Vaststellen Subsidieregeling Maatwerkscholen 2027

 

 

B en W besluit

 

Burgemeester en wethouders van Hilversum,

Gelet op het voorstel “Vaststellen Subsidieregeling Maatwerkscholen 2027 met kenmerk 1967732;

 

Overwegende dat:

 

• de gemeente Hilversum streeft naar een zo breed en dekkend mogelijk aanbod van voor- en vroegschoolse Educatie (VVE), zodat alle kinderen een goede start kunnen maken en hun volledige potentieel kunnen bereiken, zoals omschreven in de HEA 2024-2027: Verder leren! op het gebied van het bestrijden van taal- en ontwikkelingsachterstanden;

• scholen in Hilversum verschillen in samenstelling van hun leerlingenpopulatie en dat sommige scholen te maken hebben met een relatief grote groep leerlingen die extra ondersteuning nodig heeft;

• de inzet van maatwerkplannen scholen de mogelijkheid biedt om in te spelen op deze verschillen en om deze leerlingen gericht extra te ondersteunen;

• met deze extra ondersteuning taalachterstanden in de vroegschoolse periode effectief kunnen worden bestreden;

• deze maatwerkplannen daarmee bijdragen aan het bevorderen van gelijke kansen voor alle kinderen van groep 1 en 2;

 

Gelet op:

 

• Titel 4.2 en 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht;

• Artikel 3, lid 3 van de Algemene Subsidieverordening Hilversum 2021;

• Beleidsregel Subsidieverstrekking Hilversum;

• Nadere regel Reserves en voorzieningen gesubsidieerde organisaties Hilversum; Beleidsregel toepassing Wet Bibob 2022, gemeente Hilversum;

• Hilversumse Educatieve Agenda 2024 - 2027: Verder Leren!

Besluiten

1. De Subsidieregeling maatwerkscholen 2027 vast te stellen

Hilversum, 9 juni 2026

 

de gemeentesecretaris, de burgemeester,

 

 

mr. C.P. Torres Barrera dr. ir. G.M. van den Top

 

 

 

Subsidieregeling Maatwerkscholen 2027

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

a) ASV: Algemene Subsidieverordening Hilversum 2021;

b) Awb: Algemene wet bestuursrecht;

c) College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum;

d) Gemeente: De gemeente Hilversum (incl. het grondgebied van gemeente Wijdemeren zoals voor de herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren, zoals besloten in de tweede kamer);

e) Subsidieplafond: Het bedrag dat gedurende een bepaalde periode maximaal beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op grond van deze regeling;

f) Aanvrager: Het schoolbestuur dat verantwoordelijk is voor een reguliere basisschool in de gemeente Hilversum en namens één of meerdere schoollocaties een subsidieaanvraag indient;

g) BRIN-nummer: het door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) toegekende Basisregistratie Instellingennummer dat een onderwijsinstelling of locatie uniek identificeert;

h) Doelgroepkleuters Een kleuter in de leeftijd vanaf 4 jaar tot het moment waarop hij/zij doorstroomt naar groep 3 van de basisschool, met een risico op een onderwijsachterstand op het gebied van taal. Dit kunnen zowel kinderen zijn die met een VVE-indicatie doorstromen vanuit de voorschoolse educatie als kinderen waarbij het risico op een onderwijsachterstand op het gebied van taal in groep 1-2 wordt vastgesteld;

i) Doorgaande leerlijn: De inhoudelijke en pedagogisch-didactische samenhang en afstemming tussen voorschoolse voorzieningen en het basisonderwijs, gericht op een ononderbroken ontwikkeling van het kind;

j) Maatwerkplan: Een school specifiek plan waarin wordt beschreven welke aanvullende activiteiten met behulp van de subsidie worden uitgevoerd, hoe deze bijdragen aan de doelstellingen van de regeling en welke ambities worden nagestreefd voor de ontwikkelingsresultaten van doelgroepkinderen;

k) Maatwerkschool: Een reguliere basisschool die op grond van deze subsidieregeling subsidie ontvangt voor de uitvoering van een maatwerkplan;

l) Regiegroep OKB: De gemeentelijke regiegroep onderwijs kansenbeleid (OKB), waarin scholen en andere betrokken professionals periodiek overleg voeren over beleid en uitvoering op het gebied van voor-en vroegschoolse educatie;

m) Reguliere basisschool: Een door de overheid bekostigde instelling voor primair onderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, niet zijnde speciaal (basis)onderwijs;

n) Schoollocatie: De fysieke vestiging van een reguliere basisschool waarvoor afzonderlijk een maatwerkplan kan worden ingediend;

o) Schoolweging: is een maat die wordt gebruikt in het basisonderwijs om de verwachte onderwijsprestaties en de complexiteit van de leerlingenpopulatie van een school in kaart te brengen. Het Centraal Bureau voor Statistiek berekend de schoolweging van een school op basis van de volgende kenmerken: het opleidingsniveau van de ouders, het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op school, het land van herkomst van de ouders, de verblijfsduur van de moeder in Nederland en of ouders in de schuldsanering zitten;

p) Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE): Samenhangend aanbod van educatieve activiteiten voor peuters en kleuters met (een risico op) een onderwijsachterstand, gericht op het stimuleren van met name taal , en sociaal‑emotionele ontwikkeling;

q) Warme overdracht: De zorgvuldige en gestructureerde overdracht van informatie over de ontwikkeling van een kind van de voorschoolse voorziening naar de basisschool, in samenwerking met ouders en betrokken professionals;

2. Begrippen die in deze subsidieregeling worden gebruikt en niet verder zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Awb, ASV of de daarop gebaseerde regelgeving.

 

Artikel 2. Toepassingsbereik

1. In afwijking van de Algemene Subsidieverordening Hilversum 2021 is deze subsidieregeling van toepassing op de doelgroep zoals beschreven in artikel 4, in het grondgebied van de gemeente zoals bedoeld in artikel 1 lid 1d;

2. Deze regeling is voor het eerst van toepassing op subsidies voor activiteiten die in het jaar 2027 worden uitgevoerd.

 

Artikel 3. Doel van de subsidieregeling

1. Het doel van de Subsidieregeling is het bevorderen van gelijke onderwijskansen voor kleuters in groep 1 en 2 met een verhoogd risico op onderwijsachterstanden in Hilversum. Dit gebeurt door het beschikbaar stellen van een financiële impuls voor scholen waar de ondersteuningsbehoefte het grootst is, zodat zij passend maatwerk kunnen bieden aan deze leerlingen.

 

Artikel 4. Doelgroep

1. Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt voor ondersteuning gericht op kleuters van groep 1 en 2 met een risico op een onderwijsachterstand op het gebied van taal en ontwikkeling. Dit kunnen zowel kinderen zijn die met een VVE-indicatie doorstromen vanuit de voorschoolse educatie als kinderen waarbij het risico op een onderwijsachterstand op het gebied van taal in groep 1-2 wordt vastgesteld.

 

Artikel 5. Eisen aan de aanvrager

1. Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan reguliere basisscholen in de gemeente met een schoolweging van 30 of hoger. De schoolweging is vastgesteld en gepubliceerd door de Inspectie van het Onderwijs op 9 februari 2026 voor het schooljaar 2024–2025.

2. Indien meerdere scholen gebruikmaken van hetzelfde BRIN-nummer, moet het bevoegd gezag per afzonderlijke school aantonen dat de schoolweging van die school hoger is dan 30. Wordt dit niet voor elke school afzonderlijk aangetoond, dan wordt de subsidie slechts aan één school per BRIN-nummer toegekend. In dat geval bepaalt het bevoegd gezag van de betreffende scholen welke school de subsidie ontvangt.

 

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

1. De subsidie bedraagt maximaal € 20.000 per maatwerkschoollocatie gegeven dat de aanvraag voldoet aan de bepalingen in deze subsidieregeling.

 

Artikel 7. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op extra inzet in groep 1 en 2, ten behoeve van het verminderen van taal- en/of ontwikkelingsachterstanden, te weten:

a. de inzet van een onderwijsassistent of vergelijkbare ondersteuner voor het bieden van aanvullende ondersteuning aan (doelgroep)kleuters, bijvoorbeeld door het bieden van aanvullende ondersteuning in kleinere groepen;

b. activiteiten die bijdragen aan het verkleinen van de achterstand op taal en ontwikkeling ter ondersteuning van de doorgaande lijn naar groep 3;

c. de inzet van een onderwijsassistent of vergelijkbare ondersteuner voor het onderhouden en versterken van contact met ouders, gericht op het stimuleren van taalontwikkeling, spel en leren in de thuissituatie;

2. De activiteiten zijn aanvullend op het bestaande onderwijs- en ondersteuningsaanbod van de school en zijn gericht op het behalen en monitoren van vooraf geformuleerde ambities voor de ontwikkelingsresultaten van doelgroepkinderen, zoals vastgelegd in het kindvolgsysteem.

 

 

 

Artikel 8. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

1) Kosten die voor subsidie in aanmerking komen:

a) kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 7;

b) personeelskosten voor extra inzet in groep 1 en 2, zoals de inzet van een onderwijsassistent;

c) kosten voor activiteiten gericht op ouderbetrokkenheid.

 

2) Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen:

a) kosten die behoren tot het reguliere onderwijsaanbod van de school;

b) Investerings-, huisvestings- en overige structurele kosten;

c) kosten zonder directe relatie met de doelstellingen van deze subsidieregeling of buiten de subsidieperiode

 

Artikel 9. Aanvraag- en beslistermijn

1. De periode voor het indienen van aanvragen loopt van 1 september 2026 tot 1 oktober 2026;

2. Het College beslist binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag;

3. Het College kan de in het derde lid genoemde termijn voor ten hoogste 13 weken verdagen.

 

Artikel 10. Eisen aan de subsidieaanvraag

1. Een aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het College met gebruikmaking van het daarvoor bestemde registratieformulier op hilversum.nl/subsidies;

2. Bij de aanvraag overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

a. Een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

b. De doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;

c. Een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten voor deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan.

d. Een maatwerkplan per schoollocatie waarin wordt beschreven hoe de activiteiten bijdragen aan de doorgaande leerlijn en de bestrijding van taal- en/of ontwikkelingsachterstanden bij doelgroepkleuters.

3. De subsidieaanvraag wordt gebundeld per schoolbestuur ingediend en omvat alle scholen van dat schoolbestuur die voor deze subsidie in aanmerking komen.

4. Indien binnen de aanvraag sprake is van scholen met gelijke BRIN‑nummers, vermeldt het schoolbestuur per afzonderlijke school wat de bijbehorende schoolweging is en hoe deze is berekend.

5. Het College is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in dit artikel genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn;

6. Indien de aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen. De dag waarop de aanvraag is aangevuld en volledig is, geldt als de datum van ontvangst van de aanvraag.

 

Artikel 11. Beoordeling

1. Het beoordelen van aanvragen vindt plaats op volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen.

2. De aanvraag wordt beoordeeld op de volgende punten:

a. Of de aanvraag tijdig en compleet is;

b. Of de aanvraag voldoet aan de eisen en voorwaarden uit deze regeling;

c. De mate waarin de activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelstellingen zoals omschreven in artikel 3;

3. Wanneer uit de beoordeling blijkt dat de aanvraag niet in aanmerking komt voor subsidie, wordt de aanvraag afgewezen;

4. Wanneer uit de beoordeling blijkt dat de aanvraag in aanmerking komt voor subsidie, blijven onverminderd de weigeringsgronden uit de Awb en de ASV van toepassing.

 

Artikel 12. Weigeringsgronden

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 8 van de ASV wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:

a. De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in strijd zijn met het gemeentelijk beleid;

b. Niet voldaan is aan de eisen en beoordelingscriteria genoemd in deze regeling;

c. Een vergunning niet is verleend voor een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

d. De verstrekte gegevens onjuist zijn.

e. Eénzelfde subsidieaanvraag bij meerdere gemeentelijke subsidieregelingen/beleidsvelden is ingediend, en toekenning erin zou resulteren dat de gemeente Hilversum meer subsidie zou verlenen dan passend en noodzakelijk is

 

 

 

Artikel 13. Subsidieplafond en wijze van verdeling

1. Deze regeling kent een subsidieplafond. Het plafond wordt vastgesteld op €400.000,- voor 2027;

2. Het behandelen van aanvragen vindt plaats via een eerst-komt-eerst-maalt-systeem. Dit betekent dat aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen, totdat het subsidieplafond bereikt is. Vanaf dat moment worden de aanvragen afgewezen;

3. Besluiten voor het jaar 2027 worden genomen onder voorbehoud van de jaarlijkse vaststelling van de Gemeentebegroting door de gemeenteraad;

4. Onder artikel 4:28 van de Awb bestaat de mogelijkheid dat het subsidieplafond wordt verlaagd. Een verlaging kan gevolgen hebben voor reeds verleende subsidies.

 

Artikel 14. Verplichtingen

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 10 en artikel 12 van de ASV gelden de volgende verplichtingen:

a. De maatwerkscholen dienen aanwezig te zijn bij door of namens de gemeente georganiseerde netwerkbijeenkomsten. Daarbij stelt de school haar leerkrachten en onderwijsassistenten van groep 1/2 tweemaal per jaar in de gelegenheid een halve dag aan deze netwerkbijeenkomsten deel te nemen.

b. Per schoolbestuur neemt minimaal één vakinhoudelijke professional deel aan de bijeenkomsten van de regiegroep onderwijskansenbeleid.

c. De maatwerkscholen nemen deel aan de (jaarlijkse) VVE-monitor door gegevens over de ontwikkelresultaten te delen en deel te nemen aan de (jaarlijkse)kwaliteitsdialogen die worden georganiseerd.

d. De subsidieontvanger staat de gemeente toe publicitair gebruik te maken van de met de activiteit behaalde resultaten en te delen met andere belanghebbenden;

2. In de verleningsbeschikking wordt opgenomen welke (meetbare) prestaties de aanvrager dient te leveren voor de verleende subsidie en welke financiële afspraken gemaakt worden.

3. In de verleningsbeschikking kan het College aanvullende subsidieverplichtingen opleggen.

 

Artikel 15. Verantwoording en vaststelling

1. De subsidieontvanger dient uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd een aanvraag tot vaststelling in;

2. De aanvraag tot vaststelling wordt schriftelijk ingediend bij het College met gebruikmaking van het daarvoor bestemde aanvraagformulier op hilversum.nl/subsidies.

2. Bij de aanvraag tot vaststelling overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

a. Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

b. De resultaten die de activiteiten hebben opgeleverd;

c. Een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

d. Een reflectie op de voortgang van de geformuleerde ambities ten aanzien van de ontwikkelingsresultaten van de doelgroepkinderen aan het einde van groep 2

e. Wanneer van toepassing: een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant;

3. Het College kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.

4. Indien de aanvraag tot vaststelling niet volledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen. De dag waarop de aanvraag is aangevuld en volledig is, geldt als de datum van ontvangst van de aanvraag.

5. Het College beslist binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot vaststelling;

6. Het College kan de in het zesde lid genoemde termijn voor ten hoogste 6 weken verdagen.

 

Artikel 16. Hardheidsclausule

1. Het College kan in bijzondere gevallen van de bepalingen in deze regeling afwijken indien strikte toepassing daarvan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

 

Artikel 17. Bijzondere gevallen

1. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het College.

 

Artikel 18. Overgangsrecht

1. Scholen die in het kalenderjaar 2026 maatwerkplansubsidie hebben ontvangen en die op grond van de in deze regeling vastgestelde nieuwe criteria niet langer voor maatwerkplansubsidie in aanmerking komen, enkel vanwege een schoolweging lager dan 30, kunnen nog éénmaal voor het kalenderjaar 2027 subsidie aanvragen overeenkomstig deze regeling. Hiervoor geldt een ondergrens voor een schoolweging van 25.

 

Artikel 19. Inwerkingtreding

1. Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

2. De regeling is voor het eerst van toepassing op activiteiten die in 2027 plaatsvinden.

3. De regeling kent een looptijd van het moment van inwerkingtreding tot en met 31-december-2027. Na deze datum vervalt zij van rechtswege.

 

 

 

Artikel 20. Citeertitel

1. De regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Maatwerkscholen 2027

 

 

Naar boven