Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob Heemstede 2026

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Heemstede, ieder voor zover bevoegd;

 

Gelet op:

 

  • -

    de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur,

  • -

    artikelen 4:81, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht,

  • -

    relevante bepalingen uit de Alcoholwet, Omgevingswet, Huisvestingswet 2014, Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Wet op de Kansspelen, Aanbestedingswet 2012 en het Burgerlijk Wetboek,

  • -

    relevante bepalingen uit de geldende Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Heemstede, de geldende Algemene plaatselijke verordening Heemstede en geldende subsidieverordening(en);

overwegende dat de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) bestuursorganen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden;

 

besluiten vast te stellen de volgende regeling:.

 

Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob Heemstede 2026

 

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Definities

  • 1.

    De definities uit paragraaf 1.1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.

  • 2.

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • -

      APV: Algemene Plaatselijke Verordening;

    • -

      Awb: Algemene wet bestuursrecht;

    • -

      beschikking: een vergunning, toekenning, erkenning of ontheffing waarop de wet (Wet Bibob) van toepassing is;

    • -

      bestuursorgaan: de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders of de raad, ieder voor zover hun bevoegdheid strekt; tevens, wanneer van toepassing, de rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in de wet;

    • -

      betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de houder van een vergunning, de subsidieontvanger, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of wordt aangegaan, de gegadigde die wil deelnemen aan een aanbestedingsprocedure, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of wordt gegund, en de onderaannemer;

    • -

      Bibob-toets: het onderzoek en de beoordeling door het bestuursorgaan en/of het Bureau of, en zo ja in hoeverre, sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, 4 of 9 van de Wet Bibob;

    • -

      Bibob-vragenformulier: een formulier gebaseerd op de regeling als bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, van de Wet Bibob;

    • -

      Bureau / Landelijk Bureau Bibob (LBB): het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, als bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob;

    • -

      eigen onderzoek: het onderzoek door het bestuursorgaan naar de aanwezigheid van een situatie als bedoeld in artikel 3, 4 of 9 van de Wet Bibob en de beoordeling of er gronden zijn om een aanvraag te weigeren, een beschikking in te trekken of te beëindigen, daaraan voorschriften te verbinden dan wel een advies aan het Bureau aan te vragen;

    • -

      gemeente: de gemeente Heemstede;

    • -

      handelaren (als bedoeld in artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht);

    • -

      overheidsopdracht: een opdracht als bedoeld in artikel 1 van de Wet Bibob;

    • -

      RIEC: het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum, het regionale samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet Bibob;

    • -

      vastgoedtransacties: een overeenkomst of andere rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak met als doel:

      • a.

        het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom;

      • b.

        het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht;

      • c.

        huur of verhuur;

      • d.

        het verlenen van een gebruiksrecht;

      • e.

        deelname aan een rechtspersoon, commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht heeft of die de onroerende zaak huurt of verhuurt;

      • f.

        gronduitgifte;

    • -

      wet en Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Artikel 2 Toepassing regeling

  • 1.

    Deze regeling heeft uitsluitend betrekking op de toepassing van de wet. Het laat onverlet dat binnen de grenzen van enige andere wet een integriteitstoets wordt uitgevoerd en dat de uitkomsten daarvan bij verdere besluitvorming worden betrokken.

  • 2.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorziet en er toch aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet, ten aanzien van:

    • a.

      de integriteit van de aanvrager;

    • b.

      de integriteit van het zakelijk samenwerkingsverband;

    • c.

      de transparantie van de financiering;

    • d.

      de transparantie van de bedrijfsstructuur;

    • e.

      de transparantie van de organisatiestructuur,

    beslist het bestuursorgaan of zij de wet daarop van toepassing wil laten zijn.

Hoofdstuk 2 APV en bijzondere wetten

Artikel 2 Bibob-onderzoek bij een aanvraag voor een vergunning

Uitvoering van een Bibob-onderzoek vindt plaats bij een aanvraag voor een:

  • a.

    Alcoholwetvergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet;

  • b.

    vergunningen voor kansspelautomaten op grond van artikel 30b, eerste lid, van de Wet op de kansspelen;

  • c.

    evenementenvergunningen: in het geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 van de APV blijft de toepassing van een Bibob-onderzoek beperkt tot de gevallen die genoemd zijn in bijlage 1 of de bij afzonderlijk besluit van de burgemeester aangewezen evenementenvergunningen;

  • d.

    vergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014.

Artikel 3 Uitzonderingen

  • 1.

    De burgemeester kan een Bibob-onderzoek starten bij een vergunningaanvraag voor een aangewezen activiteit of locatie, wanneer dit nodig is ter bescherming van de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid en om misbruik van de vergunning te voorkomen op grond van artikel 2.81a, tweede en derde lid van de APV.

  • 2.

    Wanneer een Alcoholwetvergunning wordt aangevraagd voor een slijtersbedrijf of door een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet vindt er in beginsel geen Bibob-onderzoek plaats.

  • 3.

    Bij het bijschrijven van leidinggevenden op het aanhangsel (artikel 30 van de Alcoholwet) vindt er in beginsel geen Bibob-onderzoek plaats, tenzij het een wijziging van (één van) de bestuurder(s) van een horecabedrijf betreft.

  • 4.

    Bij een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning kansspelautomaat vindt er in beginsel geen Bibob-onderzoek plaats (artikel 30b van de Wet op de kansspelen).

Hoofdstuk 3 Omgevingsactiviteiten

Artikel 4 Bibob-onderzoek bij aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit

Uitvoering van het Bibob-onderzoek vindt plaats bij een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet (waaronder de aanlegvergunning) als zij vallen onder één van de onderstaande gevallen:

  • a.

    Bouwkosten:

    Een Bibob-onderzoek vindt plaats in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit waarbij de bouwkosten hoger of gelijk zijn aan € 200.000,- (exclusief btw). De bouwkosten worden door het bestuursorgaan berekend op basis van de geldende Verordening leges Heemstede.

  • b.

    Risico-categorieën:

    Een Bibob-onderzoek vindt plaats in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit waarbij de bouwkosten hoger of gelijk zijn aan € 50.000,- (exclusief btw) én waarbij sprake is van een of meerdere risicocategorieën die genoemd zijn in bijlage 1.

  • c.

    Cumulatie:

    In het geval dat een aanvrager in het tijdvak van twee jaar, gerekend vanaf de ontvangstdatum van de eerste aanvraag, vier aanvragen (of meer) indient voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit, waarbij de bouwkosten totaal meer dan € 50.000,- maar minder dan € 500.000,- (exclusief btw) bedragen, kan vanaf de vierde aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit van dezelfde aanvrager een Bibob-onderzoek plaatsvinden.

Artikel 5 Uitzonderingen

  • 1.

    Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 4 zal in beginsel geen Bibob-onderzoek plaatsvinden in het geval dat de aanvraag afkomstig is van:

    • a.

      een overheidsinstantie;

    • b.

      een semi-overheidsinstantie;

    • c.

      een toegelaten woningcorporatie, waarmee wordt bedoeld dat de woningcorporatie is toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening conform artikel 19 van de Woningwet.

  • 2.

    De burgemeester kan een Bibob-onderzoek starten bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een aangewezen activiteit of locatie, wanneer dit nodig is ter bescherming van de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid en om misbruik van de vergunning te voorkomen.

Artikel 6 Bibob-onderzoek bij een aanvraag voor een milieubelastende activiteit (MBA)

Uitvoering van het Bibob-onderzoek vindt plaats bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit (artikelen 5.1 en 5.2 van de Omgevingswet) waarbij sprake is van een of meerdere risicocategorieën die genoemd zijn in bijlage 1.

Artikel 7 Uitzonderingen

Bij een aanvraag of een reeds verleende omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (artikelen 5.1 en 5.2 van de Omgevingswet) zal in beginsel geen Bibob-onderzoek plaatsvinden in het geval dat de aanvraag afkomstig is van:

  • a.

    een overheidsinstantie;

  • b.

    een semi-overheidsinstantie.

Artikel 8 Bibob-onderzoek bij een aanvraag omgevingsplanactiviteit

Uitvoering van een Bibob-onderzoek vindt plaats bij een aanvraag voor een omgevingsplanactiviteit (artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet) waarbij sprake is van een of meerdere risicocategorieën die genoemd zijn in bijlage 1.

Artikel 9 Uitzonderingen

Bij een aanvraag of een reeds verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet) zal in beginsel geen Bibob-onderzoek plaatsvinden in het geval dat de aanvraag afkomstig is van:

  • a.

    een overheidsinstantie;

  • b.

    een semi-overheidsinstantie.

Artikel 10 Bibob-onderzoek bij wijziging omgevingsplan op aanvraag

Uitvoering van een Bibob-onderzoek vindt plaats bij een wijziging omgevingsplan op aanvraag als bedoeld in artikel 4.19b van de Omgevingswet.

Artikel 11 Uitzonderingen

Bij een wijziging omgevingsplan op aanvraag (artikel 4.19b van de Omgevingswet) zal in beginsel geen Bibob-onderzoek plaatsvinden in het geval dat de aanvraag afkomstig is van:

  • a.

    een overheidsinstantie;

  • b.

    een semi-overheidsinstantie.

Hoofdstuk 4 Bibob-onderzoek bij reeds verleende vergunningen

Artikel 12 Bibob-onderzoek bij verleende vergunningen

Uitvoering van het Bibob-onderzoek vindt plaats bij alle verleende vergunningen waarop deze regeling van toepassing is, indien sprake is van:

  • a.

    een van de gevallen als genoemd in Hoofdstuk 6;

  • b.

    een situatie als bedoeld in artikel 5:37, derde lid, van de Omgevingswet (wijziging tenaamstelling vergunninghouder) en de activiteit(en) waar deze beschikking op ziet in bijlage 1 zijn aangewezen als een risicocategorie.

Artikel 13 Risicocategorie

Het bestuursorgaan kan een Bibob-onderzoek starten bij een verleende vergunning wanneer de verstrekte vergunning betrekking heeft op een activiteit die op basis van een daartoe genomen besluit van het bestuursorgaan na de verstrekking van de vergunning in bijlage 1 is aangewezen als risicocategorie.

Hoofdstuk 5 Subsidies

Artikel 14 Bibob-onderzoek bij subsidiebeschikkingen

Het bestuursorgaan kan een Bibob-onderzoek verrichten met betrekking tot een aanvraag om een subsidie dan wel een reeds verleende subsidie als bedoeld in de geldende Algemene subsidieverordening Heemstede.

Artikel 15 Uitzondering

Het bestuursorgaan zal een Bibob-onderzoek starten met betrekking tot een aanvraag om een subsidie dan wel een reeds vastgestelde of verleende subsidie als bedoeld in de geldende Algemene subsidieverordening Heemstede wanneer sprake is van een van de gevallen als genoemd in Hoofdstuk 8.

Hoofdstuk 6 Vastgoed

Artikel 16 Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties

  • 1.

    Het bestuursorgaan kan de wet toepassen bij vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is.

  • 2.

    Bij de start van de onderhandelingen daartoe, zal het bestuursorgaan de wederpartij schriftelijk in kennis stellen dat een Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure.

  • 3.

    Een negatieve uitkomst van dit onderzoek kan leiden tot het niet sluiten van de vastgoedovereenkomst.

  • 4.

    In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst bij een negatieve uitkomst van het Bibob-onderzoek.

  • 5.

    Het bestuursorgaan zal een Bibob onderzoek starten indien:

    • a.

      in de toekomst een aanvraag voor een beschikking als genoemd in deze regeling nodig is, ongeacht of hiervoor een afzonderlijk Bibob-onderzoek zal worden uitgevoerd;

    • b.

      de beoogde contractspartij een bedrijfsstructuur heeft die aanleiding geeft voor een onderzoek;

    • c.

      het vastgoedobject gebruikt wordt of gaat worden voor één of meerdere activiteiten die genoemd zijn in bijlage 1;

    • d.

      het een beeldbepalend vastgoedobject betreft;

    • e.

      het een pand betreft met een specifieke (voormalige) overheidsfunctie.

Artikel 17 Uitzonderingen

Bij een vastgoedtransactie zal in beginsel geen Bibob-onderzoek plaatsvinden, in het geval sprake is van een transactie met een van de volgende partijen:

  • a.

    een overheidsinstantie

  • b.

    een semi-overheidsinstantie

  • c.

    een toegelaten woningcorporatie, waarmee wordt bedoeld dat de woningcorporatie is toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening conform artikel 19 van de Woningwet.

Hoofdstuk 7 Overheidsopdrachten

Artikel 18 Toepassingsbereik bij overheidsopdrachten

  • 1.

    Het bestuursorgaan kan de wet toepassen bij overheidsopdrachten als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, dan wel een overeenkomst zorg vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, conform inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente Heemstede.

  • 2.

    In de aanbestedingsdocumenten wordt opgenomen dat inschrijvende partijen er rekening mee moeten houden dat de gemeente, alvorens tot definitieve gunning wordt overgegaan, een Bibob-onderzoek kan starten, dan wel advies kan inwinnen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet. Dit onderzoek kan zich ook richten op eventuele onderaannemers.

  • 3.

    In de aanbestedingsdocumenten wordt een integriteitsclausule opgenomen op basis waarvan kan worden overgegaan tot uitsluiting van de inschrijvende partij indien zich een van de situaties als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet voordoet dan wel een situatie als bedoeld in artikel 20 van deze beleidsregel.

  • 4.

    In de conceptovereenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen waarin wordt aangegeven dat de overeenkomst kan worden ontbonden indien één van de situaties als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet zich voordoet.

  • 5.

    Het bestuursorgaan start vóór het aangaan van het contract een eigen Bibob-onderzoek als:

    • a.

      één of meerdere activiteiten van de overheidsopdracht onder de risicoactiviteiten vallen die genoemd zijn in bijlage 1;

    • b.

      het bestuursorgaan dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van een van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;

    • c.

      het bestuursorgaan een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, als bedoeld in artikel 11 van de wet.

    • d.

      het bestuursorgaan een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, of een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.

    • e.

      het bestuursorgaan informatie of een tip als bedoeld onder b tot en met d heeft ontvangen over een onderaannemer.

  • 6.

    Als één of meer van de situaties als bedoeld in het vijfde lid voorkomen tijdens het uitvoeren van het contract kan de gemeente ook een eigen Bibob-onderzoek starten.

Hoofdstuk 8 Algemene uitzonderingen

Artikel 19 Algemene uitzonderingen

In deze regeling staat een aantal gevallen genoemd waarin het bestuursorgaan de wet kan toepassen dan wel in beginsel geen Bibob-onderzoek zal verrichten. Alleen kan het bestuursorgaan toch overgaan tot het starten van een Bibob-onderzoek indien:

  • a.

    sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband (taskforce-)RIEC;

  • b.

    door het LBB een zogenaamde tip wordt gegeven als bedoeld in artikel 11 van de wet;

  • c.

    door de officier van justitie gebruik wordt gemaakt van zijn tipfunctie bedoeld in artikel 26 van de wet.

  • d.

    door een bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de wet, gebruik wordt gemaakt van zijn tipfunctie bedoeld in artikel 26 van de wet.

Hoofdstuk 9 Weigeren (volledig) invullen Bibob-vragenformulieren

Artikel 20 Niet (volledig) invullen Bibob-vragenformulieren en termijnen

  • 1.

    Het bestuursorgaan dient na ontvangst van de aanvraag zo spoedig mogelijk te beoordelen of de aanvraag compleet is. De aanvraag is pas compleet wanneer de aanvrager tevens het Bibob-formulier en aanvullende bescheiden heeft ingediend. Wanneer de aanvraag onvolledig is, laat het bestuursorgaan de aanvrager weten welke bescheiden ontbreken. Wanneer het Bibob-vragenformulier binnen het gestelde termijn om de aanvraag te completeren niet volledig wordt ingevuld, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling gesteld. Een weigering om gevraagde (extra) informatie aan te leveren dan wel onvolledig aan te leveren leidt tot het buiten behandeling stellen van de nieuwe aanvraag dan wel de mogelijkheid tot het intrekken van de reeds verstrekte vergunning. Bij volharding wordt de weigering beschouwd als een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 en 4 van de wet.

  • 2.

    Gedurende de periode dat de aanvrager zijn aanvraag volledig maakt, wordt de beslistermijn opgeschort op grond van artikel 4:15 van de Awb.

Hoofdstuk 10 Slotbepalingen

Artikel 21 Intrekking

De Beleidsregel Bibob Heemstede 2020 wordt ingetrokken.

Artikel 22 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2026.

Artikel 23 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob Heemstede 2026.

Vastgesteld bij besluit van de raad van 8 juni 2026

Vastgesteld bij besluit van het college van 31 maart 2026

Vastgesteld bij besluit van de burgemeester van 31 maart 2026

Bijlage 1: Risicocategorieën

 

In deze bijlage zijn categorieën/activiteiten opgenomen, waarbij een risico aanwezig is dat met die activiteiten strafbare feiten worden gepleegd, dan wel dat die activiteit wordt gebruikt om onrechtmatig verkregen voordelen te benutten. In alle gevallen moet sprake zijn van een aanvraag om een beschikking (of een verleende vergunning) of een situatie waarbij een vastgoedtransactie wordt aangegaan of een overheidsopdracht wordt gegund.

Risicocategorieën waarbij de gemeente Heemstede de Wet Bibob kan toepassen voor zover de beslissingsbevoegdheid bij het bestuursorgaan ligt:

  • Hotels / pensions

  • Kamerverhuurbedrijven (alsmede omgevingsvergunningen voor kamerverhuur- en/of logiespanden waarbij sprake is van 5 of meer kamers)

  • Omzetten / splitsen van woningen/ panden voor kamerverhuur of realisatie van (meerdere) woonruimten

  • Transformatie kantoorpanden (naar woningen en/ of kamers)

  • Recreatieparken en jachthavens

  • Garageboxen / opslagruimtes

  • Bedrijfsverzamelgebouwen

  • Dark stores

  • Horecabedrijven

  • Coffeeshops

  • Shisha-lounges

  • Smartshops/ Headshops/ Giftshops

  • Prostitutie- en seksbedrijven, escortbedrijven, seksbioscopen, erotische massagesalons

  • Sekswinkels

  • Vechtsportgala’s (of vergelijkbare evenementen)

  • Ride outs motorclubs (of vergelijkbare evenementen)

  • Speelautomatenhallen / Gamecenters

  • Afvalbewerking- en -verwerkingsbedrijven

  • Mestbewerking- en -verwerkingsbedrijven

  • Afvalrecyclingbedrijven

  • Milieu belastende activiteit (MBA) het reinigen van drukhouders, insluitsystemen, ketels, vaten, mobiele tanks, tankauto's, tank- of bulkcontainers

  • Verhuur van transportmiddelen (auto’s, (bestel)bussen, deelvoertuigen)

  • Transportbedrijven

  • Sloopbedrijven/ asbestverwijderingsbedrijven

  • Autodemontagebedrijven

  • Vuurwerkbranche

  • Wellnesscentra/ zonnestudio’s

  • Kappers / Barbershops / Nagelstudio’s / Tattooshops

  • Fitnessbedrijven/ sportscholen

  • Sporthallen / -complexen

  • Palletbedrijven

  • Energieproducenten (w.o. (mest)vergisters, windmolens, zonneparken, etc.)

  • Grootschalige batterijstystemen /energieopslag

  • (Jeugd)Zorgbureaus / (jeugd)zorgaanbieders (inclusief aanbieden van zorgwoningen)

  • Reïntegratiebedrijven en/of -activiteiten

  • Verkoop van bedrijfskavels waarop één of meerdere van in deze bijlage 1 genoemde activiteiten plaatsvinden of zullen gaan plaatsvinden

  • Verhuur gemeentelijke vastgoed waarop één of meerdere van in deze bijlage 1 genoemde activiteiten plaatsvinden of zullen gaan plaatsvinden

  • Verkoop (voormalige) overheidsgebouwen

  • Bedrijven die gebruik maken van voormalige bedrijfspanden van akkerbouw-, veehouderij- of tuinbouwbedrijven

Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet-limitatief, maar geeft een indicatie van mogelijke risicocategorieën. Deze opsomming kan aangevuld worden, indien ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven.

Naar boven