Gemeenteblad van Den Helder
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Den Helder | Gemeenteblad 2026, 285868 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Den Helder | Gemeenteblad 2026, 285868 | beleidsregel |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, houdende regels over het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Beleidsregels buitenplanse omgevingsplanactiviteit Den Helder 2026)
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
achtererfgebied: gebouwerf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen, waarbij als op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel toegestane activiteiten of als het hoofdgebouw geen woning is, maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn, voor het leggen van deze lijn bepalend is het hoofdgebouw, de woning of een van de andere hiervoor bedoelde gebouwen, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied;
openbaar toegankelijk gebied: wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, en pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen alleen bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
Onverminderd het bepaalde in artikel 3 wordt een omgevingsvergunning voor een BOPA ten behoeve van het isoleren van de gevel van een woning verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Onverminderd het bepaalde in artikel 3 wordt een omgevingsvergunning voor een BOPA ten behoeve van het isoleren van het dak van een woning indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Aldus besloten in de collegevergadering van 9 juni 2026.
burgemeester
J.A. (Jan) de Boer MSc.
secretaris
K. (Koen) van Veen
Toelichting bij de Beleidsregels buitenplanse omgevingsplanactiviteit Den Helder 2026
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 heeft de gemeente Den Helder een omgevingsplan van rechtswege gekregen. De ruimtelijke regels van dit plan bestaan onder andere (nog) uit de regels van de voorheen geldende bestemmingsplannen.
Het is regelmatig wenselijk om via een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) medewerking te verlenen aan activiteiten die afwijken van deze ruimtelijke regels. In dit afwijkingenbeleid wordt voor een aantal van deze activiteiten beschreven welke afwijking van deze regels kan worden toegestaan en welke voorwaarden daarvoor worden gehanteerd.
Het doel van dit afwijkingenbeleid is om voor bepaalde BOPA’s beoordelingscriteria te stellen op basis waarvan snel kan worden afgewogen of medewerking mogelijk is. Het gaat hierbij om kleinere aanvragen waarop de gemeente sneller antwoord wil geven omdat deze vaak worden aangevraagd. Het is de bedoeling dat de beoordelingscriteria voor deze activiteiten worden opgenomen in het nieuwe, op te stellen omgevingsplan van de gemeente. Alsdan is het afwijken van het omgevingsplan voor deze activiteiten niet meer nodig. In plaats daarvan is de activiteit dan toegestaan op grond van het omgevingsplan of kan voor deze activiteit op grond het omgevingsplan toestemming worden verleend. Dit betekent meer rechtszekerheid voor de initiatiefnemer en een vereenvoudiging van de toestemmingsprocedure.
Achtererfgebied: er is voor gekozen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de definities uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. De definitie van achtererf gebied is echter belemmerend voor de toepassing van artikel 4 van deze beleidsregel. Vandaar dat ervoor gekozen is om de belemmerende factor, de zinsnede “en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied” niet op te nemen in de definitie.
Beeldebepalende panden: gebouwen die zijn aangewezen als beeldbepalend vanwege hun cultuurhistorische of architectuurhistorische waarde. Een overzicht van deze panden is opgenomen op de website van de gemeente (https://www.denhelder.nl/Onderwerpen/Wonen_en_omgeving/Monumenten/Overzicht_van_monumenten/Beeldbepalende_panden).
Beschermd stadsgezicht: onderstaande afbeelding geeft in het rood gearceerd aan waar het rijksbeschermd stadsgezicht Stelling Den Helder van toepassing is.
Monument: gebouwen die zijn aangewezen als monument vallen niet onder deze regels. Een overzicht van deze panden is opgenomen op de website van de gemeente (https://www.denhelder.nl/Onderwerpen/Wonen_en_omgeving/Monumenten/Overzicht_van_monumenten/Gemeentelijke_monumenten)
Dit afwijkingenbeleid is niet van toepassing op aanvragen die bestaan uit een afwijking van andere regels van het omgevingsplan dan de bouw- en/of gebruiksregels. Vertrekpunt van dit beleid is dat de aanvragen in overeenstemming zijn met de in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan opgenomen bruidsschatregels. Voor zover een aanvraag ook een afwijking van die regels omvat, geldt dat aan de hand van de daarvoor op grond van de Omgevingswet van toepassing zijnde instructieregels (zoals onder meer opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving) voor die aanvraag een aanvullende beoordeling moet plaatsvinden.
Verder is dit beleid niet van toepassing op aanvragen voor een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of beeldbepalend pand of aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een BOPA binnen beschermd stadsgezicht.
Artikel 3 Algemene beoordelingsregels
Bij de beoordeling van een omgevingsplanactiviteit wordt gekeken of deze voldoet aan de algemene beoordelingsregels. In artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt aangegeven dat indien een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, de omgevingsvergunning alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dit houdt binnen het kader van dit beleid in dat de afweging hiervoor gemaakt wordt met behulp van de algemene beoordelingsregels plus de regels per afwijking.
Artikel 4 Erf- of perceelafscheiding
Voor het plaatsen van een erf- of perceelafscheiding (hierna samen aangeduid als ‘erfafscheiding’) zoals tuinmuren of schuttingen dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden als deze grenst aan openbaar toegankelijk gebied. Deze erfafscheidingen hebben namelijk invloed op het beeld vanuit de omgeving. Vandaar dat er extra eisen worden gesteld aan deze erfafscheidingen. Voor het straatbeeld is het gewenst dat deze niet volledig gesloten zijn maar deels transparant en begroeid met beplanting.
Artikel 5 Bijbehorende bouwwerken
Bijbehorende bouwwerken in de vorm van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen kunnen bijdragen aan een doelmatig gebruik van een perceel volgens de aan dat perceel in het omgevingsplan toegekende bestemming/functie. In het omgevingsplan gelden op grond van de diverse bestemmingsplanregels die onderdeel zijn van dit plan (nog) verschillende regelingen en mogelijkheden voor deze bouwwerken. Het gaat hier met name om woonpercelen. Dit afwijkingenbeleid strekt ertoe om de regels en mogelijkheden te standaardiseren zodat er voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken een eenduidig stedenbouwkundig karakter ontstaat. De randvoorwaarden van dit beleid zijn gebaseerd op meer recente bestemmingplanregels voor bijbehorende bouwwerken. Op die manier kan voor locaties waar het omgevingsplan niet voorziet in een passende bouwregeling voor bijbehorende bouwwerken toch, met inachtneming van daarvoor geëigende ruimtelijke randvoorwaarden, medewerking worden verleend aan de realisering van zo’n bouwwerk.
In lid 2. Onder e., 4. is een formule uitgeschreven om te bepalen wat de hoogte van de daknok mag bedragen voor een bijbehorend bouwwerk. De daknok mag altijd minstens 3 meter bedragen. Om te berekenen wat de hoogte mag zijn dient de afstand van de daknok tot de perceelgrens te worden berekend. Deze afstand wordt vermenigvuldigd met 0,47 meter en opgeteld bij het minimum van 3 meter. Voor een daknok op 2 meter afstand geldt een maximale hoogte van (2 x 0,47) +3 = 3,94 meter. Verder geldt dat de daknok van een bijbehorend bouwwerk nooit meer dan 5 meter mag bedragen.
Vanuit de duurzaamheidsambities van de gemeente om meer woningen te isoleren, is ervoor gekozen om de aanvragen voor het isoleren van de buitenkanten van de woning in de vorm van gevel- of dakisolatie op te nemen in dit beleid.
Bij het isoleren van de gevel kan ervoor gekozen worden om dit van zowel de binnenkant als buitenkant te verwezenlijken. Bij het isoleren van de buitenkant komt het echter vaak voor dat het bouwvlak wordt overschreden. Dat is stedenbouwkundig acceptabel als het gaat om een beperkte overschrijding. Verder zijn de gekozen maten vanuit het duurzaamheidsoogpunt voldoende voor de meeste isolatiematerialen inclusief de afwerking. Vandaar dat in dit beleid een maximum overschrijding is opgenomen. Een voorwaarde is wel dat dit enkel op het eigen perceel plaatsvindt.
Onder c is opgenomen dat het isoleren van de gevel in lijn dient te zijn met eerder verleende omgevingsvergunningen in het bouwblok. Dit is opgenomen om verspringing van de gevels te voorkomen. Het is de bedoeling dat een bouwblok dezelfde uitstraling behoudt. Om die reden is ook opgenomen dat als de aanvraag betrekking heeft op meerdere woningen, na het isoleren de gevels van de woningen eenzelfde uitstraling dienen te hebben.
Ten behoeve van het isoleren van het dak kan een geringe overschrijding van de bouwhoogte worden toegestaan. Bij aaneengesloten woningen dient wel de uitstraling van het dak (materiaal, kleur, vorm) gelijk te blijven.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-285868.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.