Gemeenteblad van Son en Breugel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Son en Breugel | Gemeenteblad 2026, 27958 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Son en Breugel | Gemeenteblad 2026, 27958 | beleidsregel |
Treasurystatuut gemeente Son en Breugel 2026
In de financiële verordening gemeente Son en Breugel is bepaald dat burgemeester en wethouders een Treasurystatuut vaststellen en dit ter kennisgeving naar de raad sturen.
Het treasurystatuut bevat het beleidskader voor de uitvoering van de treasuryfunctie. Onder treasury wordt verstaan: “Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”.
In het treasurystatuut worden de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten vastgelegd evenals taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Daarnaast beschrijft het de financiële kaders voor financieringen, uitzettingen, derivatengebruik, en het verstrekken van leningen en garanties aan derden.
Artikel 2 Uitgangspunten risicobeheer
Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Om de kosten van het liquiditeitsbeheer te minimaliseren wordt het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitsplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen door afstemming van de liquiditeitspositie op de liquiditeitsplanning;
Artikel 8 Langlopende financiering
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden het volgende uitgangspunt:
Artikel 9 Kortlopende financiering
Voor het aantrekken van kortlopende financieringen met een looptijd tot één jaar gelden de volgende uitgangspunten:
Bij uitzettingen bestaat er een onderscheid in uitzettingen uit hoofde van de publieke taak en uitzetting van overtollige financiële middelen.
10.1 Uitzettingen en garanties uit hoofde van de publieke taak
Voor uitzettingen en garanties uit hoofde van de publieke taak gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen:
10.2 Uitzetting van overtollige financiële middelen
Overtollige financiële middelen worden alleen uitgezet bij het Ministerie van Financiën, financiële instellingen, BVO Dienst Dommelvallei en/of haar deelnemers, volgens onderstaande uitgangspunten:
Overtollige financiële middelen vanaf het drempelbedrag, als opgenomen in de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’, moeten worden aangehouden bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën, het zogenaamde schatkistbankieren. Het schatkistbankieren wordt door de huisbankier automatisch verzorgd;
Artikel 11 Bankrelaties en bancaire condities
De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor de af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:
Artikel 12 Uitgangspunten voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden
De volgende algemene uitgangspunten gelden voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden:
Artikel 13 Voorwaarden voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden
Ter beperking van het gemeentelijk risico worden hieraan de volgende voorwaarden gesteld:
Het besluit om een lening of garantie1 te verstrekken moet worden genomen door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 160 lid 1 sub d van de Gemeentewet. De lenings-, garantie- en overige overeenkomsten die op basis van dit besluit worden afgesloten worden op grond van art. 171 lid 1 van de Gemeentewet ondertekend door de burgemeester;
Bij garanties moet de geldgever zich verbinden zonder toestemming van het college geen uitstel van betaling te geven, bij niet voldoening van enige verplichting van de geldnemer daarvan het college zo spoedig mogelijk in kennis te stellen en jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het jaar aan het college een opgave te verstrekken van de restantschuld van de lening per 31 december van het voorafgaande jaar;
De garantie- of leningverkrijgende instelling dient haar jaarrekening of vergelijkbare stukken binnen zes maanden na afloop van het jaar ter beschikking te stellen aan het college. Het college draagt zorg voor een tijdige aanlevering en bepaalt bij niet naleven hiervan per geval de consequenties, te ondernemen stappen en gevolgen;
Gedurende het bestaan van de garantie- of leningsovereenkomst mag de verkrijgende instelling de bezittingen die met de lening zijn gefinancierd niet veranderen of afbreken, noch bezwaren of vervreemden zonder toestemming van het college. Afhankelijk van de grootte van het risico kan dit tevens worden bepaald voor overige nader aan te wijzen bezittingen van de instelling;
Artikel 14 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
Artikel 17 Informatievoorziening
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 9-12-2025
De gemeentesecretaris, J. Wesselink
De burgemeester, S. Otters-Bruijnen
In dit statuut wordt verstaan onder:
Daggeld: Een lening zonder vaste looptijd, waarbij het geleende bedrag elke dag kan worden teruggevraagd of opnieuw kan worden verlengd. De rente wordt per dag berekend en is doorgaans variabel;
Derivaten: Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;
Drempelbedrag: Het bedrag aan overtollige liquide middelen dat gemiddeld over een kwartaal buiten de schatkist aangehouden mag worden. De hoogte van het drempelbedrag is gerelateerd aan de begrotingsomvang van een decentrale overheid met een minimumbedrag dat is vermeld in de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;
Financiële instellingen: Kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen, gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER), en onder Nederlands of anderszins EER-toezicht vallen, zoals De Nederlandse Bank;
Financiering: Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor de dekking van de vermogensbehoefte;
Kasgeldlening: Een kortlopende lening met een looptijd van enkele dagen tot maximaal twee jaar, die bedoeld is om tijdelijke financieringsbehoeften te dekken;
Kasgeldlimiet: Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;
Koersrisico : Het risico dat de financiële activa (aandelen, obligaties, verstrekte geldleningen en bijdragen in investeringen van derden) in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;
Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij;
Liquiditeitenbeheer: Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;
Liquiditeitsplanning: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid;
Liquiditeitsrisico: De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjaren investeringsplanning, waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;
Onderhandse lening: Lening waarbij een geldnemer rechtstreeks geld leent van een geldgever, waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg worden vastgesteld;
Rating: Een classificatie door een rating agency, die de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier aangeeft;
Rating agency: Een creditrating wordt afgegeven door een bureau (‘rating agency’) dat gespecialiseerd is in het analyseren van kredietwaardigheid; De erkende agencies zijn Standard&Poors, Moody’s en Fitch;
Rekening-courantkrediet: Een kortlopende financieringsvorm waarbij de bank een kredietlimiet toekent op de lopende rekening, zodat de rekeninghouder naar behoefte geld kan opnemen en terugstorten binnen die limiet;
Rentecompensatiestelsel: Van rentecompensatie bij een bank is sprake als een debetsaldo op een bepaalde rekening wordt gecompenseerd door een creditsaldo op een andere rekening van die klant zodat er minder/geen debetrente hoeft te worden betaald.
Renterisico : Het risico op (toekomstige) ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen van leningen of uitzettingen met een looptijd van een jaar of langer;
Renterisiconorm: De renterisiconorm staat vermeld in de wet Fido. Deze bepaalt dat het bedrag waarover renterisico gelopen wordt, gedefinieerd als de som van de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen, niet meer mag bedragen dan een percentage van het begrotingstotaal;
Rentetypische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;
Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;
Schatkistbankieren: Het aanhouden van gelden bij het ministerie van Financiën;
Tussenpersoon/bemiddelaar: Commercieel bemiddelend kantoor voor het aantrekken of uitzetten van middelen op de geld- of kapitaalmarkt. Ook wel intermediair of geldmakelaar genoemd;
Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
Valutarisico: Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van het hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment.
De subsidietitel (artikel 4:21 Algemene wet bestuursrecht) is van toepassing op subsidies waarbij niet daadwerkelijk geld wordt uitgekeerd, bijvoorbeeld als de overheid rente en aflossing van een door een bank aan een derde verstrekt krediet garandeert. Een dergelijke subsidieverhouding eindigt als de derde zijn verplichtingen nakomt, zonder dat er daadwerkelijk geld wordt uitgekeerd. Een garantie is in de systematiek van de subsidietitel een subsidieverlening onder de opschortende voorwaarde dat zich een onzekere gebeurtenis voordoet. Kredietverlening door de overheid valt in het beginsel onder de aanspraak op financiële middelen (MvT bij derde tranche Awb, Kamerstukken II 1993/94, 23700, 3, p. 32).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-27958.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.