Gemeenteblad van Eijsden-Margraten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eijsden-Margraten | Gemeenteblad 2026, 278733 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eijsden-Margraten | Gemeenteblad 2026, 278733 | overige overheidsinformatie |
Jaarverslag 2025 VTH beschrijving Infographic
Hieronder treft u een beschrijvende toelichting aan van de infographic over het jaar 2025 van het Team VTH (Vergunningen, Toezicht en Handhaving en Ruimtelijke Ordening, VTH) van de Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Bouwen.
In het jaarverslag 2025 wordt met informatieve grafische illustraties weergegeven wat gerealiseerd is in 2025 ten opzichte van het Uitvoeringsprogramma 2025 (UP2025), dat door het college is vastgesteld op 10 juni 2025. Dit geeft een beeld van de uitvoering van het VTH-Beleidsplan 2025-2028, dat op 1 april 2025 als uitvoeringsbeleid door het college is vastgesteld.
Op zaken gestart voór ‘1 januari 2024 is het “Integraal Omgevingsbeleidsplan VTH 2022,” vastgesteld 23 november 2021 nog van toepassing.
Ook is een managementsamenvatting toegevoegd waarin tevens de evaluatie ten aanzien van de gestelde doelen uit het VTH-Beleidsplan 2025-2028 is opgenomen.
De rapportage is ingedeeld op basis van de verschillende disciplines binnen VTH en de zaaktypen in het kader van het zaakgericht werken. De toelichting start aan de linkerzijde van de infographic pagina en loopt vervolgens naar rechts.
Deze beschrijvende toelichting is ook noodzakelijk voor de publicatie van de infographic. De beschrijving is bedoeld als hulpmiddel voor slechtzienden, zodat dit kan worden voorgelezen.
Management samenvatting en evaluatie VTH-Beleidsplan 2025-2028.
2025 is het tweede jaar dat we werken met de nieuwe Omgevingswet. De implementatie van de Omgevingswet was een behoorlijke inspanning voor de organisatie. Zo zijn de werkprocessen (her)ingericht, de werkwijze is veranderd, de diverse toetsen zijn geactualiseerd e.d. Nog steeds komen nieuwe zaken aan de orde die er voorheen nog niet waren. Zoals de vele soorten informatieplichten en de meldingen Wet kwaliteitsborging (Wkb).
De speerpunten uit het UP2025 liggen in het verlengde van de doelstellingen en bijdragen uit het VTH-Beleidsplan en hadden betrekking op woningbouwopgave, toezicht op monumenten en uitwerken van de preventiestrategie, gericht op het bekend maken van regels en mogelijkheden van de Omgevingswet.
Bij het telefoonteam van VTH is het aantal behandelde klantcontacten in 2025 Het aantal ingekomen klantcontacten is ook afgehandeld, er zijn slechts 15 klantcontacten die op 1 januari 2026 nog open staan. Het aantal ontvangen klantcontacten is lager dan het geraamde uit het Uitvoeringsprogramma. Zo’n 2.600 klantvragen zijn behandeld. De KPI voor de afhandeltermijnen van 85% wordt gehaald bij de specialistische vragen (89%) Bij de complexe zaken is de KPI 84% . Voor eenvoudige vragen is dit 82%, voor. Er zijn minder klantcontacten aangemaakt maar meer telefonische doorverbindingen.
Het aantal afgehandelde conceptverzoeken (principeverzoek, concept aanvragen en welstandverzoeken) is iets lager dan het UP2025. De doorlooptijd van 56 dagen wordt gemiddeld in 40% van de gevallen gehaald. De gemiddelde doorlooptijden zijn korter dan in 2024.
In de positief beoordeelde conceptverzoeken zijn 138 nieuwe woningen/appartementen opgenomen.
Bij de omgevingsvergunningen zijn vergunningen afgehandeld onder de oude wetgeving (Wabo) en onder de nieuwe Omgevingswet.
In het UP2025 is als KPI voor de doorlooptijd wel de 56 dagen aangehouden. Deze KPI wordt in 90% van de aanvragen gehaald.
Er zijn in de verleende omgevingsvergunningen 92 nieuwe woningen/appartementen vergund.
Het aantal ingediende en afgehandelde meldingen Wet kwaliteitsborging (Wkb) bedraagt 9 stuks. De tendens naar het einde van 2025 is stijgend.
Het aantal afgehandelde vergunningen en meldingen vanwege de Algemene verordening en Bijzondere wetten is iets lager dan het UP2025.
De geplande periodiek controles op milieu- en brandveiligheidsgebied zijn allemaal uitgevoerd. De controles bouwen (42%) en monumenten (92%) blijven achter op het geplande aantal. Een gevolg van o.a. het niet melden door de initiatiefnemers, uitstel door de economische situatie en capaciteitstekort door de extra controles in het kader van juridische procedures.
Er is extra capaciteit ingehuurd om een inhaalslag te maken in de openstaande controle zaken. De werkvoorraad is van 394 zaken teruggebracht naar 130 zaken.
De ontwikkelingen in België in het Maasdal met nieuwe bedrijfsactiviteiten, mede gelet op de Franse taal hebben veel capaciteit gevraagd waardoor de update van het bedrijvenbestand niet heeft kunnen plaatsvinden.
Er is een bijdrage geleverd aan de controles door het Act-Team ten aanzien van ondermijning. Het aantal ingediende klachtmeldingen is in overeenstemming met de planning. Bij 22% van de klachten zijn overtredingen vastgesteld.
Er zijn in 2025 40 nieuwe woningen/appartementen gereed gemeld.
Bij de juridische procedures naar aanleiding van een vergunning of handhaving is een duidelijke stijging te zien in het aantal gestarte procedures. Het gaat met name om verzoeken om handhaving, bezwaarschriften, beroep- en hoger beroep en ingebrekestellingen, Door de inzet van ingehuurde capaciteit ter compensatie van uitgevallen vaste capaciteit is het aantal afgehandelde zaken ook toegenomen. Bij het wegvallen van extra inhuur kan dit tot capaciteitsproblemen leiden.
Op het gebied van de ruimtelijke ordening zijn in 2025 5 omgevingsplannen onherroepelijk geworden en is tegen 3 plannen beroep aangetekend. In 2025 zijn 8 nieuwe Omgevingsplannen ingediend. Op 31 december 2025 zijn nog 20 plannen in procedure.
In het kader van de versnelde woningbouw zijn 23 nieuwe plannen in voorbereiding.
De legesinkomsten voor VTH+ waren in 2025 begroot op € 643.000. De legesinkomsten in 2025 bedragen € 933.889. De extra legesinkomsten zijn voor een gevolg van het in behandeling nemen van vergunningen voor woningbouw.
In 2025 zijn nog tal van andere projecten aan de orde geweest die naast de dagelijkse processen zijn uitgevoerd. Deze zijn veelal een gevolg van de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet.
In de trendrapportage zijn de meerjarenoverzichten weergegeven van enkele van de belangrijkste producten van VTH, zoals de klantcontacten, WOO-verzoeken, conceptverzoeken, omgevingsvergunningen, klachtmeldingen, handhavingsverzoeken en juridische zaken.
Uit de trendlijnen blijkt dat de omvang van de activiteiten bij de genoemde zaken ten opzichte van voorgaande jaren nog altijd stijgend zijn. Alleen bij de vergunningen begint zich dit te stabiliseren. Gezien het feit dat de werkzaamheden er niet eenvoudiger op worden, stijgt hier evenredig de benodigde capaciteit mee met name op het gebied van juridische zaken en toezicht.
In 2025 zijn in totaal 3.787 nieuwe hoofd- en 5.046 deelzaken gestart en zijn er 4.023 hoofd- en 4.061 deelzaken afgehandeld. In combinatie van de ingehuurde extra capaciteit en de vast beschikbare capaciteit zijn de taken kwalitatief goed afgehandeld.
Evaluatie VTH Beleidssplan 2025-2028
In 2025 is gewerkt om doelstellingen uit het nieuwe VTH-Beleidsplan 2025-2028 te bereiken.
Het tegen gaan van strijdig gebruik en illegale (ver)bouw en sloop. Via de website in het algemeen, via de bouwtelefoon van VTH en de behandeling van conceptverzoeken is persoonlijk voorlichting gegeven over zaken zoals de Omgevingswet, het omgevingsplan, regels voor bouwen, slopen, bodem, asbest e.d. Daarnaast heeft uitgebreid toezicht plaatsgevonden op de naleving van de regelgeving.
Het minimaliseren van milieurisico’s. Bedrijven en activiteiten met grote milieurisico’s worden behandeld door de deskundigen van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (ODZL). Met de ODZL wordt veelvuldig contact onderhouden en samengewerkt zodat ook naar buiten toe duidelijk is dat de ODZL feitelijk een onderdeel is van de gemeente.
Daarnaast heeft het team VTH een bijdrage geleverd aan onder andere:
Naar aanleiding van deze evaluatie is het niet noodzakelijk het VTH-Beleidsplan 2025-2028 aan te passen.
Nadere specificatie van de Infographic met de (belangrijkste) taken in 2025.
Klantcontacten (cluster Dienstverlening)
De klantcontacten zijn vragen die telefonisch of per mail worden gesteld aan het cluster VTH.
In 2025 zijn 2.617 klantcontacten afgehandeld het aantal binnengekomen klantcontacten was 2612 stuks. Een score van 1001%. Er zijn minder klantcontacten gestart dan het geplande aantal (3.300) in het UP2025. De werkvoorraad op 31 december 2025 is beperkt tot 15 klantvragen. Dit is mogelijk een gevolg dat door de telefoonbezetting niet altijd een zaak wordt aangemaakt bij elk klantcontact.
De klantvragen zijn ingedeeld in 3 categorieën (eenvoudig, specialistisch en complex/afspraak) met elk haar eigen KPI voor de afhandeltermijn van respectievelijk 2, 5 en 10 werkdagen. De KPI’s voor de 3 categorieën bedragen op 31 december 2025 respectievelijk op 82%, 89% en 84%. Bij categorie 1 en 3 wordt het streefpercentage van 85% niet bereikt.
De meeste vragen gaan over de Omgevingswet (23%) en de lopende aanvragen (9%).
29% van de inkomende telefoontjes zijn doorverbonden naar de behandelde ambtenaar.
Conceptverzoeken (cluster Ruimtelijke Ordening en cluster Vergunningen)
De conceptverzoeken zijn opgedeeld in twee soorten: Verzoeken in strijd met het omgevingsplan en verzoeken die niet strijdig zijn met het omgevingsplan.
Strijdigheid met het omgevingsplan
In 2025 zijn 100 conceptverzoeken afgehandeld. Er zijn 114 nieuwe conceptverzoeken ingediend. Een score van 88%. Het aantal nieuwe conceptverzoeken komt vrijwel overeen met het geplande aantal (115) in het UP2025. Er zijn nog 66 openstaande zaken op 31 december 2025 en dit is iets hoger dan de regulier werkvoorraad (42).
Resultaat conceptverzoeken strijdigheid met het omgevingsplan
Aan 84% van de plannen is medewerking verleend. 10% geen medewerking en 6% van de plannen zijn afgebroken omdat de initiatiefnemer het plan heeft ingetrokken of tijdens het proces een omgevingsvergunning is ingediend.
Overeenkomstig het omgevingsplan
In 2025 zijn meer conceptverzoeken afgehandeld (77) dan nieuwe zijn ingediend (72). Een score van 107%. Het aantal ingediende principeverzoeken (72) is ook een stuk lager dan in het UP2025 (95. Er zijn 8 openstaande zaken op 31 december 2025 en dit is lager dan de regulier werkvoorraad (20).
Resultaat conceptverzoeken overeenkomstig het omgevingsplan
Aan 34% van de plannen is medewerking verleend. 9% geen medewerking, 16% was na toetsing vergunningsvrij en 41% van de plannen zijn afgebroken omdat de initiatiefnemer het plan heeft ingetrokken of tijdens het proces een omgevingsvergunning is ingediend.
In het UP2025 is de doorlooptijd gesteld op 56 dagen met een KPI van 60%.
De conceptverzoeken overeenkomst het omgevingsplan is deze KPI gehaald (63%). Bij de conceptverzoeken die strijdig zijn met het omgevingsplan is de KPI blijven steken op 22%.
Dit heeft verschillende oorzaken en is deels gelegen in het feit dat de conceptverzoeken niet de hoogste prioriteit hebben. In de tweede helft van 2025 hebben vooral de omgevingsplannen voorrang gekregen omdat de TAM-IMRO procedure eindigt op 1 januari 2026.
Wel zijn de doorlooptijden ten opzichte van 2024 afgenomen: van 145 dagen naar 119 dagen voor de conceptverzoeken strijdig met het omgevingsplan en van 86 dagen naar 69 dagen voor de comnceptverzoeken overeenkomstig het omgevingsplan.
Bij de afhandeling van de conceptverzoeken is onder andere medewerking verleend voor de realisatie van totaal 138 woningen c.q. appartementen.
Wabo- en Omgevingsvergunningen (cluster vergunningen)
In 2025 zijn 18 vergunningen afgehandeld op basis van de oude wetgeving. Op 31 december 2025 bestaat de werkvoorraad nog uit 11 zaken. Dit zijn voor ca. 50% uitgebreide procedures die een langere doorlooptijd (ca. 180 dagen) hebben. Hierbij wordt opgemerkt dat dit soort aanvragen ook meer capaciteit vragen gezien de complexiteit als gevolg van o.a. de stikstof– en spuitzoneproblematiek en het soort bouwwerk (vaak monumenten) en waarbij zienswijzen naar aanleiding van het ontwerp kunnen worden ingediend. Na 31 december 2023 zijn er geen aanvragen meer ingediend i.v.m. de nieuwe wetgeving.
Aantallen Omgevingsvergunningen (Omgevingswet)
In 2025 zijn 252 nieuwe vergunningaanvragen Omgevingswet ingediend. In die periode zijn 217 aanvragen afgehandeld. Een score van 86%. De werkvoorraad op 31 december 2025 bedraagt 75 aanvragen. Dit is vrij hoog voor de en betekent 25 aanvragen per klantadviseur.
In 2025 zijn 9 meldingen Wkb ingediend en die ook zijn afgehandeld binnen 28 dagen.
KPI afhandeltermijn vergunningaanvragen
Als KPI is vastgesteld dat 95% van de aanvragen binnen de wettelijke termijn van 56 dagen wordt verleend. Onder de Omgevingswet is de wettelijke termijn niet meer fataal. Dit wil zeggen dat er bij termijnoverschrijding geen sprake meer is van een vergunning van rechtswege.
In 2025 is deze KPI niet gehaald. 90% van de vergunningen zijn binnen de gestelde termijn van 56 dagen afgehandeld. De oorzaken van de termijnoverschrijding zijn onderzocht en er zijn meerdere verschillende redenen, zoals het ontbreken van aanvullende gegevens, weigeren tekenen nadeelcompensatie, vergeten een termijnverlenging te sturen, e.d.
In de afgehandelde vergunningen en meldingen Wkb is onder andere vergunning verleend voor de realisatie van totaal 92 woningen c.q. appartementen.
Behandeltermijn vergunningen, regulier, ontvankelijk en zonder verlening
Zoals hierboven is aangegeven bedraagt de doorlooptijd van de (reguliere) vergunningen 56 dagen. Deze termijn kan worden verlengd met 42 dagen. We hebben ons een gemiddelde doorlooptijd van 40 dagen als KPI gesteld voor aanvragen die geheel ontvankelijk zijn. Uit analyse blijkt dat de gemiddelde doorlooptijd van een ontvankelijke aanvraag, zonder dat de termijn is verlengd, 31 dagen bedraagt. Dit is in overeenstemming met de KPI vandaar dat deze op 100% staat.
Wabo- en Omgevingsplan activiteiten
Een vergunningaanvraag kan uit meerdere activiteiten bestaan, zoals bouwen, afwijken regels omgevingsplan, uitvoering werk, monumenten, sloop, kappen, realisatie uitrit en milieu. Wat opvalt is dat in de 2025 het aantal bouwactiviteiten lager is dan het UP2025. Een oorzaak hiervan is het soort bouwactiviteiten. Voor eenvoudige verbouwing is dit vaak vergunningsvrij in de Omgevingswet.
De overige activiteiten zijn in overeenstemming met het UP2025.
Vergunningen Algemene verordening en Bijzondere wetten (cluster Vergunningen)
Het aantal afgehandelde vergunningaanvragen en meldingen ingevolge de Algemene Verordening en de Bijzondere wetten komt vrij overeen met het UP2025.
Meldingen (cluster Vergunningen)
Hier zijn een aantal afwijkingen ten opzichte van het UP2025.
Zo zijn er nog geen meldingen “Wkb gereed” ingediend. Dit is een logisch gevolg van het feit dat het de Wkb-meldingen pas enkele maanden geleden zijn ingediend.
Daarnaast blijft het aantal meldingen milieubelastende activiteit (mba) bodem (54) achter bij het UP 2025 (100). Dit is een basistaak van de Omgevingsdienst (ODZL) en is ook een discussie punt met betrekking tot de werkplanning/begroting van de ODZL.
Verder loopt ook het aantal overige mba’s van bedrijven (22) lager dan het UP2025 (46). Ook dit is een basistaak die valt onder de uitvoering van de ODZL.
Het aantal overige meldingstypen is in overeenstemming met het UP2025.
Meldingen Algemene verordening (AV)
Het aantal meldingen is in overeenstemming met het UP2025.
De overige meldingstypen zijn in overeenstemming met het UP2025.
Toezicht Wabo en Omgevingswet (cluster Toezicht & Handhaving)
Periodieke controles (milieu en brandveiligheid bij bedrijven c.q. gebouwen)
In 2025 is het aantal periodieke milieucontroles van de thuistaken (65) en de periodieke controles brandveiligheid (26) is voor 100% uitgevoerd.
Bij de milieucontroles is het naleefgedrag 94%. De overtredingen hebben betrekking op het niet indienen van een nieuwe melding of informatieplicht bij veranderingen en het niet hebben van gekeurde blusmiddelen.
Bij de brandveiligheidscontroles is het naleefgedrag 30%. De overtredingen betreffen het niet hebben van zelfsluitende deuren, ontbreken/defect van noodverlichting of vluchtrouteaanduiding.
Oplever- en ad hoc controles (n.a.v. verleende vergunningen of meldingen)
In 2025 zijn 117 controles bouw uitgevoerd. Dit is 42% het geplande aantal (280) in het UP2025.
Er zijn 46 controles bij monumenten uitgevoerd. Dit is 92% het geplande aantal (50) in het UP2025.
Er zijn 26 controle strijdigheid bestemmingsplan uitgevoerd. Dit is 500% van het geplande aantal (5) in het UP2025.
Het aantal oplevercontroles blijft achter op de planning, zoals al enkele jaren het geval is. Dit heeft een aantal oorzaken:
In 2025 is de toename van het aantal woningen/appartementen middels gereed gemeld gestegen met 40 stuks.
Inhaalslag openstaande controle zaken
Wat niet in het UP2025 was opgenomen is de inhaalslag openstaande controles. In de laatste jaren zijn veel geplande controles niet uitgevoerd door bovengenoemde oorzaken (o.a. niet melden door initiatiefnemers, uitstel start bouw, capaciteitsgebrek). Hiervoor is extra capaciteit ingehuurd. In 2025 zijn 394 openstaande zaken teruggebracht naar 130 zaken.
De inventariserende controles naar bedrijvigheid worden uitgevoerd om het inrichtingenbestand op peil te houden en om de redenen op het gebied van veiligheid en milieu.
De inventariserende controles gericht op de nieuwe registraties in de Kamer van Koophandel en de fysieke controle van het bedrijventerrein Aan de Fremme zijn niet uitgevoerd. Door een aantal zaken zoals de buitenlandse ontwikkelingen, het inscannen van milieudossiers, de inwerkperiode van de nieuwe milieumedewerker, is geen capaciteit beschikbaar geweest voor het uitvoeren van deze twee zaken. Uiteraard wordt dit opgepakt in 2026.
In 2025 heeft VTH deelgenomen aan 3 controledagen door het Act-team. Hierbij zijn controles in het kader van ondermijnende criminaliteit uitgevoerd waarbij assistentie is verleend aan het team OOV.
In 2025 zijn 92 klachten afgehandeld. Dit is 125% van het geplande aantal (75) in het UP2025. Er zijn 71 nieuwe klachten ingediend en de werkvoorraad op 31 december 2025 bestaat uit 4 klachtmeldingen.
Bij slechts 22% van de afgehandelde klachten is daadwerkelijk sprake van een overtreding. De overige zaken zijn als volgt onder te verdelen:
In 2025 zijn 7 ongewone voorvallen geweest:
Juridische procedures vergunningen (cluster Vergunningen)
In 2025 zijn de volgende aantallen van de verschillende juridische procedures:
AV-bezwaar: 1 zaak gestart, 1 zaak afgehandeld en 1 zaak is nog in behandeling. Een daling van het aantal zaken t.o.v. de planning in het UP2025 dat uitging van 6 zaken.
Ingebrekestelling: 4 zaken zijn ingediend, 9 zijn afgehandeld en 1 zaak is nog in behandeling. Er zijn meer zaken afgehandeld dan de planning in het UP2025 dat uitging van 4 zaken.
Nadeelcompensatie: 2 zaken gestart, 0 zaken zijn afgehandeld en er 1 zaak is nog in behandeling. Overeenkomstig UP2025 dat uitging van 2 zaken.
Voorlopige voorziening: 1 zaak gestart, 2 zaken zijn afgehandeld en geen zaken in behandeling. Overeenkomstig UP2025 dat uitging van 1 zaak.
Beroep en hoger beroep: er zijn 17 beroep en hoger beroepzaken gestart. 13 Zaken zijn afgehandeld en 15 zaken zijn nog in behandeling. In het UP2025 is uitgegaan van 14 zaken.
Bezwaar: 37 zaken zijn gestart, 55 zaken zijn afgehandeld en 21 zaken zijn nog in behandeling. Het UP2025 is uitgegaan van 20 zaken. De toename komt doordat meerdere zaken gaan over hetzelfde onderwerp.
Zienswijze: 6 zaken zijn gestart, 6 zaken zijn afgehandeld en 6 zaken zijn nog in behandeling. Een lichte stijging ten opzichte van het UP2025 dat uitging van 4 zaken.
Bestuurlijke handhaving (cluster Toezicht en Handhaving)
Ingebrekestelling: 18 zaken gestart, 20 zaken afgehandeld en er zijn geen zaken in behandeling. Een stijging ten opzichte van het UP2025 dat uitging van 6 zaken.
Zienswijze: er zijn 5 zaken gestart, 8 zaken zijn afgehandeld en er zijn geen zaken in behandeling. Overeenkomstig het UP2025 dat uitging van 5 zaken.
Voornemen handhavingsbesluit: er zijn 9 zaken gestart, 8 zijn er afgehandeld en is 1 zaak in behandeling. Een daling ten opzichte van het UP2025 dat uitging van 30 zaken.
Handhavingsbesluit: er zijn 16 zaken gestart, 26 zaken zijn afgehandeld en 3 zaken zijn nog in behandeling. Overeenkomstig het UP2025 dat uitging van 19 zaken.
Bestuursdwang: er zijn twee zaken gestart en 3 zaken afgehandeld. Er is geen zaak in behandeling. Een stijging ten opzichte van het UP2025.
Dwangsom: er zijn 5 zaken gestart, 4 zaken zijn afgehandeld en 2 zaken zijn nog in behandeling. Een lichte stijging ten opzichte van het UP2025 dat uitging van 3 zaken.
Beroep en hoger beroep: er zijn 8 zaken gestart, 13 zijn er afgehandeld en er zijn nog 5 zaken in behandeling. Een toename van het aantal zaken ten opzichte van het UP2025 dat uitging van 7 zaken.
Voorlopige voorziening: er is 1 zaak gestart, een zaak afgehandeld en er zijn géén zaken in behandeling. Dit is overeenkomstig het UP2025
Bezwaarschriften: er zijn 17 bezwaarschriften gestart, 15 zaken zijn afgehandeld en 12 zaken zijn nog in behandeling. Een toename ten opzichte van het UP2025 dat uitging van 7 zaken.
Spoedeisende bestuursdwang: er zijn geen zaken gestart, geen zaken afgehandeld en geen zaken nog in behandeling. Een daling ten opzichte van het UP2025 dat uitging van 4 zaken.
Verzoek om handhaving: er zijn 36 nieuwe verzoeken ingediend, 42 zaken afgehandeld en 6 zaken zijn nog in behandeling. Een duidelijke stijging ten opzichte van het UP2025 dat uitging van 15 zaken.
De grootste afwijkingen ten opzichte van het UP2025 zit in het aantal gestarte zaken op het gebied van bezwaarzaken, verzoeken om handhaving en ingebrekestellingen. Door de extra inhuur op juridisch gebied is hier ook een stijging te zien in het aantal afgehandelde zaken.
Resultaten juridische zaken (totaal vergunningen en handhavingszaken)
Het resultaat van de bezwaarzaken is dat 7% zaken gegrond zijn geweest. 63% is ongegrond en 30% van de zaken zijn niet ontvankelijk en/of ingetrokken.
41% van deze zaken zijn gegrond, 22% is ongegrond, 11% is niet ontvankelijk en 26% van de zaken zijn ingetrokken.
59% van de ingebrekestellingen zijn gegrond. 27% is ongegrond en 14% ingetrokken.
14% van de handhavingsverzoeken is ingewilligd c.q. gegrond. 67% van de handhavingsverzoeken zijn afgewezen, 2% is buiten behandeling gesteld en 17% is afgebroken (c.q. ingetrokken).
Omgevingsplannen (cluster Ruimtelijke Ordening)
2025 is gestart met 21 plannen uit 2024. In 2025 zijn hier 8 nieuwe plannen bijgekomen.
In 2025 zijn 6 plannen onherroepelijk geworden, zijn 3 plannen in de fase van hoger beroep. 15 plannen zijn gestart/in ontwerp en 5 plannen bevinden zich in de vooroverlegfase.
In het kader van het woningbouwprogramma is VTH betrokken bij de ontwikkeling van de woningbouwlocaties en de locaties voor tijdelijke woningbouw die worden geïnitieerd door het team Wonen. VTH dient hiervoor de omgevingsplannen op te stellen.
Op 31 december 2025 betreft het 23 woningenlocaties.
Legesheffing VTH ten opzichte van begroting 2025
In de begroting en 1ste en tweede Burap van 2025 is € 643.000 opgenomen als legesinkomsten voor de Wabo, Omgevingswet, AV- en RO-zaken.
In 2025 is voor € 933.889 aan legeskosten geheven. Dit is 45% meer dan gepland, een gevolg van het woningbouwprogramma.
In 2025 worden verschillende zaken en projecten uitgevoerd die niet direct in de vorm van meetbare gegevens kunnen worden weergegeven. Deze projecten en zaken komen voort uit het VTH-Beleidsplan 2025-2028 en het UP2025. Deze projecten en zaken zijn meegenomen bij de capaciteitsbepaling bij het UP2025.
Om een overzicht te hebben van de locatie waar bodemonderzoek is uitgevoerd en de kwaliteit van de bodem worden de onderzoeken en bijbehorende resultaten verwerkt in het bodeminformatiesysteem Nazca. De afgelopen jaren is een achterstand ontstaan in de verwerking van de gegevens. Het gaat om circa 320 onderzoeken. Daarom is het noodzakelijk dat een inhaalslag wordt uitgevoerd. De invoer zal moeten plaatsvinden conform protocol ‘Invoerprotocol Nazca E-M’ van gemeente Eijsden-Margraten.
Vanaf 1 juli 2025 is het wettelijk verplicht om de bodemgegevens aan te leveren aan de Landelijke Voorziening BRO (Basisregistratie Ondergrond). Hiervoor moeten de gegevens voldoen aan de BRO-status. Dit zal gecontroleerd moeten worden. De invoering van het BRO is eenvoudiger als de gegevens zijn opgenomen in Nazca.
In juni 2025 heeft het college besloten gelden ter beschikking te stellen voor het verwerken van de achterstanden. Ook zullen hiervoor gelden worden gereserveerd in de toekomstige begrotingen, zodat er geen achterstanden meer ontstaan.
In verband met de vertraging vanwege de AVG-overeenkomst zal de verwerking in het systeem in 2026 starten.
In verband met de leegstand van kerkelijke gebouwen werd in 2024 een kerkenvisie opgesteld. De kerkenvisie is in juni 2025 gereedgekomen.
In het kader van het omgevingsplan wordt het ambitieniveau opgesteld voor het erfgoedbeleid. In dit kader vinden ook inventarisaties plaats. Deze activiteiten zullen in het verdere verloop van 2025 en 2026 worden uitgevoerd. De planning voor de vaststelling van het erfgoedbeleid is 2026.
Verder vindt begeleiding plaats bij de restauratie van het tankstation Withuis. Voor het restaureren en verduurzamen van het pand is in juni 2025 een omgevingsvergunning verleend.
Ook dit jaar zijn er weer een aantal bijzondere evenementen die bijzondere aandacht en extra inzet vragen. Zo heeft in Gronsveld de 5-jaarlijkse grote Bronk plaatsgevonden verspreid over meerdere dagen.
In het VTH-beleidsplan 2025-2028 is opgenomen dat de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de Omgevingswet dient te worden beoordeeld in het licht van de gestelde doelen in het VTH-Beleidsplan 2025-2028. Een en ander is hiervoor beschreven.
In 2025 is gestart met het updaten van de verschillende procesbeschrijvingen en heeft een toetsing aan de Kwaliteitscriteria 3.0 plaatsgevonden. Een en ander is opgenomen in de bijlage bij dit Jaarverslag.
Om zicht te houden op de werkvoorraden, het functioneren van de processen, de naleving van de KPI’s en de hiervoor benodigde capaciteit is het noodzakelijk dat de activiteiten binnen het team worden gemonitord. Dit geheel resulteert weer in bestuurs- en sturingsinformatie. Per kwartaal is daarom met een infographic een overzicht gemaakt naar de stand van zaken in de uitvoering. De kwartaalrapportages zijn ter kennisname aan het college. De halfjaarlijkse rapportage van juli is ter kennisname doorgestuurd naar de raad middels een Raadsinformatiebrief op 5 september 2025.
Voor de optimalisering van de monitoring en de ontwikkelingen van dashboards nemen we deel in de werkgroep VTH_COGNOS, samen met de gemeenten Heerlen, Sittard-Geleen, Gulpen-Wittem, de Provincie Limburg en de Omgevingsdienst ZL.
In het zaaksysteem RX-Mission worden de zaakgegevens per locatie opgeslagen in een omgevingsdossier. Vanuit dit dossier kunnen controlebezoeken worden uitgevoerd en gepland. Door de verschillende omzettingen vanuit de oude systemen en uitbreidingen zijn deze dossiers niet actueel. Er is een inventarisatie nodig, dossiers moeten compleet worden gemaakt en dubbele dossiers moeten worden samengevoegd.
Momenteel is de leverancier Visma bezig om het systeem van omgevingsdossiers aan te passen.
In 2025 zijn er nog geen aanpassingen in het systeem doorgevoerd. Daarom is het project nog niet gestart.
Per 1 januari 2025 is de nieuwe Algemene Verordening (Av) in werking getreden. In 2025 is de Av aangevuld met nadere regels voor verschillende onderdelen, zodat een duidelijkere regelgeving ontstaat. In de raadsvergadering van december zijn nadere regels vastgesteld.
Bij het aanvragen van een vergunning of conceptverzoek worden in het DSO-vragenbomen gevolgd om te komen tot de juiste aanvraag. Voor de “bruidsschat” en het gemeentelijke deel hiervan over de verordeningen en bestemmingsplannen dienen door de gemeente eigen vragenbomen te worden ontwikkeld. Deze worden dan ingelezen in het DSO en kunnen zodoende een bijdrage leveren om te komen tot een correcte aanvraag. Na het vaststellen van de nadere regels Av kunnen deze worden omgezet naar toepasbare regels zodat een koppeling met het DSO kan worden gemaakt.
Aangezien de nieuwe Av eind 2025 is vastgesteld, is dit project nog niet opgestart.
In het kader van de Omgevingswet dient elke gemeente een Omgevingsvisie vast te stellen. In 2021 is door de gemeenteraad een bouwstenennotitie vastgesteld in lijn50 verband. De planning is om begin 2026 de Omgevingsvisie voor de gemeente Eijsden-Margraten te laten vaststellen door de raad. Dit project is momenteel is nog in uitvoering.
Uiterlijk 31 december 2032 dient elke gemeente te beschikken over een omgevingsplan. Dit betekent dat o.a. alle bestemmingsplannen, ruimtelijke verordeningen en de bruidsschat dienen te zijn verwerkt in één gemeentelijk omgevingsplan. In 2025 wordt het tijdpad voor het opstellen van het omgevingsplan nader uitgewerkt in een Plan van Aanpak. Het definitieve Plan van Aanpak zal in 2026 worden opgesteld.
In het kader van het dienstverleningstraject en uitwerking van de preventiestrategie uit het VTH-beleidsplan 2025-2028 dient de website over de Omgevingswet te worden geoptimaliseerd. Onder andere de indieningsvereisten die zijn vastgelegd in het Uitvoeringskader van het VTH-Beleidsplan dienen te worden vertaald naar de website. Ook het opstellen van een FAQ met betrekking tot het DSO is een van de zaken om de dienstverlening te optimaliseren. Dit project is niet afgerond in 2025 en zal zijn vervolg krijgen in 2026
Vanwege artikel 3.27 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dient de geluidsemissie van gemeentewegen te worden vastgelegd in het Geluidsregister. De grens voor gemeentewegen is in september 2025 opgerekt van 1.000 naar 2.500 voertuigen per etmaal.
Relevante gegevens over geluid moeten beschikbaar zijn om regels over geluid toe te passen. Geluidbrongegevens van een weg zijn bijvoorbeeld nodig om het geluid op nieuw te bouwen woningen in het geluidaandachtsgebied te kunnen beoordelen. Het Geluidregister moet deze gegevens gaan bevatten. De gegevens in het Geluidregister zijn voor iedereen toegankelijk om in te zien.
Een concrete datum wanneer het Geluidregister moet zijn ingevuld is er momenteel nog niet.
In 2025 zijn een bijeenkomsten geweest waarbij gezamenlijk met een aantal Zuid-Limburgse gemeenten offertes zijn aangevraagd bij bureaus voor de invoering van de gegevens. Dit zal verder worden vervolgd in 2026.
Als instrumentarium voor de handhaving geeft de wet de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete. In de landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) is de inzet van die bestuurlijke boete opgenomen. In het VTH-Beleidsplan 2025-2028 is vastgelegd dat de gemeente de LHSO toepast. Dit betekent dat de mogelijkheid om dit instrument in te zetten moet worden onderzocht. Hierbij zal onderzocht worden wie, wanneer en hoe de bestuurlijke boete kan worden ingezet en wat dit betekent voor de benodigde capaciteit. Als het instrument zal worden ingezet wordt dit vastgelegd in een aanvullend beleidsonderdeel. Het project is nog niet afgerond in 2025 en zal een verder vervolg krijgen in 2026.
Onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) toetst een onafhankelijke kwaliteitsborger de bouwplannen. De kwaliteitsborger moet actief nagaan of er bijzondere lokale omstandigheden zijn en er rekening mee houden. Het gaat om risico's die te maken hebben met de bouwtechnische regels van hoofdstuk 4 en 5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Er dient een inventarisatie te worden uitgevoerd wat de lokale omstandigheden binnen de gemeente zijn waar de kwaliteitsborger rekening moet houden. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de mogelijke onderaardse mergelgangen rondom Bemelen en Cadier en Keer. Er is overleg geweest met de Provincie hierover en er zullen kaarten ter beschikking worden gesteld. Eind 2025 zijn de kaarten nog niet ontvangen. Dit betekent dat het project zin vervolg zal krijgen in 2026.
In 2025 is gestart met het opstellen van een teamplan voor het team Bouwen. Het teamplan gaat over de belangrijkste uitdagingen binnen het team. Waar doordachte analyses aan ten grondslag liggen en waar de opgestelde verbeteracties direct de obstakels binnen het team aanpakken. Een teamplan waar medewerkers uit het team achter staan en waar ze voor willen gaan. Hierbij worden aspecten meegenomen zoals de gestelde doelen, resultaten, verwachte ontwikkelingen en de verschillende aandachtsgebieden.
De verschillende onderdelen van het teamplan zijn eind december in concept gereed gekomen. Het plan zal worden aangepast voor 2026. Dit betekent dat het project zin vervolg zal krijgen in 2026.
Binnen het team VTH wordt vooral gewerkt met het zaaksysteem RX-Mission, uitgezonderd de Av-zaken. De ontwikkeling van het zaaksysteem is een continu proces dat vanuit het team zelf en ICT wordt begeleid. Dit geldt voor het aanpassen van processen, maar ook het opstellen van sjablonen, checklijsten e.d.
In 2025 zijn diverse aanpassingen uitgevoerd. Zoals aangegeven is dit een continu proces.
In het VTH-Beleidsplan 2025-2028 zijn beleidsdoelstellingen opgenomen. Deze doelstellingen zijn de rode draad bij de activiteiten van het team en dienen ook te worden gemonitord. Jaarlijks dient geëvalueerd te worden wat de bijdrage van het team is geweest om de gestelde doelen te bereiken.
Met de diverse projecten wordt uitvoering gegeven aan de verschillende beleidsdoelstellingen. Met de uitvoering van de diverse taken is een bijdrage geleverd om de doelstellingen te verwezenlijken zoals aangegeven in de toetsing aan VTH-Beleidsplan 2025-2028.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 31 december 2024 zijn een groot deel milieubelastende activiteiten (voorheen milieu-inrichtingen) onder de basistaken komen te vallen, hetgeen betekend dat de ODZL de vergunning-, melding- en toezichttaken bij deze locaties dient uit te voeren. Om deze taak te kunnen uitvoeren hebben zij van de gemeente de oorspronkelijke vergunningen en meldingen nodig. Als gevolg hiervan moeten 200 milieudossiers worden gescand.
Daarnaast zijn de taken over de P&C cyclus, het voorbereiden van vergaderingen Algemeen Bestuur, accountoverleggen en ad hoc-overleggen wekelijks aan de orde.
In 2025 heeft een discussie plaatsgevonden over de kosten voor de bodemtaken die te hoog zijn ingeschat. De uitkomst is dat hier er aanpassing zal plaatsvinden voor 2026 de bodemkosten gebaseerd op de gegevens van 2025 en dat in de nieuwe financieringsmethodiek hiermee rekening mee wordt gehouden. Bij de begroting 2027 zal de nieuwe financieringsmethodiek worden voorgelegd aan de raden en Provinciale Staten.
Om vat te krijgen op de problematiek rondom stikstof en de spuitzones worden werkgroepjes ingesteld die zich hierin gaan verdiepen, zodat de kennis over deze zaken in huis aanwezig is.
Er is in 2025 een werkgroep samengesteld die deze problematiek volgt en nieuwe ontwikkelingen in de praktijk brengt bij de uitvoering van de taken op gebied van omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. Aangezien deze ontwikkelingen nog steeds actueel zijn zal dit project worden voortgezet in 2026.
De ontwikkelingen op het gebied van AI gaan niet voorbij aan de taken op het gebeid van VTH. Hierbij kan gedacht worden aan de ontwikkeling van dashboards alsook de toegankelijkheid van de Omgevingswet. Samen met onze collega’s van ICT volgen wij dit op de voet.
In 2025 zijn we gestart met het testen van de AI-tool Struck. Een tool voor onder andere bouwtechnische vragen, vergunningsvrije mogelijkheden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Omgevingswet en jurisprudentie.
Dit aspect zal blijvende aandacht hebben in de toekomst waarbij ook ervaringen van andere gemeenten, VNG en vereniging bouw- en woningtoezicht, worden meegenomen.
Rapportage Kwaliteitscriteria 3.0 gemeente Eijsden-Margraten
Om de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de Vergunningverlenings-, Toezicht- en Handhavingstaken (VTH) te waarborgen, dient jaarlijks te worden getoetst in hoeverre wordt voldaan aan de Kwaliteitscriteria 3.0. Dit zijn de vernieuwde, landelijke normen voor VTH-taken in het fysieke domein, die sinds 1 januari 2025 van kracht zijn en de uitvoering van de Omgevingswet moeten waarborgen. De criteria zijn opgedeeld in vier delen: een inleiding, criteria voor de kritieke massa, procescriteria voor de uitvoering, en gedetailleerde competentieprofielen voor medewerkers, bedoeld voor uniforme, kwalitatief goede dienstverlening door overheden.
In het VTH-beleidsplan 2025-2028 heeft de gemeente zich geconformeerd met de Kwaliteitscriteria 3.0 zij het dat we deze toepassen daar waar mogelijk met een verklaring. Ook zal jaarlijks hierover verantwoording worden afgelegd.
In de toets aan de Kwaliteitscriteria over 2025 blijkt dat de gemeente voor een aantal taken niet kan voldoen aan de eisen voor kritieke massa. Voor de taken Casemanagen, vergunningverlening bouw/ro en toezicht en handhaving bouw/ro ligt dit vooral op het vlak van kennis en ervaring. Dit is een gevolg van het feit dat er sprake is van een “jong” team (eerste baan, weinig ervaring in de taken). Om toch de kwaliteit van het eindproduct en de procesuitvoering te bewaken wordt het 4-ogen principe toegepast door een ervaren medewerker.
Voor de taken bouwfysica, constructieve veiligheid, Omgevingsveiligheid, geluid en trillingen, luchtkwaliteit en geur en cultuurhistorie ligt dit op het vlak van frequentie en bezetting. Voor deze taken gelden dat er voor de uitvoering van deze taken minimaal twee personen, voor een bepaald minimumaantal uren, aanwezig moeten zijn. Hieraan kan niet worden voldaan. Reden hiervoor is met name het gevolg van het aanbod. Dat wil zeggen er zijn genoeg vraagstukken om hier voldoende uren op te maken, laat staan hiervoor twee mensen in dienst te hebben. Voor de milieutaken is er wel een back-up in de vorm van een medewerker die vroeger deze taken heeft uitgevoerd.
Extra aandacht wordt gevraagd voor de uitvoering van de taken op het gebied van cultuurhistorie in 2026. De taken worden dan overgenomen door een medewerker die nog kennis en ervaring moet op doen op dit gebied.
Ten aanzien van de Procescriteria en inhoudelijke (proces)criteria voldoet de gemeente. Er dienen een tweetal criteria met betrekking tot personeelsformatie (functies, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden) en de werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening te worden bijgewerkt naar de Omgevingswet. Dit acties zijn al voorzien in het Teamplan en uitvoeringsprogramma 2026 van VTH.
Artikel 18.20 Omgevingswet verplicht de gemeente zorg te dragen voor een goede uitvoering van de VTH-taken. Voor een goede uitvoering van de VTH-taken zijn door VNG, IPO en het Rijk landelijke Kwaliteitscriteria 3.0 ontwikkeld, waarin de beoogde kwaliteit is vastgelegd. Deze Kwaliteitscriteria treden in werking op 1 januari 2025. De kwaliteitscriteria hebben zowel betrekking op de kwaliteit van het organiseren als de kwaliteit van de medewerkers. Voor de organisatie betekent dit dat wij een sluitende beleidscyclus hebben ingericht, de werkprocessen voldoen aan een inhoudelijke ondergrens (inhoudelijke eisen en prioriteitstelling), en dat de taken belegd zijn bij organisaties die continuïteit in de uitvoering kunnen garanderen (zoals Omgevingsdienst Zuid-Limburg en Veiligheidsregio Zuid Limburg). Voor de kwaliteit van de medewerkers zetten wij in op het voldoen aan de opleidings-/kennisvereisten en ervaring.
Voor de ontwikkeling van de teams wordt gebruik gemaakt van de competentieprofielen zoals vermeld in de Kwaliteitscriteria 3.0 Met als doel om samen steeds beter in de geest van de omgevingswet te kunnen werken.
Zoals hierboven reeds beschreven is bevatten de Kwaliteitscriteria 3.0 criteria voor:
In dit rapport worden de situatie beschreven hoe de gemeente Eijsden-Margraten in 2025 heeft gefunctioneerd met betrekking tot de criteria.
De kwaliteitscriteria voor kritieke massa schrijven, per deskundigheidsgebied, op vijf onderdelen criteria voor. Deze vijf onderdelen zijn: opleiding, werkervaring, (aanvullende) kennis, frequentie zelfstandige uitoefening en aantal medewerkers. Deze kwaliteitscriteria zijn verplicht voor VTH-taken van het basistakenpakket van de Omgevingsdienst. Voor de niet basistaken en de taken die de gemeente zelf uitvoert zijn de kwaliteitscriteria voor de kritieke massa niet wettelijk geborgd, er geldt een zorgplicht, maar het is wel een logische keuze voor gemeente om deze te hanteren. Dit is ook als zodanig opgenomen in het VTH Beleidsplan 2025-2028 van de gemeente Eijsden-Margraten. Voor de uitvoering van de zorgplicht zijn de Kwaliteitscriteria 3.0 dan ook een belangrijk richtsnoer, in de zin dat wij aan de kwaliteitscriteria voldoen of uitleggen waarom er niet aan voldaan wordt (“pas toe of leg uit”).
Als de taken (nog) niet volgens de kwaliteitscriteria worden verricht wil dit niet zeggen dat de kwaliteit per definitie te wensen overlaat. In dit geval wordt gemotiveerd aangegeven waarom de criteria niet toegepast zijn of konden worden en hoe wel voor de bedoelde kwaliteit wordt gezorgd. Deze criteria geven onder andere aan welke capaciteit, kennis en ervaring tenminste in een organisatie aanwezig moet zijn om de VTH-taken goed uit te kunnen voeren. De medewerkers voldoen aan de competentieprofielen die voor de verschillende rollen en deskundigheidsgebieden zijn opgesteld. Bij de personeelswerving en persoonlijke ontwikkelingsplannen wordt met de competentieprofielen (Deel 3 van de Kwaliteitscriteria 3.0) rekening gehouden.
In de tabel ‘Toepassing criteria voor de kritieke massa’ op pagina 5 met de toelichting en verklaring van de afwijkingen geven wij invulling aan onze zorgplicht, voor de verschillende deskundigheidsgebieden.
In onderstaande tabel is een korte beschrijving van de criteria voor de Kritiek massa weergegeven.
Tabel: Toepassing criteria voor de kritieke massa
Toelichting en verklaring afwijkingen (comply or explain)
Door eigen medewerker en inhuur voldoen we aan het kennisniveau en ervaringseis. Afhankelijk van de ervaring en kennis volgen de eigen medewerkers een opleidingsprogramma om te kunnen voldoen en moeten nieuwe medewerkers ervaring opdoen, waarbij in acht wordt genomen dat het aantal complexe situaties beperkt is. De medewerkers voldoen gezamenlijk aan de aanvullende opleidingseisen/kennisvereisten.
Het casemanagement wordt uitgevoerd door RO-medewerkers en de klantadviseurs I. Dit werk wordt door de medewerkers gecombineerd uitgevoerd. Aan de frequentie eis (deel van de formatieplaats dat voor deze taak wordt ingezet) wordt structureel aan voldaan.
2. Vergunningverlening bouw/ro
De medewerkers voldoen we aan het vereiste kennisniveau. Enkele ingehuurde medewerkers voldoen aan opleiding- ervarings- en kenniseisen. Afhankelijk van de ervaring en kennis volgen de eigen medewerkers een opleidingsprogramma om te kunnen voldoen en moeten zij ervaring opdoen, waarbij in acht wordt genomen dat het aantal complexe situaties beperkt is. Bouwwerken gevolgklasse III (ziekenhuizen, stadion, gebouwen > 70- m) komen niet voor binnen de gemeente. Het doel is om de medewerkers gezamenlijk te laten voldoen aan de aanvullende opleidingseisen/kennisvereisten.
Vanwege het aantal aanvragen wordt het casemanagement en de vergunningverlening door de medewerkers gecombineerd uitgevoerd. Aan de frequentie eis (deel van de formatieplaats dat voor deze taak wordt ingezet) wordt structureel aan voldaan.
4. Toezicht en handhaving bouw/RO
Eijsden-Margraten heeft twee fte integrale toezichthouder. Eén ervaren medewerker die aan alle opleidings- ervarings- en kenniseisen voldoet en nieuwe medewerker die nog ervaring moet opdoen en aanvullend een opleidingsprogramma zal volgen. Complexe situaties komen binnen de gemeente bijna niet voor. Aan de frequenties eis, aantal en borging wordt voldaan.
5. Toezicht en handhaving milieu
Deze taken worden uitgevoerd door de ODZL voor wat de milieubelastende activiteiten (Mba’s) die onder de basistaken vallen. Voor de uitzonderingen van de basistaken en de Mba’s die onder de bruidschat (klasse I: informatie- en meldingsplichtige bedrijven) vallen, worden de toezichttaken uitgevoerd door een ingehuurd bedrijf dat ook voldoet aan de Kwaliteitscriteria. De handhaving die hieruit voortkomt wordt opgepakt door onze eigen juristen.
6. Toezicht en handhaving bodem
7. Toezicht en handhaving natuur (Natura 2000, soortenbescherming, faunabeheer)
Momenteel is er één ervaren jurist op het gebied van vergunningverlening, twee juristen, waarvan één met ervaring, op het gebied van handhaving en twee juristen op het gebied van ruimtelijke ordening. Zij beschikken allemaal over de benodigde opleidingen en kunnen elkaar vervangen op de juridische deskundigheidgebieden. Afhankelijk van de ervaring en kennis volgen de medewerkers aanvullende opleidingsprogramma als dit noodzakelijk is.
Zaken met betrekking tot de basistaken worden in mandaat uitgevoerd door de juristen van de ODZL.
10. Buitengewone Opsporing natuur en milieu en fysieke leefomgeving
Deze taak, voornamelijk toetsing aan Besluit bouwactiviteiten leefomgeving (Bbl), zijn in 2025 uitgevoerd door een ervaren en geschoolde, ingehuurde medewerker die voldoet aan de gestelde eisen op dit gebied. Voor 2026 wordt deze taak overgenomen door twee medewerkers (klantadviseur I). Afhankelijk van de ervaring en kennis volgen de eigen medewerkers een opleidingsprogramma om te kunnen voldoen en moeten zij ervaring opdoen.
Gesprekken met initiatiefnemers, adviesbureaus en de commissie welstand/ monumenten worden uitgevoerd door de vergunningverleners.
Gezien de omvang van de werkzaamheden wordt frequentie niet gehaald. De taak zal als gevolg van de Wet kwaliteitsborging (Wkb) waarbij deze werkzaamheden bij een externe kwaliteitsborger ligt, steeds verder afnemen. De werkzaamheden verschuiven hierdoor van uitvoering naar controle van gegevens.
Specifieke toetsingen en metingen op het gebied van geluid, lucht en water worden uitgevoerd door de specialist Milieu en de ODZL.
De eenvoudige situaties worden getoetst door de vergunningverleners en de toetser Bbl. Het toezicht bij eenvoudige situaties wordt uitgevoerd door de toezichthouders. Overige meer complexe zaken worden uitgevoerd door de Veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL). Dit betreft zowel op het gebied van de vergunningverlening als het toezicht.
Deze taken op gebied van vergunningen, meldingen en toezicht en handhaving met betrekking tot asbest worden uitgevoerd door de ODZL. De overige taken met betrekking tot slopen worden uitgevoerd door de vergunningverleners die hierbij worden geassisteerd door de deskundigen op het gebied van bouwfysica en constructie. Het toezicht gebeurt door de toezichthouders.
15. Afvalwater (indirecte lozingen)
Het beheer van het bodeminformatiesysteem Nasca ligt bij de beleidsmedewerker Milieu. Hij is ook de beheerder van het Basisregistratie ondergrond (BRO). Beoordelen en advisering in het kader van de reguliere vergunningverlening en toezicht gebeurt ook door de beleidsmedewerker Milieu. Het toetsen van bodemrapporten, bodemonderzoeken en dergelijken wordt uitgevoerd door de ODZL:
Zaken met betrekking tot grondverzet, saneringen en het toezicht vallen onder de basistaken en worden uitgevoerd door de ODZL.
Advisering en toetsing op het gebied van externe veiligheid wordt uitgevoerd door de beleidsmedewerker Milieu, die ook het Register Externe Veiligheid REV beheert. Indien sprake is van specifieke situaties wordt de ODZL erbij betrokken. Begeleiding vindt plaats door de beleidsmedewerker dienstverlening die jaren ervaring heeft op dit gebied.
De uitvoering van onderzoeken wordt uitbesteed aan marktpartijen of de ODZL Advisering en toetsing van de onderzoeken in het kader van vergunningverlening, ruimtelijke ontwikkelingen en toezichtzaken, wordt uitgevoerd door de beleidsmedewerker Milieu. Indien sprake is van specifieke situaties wordt de ODZL erbij betrokken. Begeleiding vindt plaats door de beleidsmedewerker dienstverlening die jaren ervaring heeft op dit gebied.
Deze taken worden uitgevoerd door de ODZL en de Provincie Limburg.
Binnen de gemeente is een beleidsmedewerker natuur aanwezig die toetsingen uitvoert bij reguliere vergunning aanvragen en planologische ontwikkelingen. Het bevoegd gezag met betrekking tot aanvragen omgevingsvergunningen voor Natura 200-taken, flora- en fauna taken ligt bij de Provincie Limburg.
Voor de advisering en toetsing bij vergunningaanvragen huurt de gemeente één ervaren medewerker in. Deze medewerker beschikt over de benodigde kennis en ervaring. Echter in 2026 worden deze taken overgenomen door een onervaren, eigen medewerker. Afhankelijk van de ervaring en kennis volgt de medewerker een opleidingsprogramma om te kunnen voldoen. Daarnaast is het aantal aanvragen van een omvang waarbij niet aan de vereiste frequentie kan worden voldaan. Ook zal in 2026 een vacature beleidsmedewerker cultuurhistorie worden opengesteld die kan begeleiden bij de uitvoering.
23. Advisering fysieke leefomgeving
Deze activiteit vindt plaats binnen het cluster ruimtelijke ordening. Dit bestaat uit zes ervaren en onervaren mensen die elkaar ondersteunen. Voor het opstellen van het omgevingsplan in de basis is een ervaren kracht ingehuurd. Gesprekken met initiatiefnemers, stakeholders e.d. wordt door dit cluster uitgevoerd eventueel samen met de vergunningverleners/casemanagers. Zij adviseren over de regels. Afhankelijk van de ervaring en kennis volgen de medewerkers een opleidingsprogramma met betrekking tot de Omgevingswet/-plan.
De algemene beleidszaken op het gebied van VTH worden uitgevoerd door een ervaren beleidsadviseur. Hij voert ook taken uit op het gebied van de kwaliteitsborging, monitoring en de beleidscyclus.
Er zijn dus meerdere deskundigheidgebieden waarop Eijsden-Margraten zelfstandig niet voldoet aan de kwaliteitscriteria voor de kritieke massa. Dit is voornamelijk een gevolg van het jonge team dat momenteel de werkzaamheden en taken uitvoert waar ervaring en kennis nog niet helemaal aanwezig zijn. Om toch aan de kwaliteit te kunnen voldoen wordt gewerkt volgens het 4-ogen principe waarbij concept vergunningen, meldingen, e.d. worden nagekeken door een ervaren medewerker. In 2026 zal hier nog meer aandacht voor moeten zijn omdat een aantal ervaren, ingehuurde krachten vanaf 1 januari 2026 niet meer werkzaam zullen zijn voor de gemeente.
Voor een groot aantal taken kan de gemeente niet voldoen aan de frequentie of het aantal benodigde medewerkers voor die taak. Dit is een gevolg van de vraag. Dit wil zeggen dat de uitvoering van de taak wordt bepaald door het aantal vergunningaanvragen, concept aanvragen e.d.
Bij een langere uitval van medewerkers die alleen staan voor een bepaalde taak wordt dit opgevangen door gebruik te maken van inhuur.
Voor bepaalde hoger gekwalificeerde specialistische werkzaamheden wordt de ODZL en/of de VRZL ingeschakeld.
Om te kunnen voldoen aan de criteria volgen medewerkers een opleidingsprogramma. Daarnaast zullen zij continu nieuwe kennis en vaardigheden opdoen terwijl ze bezig zijn met hun dagelijkse taken. Daarbij vindt begeleiding plaats door een ervaren medewerkers.
Omdat er sprake is van een dergelijk jong team (schoolverlaters in hun eerste baan of onervaren in de huidige taak) zal het enige tijd kosten voordat kan worden voldaan aan kritieke massa.
B. Procescriteria en inhoudelijke (proces)criteria
Procescriteria gelden voor het beleidskader m.b.t. de wijze waarop prioriteiten worden gesteld en keuzes worden gemaakt, en ook met betrekking tot de organisatorische condities en kwaliteitsborging. De procescriteria zijn eisen aan het proces en leiden samen tot een sluitende beleidscyclus (BIG 8) en kwaliteitsborging. Door het volgen van de beleidscyclus worden de werkzaamheden doelmatig en planmatig uitgevoerd.
De inhoudelijke criteria hebben betrekking op het beleidskader voor het beoordelen en beslissen over aanvragen om een omgevingsvergunning, de organisatie van het toezicht en handhavingstrajecten. Voor de totstandkoming van producten zoals vergunningen, toezichtcontroles en handhavingsacties zijn diverse werkprocessen nodig. De criteria bepalen de minimale ondergrens binnen de werkprocessen. Met het VTH-beleidsplan Eijsden-Margraten 2025-2028 voldoen we vrijwel geheel aan deze criteria.
Sinds 2015 heeft de gemeente de beleidsadviseur Dienstverlening aangewezen voor de uitvoering van de verschillende taken op het gebied kwaliteitszorg, processen en inhoud binnen de het team VTH. Hij draagt zorg voor het optimaliseren van de dienstverlening en een uniforme aanpak en klantgerichtheid binnen het team. Ook verzorgt hij de monitoring en interne audits in het kader van het kwaliteitszorgsysteem en het rapporteert daarover aan de leidinggevende en het bestuur in de vorm van kwartaalrapportages en jaarverslag.
Op de volgende pagina’s is de checklijst uit de Kwaliteitscriteria opgenomen waarin wordt aangegeven of wordt voldaan aan de wettelijke vereisten en/of wordt uitgelegd en gemotiveerd als hiervan wordt afgeweken.
Toelichting en verklaring afwijkingen van de procescriteria en inhoudelijke (proces)criteria
Met het VTH-beleidsplan Eijsden-Margraten 2025-2028 en het bijbehorende Uitvoeringskader, de jaarlijks rapportage (jaarverslag) en uitvoeringsprogramma en de structuur/opzet van de organisatie wordt voldaan aan de procescriteria en de inhoudelijke (proces)criteria.
Er zijn nog enkele verbeterpunten in de organisatorische onderdelen.
5.2 De personeelsinformatie (functies, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden) dient opnieuw te worden vastgelegd. Dit punt van verbetering is ook opgenomen in het Teamplan VTH 2026 en zal worden opgepakt.
5.6 De werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening voor de uitvoering en handhaving zijn in het verleden vastgelegd, maar door de komst van de Omgevingswet dienen deze te worden bijgewerkt. Ook dit punt is al onderkent en hieraan wordt gewerkt samen met de afdeling Informatiemanagement.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-278733.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.