Nadere regels compensatieplicht Verordening Bomen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

Gelet op artikel 156 van de gemeentewet en artikel 2, derde lid, van de Verordening bomen 2026;

 

Besluit vast te stellen:

Artikel 1 Begrippen

  • 1.

    De begripsomschrijvingen uit artikel 1 van de Verordening bomen 2026 zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid wordt in deze nadere regels verstaan onder:

  • bouwontwikkeling: Ontwikkelingen voor sloop/ verbouw/ nieuwbouw/ uitbouw, civieltechnische werkzaamheden, of grondroerende werkzaamheden zoals aanleg van parkeerplaatsen of kunstgrasvelden, vervanging van kabels en leidingen;

  • compensatieplicht: een voorschrift voor compensatie van een te vellen of al gevelde of anderszins teloorgegane boom of houtopstand behorende bij een vergunning of ander besluit;

  • ecoloog: ecologisch deskundige met aantoonbaar voor de situatie relevante kennis.

  • financiële compensatie: compensatie door het storten van een bedrag in de reserve van het Bomencompensatiefonds;

  • fysieke compensatie: compensatie door de aanplant van gelijkwaardig nieuw groen, of fysieke investering in bestaand groen (bijvoorbeeld door opwaarderen van een groeiplaats);

  • Handboek bomen Boomtaxatiemethode: methoden van boomtaxatie beschreven in Hoofdstuk 15 van de laatste editie Handboek bomen van het Norminstituut bomen.

  • inboet: het vervangen van een boom of houtopstand binnen een door het college te bepalen termijn, wanneer blijkt dat deze niet aanslaat;

  • inheemse boom: boomsoorten die van nature in Nederland voorkomen. De gemeente adviseert de bomen vanuit de “40 van 040” lijst te hanteren (40 van 040 | Eindhovenduurzaam).

  • NVTB methode: de geldende Taxatiemethode van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen, te vinden op de website van www.boomtaxateur.nl;

  • plangebied: het begrensde gebied waar de activiteit vellen of de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt;

  • reden van kap (groene reden): groene redenen zijn groene beheermaatregelen of maatregelen ten gunste van natuur of te behouden bomen, of te vellen bomen als gevolg van onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek.

  • reden van kap (oranje reden): redenen van kap die niet gelinkt zijn aan bouwontwikkelingen of aan financiële compensatie, niet zijnde een groene reden;

  • reden van kap (rode reden): rode redenen van kap zijn gelinkt aan bouwontwikkelingen, of aan financiële compensatie, niet zijnde een oranje reden;

  • reserve Bomencompensatiefonds: reserve voor storting van financiële compensatie van de kap van een boom of houtopstand. De middelen uit het fonds worden besteed aan nieuwe bomen of verbeteren van de groeiplaats van bestaande bomen;

  • taxatiewaarde: de vastgestelde monetaire waarde volgens de NVTB methode danwel de Boomtaxatie Methoden vanuit het Handboek bomen.

Artikel 2 Compensatieplicht

Bij het vellen van een boom of houtopstand geldt in beginsel een compensatieplicht, tenzij het vellen gebeurt omwille van een groene reden.

Artikel 3 Compensatiebesluit

Aan een noodvelling als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening bomen 2026 omwille van een rode reden, zoals genoemd in de Verordening bomen 2026 kan een zelfstandig compensatiebesluit worden verbonden.

Artikel 4 Uitvoering compensatieplicht

  • 1.

    Het uitgangspunt is dat er fysiek gecompenseerd wordt in de zin van herplant van een gelijkwaardige boom of houtopstand.

  • 2.

    Fysieke compensatie vindt plaats op dezelfde locatie als waar de te vellen boom of houtopstand aanwezig is of was. Indien herplant op die locatie niet mogelijk is, is een alternatieve locatie op het perceel of in het plangebied mogelijk.

  • 3.

    Het college kan bepalen dat, in afwijking van het eerste lid, indien binnen het plangebied of perceel onvoldoende groeiruimte voor herplant beschikbaar is, of onderbouwd kan worden door een ecoloog dat een andere invulling de voorkeur heeft ten behoeve van biodiversiteit, een andere vorm van gelijkwaardige compensatie mogelijk is.

  • 4.

    Indien fysieke compensatie (herplant) als bedoeld in voorgaande leden niet mogelijk is, is financiële compensatie mogelijk. Indien fysieke compensatie slechts deels mogelijk is kan de herplant worden aangevuld met financiële compensatie. Dat fysieke compensatie niet mogelijk is moet onderbouwd worden door initiatiefnemer en vervolgens worden beoordeeld en goedgekeurd door het college.

  • 5.

    Wanneer het gaat om gemeentelijke bomen, vindt compensatie plaats financieel door een storting in het Bomencompensatiefonds ter hoogte van de taxatiewaarde van de boom, inclusief compensatiefactor, plus bijkomende kosten zoals het kappen van de boom.

Artikel 5 Eisen Compensatieplan

  • 1.

    Een compensatieplan maakt onderdeel uit van een vergunningaanvraag ofwel een handhavingsprocedure en bevat in ieder geval:

  • a.

    de wijze waarop fysiek of financieel wordt gecompenseerd;

  • b.

    een ontwerpplan met bijbehorende plantlijsten en groeiplaatsverbetering en onderbeplanting, bijvoorbeeld in een plattegrond;

  • c.

    een overzicht van de te herplanten bomen;

  • d.

    de exacte locatie van de te herplanten bomen, ondergrondse groeiplaats, of alternatief groen;

  • e.

    de maat van de te herplanten bomen gemeten op een hoogte van 130 centimeter vanaf maaiveld (voorkeur voor omtrek 20-25 cm);

  • f.

    nieuwe bomen dienen in het plan aangegeven te worden met voldoende boven- en ondergrondse ruimte, als bedoeld in de groeiplaatstool;

  • 2.

    In aanvulling op lid 1 is bij rode reden van kap ook de taxatiewaarde van de te vellen/ verloren gegane boom of houtopstand benodigd.

Artikel 6 Kosten

  • 1.

    De kosten van de herplant dienen in beginsel minimaal gelijk te zijn aan de taxatiewaarde van de te vellen bomen.

  • 2.

    Tot compensatiekosten mogen worden gerekend:

  • boom en onderbeplanting (exclusief gazon of kruidenrijk gras);

  • ondergrondse groeiplaats of bodemverbetering (mag ook bij te behouden bomen plaatsvinden);

  • materialen ten behoeve van de boom;

  • nazorg en inboet voor 3 jaar (bestaande uit max 10% van de compensatiekosten).

  • 3.

    Tot de compensatiekosten mogen niet gerekend worden:

  • materialen en arbeidsuren ten behoeve van (her)bestrating rondom de boom;

  • arbeidsuren;

  • grondafvoer;

  • materialen om boom(wortels) in hun groei te remmen, zoals wortelschermen;

  • inboetgarantie;

  • btw.

  • 4.

    Het verplanten van een boom staat gelijk aan de kap en compensatie van die boom. Bij verplanten is inrichting van de nieuwe groeiplaats, nazorg en inboet voor 3 jaar, verplicht.

Artikel 7 Compensatietermijn

  • 1.

    Indien mogelijk wordt de fysieke compensatie uitgevoerd voorafgaand aan het vellen.

  • 2.

    Indien voorafgaande uitvoering van fysieke compensatie als bedoeld in het eerste lid niet mogelijk is en er geen sprake is van een bouwontwikkeling, geldt een uitvoeringstermijn van 1 jaar na oplegging van de compensatieplicht.

  • 3.

    Indien voorafgaande uitvoering van fysieke compensatie als bedoeld in het eerste lid niet mogelijk is en er is sprake van een bouwontwikkeling, geldt een uitvoeringsplicht van 1 jaar na gereedkomen van de bouw.

  • 4.

    In afwijking van voorafgaande leden kan het college op basis van maatwerk een afwijkende compensatietermijn opleggen.

 

 

 

 

 

 

Artikel 8 Hoogte financiële compensatie

De financiële compensatie bedraagt de taxatiewaarde van de boom (exclusief btw) of houtopstand vermenigvuldigd met de bijbehorende compensatiefactor uit onderstaande tabel;

Compensatiefactor

 

5

Boom of houtopstanden in het centrum gebied, zoals aangegeven in de Groene Kaart Groene kaart (arcgis.com).

 

2

Boom of houtopstanden in groenarme buurten, zoals aangegeven in de Groene kaart (arcgis.com).

1

Boom of houtopstanden niet gelegen in centrumgebied of groenarme buurten.

Artikel 9 Hardheidsclausule

Het college kan de artikelen van deze nadere regels buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op alle betrokken belangen in een bepaalde situatie zou leiden tot een onevenredige uitkomst.

Artikel 10 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking;

  • 2.

    De Nadere regels compensatieplicht Verordening bomen 2024 worden ingetrokken;

  • 3.

    Deze regel wordt aangehaald als “Nadere regels compensatieplicht Verordening bomen 2026”.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eindhoven,

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris.

Toelichting nadere regels compensatieplicht

 

Inleiding

Het bevoegd gezag mag op basis van de Verordening bomen 2026 compensatie opleggen. De gemeenteraad heeft in artikel 2 lid 3 van de Verordening bepaald dat het college nadere regels mag stellen met betrekking tot compensatie.

Deze nadere regels gelden zowel bij het proces voor de omgevingsvergunning voor het vellen, als bij de handhavingsprocedure in geval van vellen zonder vergunning. In deze nadere regels leggen we de betreffende artikelen en relevante begrippen uit en wanneer we op welke wijze compensatie eisen.

 

 

In artikel 1 is bepaald dat de begrippen van Verordening bomen 2026 van overeenkomstige toepassing zijn. Ook zijn enkele relevante begripsbepalingen opgenomen.

 

Dunnen: het vellen dat geschiedt als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van een houtopstand. Hieronder valt onder meer het verwijderen van bomen, boomvormers of struiken uit een houtopstand, waardoor de overblijvende bomen, boomvormers en struiken meer ruimte krijgen om te groeien. Bij de aanplant van houtopstanden wordt vaak een combinatie van langzaam en snel groeiende soorten aangeplant, zodat de houtopstand in relatief korte tijd een volwaardig uiterlijk heeft. Na verloop van tijd worden de snelle groeiers verwijderd (de wijkers), zodat de langzame groeiers (de blijvers) zich verder kunnen ontwikkelen. Omdat dunning wordt gezien als groenbeheer is hiervoor geen compensatie vereist.

 

 

Artikel 2 geeft aan dat er bij het vellen altijd een compensatieplicht geldt behalve daar waar sprake is van groene reden als hieronder omschreven.

 

Het college beoordeelt of er sprake is van groene/ oranje/ rode reden.

Rode reden

Rode redenen zijn redenen die gelinkt zijn aan bouwontwikkelingen of aan financiële compensatie. Denk aan sloop, bouw, uitbouw of verbouw werkzaamheden, aanleg van parkeerplaatsen of kunstgrasveld, vervanging van riolering, civieltechnische werkzaamheden, aanleg van uitwegen, uitbouwen van woningen en opstallen.

Oranje reden

Oranje redenen zijn redenen die niet gelinkt zijn aan bouwontwikkelingen. Denk aan herindeling van een tuin, maar ook vellen van bomen met een lage levensverwachting of die gevaar opleveren. Voor oranje redenen geldt wel een compensatieplicht, alleen is taxatie en boomonderzoek niet nodig. Voor iedere boom wordt minimaal een boom teruggeplant op het perceel die vergelijkbaar is in grootte (wanneer volgroeid) en ecologische waarde (bijvoorbeeld uit de lijst van 40 van 040). Financiële compensatie is niet mogelijk bij oranje reden.

Groene reden

Groene redenen zijn groene beheermaatregelen of maatregelen ten gunste van natuur of te behouden bomen, of te vellen bomen als gevolg van onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek. Voorbeelden van groene beheermaatregelen zijn: dunningen, het verwijderen van bomen ten behoeve van het realiseren van natuurvriendelijke oevers langs waterstructuren of ten behoeve van de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland. Of het veroorzaken van hinder onrechtmatig is, is afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden. Compensatie is niet vereist als het gaat om groene redenen.

Vellen zonder vergunning

Bij het vellen van een boom of houtopstand zonder vergunning kan achteraf een vergunning voor het vellen worden aangevraagd. Wanneer bomen illegaal gekapt zijn, en er resteren nog bomen die negatief zijn beïnvloed door de kap, kunnen deze bomen meegenomen worden in de kapvergunningsaanvraag.

 

Bij een vergunning achteraf wordt de monetaire waarde van bomen bepaald van vóór de kap. Het aanvragen van een vergunning wil niet automatisch zeggen dat een vergunning ook wordt verleend. Er gelden hogere legeskosten, in verband met de gemeentelijke meerkosten die dit met zich meebrengt.

 

De uitkomst van een handhavingstraject kan zijn dat alsnog een vergunning (mogelijk met compensatieplicht) wordt verleend of er volgt een last (onder dwangsom of bestuursdwang), waarbij een compensatieplicht geldt. In de beleidsregel “illegaal vellen of beschadigen van bomen gemeente Eindhoven” is omschreven hoe het college omgaat met illegale vellingen en beschadigingen van bomen en houtopstanden.

 

 

In artikel 4 staan de uitgangspunten van de compensatie.

Het basisprincipe van het compensatiebeleid is fysieke herplantplicht in de zin van herplant van een gelijkwaardige boom of houtopstand van de boom of houtsoptand welke geveld of verloren is gegaan.

 

Bij eigenaren van een boom of houtopstand kan rekening worden gehouden met (bijzondere) omstandigheden van de situatie. Een uitzondering op de gelijkwaardige compensatie kan in uitzonderlijke gevallen worden gemaakt. Het college beoordeelt dit. Fysieke compensatie (herplant) van de te verwijderen boom of houtopstand is daarbij het uitgangspunt. Indien dit aangetoond niet haalbaar of ecologisch wenselijk is, kan financieel worden gecompenseerd.

Herplant

Gelijkwaardige compensatie is zoals gezegd het uitgangspunt. Gelijkwaardigheid is gericht op het potentiële volume (bovengronds en ondergronds) en kwaliteit (voor een leidraad raadpleeg je de groeiplaatstool), van de waarden van het verloren gegane groen. Indien er binnen de projectgrenzen/kavelgrens niet voldoende groeiruimte voor herplant van een boom of houtopstand beschikbaar is, of een gelijkwaardig volume niet wenselijk is in verband met ecologische waarde, kan, in uitzonderlijke gevallen, de compensatieplicht ook worden vervuld door een ander vorm van gelijkwaardige compensatie. Een voorbeeld daarvan kan zijn compensatie in de vorm van dak en/of gevelgroen. Dit groen moet dan wel in beheer en onderhoud van de aanvrager komen. De toepassing van een andere vorm van gelijkwaardige compensatie dient al voor de indiening van het compensatieplan te worden voorgelegd aan het college om te beoordelen of de compensatie geoorloofd is.

 

Compensatie dient in eerste instantie op dezelfde locatie plaats te vinden als waar de te vellen boom of houtopstand aanwezig is/was. Indien herplant op de locatie niet mogelijk is, kan een alternatieve locatie in het plangebied (bijvoorbeeld ontwikkellocatie of woonlocatie) of een soortgelijke locatie (op basis van het Groenbeleidsplan 2017) worden gebruikt. Mede afhankelijk van feiten en omstandigheden bijvoorbeeld eigenaarschap.

Financiële compensatie

Wanneer herplant op basis van de monetaire waarde van de te vellen boom of houtopstand aantoonbaar fysiek niet mogelijk is of de compensatie kan niet binnen het gestelde tijdsbestek worden gerealiseerd, kan financieel worden gecompenseerd. Er moet dan wel schriftelijk worden gemotiveerd waarom herplant niet mogelijk is. Het college beoordeelt dit. Bij financiële compensatie is schaalvoordeel volgens de NVTB methode nooit van toepassing. Schaalvoordeel is alleen van toepassing als het fysieke compensatieplan compleet is.

 

Indien met herplant niet de (gehele) taxatiewaarde van de te vellen bomen wordt gerealiseerd, resteert in beginsel een financiële compensatie ter grootte van het verschil met de investering in nieuwe aanplant. Het verschil in financiële waarde wordt gestort in de reserve Bomencompensatiefonds. In het geval van een handhavingsprocedure geldt hetzelfde. Echter, als men zich dan niet houdt aan de last (de compensatie), dan wordt de dwangsom ingevorderd en eventueel verhoogd.

 

Wanneer fysieke compensatie is overeengekomen, maar dat nog niet direct mogelijk is, wordt een tijdelijke waarborgsom ter hoogte van de financiële compensatie gestort in het Bomencompensatiefonds. Zodra het fysieke compensatieplan voldoet aan de eisen van Artikel 5, wordt de waarborgsom terugbetaald. Wanneer het compensatieplan niet is ontvangen binnen de in de vergunning gestelde termijn, wordt de waarborgsom een blijvende storting.

 

Lid 5 betreft de wens van een derde partij om een gemeentelijke boom te kappen ten behoeve van een bouwwerkzaamheid. Gezien de gemeentelijke boom moet worden gecompenseerd door de gemeente zelf en op gemeentelijk terrein, kan de compensatie enkel financieel plaatsvinden middels een storting in het Bomencompensatiefonds. Voor de financiële storting geldt ook de eventuele compensatiefactor benoemd in artikel 8.

 

 

Artikel 5 geeft de eisen weer waaraan een compensatieplan moet voldoen. Dit is het plan dat een initiatiefnemer van te vellen (of illegaal gevelde) boom of houtopstand moet indienen, waarna dit plan namens het college wordt beoordeeld en al of niet wordt geaccordeerd. Een goedgekeurd compensatieplan wordt als voorwaarde in de vergunning of ander besluit opgenomen.

 

In beginsel dient er sprake te zijn van fysieke compensatie op basis van de waarde van de verwijderde boom of houtopstand. De waarde van de herplant is daarbij minimaal gelijk aan de taxatiewaarde van te vellen bomen.

 

Het compensatieplan dient in een ontwerp, inclusief bijbehorende plantlijsten, groeiplaatsverbetering (duurzame groeiplaats) te worden aangeleverd, waarbij de maatvoering van de nieuwe bomen bij voorkeur 20-25 centimeter stamomtrek is, gemeten op een hoogte van 130 centimeter vanaf maaiveld. De nieuwe bomen dienen te beschikken over voldoende boven- en ondergrondse ruimte. Hierdoor krijgen de bomen de kans om te groeien en duurzaam bij te dragen aan de leefbaarheid van Eindhoven. Richtlijnen voor de benodigde ruimte voor bomen zijn te vinden in de groeiplaatstool van Eindhoven, of het handboek bomen (uitgave van het Norminstituut bomen). Het terug planten van het exacte aantal bomen is van ondergeschikt belang. De kwaliteit van de bomen, het te bereiken bladvolume en het groene beeld wat daarmee wordt gecreëerd staat voorop.

 

 

Artikel 6 geeft aan hoe de kosten van herplant berekend moeten worden en wat gerekend mag worden als compensatiekosten. Bij de vergunningsaanvraag komen college en aanvrager de compensatiekosten overeen. Het college kan na uitvoering van de werkzaamheden de kosten nog controleren door het opvragen van de factuur voor de werkzaamheden.

Compensatietoets

Het compensatieplan wordt gedurende de procedure omgevingsvergunning kap of de handhavingsprocedure vellen zonder vergunning, voorgelegd aan het college. Deze toetst het compensatieplan op boomtechnische aspecten. Deze toets maakt onderdeel uit van het vergunningentraject. Op een goedgekeurd compensatieplan kan, na start uitvoer van dit plan, geen financiële verrekening meer plaatsvinden.

 

Indien er geen – volledig – compensatieplan wordt ingediend in het geval van een handhavingsprocedure, kan er geen legalisatietoets plaatsvinden. In dat geval is er altijd sprake van een illegale situatie, waarbij het college handhavend zal optreden.

 

 

Artikel 7 geeft aan binnen welke termijn de compensatie moet zijn uitgevoerd.

De compensatie moet binnen een bepaalde termijn plaatsvinden en volgens schriftelijke aanwijzingen van het college.

 

Het college verbindt compensatie als voorwaarde aan de vergunning. Wanneer mogelijk, kan het college aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbinden om compensatie al te realiseren voor een bomenkap uit. Zo verkleinen we de periode van verminderd groenaandeel. Er worden afspraken gemaakt hoe niet aangeslagen herplant dient te worden vervangen en binnen welke termijn.

 

Bij het omwaaien van een boom door storm is geen sprake van een vergunningplicht of illegale situatie. Daar waar het om gemeentelijke bomen gaat, voert de gemeente zelf standaard herplant uit binnen 3 jaar.

 

 

Artikel 8 geeft aan hoe hoog de financiële compensatie is.

Om de hoogte van het compensatiebedrag voor financiële compensatie te bepalen wordt de taxatiewaarde van de boom of houtopstand als uitgangspunt genomen. De kosten voor de herplant of het te storten bedrag in het reserve Bomencompensatiefonds moeten ten minste gelijk zijn aan de (getaxeerde) waarde van de te vellen bomen. Uitgangspunt is dus gelijkwaardige compensatie.

Compensatiefactor

Bij financiële compensatie wordt een bedrag gestort in de reserve Bomencompensatiefonds. Hierbij is de (getaxeerde) waarde van de te vellen bomen het uitgangspunt. De waarde van de te vellen boom of houtopstand kan met een factor worden vermenigvuldigd.

In de gebieden waar het aantal bomen, of het kroonvolume van de bomen, beperkt is, zijn de kosten van herplant (compensatie) vaak hoger. Dit komt door het intensievere ruimtegebruik bovengronds en ondergronds. Werkzaamheden in deze gebieden, en het claimen van (ondergrondse) ruimte voor een boom brengen extra kosten met zich mee. Om deze bomen te kunnen compenseren worden daarom compensatiefactoren ingesteld. Voor bomen in het centrum en de groenarme gebieden geldt daarom bij financiële compensatie respectievelijk een factor 5 en 2 en overige gebieden factor 1.

 

De uiteindelijke financiële compensatie bestaat in beginsel uit de waarde van de te vellen bomen vermenigvuldigd met de bijbehorende compensatiefactor. Het totaal van deze berekening is het compensatiebedrag dat in de reserve Bomencompensatiefonds gestort dient te worden. Ook in geval van gedeeltelijke financiële compensatie wordt in genoemde gebieden de compensatiefactor gehanteerd. Bij financiële compensatie is schaalvoordeel volgens de NVTB methode nooit van toepassing.

 

Naar boven