Verordening Meedoen ontheemden Oekraïne

De raad van de gemeente Nijmegen, bijeen in zijn vergadering van 10 juni 2026

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 april 2026

 

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet

 

overwegende

 

dat het van groot belang is dat alle ingezetenen van de gemeente Nijmegen kunnen participeren in de samenleving;

 

dat volwassenen met een minimuminkomen in financiële zin moeite hebben met het meedoen in de maatschappij en het ondernemen van activiteiten;

 

dat ontheemden uit Oekraïne die vallen onder de Richtlijn tijdelijke bescherming (RTB) niet in aanmerking komen voor inkomensondersteuning op grond van de Participatiewet;

 

dat het de gemeenteraad is toegestaan de verordeningen te maken die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt;

 

Besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening ter ondersteuning van ontheemden uit Oekraïne bij het meedoen in de samenleving, kortweg de Verordening Meedoen ontheemden Oekraïne.

Artikel 1 - definities

Inkomen: loon, alimentatie en uitkeringen die strekken tot het levensonderhoud (netto, exclusief vakantiegeld). Ook inkomen dat qua aard gelijksoortig is aan bovengenoemde bronnen geldt als inkomen. Heffingskortingen worden niet meegenomen.

 

Leefgeld: het betreft hierbij het leefgeld in de zin van artikel 10 lid 1 dan wel artikel 12 lid 2 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne ten behoeve van zowel voedsel als kleding en andere persoonlijke uitgaven voor de ontheemde.

 

Alle begrippen die in deze verordening verder worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne, Regeling opvang ontheemden Oekraïne en Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Artikel 2 – doelgroep

Deze verordening is van toepassing op ontheemden uit Oekraïne van 18 jaar en ouder die vallen onder de Richtlijn tijdelijke bescherming (RTB) en zijn ingeschreven in de gemeente Nijmegen.

Artikel 3 –busvoordeelabonnement

De gemeente Nijmegen biedt ontheemden uit Oekraïne zoals beschreven in artikel 2 van deze verordening met een inkomen tot 130 procent van het leefgeld het busvoordeelabonnement aan in samenwerking met de vervoerder. Met deze inkomensgrens wordt ook gerekend in geval ontheemden niet in de gelegenheid zijn zelf hun maaltijden te verzorgen.

Artikel 4 – Regeling Meedoen

De gemeente Nijmegen biedt ontheemden uit Oekraïne zoals beschreven in artikel 2 van deze verordening met een inkomen van ten hoogste 140 procent van het leefgeld de mogelijkheid gebruik te maken van de Regeling Meedoen. Met deze inkomensgrens wordt ook gerekend in geval ontheemden niet in de gelegenheid zijn zelf hun maaltijden te verzorgen.

Artikel 4a – bestemming bijdrage

De Regeling Meedoen is een financiële bijdrage in de kosten van sportieve, educatieve, sociale of culturele activiteiten ter bevordering van maatschappelijke participatie van de in het tweede artikel van deze verordening genoemde doelgroep.

Artikel 4b – verstrekking en looptijd

  • a.

    Voor de maatschappelijke activiteiten wordt een tegoed van maximaal € 150,- (inclusief BTW) per persoon verstrekt aan de ontheemde.

  • b.

    Dit tegoed kan verdeeld worden over meerdere activiteiten bij een door de gemeente goedgekeurde aanbieder.

  • c.

    Het tegoed wordt éénmalig per kalenderjaar verstrekt.

  • d.

    Uitbetaling vindt rechtstreeks plaats aan de ondernemer waar de activiteit is verricht.

  • e.

    Dit tegoed is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Overdragen van het tegoed kan reden zijn om de toekenning aan de ontheemde in te trekken.

Artikel 4c – aanvraagprocedure en controle

  • a.

    Aanvragen kunnen worden ingediend van 1 januari tot en met 31 december van het jaar waarop de aanvraag ziet. Daarbij geldt wel dat de activiteit (in het kalenderjaar waarover is aangevraagd) uiterlijk op 31 december van dat jaar moet zijn gestart.

  • b.

    Steekproefsgewijs worden gegevens over inkomen, woonsituatie en inschrijving in de gemeentelijke basisregistratie personen geverifieerd. De ontheemde levert daartoe desgevraagd de gegevens en bescheiden bij het college aan.

Artikel 4d – voorwaarden aanbieders

Het college accepteert ondernemers als aanbieder in het kader van de Regeling Meedoen als zij aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • a.

    De ondernemer moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • b.

    De activiteiten die de ondernemer aanbiedt moeten sportieve, educatieve, sociale of culturele activiteiten zijn ter bevordering van maatschappelijke participatie.

  • c.

    Verkoop van producten dan wel een algehele of gedeeltelijke korting op het product is niet toegestaan.

  • d.

    Het is niet toegestaan om activiteiten voor een hoger bedrag dan de reguliere prijs aan te bieden.

  • e.

    De ondernemer biedt de activiteiten zoals beschreven onder artikel 4a van deze verordening alleen aan als het gaat om dezelfde persoon als aan wie het tegoed via een voucher is toegekend. De ondernemer is verplicht om aan de hand van een identiteitsbewijs de identiteit van de deelnemer (minimale leeftijd 18 jaar) te controleren.

  • f.

    De ondernemer dient bij afname van de activiteit bereikbaar te zijn voor de deelnemer.

  • g.

    De ondernemer werkt mee aan eventuele steekproeven om te controleren of aan de voorgaande voorwaarden in artikel 4d van deze verordening wordt voldaan en gaat er mee akkoord dat de gemeente de (bedrijfs)gegevens kan opvragen bij de organisatie dan wel kan controleren bij bevoegde instanties of personen.

Artikel 4e – aansprakelijkheid

  • a.

    Na aanmelding voor een activiteit ontstaat er een rechtsrelatie tussen de ontheemde en de ondernemer. De gemeente is daar geen partij in.

  • b.

    Noch de gemeente Nijmegen, noch één van de organen of ambtelijke organisaties, zijn verantwoordelijk of aansprakelijk voor het ontstaan van letsel(s) aan deelnemers of schade veroorzaakt door deelnemers.

Artikel 4f – beëindiging

Indien een ondernemer niet langer aan de voorwaarden zoals genoemd onder artikel 4d van deze verordening voldoet, kan het college bepalen dat de ondernemer niet langer activiteiten op grond van de Regeling Meedoen mag aanbieden.

Artikel 5 – inlichtingenplicht

  • 1.

    De ontheemde doet aan het college op verzoek mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op het busvoordeelabonnement dan wel de Regeling Meedoen zoals beschreven in de artikelen 3 en 4 van deze verordening. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties.

  • 2.

    De ontheemde verleent het college desgevraagd de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze verordening.

Artikel 6 – herziening/intrekking

Het college herziet een besluit tot toekenning van het busvoordeelabonnement dan wel de Regeling Meedoen, dan wel trekt een besluit tot toekenning hiervan in, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 5 eerste lid van deze verordening heeft geleid tot het ten onrechte of een te hoog bedrag verlenen van het busvoordeelabonnement dan wel de Regeling Meedoen. Het college kan een besluit tot toekenning eveneens herzien of intrekken, indien anderszins het busvoordeelabonnement of de Regeling Meedoen ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.

Artikel 7 – terugvordering

  • 1.

    Het college vordert de kosten van het busvoordeelabonnement en/of de Regeling Meedoen terug, voor zover deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag is/zijn toegekend als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 5 lid 1 van deze verordening.

  • 2.

    Het college kan de kosten van het busvoordeelabonnement en/of de Regeling Meedoen terugvorderen, voor zover deze

    • a)

      anders dan in het eerste lid, ten onrechte of tot een te hoog bedrag is/zijn toegekend;

    • b)

      anderszins onverschuldigd is/zijn betaald voor zover de ontheemde dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen en deze kosten minder dan twee jaar voor de datum van verzending van het besluit tot terugvordering zijn gemaakt.

  • 3.

    Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het college besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.

Artikel 8 – kwijtschelding bij vorderingen waarbij geen sprake is van schending inlichtingenplicht

  • 1.

    In afwijking van artikel 7 tweede lid van deze verordening ziet het college ambtshalve geheel of gedeeltelijk af van (verdere) terugvordering, indien de ontheemde gedurende 36 maandelijkse termijnen naar vermogen op de vordering heeft afgelost.

  • 2.

    Het college ziet verder in afwijking van artikel 7 lid 2 van deze verordening ambtshalve geheel of gedeeltelijk af van terugvordering als de ontheemde gedurende 36 maandelijkse termijnen, vanwege het ontbreken van een aflossingscapaciteit, geen betalingen heeft kunnen verrichten en het niet aannemelijk is dat hij dit nog zal kunnen gaan doen.

  • 3.

    Als de ontheemde aanbiedt om een bedrag van ten minste 50 % van de (restant)schuld in één keer af te lossen ziet het college in afwijking van artikel 7 lid 2 van deze verordening af van verdere terugvordering indien:

    • a.

      de ontheemde bij reguliere aflossing van de vordering of door middel van beslag op inkomen en/of (on)roerende goederen van de ontheemde en/of van degene met wie hij in gemeenschap van goederen is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, naar alle waarschijnlijkheid minder kan aflossen dan het voorgestelde afkoopbedrag of,

    • b.

      de ontheemde zich naar alle waarschijnlijkheid zal weten te onttrekken aan de invorderingsmogelijkheid van de gemeente zoals bij voorgenomen vertrek naar het buitenland.

Artikel 9 – kwijtschelding bij vorderingen waarbij sprake is van schending inlichtingenplicht

  • 1.

    In afwijking van artikel 7 eerste lid van deze verordening ziet het college ambtshalve geheel of gedeeltelijk af van (verdere) terugvordering, indien de ontheemde:

    • a)

      gedurende 120 maandelijkse termijnen naar vermogen op de vordering heeft afgelost;

    • b)

      gedurende 120 maandelijkse termijnen niet volledig naar vermogen op de vordering heeft afgelost, maar alsnog het achterstallige bedrag over die periode, inclusief rente en kosten, betaalt;

    • c)

      gedurende 120 maandelijkse termijnen geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of

    • d)

      gedurende 60 maandelijkse termijnen naar vermogen heeft afgelost en een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van restsom, in één keer aflost.

  • 2.

    Het college kan een besluit tot kwijtschelding in de zin van artikel 8 of 9 van deze verordening intrekken als blijkt dat de ontheemde het college voor, tijdens of na de looptijd van de terugbetaling voorzien heeft van onjuiste of onvolledige informatie en de juiste of volledige informatie had geleid tot een andere terugbetalingsverplichting of tot geen kwijtschelding.

Artikel 10 – inkomen en vermogen

Voor beoordeling van de hoogte van het inkomen van de aanvraag voor een busvoordeelabonnement of de Regeling Meedoen wordt gekeken naar het inkomen van de aanvrager van de maand voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend, tenzij er aanwijzingen zijn dat het inkomen over die maand niet representatief is voor het inkomen in het aangevraagde jaar. Een ontheemde kan ook verzoeken om een andere peilmaand, indien hij kan aantonen dat het inkomen over de betreffende maand niet representatief is voor het inkomen in het aangevraagde jaar.

 

Er vindt geen vermogenstoets plaats

Artikel 11 – uitvoering

  • 1.

    Het college beslist in die gevallen waarin deze verordening niet voorziet.

  • 2.

    Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de ontheemde afwijken van deze verordening, indien de toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 12 – inwerkingtreding en beëindiging verordening

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 01-07-2026 en kan worden aangehaald als de Verordening Meedoen ontheemden Oekraïne.

  • 2.

    Deze verordening komt te vervallen op het moment dat de Richtlijn Tijdelijke Bescherming voor ontheemden uit Oekraïne stopt.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van: 10 juni 2026

De raadsgriffier,

Drs. S.J. Ruta

De voorzitter,

Drs. H.M.F. Bruls

Toelichting  

De gemeente Nijmegen heeft een busvoordeelabonnement en een Regeling Meedoen om volwassenen met een minimuminkomen te ondersteunen bij het participeren in de samenleving. Het is van groot belang om zoveel mogelijk mensen betrokken te houden bij de samenleving. Voor het grootste deel van de inwoners geldt dat zij hier zelf uitstekend in kunnen voorzien. Waar mensen dat niet kunnen, dreigen zij buiten de samenleving te vallen. Hier is financiële ondersteuning vanuit de overheid gewenst om enige mate van participatie te faciliteren.

 

Voor de ontheemden uit Oekraïne die onder de Richtlijn tijdelijke bescherming (RTB) vallen geldt dat zij geen beroep kunnen doen op inkomensondersteuning op grond van de Participatiewet en daarmee ook niet op het reguliere busvoordeelabonnement of de Regeling Meedoen zoals vermeld in de Beleidsregels Inkomensondersteuning Participatiewet gemeente Nijmegen 20240-B. Het is van belang dat ook deze groep zo goed mogelijk kan participeren. De gemeenteraad heeft om deze reden een amendement hierover aangenomen.

 

Aangezien de ontheemden uit Oekraïne niet onder de doelgroep van de Participatiewet en daarmee de Beleidsregels Inkomensondersteuning Participatiewet gemeente Nijmegen vallen, is voor deze doelgroep de regeling in een autonome verordening vormgegeven.

Naar boven