Beleidsnota Bestaanszekerheid voor iedereen

De gemeenteraad van de gemeente Lingewaard heeft op 1 oktober 2025 de beleidsnota Bestaanszekerheid voor iedereen vastgesteld. Deze beleidsnota treedt in werking op de dag na bekendmaking en geldt als beleidskader voor de uitvoering van het gemeentelijk beleid op het terrein van werk, inkomen en schuldhulpverlening.

 

De raad van de gemeente Lingewaard;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard d.d. 2 september 2025;

 

gehoord de behandeling tijdens de Politieke Avond d.d. 25 september 2025;

 

besluit:

 

  • 1.

    De beleidsnota Bestaanszekerheid voor iedereen vast te stellen.

Voorwoord

Bestaanszekerheid betekent dat iedereen in Lingewaard de rust en ruimte ervaart om te leven, te groeien en mee te doen. Het gaat daarbij om méér dan het hebben van een inkomen. Het gaat ook om een veilig thuis, goede zorg, kansen om te werken of te leren en een sterk sociaal netwerk. Wanneer die basis op orde is, ontstaat er perspectief – voor vandaag én voor de toekomst.

 

In Lingewaard geloven we dat iedereen ertoe doet. We werken samen met inwoners, maatschappelijke partners en ervaringsdeskundigen om ervoor te zorgen dat ondersteuning toegankelijk, bereikbaar en op maat is. Zo bouwen we aan een samenleving waarin meedoen vanzelfsprekend is en waar we elkaar de hand reiken als het even tegenzit.

 

Tegelijkertijd realiseren we ons dat het niet altijd eenvoudig is om die basis voor bestaanszekerheid te bereiken. Zoals ervaringsdeskundige en publicist Tim ’S Jongers in zijn boek Armoede uitgelegd aan mensen met geld uitlegt: veel mensen ervaren een web van regels en formulieren dat moeilijk te doorgronden is. Zelf je weg vinden in dat woud, vaak midden in een periode van stress en onzekerheid, is voor veel inwoners lastig. Daarom kiezen we in deze beleidsnota voor eenvoud, duidelijke taal en minder drempels.

 

We investeren in preventie, versterken de (tijdelijke) ondersteuning en helpen inwoners vooruit naar meer zelfstandigheid en kansen. Daarbij zetten we in op wat wél mogelijk is, en benutten we de kennis en ervaring die in onze gemeenschap aanwezig is.

Samen zorgen we voor een sterke basis voor bestaanszekerheid, zodat iedere Lingewaarder met vertrouwen de toekomst tegemoet kan zien.

 

Samenvatting

Bestaanszekerheid is een randvoorwaarde voor het welzijn van onze inwoners. De gemeente Lingewaard wil dat alle inwoners kunnen meedoen in de samenleving, zonder voortdurende zorgen over hun inkomen, werk en schulden. Daarom werken we samen met inwoners en partners aan drie ambities: rondkomen en meedoen, leven zonder geldzorgen en duurzaam aan het werk. Deze ambities zijn uitgewerkt in speerpunten en vormen de basis voor onze aanpak, waarin eenvoud, duidelijkheid en vertrouwen centraal staan. Zo versterken we de eigen regie van inwoners en vergroten we hun perspectief op de toekomst. Op basis van de beleidsnota Bestaanszekerheid voor iedereen stellen we tweejaarlijks een uitvoeringsagenda op.

 

 

HOOFDSTUK 1 Inleiding

In de beleidsnota Bestaanszekerheid voor iedereen staat waarop we als gemeente inzetten als het gaat om bestaanszekerheid. Wat onze visie, ambitie en speerpunten zijn. Doel van onze inspanningen is dat inwoners zelf of samen met anderen kunnen beschikken over voldoende financiële middelen om zich als mens te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. 

 

Meedoen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. In Nederland heeft ongeveer één op de zes volwassen te maken met (dreigende) bestaansonzekerheid1. Deze mensen ervaren niet alleen onzekerheid over een stabiel inkomen en hun financiën, maar vaak ook over hun gezondheid, huisvesting, ontwikkelingskansen en sociaal netwerk.

 

Een gebrek aan bestaanszekerheid heeft grote gevolgen voor het leven van inwoners. Zo hebben mensen met (dreigende) bestaansonzekerheid vaker last van fysieke en psychische gezondheidsklachten. Armoede en schulden of onzekerheid over werk kunnen leiden tot stress en hebben daarmee een negatief effect op iemands welbevinden. Er is ook een link te zien tussen inwoners die moeite hebben met rondkomen en andere problemen, bijvoorbeeld op het gebied van (jeugd)zorg. Zo blijkt dat kinderen uit gezinnen met problematische schulden vaker jeugdzorg hebben (5,8 procent) dan gezinnen zonder problematische schulden (2,8 procent)2. Daar komt bij dat inkomensonzekerheid stress bij ouders en het gezin veroorzaakt, wat ervoor zorgt dat (jeugd)zorgbehandelingen minder effectief zijn.

 

Een sociaal netwerk kan mensen met weinig bestaanszekerheid steun bieden. Het gaat daarbij niet alleen om financiële ondersteuning en informatie, maar ook om emotionele, sociale en praktische steun. Maar veel mensen met weinig bestaanszekerheid missen zo'n sociaal netwerk. Daardoor voelen zij zich vaak eenzaam en alleen. Soms kiezen mensen er vanwege schaamte, onzekerheid en gebrek aan zelfvertrouwen zelf voor om geen hulp te vragen. Vaststaat dat bestaanszekerheid het leven van inwoners die door een ondergrens (dreigen te) zakken op meerdere manieren raakt.

 

Bestaanszekerheid is daarmee een complex vraagstuk. Om de doelen uit deze beleidsnota te bereiken, is het noodzakelijk om eerst kleine stappen te zetten. Een concrete uitwerking van de ambities en speerpunten volgt daarom in een uitvoeringsagenda bestaanszekerheid, welke om de twee jaar wordt bijgesteld.

Wat verstaan wij onder bestaanszekerheid?

Zoals benoemd in de Taskforce Strategische Agenda Sociaal Domein vult de VNG bestaanszekerheid breed in, aan de hand van vier pijlers3:

  • 1.

    Inkomenszekerheid: inwoners hebben zekerheid op voldoende en voorspelbaar inkomen om in hun levensonderhoud te voorzien.

  • 2.

    Werkzekerheid: inwoners hebben de zekerheid om door betekenisvol werk en/of zinvolle dagbesteding mee te kunnen doen in de maatschappij.

  • 3.

    Menselijke maat: overheid benadert burgers vanuit vertrouwen en empathie en sluit aan bij de situatie van inwoners. Hiermee geven we inwoners de zekerheid dat ze gesteund worden door de overheid wanneer dat nodig is.

  • 4.

    Basisvoorzieningen wonen en zorg: het hebben van een plek om te wonen en goede zorg zijn basale zekerheden om te kunnen werken en leven.

Deze brede visie op bestaanszekerheid beslaat zowel het sociale als het ruimtelijke domein en is voor een deel verankerd in bestaand beleid en de uitvoering: het beleidsplan sociaal domein Iedereen hoort erbij, de Taskforce Strategische Agenda Sociaal Domein, de Nota Inclusie en diversiteit en het Uitvoeringsplan onderwijskansenbeleid, maar ook de Nota Wonen en de Woonzorgvisie.

 

In deze beleidsnota geven we overkoepelend vanuit het sociaal domein invulling aan de opgave bestaanszekerheid voor iedereen. Om dit op een werkbare manier te kunnen vertalen van beleid naar uitvoering, sluiten we ook aan bij de definitie van de Commissie Sociaal Minimum4:

 

Iedere Lingewaarder is in staat om zichzelf en – indien van toepassing – het gezin te kunnen voorzien in de noodzakelijke levensbehoeften (zoals wonen, zorg en energie), maar ook om actief te kunnen meedoen in de samenleving (zoals onderwijs, werk, sociale en culturele activiteiten en sport) en te beschikken over voldoende buffers om onverwachte uitgaven en financiële tegenvallers op te vangen..

 

Deze definitie geeft richting aan wat inwoners minimaal nodig hebben om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Vanuit de Participatiewet is bestaanszekerheid onlosmakelijk verbonden aan de bijstand, schuldhulpverlening, participatie en werk. Werk is uiteindelijk de meest duurzame weg naar bestaanszekerheid.

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk beschrijven we de beleidsmatige context van bestaanszekerheid. We beschrijven relevante wet- en regelgeving, trends in de samenleving en specifieke kenmerken en uitdagingen in onze gemeente. In het derde hoofdstuk formuleren we onze gemeentelijke visie op bestaanszekerheid. De visie vormt de basis voor onze beleidskeuzes. In het vierde hoofdstuk vertalen we de visie naar ambities en speerpunten. We geven aan wat we de komende jaren willen bereiken en welke acties we ondernemen om dit te realiseren. Tot slot geven we in hoofdstuk vijf inzicht in de financiële kaders en lichten we in hoofdstuk zes toe hoe we uitvoering geven aan het beleid. In de bijlage vindt u een begrippenlijst en een toelichting op de participatierotonde.

HOOFDSTUK 2 Achtergrond

Bestaanszekerheid is een sociaal grondrecht dat is vastgelegd in de Grondwet. Iedereen heeft recht op een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, de zekerheid van werk, een betaalbare woning en toegang tot onderwijs en zorg. Dat is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Bestaanszekerheid is een randvoorwaarde voor het welzijn van alle inwoners.

Landelijke ontwikkelingen

Er is een toenemende aandacht voor bestaanszekerheid in het politieke en maatschappelijke debat. Zowel Rijk als gemeenten hebben de afgelopen jaren aanvullende maatregelen genomen om inwoners tijdelijk door crises heen te helpen. Maar om de bestaanszekerheid van mensen te versterken en hen uit een stressvolle en weinig productieve overlevingsmodus te krijgen, zijn structurele maatregelen nodig.

 

Het Rijk is verantwoordelijk voor een toereikend sociaal minimum. Dit betekent dat het inkomen van alle Nederlanders voldoende moet zijn om de minimaal noodzakelijke uitgaven te kunnen doen, zonder afhankelijk te zijn van verschillende lokale regelingen en loketten.

 

In 2023 verschenen meerdere rapporten over bestaanszekerheid, waaronder het essay Bestaanszekerheid als belofte van de VNG en de tweedelige rapporten Een zeker bestaan van de Commissie Sociaal Minimum. Deze publicaties maken duidelijk dat gemeenten de afgelopen jaren steeds meer verantwoordelijkheden hebben gekregen op het gebied van inkomensondersteuning en armoedebestrijding. Dit gebeurde zowel op eigen initiatief als op verzoek van het Rijk.

 

De decentralisatie heeft ertoe geleid dat inwoners in toenemende mate afhankelijk zijn van hun gemeente om financieel rond te komen. Tegelijkertijd zijn er verschillen ontstaan tussen gemeenten in de manier waarop zij ondersteuning bieden. De stapeling van landelijke en lokale regelingen zorgt voor extra complexiteit en systeemstress bij inwoners.

De aanpak van armoede wordt bovendien steeds gefragmenteerder. Nieuwe vormen van armoede, zoals energiearmoede, kinderarmoede en menstruatiearmoede, vragen om gerichte oplossingen, maar leiden vaak tot tijdelijke en versnipperde maatregelen.

 

De Commissie Sociaal Minimum en het Nibud bevelen een meer voorspelbare en overzichtelijke inkomensondersteuning aan om de groeiende ongelijkheid tussen inwoners, die in principe recht hebben op vergelijkbare hulp, tegen te gaan en meer ruimte te creëren voor maatwerk wanneer regelgeving niet toereikend is. Het Rijk is voornemens om een Hervormingsagenda Inkomensondersteuning te formuleren, met als doel de inkomensondersteuning te vereenvoudigen en te verbeteren. De verkenning hiertoe is naar verwachting in het najaar van 2025 afgerond.

Wettelijk kader

Voor het uitvoeren van bestaanszekerheid volgt de gemeente landelijke wetgeving. De Wet inburgering 2021, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, IOAW en IOAZ, Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en Participatiewet in Balans bepalen hoe wij ondersteuning aan onze inwoners vormgeven op het gebied van werk en inkomen.

 

Wet inburgering 2021

Sinds 1 januari 2022 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de begeleiding van inburgeringsplichtige nieuwkomers. Doel van de Wet inburgering 2021 is dat zij zo snel mogelijk meedoen in de Nederlandse samenleving, bij voorkeur via betaald werk. De taal leren en actief meedoen in de samenleving vormen een belangrijk onderdeel van het nieuwe inburgeringsstelsel. De wettelijke inburgeringstermijn bedraagt drie jaar.

 

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Sinds 1 juli 2012 verplicht de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gemeenten om inwoners met (dreigende) problematische schulden te ondersteunen met bijvoorbeeld advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet. De Wgs stimuleert een integrale aanpak, waarbij niet alleen naar de financiële problemen wordt gekeken, maar ook naar onderliggende oorzaken en problemen als werkloosheid of gezinsproblemen. Uiteindelijk is het doel om mensen financieel weerbaar te maken en inwoners in staat te stellen om zelfstandig hun financiën te beheren.

 

Per 1 januari 2021 zijn de gewijzigde Wgs en het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening in werking getreden. De belangrijkste wetswijziging is dat de vroegsignalering van schulden ook een wettelijke taak is geworden. Gemeenten zijn verplicht om betalingsachterstanden van vaste lasten bij partners, zoals woningcorporaties, zorgverzekeraars en energiebedrijven, te registreren. Ook moeten gemeenten inwoners die door een signaal in beeld zijn gekomen actief benaderen en hulp aanbieden bij het voorkomen of oplossen van schulden.

 

Op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is de gemeente verplicht een plan vast te stellen voor de vroegsignalering van problematische schulden en de schuldhulpverlening.

De wettelijke schuldhulpverlening bestaat uit vier fasen:

  • Intake: het in kaart brengen van de financiële situatie van de inwoner.

  • Stabilisatie: zorgen dat de financiële situatie niet verder verslechtert, bijvoorbeeld door betalingsregelingen of beschermingsmaatregelen.

  • Schuldregeling: het opstellen en uitvoeren van een plan om schulden af te lossen, bijvoorbeeld via schuldsanering of betalingsregelingen.

  • Nazorg: begeleiding na afronding van de schuldregeling om terugval te voorkomen en financiële zelfredzaamheid te versterken.

IOAW en IOAZ

IOAW en IOAZ zijn twee regelingen voor inkomensondersteuning, gericht op het bieden van bestaanszekerheid aan oudere werklozen en oudere zelfstandigen. De IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) is een uitkering voor oudere werklozen die na afloop van hun WW recht hebben op een aanvulling tot het bijstandsniveau. Inwoners dienen hiervoor geboren te zijn vóór 1 januari 1965 en op of na hun 50e werkloos geworden.

De IOAZ (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen) is voor oudere zelfstandigen die onvoldoende inkomen uit hun bedrijf halen en stoppen met hun onderneming. Beide regelingen kunnen aangevraagd worden bij de gemeente en vullen het inkomen aan tot bijstandsniveau, zonder dat vermogen meetelt.

 

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

De herstructurering van de arbeidsmarktregio’s in Nederland wordt vastgelegd via aanpassingen in de Wet SUWI, oftewel de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen die oorspronkelijk per 1 januari 2026 in zou gaan. Vanwege uitdagingen bij gegevensdeling is de inwerkingtreding van de wet uitgesteld met zes maanden van 1 januari 2026 naar 1 juli 2026. Regio’s kunnen vooruitlopend op de wet echter vanaf begin 2026 al werken aan de hervorming. Deze wet vormt het wettelijke kader voor de uitvoering, samenwerking en regie op het gebied van arbeidsmarktzaken.

 

Participatiewet in Balans

De Participatiewet vormt het sluitstuk van het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid. Deze wet garandeert een inkomen op of rond het sociaal minimum voor mensen zonder ander vangnet en helpt hen om weer zelfstandig in hun bestaan te voorzien – ook als zij beperkt arbeidsvermogen hebben. Sinds de invoering in 2015 ondersteunen gemeenten inwoners op basis van deze wet met begeleiding naar werk en met inkomensondersteuning. In de praktijk is gebleken dat de wet niet altijd werkte zoals bedoeld.

De uitvoering werd vaak als streng en ingewikkeld ervaren, met te weinig ruimte voor maatwerk. Dit leidde bij sommige mensen tot onzekerheid en financiële problemen, waardoor het juist lastiger werd om te re-integreren of op een andere manier mee te doen in de samenleving.

 

Daarom heeft de Tweede Kamer op 22 april 2025 het wetsvoorstel ‘Participatiewet in Balans’ aangenomen. Deze herziening zet in op een menselijker en beter te begrijpen uitvoering, waarin vertrouwen, maatwerk en participatie centraal staan. Zo wordt het voor mensen eenvoudiger om een bijstandsuitkering aan te vragen, wordt werken naast een uitkering aantrekkelijker gemaakt en kunnen gemeenten hun ondersteuning beter afstemmen op individuele situaties. In totaal bevat de wet ruim twintig maatregelen die in drie sporen worden ingevoerd:

  • Spoor 1: maatregelen op korte termijn

  • Spoor 2: fundamentele herziening op de lange termijn

  • Spoor 3: versterken van vakkundigheid

Regionale ontwikkelingen

Regionaal werkcentrum

Met de komst van een regionaal werkcentrum vindt per 1 januari 2026 op regionaal niveau een bredere hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur plaats, vanuit de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen . Dit werkcentrum richt zich op een betere samenwerking tussen partijen als gemeenten, UWV, onderwijsinstellingen en werkgevers. Door één duidelijke toegang tot ondersteuning en werk te organiseren ontstaat een ‘no wrong door policy’. Hiermee voorkomen we dat werkzoekende zich bij het verkeerde loket melden. Bij het regionale werkcentrum kunnen mensen terecht voor hulp bij werk, ontwikkeling en scholing, ongeacht hun uitkeringssituatie. Binnen de vernieuwde arbeidsmarktinfrastructuur is er in de gemeente ook een gids aanwezig als centraal contactpersoon. De gids ondersteunt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij het vinden van passend werk of ontwikkeltrajecten en verbindt hen met relevante partijen. Daarnaast versterkt de gids de samenwerking tussen gemeenten, werkgevers, onderwijs en andere partners, zodat mensen sneller en effectiever aan het werk komen

 

De Participatiewet in Balans biedt inhoudelijke ruimte voor meer maatwerk, terwijl de hervormde arbeidsmarktinfrastructuur en regionale werkcentra zorgen voor de organisatorische randvoorwaarden om dat maatwerk ook echt te kunnen leveren. De wet en de infrastructuur versterken elkaar dus. Gemeenten krijgen niet alleen meer mogelijkheden, maar ook betere middelen en partners om inwoners duurzaam te ondersteunen.

Het beleid van gemeente Lingewaard tot 2026

De afgelopen jaren stonden voor gemeente Lingewaard in het teken van snel handelen op de korte termijn, om zo effecten te dempen van de coronapandemie, stijgende (energie)prijzen, alleenverdienersproblematiek en de toeslagenaffaire. Dit alles aanvullend op de uitvoering van onze reguliere taken. Hieronder schetsen we het beleid tot 2026.

 

Inkomensondersteunende regelingen

Voor inwoners die rond moeten komen met een laag inkomen heeft de gemeente de volgende inkomensondersteunende regelingen: de bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslag, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, vergoeding eigen bijdrage Wmo, gemeentepolis, Meedoenregeling en het Kindpakket. Sinds 2023 hebben we met behulp van extra middelen de Meedoenregeling opgehoogd. Hierdoor kunnen inwoners o.a. kosteloos lidmaatschap van de bibliotheek aanvragen en is het bedrag voor een abonnement op sport en cultuur opgehoogd. Naast de inkomensondersteunende regelingen verlenen we jaarlijks subsidie aan Stichting Leergeld Oost Betuwe en de Voedselbank Arnhem.

 

Schuldhulpverlening

De uitvoering van de wettelijke taken van de Wgs hebben we uitbesteed aan drie verschillende organisaties. Het gaat om de taken vroegsignalering van schulden en de vier fasen van de schuldhulpverlening aan inwoners en ondernemers. Daarnaast zetten we landelijk geaccrediteerde schuldhulpmethoden zoals Geldfit en Over Rood in om inwoners en ondernemers extra ondersteuning te bieden bij het beheren van hun financiële situatie.

 

Inzet re-integratie instrumenten

We werken voor de re-integratie van inwoners die werk zoeken en/of een bijstandsuitkering ontvangen met de participatierotonde. Iemands afstand tot de arbeidsmarkt en het vermogen om zich te ontwikkelen naar werk, bepaalt op welke afslag een inwoner staat. En dus wat er aan ondersteuning nodig is. De gemeente werkt samen met sociale partners, bedrijfsleven en onderwijs om inwoners aan (betaald) werk te helpen. Regionaal worden onder meer sociaalontwikkelbedrijf Scalabor, het Werkgeversservicepunt, Regionaal Bureau Leerlingzaken en Activerend Werk ingezet voor arbeidstoeleiding en -ontwikkeling. Op lokaal niveau spelen re-integratiebedrijven een rol bij het begeleiden van inwoners naar en op het werk. Dit geldt zowel voor inwoners met als inwoners zonder een bijstandsuitkering. We hebben extra aandacht besteed aan specifieke groepen inwoners, zoals statushouders en inwoners in het doelgroepenregister. Hierbij is nauw samengewerkt met onder meer re-integratiepartners als Stichting CAZAZ, Bureau Aanz en Hoofdzaken en met maatschappelijk betrokken ondernemingen als Hilvers Bakkerijen en TT Global. Onze inwoners werden daarbij met trajectbegeleiding naar werk en job-coaching ondersteund bij hun re-integratie.

De cijfers in beeld

Het gaat met veel Lingewaarders goed. Toch zien we dat een deel van de inwoners te maken heeft met armoede, schulden en afhankelijkheid van een uitkering. Deze thema’s samen geven een beeld van de financiële bestaansonzekerheid in onze gemeente.

 

Armoedeproblematiek

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) hebben in 2024 een nieuwe methode ontwikkeld om armoede in Nederland te meten. Een huishouden is arm als er na het betalen van de vaste lasten (wonen, energie en zorg) te weinig inkomen en vermogen overblijft voor de andere basisbehoeften, zoals telefonie, sport en sociale activiteiten. In 2023 leefde 800 Lingewaarders (1,4 procent) in armoede ten opzichte van 555.200 landelijk (3,1 procent)5. Van In Lingewaard maken 200 minderjarige kinderen (1,9 procent) deel uit van een huishouden met een laag inkomen. Landelijk is dat percentage 3,6 procent (115.200 kinderen) landelijk6.

 

2023

Lingewaard

Landelijk

Inwoners totaal

1,4 %

3,1%

Minderjarige kinderen

1,9 %

3,6%

 

Schuldenproblematiek

In Lingewaard kampte op peildatum 1 januari 2024 in totaal 5,7 procent van de huishoudens met problematische schulden7. Dit betreft geregistreerde schulden van 1170 huishoudens. Van deze 1170 huishoudens hebben 690 huishoudens al minstens drie jaar last van schuldenproblematiek. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om inwoners met een oninbare schuld bij de Belastingdienst en/of een betalingsachterstand van meer dan een halfjaar op de zorgpremie. Informele schulden, bijvoorbeeld schulden bij vrienden en familie, hebben we niet in beeld.

 

Het percentage van 5,7 procent is lager dan het landelijke gemiddelde van 8,9 procent. Toch neemt in Lingewaard, net als landelijk, het aantal huishoudens met financiële bestaansonzekerheid de afgelopen jaren toe. Zo had in 2021 4,6 procent van onze inwoners te maken met problematische schulden ten opzichte van 7,7 procent landelijk.

 

2024

Lingewaard

Landelijk

Huishoudens

5,7 %

8,9 %

 

Uitkering en re-integratie

Op peildatum 1 juli 2025 verstrekte de gemeente 477 uitkeringen: 457 vanuit de Participatiewet, 16 vanuit de IOAW en 4 vanuit de IOAZ. Daarmee zitten we qua omvang van de bijstandspopulatie onder het landelijk gemiddelde voor gemeenten met een omvang van 40.000 – 50.000 inwoners. Meer dan de helft van deze inwoners heeft drie jaar of langer een uitkering. En 7 op de 10 inwoners in de bijstand heeft een grote tot zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt en staan daarmee op afslag 1 en 2 op de participatierotonde.

In lijn met de landelijke trends vroegen meer Lingewaardse jongvolwassenen een bijstandsuitkering aan.

 

Figuur 1: Aantal klanten Participatiewet, IOAW en IOAZ ingedeeld op de participatierotonde.

Voor meer achtergrondinformatie over de participatierotonde, zie bijlage 2.

 

In vergelijking met 2024 werden in 2025 in de leeftijdsklassen 18 t/m 20 jaar en 21 t/m 26 jaar respectievelijk 3 en 11 meer uitkeringen verstrekt. We zien echter ook dat deze jongvolwassenen voor het merendeel binnen een jaar verdwijnen uit ons uitkeringsbestand en zelf in staat zijn om in hun inkomen te voorzien. Hiermee bevinden zij zich meestal op de trede ‘bemiddeling naar werk’ of ‘aan het werk’. De grootste instroom in de Participatiewet in 2024 kwam van de nieuwkomers (statushouders) met 37. Dit is 26,2 procent van de totale instroom.

HOOFDSTUK 3 Visie

We zien bestaanszekerheid als grondbeginsel: bestaanszekerheid is een combinatie van financiële stabiliteit, stabiele huisvesting, een stabiele gezondheid, een stabiel netwerk en een stabiele leer- en werkomgeving. Wanneer aan die voorwaarden is voldaan, kan een mens vooruitkijken en tot bloei komen.

 

Voor onze visie op bestaanszekerheid sluiten we aan bij de visie uit het beleidsplan sociaal domein ‘Iedereen hoort erbij!’:

  • 1.

    We zetten de inwoner centraal

  • 2.

    Gezondheid als basis voor prettig leven

  • 3.

    Hulp vragen vinden we normaal

We zetten de inwoner centraal

In Lingewaard geloven we dat iedereen ertoe doet. Ieder mens is uniek, met eigen dromen, behoeften en mogelijkheden. Daarom stellen we de inwoner centraal in alles wat we doen. We zoeken samen naar oplossingen die passen bij iemands persoonlijke situatie: geen standaard aanpak maar maatwerk.

 

Onze manier van werken is gebaseerd op vertrouwen, de menselijke maat en het uitgangspunt dat de vraag van de inwoner leidend is. Met de Lingewaardse manier van werken, de omgekeerde toets en planbijeenkomsten kijken we samen met de inwoner naar wat nodig is. De participatierotonde helpt ons om te bepalen waar iemand staat en wat er nog nodig is om naar een volgende stap toe te werken.

 

We maken samen met de inwoner een plan passend bij de situatie en sturen op duurzame resultaten en effecten. We toetsen of oplossingen passen binnen de bedoeling van de wet, met oog voor ethische en juridische afwegingen. Medewerkers krijgen de ruimte om maatwerk toe te passen binnen heldere kaders, zonder onnodige verantwoordingsdruk. We gaan hierbij uit van vertrouwen in de inwoner en zetten in op de menselijke maat, maar gaan daarbij ook uit van eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners.

 

Deze mensgerichte benadering vraagt om (andere) vaardigheden en blijvende aandacht voor de ontwikkeling van medewerkers. En om een organisatiecultuur die maatwerk stimuleert. Zo bouwen we aan een samenleving waarin iedereen mee kan doen – op een manier die bij hem of haar past.

Gezondheid als basis voor prettig leven

Bestaansonzekerheid heeft veel impact op de fysieke en psychische gezondheid van mensen. Geldzorgen en het ontbreken van financiële rust gaan vaak gepaard met stress en/of schaamte en kunnen leiden tot fysieke en psychische gezondheidsklachten, sociale uitsluiting en andere problemen. Onderzoek toont aan dat schuldenstress een negatieve invloed heeft op arbeidsdeelname8. Door geldstress vermindert de productiviteit en wordt het behoud van werk moeilijker. Schuldenrust stelt mensen in staat om weer actief deel te nemen aan de samenleving.

 

Daarom vinden we het cruciaal dat bestaanszekerheid, aandacht voor geldzorgen en zingeving structureel aandacht krijgen in het contact tussen gemeente en inwoner. We werken stress-sensitief: wat betekent dat we in onze aanpak ervoor zorgen dat de stress bij de inwoner afneemt en we hem of haar verder helpen.

 

Ons uitgangspunt is dat iedereen bestaanszekerheid verdient en volwaardig moet kunnen meedoen in de samenleving. Bestaanszekerheid is geen doel op zich, maar een basisvoorwaarde voor een gezond en prettig leven. We ondersteunen inwoners bij het zetten van stappen vooruit; van ‘overleven’ naar echt leven.

Hulp vragen vinden we normaal

Om (problematische) geldproblemen te voorkomen, zetten we in op vroege signalering en gerichte voorlichting. Vanaf 2026 werken we met buurtteams en versterken we de aanwezigheid in de wijk. Samen met welzijnsorganisatie Incluzio, professionals, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen bouwen we aan een laagdrempelige, toegankelijke aanpak.

 

Er komen laagdrempelige voorzieningen in de wijk waar inwoners snel terecht kunnen voor hulp, ook op het gebied van financiën. We ondersteunen bij het aanleren van financiële basisvaardigheden, zoals budgetteren, omgaan met geld, sparen en het voorkomen van schulden.

 

Bij elke hulpvraag kijken we naar de financiële situatie van de inwoner. Onze consulenten zijn goed op de hoogte van de inkomensondersteunende regelingen en kunnen inwoners gericht verder helpen. Inwoners melden zich echter op verschillende plekken binnen de gemeente, zoals het KCC, de toegang of andere loketten. Daarom is het belangrijk dat alle medewerkers weten hoe de juiste doorverwijzing plaatsvindt. Zo zorgen we ervoor dat inwoners altijd snel in contact komen met de juiste professional, bijvoorbeeld van Incluzio. Op die manier werken we stap voor stap toe naar financiële stabiliteit en, waar mogelijk, betaald werk.

Van visie naar ambitie

Met onze visie streven we naar een stevige basis bestaanszekerheid voor iedereen in Lingewaard. Dat inwoners kunnen voorzien in hun levensbehoeften en kunnen meedoen in de samenleving. Zij beschikken over voldoende buffers om financiële tegenslagen aan te kunnen en leven daarmee zonder geldzorgen. De beste manier om dit te bereiken, naast inzet op preventie en vroegsignalering, is om inwoners naar werk te begeleiden. Immers: werken loont! Niet alleen financieel, maar ook mentaal.

 

Om onze visie tot uitvoering te brengen, hebben we drie ambities geformuleerd. Deze ambities geven richting aan onze inzet en helpen ons om samenhangende keuzes te maken in beleid, uitvoering en samenwerking. De ambities zijn voortgebouwd op de drie pijlers uit onze visie:

 

  • 1.

    Lingewaarders kunnen rondkomen en meedoen

  • 2.

    Lingewaarders kunnen zonder geldzorgen leven

  • 3.

    Lingewaarders kunnen duurzaam aan het werk

 

Ambitie 1 biedt inwoners financiële rust en zekerheid in de vorm van inkomensondersteunende regelingen. Met ambitie 2 werken we aan het op orde brengen van de financiën en het aanleren van basisvaardigheden rondom omgaan met geld. Ambitie 3 richt zich vervolgens met name op het genereren van eigen inkomen in de vorm van (betaald) werk. Hiermee werken we toe naar een Lingewaard waar inwonersvragen over schuldhulpverlening, inkomensondersteunende regelingen en werkaanbod integraal opgepakt worden; dichtbij, duidelijk en met vertrouwen.

HOOFDSTUK 4 Ambities

Onze ambities richten zich op een samenleving waarin iedereen kan meedoen en financiële onzekerheid wordt teruggedrongen. Een uitvoeringsagenda gaat ons helpen om onze ambities om te zetten in acties en regie te voeren op de uitvoering. Samen met maatschappelijke partners en ervaringsdeskundigen stellen we een tweejaarlijkse uitvoeringsagenda op.

Ambitie 1: Lingewaarders kunnen rondkomen en meedoen

Voor wie doen we het?

Voor inwoners met een laag inkomen: tot 120 procent van de bijstandsnorm. Dit is de inkomensgrens voor de meeste inkomensondersteunende regelingen. Een uitzondering is de individuele inkomenstoeslag. Hiervoor hanteren we een grens van 110% van de bijstandsnorm, omdat het een jaarlijkse eenmalige waardering is voor langdurig lage inkomens. We hebben extra aandacht voor kwetsbare doelgroepen, zoals kinderen, jongeren en nieuwkomers.

 

Wat zijn onze speerpunten?

  • Lingewaarders die weinig te besteden hebben, weten welke ondersteuning en regelingen er voor hen zijn.

  • De ondersteuning en regelingen zijn begrijpelijk en eenvoudig aan te vragen.

  • Lingewaarders ervaren geen financiële drempels om deel te nemen aan sociale, sportieve en/of culturele activiteiten, of om aan het werk te gaan.

Wat gaan we daarvoor doen?

Rondkomen is een voorwaarde om mee te kunnen doen in de samenleving, omdat financiële zekerheid ruimte biedt voor deelname aan sociale en maatschappelijke activiteiten. Daarom is het belangrijk dat inwoners weten van welke landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen zij gebruik kunnen maken.

 

In de uitvoeringsagenda voor bestaanszekerheid werken we onder meer onderstaande onderwerpen uit:

  • o

    We bieden onze inwoners eenduidige en overzichtelijke regelingen en ondersteuning, uitgaande van het perspectief van de inwoner. Daarbij hebben we extra aandacht voor de meest kwetsbare doelgroepen.

  • o

    Om het bereik en effect van onze inkomensondersteunende regelingen te vergroten, intensiveren we tijdelijk onze inzet op communicatie.

  • o

    We betrekken inwoners met ervaringskennis actief bij het verbeteren van onze dienstverlening.

  • o

    Onze inkomens- en re-integratieconsulenten werken nauw samen met de buurtteams van Incluzio, om zo de hulpvraag van de inwoner vanuit een brede blik te benaderen.

  • o

    We maken de tijdelijke extra steun aan Stichting Leergeld en de Voedselbank structureel. Hiermee blijven we ons actief inzetten voor kinderen die opgroeien in armoede. Dit past bij onze bredere aanpak voor meer bestaanszekerheid.

Ambitie 2: Lingewaarders kunnen zonder geldzorgen leven

Voor wie doen we het?

Voor alle inwoners met geldzorgen, ook de mensen die nog geen betalingsachterstand hebben. We willen inwoners helpen bij het creëren van rust, het bewaren van overzicht en – indien aan de orde – het aflossen van schulden. We hebben hierbij extra aandacht voor kwetsbare doelgroepen, zoals jongeren en nieuwkomers. Daarnaast besteden we ook extra aandacht aan ondernemers en zzp’ers, omdat zij specifieke financiële uitdagingen kunnen hebben, bijvoorbeeld op het gebied van wisselende inkomsten.

 

Wat zijn onze speerpunten?

  • Lingewaarders met geldzorgen weten tijdig de juiste hulp te vinden om hun (dreigende) financiële problemen aan te pakken.

  • We pakken signalen van schulden en aanvragen voor financiële ondersteuning tijdig op en bieden een passend hulpaanbod.

  • Het hulpaanbod is gericht op de bevordering van zelfredzaamheid, zodat nieuwe financiële problemen worden voorkomen.

Wat gaan we daarvoor doen?

Als gemeente vinden we het belangrijk dat inwoners zich niet belemmerd voelen door geldzorgen en dat schulden zoveel mogelijk worden voorkomen. Kampt iemand wel met schulden en lukt het niet om deze schulden zelf op te lossen, dan willen we zo vroeg mogelijk helpen om erger te voorkomen. We hebben hierbij extra aandacht voor life-events: situaties waarin er veel in het leven van mensen verandert. We werken aan het doorbreken van het taboe op schulden en moedigen inwoners aan om tijdig hulp te zoeken.

Dit doen we samen met onze schuldhulpverleners en welzijnsorganisatie Incluzio.

 

In de uitvoeringsagenda voor bestaanszekerheid werken we onder meer onderstaande onderwerpen uit:

  • o

    We gaan de eerste twee fasen van de schuldhulpverlening – de intake- en de stabilisatiefase – zelf uitvoeren. De uitvoering van de schuldregeling en nazorg besteden we uit. Met deze aanpak willen we als gemeente meer regie voeren op de schuldhulpverlening in Lingewaard.

  • o

    Incluzio gaat aan de slag met de vroegsignalering van schulden en schuldmaatschappelijk werk.

    Zij bieden een breed aanbod voor mensen met (dreigende) schulden. De hulp en ondersteuning richt zich daarbij onder meer op het leren omgaan met geld, bieden van hulp bij het aanvragen van toeslagen, het vroegtijdig signaleren van schulden en bieden van hulp bij het aflossen van schulden.

  • o

    We vergroten de kennis en vaardigheden van onder andere kwetsbare jongeren en nieuwkomers, zodat zij een gezonde financiële start kunnen maken.

  • o

    We wijzen onze inwoners op de lokale en landelijke voorzieningen en regelingen. Daarbij investeren we in het doorbreken van taboe en schaamte.

Ambitie 3: Lingewaarders kunnen duurzaam aan het werk

Voor wie doen we het?

Voor inwoners die ondersteuning nodig hebben om (weer) aan het werk te gaan. Denk hierbij aan inwoners met een beperkte taalvaardigheid of langdurige werkloosheid. Er is extra aandacht voor jongeren, nieuwkomers en inwoners met een arbeidsbeperking.

 

Wat zijn onze speerpunten?

  • Werken loont: Lingewaarders worden financieel zelfstandig door duurzaam en passend werk.

  • Voor wie dat (nog) niet lukt, bieden we perspectief op participatie, ontwikkeling en groei.

  • Deze ondersteuning is persoonlijk en stress-sensitief, gericht op mogelijkheden en ambities.

Wat gaan we daarvoor doen?

Werk – betaald of onbetaald – draagt bij aan zelfstandigheid, regie, gezondheid, veerkracht en sociale verbinding. Niet voor iedereen is betaald werk haalbaar, maar we geloven dat iedereen ontwikkelkansen heeft.

 

We bieden werkzoekenden persoonlijke, stress-sensitieve ondersteuning, afgestemd op iemands ambities en mogelijkheden. Samen bepalen we middels de participatierotonde welke stappen gezet kunnen worden richting betaald werk, vrijwilligerswerk of maatschappelijke participatie. Hier gaan we direct en doelgericht mee aan de slag. Met elkaar; inwoners hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid. Voor specifieke doelgroepen zoals jongeren, nieuwkomers en inwoners met een arbeidsbeperking hanteren we een aanpak op maat.

 

We werken intensief samen met partners. Bijvoorbeeld welzijnsorganisatie Incluzio, die veel kennis heeft van vrijwilligerswerk en maatschappelijke activering. We onderzoeken hoe we deze samenwerking kunnen versterken, vooral bij de eerste stappen op de participatierotonde en bij bredere welzijnsvragen. Daarnaast bieden we inburgeringstrajecten aan met de focus op taal en participatie om statushouders binnen de inburgeringstermijn van drie jaar zo snel mogelijk mee te laten doen. Ook zetten we in op participatie binnen de Lingewaardse samenleving voor andere doelgroepen als Oekraïense ontheemden en vluchtelingen.

 

We volgen inwoners actief, maken werkafspraken en sturen bij waar nodig. We bieden kansen om te participeren en te ontwikkelen, en durven ook risico’s te nemen. Als werk niet lukt, blijven we ondersteunen.

 

In de uitvoeringsagenda voor bestaanszekerheid werken we onder meer onderstaande onderwerpen uit:

  • o

    We bieden inwoners begeleiding op maat, afhankelijk van de mogelijkheden, motivatie en persoonlijke situatie.

  • o

    Met de invoering van de Participatiewet in Balans werken we op korte, middellange en lange termijn aan een uitvoering gebaseerd op vertrouwen en meer mogelijkheden voor maatwerk. We kijken daarbij in ieder geval naar de ondersteuning van jongeren, nieuwkomers en inwoners met een indicatie van beschut werk.

  • o

    We investeren in onze consulenten; zij zijn ons belangrijkste instrument. We zetten in op methodisch werken en het blijvend monitoren van onze inwoners.

  • o

    We tonen lef en bewandelen ook de minder toegankelijke paden. We onderzoeken of het haalbaar is om werkbezoeken te organiseren per doelgroep. Ook zijn we niet te bang voor een mismatch.

  • o

    Samen met welzijnsorganisatie Incluzio verkennen wij de (maatschappelijke) activering van onze inwoners en monitoren we de beweging op de participatierotonde.

  • o

    We ontwikkelen een regionaal werkcentrum, waarbij we samen met werkgevers, onderwijs en sociale partners vraag en aanbod beter op elkaar aan laten sluiten.

Hoofdstuk 5 Financiën

Om onze ambities te realiseren – en de bestaanszekerheid van onze inwoners te vergroten – zijn voldoende middelen nodig. Een goede financiële basis is essentieel om onze taken op het gebied van bestaanszekerheid effectief uit te kunnen voeren.

 

In onderstaande tabel is weergegeven welke budgetten we per ambitie beschikbaar hebben om de beleidsnota uit te voeren. Hierbij zijn de lichtblauwe rijen uitkeringsbudgetten; deze gaan direct naar inwoners toe en betreffen open-einde regelingen. Dit betekent dat de hoogte van onze kosten mede wordt bepaald door het aantal inwoners dat een beroep doet op ondersteuning.

De witte rijen zijn budgetten die we inzetten bij onder maatschappelijke partners waarmee we samen werken en waar we taken hebben belegd. Dit betreft onder andere subsidies aan de Voedselbank en Stichting Leergeld, kosten voor de Meedoenregeling en de inzet op preventie. Ook zijn hier voor een deel onze eigen uitvoeringskosten in verwerkt. Elke twee jaar bepalen we in de uitvoeringsagenda hoe we de middelen – en dan met name de witte rijen – zo doelmatig mogelijk inzetten.

 

2026

2027

Ambitie 1

Bijzondere bijstand

€ 714.000

€ 714.000

Individuele inkomenstoeslag

€ 112.000

€ 112.000

Aanvullende inkomensondersteunende regelingen

€ 492.000

€ 502.000

Subsidies armoedebestrijding

€ 32.000

€ 32.000

Subtotaal ambitie 1

€ 1.350.000

€ 1.361.000

Ambitie 2

Schuldhulpverlening en vroegsignalering

€ 82.000

€ 82.000

Preventieve schuldhulpmethoden

€ 24.000

€ 24.000

Subtotaal ambitie 2

€ 107.000

€ 107.000

Ambitie 3

Loonkostensubsidie (BUIG)

€ 733.000

€ 733.000

Bestedingen Levensonderhoud

€ 8.372.000

€ 8.372.000

Re-integratiekosten

€ 457.000

€ 457.000

Werkgeversservicepunt

€ 272.000

€ 272.000

Subtotaal ambitie 2

€ 9.834.000

€ 9.834.000

Communicatie

Versterken communicatie en dienstverlening

€ 50.000

€ 10.000

Totaal

€ 11.342.000

€ 11.302.000

 

Om de nieuwe beleidsnota Bestaanszekerheid voor iedereen extra kracht bij te zetten, intensiveren we in 2026 en 2027 de inzet op de schuldhulpverlening met extra middelen (€ 33.000) vanuit Beschermd Wonen Beschermd Thuis. Daarnaast zetten we in 2026 extra in op communicatie en de vindbaarheid van onze regelingen. Hiervoor investeren we eenmalig extra middelen (€ 30.000) vanuit de reserve Versterking Dienstverlening. Deze financiële mutaties worden verwerkt in de programmabegroting 2026.

 

Incluzio heeft in de opdracht sociale basis de specifieke opdracht gekregen om in te zetten op de vroegsignalering van schulden en schuldmaatschappelijk werk. Deze middelen zijn meegenomen in de brede opdracht en zijn daarom niet meer inzichtelijk gemaakt in de begroting.

Hoofdstuk 6 Uitvoering

Het realiseren van bestaanszekerheid voor alle inwoners vraagt om doelgerichte investeringen, samenwerking en flexibiliteit, een structurele inzet en een lange adem.

 

Deze beleidsnota bevat de kaders, doelen en ambities voor de komende jaren. We zetten hiermee de stip op de horizon; datgene waar we komende jaren naar toe gaan werken. Hierbij realiseren we ons dat het bieden van structurele bestaanszekerheid een complexe en langdurige opgave is, die niet volledig binnen de invloedsfeer van de gemeente ligt. Bestaanszekerheid is een blijvende ambitie, vandaar dat deze beleidsnota ook geen einddatum kent. We dragen zorg voor een goede aansluiting op de actuele ontwikkelingen door middel van een uitvoeringsagenda voor bestaanszekerheid.

 

Om deze ambities om te zetten in concrete acties, stellen we samen met onder andere de Adviesraad Sociaal Domein, maatschappelijke partners en ervaringsdeskundigen de uitvoeringsagenda op. Deze uitvoeringsagenda wordt elke twee jaar geactualiseerd en vastgesteld door het college van burgemeesters en wethouders, zodat we onze volgende stap kunnen bepalen en flexibel kunnen bijsturen als we zien dat ingezette acties niet het gewenste effect bereiken of wanneer omstandigheden veranderen. De eerste uitvoeringsagenda 2026-2027 verwachten we uiterlijk in februari 2026 vast te stellen. In Q4 van 2027 wordt de volgende uitvoeringsagenda voor 2028-2029 vastgesteld.

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering

van 1 oktober 2025.

De raad voornoemd,

de griffier,

P.J. Peters

Bijlage 1 – Begrippenlijst

 

Activerend werk

Betreft persoonlijke begeleiding aan een inwoner om inwoner inzicht te geven in de wensen en mogelijkheden ten aanzien van werk. Daarnaast worden inwoners ook begeleidt bij het vinden van werk en het starten met werk.

Arbeidsmarktregio

Een arbeidsmarktregio is een geografisch afgebakend gebied waarin gemeenten, UWV, onderwijsinstellingen, werkgevers en andere partners samenwerken om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen. In Nederland zijn er 35 officiële arbeidsmarktregio’s.

BBZ 2004

BBZ staat voor Besluit Bijstandverlening voor Zelfstandigen en is bedoeld voor zelfstandigen die (tijdelijk) in financiële problemen komen die het voortbestaan van hun bedrijf bedreigen. Ook is deze regeling beschikbaar voor inwoners die een bedrijf willen starten vanuit een uitkering.

Beleidsnota

Een document waarin een organisatie, bijvoorbeeld de gemeente, haar visie, doelstellingen en strategieën voor de aanpak van een beleidsterrein vastlegt.

Bestaanszekerheid

Bestaanszekerheid betekent dat je de middelen en kansen hebt om aan je basisbehoeften te voldoen, deel te nemen aan de samenleving en een waardig leven te leiden. Dit omvat toegang tot een betaalbare woning, voldoende inkomen, gezondheidszorg, onderwijs en een sociaal vangnet.

Bijstandsniveau

Het bijstandsniveau is het wettelijk vastgestelde minimum inkomen dat iemand nodig heeft om van te kunnen leven. De hoogte van de bijstandsuitkering is afhankelijk van de leefsituatie van de persoon, zoals leeftijd en gezinssamenstelling.

Bijzondere bijstand

Een financiële tegemoetkoming voor bijzondere, noodzakelijke kosten die een inwoner niet zelf kan betalen vanwege een te laag inkomen of op een andere manier vergoed worden. De kosten behoren niet tot het dagelijkse bestaan. Inwoners kunnen bijzondere bijstand aanvragen voor bijvoorbeeld kosten door een verhuizing, ziekte of beperking of bewindvoering.

Doelgroepenregister

In het doelgroepenregister staan mensen met een ziekte of met een lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap. Inwoners in het doelgroepenregister vallen onder de banenafspraak. De banenafspraak is erop gericht dat mensen met een arbeidsbeperking extra kansen krijgen bij reguliere werkgevers, waardoor een meer inclusieve arbeidsmarkt ontstaat.

Gemeentepolis

Een collectieve zorgverzekering, bedoeld voor mensen met een laag inkomen. Deze verzekering bestaat uit een basisverzekering en een aanvullende verzekering, vaak met extra vergoedingen voor bijvoorbeeld brillen, fysiotherapie en medicijnen. De gemeente betaalt een deel van de premie. In Lingewaard is de verzekeraar Menzis.

Individuele Inkomenstoeslag

Een jaarlijkse toeslag voor inwoners met een langdurig laag inkomen (minimaal drie jaar een inkomen dat niet hoger is dan 110 procent van de bijstandsnorm) en weinig kans op verbetering van hun financiële situatie. Het is bedoeld als aanvulling op het inkomen en mag vrij besteed worden, bijvoorbeeld aan noodzakelijke spullen of onverwachte rekeningen.

Kindpakket

Een regeling waarmee thuiswonende kinderen tot 18 jaar uit gezinnen met een laag inkomen kunnen deelnemen aan diverse activiteiten en voorzieningen. Via de webwinkel www.meedoeningelingewaard.nl kunnen kinderen 600 punten (omgerekend € 300) besteden aan onder meer sport, spel, cultuur, uitstapjes, lidmaatschappen, etc. Het aanbod wordt samengesteld door lokale verenigingen, stichtingen en winkels.

Maatschappelijke partners

Organisaties, overheden of andere partijen die samenwerken en gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen voor maatschappelijke vraagstukken, zoals het sociaal domein. Ze delen een gezamenlijke visie en urgentie om oplossingen te vinden voor uitdagingen in de samenleving door middelen zoals kennis, geld, netwerken en menskracht in te brengen.

Meedoenregeling

Een regeling voor inwoners vanaf 18 jaar met een laag inkomen (tot 120 procent van de bijstandsnorm). Via de webwinkel www.meedoeninlingewaard.nl kunnen zij € 125,00 ontvangen of maximaal 250 punten gebruiken om deel te nemen aan sociale, culturele en sportieve activiteiten en lidmaatschappen, maar ook het zwemdiploma A.

Nieuwkomers

Mensen die nieuw zijn in Nederland en nog niet volledig zijn geïntegreerd en de taal te beheersen en te participeren in de samenleving. Bijvoorbeeld vluchtelingen, statushouders, arbeidsmigranten en Oekraïense ontheemden.

Schuldhulpverlening

Een traject waarbij een schuldhulpverlener inwoners met problematische schulden helpt om hun financiële situatie te verbeteren en uiteindelijk schuldenvrij te worden. Dit kan onder andere door budgetbeheer, schuldregeling of via een wettelijke schuldsanering (WSNP).

Stichting Leergeld

Ondersteunt kinderen uit gezinnen met geldzorgen door hen te voorzien in bijvoorbeeld schoolspullen, een fiets, laptop of een verjaardagscadeau. Ook dragen zij bij aan kosten voor sport en het zwemdiploma B.

Stress-sensitief werken

Stress-sensitief werken is een benadering binnen dienstverlening en hulpverlening waarbij professionals bewust rekening houden met de effecten van (langdurige) stress op het gedrag, denken en functioneren van mensen.

Het doel is om de begeleiding zo vorm te geven dat deze stress vermindert en het vertrouwen en de veerkracht van de inwoner wordt versterkt.

Uitvoeringsagenda

Een beleidsdocument waarin wordt beschreven welke concrete acties en maatregelen er worden genomen om de ambities uit een beleidsnota te realiseren. Het document specificeert wat er gaat gebeuren, binnen welke kaders, wie ervoor verantwoordelijk is, een planning, de kosten en de wijze van de uitvoering.

Voedselbank

Helpt inwoners met een kleine portemonnee door hen tijdelijk te voorzien in voedsel(pakketten). In Lingewaard zijn er twee uitgiftepunten.

Werkgeversservicepunt

Het Werkgeversservicepunt (WSP) geeft werkgevers advies en ondersteuning bij personeels- en arbeidsmarktvraagstukken. Denk hierbij aan het ondersteunen van een werkgever die iemand in dienst neemt met een afstand tot de arbeidsmarkt. In het WSP werkt de gemeente samen met het UWV.

WW-uitkering

Als iemand geheel of gedeeltelijk werkloos wordt, kan hij een Werkloosheidsuitkering (WW-uitkering) aanvragen. De WW is een tijdelijk uitkering om het verlies aan inkomen tussen 2 banen op te vangen.

WGA-uitkering

Een WGA-uitkering is een uitkering voor mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn en niet meer volledig kunnen werken, maar wel nog mogelijkheden hebben om te re-integreren. WGA staat voor Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten.

 

Bijlage 2 – De participatierotonde

 

In hoofdstuk 2 – Achtergrond hebben we aangegeven hoe het huidige bestand zich bevind op de participatiewet (peildatum 1 juli 2025). In deze bijlage wordt de participatierotonde en de bijbehorende afslagen verder toegelicht. De participatierotonde helpt de inwoner en ons om te bepalen welke ondersteuning en instrumenten het meest geschikt zijn om de stap naar werk te kunnen zetten. Ook helpt de rotonde ons de samenwerking met onze ketenpartners te versterken.

 

 

Intake en diagnose

Het eerste contact met de gemeentelijke toegang is voor alle inwoners hetzelfde. Welke stappen de inwoner vervolgens doorloopt en welke ondersteuning en welke instrumenten daarbij worden ingezet, is afhankelijk van iemands afstand tot de arbeidsmarkt. Hiervoor zoeken wij naar wat werkt en vooral wat nodig is voor de inwoner. Na de intake en diagnose bepaalt de consulent re-integratie tot welke klantgroep de inwoner behoort. De trede op participatieladder en of de inwoner in staat is een volgende trede te bereiken (groeipotentie) vormen hiervoor de basis. Met deze informatie (intake en diagnose) bepaalt de consulent re-integratie welke afslag op de participatierotonde de juiste is:

 

Maatschappelijk actief

Iemand die zich op deze trede bevindt, heeft geen arbeidsmogelijkheden. De inzet die gepleegd wordt is dan ook vaak in samenwerking met de Wmo en/of het voorliggend veld (Incluzio). Wanneer er wel een zekere mate van arbeidspotentie is, dan bevindt iemand zich niet op deze afslag.

 

Voorbereiding op werk

Op deze trede is iemand tot een zekere mate in staat om arbeid te verrichten met tijdelijke/structurele begeleiding. Hierbinnen wordt gewerkt aan het aanleren van werknemersvaardigheden en basale taalvaardigheden. De begeleiding richt zich daarnaast op het verbeteren van de arbeidsprestatie, eventueel door middel van functiegerichte training.

 

Bemiddeling naar werk

Iemand die zich op de trede ‘bemiddeling naar werk’ bevindt, kan aan het werk met extra ondersteuning bij het vinden van werk. Hierbinnen wordt gewerkt aan het vinden van een baan (toeleiden naar een arbeidsovereenkomst) of het volgen van een opleiding met een baangarantie, al dan niet met ondersteuning van de lokale jobhunter.

 

Aan het werk

Iemand is in staat een arbeidsprestatie te leveren eventueel met een al dan niet tijdelijke ondersteuningsbehoefte met een arbeidsovereenkomst. Beschut werk valt hier ook onder. Doelen zijn potentie van de kandidaat maximaal benutten zodat hij geen uitkering meer nodig heeft en duurzaam aan het werk blijft, afbouwen van de ondersteuning en het krijgen van een arbeidsovereenkomst met een reguliere werkgever. Hiervoor zetten we het WSP in.

 

Het belangrijkste onderscheid tussen de afslagen 1/2 en 3/4 is dat de verwachting is dat de inwoners in de eerste twee groepen (nog) geen zicht hebben op werk en dat het daarbij vooral gaat om activering en participatie en (nog) niet om betaald werk. De verwachting van de afslagen 3 en 4 is dat de inwoners (in principe) binnen een jaar aan het werk kunnen zijn.

 


1

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS), ‘Van overleven naar bloeien: bestaansonzekerheid voorkomen en verminderen’, 15 februari 2024.

2

Centraal Bureau voor de Statistiek, ‘Schuldenproblematiek in beeld’, 29 november 2024.

3

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), ‘Bestaanszekerheid als belofte: naar een lokale agenda, maart 2023.

4

Commissie sociaal minimum, Een zeker bestaan II, 29 september 2023

7

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Dasboard ‘Schuldenproblematiek in beeld’, 29 november 2024.

8

CPB/SCP (2020), Kansrijk armoedebeleid

Naar boven