Gemeenteblad van Goes
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Goes | Gemeenteblad 2026, 288826 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Goes | Gemeenteblad 2026, 288826 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels jeugdhulp Gemeente Goes 2026
De Verordening jeugdhulp Gemeente Goes 2026 (vastgesteld op 12 maart 2026) regelt de belangrijkste zaken over jeugdhulpvoorzieningen. In deze Verordening heeft de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om over bepaalde onderwerpen uit de Verordening nadere regels vast te stellen. Het gaat daarbij om de volgende onderwerpen:
Het college van burgemeester en wethouders besluit de volgende nadere regels vast te stellen:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
In deze nadere regels komen de volgende begrippen voor:
Gesprek: het gesprek dat plaatsvindt wanneer een jeugdige of zijn ouder(s) een aanvraag voor jeugdhulp doen, waarbij een medewerker van het toegangsteam Jeugd van gemeente Goes namens het college, met degene die de jeugdhulp aanvraagt, de gehele situatie bespreekt rondom de ondervonden problemen en de gevolgen daarvan en de gewenste resultaten van de te kiezen oplossingen.
Hoofdstuk 2. Beschikbare voorzieningen
In dit hoofdstuk is, aanvullend op artikel 2, 3, 11 en 13 van de Verordening, uitgewerkt wat de algemene en individuele voorzieningen inhouden en waarop ze zich richten.
Artikel 2.1 Algemene voorzieningen
Algemene voorzieningen die jeugdigen, ouders en kinderen ondersteunen zijn gericht op:
De algemene voorzieningen die in Gemeente Goes beschikbaar zijn, staan in artikel 2 van de Verordening.
Artikel 2.2 Individuele voorzieningen
Er worden alleen individuele voorzieningen toegekend die zijn ingekocht door de Inkoop Jeugdhulp Zeeland, met uitzondering van de uitzonderlijke gevallen waarin alle ingekochte voorzieningen niet passend en geschikt zijn. In dat geval kan maatwerk worden toegepast. Ouders dienen te motiveren waarom de ingekochte voorzieningen niet passend en geschikt zijn.
Artikel 2.3 Vervoersvoorzieningen
Een vervoersvoorziening is op grond van artikel 3 lid 1 onder g van de Verordening een individuele voorziening die beschikbaar is in Gemeente Goes.
Het college kan een formulier aanmerken als aanvraag voor een vervoersvoorziening, als de jeugdhulpaanbieder dat in overleg met de jeugdige en/of ouders op het formulier heeft aangegeven. Daarnaast moet op dit formulier een dagtekening, naam, Burgerservicenummer en geboortedatum van de jeugdige staan.
Hoofdstuk 3. Procedure aanvraag jeugdhulp
In dit hoofdstuk is, aanvullend op artikel 4, 7, 8, 15 en 16 van de Verordening, uitgewerkt hoe de procedure verloopt bij een ondersteuningsvraag van de jeugdige en/of ouder(s).
Artikel 3.1 Start van de (aanvraag)procedure jeugdhulp
Als de jeugdige en/of ouder(s) behoefte hebben aan ondersteuning zoals bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet, dan kunnen zij de algemene voorziening rechtstreeks benaderen zonder toegangsbeoordeling door het college of een aanvraag voor een individuele voorziening doen bij het toegangsteam Jeugd van Gemeente Goes.
De jeugdige of ouders kunnen een aanvraag doen via het contactformulier dat op de website staat of via telefoon of e-mail. De aanvraag is op grond van de Awb volledig als het de naam en het adres van de aanvrager, de dagtekening, een hulpvraag en een handtekening bevat. Een telefonische aanvraag is daarnaast volledig als deze per mail door een medewerker van het toegangsteam Jeugd van Gemeente Goes wordt bevestigd.
Als moment van aanvraag geldt het moment waarop het contactformulier of de e-mail door het toegangsteam Jeugd van Gemeente Goes wordt ontvangen. Bij een telefonische aanvraag is dit het moment van telefonisch contact, tenzij ouders na de bevestiging per mail aangeven dat zij geen aanvraag wilden doen.
Artikel 3.3 Procedure bij zeer ingewikkelde problematiek
Als sprake is van zeer ingewikkelde problematiek, kan de toegangsmedewerker het Regionale Expertteam (RET) betrekken. Er is sprake van zeer ingewikkelde problematiek als de jeugdige of ouders meerdere hulpvragen hebben, waarbij de jeugdige zelf forse problemen heeft en er problemen zijn tussen de jeugdige en de ouders en/of het gezin.
In dit hoofdstuk is, aanvullend op artikel 7, 9, 10 en 16 van de Verordening, uitgewerkt wat de voorwaarden voor toekenning, de manier van beoordeling en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening zijn.
De medewerker van het toegangsteam Jeugd doet gezinsbreed onderzoek. Er is een brede analyse van de problematiek nodig, waarbij een overzicht van verschillende voorzieningen die al worden ingezet binnen het gezin nodig wordt geacht. Het is aan ouders om de toegangsmedewerker hierover te informeren. Met toestemming van ouders kan de toegangsmedewerker contact opnemen met andere betrokken hulpverleners.
De uitkomsten van het onderzoek worden door het college vastgelegd in een verslag. De jeugdige en ouders kunnen hierop binnen twee weken reageren met correcties en aanvullingen. Feitelijke onjuistheden worden aangepast, opmerkingen en meningen worden in een bijlage aan het ondersteuningsplan toegevoegd.
Hoofdstuk 5. Voorwaarden en verplichtingen pgb
In dit hoofdstuk staan, aanvullend op artikel 17, 18, 19 en 20 van de Verordening, de aanvullende voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan het ontvangen van een pgb.
In dit hoofdstuk staat, aanvullend op artikel 21 van de Verordening, de samenstelling van het pgb-tarief.
Artikel 6.2 Tarief pgb informele hulp
Het tarief voor pgb met informele hulp wordt jaarlijks door een medewerker van het toegangsteam Jeugd van Gemeente Goes berekend op basis van het geldende minimumuurloon, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar en ouder met een 36-urige werkweek. Het uurtarief voor pgb met informele hulp mag niet lager zijn dan dit minimumuurloon. Bij het vaststellen van het tarief wordt het geldende uurtarief geïndexeerd met hetzelfde percentage als waarmee het minimumloon dat jaar wordt geïndexeerd.
Hoofdstuk 7. Bevoegdheden toezichthouder
In dit hoofdstuk staan, aanvullend op artikel 24 en 25 van de Verordening, de nadere voorwaarden en verplichtingen voor de taken van de door het college aangewezen toezichthouder.
Toelichting op de Nadere regels jeugdhulp Gemeente Goes 2026
Deze nadere regels horen bij de Verordening jeugdhulp Gemeente Goes 2026. De gemeenteraad heeft het college de bevoegdheid gegeven om nadere regels vast te stellen over een aantal onderdelen van de verordening. In deze nadere regels zijn die onderdelen uitgewerkt.
Over de procedure bij (het vermoeden van) ernstige dyslexie (ED) is geen artikel opgenomen in de nadere regels, omdat de verordening hierover volledig is. In de factsheet dyslexie Zeeland (bijlage 3) staan de afspraken over de taken van betrokken partijen (jeugdhulpaanbieders, onderwijs en gemeenten) met als doel om eenduidig te werken en daarmee de doelmatigheid te vergroten. Het gaat onder andere om afspraken over de samenwerking tussen aanbieders, onderwijs en aanbieders, doelgroep, trajectduur, kwaliteit en administratie. Belangrijk is dat de school een aantal stappen gezet moet hebben voordat een dyslexiebehandeling kan starten. In de factsheet staat ook wat van de ouder(s) wordt verwacht om de behandeling te laten slagen.
NB: Niet elke bepaling wordt toegelicht.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Om een goede beoordeling te kunnen doen of en zo ja, welke jeugdhulp nodig is, vindt na een aanvraag voor jeugdhulp een gesprek plaats met een medewerker van het toegangsteam jeugd van de gemeente namens het college met de jeugdige en/of ouder(s).
Lid 1, onderdeel b: verordening
In deze nadere regels wordt vaak verwezen naar de verordening waar ze bij horen. In deze bepaling wordt aangegeven om welke verordening het gaat.
Het aantal definities van artikel 1 is beperkt, aangezien de wet, verordening en Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) al veel definities kennen die ook bindend zijn voor deze nadere regels. Deze definities zijn dan ook niet nogmaals opgenomen in deze nadere regels.
Hoofdstuk 2. Beschikbare voorzieningen
Artikel 2.1 Algemene voorzieningen
Algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijk. Er vindt geen voorafgaand onderzoek plaats naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de jeugdige en/of ouder(s). Het college geeft hiervoor geen beschikking af.
In artikel 2.1 staat waarop algemene voorzieningen die jeugdigen, ouders en netwerken ondersteunen zijn gericht. Dit is de reikwijdte van algemene voorzieningen. De opsomming in artikel 2.1 is niet uitputtend en kan tussentijds wijzigen.
In bijlage 1 staan de algemene voorzieningen opvoedondersteuning en praktijkondersteuner huisarts (POH-jeugd) verder uitgewerkt.
Artikel 2.2 Individuele voorzieningen
Soms is een algemene voorziening niet passend of niet voldoende compenserend. Dan kan de jeugdige en/of ouder(s) misschien gebruik maken van een individuele voorziening. Hiervoor is voorafgaand diepgaand onderzoek naar de hulpvraag en de behoefte en persoonskenmerken van de jeugdige nodig.
In artikel 2.2 staat waarop individuele voorzieningen zijn gericht. Dit is de reikwijdte van individuele voorzieningen. De opsomming in artikel 2.2 is niet uitputtend en kan tussentijds wijzigen.
In bijlage 2 staat een uitwerking van de beschikbare individuele voorzieningen in de gemeente. Dit is het gecontracteerde aanbod van de dertien Zeeuwse gemeenten vanaf 1 januari 2026.
Maatwerkvoorzieningen worden, met uitzondering van uitzonderlijke gevallen zoals omschreven in artikel 2.2, niet toegekend. Als er toch een maatwerkvoorziening wordt toegekend, moet het gaan om een unieke situatie die echt niet met het gecontracteerde aanbod opgelost kan worden. De bewijslast hiervoor ligt bij ouders.
De Inkoop Jeugdhulp Zeeland heeft een werkwijze opgesteld voor maatwerkcontracten. Bij eventuele maatwerkcontracten moet deze werkwijze altijd door het toegangsteam worden gevolgd.
Artikel 2.3 Nadere regels vervoersvoorziening
Een aanvraag voor vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, volgt in de basis dezelfde procedure als voor een individuele voorziening. Daarnaast is een aantal specifieke criteria van toepassing.
Het gaat om een aanvraag voor vervoer van een jeugdige met een beschikking voor een individuele voorziening. Dat betekent dat vervoer voor de jeugdige wordt toegekend en niet voor de ouder(s).
De minimale afstand van 6 kilometer enkele reis in deze nadere regels komt overeen met de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Goes 2024.
Bij een aanvraag voor vervoer vanuit de jeugdwet, moet eerst worden gekeken of het vervoer vanuit een andere wet kan worden toegekend.
In lid 6 zijn de vervoersvoorzieningen opgenomen die kunnen worden toegekend. Er moet altijd gekozen worden voor de goedkoopste passende voorziening. Als een jongere niet zelfstandig met het openbaar vervoer kan reizen, kan deze eerst reizen met een begeleider. De jongere moet dan, als dit passend is bij zijn leeftijd, wel oefenen om zelfstandig met het openbaar vervoer te kunnen gaan reizen.
In aansluiting op het leerlingenvervoer is een leeftijdsgrens opgenomen voor het zelfstandig reizen met het openbaar vervoer. Vanaf 9 jaar worden jongeren in staat geacht om te leren zelfstandig te reizen met het openbaar vervoer. Dit is nadrukkelijk een uitgangspunt, waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. Tijdens het leren zelfstandig te reizen, wordt vervoer met een volwassen begeleider toegekend.
Hoofdstuk 3. Procedure aanvraag jeugdhulp
Artikel 3.1 Start van de (aanvraag)procedure jeugdhulp
In tegenstelling tot de WMO 2015 kent de wet geen aanvraagprocedure die afwijkt van de Awb. Daarom geldt de Awb als overkoepelende wetgeving voor de aanvraag voor jeugdhulp. Volgens de Awb is een aanvraag een schriftelijk verzoek om jeugdhulp van de jeugdige en/of ouder(s) aan het college. Een elektronische en telefonische aanvraag zijn ook geldig.
Bij een telefonische aanvraag worden alle benodigde gegevens genoteerd en wordt de aanvraag direct per mail bevestigd. Er wordt ouders daarbij gevraagd contact op te nemen als de mail niet klopt en/of iemand geen aanvraag wilde doen. De datum van het telefonisch contact is de datum van aanvraag.
Het kan helpend zijn voor een eventuele hulpvraag in de toekomst om de gegevens van de ouders en/of de jongere, met een korte beschrijving van de hulpvraag, te bewaren in het registratiesysteem. Met ouders en/of de jeugdige kan worden overlegd of zij hiervoor toestemming geven. Geven ouders en/of de jeugdige vanaf 16 jaar geen toestemming, dan worden de gegevens uit het registratiesysteem verwijderd.
Het college neemt binnen een redelijke termijn, maar in elk geval binnen acht weken, een besluit over het toekennen of afwijzen van een individuele voorziening. De datum waarop de complete aanvraag is ontvangen, geldt als startdatum van deze acht weken. Wat een redelijke termijn is, hangt mede af van de situatie van de jeugdige en/of ouder(s) en de hulpvraag. Als sprake is van spoed, neemt het college sneller een besluit. Als de termijn van acht weken overschreden wordt, kan gebruik gemaakt worden van een hersteltermijn. De gemeente stelt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte.
Het gesprek is de start van het onderzoek naar de situatie van de jeugdige en/of ouder(s). Het gesprek vindt zo snel mogelijk plaats, aangezien het onderzoek binnen acht weken na de aanvraag moet zijn afgerond.
Op grond van de AVG mag de gemeente vragen naar informatie over andere levensdomeinen als dat een duidelijk doel heeft. Het is dus belangrijk dat de medewerker van het toegangsteam met de jeugdige en/of ouder(s) bespreekt waarom deze hiernaar vraagt en vastlegt waarom. Als blijkt dat de informatie niet relevant is, mag deze niet vastgelegd worden.
Artikel 3.3 Procedure bij zeer ingewikkelde problematiek
Zeer ingewikkelde problematiek betekent dat de jeugdige en/of ouder(s) meerdere hulpvragen hebben, waarbij de jeugdige zelf forse problemen heeft en er problemen zijn tussen de jeugdige en diens ouder(s) en/of gezin.
Voor deze problematiek is brede en integrale samenwerking nodig tussen aanbieders van verschillende voorzieningen die het jeugddomein overstijgen. De problematiek vraagt om maatwerk en intensieve behandeling, vaak gecombineerd met begeleiding. Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland heeft hiervoor perceel 1 ingericht.
Artikel 3.4 Tenaamstelling beschikking
Als beide ouders het gezag hebben en één ouder weigert toestemming te geven voor de start van de jeugdhulp (bij een jeugdige jonger dan 16 jaar), kan de jeugdhulp niet starten. In bepaalde gevallen, bijvoorbeeld bij opvoedondersteuning, kan de beschikking op naam van een van beide ouders worden gezet. De hulp richt zich dan op de ouder en niet op de jeugdige.
Ook bij een jeugdhulpvoorziening voor een ongeboren kind wordt de beschikking op naam van (een van) de ouder(s) gezet.
Als meerdere problemen spelen in een gezin en eventueel ook al andere voorzieningen zijn toegekend, is het belangrijk dat de regie over de in te zetten ondersteuning duidelijk is. In eerste instantie ligt de regie bij de jeugdige en/of ouders zelf, maar soms blijkt dat zij moeite hebben om het overzicht te bewaren. Voorzieningen kunnen ook tegen elkaar in werken. Daarom is het belangrijk om prioriteiten te stellen en samen met het gezin een plan van aanpak te maken.
Als binnen het gezin ook problemen spelen in andere domeinen, bespreekt de medewerker van het toegangsteam deze met diens collega’s Wmo en Participatiewet, voor zover de AVG dat toelaat en in overleg met de jeugdige en/of ouder(s). Ook kan de toegangsmedewerker de casus inbrengen in een multidisciplinair overleg.
De gemeente legt vast welke instrumenten, methodieken en werkwijzen gebruikt worden bij het onderzoek. Het ‘Ontwikkelingsprofiel kind’ (bijlage 4) kan gebruikt worden bij het onderzoek.
Hoofdstuk 5. Voorwaarden en verplichtingen pgb
In artikel 8.1.1, tweede lid onder a, van de wet staat dat de jeugdige en/of ouder(s) in staat moeten zijn de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. Dit om te voorkomen dat de jeugdige en/of ouder(s) in de problemen komen, bijvoorbeeld omdat ze niet goed weten welke jeugdhulp nodig is, hoe ze goede afspraken kunnen maken met een jeugdhulpaanbieder of hoe ze de financiën moeten regelen.
Om de pgb-vaardigheid te toetsen, sluit de gemeente aan bij de criteria die het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Per Saldo hebben opgesteld: https://www.pgb.nl/alles-over-het-pgb/is-een-pgb-iets-voor-jou/ben-jij-pgb-vaardig. Als de jeugdige en/of ouder(s) niet aan de criteria voldoen en het beheer van het pgb ook niet door een ander gedaan kan worden (zie artikel 14), is zorg in natura een betere oplossing en kan het college de aanvraag voor een pgb afwijzen.
Het budgetplan is de basis voor de evaluatie met de budgethouder of budgetbeheerder. Daarom is het belangrijk dat de activiteiten hierin helder zijn beschreven.
Artikel 5.3 Kwaliteitscriteria hulpverleners
Formele jeugdhulpaanbieders moeten voldoen aan de eisen van het Kwaliteitskader Jeugd (toepassing verantwoorde werktoedeling in de praktijk): https://skjeugd.nl/.
Met een pgb worden vaak eenpitters ingehuurd. Als zij als een formele aanbieder worden beschouwd – en dus vallen onder het formele tarief – geldt ook voor hen de verantwoorde werktoedeling. Bij jeugdprofessionals in dienst van een aanbieder is de werkgever verantwoordelijk voor de uitvoering van de verantwoorde werktoedeling. Een eenpitter (zzp’er) heeft geen werkgever. In dat geval heeft de opdrachtgever (de budgethouder) de verantwoordelijkheid om in het budgetplan aan te tonen dat de norm voor verantwoorde werktoedeling wordt gehanteerd.
Het college toetst de kwaliteit van jeugdhulp geboden door formele aanbieders niet zelf. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: IGJ) zorgt voor toetsing van de kwaliteit van jeugdhulp. Landelijk is afgesproken dat gemeenten aanbieders aanmelden bij het Inspectieloket Sociaal Domein als ze niet bekend zijn bij de IGJ.
Het college beoordeelt bij een aanvraag voor een pgb of de in te kopen jeugdhulp van de juiste kwaliteit is. Het college moet daarvoor onder andere vaststellen of de te leveren jeugdhulp een passende oplossing biedt voor de hupvraag van de jeugdige en/of ouder(s). het gaat vooral om een toets op de doelmatigheid: biedt de te leveren jeugdhulp een oplossing voor de ontwikkeldoelen van de jeugdige en/of ouder(s)?
Ook de hulp van een informele hulpverlener die met een pgb betaald wordt, moet aan minimale kwaliteitseisen voldoen. De IGJ controleert geen informele hulpverleners (veelal het sociale netwerk). Daarom stelt het college aan deze groep aparte eisen.
Artikel 5.4 Pgb beheerd door een ander dan de jeugdige of zijn ouder(s)
Als de jeugdige en/of ouder(s) zelf niet in staat zijn om het pgb te beheren, mag dit ook gedaan worden door iemand uit het sociale netwerk. De budgetbeheerder kan ook een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp zijn. Het is aan het college om dit in elke individuele situatie te beoordelen (TK 2013 2014, 33983, nr. 3, p. 23). Om misbruik te voorkomen, stelt het college hieraan een aantal eisen.
Het pgb moet voor de jeugdige en/of ouder(s) toereikend zijn om de gewenste jeugdhulp daadwerkelijk te kunnen inkopen. Als het door de jeugdige en/of ouder(s) voorgestelde aanbod duurder is dan het goedkoopst passend aanbod van zorg in natura, kan het college het pgb weigeren voor dat deel dat duurder is.
Zowel het tarief voor formele als voor informele hulp wordt ieder jaar geïndexeerd.
Het informele tarief is gebaseerd op het geldende minimumuurloon uit de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Daarom wordt het tarief voor informele hulp jaarlijks geïndexeerd met hetzelfde percentage als het minimumuurloon, wat gepubliceerd wordt op Rijksoverheid.nl.
Bij het formele tarief vindt deze indexatie plaats op basis van de tarieven van de Inkoop Jeugdhulp Zeeland voor de jeugdhulp in natura. De tarieven van Inkoop Jeugdhulp Zeeland worden jaarlijks in januari gepubliceerd. Daarom gelden de nieuwe tarieven voor zowel formele als informele hulp jaarlijks per 1 februari.
Ook de tarieven voor de lopende pgb’s worden geïndexeerd. Het gewijzigde bedrag wordt jaarlijks per 1 februari uitgekeerd.
Artikel 18. Intrekking oude nadere regels en overgangsrecht
Dit artikel bevat overgangsrecht en regelt welke nadere regels in een aantal situaties van toepassing zijn op het moment dat de nieuwe nadere regels in werking treden.
In het tweede lid is duidelijk gemaakt dat bestaande rechten (op basis van de oude nadere regels) doorlopen totdat een nieuwe beoordeling heeft plaatsgevonden.
Bijlage 1. Algemene voorzieningen
Algemene voorzieningen zijn in beginsel ondersteuningsgericht. Ze zijn gericht op het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van de jeugdige en/of ouder(s). Ze kunnen de jeugdige en/of ouder(s) structureel ondersteunen bij het opvoeden en opgroeien. Het kan gaan om respijtzorg of praktische ondersteuning bij het uitvoeren en/of oefenen van handelingen en vaardigheden met zelfredzaamheid als doel.
Bijlage 2. Individuele voorzieningen
Individuele voorzieningen zijn in beginsel herstelgericht. Ze zijn gericht op het oplossen van hulpvragen van jeugdigen en/of ouder(s) en het herstellen van een gezonde en veilige ontwikkeling van de jeugdige. De jeugdhulp grijpt in op het probleem zelf. Het kan gaan om de behandeling van de jeugdige en/of systeemgebonden problematiek.
Een individuele voorziening kan ook ondersteuningsgericht zijn. Bijvoorbeeld: als sprake is van blijvende problematiek die die chronische belemmeringen opwerpt in het gezin of de ontwikkeling van de jeugdige, is de jeugdhulp niet herstelgericht, maar ondersteuningsgericht. Toch kan de hulpvraag niet worden opgelost door het inzetten van een algemene voorziening.
Het Programma van Eisen voor individuele voorzieningen is hier te vinden: https://www.inkoopjeugdhulpzeeland.nl/onderwerp/programma-van-eisen/
Bijlage 3. Factsheet dyslexie Zeeland
De documenten zijn hier te vinden: https://www.inkoopjeugdhulpzeeland.nl/onderwerp/dyslexie.
Bijlage 4. Ontwikkelingsprofiel kind
Richtlijn gebruikelijke hulp voor ouders met kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel in verschillende levensfasen van het kind. Dit overzicht geldt als leidraad om objectief in te schatten wat van de ouder(s) zelf verwacht mag worden in de hulp en ondersteuning van een jeugdige en hierover met hen het gesprek aan te gaan.
Kinderen van 5 tot ongeveer 8 jaar hebben overdag nog voortdurend begeleiding en aansturing nodig, maar zijn steeds meer zelfstandig in de zelfzorg en motoriek. Overdag hebben zij veelal op geplande momenten hulp of enige overname van zelfzorg nodig.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-288826.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.