Bekendmaking van het voornemen tot verhuur van een perceel grond met het daarna vestigen van een zelfstandig recht van opstal ten behoeve van een vrijstaand transformatorstation in de gemeente Den Haag

 

De Hoge Raad der Nederlanden heeft op 26 november 2021 het Didam-arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2021:1778). Uit dit arrest vloeit onder andere voort dat de gemeente een onroerende zaak openbaar te koop moet aanbieden, zodat iedere serieuze gegadigde kenbaar kan maken dat hij in aanmerking wenst te komen om een koopovereenkomst voor de betreffende onroerende zaak te sluiten met de gemeente. Uit recente rechtspraak volgt dat het Didam-arrest tevens van toepassing is bij verhuur van onroerende zaken door de overheid (ECLI:NL:RBMNE:2022:5402).

 

Op basis van het Didam-arrest dient de gemeente bij onder meer de verhuur van vastgoed een selectieprocedure te organiseren om op die wijze serieuze gegadigden mee te laten dingen en zo gelijke kansen te creëren. Een selectieprocedure kan echter achterwege blijven indien bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt. Op basis van de hierna genoemde argumenten is de gemeente Den Haag van oordeel dat bij deze verhuur Stedin Netbeheer B.V. te dezen handelend als besloten vennootschap, gevestigd te Rotterdam de enige serieuze gegadigde is voor de huur van de hierna genoemde locaties.

 

De gemeente Den Haag heeft het voornemen om het perceel grond op de hiernavolgende adressen te verhuren ten behoeve van een vrijstaand transformatorstation:

 

  • 1.

    gelegen aan de Oltmansstraat te ’s-Gravenhage, kadastraal bekend gemeente Loosduinen, sectie AI, nummer 1410, ter grootte van circa 27m²

  • 2.

    gelegen aan de Schaapherderstraat te ’s-Gravenhage, kadastraal bekend gemeente ’s-Gravenhage, sectie AI, nummer 11558, ter grootte van 34m²

  • 3.

    gelegen aan het Deltaplein te ’s-Gravenhage, kadastraal bekend gemeente ’s-Gravenhage, sectie H, nummer 8458, ter grootte van 9m² en 7m²

  • 4.

    gelegen aan de Burgemeester Patijnlaan te ’s-Gravenhage, kadastraal bekend gemeente ’s-Gravenhage, sectie P, nummer 10505, ter grootte van 32m²

De argumenten:

Stedin Netbeheer B.V. is netbeheerder en verzorgt de energievoorziening voor onder andere Zuid-Holland. Om die reden kan Stedin Netbeheer B.V. als enige serieuze gegadigde worden aangemerkt voor de huur van de percelen grond op voormelde locaties, ten behoeve van transformatorstations.

 

Termijn reactie:

Derden met een rechtens te honoreren belang die zich niet kunnen verenigen met dit voornemen tot verhuur aan de besloten vennootschap “Stedin Netbeheer” kunnen daartoe binnen 20 kalenderdagen na de datum van deze publicatie in het Gemeenteblad hun bezwaren kenbaar maken. Dit kan door een gemotiveerd bericht te sturen naar het e-mailadres didampublicaties@denhaag.nl o.v.v. verhuring Stedin Netbeheer te ’s‑Gravenhage.

 

Indien een tijdige reactie wordt ontvangen, beoordeelt de gemeente de schriftelijke motivering binnen 20 kalenderdagen na het einde van de reactietermijn en zal zij u haar standpunt mededelen. Indien u zich vervolgens niet kunt verenigen met het standpunt van de gemeente, dan kunt u uiterlijk binnen 20 kalenderdagen na dagtekening van de brief waarin uw bezwaren door de gemeente ongegrond zijn verklaard, een kort geding aanhangig maken bij de rechtbank ’s-Gravenhage.

 

Bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding binnen voornoemde termijn, vervalt het recht om in rechte op te treden en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans zijn de desbetreffende rechten daartoe verwerkt.

Zolang eventuele bezwaren door de gemeente in behandeling zijn en/of de gerechtelijke procedure loopt, wordt geen huurovereenkomst met Stedin Netbeheer B.V. gesloten. De gemeente blijft bevoegd om te besluiten geen huurovereenkomst met Stedin Netbeheer B.V. te sluiten.

 

Met deze publicatie geeft de gemeente uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 (Didam-arrest).

Naar boven