Aanleiding
Als gevolg van de door de Hoge Raad gewezen arresten d.d. 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778) en 15 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1661), bekend als de ‘Didam-arresten’, is de gemeente Eindhoven, hierna: “(de) Gemeente”, gehouden om, gelet op het gelijkheidsbeginsel, indien geen openbare selectieprocedure wordt gehouden, kennis te geven van het voornemen tot uitgifte van onroerend goed.
De Gemeente maakt hierbij bekend dat zij voornemens is om over te gaan tot verkoop van grond(en), gelegen aan en nabij de Muzenlaan 1 t/m 1C aan BPD Ontwikkeling B.V., hierna: “(de) Beoogde partij”. Deze grond(en) betreft het perceel kadastraal bekend gemeente Woensel, sectie K, nummer 1583 (gedeeltelijk), met een grootte van circa 403 m2, hierna: “(de) Grond”, zoals indicatief in geel weergegeven op de bij deze publicatie aangehechte tekening d.d. 11-06-2026 met kenmerk GRB-20250103. De Beoogde partij is voornemens om op de Grond en zijn aangrenzende eigendom een bouwplan te realiseren bestaande uit 100 appartementen in de categorie Middendure huur.
Enige serieuze gegadigde
De Gemeente is van oordeel dat op grond van de navolgende objectieve, toetsbare en redelijke criteria enkel de Beoogde partij in aanmerking komt voor de voorgenomen verkoop van de Grond:
- -
De (voorgenomen) grondtransactie is noodzakelijk om tot de (ruimtelijke en stedenbouwkundig gewenste) ontwikkeling van het bouwplan te kunnen komen;
- -
Beoogde partij beschikt reeds over aangrenzende gronden in het bouwplan, te weten het perceel kadastraal bekend gemeente Woensel, sectie K, nummer 1583, zonder welke het bouwplan niet kan worden gerealiseerd. Andere partijen kunnen deze ontwikkeling niet realiseren zonder deze positie;
- -
De gezamenlijke gronden, te weten de gronden van de Beoogde partij en de Grond, zijn nodig om te voldoen aan de ambities en doelstellingen uit het stedenbouwkundig plan, waaronder de aantallen en de kwaliteit van woningen, de integraliteit van het bouwplan en de parkeeropgave, waardoor niet kan worden volstaan met een solitaire ontwikkeling op de Grond.
Bedenkingen ten aanzien van voorgenomen verkoop
Meent u dat u ook als gegadigde in aanmerking had moeten komen voor de (voorgenomen) verkoop, dan dient u binnen 28 kalenderdagen na de datum van deze publicatie een kort geding aanhangig te maken bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant. De 28 dagen termijn betreft een vervaltermijn. Indien binnen deze termijn geen kort geding aanhangig is gemaakt, vervalt het recht om tegen deze (voorgenomen) verkoop op te komen.
Bijlage: Tekening d.d. 11-06-2026 met kenmerk GRB-20250103