Artikel I
De Re - integratieverordening Participatiewet gemeente Nederweert 2023 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1 wordt in de definitie van ‘doelgroep’ na ‘artikel 7, eerste lid, onder, a, ’ ingevoegd: ‘of artikel 7a, eerste lid, ’.
B
Artikel 10 komt te luiden:
Artikel 10. Ondersteuning bij leer-werktraject
Het college kan met toepassing van artikel 7a, derde lid, van de wet, een persoon zonder startkwalificatie, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet, ondersteuning bieden voor zover die ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject.
C
In artikel 11, tweede lid, wordt ‘bepalingen van Hoofdstuk 4’ vervangen door ‘paragrafen 4.2 en 4.3’.
D
In artikel 15, zesde lid, wordt ‘bepalingen van Hoofdstuk 4’ vervangen door ‘paragrafen 4.2 en 4.3’.
E
In artikel 16, eerste lid, wordt na ‘doelgroep loonkostensubsidie’ ingevoegd ‘, bedoeld in artikel 6, onder e, van de wet’.
F
Artikel 17 tweede lid, onderdeel a, komt te luiden:
- a.
de persoon behoort tot de doelgroep en:
- 1°.
is minimaal achttien jaar oud; of
- 2°.
heeft VSO/PRO-onderwijs genoten;
G
Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:
- 1.
In het opschrift van artikel 27 wordt ‘visuele of motorische handicap’ vervangen door ‘motorische beperking’.
- 2.
In het eerste lid vervalt ‘visuele of ‘
H
Na artikel 29 wordt een hoofdstuk ingevoegd luidende:
Hoofdstuk 4B. Specifieke bepalingen van school naar duurzaam werk
Artikel 29a. Verzoeken van scholen en onderwijsinstellingen
- 1.
Het college bevestigt binnen 2 weken de ontvangst van een verzoek om informatie, ondersteuning of een voorziening gedaan door het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 of een instelling of een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
- 2.
Als de reactie op het verzoek geen beschikking, als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, inhoudt, reageert het college binnen 8 weken op het verzoek, en deelt deze reactie schriftelijk mee aan het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, en aan de persoon op wie het verzoek betrekking heeft.