Wijzigingsbesluit Algemene plaatselijke verordening (Apv) Vijfheerenlanden 2025

De raad van gemeente Vijfheerenlanden,

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 maart 2026;

 

Besluit:

 

  • 1.

    Het wijzigingsbesluit Algemene plaatselijke verordening (Apv) Vijfheerenlanden 2026 vast te stellen.

[Het besluit bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Het wijzigingsbesluit Algemene plaatselijke verordening (Apv) Vijfheerenlanden 2025 vast te stellen.]

Aldus besloten door de raad van Vijfheerenlanden

in zijn openbare vergadering van 23 april 2026

de raadsgriffier

K.I. (Krista) Goossens

de voorzitter

S. (Sjors) Fröhlich

Bijlage 1: Wijzigingsbesluit Algemene plaatselijke verordening (Apv) Vijfheerenlanden 2025

 

A. Artikel 2:58 wordt opgenomen en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden of paarden

  • 1.

    Degene die zich met een hond of paard op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond of paard onmiddellijk worden verwijderd.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder, van een geleidehond of sociale hulphond, die vanwege zijn beperking niet in staat is om aan de opruimplicht te voldoen.

  • 3.

    Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

  • 4.

    De eigenaar of houder van een hond of paard is verplicht op openbare plaatsen een deugdelijk opruimmiddel bij zich te hebben, dat geschikt is voor de verwijdering van de uitwerpselen van de hond of het paard.

  • 5.

    De eigenaar, houder of verzorger van een hond is verplicht dit opruimmiddel op eerste vordering te laten zien aan de toezichthoudende ambtenaar.

B. Artikel 5:4 wordt opgenomen en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 5:4 Defecte voertuigen

Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan 3 achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

 

C. Artikel 5:5 wordt opgenomen en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 5:5 Voertuigwrakken

  • 1.

    Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

  • 2.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

D. Artikel 5:6 wordt opgenomen en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen

  • 1.

    Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

    • a.

      langer dan gedurende 3 achtereenvolgende dagen, hetzij op één plaats hetzij met enige verandering van plaats, te plaatsen of te hebben op de weg;

    • b.

      op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;

    • c.

      op de weg te plaatsen of te hebben met de kennelijke bedoeling om artikel 4:18 te overtreden of deze als woning in gebruik te nemen.

  • 2.

    Het college kan categorieën voertuigen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt.

  • 3.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a.

  • 4.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Verordening bescherming natuur en landschap Provincie Utrecht of de Wegenverordening Provincie Utrecht.

  • 5.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

E. Artikel 5:9 wordt opgenomen en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen

  • 1.

    Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

  • 2.

    Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

F. Artikel 5:11 wordt opgenomen en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 5:11 Aantasting groenvoorziening door voertuigen

  • 1.

    Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.

  • 2.

    Dit verbod is niet van toepassing op:

    • a.

      de weg;

    • b.

      voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;

    • c.

      voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

  • 3.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  • 4.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

G. Dit wijzigingsbesluit treedt in werking op 15 juni 2026.

Naar boven