Gemeenteblad van Westerveld
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westerveld | Gemeenteblad 2026, 280496 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westerveld | Gemeenteblad 2026, 280496 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening van de raad van Westerveld houdende bepalingen over maatschappelijke ondersteuning (Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerveld 2026)
De raad van de gemeente Westerveld;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders (college) van 24 maart
gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede en derde lid, 2.1.4a, 2.1.4b, 2.1.5, eerste lid,
2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning
2015 (Wmo), en de artikelen 3.8, tweede lid, en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo
gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein Westerveld;
gelet op de doelstellingen zoals verwoord in de door raad vastgestelde Maatschappelijke Visie;
waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan de maatschappij;
inwoners die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving onvoldoende
zelfredzaam zijn, onvoldoende in staat zijn tot participatie, of niet in staat zijn zich
zelfstandig te handhaven in de samenleving in verband met een beperking, chronische
psychische of psychosociale problemen, een beroep moeten kunnen doen op
gemeentelijke ondersteuning, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen
mensen met een beperking te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van
besluit vast te stellen: de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerveld
HOOFDSTUK 1 – ALGEMENE BEPALINGEN
algemene gebruikelijke voorziening: een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner zelfredzaam kan zijn of kan participeren, en met een inkomen tot maximaal 120% van de geldende bijstandsnorm financieel kan worden gedragen. Dit houdt in dat een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen onder de gehele bevolking gangbaar is te achten.
eigen kracht: verwijst naar de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de inwoner om zelf de zelfredzaamheid en participatie te bevorderen of oplossingen te vinden voor de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, zonder directe ondersteuning van de gemeente. Dit omvat onder meer:
onderzoeksverslag: een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo. Het betreft een plan van aanpak dat het college opstelt, waarin de knelpunten die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, worden beschreven, de gewenste ondersteuning wordt geïnventariseerd en mogelijke oplossingen worden aangedragen door het college.
pgb-plan: een plan waarmee de aanvrager het college verzoekt om via een pgb zelf ondersteuning in te kopen. Het betreft een plan van aanpak waarin de inwoner diens hulpvraag, onderliggende problematiek en beoogde doelen beschrijft, aangeeft welke middelen en werkzame elementen nodig zijn om deze doelen te bereiken, en aantoont dat de inwoner beschikt over voldoende pgb-vaardigheid om het pgb verantwoord te beheren. Het opstellen van een pgb-plan is verplicht wanneer de inwoner ondersteuning van derden wil inkopen met een pgb.
HOOFDSTUK 2 – GEBRUIKELIJKE HULP
HOOFDSTUK 3 – TOEGANG TOT ONDERSTEUNING
Na ontvangst van de melding stelt het college vast of de hulpvraag valt binnen het toepassingsbereik van de Wmo. Indien blijkt dat de hulpvraag onder een andere wettelijke regeling valt, zorgt het college binnen de wettelijke kaders voor afstemming en voor een zorgvuldige overdracht naar de juiste wet en bijbehorende ondersteuning.
Het college informeert de inwoner over de mogelijkheid om een persoonlijk plan in te dienen. De inwoner dient dit plan bij voorkeur binnen zeven dagen na ontvangst van de bevestiging van de melding in. Indien dit door omstandigheden niet mogelijk is, kan het plan ook later tijdens het onderzoek worden overlegd, mits dit voor de afronding van het onderzoek gebeurt.
Na ontvangst van het onderzoeksverslag heeft de inwoner of diens vertegenwoordiger het recht om opmerkingen of aanvullingen op het onderzoeksverslag kenbaar te maken. Deze worden bij het onderzoeksverslag gevoegd. Hieronder valt ook de mogelijkheid om aan te geven dat een andere maatwerkvoorziening, naar eigen inzicht, passender is dan de voorziening die in het onderzoeksverslag is vermeld.
Indien uit het onderzoek blijkt dat een inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, kan bij de gemeente een aanvraag worden ingediend.
HOOFDSTUK 4 – VOORWAARDEN EN WEIGERINGSGRONDEN
Artikel 9. Bepalingen rondom de algemene voorzieningen
Algemene voorzieningen zijn laagdrempelig en bedoeld als preventieve ondersteuning in het voorliggende veld. Voor het gebruik van een algemene voorziening is geen formele beslissing van het college vereist, tenzij de wet of andere gemeentelijke regels anders bepalen.
Artikel 10. Ondersteuning via algemene voorzieningen
Onder algemene voorzieningen worden in ieder geval, doch niet uitsluitend, verstaan:
Artikel 11. Algemene criteria voor maatwerkvoorzieningen
Het college onderzoekt en stelt vast of een maatwerkvoorziening noodzakelijk is om:
de problemen bij het handhaven in de samenleving te verminderen of weg te nemen, indien sprake is van een licht verstandelijke beperking, psychische en/of psychosociale problematiek, of wanneer de inwoner de thuissituatie heeft verlaten (bijvoorbeeld vanwege risico’s op huiselijk geweld of mishandeling), zodat de inwoner met een maatwerkvoorziening, al dan niet aanvullend, uiteindelijk weer op eigen kracht kan functioneren.
HOOFDSTUK 5 – BESCHERMD WONEN EN MAATSCHAPPELIJKE OPVANG
Artikel 13. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
De inwoner met een hulpvraag over het zich handhaven in de samenleving, woonachtig binnen de regio van de centrumgemeente, meldt zich bij de gemeente waar diegene ingeschreven staat. Deze gemeente onderzoekt of, en zo ja welke, ondersteuning via de Wmo nodig is, of er voorliggende oplossingen zijn, en stelt indien van toepassing de indicatie. Het college van de centrumgemeente Assen is gemandateerd om de toekenning en uitvoering van de maatwerkvoorziening te verzorgen en verzendt namens de regiogemeenten de beschikking.
Bij een melding van een hulpvraag over het zich handhaven in de samenleving, van een persoon woonachtig buiten de regio van de centrumgemeente, stelt de gemeente waar de inwoner zich meldt vast waar deze persoon het beste kan wonen. Hierbij handelt de gemeente in de geest van de uitgangspunten en modelregels in het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Beschermd Wonen en de bijbehorende handreiking.
Artikel 14. Algemene voorwaarden voor pgb
Het college kent een pgb toe indien de inwoner zelf de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren wenst in te kopen. Hiervoor dient de inwoner een pgb-plan in, op basis van een door het college vastgesteld format. Het pgb wordt alleen toegekend indien de inwoner voldoet aan de wettelijke criteria, waaronder de vereiste pgb-vaardigheden. Het college beoordeelt dit op basis van een individuele toetsing, aan de hand van het 10-puntenkader van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Bij het beoordelen van de kwaliteit wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de kwaliteitscriteria voor gecontracteerde zorgaanbieders voor ZIN die vergelijkbare ondersteuning leveren en het Drents Kwaliteitskader Sociaal Domein 2019. Dit geldt voor zover dit redelijkerwijs van de persoon die de ondersteuning verleent kan worden gevraagd.
Artikel 16. Pgb formele en informele hulp
Van formele hulp is sprake als de ondersteuning verleend wordt door onderstaande personen:
personen die werkzaam zijn bij een organisatie die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister, conform artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, en die beschikken over de relevante diploma’s en over een VOG niet ouder dan drie jaar, zoals vereist voor de uitoefening van de desbetreffende taken; of
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister conform artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 en beschikken over de relevante diploma’s en over een VOG niet ouder dan drie jaar, zoals vereist voor de uitoefening van de desbetreffende taken.
Artikel 17. Hoogte van het pgb (treedt in werking per 1 januari 2027)
Voor een lopende indicatie blijft het pgb gebaseerd op de tarieven die golden op het moment van de toekenning van de indicatie, totdat de looptijd van deze indicatie is verstreken. Bij een herindicatie wordt het pgb vastgesteld op basis van de tarieven zoals opgenomen in deze verordening, die op het moment van de herindicatie van kracht zijn.
Artikel 18. Rechten en plichten van de budgethouder
HOOFDSTUK 7 – BIJDRAGE IN DE KOSTEN
Artikel 21. Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen
De inwoner is een bijdrage verschuldigd voor het gebruik van de was- en strijkservice. De bijdrage bedraagt de volledige kostprijs per waszak. Voor inwoners die huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening ontvangen, geldt een gereduceerd tarief. De eigen bijdrage voor de was- en strijkservice is gebaseerd op de door Nibud vastgestelde kosten voor aan-huis wassen, drogen en strijken, inclusief elektriciteitskosten. In de bijdrage zijn tevens de kosten van het ophalen en terugbrengen van wasgoed inbegrepen.
HOOFDSTUK 9 – KWALITEIT VAN DE ONDERSTEUNING
Artikel 23. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning
Het college legt contracten en subsidieafspraken vast met kwaliteitseisen waaraan maatschappelijke ondersteuning moet voldoen. Hierbij wordt, voor zover mogelijk, aangesloten bij artikel 3.1 van de wet en bij de relevante branche- en deskundigheidsnormen en het Drents Kwaliteitskader Sociaal Domein 2019.
Artikel 24. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden
Bij het inkopen en contracteren van aanbieders wordt een kostprijsonderzoek (KPO) uitgevoerd, conform de aanbestedingsregels. Dit KPO vormt de basis voor de indexering van de Wmo-tarieven, zowel in natura als voor pgb. Het college besluit onder andere op basis hiervan met welke aanbieder een overeenkomst wordt aangegaan.
Artikel 27. Klachtregeling college
De gemeente hanteert een klachtenregeling voor de afhandeling van klachten van inwoners over de behandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen op grond van de wet en deze verordening. De regeling waarborgt dat inwoners een formeel aanspreekpunt hebben en dat klachten op een zorgvuldige en transparante wijze worden behandeld.
Het college kan bij herhaald en/of ernstig wangedrag van een inwoner of bij herhaald onzorgvuldig gebruik van een (in bruikleen verstrekte) voorziening, tijdelijke of blijvende maatregelen nemen ter bescherming van medewerkers, medegebruikers van de voorziening of andere inwoners en ter voorkoming van (verdere) schade aan de voorziening.
Artikel 35. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van de Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerveld die ten aanzien van de betreffende zaak haar rechtskracht behoudt. Hier kan ten gunste van de aanvrager van worden afgeweken als heroverweging op grond van de huidige Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerveld 2026 leidt tot een gunstiger uitkomst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-280496.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.