Beleidsregels zoektermijn jongeren tot 27 jaar gemeente De Fryske Marren

 

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren;

 

gelet op de artikelen 7, 9 ,41 en 43 van de Participatiewet en 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

 

besluit vast te stellen de Beleidsregels 4 weken zoektermijn jongeren tot 27 jaar gemeente De Fryske Marren

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Fryske Marren;

  • b.

    de wet: de Participatiewet;

  • c.

    jongere: de belanghebbende of het gezin, bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de wet;

  • d.

    probleemschulden: van een problematische schuld is in ieder geval sprake als op het moment van aanvang van de bijstand een negatief vermogen is vastgesteld en er een aantoonbare terugbetalingsverplichting rust op deze schuld, waarvan de termijn is overschreden;

  • e.

    zoektermijn: de termijn van vier weken, genoemd in artikel 41, vierde lid, van de Wet;

  • f.

    zorgbehoefte: een behoefte aan zorg door ziekte of een lichamelijke, verstandelijke of geestelijke stoornis;

  • g.

    dak- en thuisloze: een persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats die feitelijk binnen de gemeentegrenzen van De Fryske Marren verblijft en (zo mogelijk) met een briefadres in de BRP wordt geregistreerd.

  • 2.

    Begrippen die in deze beleidsregel voorkomen en niet nader worden toegelicht, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en Algemene wet bestuursrecht.

 

Artikel 2. Doelstelling zoektermijn

Het doel van de zoektermijn is jongeren toekomstperspectief te bieden. Door het hanteren van een zoektermijn krijgt de jongere inzicht in de eigen mogelijkheden, doordat hij of zij actief zoekt naar werk of opleidingsmogelijkheden. Hiermee wordt de eigen kracht van de jongere versterkt en wordt de kans op langdurige afhankelijkheid van bijstand verkleind. Deze beleidsregel geeft daarnaast invulling aan de wijze waarop het college toepassing geeft aan artikel 41, elfde lid, van de wet.

Artikel 3 Start en uitvoering van de zoektermijn

  • 1.

    De zoektermijn start op het moment dat een jongere zich meldt of een aanvraag doet bij de gemeente De Fryske Marren voor een aanvraag om algemene bijstand.

  • 2.

    De zoektermijn wordt toegepast indien dit naar het oordeel van het college effectief bijdraagt aan toeleiding naar werk en/of scholing.

  • 3.

    De begeleiding en afspraken tijdens de zoektermijn worden afgestemd op de persoonlijke situatie van de jongere en vastgelegd in een plan van aanpak, gericht op het vinden van werk of het volgen van scholing.

 

Artikel 4 Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn

  • 1.

    Het college maakt in ieder geval gebruik van de bevoegdheid een aanvraag voor algemene bijstand voor het verstrijken van de zoektermijn in behandeling te nemen als bedoeld in artikel 41, elfde lid, van de wet, wanneer sprake is van ten minste een van de volgende omstandigheden:

  • a.

    de jongere verblijft in een inrichting of heeft recht op opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015;

  • b.

    de jongere heeft uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding:

  • 1° in een inrichting verbleven;

  • 2° opvang gehad als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015; of

  • 3° bij een pleegouder of in een gezinshuis verbleven als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, van de Jeugdwet;

  • c.

    voor de jongere gold uiterlijk binnen een jaar voorafgaand aan de melding een kinderbeschermingsmaatregel die werd uitgevoerd door een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 2.4, van de Jeugdwet;

  • d.

    de jongere een zorgbehoefte heeft;

  • e.

    de jongere die dak- en thuisloos is;

  • f.

    de jongere heeft uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding algemene bijstand ontvangen;

  • g.

    de jongere heeft probleemschulden, of schulden die naar het oordeel van het college probleemschulden kunnen worden, als de zoektermijn wordt toegepast.

  • h.

    de jongere die naar het oordeel van het college op voorhand niet bemiddelbaar is;

  • i.

    de jongere dient een aanvraag in na het einde van een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, waarbij gedurende deze uitkering reeds een sollicitatieplicht heeft gegolden;

  • j.

    de jongere dient een aanvraag in binnen 30 dagen na beëindiging van de algemene bijstand op grond van de wet in een andere gemeente, als bedoeld in artikel 45, derde lid, van de wet;

  • k.

    de jongere is opgenomen in het doelgroepenregister als bedoeld in artikel 38b van Wet financiering sociale verzekeringen en heeft een objectieve arbeidsbeperking.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid behoudt het college de bevoegdheid om, op basis van een individuele beoordeling van de omstandigheden, in andere gevallen dan genoemd in het eerste lid, te besluiten een aanvraag voor algemene bijstand vóór het verstrijken van de zoektermijn in behandeling te nemen.

 

Artikel 5 Afronding en beoordeling inspanningen

  • 1.

    Na afloop van de zoektermijn beoordeeld het college de inspanningen en resultaten van de jongere.

  • a.

    Indien de jongere zich in het geheel niet heeft ingespannen en te kennen geeft dit ook niet te willen doen, bestaat geen recht op algemene bijstand op grond van artikel 13, tweede lid, onderdeel d, van de wet.

  • b.

    Indien de jongere onvoldoende inspanningen heeft verricht, kan het college een maatregel opleggen overeenkomstig de geldende afstemmingsverordening.

  • 2.

    Na succesvolle afronding wordt de aanvraag verder in behandeling genomen voor de algemene bijstand.

 

Artikel 6 Hardheidsclausule

Het college kan de bepalingen gesteld bij of krachtens deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing, gelet op de doelstelling van deze beleidsregels, naar haar oordeel leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

 

Artikel 7 Inwerkingtreding

1. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking en werken terug vanaf 1 januari 2026

 

Artikel 8 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels zoektermijn jongeren tot 27 jaar gemeente De Fryske Marren

 

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Fryske Marren,

 

 

Datum: 23 april 2026,

 

L. P. Stoel, burgemeester

 

D. Cazemier, gemeentesecretaris

Toelichting

 

Algemeen

Hoofdregel is dat personen jonger dan 27 jaar pas vier weken na de melding een bijstandsaanvraag kunnen indienen. Van jongeren mag namelijk verwacht worden dat zij eerst de mogelijkheden voor werk en opleiding onderzoeken en daarna pas een bijstandsaanvraag indienen.

 

Voor 1 januari 2026 was alleen een uitzondering op de zoekperiode mogelijk voor een aantal specifieke in de wet benoemde groepen jongeren. Het gaat om jongeren:

 

  • met een medische urenbeperking; of

  • die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie; of

  • die het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs hebben verlaten gedurende het 1e jaar na de eerste melding en aanvraag van bijstand.

 

Daar is sinds 1 januari 2026 met de Participatiewet in balans een nieuwe uitzondering bij gekomen. Deze uitzondering staat in artikel 41 lid 11 Participatiewet. Het college kan de vier weken zoektermijn niet toepassen als individuele omstandigheden daarom vragen. In een individueel geval kan het college de afweging worden gemaakt om de vier wekenweken zoektermijn voor een kwetsbare jongere niet toe te passen. Bijvoorbeeld als het toepassen van de zoekperiode in een individueel geval niet effectief is.

 

Het college stelt deze jongeren dan meteen in de gelegenheid om een aanvraag in te dienen. De meldingsdatum en aanvraagdatum zijn dan in beginsel gelijk. Ook bestaat er meteen aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling.

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in de beleidsregel. Voor het overige gelden de definities uit de Participatiewet of de Algemene wet bestuursrecht. Enkele van de begrippen uit de beleidsregel worden hieronder nader toegelicht.

 

Artikel 2 Zoektermijn

Onder ‘zoektermijn’ wordt verstaan: de termijn van vier weken nadat een jongere (tot 27 jaar) zich heeft gemeld om algemene bijstand aan te vragen. Pas na die termijn kan een aanvraag worden ingediend en door het college in behandeling worden genomen (enkele uitzonderingen daargelaten, zie artikel 41, vierde lid, van de Wet).

 

Artikel 4 lid 1 onder d Zorgbehoefte

Van een zorgbehoefte is sprake indien een persoon, als gevolg van ziekte of een lichamelijke, verstandelijke of psychische stoornis, structureel is aangewezen op zorg en ondersteuning die de gebruikelijke hulp overstijgt. Deze zorgbehoefte moet een duurzaam karakter hebben en mag niet van tijdelijke of incidentele aard zijn. De invulling van het begrip zorgbehoefte is ontwikkeld in de rechtspraak en wordt in deze beleidsregels als volgt uitgewerkt.

 

Een zorgbehoefte wordt in ieder geval aangenomen indien één of meer van de onderstaande situaties zich voordoen:

  • in aanmerking komt voor een opname in een Wlz-inrichting; of

  • duurzaam is aangewezen op dagelijkse hulp bij alle of de meeste algemene dagelijkse levensverrichtingen; of

  • duurzaam is aangewezen op constant toezicht om mogelijk gevaar voor zichzelf of anderen te voorkomen.

 

Artikel 4 lid 1 onder e Dak- en thuisloze

Een dak- en thuisloze is een persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats in de zin van artikel 1:10 en 1:11 BW, die niet als ingezetene met een woonadres in de BRP is ingeschreven, maar feitelijk binnen de gemeente verblijft. Deze persoon beschikt niet over een eigen woning, huurcontract of duurzaam ter beschikking staand adres bij derden, en is aangewezen op tijdelijke, wisselende of opvanglocaties. Het recht op bijstand wordt beoordeeld door de gemeente waar betrokkene feitelijk verblijft en (zo mogelijk) met een briefadres in de BRP wordt geregistreerd.

 

Artikel 2. Doelstelling zoektermijn

Dit artikel beschrijft het doel en de achtergrond van de vier weken zoektermijn. De nadruk ligt op het versterken van de eigen verantwoordelijkheid van jongeren en het voorkomen van langdurige bijstandsafhankelijkheid. Tevens wordt expliciet gemaakt dat deze beleidsregel uitvoering geeft aan artikel 41, elfde lid, van de Participatiewet, waarin het college ruimte krijgt voor maatwerk.

 

Artikel 4. Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn

Voor alle jongeren tot 27 jaar geldt een zoektermijn van vier weken na de melding voor algemene bijstand. In deze zoektermijn van vier weken wordt van hen verwacht dat zij zoeken naar werk of scholing. Voor jongeren vanuit het praktijkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs geldt een uitzondering. Dat geldt ook voor jongeren met een medische urenbeperking of die behoren tot de doelgroep die in aanmerking komt voor loonkostensubsidie. Zij kunnen direct een aanvraag indienen, en de gemeente moet deze aanvraag direct in behandeling te nemen.

 

Aan artikel 41 van de Wet, waar de zoektermijn is geregeld, wordt een elfde lid toegevoegd:

 

‘In afwijking van het vierde lid kan het college de aanvraag voor het verstrijken van de termijn van vier weken in behandeling nemen, indien naar het oordeel van het college de omstandigheden van de belanghebbende of het gezin daartoe aanleiding geven.’

 

Het twaalfde lid voegt daaraan toe, dat het college de jongere na de melding dan in de gelegenheid stelt om direct zijn aanvraag in te dienen.

 

Uitgangspunt blijft, dat zelfredzame jongeren werk zoeken of zich voor een opleiding aanmelden. Daarmee investeren zij in hun toekomst. Maar dat is niet voor alle jongeren een realistisch perspectief. Voor jongeren in kwetsbare omstandigheden wordt met deze wetswijziging de mogelijkheid geboden om de zoektermijn achterwege te laten.

 

In artikel 4 worden groepen jongeren genoemd voor wie de zoektermijn achterwege blijft, omdat zij zich in kwetsbare omstandigheden bevinden. De genoemde omstandigheden gelden als indicator voor de aanwezigheid van kwetsbare omstandigheden.

 

 

Artikel 6 Hardheidsclausule

In dit artikel is een algemene hardheidsclausule opgenomen. In een individueel geval zou toepassing van de beleidsregel kunnen leiden tot een onredelijk nadelig gevolg voor een belanghebbende. Dit artikel geeft de mogelijkheid om in zo’n geval af te wijken van de regels ten gunste van de belanghebbende.

Naar boven