehad wat nodig is. We willen daarbij in een passende rol helpen, net zoals we voor onze inwoners doen. We streven naar het in positie brengen van lokale partners.

Project 7: Realiseren van energiehubs op alle bedrijventerreinen

  • Op Kampershoek en Kempen-Kanaalzone spelen concrete problemen en kansen. Daarom zijn we op deze terreinen gestart. We werken de 4 x 25 aanpak hier stapsgewijs uit. We vinden het belangrijk dat alle ondernemers op de terreinen perspectief geboden kan worden. We werken hier samen met de bedrijven en bedrijvenverenigingen. Daarnaast trekken we intensief op met Parkmanagement Weert, WeertEnergie en de Rabobank.

  • Ook op de andere terreinen verkennen we stapsgewijs de kansen voor energiehubs. Op Savelveld worden met OML (Ontwikkelingsmaatschappij Midden- Limburg) eerste stappen gezet.

  • Resultaat:

    • 1.

      Per terrein concreet perspectief op een verbeterd ondernemersklimaat ten aanzien van energie op individueel en collectief niveau.

    • 2.

      Uitvoering van eerste deelprojecten vanaf 2026.

  • Tijdspanne: 2025-2030 en verder

  • Trekker: Consortium Green Deal: Gemeente Weert, Parkmanagement Weert, WeertEnergie, Rabobank

  • Partners: bedrijven, Enexis, RES NML, provincie Limburg

Project 8: Mogelijk maken regionaal of provinciaal ondernemersplatform

  • Het is dringend nodig een platform op te richten voor de omgang met energie. Veel bedrijven lopen vast en komen niet verder. De schaal waarop een dergelijk platform wordt ingericht is belangrijk. Het platform moet robuust zijn, de juiste kennis en faciliteiten moeten beschikbaar zijn en het moet langjarig bekostigd kunnen worden. Vanuit Provincie Limburg wordt verkend welke mogelijkheden er zijn. We willen hier vanuit Weert in faciliteren en mogelijk een voortrekkersrol als pilot in nemen.

  • Resultaat: Een platform waar ondernemers kennis en expertise kunnen vinden hun bedrijf te verduurzamen.

  • Tijdspanne: 2026-2027

  • Trekker: Nader te bepalen, mogelijk provincie Limburg

  • Partners: Gemeente Weert, Parkmanagement Weert, WeertEnergie

Doelstelling 7: We zetten in op energiebewuste ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en herontwikkeling van bestaande terreinen.

  • Het energienetwerk is niet toereikend om grote hoeveelheden extra elektriciteit te verplaatsen en gebruiken. Aanpassen van de infrastructuur duurt nog vele jaren.

  • Dat betekent dat we op een andere manier naar de ontwikkeling van nieuwe en de herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen om moeten gaan. We moeten in iedere ontwikkeling de energievoorziening zo vroeg mogelijk in de planvorming meenemen en aan concrete oplossingen werken om (her) ontwikkeling mogelijk te maken.

  • Naast de infrastructuur is efficiënt omgaan met energie altijd van waarde voor klimaat en portemonnee.

Project 9: Ontwikkelen en toepassen van een handelingsperspectief voor nieuwe bedrijventerreinen

  • Er zijn steeds meer voorbeelden van terreinen die met de beperkingen van netcongestie toch tot ontwikkeling komen. We moeten in Weert die stap ook zetten. We doen dit volgens de principes van energiehubs en energiegemeenschappen. Daarbij organiseren we zo veel mogelijk decentraal en met lokale en regionale partners. We ontwikkelen een praktisch handelingsperspectief dat we direct in concrete cases gaan uitwerken en in de toekomst uit kunnen rollen op andere nieuwe terreinen.

  • Resultaten:

    • 1.

      Energetisch handelingsperspectief voor bedrijventerreinen

    • 2.

      Testcase waarin het handelingsperspectief wordt getest en verbeterd

    • 3.

      Opschaling andere nieuwe bedrijventerreinen

  • Tijdspanne: 2025-2030 en verder

  • Trekker handelingsperspectief: Gemeente Weert

  • Partners handelingsperspectief: Bedrijven, Enexis, projectontwikkelaars

  • Trekker test- en opschalingsfase: Bedrijven, projectontwikkelaars

  • Partners test- en opschalingsfase: Gemeente Weert, Enexis

2.5 Energiesysteem en infrastructuur

Netcongestie betekent dat we niet voldoende energie van de aanbieder naar de vrager kunnen transporteren. Hierdoor staan veel ontwikkelingen op gebied van wonen, economie en andere voorzieningen onder grote druk. Er moet gebouwd worden aan een nieuw energiesysteem. Daarin spelen netbeheerders TenneT, Enexis en Gasunie een cruciale rol op landelijk en regionaal niveau. Op dat niveau kan Weert weinig meer doen dan in beeld brengen wat we nodig hebben en daarvoor lobbyen.

Wel moeten we samen met Enexis het laagspanningsnet op orde brengen, om de grotere hoeveelheden elektriciteit in onze wijken en naar onze woningen en voorzieningen te kunnen brengen. In onze gemeente is er bijna 200 kilometer aan nieuwe kabels nodig en 256 nieuwe elektriciteitshuisjes.

In de tussentijd moeten we het maximale uit ons bestaande netwerk zien te halen. Daar kunnen we wel veel doen, door energie effectiever en efficiënter te gebruiken en door te delen binnen onze woonwijken en bedrijventerreinen. Die manier van denken en werken, past bij het toekomstige energiesysteem dat meer decentraal gaat worden. Lokaal doen, wat lokaal kan. Van buiten halen, wat extra nodig is. Dat werken in energieholons en -hubs is in de projecten onder de thema’s inwoners en bedrijven opgenomen. Het zijn echter cruciale onderdelen van het toekomstige energiesysteem. Het realiseren van opslag, flexibiliteit en slim energiemanagement horen daarbij.

Doel 8: We waarderen het laagspanningsnet de komende jaren op. Hiervoor richten wij met de omringende gemeenten (Cranendonck, Leudal en Nederweert) een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie in.

  • Onze huizen gaan steeds minder aardgas en steeds meer elektriciteit gebruiken doordat er elektrisch gekookt en verwarmd wordt. Onze bedrijven gaan van productieprocessen op aardgas ook voor delen over op elektriciteit. Dat vraagt een grootschalige ingreep in het bestaande laagspanningsnet in de wijken en op de bedrijventerreinen.

  • We moeten in Weert 256 elektriciteitshuisjes en 189 kilometer extra elektriciteitskabel aanleggen.

  • Onze omliggende gemeenten hebben een vergelijkbare opgave. We werken samen om de uitvoering effectief en efficiënt te laten verlopen.

Project 10: Realisatie verzwaring laagspanning

  • De elektriciteitshuisjes en extra kabels worden gefaseerd in de wijken en op de bedrijventerreinen aangelegd. In de gezamenlijke projectorganisatie moeten de locaties van de elektriciteitshuisjes en kabels duidelijk worden, er moet grond beschikbaar komen en er moet gecommuniceerd en geparticipeerd worden met de samenleving.

  • Resultaat: Efficiënt en effectieve uitvoering van de eerste wijken

  • Tijdspanne: 2025 – 2030 en verder

  • Trekker: Enexis

  • Partners: Gemeenten Weert, Cranendonck, Leudal, Nederweert

Doelstelling 9: Afstemming en planning programmatische ambities en lobby extra infrastructuur

  • Om de ambities uit de Ruimtelijk Ontwikkelstrategie waar te kunnen maken is het noodzakelijk dat het energiesysteem hierop ingericht is. Op laagspanningsniveau worden daarvoor de eerste stappen gezet (doel 10).

  • Op hoog- en middenspanningsniveau hebben we te maken met de onderstations Nederweert (gelegen op bedrijventerrein Kampershoek), onderstation Weertheide (gelegen op bedrijventerrein Kempen) en onderstation Kelpen (gelegen in Leudal).

  • We moeten uit deze bestaande onderstations de maximale mogelijkheden benutten.

  • Daarnaast moeten we zorgen dat we stappen zetten om de noodzaak van een extra onderstation veilig te stellen.

Project 11: Integraal programmeren en lobby benodigde infrastructuur

  • We weten dat de capaciteit van bestaande onderstations op het hoogspanningsnet (Tennet) zeer beperkte ruimte bieden. Aan de middenspanningskant (Enexis) is nog wel ruimte. Dat betekent dat we scherp in beeld moeten brengen hoe we optimaal gebruiken maken van de ruimte die er beschikbaar is en komt. Dit doen we op het niveau van de onderstations: voor onderstation Nederweert stemmen we af met de gemeente Nederweert; voor het onderstation Kelpen doen we dit met Leudal. Het onderstation Weertheide voedt alleen de gemeente Weert. Door samen met de andere gebruikers van het onderstation te programmeren, kunnen we een passende planning maken.

  • De bestaande onderstations lijken niet in staat om de programmatische ambities van Weert (en Nederweert en Leudal) te voorzien. Een extra onderstation is daarom nodig. In het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Limburg is daarom een verkenning naar een extra onderstation opgenomen. Er dient van verkenning naar concreet project gekomen te worden. Daarnaast is het noodzaak om in breder verband meer grip op de benodigde infrastructuur te krijgen en hoe Weert zich hierin kan positioneren. Daarvoor zoeken we de verbindingen binnen Limburg en naar Brainport op.

  • Resultaten:

    • 1.

      Integrale planningen op ieder onderstation

    • 2.

      Duidelijkheid over noodzaak en mogelijkheden extra vermogen en onderstations

  • Tijdspanne: 2026-2030 en verder

  • Trekker: Gemeenten Weert, Nederweert, Leudal, Cranendonck

  • Partners: Enexis, RES NML, Provincie Limburg, Metropoolregio Eindhoven

3 Samenwerking, capaciteit en middelen

3.1 Verbinding en vooruitgang

Energie wordt steeds meer decentraal opgewekt en de energietransitie wordt ook lokaal en regionaal steeds zichtbaarder in de leefomgeving. De energietransitie is een complexe maatschappelijke opgave. Hier staan we als gemeente Weert uiteraard niet alleen voor aan de lat. Samen met inwoners, bedrijven, WeertEnergie, de netbeheerder Enexis, woningcorporaties, projectontwikkelaars, kennisinstellingen en andere partijen zorgen we dat expertise en middelen bij elkaar worden gebracht om gezamenlijk oplossingen te vinden voor deze complexe opgave.

De schaarste aan ruimte en infrastructuur is een urgent, vaak gemeenteoverstijgend vraagstuk. Daarom is het cruciaal om samen te werken op verschillende schaalniveaus (lokaal en regionaal). Door vraag en aanbod van energie beter op elkaar af te stemmen en op te slaan is er ook minder transport en dus aanleg van infrastructuur nodig.

Evenals het Rijk, hanteren wij als uitgangspunt dat het energiesysteem per definitie gebiedsgericht wordt vormgegeven en een integraal onderdeel vormt van de ruimtelijke ordening. Energie is een randvoorwaarde voor ontwikkelingen in de gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit en landbouw. Dit betekent dat de beschikbaarheid van energie en de impact van het energiesysteem in een vroeg stadium wordt meegenomen bij ruimtelijke keuzes. Ook betekent dit dat ruimtelijke aspecten worden meegenomen bij keuzes die gemaakt worden ten aanzien van het energiesysteem.

3.2 Samenwerking en participatie

Om onze doelen uit het Energieperspectief en programma te bereiken werken we op verschillende schaalniveaus met verschillende partners samen. Dit doen we volgens een samenwerkingsstrategie die voor ons meerwaarde heeft en waar we resultaten mee bereiken.

Regionaal werken we op strategisch niveau samen in de RES Noord- en Midden-Limburg. Meerwaarde in deze samenwerking zit met name in kennisuitwisseling – en deling, ondersteuning vanuit de RES NML door middel van expertise (onderzoeken, het gebruikmaken van tools en handreikingen) en het inzetten van lobbycapaciteit richting provincie Limburg, netbeheerders en het Rijk.

Naar aanleiding van het eerdergenoemde Expertrapport Energiesysteem van de Toekomst, werken we sub regionaal samen met de gemeenten Nederweert, Leudal en Cranendonck aan een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening. Deze samenwerking sluit aan op de samenwerking in RES NML verband en is tactisch en uitvoerend van aard.

Op lokaal niveau werken we samen in projecten met onder andere inwoners, bedrijven, Enexis, WeertEnergie, woningcorporaties, projectontwikkelaars, parkmanagement, onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties.

3.3 Programmatische inzet

Voor het programma is over de periode 2026 tot en met 2030 ruim 2,6 miljoen euro nodig. Dit zijn kosten voor onderzoek, plan- en projectontwikkeling. De thema’s Energie voor en door Inwoners en Energie voor en door Bedrijven vragen de grootste inzet. Daarin zijn de aanpakken in bestaande en nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen opgenomen. Ongeveer 40% van de kosten dragen we binnen de gemeente Weert vanuit de energietransitie. De rest van de kosten komt vanuit projecten en samenwerkingspartners. Ook werven we ruim €500.000 aan subsidies en fondsen.

Voor het programma is daarnaast nog ruim 1,1 miljoen euro nodig. Ruim 1 miljoen euro kunnen we dekken uit de reserve energietransitie. Het overige bedrag van ruim €100.000 dekken we uit de CDOKE-middelen.

De personele inzet wordt vanuit de meerjarenbegroting, specifieke uitkeringen en de CDOKE-middelen vanuit het Rijk gedekt. Ten slotte betalen we een jaarlijkse bijdrage van €132.000 vanuit de CDOKE-middelen aan de RES NML. Bij de programmabegroting 2026 worden twee prioriteiten aangevraagd. Dit in de vorm van €110.000,- structureel voor het thema Energie voor en door Bedrijven. Daarnaast voor de periode 2028 tot en met 2031 jaarlijks incidenteel €90.000,- voor het thema Energiesysteem en Infrastructuur.

3.4 Voortgang en monitoring

Het Energieperspectief, de doelen en projecten richten zich op 2030. De precieze uitvoering stellen we jaarlijks bij waar nodig op basis van monitoring. De verwachting is nu dat het Energieperspectief voldoende houvast geeft voor een langere periode, maar ook dat gaan we monitoren. Dat kan aanleiding zijn voor een tussentijdse herijking. We monitoren actief met een dashboard zodat we tijdig kunnen bijstellen, ingrijpen of zelfs stoppen met acties. Dat dashboard is voor iedereen toegankelijk. Jaarlijks geven we in een voortgangsrapportage de stand van zaken weer. Deze rapportage delen we met de gemeenteraad.

Afbeelding3.jpg

Bijlage I Geografische Informatieobjecten

Deze regeling bevat geen GIO informatie.

Naar boven