Gemeenteblad van Venlo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venlo | Gemeenteblad 2026, 284690 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venlo | Gemeenteblad 2026, 284690 | beleidsregel |
1.1 Samen werken aan parkeren van morgen 4
2 juridisch kader en beleidscontext 7
2.2 Ambitiedocument & Uitvoeringsplan parkeren 7
3 Introductie tot parkeernormen 9
3.3 Oplossen parkeerbehoefte 17
3.4 Wat als de parkeerbehoefte niet kan worden opgelost? 20
4.2 Fietsparkeernormen woonfuncties 21
4.3 Fietsparkeernormen niet-woonfuncties 22
4.4 Toepassing van de fietsparkeernormen 23
5.2 Aanwezigheidspercentages 27
5.5 Kwaliteitseisen autoparkeren 42
5.6 Kwaliteitseisen fietsparkeren 44
5.8 Rekenwaarde parkeerplaatsen op eigen terrein 47
1.1 Samen werken aan parkeren van morgen
De gemeenteraad heeft het ambitiedocument 'Samen werken aan het parkeren van morgen' vastgesteld. In dit document is de richting bepaald hoe het fiets- en autoparkeren binnen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden opgelost. In het Uitvoeringsplan parkeren is vervolgens beschreven hoe de gemeente Venlo haar ambities vertaalt naar concrete maatregelen. Hierin is onder andere opgenomen dat de gemeente de nu voorliggende ‘nota parkeernormen’ zou gaan opstellen.
Figuur 1 De Venlose parkeerambities
De nota parkeernormen bevat zoals de titel al aangeeft parkeernormen, maar ook de daarbij behorende reken- en toepassingsregels. Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel fiets- en autoparkeerplaatsen nodig zijn bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen van een bepaalde omvang. Bij kleinschalige ontwikkelingen zijn de berekeningen met de parkeernormen en de te doorlopen stappen relatief eenvoudig en overzichtelijk. Bij grotere gebiedsontwikkelingen kan het parkeervraagstuk echter complex zijn.
Dit beleidsstuk staat niet op zichzelf en sluit aan op de het ruimtelijk beleid, onder andere de Omgevingsvisie en het Mobiliteitsplan en draagt bij aan de daarin opgenomen ambities op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid. Parkeernormen en mobiliteitsoplossingen worden in samenhang toegepast, zodat zij bijdragen aan een toekomstbestendige leefomgeving.
Deze nota is primair bedoeld voor initiatiefnemers van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit kan een ondernemer zijn die zijn winkelpand wil uitbreiden, een projectontwikkelaar die een omvangrijk appartementencomplex wil ontwikkelen, maar ook een combinatie van ontwikkelaars die werken aan een grootschalige gebiedsontwikkeling. Toch geldt voor iedere ontwikkeling hetzelfde: de verantwoordelijkheid om het fiets- en autoparkeren op een goede, toekomstbestendige manier op te lossen, ligt primair bij de initiatiefnemer. De gemeente Venlo heeft een controlerende rol en beoordeelt in het bijzonder of de bedachte mobiliteits- en parkeeroplossingen in lijn liggen met haar beleid en ambities. Als een initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling er niet in slaagt om het fiets- en autoparkeren op te lossen, dan kan dit leiden tot een weigeringsgrond voor een omgevingsvergunning of weigering van het verzoek om een bestemmingsplan (omgevingsplan onder de Omgevingswet) vast te stellen of te wijzigen. De gemeente Venlo adviseert initiatiefnemers dan ook (zeker van meer complexe ontwikkelingen) om een deskundige in te schakelen die zorg draagt voor een correcte toepassing van de nota parkeernormen.
De nota is tevens bedoeld om inwoners en andere belanghebbenden mee te nemen in hoe het fiets- en autoparkeren in ruimtelijke ontwikkelingen wordt opgelost. Welke eisen stelt de gemeente Venlo in ruimtelijke ontwikkelingen om het fiets- en autoparkeren goed te organiseren? Hoe wordt zo veel mogelijk voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen leiden tot een ongewenste stijging van de parkeerdruk in de openbare ruimte? Het antwoord op deze vragen, samen met de te gebruiken parkeernormen en de bijbehorende rekensystematiek liggen vast in deze Nota parkeernormen.
De nota parkeernormen heeft een horizon tot 2030. Op dat moment wordt bekeken of de looptijd kan worden verlengd. Mocht blijken dat de nota eerder aan herziening toe is, dan zal dat vanzelfsprekend opgepakt worden.
Hoofdstuk 2 geeft een toelichting op het juridisch kader dat geldt voor deze nota parkeernormen. Hoofdstuk 3 geeft gedetailleerd inzicht in hoe gekomen moet worden tot het aantal parkeerplaatsen dat in de basis aangelegd zou moeten worden bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van een bepaalde omvang. Hoofdstuk 4 doet hetzelfde, maar dan voor het aantal fietsparkeerplaatsen. In hoofdstuk 5 zijn de bijlagen opgenomen die onderdeel uitmaken van deze nota (zie Tabel 1).
2 juridisch kader en beleidscontext
In de omgevingsvisie heeft de gemeenteraad voor de gehele gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vastgelegd. De omgevingsvisie geeft richting aan het beleid van de gemeente en dus ook aan het verkeers- en parkeerbeleid (dat verder uitgewerkt zal worden in een nieuw op te stellen gemeentelijk mobiliteitsplan). Dit mobiliteitsplan geeft invulling aan de kaders uit de omgevingsvisie. Deze nota parkeernormen vloeit als uitvoeringsplan hieruit voort. In de omgevingsvisie staat met betrekking tot parkeren aangegeven dat toegewerkt wordt naar een mobiliteitstransitie; een situatie waarbij verplaatsingen te voet, met de fiets, per OV en deelmobiliteit als norm maximaal gefaciliteerd worden. Parkeren in de openbare ruimte moet minder dominant worden. De keuze voor deze benadering past bij de ambitie van Venlo om de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de gemeente te verbeteren.
Figuur 2 Relatie tussen de nota parkeernormen en andere relevante beleidsstukken
2.2 Ambitiedocument & Uitvoeringsplan parkeren
De belangrijkste uitgangspunten voor parkeren bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals deze uit het ambitiedocument en uitvoeringsplan parkeren naar voren komen zijn:
Ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen de regels van het bestemmingsplan en het omgevingsplan. Op basis van wetgeving dient voor ontwikkelingen waarin een bouwwerk wordt gebouwd, een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. De aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst door de ambtelijke organisatie van de gemeente Venlo en bij goedkeuring verleend door het College van Burgemeester en Wethouders. Ten aanzien van parkeren moet in de aanvraag voor een omgevingsvergunning in ieder geval het volgende door de initiatiefnemer worden aangegeven:
2.4 Hardheidsclausule en afwijkingsbevoegdheid
De in deze nota beschreven parkeernormen en werkwijze zijn van toepassing op alle toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, uitgezonderd ontwikkelingen waarvoor in het Omgevingsplan bij uitzondering andere parkeernormen en/of een andere werkwijze van toepassing is verklaard. Het bestuur handelt overeenkomstig aan de nota, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Deze inherente afwijkingsbevoegdheid heeft grondslag in art. 4:84, Algemene wet bestuursrecht.
Planvormingsprocessen kunnen een lange doorlooptijd hebben. De gemeente Venlo wil voorkomen dat al lopende ruimtelijke ontwikkelingen onverwacht aan nieuwe, mogelijk striktere, eisen moeten voldoen dan die eerder in het proces zijn toegepast. Om deze reden is een navolgende overgangsregeling opgenomen voor ‘lopende ruimtelijke ontwikkelingen’. Lopende ruimtelijke ontwikkelingen zijn ontwikkelingen waarvoor voor vaststelling van deze nota parkeernormen al een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend, een juridisch planologisch instrument is afgesloten of ontwikkelingen waarvoor het College van Burgemeester en Wethouders een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (of iets soortgelijks) heeft vastgesteld.
Lopende ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst aan de eisen ten aanzien van fiets- en autoparkeren zoals opgenomen in het GVVP 2017. Het GVVP bevat onder andere een verwijzing naar de meest actuele CROW-parkeerkencijfers.
3 Introductie tot parkeernormen
Parkeernormen wonen en overige functies
Om vooraf een zo goed mogelijke inschatting te kunnen maken van de initiële, normatieve (auto)parkeerbehoefte worden (auto)parkeernormen gebruikt. Parkeernormen geven per eenheid van een functie/voorziening (bijvoorbeeld per 100 m²) de te verwachten parkeerbehoefte (het benodigd aantal autoparkeerplaatsen). In Venlo zijn de parkeernormen voor de te onderscheiden woningtypen gebaseerd op een analyse van het daadwerkelijke autobezit in Venlo (Goudappel, november 2024). Daarmee benadert Venlo de werkelijkheid op straat zo kort mogelijk. De parkeernormen voor niet-woonfuncties zijn gebaseerd op de meest recente parkeerkencijfers van CROW-publicatie 744: ‘Basis voor parkeernormering’.
In bijlage 3 zijn de parkeernormen opgenomen. De parkeernormen per functie zijn geënt op een voor de functie relevante eenheid. Indien voor een functie die binnen het programma van de ruimtelijke ontwikkeling is gepland geen parkeernorm is opgenomen, dan moet door de initiatiefnemer de parkeernorm worden gehanteerd die geldt voor de meest vergelijkbare functie. Als dit redelijkerwijs niet mogelijk is, dan bepaalt het bevoegd gezag welke parkeernorm moet worden gebruikt.
Bij de ontwikkeling van woonfuncties moeten er, naast parkeerplaatsen voor de bewoners, ook parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor bezoekers van bewoners. Bezoekers is hierbij een overkoepelende term voor zowel visite als een aannemer of een onderhoudsmonteur. De normering voor bezoekers van woningen is gebaseerd op de meest recente parkeerkencijfers van CROW.
Bij het berekenen van de normatieve parkeerbehoefte van een ruimtelijke ontwikkeling wordt onderscheid gemaakt in vier gebieden: het centrum, de schil van het centrum (beide onderdeel van het centraal stedelijk gebied uit de omgevingsvisie), de rest van de bebouwde kom en het buitengebied. De ligging van een ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente bepaalt welke parkeernormen gehanteerd moeten worden. De gemeente Venlo beslaat een relatief groot en divers grondgebied. In navolgende tabel is de toe te passen gebiedsindeling opgenomen. Deze indeling is in bijlage 1 op kaart weergegeven. Deze kaart geeft de exacte gebiedsgrenzen aan.
De parkeernormen verschillen per gebied omdat de autoafhankelijkheid van gebieden binnen de gemeente niet overal gelijk is. In deze nota wordt voor woonfuncties niet gekeken naar de CROW parkeerkencijfers maar naar het daadwerkelijke autobezit. Daarmee kunnen deze cijfers verschillen van CROW. De parkeernormen voor woonfuncties zijn namelijk gebaseerd op het daadwerkelijke autobezit in Venlo. Hiermee krijgen we een nauwkeurige parkeernorm voor de meest voorkomende functie wonen die het beste aansluit bij de situatie in Venlo.
Bij grote gebiedsontwikkelingen binnen de gemeente is de interactie van de verschillende functies een belangrijk element. Die interactie heeft effect op de totale behoefte aan parkeerplaatsen. Daarom vragen dergelijke ontwikkelingen om anders om te gaan met de parkeerbehoefte. De parkeernormen geven hier nog steeds een indicatie van de te verwachten parkeerbehoefte, maar hier kan en zal in de praktijk anders mee worden omgegaan. Bij een gebiedsontwikkeling heeft het de voorkeur dat in samenspraak tussen gemeente en de initiatiefnemer(s) voor het betreffende gebied een mobiliteits- en parkeervisie wordt opgesteld, die als uitgangspunt dient voor het voorzien in de (toekomstige) parkeerbehoefte. Bij een gebiedsontwikkeling kan daarom gekozen worden om af te wijken van de Beleidsregel Parkeernormen door een specifieke parkeer-/mobiliteitsbeleidsregel op te stellen die alleen van toepassing is bij een specifieke gebiedsontwikkeling. Tijdens de ontwikkelfase van de gebiedsontwikkeling wordt dan daaraan getoetst. Deze parkeer-/mobiliteitsbeleidsregel dient door de raad te worden vastgesteld, zodat dit geldt als een beleidsregel bij het omgevingsplan. In het omgevingsplan zit dan voor die specifieke gebiedsontwikkeling een verwijzing naar de betreffende specifieke beleidsregel in plaats van een verwijzing naar de algemene Beleidsregel Parkeernormen.
De gemeente Venlo hanteert voor de toepassing van parkeernormen een vast stappenplan. Navolgende figuur geeft dit stappenplan schematisch weer. Stap 1 tot en met 4 gaat over de berekening van de parkeereis. Het stappenplan kan worden gezien als een rekensom. Met behulp van parkeernormen wordt de normatieve parkeerbehoefte van de toekomstige situatie bepaald. Vervolgens wordt op deze uitkomst de parkeerbehoefte van de eventuele ‘oude’/nog bestaande functies vóór de realisatie van de nieuwe situatie in mindering gebracht (salderen). Op deze uitkomst kan door de initiatiefnemer een mobiliteitscorrectie in mindering worden gebracht. Het resultaat dat hieruit volgt is de vastgestelde parkeereis van de ruimtelijke ontwikkeling.
De stappen 5 tot en met 7 gaan over de invulling van de parkeereis, deze werkwijze is toegelicht in paragraaf 3.3. De vastgestelde parkeereis moet in beginsel op eigen terrein worden opgelost. Indien dit niet (volledig) mogelijk is, kan de initiatiefnemer onderzoeken of het mogelijk is om binnen de maximaal acceptabele loopafstand (zie bijlage 7) die geldt voor de functie(s), parkeerplaatsen te kopen bij een private partij. Als de parkeereis hiermee nog niet volledig is opgelost, kan worden onderzocht of bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte gebruikt kunnen worden.
Bij het toepassen van parkeernormen worden verschillende berekeningen uitgevoerd. Het is van belang om in deze berekeningen niet tussentijds af te ronden. Bij stap 4 (vaststelling van de parkeerbehoefte) moet voor het eerst rekenkundig afgerond worden op hele parkeerplaatsen. Dit betekent dat een parkeerbehoefte kleiner dan 0,49 naar beneden wordt afgerond en een parkeerbehoefte groter of gelijk aan 0,50 naar boven.
Figuur 3 Schematische weergave stappenplan
Stap 1: normatieve parkeerbehoefte berekenen
De normatieve parkeerbehoefte van een ruimtelijke ontwikkeling vormt het uitgangspunt voor de bepaling van het aantal benodigde autoparkeerplaatsen. De normatieve parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de autoparkeernormen. Om de normatieve parkeerbehoefte te berekenen dient iedere geplande functie te worden vermenigvuldigd met de bijhorende parkeernorm.
Ruimtelijke ontwikkelingen richten zich vaak op meer dan één doelgroep. Denk bijvoorbeeld aan bewoners, bezoekers van bewoners, werknemers en bezoekers van winkels. Iedere doelgroep is op verschillende momenten van de dag/week aanwezig. Bij combinaties van meerdere functies in een ontwikkeling ontstaat de kans om dezelfde parkeerplaatsen voor meerdere doelgroepen in te zetten. In de avond en nacht maakt een bewoner van de parkeerplaats gebruik, overdag is een deel van de bewoners niet thuis en is dezelfde parkeerplaats beschikbaar voor bijvoorbeeld een kantoormedewerker. Dit principe staat bekend als dubbelgebruik. Dubbelgebruik geldt zowel voor fiets- als autoparkeren.
Om de kansen op het vlak van dubbelgebruik te onderzoeken wordt een parkeerbalans opgesteld. In een parkeerbalans wordt de parkeerbehoefte voor verschillende dagdelen berekend. Hiervoor zijn in bijlage 2 aanwezigheidspercentages opgenomen. Aan de hand van deze percentages wordt in een parkeerbalans het dagdeel vastgesteld waarop de gezamenlijke parkeerbehoefte van de geplande functies het hoogst is. Dit wordt de maatgevende parkeerbehoefte genoemd. In bijlage 9 is een rekenvoorbeeld opgenomen waarin aanwezigheidspercentages zijn toegepast.
Om dubbelgebruik te laten plaatsvinden, moeten parkeerplaatsen (in het bijzonder) aan de volgende eisen voldoen:
Resultaat stap 1: De som van de normatieve parkeerbehoefte van alle functies die in de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling worden gerealiseerd, al dan niet inclusief dubbelgebruik.
Stap 2: salderen bestaande parkeerbehoefte
In stap 2 wordt de parkeerbehoefte van eventuele bestaande functies, die als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling komen te vervallen, in mindering gebracht op de parkeerbehoefte van de nieuwe functie(s). Dit principe wordt salderen genoemd. De hoofdgedachte bij salderen is dat bestaande parkeerplaatsen opnieuw kunnen worden ingezet om de parkeerbehoefte van de nieuwe functie(s) op te lossen.
De gemeente Venlo hanteert twee beleidsuitgangspunten ten aanzien van salderen. Met deze uitgangspunten is gewaarborgd dat een bestaande parkeerbehoefte op de juiste wijze in mindering wordt gebracht op de parkeerbehoefte van de nieuwe functie(s). Salderen is ook van toepassing op het fietsparkeren als voor de eerdere functie(s) fietsparkeerplaatsen beschikbaar waren:
Uitgangspunt 1: salderen is mogelijk ongeacht leegstand van een gebouw. Vanuit de Raad van State is vaste jurisprudentie over het salderen van een parkeerbehoefte. Uit deze jurisprudentie komt naar voren dat de bestaande parkeerbehoefte, die op basis van de parkeernorm objectief moet worden vastgesteld, mogelijk is bij een leegstand van maximaal 5 jaar. De gemeente Venlo handelt conform deze jurisprudentie.
Uitgangspunt 2: verschuiving van de maatgevende parkeerbehoefte. Bij het salderen van de parkeerbehoefte van een of meerdere bestaande functies kan de situatie zich voordoen dat de functies en bijhorende parkeerbehoefte in de nieuwe situatie veranderen. Bij woningen is de parkeerbehoefte het hoogst in de avonden terwijl bij een kantoor de parkeerbehoefte overdag het hoogst is. Bij een transformatie van kantoren naar woningen kan het daarom zijn dat er alsnog extra parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden omdat er in de avonduren nauwelijks parkeerplaatsen te salderen zijn. De parkeerplaatsen kunnen in de praktijk wel degelijk (gedeeltelijk) beschikbaar zijn. Als dit de inschatting is, kan dit worden aangetoond door middel van een parkeertelling (zie stap 7). In het onderstaande kader en in het rekenvoorbeeld in bijlage 9 wordt dit toegelicht.
De correcte werkwijze voor salderen is om de parkeerbehoefte van bestaande en geplande functies per dagdeel te bepalen en te salderen. De grootste toename in de nieuwe situatie geldt als de maatgevende parkeerbehoefte van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling.
Resultaat stap 2: Indien dit mogelijk is wordt de bestaande parkeerbehoefte van één of meerdere functies op de juiste wijze in mindering gebracht op de normatieve parkeerbehoefte van de nieuwe functies, zoals bepaald in stap 1.
Stap 3: toepassing mobiliteitscorrectie
Wanneer de normatieve parkeerbehoefte voor de nieuwe functie(s) is berekend en een eventuele parkeerbehoefte van een of meerdere bestaande functie(s) is gesaldeerd, kan in deze stap een of meerdere mobiliteitscorrecties worden toegepast. De mobiliteitscorrectie is een optionele stap. De initiatiefnemer bepaalt óf en in welke mate wordt ingezet op een of meerdere mobiliteitsconcepten om in (een gedeelte van) de parkeerbehoefte te voorzien. Een voorbeeld van een mobiliteitsconcept is het inzetten van een of meerdere deelauto's (een deelauto is een auto, waarvan de eigenaar of houder aantoont dat deze krachtens een overeenkomst gedeeld wordt met andere particuliere delers van andere huishoudens). De mobiliteitscorrectie kan alleen leiden tot een vermindering van het aantal benodigde autoparkeerplaatsen voor bewoners. De gemeente Venlo heeft de randvoorwaarden die hiermee gepaard gaan in deze nota parkeernormen vastgelegd.
De eerste correctie heeft betrekking op de ligging van een ruimtelijke ontwikkeling in de directe nabijheid van een station. Op de stations binnen de gemeente Venlo is een combinatie van treinverbindingen en stads- en streekbussen aanwezig. Voor overige bushaltes geldt dat deze niet de kwaliteit hebben om een significant effect te hebben op het autobezit en- gebruik onder bewoners, werknemers en bezoekers. De gemeente Venlo kent dan ook geen correctie toe aan dergelijke bushaltes.
De gemeente Venlo heeft de hoogte van de mobiliteitscorrectie als gevolg van de ligging van een ruimtelijke ontwikkeling nabij het HOV in deze nota parkeernormen vastgelegd. In tabel 3 is per station een correctie opgenomen. De hoogte van de correctie is afhankelijk van de werkelijke loopafstand vanaf de ontwikkeling tot het station. Hiervoor zijn twee categorieën bepaald: van 0 tot 200 meter en van 200 tot 400 meter. De correctie moet worden toegepast op de normatieve parkeerbehoefte van de ontwikkeling (indien van toepassing na salderen).
Tabel 3 Mobiliteitscorrectie ligging nabij hoogwaardig openbaar vervoer.
De correcties opgenomen in tabel 3 zijn van toepassing op iedere functie die in een ontwikkeling wordt gerealiseerd. De initiatiefnemer hoeft feitelijk geen maatregelen te treffen om voor deze correctie in aanmerking te komen. De gemeente Venlo eist wel dat de initiatiefnemer in het op te stellen mobiliteitsplan motiveert hoe de toekomstige bewoners of werknemers maximaal worden gestimuleerd om gebruik te maken van het openbaar vervoer.
De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling van woonfuncties kan ervoor kiezen om een autodeelconcept aan te bieden richting de toekomstige bewoners. De hoofdgedachte hierbij is dat het mobiliteitsconcept leidt tot een vermindering van het autobezit en/of ruimtegebruik door de auto. Dit is een concept aangeboden vanuit een commerciële partij, waarbij meerdere huishoudens van dezelfde voertuigen gebruik maken. Een autodeelconcept kan particulier autobezit (1e en/of 2e auto) vervangen, als gevolg hiervan neemt het aantal benodigde parkeerplaatsen af.
Wanneer een initiatiefnemer van plan is om een autodeelconcept aan te bieden, dan gelden de volgende eisen en randvoorwaarden:
Er dienen altijd minstens twee deelauto’s beschikbaar gesteld te worden. Er dient door een aanbieder aangetoond te worden hoeveel deelauto’s mogelijk zijn voor een reële businesscase. Middels monitoring kan het aantal deelauto’s na verloop van tijd eventueel uitgebreid worden zodat sprake is van een ingroeimodel. Met de vervangingswaarde voor het aantal parkeerplaatsen is hiervoor een ruimtereservering opgenomen;
De inzet van het autodeelconcept dient structureel te zijn gewaarborgd, dit dient te worden aangetoond middels een ondertekende overeenkomst tussen de initiatiefnemer en partij die het concept zal aanbieden. Dit contract dient te worden overlegd wanneer de aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt ingediend. In dit contract dient te zijn opgenomen dat de financiële dekking voor het concept is geborgd in de standaard koop- of huurovereenkomst inclusief kettingbeding.
[1] Resultaten in (inter)nationale studies over de vervangingsratio lopen sterk uiteen van 1 op 5 tot 1 op 11 (Toolkit autodelen CROW 2024). Daaruit blijkt dat dit mede afhankelijk is van het type autodelen (effecten van free floating en station based lopen uiteen). Door per 5 parkeerplaatsen in mindering één parkeerplaats voor deelmobiliteit te reserveren wordt een conservatieve benadering gehanteerd.
Inzet van hubs/parkeren op afstand
De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling buiten het centrum kan ervoor kiezen om gebruik te maken van hubs/parkeren op afstand. Hiermee dient aantoonbaar te worden gemaakt dat alternatieven vervoerswijzen (deelauto, deelfiets, fiets, OV) aantrekkelijker zijn/eerder zullen worden gebruikt dan de eigen personenauto.
Resultaat stap 3: indien de initiatiefnemer kiest voor het aanbieden van één of meerdere mobiliteitsconcepten om de parkeerbehoefte van de ontwikkeling gedeeltelijk te faciliteren, is hiervoor een mobiliteitsplan opgesteld.
Stap 4: vaststelling parkeerbehoefte
Nadat stap 1 t/m 3 zijn doorlopen, wordt de parkeerbehoefte van de ruimtelijke ontwikkeling vastgesteld. Dit is het aantal benodigde autoparkeerplaatsen dat gerealiseerd dient te worden. Bij de vaststelling van de parkeerbehoefte wordt indien mogelijk dubbelgebruik toegepast (toepassing van aanwezigheidspercentages). Nadat de parkeerbehoefte is vastgesteld, worden in stap 5 t/m 7 door de initiatiefnemer de mogelijkheden onderzocht om de parkeerbehoefte op te lossen. Bij kleine ontwikkelingen kan een vrijstelling op de parkeereis worden verleend.
Vrijstelling bij kleine ontwikkelingen
Bij uitbreiding, verbouw of functiewijzigingen waarbij de parkeerbehoefte (eventueel na afronding) niet groter is dan twee parkeerplaatsen is het niet nodig deze parkeerplaatsen te realiseren. Hierdoor zijn kleine ontwikkelingen eenvoudiger te realiseren. Voor deze vrijstelling geldt wel het uitgangspunt dat voor hetzelfde adres in de afgelopen vijf jaar niet eerder van deze mogelijkheid gebruik is gemaakt. Om dit uitgangspunt te waarborgen moet in de Omgevingsvergunning worden opgenomen dat op deze locatie gebruik is gemaakt van de vrijstelling bij kleine ontwikkelingen.
Resultaat stap 4: vastgestelde parkeerbehoefte. Het is niet toegestaan om meer parkeerplaatsen te realiseren dan de vastgestelde parkeerbehoefte.
In stap 4 is de parkeerbehoefte van de ruimtelijke ontwikkeling vastgesteld. Dit is het aantal benodigde parkeerplaatsen dat beschikbaar moet worden gesteld. In deze paragraaf zijn de drie mogelijkheden die hiervoor bestaan uitgewerkt.
Stap 5: aanleg parkeerplaatsen op eigen terrein
Het eerste uitgangspunt is dat de vastgestelde parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgelost. Dit geldt voor het aantal parkeerplaatsen voor vaste gebruikers (bewoners, kantoormedewerkers, etc.) en voor het aantal bezoekersparkeerplaatsen. Met name in gebiedsontwikkelingen worden vaak nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd die, nadat de ontwikkelingen zijn voltooid, tot de openbare parkeercapaciteit zullen gaan behoren. Binnen dit stappenplan worden deze parkeerplaatsen als parkeerplaatsen op eigen terrein beschouwd.
Het is van belang om parkeren op eigen terrein (POET) consequent te registeren. De aanwezigheid van POET heeft namelijk consequenties voor het in aanmerking komen voor parkeerrechten in de openbare ruimte. In de meest recente Parkeerverordening Venlo is dit nader uitgewerkt.
Resultaat stap 5: het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein is bepaald en in mindering gebracht op de vastgestelde parkeerbehoefte. Als er nog een resterende parkeerbehoefte is, kunnen de volgende stappen doorlopen worden.
Stap 6: gebruik parkeerplaatsen in privaat eigendom elders
De situatie kan zich voordoen dat de vastgestelde parkeerbehoefte niet (volledig) op eigen terrein kan worden opgelost. In dit geval kan de initiatiefnemer onderzoeken of de resterende parkeerbehoefte kan worden opgelost door parkeerplaatsen van een private partij te kopen. Dit kan bijvoorbeeld in een private parkeervoorziening zijn. De gemeente stelt hierbij een aantal randvoorwaarden. Met deze randvoorwaarden is de beschikbaarheid en bruikbaarheid van de parkeerplaatsen gewaarborgd:
Resultaat stap 6: het aantal private parkeerplaatsen dat door de initiatiefnemer wordt gekocht is bepaald en in mindering gebracht op de resterende parkeerbehoefte.
Stap 7: gebruik bestaande parkeerplaatsen openbare ruimte
Nadat stap 5 en stap 6 zijn doorlopen, kan de situatie zich voordoen dat nog niet aan de volledige parkeereis van de ruimtelijke ontwikkeling kan worden voldaan. In dergelijke gevallen mag door de initiatiefnemer onderzocht worden of er gebruik gemaakt kan worden van in de openbare ruimte aanwezige, ongebruikte parkeercapaciteit. Het gaat hierbij dus uitsluitend om parkeerplaatsen die aantoonbaar beschikbaar zijn op de momenten van de dag/week waarop de functies binnen de ontwikkeling een parkeerbehoefte hebben. In de gemeente Venlo (met uitzondering van het centrum, zoals aangegeven op kaart in bijlage 1) is het mogelijk om gebruik te maken van parkeerplaatsen in het openbare gebied als de parkeerdruk in de eindsituatie niet hoger komt te liggen dan 70%. Uitzonderingen zijn mogelijk als de parkeerdruk in de eindsituatie tussen de 70% en 85% bedraagt. In dat geval moet het College van Burgemeester en Wethouders om toestemming gevraagd worden, waarbij een integrale afweging gemaakt zal worden. De gemeente Venlo is namelijk terughoudend met het ter beschikking stellen van openbare parkeerplaatsen aan ruimtelijke ontwikkelingen. Dit om op voorhand geen (te grote) claim te leggen op andere ruimte-vragende ambities in het openbare gebied (bijvoorbeeld maar niet uitsluitend, op het gebied van vergroening, klimaatadaptie etc.).
Om te kunnen beoordelen of de parkeerdruk in de eindsituatie niet hoger is dan 70%, is actueel inzicht nodig in de bestaande parkeerdruk. De verantwoordelijkheid om de parkeerdruk in kaart te brengen ligt primair bij de initiatiefnemer. Omdat de gemeente Venlo zelf met enige regelmaat parkeerdrukmetingen laat uitvoeren, kan mogelijk van deze gegevens gebruik worden gemaakt. Indien een nieuw parkeerdrukonderzoek uitgevoerd moet worden zal dit in overleg met de gemeente Venlo bepaald worden (inclusief de te hanteren uitgangspunten).
Resultaat stap 7: het aantal bestaande openbare parkeerplaatsen dat ter beschikking wordt gesteld aan de ruimtelijke ontwikkeling is bepaald en in mindering gebracht op de resterende parkeerbehoefte van de ontwikkeling. Middels de maximale parkeerdruk wordt extra ruimte gewaarborgd welke kan worden gebruikt voor het verduurzamen van de openbare ruimte.
Maximaal acceptabele loopafstanden
Het stappenplan dat de gemeente Venlo hanteert voor de toepassing van haar parkeernormen biedt de mogelijkheid om de parkeerbehoefte op afstand van de ontwikkellocatie op te lossen. Dit kan bijvoorbeeld door de aanleg van parkeerplaatsen op afstand of door het kopen of huren van private parkeercapaciteit. Venlo heeft op basis van haar ambities op het gebied van duurzaamheid maximaal acceptabele loopafstanden bepaald waarbij rekening gehouden is met:
De maximaal acceptabele loopafstanden zijn per gebied/hoofdfunctie verschillend. In stedelijke gebieden is de openbare ruimte over het algemeen schaarser, door een hoger aantal voorzieningen en inwoners per vierkante meter, dan in meer landelijke gebieden. De stedelijke gebieden zijn daarnaast beter bereikbaar met alternatieve vervoerswijzen, waardoor deze minder autoafhankelijk zijn dan meer landelijke gebieden. Hogere loopafstanden worden in stedelijke gebieden daardoor eerder geaccepteerd. De maximaal acceptabele loopafstanden zijn opgenomen in bijlage 7.
De loopafstand is de kortst mogelijke looproute via de openbare ruimte van de parkeerlocatie naar het bestemmingsadres. De loopafstand wordt bepaald door middel van een online routenavigatiesysteem (bijvoorbeeld Google Maps).
3.4 Wat als de parkeerbehoefte niet kan worden opgelost?
De situatie kan zich voordoen dat een initiatiefnemer niet of niet volledig kan voldoen aan de gestelde parkeereis. Zoals opgenomen vormt dit in beginsel een weigeringsgrond voor een omgevingsvergunning. Voordat hier sprake van is, kan de initiatiefnemer nog twee mogelijke oplossingsrichtingen onderzoeken.
Oplossingsrichting 1: wijziging invulling ruimtelijke ontwikkeling
De eerste oplossingsrichting is de meest voor de hand liggende en houdt in dat de initiatiefnemer onderzoekt of de invulling van de ruimtelijke ontwikkeling kan worden gewijzigd. Dit kan een verkleining van het bouwvolume zijn of de realisatie van een ander soort functie (functies met een lagere parkeerbehoefte of functies waarvan de parkeerbehoefte zich op een ander moment van de dag/week voordoet).
Oplossingsrichting 2: bouwen met ‘0’-norm (sociale woningbouw) binnen gereguleerde gebieden
Wanneer een woningbouwcorporatie (aantoonbaar) voornemens is om te realiseren sociale huurwoningen binnen gereguleerd gebied toe te wijzen aan een doelgroep zonder auto, is het mogelijk om (kosteloos) af te zien van de parkeereis. Bovendien ligt het autobezit onder sociale huurders al relatief laag. Daarmee wordt het gemakkelijker om sociale huurwoningen te realiseren omdat de parkeeropgave zo minder impact heeft op de businesscase die doorgaans onder druk staan. Bij woningen in de vrije sector is het in de praktijk niet mogelijk om woningen toe te wijzen aan mensen zonder auto, daarom geldt deze mogelijkheid alleen voor sociale huurwoningen.
Het uitsluiten van openbare parkeerrechten heeft een grote impact op de eindgebruikers van het gebouw. Voor hen is geen parkeerplaats beschikbaar (niet op eigen terrein, privaat terrein of in de openbare ruimte). Vanwege de impact van deze oplossing, kan het uitsluiten van parkeerrechten alleen als laatste ultieme mogelijkheid worden onderzocht. De gemeente Venlo hanteert de volgende eisen bij het uitsluiten van parkeerrechten:
De initiatiefnemer moet ermee instemmen dat toekomstige gebruikers nooit en te nimmer in aanmerking komen voor openbare parkeerrechten (parkeervergunningen of- ontheffingen in de openbare ruimte en de digitale bezoekersregeling) en draagt de plicht om gebruikers hierover vooraf te informeren en dit vast te leggen in de huurovereenkomst van de woning;
De huisadressen die worden uitgesloten van parkeerrechten worden als zodanig benoemd in de omgevingsvergunning. Deze uitsluiting dient als voorwaarde te zijn opgenomen in koop- of huurovereenkomsten. Borging vindt plaats doordat de gemeente de betreffende huisadressen toevoegt aan de gemeentelijke POET-regeling. Deze adressen krijgen de aantekening ‘geen recht op parkeren (GROP)’ waarmee herleidbaar wordt dat deze adressen vanuit het ruimtelijk planvormingsproces zijn uitgesloten van parkeerrechten nu en in de toekomst.
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen brengen naast een behoefte aan parkeerplaatsen voor auto’s ook een behoefte aan parkeerplaatsen voor fietsen met zich mee. Venlo wil het gebruik van de fiets stimuleren. De gemeente Venlo heeft de fiets centraal gesteld in ruimtelijke ontwikkelingen. Het fietsparkeren vormt om deze reden een belangrijk onderdeel van deze nota. De fietsparkeernorm is een harde eis. Dit betekent dat het niet volledig kunnen oplossen van de fietsparkeerbehoefte een weigeringsgrond vormt voor een omgevingsvergunning. Naast de fietsparkeereis gelden ook kwaliteitseisen voor fietsparkeren, deze zijn in bijlage 6 vastgelegd.
4.2 Fietsparkeernormen woonfuncties
Conform het Besluit bouwwerken leefomgeving (Artikel 4.171 – 473) is het bij nieuwbouwwoningen verplicht een afsluitbare bergruimte te realiseren om fietsen of scootmobielen op te bergen voor bewoners. Het voorzien in stallingruimte voor de fiets is hiermee gewaarborgd in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving biedt ruimte voor gelijkwaardige oplossingen, zoals een gezamenlijke fietsenstalling in plaats van de voorgeschreven individuele fietsenberging. De gemeente Venlo geeft bij appartementencomplexen de voorkeur aan een collectieve fietsenstalling boven individuele fietsenbergingen.
Gelijkwaardig alternatief voor eis Besluit bouwwerken leefomgeving
Voor het realiseren van een gemeenschappelijke fietsenberging bij appartementencomplexen, als gelijkwaardig alternatief voor de eis uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, dient voor bewoners per appartement rekening te worden gehouden met het aantal fietsparkeerplaatsen zoals weergegeven in tabel 4. Deze fietsparkeernormen zijn gebaseerd op de Amsterdamse Bouwbrief voor fietsparkeren, maar gecorrigeerd voor de Venlose woonsituatie.
Voor een gemeenschappelijke fietsenberging gelden kwaliteitseisen. Dubbellaags parkeren is toegestaan, maar er moeten per woning (> 50 m² gbo) altijd minimaal twee plekken in een laag rek beschikbaar zijn. Daarnaast is goede bereikbaarheid vanaf maaiveld voorwaarde voor het toestaan van de gemeenschappelijke fietsenberging en stelt het Besluit bouwwerken leefomgeving eisen aan het beheer van de stalling. Volgens de toelichting op het Besluit bouwwerken leefomgeving is de individuele berging ook bedoeld voor andere zaken. Bij de keuze voor een gezamenlijke fietsenberging is het daarom verplicht om bij woningen vanaf 50 m² gbo een individuele berging van minimaal 2,7 m² in of bij de woning te realiseren.
Tabel 4: Aantal fietsparkeerplaatsen per woning voor bewoners (bij een collectieve fietsenstalling)
Fietsparkeernormen voor bezoekers van bewoners
De invulling van fietsparkeervoorzieningen is verschillend voor grondgebonden woningen en appartementen. Bij grondgebonden woningen is het uitgangspunt dat bezoekers hun fiets zonder hinder voor het overige verkeer (voetgangers) nabij de woning kunnen parkeren, bijvoorbeeld in de tuin of tegen de voorgevel. Bij appartementen parkeren meerdere bezoekers op een kleiner oppervlak, waardoor fietsparkeervoorzieningen als nietjes of rekken op eigen terrein gewenst zijn.
Om actieve mobiliteit te stimuleren is het belangrijk dat bij appartementen voldoende, comfortabele fietsparkeervoorzieningen aanwezig zijn voor bezoekers. Er wordt ingezet op een realistisch aantal voorzieningen voor bezoekers, waarbij rekening wordt gehouden met een groei van fietsgebruik in de toekomst. Daarnaast blijft het voor bewoners aantrekkelijker om in een eigen, afgesloten of bewaakte fietsparkeervoorziening te parkeren. Daarom geldt aanvullend voor bezoekers een norm van 0,25 – 0,5 fietsparkeerplaats per appartement:
4.3 Fietsparkeernormen niet-woonfuncties
Voor niet-woonfuncties is geen verplichting opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor het bepalen van de behoefte aan fietsparkeervoorzieningen voor deze ontwikkelingen worden de meest recente CROW-fietsparkeerkencijfers (Fietsparkeerkencijfers 2025) gehanteerd. Met deze fietsparkeerkencijfers berekent een initiatiefnemer de te verwachten behoefte aan fietsparkeren binnen het plangebied.
CROW gaat uit van kencijfers en een bandbreedte voor fietsparkeerkencijfers. Het fietsgebruik in Venlo blijft enigszins achter op het gemiddelde fietsgebruik in de rest van Nederland. Omdat Venlo stuurt op een groei van het fietsgebruik in de gemeente, wordt verwacht dat het fietsgebruik in de toekomst dichter aansluit bij het gemiddelde fietsgebruik in de rest van Nederland. Daarom wordt het gemiddelde in de bandbreedte van de fietsparkeerkencijfers aangehouden.
De fietsparkeernormen voor niet-woonfuncties zijn opgenomen in bijlage 4. Waar mogelijk, en gewenst, is het realiseren van meer of ook minder fietsparkeerplaatsen mogelijk. Per functie en ontwikkeling kan de behoefte namelijk variëren. Een beargumenteerde afwijking van de berekende behoefte is daarom mogelijk. De onderbouwing hiervan ligt bij de initiatiefnemer en wordt ter toetsing voorgelegd aan de gemeente.
4.4 Toepassing van de fietsparkeernormen
Het primaire beleidsuitgangspunt is dat het fietsparkeren volledig op eigen terrein wordt opgelost. Dit geldt zowel voor vaste gebruikers (bewoners, werknemers, etc.) als bezoekers. Venlo heeft bij de toepassing van dit uitgangspunt oog voor de praktijk. Met name voor bezoekers geldt dat het niet altijd mogelijk en wenselijk is om hen op eigen terrein te laten parkeren. Concreet hanteert Venlo de volgende werkwijze voor de toepassing van haar fietsparkeernormen:
Fietsparkeerplaatsen dienen in beginsel op eigen terrein te worden aangelegd. Fietsparkeerplaatsen voor bezoekers zijn op eigen terrein niet verplicht. Bezoekers dienen wél een plek aangewezen te krijgen binnen loopafstand. De kosten hiervoor zijn in principe voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeente Venlo beoordeelt de mogelijkheden hiertoe op basis van haar relevante beleidskaders.
Indien het onmogelijk is de (volledige) parkeerbehoefte op eigen terrein te faciliteren, mag de parkeerbehoefte met instemming van de gemeente Venlo in de openbare ruimte worden opgelost. Hiervoor wordt in eerste instantie gebruik gemaakt van reeds bestaande fietsparkeerplaatsen (gelegen binnen een acceptabele loopafstand).
Indien er onvoldoende bestaande fietsvoorzieningen binnen loopafstand in de openbare ruimte aanwezig zijn, kunnen nieuwe fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte worden gerealiseerd. De kosten hiervoor zijn in principe voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeente Venlo beoordeelt de mogelijkheden hiertoe op basis van haar relevante beleidskaders en betrekt hierbij mogelijk externe belanghebbenden zoals bewoners of ondernemers in de directe omgeving.
Bij het berekenen van de normatieve parkeerbehoefte van een ruimtelijke ontwikkeling wordt onderscheid gemaakt in vier gebieden: het centrum, de schil van het centrum (beide onderdeel van het centraal stedelijk gebied uit de omgevingsvisie), de rest van de bebouwde kom en het buitengebied. De ligging van een ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente bepaalt welke parkeernormen gehanteerd moeten worden. De gemeente Venlo beslaat een relatief groot en divers grondgebied. Op navolgende kaarten zijn de toe te passen gebiedsindelingen opgenomen.
[2] Dit is het gebied binnen de straten Noord-Buitensingel, Mercatorstraat, Krefeldseweg (N271), Koninginnesingel en het gebied binnen het spoor en de Maas.
[3] Aan de zijde van Venlo gaat het om het gebied binnen de Maas en de straten Craneveldstraat, Gasthuiskampstraat, Krefeldseweg (N271), Belletablestraat, Hertog Reinoudsingel, Groenveldsingel, het spoor, Kerkhofweg, Genbroekstraat, Saxenkampstraat, Tegelseweg, Tiberstraat en de Maas. Aan de zijde van Blerick gaat het om het gebied binnen de straten Venrayseweg, Horsterweg, Kazernestraat, Burgemeester Gommansstraat, Scholtis Coopmanstraat, Ruijsstraat, Vliegenkampstraat, de Pastoor Stassenstraat en de Maas. In Tegelen gaat het om het gebied binnen de straten Industriestraat, Muntstraat, Hoogstraat, Erkenkamp, Maasveldstraat, Roermondseweg en de Kruisstraat.
[4] Binnen de komgrens zoals aangegeven langs de weg.
Navolgende aanwezigheidspercentage zijn gebaseerd op de meest recente CROW-publicatie (2024)
(1) Indien sprake van een traditionele koopavond
(2) Indien op zaterdag open: 100%
(3) Indien 's avonds open: 70%
(5) Hier is sprake van richtgetallen. Maatwerk is bij de verschillende typen restaurants noodzakelijk
Houd bij de toepassing van de bovenstaande aanwezigheidspercentages rekening met de (commerciële) openingstijden van functies.
Onderstaande parkeernormen voor de hoofdgroep wonen zijn bepaald op basis van daadwerkelijk autobezit voor Venlo. De getallen zijn exclusief de geldende parkeernorm voor bezoekers en exclusief een eventuele mobiliteitscorrectie. Het bezoekersdeel onderaan de tabel dient zodoende bij het bewonersdeel te worden opgeteld voor de totale parkeernorm. Het woningoppervlak wordt uitgedrukt in bruto vloeroppervlak (bvo) van de woning (oppervlakte achter de voordeur, gemeten conform de meetmethoden van NEN2580).
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
||||
Onderstaande parkeernormen voor niet-woonfuncties zijn gebaseerd op de meest recente CROW-parkeerkencijfers (2024) voor een ‘sterk stedelijke’ gemeente (wat Venlo is). Daarbij kiest de gemeente ervoor om het gemiddelde CROW-parkeerkencijfer als parkeernorm te hanteren. De getallen zijn inclusief de geldende parkeernorm voor bezoekers. Het bruto-vloeroppervlakte (bvo) is het vloeroppervlak binnen de muren van een ruimte of gebouw. Inpandige gebouwde parkeer- of laad/los-voorzieningen maken geen deel uit van het bedoelde bvo.
Hoofdgroep: winkelen en boodschappen doen
1) tuin- en groencentrum: wanneer in de buitenruimte producten worden verkocht (verkoopruimte) dient deze ruimte te worden meegenomen bij de omvang van de functie.
2)fullservice-supermarkt: vloeroppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m2 wvo.
3)weekmarkt (bij klein wijk-, buurt- en dorpscentrum: Van deze functie kunnen alleen zeer globale parkeernormen gegeven worden.
Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. 1 m1 kraam = 6 m2 bvo (indien geen parkeren achter kraam dan + 1,0 pp per standhouder).
4) commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie): hier worden ook functies als een makelaar, hypotheekverstrekker, kapper of zonnebankstudie onder beschouwd.
5) bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, een garagebedrijf, een laboratorium of werkplaatsen. Bij deze bedrijven geldt globaal 1 arbeidsplaats per 25-35 m2 bvo.
De parkeernorm is exclusief vrachtwagen parkeren en andere bedrijfsgerelateerde voertuigen.
6) bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bedrijven zoals een loods, opslag of transportbedrijf. Bij deze bedrijven geldt globaal 1 arbeidsplaats per 30-50 m2 bvo.
De parkeernorm is exclusief vrachtwagen parkeren.
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning (I)
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
|||||
7) golfbaan (18 holes): een 18-holes golfbaan is gemiddeld 60 – 70 ha groot,
8) golfoefencentrum (pitch and putt): uitgaande van een omvang van circa 6 ha.
9) sporthal en sportzaal: let op bij grotere aantallen bezoekers zijn de kencijfers te laag.
10) sportveld: zeer globale normen (exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten). Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen.
11) zwembad overdekt & openlucht: bij combinatie zwembad overdekt en openlucht berekenen via verhouding normen overdekt per 100 m2 bassin en normen openlucht per 100 m2 bassin.
12) zwemparadijs: is vaak onderdeel van een andere voorziening, zoals een vakantiepark. Zeer globale normen. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen.
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning (II)
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
|||||
13) bioscoop: 1 zitplaats is circa 3 m bvo. Bij bioscopen moet voor parkeren rekening worden gehouden met een eventuele overlap tussen twee voorstellingen (+ 40%).
Gegeven kengetallen betreffen de drukste voorstelling op de drukste dag van de drukste maand.
Hoofdgroep horeca en verblijfsrecreatie
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
|||||
14) camping: exclusief 10% voor gasten van bezoekers.
15) hotel, café/bar/cafetaria en restaurant: terrasruimte dient te worden meegenomen bij de omvang van de functie.
De parkeerbehoefte van deze functie is namelijk in sterke mate afhankelijk van het aantal zitplaatsen en van het autogebruik van de bezoekers.
Hoofdgroep: gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
|||||
16) verpleeg- en verzorgingstehuis: normen zijn inclusief parkeren voor personeel.
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
|||||
17) K&R kinderdagverblijven: exclusief Kiss & Ride. Berekening Kiss & Ride parkeerplaatsen = aantal kinderen x % kinderen dat met de auto wordt gebracht x 0,2
(indicatief: 50% - 80% wordt met de auto gebracht)
18) K&R basisschool: exclusief Kiss & Ride. Berekening Kiss & Ride parkeerplaatsen = aantal kinderen x % kinderen dat met de auto wordt gebracht x 0,3 (indicatief: 20% – 60% wordt met de auto gebracht).
19) Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs: bezoekers zijn studenten en overig is personeel
De parkeernormen zijn gebaseerd op het gemiddelde van de bandbreedte in de CROW- fietsparkeerkencijfers uit de publicatie ‘Fietsparkeerkencijfers 2025’. Indien CROW nieuwe fietsparkeerkencijfers publiceert, gelden deze kencijfers als basis voor de fietsparkeernormen. Bij eenheid staat de afkorting ‘fpp’ voor een fietsparkeerplaats/ stallingsplaats. De afkorting ‘bvo’ staat voor het Bruto-vloeroppervlak. Het Bruto-vloeroppervlakte is het vloeroppervlak van de buitenomtrek van een ruimte of gebouw incl. gevels, bouwmuren, ramen etc. Inpandig gebouwde parkeervoorzieningen maken geen deel uit van het bvo. Voor winkels is het bruto-vloeroppervlak gemiddeld 1,25 maal het winkelvloeroppervlak. Zie NEN 2580 voor verdere informatie.
Hoofdgroep: winkelen en boodschappen doen
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
|||||
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning (I)
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
|||||
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning (II)
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
|||||
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning (III)
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
|||||
Hoofdgroep horeca en verblijfsrecreatie
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
|||||
Hoofdgroep: gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
|||||
|
Blerick Centrum, Tegelen Centrum en woonwijken/gebieden binnen de invloedsfeer van Venlo Centrum |
Overige woonwijken/gebieden binnen de bebouwde kom, waaronder de dorpskernen Belfeld en Arcen |
|||||
5.5 Kwaliteitseisen autoparkeren
Kwaliteitseisen autoparkeerplaatsen
Naast het aantal parkeerplaatsen dat beschikbaar wordt gesteld voor een ruimtelijke ontwikkeling is ook de kwaliteit van de parkeerplaatsen van belang. De gemeente Venlo hanteert de volgende publicaties om de kwaliteit van autoparkeerplaatsen en benodigde infrastructuur te beoordelen:
Voor parkeerplaatsen gelegen op terreinen en in parkeergarages: NEN 2443, Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in parkeergarages, maart 2013.
Voor alle overige parkeerplaatsen: ASVV 2021, aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom of de opvolger hiervan.
Parkeerplaatsen die niet voldoen aan de beschreven kwaliteitseisen tellen in principe niet mee voor het voldoen in een parkeerbehoefte, tenzij het bevoegd gezag van mening is dat in het betreffende geval desondanks voldaan wordt aan minimale eisen van bruikbaarheid en comfort.
Het is belangrijk om aan personen met een handicap voorzieningen te bieden zodat zij zelfstandig aan het maatschappelijke verkeer kunnen deelnemen. Bij nieuwe publieke voorzieningen (met een sociaal-maatschappelijk karakter, zoals een huisarts of een sociaal cultureel centrum) met een parkeereis van 20 parkeerplaatsen of meer moeten daarom minimaal 3% van de parkeereis worden aangelegd als algemene parkeerplaats voor personen met een handicap (met een eigen persoonlijke parkeerkaart), met een minimum van 1. Deze parkeerplekken mogen binnen de parkeereis, maar naar wens ook aanvullend op de parkeereis gerealiseerd worden. Gehandicaptenparkeerplaatsen moeten liggen binnen een loopafstand van maximaal 100 meter gemeten vanaf de betreffende parkeerplaats(en) tot de ingang van het gebouw. Van de parkeerplaatsen voor overige functies moet minimaal 2% worden aangelegd als algemene parkeerplaats voor personen met een handicap.
Voornoemde percentages/quota zijn niet hoog. Echter, een hoger percentage niet bij onze visie dat we de schaarse parkeerruimte zo goed mogelijk moeten verdelen onder alle doelgroepen. Hoe minder geoormerkte parkeerplaatsen er zijn, hoe efficiënter het gebruik van de ruimte kan zijn. Vanuit dat perspectief zijn we als vertrekpunt terughoudend met de aanleg van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. De ervaringen van gehandicapten waar parkeerruimte schaars is en waar (extra) algemene gehandicaptenparkeerplaatsen wenselijk zijn, zijn waardevoller dan hoge quota. Het uiteindelijke aantal plaatsen voor personen met een handicap en de exacte locatie van de plaatsen is uiteindelijk afhankelijk van de vraag en kan door monitoring en evaluatie van situaties bepaald en eventueel aangepast worden.
Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen
Het aantal elektrische voertuigen neemt gestaag toe. Deze ontwikkeling maakt het van belang om in ruimtelijke ontwikkelingen op eigen terrein laadinfrastructuur aan te brengen en/of voorbereidingen te treffen om de laadinfrastructuur uit te kunnen breiden. Twee relevante eisen uit het Bouwbesluit zijn dat een woongebouw met parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel, met meer dan tien parkeerplaatsen, leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ieder parkeervak heeft en dat een gebouw, anders dan een woongebouw, met parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel, met meer dan tien parkeerplaatsen, ten minste één oplaadpunt en leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ten minste een op de vijf parkeerplaatsen heeft.
Aanvullend op het bouwbesluit eist de gemeente Venlo dat een gebouw, anders dan een woongebouw, met parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel, met meer dan tien parkeerplaatsen, tenminste 10% van de parkeerplaatsen van een oplaadpunt wordt voorzien.
5.6 Kwaliteitseisen fietsparkeren
De parkeernorm bepaalt het aantal fietsparkeerplaatsen en vormt een kwantitatieve eis. Venlo stelt hiernaast ook kwalitatieve eisen aan de fietsparkeervoorziening die wordt aangelegd. Uitgangspunt is dat fietsparkeerplaatsen die niet voldoen aan de kwaliteitseisen, niet meetellen als oplossing voor de parkeerbehoefte.
In de kwaliteitseisen is in het bijzonder aandacht voor tweewielers met afwijkende maten. Naast reguliere stadsfietsen, moeten bakfietsen, duofietsen, driewielers en brom- en snorfietsen op een veilige en comfortabele manier kunnen worden geparkeerd. Voor deze vervoermiddelen wordt een plek geboden door het aanbrengen van zogeheten vrije ruimte. Dit zijn gemarkeerde vakken waar dit type voertuigen geparkeerd kan worden. Op basis van de richtlijnen van CROW Fietsberaad gelden de volgende eisen:
Laadinfrastructuur voor elektrische tweewielers
Een van de kwaliteitseisen is dat een fietsenstalling oplaadmogelijkheden biedt voor elektrische tweewielers (e-bikes, elektrische scooters, etc.) en andere voertuigen met trapondersteuning. Deze eis is voornamelijk van toepassing op stallingen die door vaste gebruikers (bijvoorbeeld bewoners en werknemers) worden gebruikt.
Het gebruik van een fietsenstalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort van de stalling. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen beïnvloeden het gebruik, evenals de mogelijkheid om fietsen met afwijkende afmetingen te stallen. De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 291), het Bouwbesluit 2012 (artikel 4.31) en FietsParKeur gaan uitgebreid in op de kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen voor het ontwerpen van een fietsenstalling in een ruimtelijke ontwikkeling.
De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goed toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn:
De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsenstalling zijn:
Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gestald.
Parkeerplaatsen moeten op acceptabele loopafstand liggen van de functie waarvoor deze bedoeld zijn. De loopafstand is de kortst mogelijke daadwerkelijke looproute via de openbare ruimte van de (de ingang van de) parkeerlocatie naar de ingang van de bestemming, gemeten met Google Maps.
De acceptatie van de loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. Ook hangt de acceptatie af van de aantrekkelijkheid van de looproute, de prijsstelling en de concurrentiekracht van alternatieven. In de tabel zijn de acceptabele loopafstanden, waarbinnen de parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn, voor verschillende functies/gebruikers opgenomen.
Tabel: Acceptabele loopafstanden per gebied voor autoparkeren
5.8 Rekenwaarde parkeerplaatsen op eigen terrein
Bij grondgebonden woningen is parkeren op eigen terrein regelmatig aanwezig in de vorm van een garage en/of oprit. Deze voorzieningen worden niet altijd voor parkeren gebruikt. Daarom telt hier niet het volledige aantal (theoretische) parkeerplaatsen mee voor het berekenen van de parkeercapaciteit. In onderstaande tabel staat per parkeervoorziening de mate waarin parkeren op eigen terrein voor de functie wonen meetelt. Op basis hiervan wordt de gecorrigeerde parkeercapaciteit van parkeren op eigen terrein bepaald. In onderstaande tabel zijn de rekenwaarden opgenomen voor parkeervoorzieningen op eigen terrein op basis van de meest recente CROW-publicatie 744.
Tabel: Rekenwaarden bij parkeervoorzieningen op eigen terrein
In dit rekenvoorbeeld wordt een toelichting gegeven op de toepassing van de parkeernormen op basis van het stappenplan opgenomen in hoofdstuk 3. Dit rekenvoorbeeld gaat in op autoparkeren en alle mogelijke stappen binnen het toepassingskader.
Het bouwplan in dit rekenvoorbeeld wordt gerealiseerd in het gebied 'Blerick Centrum, Tegelen Centrum en Schil Venlo'. In het bouwplan zijn de volgende functies gepland.
Naast het toe te voegen programma verdwijnt de functie café/bar/cafetaria met een oppervlakte van 300 m² bvo. De parkeerbehoefte van deze functie wordt in stap 2 voor autoparkeren gesaldeerd.
Stap 2: salderen van een bestaande parkeerbehoefte
Zoals beschreven verdwijnt als gevolg van het bouwplan een bestaande functie: café/bar/cafetaria. Deze functie had een oppervlakte van 300 m² bvo. De normatieve parkeerbehoefte van deze functie bedraagt -15 autoparkeerplaatsen (5 pp per 100 m² bvo).
De normatieve parkeerbehoeften zijn met het aanwezigheidspercentage dat geldt voor horeca omgerekend naar een parkeerbehoefte per dagdeel. In onderstaande tabel worden de uitkomsten hiervan gepresenteerd. Uit de tabel blijkt dat op de werkdagnacht geen sprake is van een parkeerbehoefte die in mindering kan worden gebracht op de parkeerbehoefte van het bouwplan. Op dit dagdeel is feitelijk sprake van een nieuwe parkeerbehoefte.
Stap 3: toepassing mobiliteitscorrectie(s)
In stap 3 worden de mobiliteitscorrecties toegepast. De correcties zijn stapelbaar. Hierna worden de correcties uitgewerkt. De correcties zijn niet van toepassing op fietsparkeren.
Correctie 1: parkeren wordt opgelost in hubs op afstand
Bij het bouwplan wordt het parkeren aan de rand van de buurt opgelost in één gebouwde parkeervoorziening (hub). Doordat het parkeren op afstand wordt opgelost kan een reductie van 10% worden toegepast. Deze correctie wordt toegepast op de normatieve parkeerbehoefte van alle geplande functies.
Correctie 2: in het bouwplan wordt een autodeelconcept ingezet
In het bouwplan worden twee deelauto's beschikbaar gesteld voor bewoners, een aanbieder heeft immers aangetoond dat er sprake is van een gezonde businesscase voor twee deelauto’s. De inzet van deelmobiliteit leidt tot een reductie van 20% op het bewonersdeel van de ontwikkeling. Deze reductie wordt met behulp van het aanwezigheidspercentage dat geldt voor bewoners omgerekend naar een reductie per dagdeel. Voor de deelauto's worden geoormerkte parkeerplaatsen aangelegd.
Stap 4: vaststelling van de parkeerbehoefte
Nadat stap 1 t/m 3 zijn doorlopen kan de parkeerbehoefte van het bouwplan worden vastgesteld. Het moment waarop de parkeerbehoefte inclusief correcties maximaal is, wordt de maatgevende parkeerbehoefte genoemd. Uit de onderstaande tabel komt naar voren dat het maatgevende moment voor autoparkeren op de werkdagavond ligt. Op dit moment zijn in totaal 55 autoparkeerplaatsen nodig.
Stap 5: aanleg parkeerplaatsen op eigen terrein
In het bouwplan wordt het fietsparkeren door de initiatiefnemer volledig op eigen terrein opgelost. Hiervoor wordt een fietsenstalling gerealiseerd. Voor het autoparkeren worden 35 parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd. Dit betekent dat de parkeerbehoefte niet volledig op eigen terrein kan worden opgelost. De resterende parkeerbehoefte van 20 parkeerplaatsen moet elders worden gefaciliteerd.
Stap 6: gebruik parkeerplaatsen in privaat eigendom elders
Om de resterende parkeerbehoefte van 20 parkeerplaatsen op te lossen zoekt de initiatiefnemer contact met de exploitant van een nabijgelegen parkeergarage. Deze garage ligt binnen de maximaal acceptabele loopafstand die geldt voor de functies in dit gebied. De exploitant overlegt gegevens over de bezetting van de garage op de werkdagavond. Uit deze gegevens komt naar voren dat ten minste 10 parkeerplaatsen beschikbaar zijn in de garage. De initiatiefnemer sluit een overeenkomst met de exploitant voor de koop van 10 parkeerplaatsen. Deze overeenkomst voldoet aan eisen die de gemeente hierbij stelt. De restende parkeerbehoefte bedraagt dan nog 10 parkeerplaatsen.
Stap 7: gebruik bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte
De initiatiefnemer is van mening dat niet alle bestaande openbare parkeerplaatsen binnen een loopafstand van 200 meter gemeten vanaf het bouwplan volledig in gebruik zijn. De gemeente Venlo deelt deze mening en stelt de resultaten van een recent uitgevoerd parkeerdrukonderzoek beschikbaar. Uit deze gegevens blijkt dat, op de maatgevende werkdagavond, de parkeerdruk op 60% ligt gemeten op 100 parkeerplaatsen. Dit betekent dat, als de resterende parkeerbehoefte van 10 parkeerplaatsen wordt afgewenteld richting de openbare ruimte, de parkeerdruk in de eindsituatie op 70% komt te liggen. Omdat de gemeente dit als een acceptabele parkeerdruk beschouwt gaat de gemeente akkoord met het oplossen van de resterende parkeerbehoefte van het bouwplan richting de openbare ruimte. Hiermee is de volledige parkeerbehoefte van het bouwplan opgelost.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-284690.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.