Gemeenteblad van Velsen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Velsen | Gemeenteblad 2026, 275879 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Velsen | Gemeenteblad 2026, 275879 | ander besluit van algemene strekking |
Gemeente Velsen Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht Jaarverslag 2025 en Uitvoeringsprogramma 2026
1.1. Waarom een jaarverslag en een uitvoeringsprogramma? 6
2.1. Welke taken voeren we uit? 7
2.2. Wie voeren de VTH-taken uit? 7
2.3. Welke ontwikkelingen en actualiteiten zijn er in het vakgebied? 10
3. Wat is er gedaan? (Jaarverslag 2025) 12
3.4. Dienstverlening en bedrijfsvoering 13
3.5. Vergunningverlening Omgevingswet 13
3.8. Ruimtelijke inrichting en gebruik 18
3.12. Algemene plaatselijke verordening (Apv)/Bijzondere wetten 20
4. Wat gaan we doen in 2026? 25
4.7. Algemene plaatselijke verordening (Apv)/bijzondere wetten 27
Dit document bevat het jaarverslag 2025, het uitvoeringsprogramma 2026 en een aantal activiteitenbladen waar de taken die de komende beleidsperiode worden uitgevoerd, zijn uitgewerkt. Dit document richt zich op de taken die de gemeente uitvoert ter bescherming van de fysieke leefomgeving (zoals bouwen, ruimtelijke inrichting en milieu) en op taken die de gemeente uitvoert in het kader van de Algemene plaatselijke verordening, de Wet Kinderopvang, de Alcoholwet en Bijzondere Wetten.
Om de fysieke leefomgeving te beschermen verlenen wij vergunningen, voeren wij controles uit en voeren wij handhavingsacties uit bij overtreding van de regels.
Bij het verlenen van vergunningen is de invloed van de op 1 januari 2024 van kracht geworden Omgevingswet nog voelbaar. De invoering hiervan heeft bij veel aanvragers geleid tot onduidelijkheid. Dit leidde tot meer begeleiding van aanvragers en het verstrekken van extra informatie. Het kostte daardoor meer tijd om een aanvraag inhoudelijk te behandelen en, ogenschijnlijk simpele, vraagstukken bleken regelmatig toch ingewikkelder dan ingeschat.
Ook toetsing van vergunningvrij, zeker met meerdere elementen in een aanvraag (zoals dakkapel voor, dakkapel achter, uitbouw, erker) kostte flink wat tijd.
Er is daarom in de periode 2022 – 2026 veel aandacht geweest voor het aanpassen van (werk)processen. Dit heeft dit geleid tot het aanschaffen van de VTH-applicatie CLO. Door CLO is er meer inzage gekregen in de snelheid van afhandeling van vergunningen en knelpunten in het proces. Daarnaast hebben we voor de klantvragen het Ondernemersloket en Inwonersloket ingericht om ondernemers en inwoners snel en accuraat te kunnen helpen.
Er was en is blijvende aandacht voor de kwaliteit van de vergunning. Jurisprudentie is gevolgd en de vertaalslag wat dat concreet in Velsen betekent is uitgevoerd. Bij het toetsen van de vergunning wordt gebruik gemaakt van een zogenaamde toetskaart. Deze wordt regelmatig aangepast zodat de meest actuele informatie die nodig is om een aanvraag te beoordelen, aanwezig is. Hiermee wordt scherpte op het toetsproces gehouden.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning wordt er automatisch een toezichtstaak gekoppeld aan een toezichthouder.
Circa 60% van de tijd van de gehouden controles werd besteed aan controle omgevingsvergunning. De overige tijd werd besteed aan handhavingsverzoeken, klachten en meldingen. Hierbij gingen de toezichthouders zoveel mogelijk met betrokken partijen in gesprek om tot een goede oplossing te komen. In 2025 is een terugloop (t.o.v. 2022 en 2023) in de controles op omgevingsvergunningen bouw te zien. Dit komt onder andere door het implementeren van een nieuw zaaksysteem, toegenomen controles van (mogelijke) illegale bewoning, toezicht houden op huisvesting van statushouders/Oekraïners en het begeleiden van de grotere, complexere projecten.
Om het toezicht door de toezichthouders zoveel als mogelijk gelijk te stellen, is gewerkt aan het uniformeren van de werkwijze. Dit gebeurt op basis van evaluaties. Het is een continu proces dat gericht is op verbetering en afstemming van de uitvoering.
De controle op het brandveilig gebruik van hoog risico bouwwerken (zoals zorginstellingen, kinderdagverblijven en hotels) bestond uit toezicht op locatie en het voeren van een gesprek met de beheerder van het bouwwerk. Daarnaast is toezicht op brandveiligheid uitgevoerd bij bouwwerken met een meldingsplicht. Deze controle bestond uit een fysieke controle en uit digitale vragenlijsten.
Wanneer er sprake is van een overtreding, wordt opgetreden via een waarschuwing, een last onder dwangsom of bestuursdwang. In 2025 zijn er 22 handhavingsverzoeken ingediend en afgehandeld, waarvan er 10 zijn afgewezen en 12 zijn toegewezen. Daarnaast wordt handhaving ambtshalve opgepakt aan de hand van een prioritering.
In 2025 zijn de formats voor handhavingsbrieven geformaliseerd en is gewerkt aan de kwaliteit van rapportages voor toezicht. Er is een informele werkwijze geïntroduceerd waarbij het doel is om overtredingen zoveel mogelijk ongedaan te maken en/of te voorkomen zonder dat daarbij formeel wordt opgetreden door middel van een besluit.
Naast het formaliseren van onze werkprocessen is projectmatig aandacht besteed aan de volgende onderwerpen:
- (illegale) tuinen Duinvlietstraat in Velsen-Noord
- woonboten aan de Noordersluisweg in IJmuiden
- opvang van Oekraïense vluchtelingen
In 2025 zijn alle ingediende vergunningaanvragen, meldingen en ontheffingen op grond van de Apv Velsen, de Alcoholwet, de Wet op de kansspelen en andere bijzondere wetgeving binnen de wettelijke termijn afgehandeld.
De aantallen voor exploitatievergunningen, alcoholwetvergunningen, mutaties leidinggevenden alcoholwet zijn hoger dan in 2024 en hebben mede te maken van de gedane controles en de strijdigheden die zijn geconstateerd.
We wilden het volledig digitaal aanvragen van vergunningen/wijzigingen mogelijk maken. Voor een beperkt deel van de aanvragen is dit nog niet gelukt door technische problemen met koppelingen tussen systemen. Ook werkdruk en bezettingsproblemen bij de betrokken teams spelen een rol. De digitalisering van de aanvraagformulieren wordt voortgezet waarbij de formulieren direct worden aangepast aan de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv).
In 2024 is begonnen met een inhaalslag op het gebied van toezicht en handhaving in de horeca. Doel is om de exploitatievergunning, Alcoholwetvergunning en eventuele aanwezigheidsvergunning te controleren op actualiteit. Uit de controles blijkt dat er diverse ondernemingen geen geldige vergunning meer hebben. In de komende beleidsperiode wordt deze actie voortgezet.
Er is in 2025 ook gewerkt aan een nachtregisterbeleid en een horecasanctiebeleid. De verwachting is dat beide documenten in 2026 worden vastgesteld.
Het toezicht op foutief parkeren is mede bedoeld voor het bevorderen van een goede doorstroming. De bestuurlijke afhandeling van het wegslepen van voertuigen verloopt volgens de wegsleepregeling. Het uitvoeren van de wegsleepregeling heeft ook de komende beleidsperiode prioriteit binnen handhaving.
Elk jaar krijgt de gemeente opdracht van Inspectie van het Onderwijs om gegevens aan te leveren over het toezicht en de handhaving op het gebied van kinderopvang. Hiermee leggen wij over het voorgaande jaar verantwoording af over de uitvoering van de taken die de Wko met zich meebrengt.
In 2025 zijn alle kindercentra gecontroleerd. Hierbij zijn de houders van kinderopvangcentra geïnformeerd over nieuwe regelgeving. Voor toezicht bij kindercentra die een rood risicoprofiel hebben, dus waar grote zorgen bestaan, is een plan van aanpak geschreven. Hiermee wordt beoogd dat deze centra binnen twee jaar naar minimaal een oranje profiel worden begeleid of, bij uitblijven kwaliteitsverbetering, om richting een advies van een exploitatieverbod over te gaan.
Het evenementenseizoen is in 2025 het drukste ooit geweest qua hoeveelheid evenementen. Het gaat hierbij om evenementen van klein (straatfeesten) tot zeer groot (festivals tot 100.000 bezoekers). Absolute uitschieter was natuurlijk Sail In en Out 2025. Een evenement dat met grote inzet vanuit de gemeente zonder wanklank is verlopen. Tegelijkertijd is ingezet op professionalisering van het evenementenproces. Vergunningprocedures zijn aangescherpt, risicogericht werken is versterkt en er is meer aandacht gekomen voor toezicht en handhaving.
Voor de komende vier jaar wordt een blijvend hoge druk op de openbare ruimte verwacht door een groot en divers evenementenaanbod. Daarnaast wordt een toename van complexe evenementen verwacht. Thema’s als duurzaamheid, inclusiviteit, gezondheid, veiligheid en leefbaarheid spelen een steeds grotere rol bij evenementenbeleid en uitvoering.
Het bovenstaande leidt ertoe dat in 2026 wordt gestart met een herziening van het geldende evenementenbeleid. In dit beleidsplan wordt tevens aandacht besteed aan het schouwen van evenementen.
Om de taken op een adequate manier uit te voeren, is het noodzakelijk om een volwaardige formatie te hebben. De afgelopen jaren was dit niet mogelijk door de krapte op de arbeidsmarkt.
Om een impuls te geven aan het vervullen van openstaande vacatures is het project Team Velsen gestart. Desondanks staan openstaande vacatures binnen het team VTH nog steeds langer open dan wenselijk met ongewenste gevolgen voor de werkdruk en de dienstverlening.
Deze situatie dwong en dwingt ons om reële ambities te stellen, scherpe keuzes in de uitvoering te maken, prioriteiten te stellen en flexibel te zijn.
1.1. Waarom een jaarverslag en een uitvoeringsprogramma?
Wij dienen op grond van artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit jaarlijks te beschrijven welke activiteiten op het gebied van VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) het komende jaar worden uitgevoerd. Artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit vraagt van ons om elk jaar verslag te doen over het afgelopen jaar. In dit document zijn zowel het uitvoeringsprogramma 2026 als het jaarverslag 2025 opgenomen. Wij doen dit in één document omdat zodoende duidelijker de doorwerking van de bevindingen uit het jaarverslag te zien zijn in het uitvoeringsprogramma. Daarnaast is het efficiënter om één document op te stellen in plaats van twee.
Het uitvoeringsprogramma 2026 is een uitwerking van de uitvoerings- en handhavingsstrategie 2026-2031 (hierna: U&H-strategie). Het beschrijft welke uitvoerings- en handhavingstaken wij uitvoeren en hoe. Duidelijkheid en transparantie draagt bij aan meer begrip bij diegenen die hiermee te maken krijgen. In het uitvoeringsprogramma worden activiteiten uit voorgaande jaren opgenomen die doorlopen en wordt rekening gehouden met ontwikkelingen die zich landelijk, regionaal of lokaal afspelen.
Op basis van het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma worden keuzes gemaakt over de inzet.
Het werkveld is echter dynamisch. Als zich zaken voordoen die acuut aandacht vragen, dan moet hierop worden gereageerd. Hierdoor kan het zijn, dat de uitvoering in de praktijk afwijkt van het uitvoeringsprogramma. In het jaarverslag, waarin is beschreven of de in het uitvoeringsprogramma benoemde activiteiten zijn uitgevoerd, wordt dit verklaard en verantwoording afgelegd.
In dit document wordt tot slot ingegaan op de samenwerking met de ketenpartners. De Omgevingsdienst IJmond (hierna: ODIJmond) stelt haar eigen jaarverslag en uitvoeringsprogramma op, welke door ons afzonderlijk worden vastgesteld.
Na de samenvatting en dit inleidende hoofdstuk 1, wordt in hoofdstuk 2 beschreven welke taken worden uitgevoerd en door wie. Ook wordt ingegaan op de ontwikkelingen binnen het VTH-vakgebied.
Hoofdstuk 3 is het jaarverslag 2025. Het beschrijft wat we gedaan hebben in 2025 en wat we daaruit hebben geleerd.
In hoofdstuk 4 staat in algemene bewoordingen wat we gaan doen in 2026.
Hoofdstuk 5 bestaat uit ‘Activiteitbladen’ waarin per activiteit een antwoord wordt gegeven op vragen als: ‘Wat doen we?’ en ‘Waarom doen we het?
2.1. Welke taken voeren we uit?
Wij voeren taken uit zoals omschreven in de Omgevingswet (hierna Ow) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb), de Wet Kinderopvang, de Algemene plaatselijke verordening (hierna: Apv), de Alcoholwet en Bijzondere Wetten. Het betreft het verlenen van vergunningen voor activiteiten die zich afspelen in de fysieke leefomgeving en het houden van toezicht op de gestelde regels. Ook het handhaven van de gestelde regels valt hieronder. Welke taken wij precies uitvoeren, en hoe wij hieraan invulling geven, is beschreven in hoofdstuk 5.
De financiële borging voor de inzet van de beschikbare capaciteit en de nodige middelen ligt vast in de gemeentebegroting 2026, welke is gekoppeld aan de meerjarenbegroting. De geraamde uren en middelen van ODIJmond en de Veiligheidsregio Kennemerland zijn vastgelegd in jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en dienstverlenings-overeenkomsten en zijn eveneens geborgd in de meerjarenbegroting
Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond)
ODIJmond werkt in dienst van 14 gemeenten en de provincie Noord-Holland. ODIJmond voert in mandaat vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieubelastende activiteiten uit. Zij handelt meldingen af, verleent of adviseert op vergunningen en houdt toezicht op actuele wet- en regelgeving op het gebied van milieu. Indien nodig treedt zij op dit gebied handhavend op. Daarnaast voert zij taken uit op het gebied van bodem, luchtkwaliteit, geluid, geur, omgevingsveiligheid, stikstof, illegale lozingen en asbest. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de VTH-strategie 2023-2026 van ODIJmond.
Daarnaast draagt ODIJmond zorg voor de milieuadvisering op het gebied van de Apv en ruimtelijke projecten, geeft het invulling aan het wettelijk adviseurschap met betrekking tot Tata Steel en voert het voor ons de gemeentelijke taken uit de Havenverordening uit. Ook coördineert ODIJmond voor de IJmondgemeenten het programma Gezondheid en Luchtkwaliteit. ODIJmond heeft eigen boa’s voor het milieuspoor en hebben een eigen aanspreekpunt.
De werkzaamheden zijn vastgelegd in de GR van ODIJmond. De samenwerkingsafspraken over de havenverordening liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst. ODIJmond stelt jaarlijks een kadernota op waarin de beleidsprioriteiten voor het komend jaar worden vastgelegd. Dit kader is de basis voor de begroting van ODIJmond. De begroting wordt vervolgens vertaald naar een jaarlijks uitvoeringsprogramma. De jaarlijkse evaluatie wordt gedaan in het jaarverslag.
Veiligheidsregio Kennemerland (VRK)
De VRK bestaat uit de Regionale Brandweer (RBW) en de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD). Bij de uitvoering van de Omgevingswet adviseert de VRK integraal over de thema’s (fysiek) veilige en gezonde leefomgeving. Dit advies wordt gegeven bij aanvragen voor een (omgevings)vergunning, bij omgevingstafels, bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, bij het omgevingsplan en bij de omgevingsvisie. De RBW adviseert ons in het kader van de vergunningverlening op het gebied van brandveilig gebruik, brandveiligheid, externe veiligheid, milieu (opslag gevaarlijke stoffen e.d.), standplaatsvergunningen, filmvergunningen en evenementen. Ook voert de RBW op dit gebied het toezicht uit. De RBW geeft tevens voorlichting aan inwoners, ondernemers en instellingen over het voorkomen van brand (thuis en op het werk).
De GGD voert aan de hand van een inspectieschema, namens ons, het toezicht op de kinderopvang uit. Uit dit toezicht volgt een rapportage met een advies. De GGD voert daarnaast, namens ons, toezicht uit op het gebied van vervuilde en verwaarloosde woningen.
De samenwerkingsafspraken tussen de VRK en de gemeente worden uitgewerkt in het jaarplan, dat in overleg met ons wordt opgesteld. De VRK rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente Velsen een jaarplan op.
De provincie Noord-Holland heeft de (wettelijke) taak om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren.
De Provincie Noord-Holland gaat na of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen op onder meer het gebied van het omgevingsrecht. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten.
In de provinciale Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Holland 2023 is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats.
In het kader van het interbestuurlijk toezicht heeft de provincie op 3 maart 2025 (brief met kenmerk 2180925/2378993) haar bevindingen aan de gemeente gestuurd. De inhoudelijke toetsing omvatte de toetsing aan de procescriteria die onder het nieuwe stelsel van het Omgevingsrecht gelden. Op basis van de toetsing daarop, kreeg de gemeente het oordeel ‘onvoldoende’. De provincie heeft een aantal aandachts- en verbeterpunten meegegeven die de gemeente dient op te pakken om te voldoen aan de eisen die de wetgever aan gemeenten stelt. In de U&H-strategie is beschreven hoe wij deze aandacht- en verbeterpunten hebben opgepakt. Op 10 februari 2026 heeft de provincie haar eerste bevindingen over 2025 per mail naar de gemeente gestuurd. Hieruit bleek dat de provincie het oordeel ‘onvoldoende’ naar boven heeft bijgesteld naar ‘Veel verbetering noodzakelijk’.
Wij stemmen af met het functioneel parket als strafrechtelijk optreden is vereist. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen, waarbij sprake is van economische delicten. De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het OM Noord-Holland.
Wij hebben in 2025 geen zaken gehad die met het OM moesten worden afgestemd. Wel bestaan er afspraken tussen de gemeente en het OM over het delen van informatie ten behoeve van bestuursrechtelijke handhaving.
Op het gebied van strafrechtelijke milieuzaken zijn de milieu-agenten het eerste aanspreekpunt voor ons. Daarnaast is de Politie een belangrijke partner bij evenementenvergunningen, exploitatievergunningen, alcoholvergunningen en filmvergunningen en standplaatsvergunningen.
Wij werken, naast de hierboven genoemde partners, met andere partners samen zoals Rijkswaterstaat, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en omringende gemeenten.
Voor het Natura 2000-gebied Kennemerland Zuid geldt dat de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland het bevoegd gezag zijn voor de handhaving van de natuurbescherming.
Wij hebben zaakgericht (op basis van cases) overleg met deze handhavingspartners. Dit overleg is meer keren per maand afhankelijk van de te behandelen cases. In dit overleg worden integrale toezicht- en handhavingszaken op elkaar afgestemd.
2.3. Welke ontwikkelingen en actualiteiten zijn er in het vakgebied?
De uitvoering- en handhavingstaken worden mede beïnvloed door landelijke, regionale of lokale ontwikkelingen. In deze paragraaf worden deze ontwikkelingen benoemd.
Op 18 maart 2026 zijn er gemeenteraadsverkiezingen geweest. De nieuwe raad zal in haar raads- of collegeprogramma aangeven wat haar speerpunten zijn. De doorwerking van deze speerpunten op het gebied van VTH wordt in het uitvoeringsprogramma 2027 beschreven.
Krapte op arbeidsmarkt en toenemende taken en plichten
Om een adequate dienstverlening te bieden, is het noodzakelijk om een volwaardige formatie te hebben. De afgelopen jaren was dit niet mogelijk door de krapte op de arbeidsmarkt.
Om een impuls te geven aan het vervullen van openstaande vacatures is het project Team Velsen gestart. Desondanks staan openstaande vacatures binnen het team VTH nog steeds langer open dan wenselijk met ongewenste gevolgen voor de werkdruk en de dienstverlening.
Deze situatie dwingt ons om reële ambities te stellen, scherpe keuzes in de uitvoering te maken, prioriteiten te stellen en flexibel te zijn.
Wij werken de komende jaren aan een herziening van de volgende beleidsplannen: Evenementenbeleid, Nachtregisterbeleid, Horecabeleid, Horecasanctiebeleid, Integraal veiligheidsbeleid, Coffeeshopbeleid, Beleidsregels gebruik waterpijpen, Prostitutie- en seksbedrijvenbeleid en de aansluiting bij het DOR/DOL (opkoopregister). Deze plannen zijn van invloed op de werkzaamheden van het team VTH.
Er is de laatste jaren veel wetgeving van kracht geworden waarvan de doorwerking van invloed is op de beschikbare inzet van de medewerkers. De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zijn hiervan bekende voorbeelden. Maar ook de Wet open overheid, Wet digitale overheid (o.a. digitalisering van aanvraagformulieren) en de geplande aanpassing van de Wet kinderopvang zijn van invloed.
Daarnaast wordt vanaf de jaarwisseling 2026/2027 een landelijk verbod op categorie 2 vuurwerk van kracht. Ook dit gaat toezicht en handhaving vergen.
In het omgevingsplan worden alle gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving gebundeld. Het is voor het team VTH van belang om te weten welke en op welke wijze regels worden opgesteld. Op het gebied van horeca moeten bijvoorbeeld de geluidsnormen worden bepaald en opgenomen in het omgevingsplan. Inzet vanuit VTH bij het opstellen van het omgevingsplan is daarom structureel van aard.
De milieutaken worden namens de gemeente door ODIJmond uitgevoerd. ODIJmond gebruikt hierbij het Beleidskader VTH-milieu 2023-2026 en de VTH-strategie 2023-2026 als basis.
Beide documenten worden herzien. Gelet hierop wordt de doorlooptijd van het huidige beleidskader en de huidige strategie verlengd tot en met 2027. De bestaande prioriteiten worden in stand gehouden.
Er wordt een toename van complexe evenementen verwacht. Dit vraagt om een blijvende investering binnen VTH en het cluster evenementen op het vlak van capaciteit, kennisontwikkeling, risicogestuurd werken, het scheppen van duidelijke kaders, digitalisering en datagedreven werken. Hiermee worden processen efficiënter ingericht en vindt toezicht en handhaving effectiever plaats.
3. Wat is er gedaan? (Jaarverslag 2025)
Op basis van het raadsprogramma gemeente Velsen 2022 – 2026 en het VTH-beleid 2022 – 2026, wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma en een verslag opgesteld. In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van het uitvoeringsprogramma 2025. Hierbij wordt eerst stilgestaan bij de generieke onderwerpen (paragraaf 3.2.) en de speerpunten (paragraaf 3.3.). Vanaf paragraaf 3.4. wordt per onderwerp een algemeen beeld geschetst van het afgelopen jaar en daar waar mogelijk wordt in aantallen aangegeven wat er per onderwerp is gebeurd. In hoofdstuk 5 wordt in de activiteitenbladen per uit te voeren taak beschreven wat er in 2025 is gerealiseerd.
In het uitvoeringsprogramma 2025 zijn de volgende generieke resultaten benoemd die in 2025 gerealiseerd hadden moeten worden:
Voor 2025 stond het ontwikkelen van een bestuurlijke visie op de VTH-taken in een nieuw VTH-beleidsplan op de agenda. De vaststelling van dit beleidsplan staat gepland voor de eerste helft van 2026. Deze doelstelling is gehaald.
In het uitvoeringsprogramma 2025 is aangegeven dat, totdat de bestuurlijke visie en het nieuwe beleid zijn vastgesteld, wij ons in hoofdlijnen focussen op de volgende zaken:
3.4. Dienstverlening en bedrijfsvoering
Vergunningverlening, toezicht en handhaving draait om het beheersen van risico's voor de samenleving door het stellen van regels, het stimuleren van het naleven van de regels en het optreden tegen overtredingen. Om dit te realiseren, is het belangrijk dat de gemeentelijke organisatie de kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaken kan garanderen.
In paragraaf 2.3. is ingegaan op de krapte op de arbeidsmarkt en de gevolgen daarvan voor de kwaliteit van de dienstverlening en de werkdruk. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen.
3.5. Vergunningverlening Omgevingswet
De invoering van de Omgevingswet (Ow) heeft bij veel aanvragers geleid tot onduidelijkheid over het aanvragen van een omgevingsvergunning. Dit leidde tot meer begeleiding van aanvragers en het verstrekken van extra informatie. Met name activiteiten die ontbreken bij een aanvraag zorgen voor extra werk. Ook toetsing van vergunningvrij, zeker met meerdere elementen in een aanvraag (zoals dakkapel voor, dakkapel achter, uitbouw, erker) kost flink wat tijd.
Bovendien is de Ow veelomvattender dan de Wabo. Het kostte daardoor meer tijd om een aanvraag inhoudelijk te behandelen, en ogenschijnlijk simpele vraagstukken bleken regelmatig toch ingewikkelder dan vooraf ingeschat.
Er is daarom in de periode 2022 – 2026 veel aandacht geweest voor het aanpassen van (werk)processen. Dit heeft dit geleid tot het aanschaffen van de VTH-applicatie CLO. Door CLO is er meer inzage gekregen in de snelheid van afhandeling van vergunningen en knelpunten in het proces.
Voor de goede orde merken wij op, dat het hier om een aanbod gestuurde taak gaat en dat het aantal afhangt van de feitelijk ingediende aanvragen om omgevingsvergunning en meldingen.
Er is ten opzichte van 2024 geen grote fluctuatie van reguliere aanvragen. Wel is er sprake van meer monumentenaanvragen.
Bij principeaanvragen is er sprake van een lichte stijging. Een mogelijke reden hiervoor is dat het Omgevingsloket uitnodigt om een concept in te dienen. De praktijk is dat veel concepten ‘overbodig’ zijn omdat men eigenlijk informatie zoekt of een aanvraag direct formeel had kunnen aanvragen.
Er kunnen meer activiteiten binnen één aanvraag omgevingsvergunning worden aangevraagd. Het is daarom lastig om met deze cijfers de juiste hoeveelheid te tonen. Voor het totaalbeeld op hoofdlijnen zijn de cijfers echter representatief.
De meeste vergunningaanvragen hebben betrekking op de verbouw van een bestaand object of het (bij)bouwen van een bouwwerk, kleiner dan een woning.
Het aantal aanvragen is niet hetzelfde als het aantal verleende vergunningen. De verlening van een vergunning hoeft namelijk niet in hetzelfde jaar plaats te vinden als het jaar waarin de aanvraag is gedaan. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verleende vergunningen in 2025 en voorgaande jaren.
Het doel van toezicht is het bevorderen van een veilige, gezonde, duurzame en kwalitatief goede leefomgeving. Door controles wordt voorkomen dat wordt gehandeld zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de verschillende soorten activiteiten (bouwen, monumenten, milieu, sloop etc.) en/of dat wordt gehandeld in strijd met de gebruiksregels van een omgevingsplan of met de voorwaarden die zijn gesteld op grond van een omgevingsvergunning.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning wordt er automatisch een toezichtstaak gekoppeld aan een toezichthouder. Op basis van de prioriteit worden vergunningen met een lage prioriteit alleen visueel gecontroleerd. Op de (zeer) hoog geprioriteerde zaken, waaronder brandveiligheid, constructieve veiligheid, beschadiging cultuurhistorische waarden en strijdig gebruik, vindt een intensievere/integrale controle plaats. De toezichtstaak van de vergunning wordt afgerond op het moment dat bij de controle is geconstateerd dat overeenkomstig de verleende omgevingsvergunning is gebouwd en indien van toepassing gereed is gemeld bij de BAG.
Ongeveer 60% van de tijd wordt besteed aan controle omgevingsvergunning. Voor het overige worden de uren besteed aan handhavingsverzoeken, klachten en meldingen. Hierbij gaan de toezichthouders zoveel mogelijk met betrokken partijen in gesprek om tot een goede oplossing te komen. In 2025 is een terugloop (t.o.v. 2022 en 2023) in de controles op omgevingsvergunningen bouw te zien. Dit komt onder andere door het implementeren van een nieuw zaaksysteem, toegenomen controles van (mogelijke) illegale bewoning, toezicht houden op huisvesting van statushouders/Oekraïners en het begeleiden van de grotere, complexere projecten.
Er is de afgelopen geïnvesteerd in medewerkers met betrekking tot kennis van de Wkb. Wel blijkt dat er nog onvoldoende ervaring is om Wkb-dossiers van begin tot eind goed te behandelen. De meeste startmeldingen zijn niet correct ingediend of geregistreerd, waardoor ze niet tijdig zijn opgemerkt.
Om het toezicht door de toezichthouders zoveel als mogelijk gelijk te stellen, is gewerkt aan het uniformeren van de werkwijze. Dit gebeurt op basis van evaluaties. Het is een continu proces dat gericht is op verbetering en afstemming van de uitvoering.
In onderstaand overzicht is inzichtelijk gemaakt hoeveel omgevingsvergunningen er in 2025 zijn afgerond. Let op, de afgeronde omgevingsvergunningen betreffen niet alleen maar de verleende omgevingsvergunningen uit 2025. Een groot deel van de afgeronde omgevingsvergunningen zijn verleend van voor 2025 (vanaf 2015 tot 2025).
Het valt op dat er minder omgevingsvergunningen zijn afgeboekt. Dit komt o.a. door een veranderde bezetting van beschikbare uren toezichthouders, het implementeren van een nieuw zaaksysteem, toegenomen controles van (mogelijke) illegale bewoning, toezicht houden op huisvesting van statushouders/ Oekraïners en het begeleiden van de grotere projecten.
In 2025 zijn geen openstaande niet uitgevoerde omgevingsvergunningen (welke verleend zijn tussen 2015 en 2025) ingetrokken.
Bij de volgende grootschalige projecten vindt er een intensiever toezicht plaats.
Handhaving is een middel om naleving van wet- en regelgeving te bevorderen en te controleren. Wanneer er sprake is van een overtreding, wordt opgetreden via een waarschuwing, een last onder dwangsom of bestuursdwang. Een belangrijke taak is het behandelen van formele handhavingsverzoeken. In 2025 zijn er 22 handhavingsverzoeken ingediend en afgehandeld, waarvan er 10 zijn afgewezen en 12 zijn toegewezen. Daarnaast wordt handhaving ambtshalve opgepakt aan de hand van een prioritering.
Omdat de beschikbare capaciteit van medewerkers beperkt is in vergelijking tot het aantal overtredingen en om willekeur tegen te gaan, is in 2025 gestart met een nieuwe uitvoerings- en handhavingsstrategie. Hierin is een aangepaste prioritering opgenomen voor het oppakken van overtredingen. In 2025 zijn de formats voor handhavingsbrieven geformaliseerd en is gewerkt aan de kwaliteit van rapportages voor toezicht. Er is een informele werkwijze geïntroduceerd waarbij het doel is om overtredingen zoveel mogelijk ongedaan te maken en/of te voorkomen zonder dat daarbij formeel wordt opgetreden door middel van een besluit.
Naast het formaliseren van onze werkprocessen is projectmatig aandacht besteed aan de volgende onderwerpen:
- (illegale) tuinen Duinvlietstraat in Velsen-Noord
- woonboten aan de Noordersluisweg in IJmuiden
- opvang van Oekraïense vluchtelingen
Aantallen en aard bezwaar en beroep
Tegen een besluit (verleend, geweigerd, buiten behandeling en vergunningsvrij) is bezwaar en beroep mogelijk. In onderstaande tabellen wordt hiervan een overzicht gegeven.
3.8. Ruimtelijke inrichting en gebruik
Short stay/Onzelfstandige bewoning
Er is onderzocht of er beleid ontwikkeld moest worden voor Short stay verhuur. Er is vooralsnog besloten hier geen beleid voor te ontwikkelen. In 2026 wordt hier verder een vervolg aan gegeven en wordt dit verder onderzocht.
Voorkomen van strijdig gebruik
Dit is een reguliere taak waar constant aandacht aan besteed wordt. Er is een poging gedaan om de controles te registreren die zich richtten op strijdig gebruik. Door de overgang naar een nieuw registratiesysteem is dat nog niet gelukt. In de nieuwe beleidsperiode wordt dit alsnog voortgezet.
Minimaliseren aantal woningen waar illegale kamerverhuur/logies plaatsvindt
Bij het beoordelen van deze situaties speelt de huidige woningnood een complicerende factor. Er is voor veel bewoners geen vervangende woonruimte te vinden. Bovendien gaan op landelijk niveau de regels omtrent kamerverhuur en woningsplitsing naar verwachting veranderen. Dit zijn factoren waar rekening mee gehouden wordt in de beoordeling van situaties. Er wordt in 2026 bestuurlijk bezien hoe met deze situaties moet worden omgegaan en of aan deze situaties nog prioriteit moet worden gegeven. Overigens handhaven wij nog steeds op excessen die samenhangen met veiligheidsproblematiek.
Tegengaan wonen op industrie- en bedrijventerreinen, volkstuinen, strandhuisjes en recreatiewoningen
Ten aanzien van bewoning van bedrijfspanden geldt hetzelfde als voor kamerverhuur/logies. In verband met bewoning op recreatieterreinen heeft het Rijk gevraagd om hier voorlopig niet op te handhaven. Mogelijk volgen maatwerkregels waardoor dit in bepaalde gevallen mogelijk wordt gemaakt. In 2026 wachten we op het vervolg hiervan vanuit het Rijk.
Alle milieugerelateerde activiteiten zijn gemandateerd aan ODIJmond. Het afgelopen jaar heeft ODIJmond zich op het volgende gericht:
• Uitvoeren van het programma Gezondheid en Luchtkwaliteit IJmond 2021-2025. Er zijn aanvullende maatregelen nodig om te kunnen voldoen aan de aankomende Europese grenswaarden van 2030. De colleges van de IJmondgemeenten werken daarom aan een nieuw Programma Gezonde Leefomgeving voor de periode 2026-2030.
• De Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Het gebruik van ZZS en de aanwezigheid ervan bij bedrijven is geïnventariseerd. Daaruit zijn maatwerkvoorschriften voor deze bedrijven voortgevloeid, om uitstoot te voorkomen. Deze activiteit wordt in de komende beleidsperiode voortgezet.
• Milieuvergunningen. ODIJmond heeft namens ons milieu omgevingsvergunningen verleend. Aanvullend beoordeelt ODIJmond of meldingen en informatieplichten voor milieu voldoen aan de indieningsvereisten. Het kader daarvoor is het in 2023 vastgestelde regionale Beleidskader VTH Milieu 2023-2026. ODIJmond adviseert ook de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied over een aantal vergunningaanvragen van bedrijven die onder hun bevoegd gezag vallen.
• Milieuadvies. Bij het beoordelen van ruimtelijke initiatieven heeft ODIJmond rekening gehouden met de mogelijke milieugevolgen van de ontwikkeling op de leefomgeving.
• Stikstof. ODIJmond draagt bij aan het versnellen van de vergunningverlening en adviseert initiatiefnemers over oplossingen voor stikstofproblemen.
• ODIJmond heeft zich ingespannen om de geluidsoverlast van wegverkeer bij woningen te beperken door het Actieplan geluid 2024-2028 uit te voeren. ODIJmond gaat ook verder met de voorbereiding van de sanering van woningen door gevelisolatie in het kader van de Omgevingswet.
• Vliegverkeer. ODIJmond heeft zich ingezet en blijft zich inzetten op het tegengaan van geluidsoverlast van vliegverkeer van en naar Schiphol. Via de Bestuurlijke Regiegroep Schiphol is hiervoor de Bestuurlijke Agenda Vliegverkeer Schiphol 2025-2030 vastgesteld. Vanaf 2025 is daar vervolg aan gegeven.
Het toezicht door de VRK heeft zich, vanuit een beleidskeuze van de gemeente, gericht op het brandveilig gebruik van hoog risico bouwwerken (zoals zorginstellingen, kinderdagverblijven en hotels) met een focus op ontruiming. Deze controles bestonden naast toezicht op locatie uit het voeren van een gesprek met de beheerder van het bouwwerk om informatie te verzamelen ten behoeve van de uit te voeren beoordeling op ontruiming.
Daarnaast heeft de VRK ook regulier toezicht op brandveiligheid uitgevoerd. Dit reguliere toezicht vindt plaats bij bouwwerken met een meldingsplicht (en voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning brandveilig gebruik) en bestaat uit zowel een fysieke controle als digitale vragenlijsten. Vervolgens is op de gebruikelijke manier vervolg gegeven aan de geconstateerde overtredingen.
Op verzoek van de bouwtoezichthouder zijn de VRK-specialisten aangesloten geweest bij verschillende controlemomenten tijdens en na de uitvoering van een gebouw.
Komende jaren zal door VRK bij deze bouwwerken de reguliere controlecyclus worden vervolgd waar er bij veranderingen in uitgangpunten van een eerdere beoordeling opnieuw een beoordeling op de ontruiming plaatsvindt.
Eind 2023 is met de gemeenten Beverwijk en Heemskerk gezamenlijk opdracht gegeven voor het opstellen van een nieuwe archeologische beleidskaart. Deze kaart bevat een onderbouwing van de aantoonbare verwachting van erfgoed en voldoet aan de eisen van de Omgevingswet (aantoonbaarheid). Het eindproduct wordt geleverd als een digitaal GIS-bestand dat integreert in het omgevingsplan, en wordt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 ter besluitvorming aangeboden.
Erfgoed wordt ook besproken tijdens omgevingstafels, waardoor het onderwerp eerder in het vergunningverleningsproces aan de orde komt.
Erfgoed – of het nu archeologisch, monumentaal of cultuurhistorisch betreft – wordt vanaf de start van ruimtelijke initiatieven meegenomen.
Eigenaren van erfgoed en initiatiefnemers worden actief geïnformeerd over de geldende regels, (on)mogelijkheden en subsidiemogelijkheden.
Toezichthouders vervullen een signalerende rol tijdens de uitvoering van werkzaamheden en vormen de schakel tussen initiatiefnemer, aannemer en gemeente wanneer aanvullende stukken of onderzoeken nodig zijn.
3.12. Algemene plaatselijke verordening (Apv)/Bijzondere wetten
In 2025 zijn alle ingediende vergunningaanvragen, meldingen en ontheffingen op grond van de Apv Velsen, de Alcoholwet, de Wet op de kansspelen en andere bijzondere wetgeving binnen de wettelijke termijn afgehandeld.
We wilden daarnaast de aanvraagformulieren zo aanpassen dat het volledig digitaal aanvragen van vergunningen/wijzigingen mogelijk werd. De exploitatievergunning is via een aanvraagformulier digitaal volledig aan te vragen. De processen voor filmvergunningen en -meldingen zijn ingericht in CLO, net zoals de aanvraagformulieren. Voor de andere processen is CLO nog niet ingericht en zijn de aanvraagformulieren ook nog niet gedigitaliseerd. Dit komt door technische problemen met koppelingen tussen systemen. Ook werkdruk bij het team VTH en andere afdelingen en bezettingsproblemen zijn hier de oorzaak van. De inrichting van deze processen wordt de komende beleidsperiode voortgezet alsmede het laten voldoen van de aanvraagformulieren aan de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv).
Ook is er een kwaliteitsslag gemaakt in de toepassing van de Wet Bibob en is de samenwerking en integrale aanpak tussen de verschillende afdelingen verbeterd.
In 2024 is begonnen met een inhaalslag op het gebied van toezicht en handhaving in de horeca. De bedoeling was dat alle commerciële horecagelegenheden vóór 2026 minstens één keer gecontroleerd zouden worden. Dat is niet gehaald. Doel is om de exploitatievergunning, Alcoholwetvergunning en eventuele aanwezigheidsvergunning te controleren op actualiteit. Uit de controles blijkt dat er diverse ondernemingen geen geldige vergunning meer hebben. In de komende beleidsperiode wordt deze actie voortgezet. Deze controles, samen naast de standaard eigenaarswisselingen in horecabedrijven, leiden tot meer vergunningaanvragen.
Er is in 2025 ook gewerkt aan een nachtregisterbeleid en een horecasanctiebeleid. De verwachting is dat beide documenten in 2026 worden vastgesteld. De uitvoering van het nachtregisterbeleid zal meer toezicht en handhaving van het team VTH met zich meebrengen. Vier boa’s hebben de Alcoholwetopleiding afgerond. Ze kunnen niet allemaal voor Alcoholwetcontroles worden ingezet, maar één boa besteedt hier wekelijks acht uur exclusief aan. De overige boa’s voeren deze controles in mindere mate uit en ondersteunen waar nodig.
Het toezicht op foutief parkeren is mede bedoeld voor het bevorderen van een goede doorstroming. De bestuurlijke afhandeling van het wegslepen van voertuigen verloopt volgens de wegsleepregeling. Hiervoor is een dossier nodig en is het bewaken van de wettelijke termijn van belang. Het proces is grotendeels herzien. Er moet nog aandacht besteed worden aan de kostenbeschikking en naar de wijze waarop de verkoop kan plaatsvinden. Het uitvoeren van de wegsleepregeling heeft ook de komende beleidsperiode prioriteit binnen handhaving.
Het aantal standplaatsaanvragen viel hoger uit vanwege de standplaatsen die tijdens Sail zijn vergund.
Wij merken daarnaast op dat veel werk is gaan zitten in de geconstateerde overtredingen bij de shishalounge met de daarbij behorende handhaving en bezwaar- en beroepszaken. Eind 2025 heeft deze ondernemer besloten de exploitatie te staken.
In 2025 is er verder ingezet op controles bij horeca en detailhandel op de Kennemerlaan om de ervaren overlast en geconstateerde overtredingen te verminderen. Dit heeft effect gehad, zo blijkt uit terugkoppeling naar onder meer de wijkverbinder.
Op 1 januari 2024 is een nieuwe Verordening speelautomaten en speelautomatenhallen Velsen in werking getreden. Hierdoor is in 2025 begonnen met het omzetten van vergunningen, voor de exploitatie van speelautomatenhallen die nog actief werden geëxploiteerd naar vergunningen voor bepaalde tijd. In de komende beleidsperiode wordt deze actie afgerond voor de resterende speelautomatenhallen.
Op grond van de Wet kinderopvang (hierna: Wko) zijn wij verantwoordelijk voor de naleving van de kwaliteit van de kinderopvang binnen Velsen. De Wko verplicht om jaarlijks alle kinderopvanglocaties (kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en gastouderbureaus) te inspecteren. Er wordt gekeken naar de inspectie-geschiedenis en onderwerpen waar zorg over is. Als uit inspectie blijkt dat een kinderopvangvoorziening niet aan de kwaliteitseisen voldoet, dan adviseert de GGD aan de gemeente om tot handhaving over te gaan.
Elk jaar krijgt de gemeente opdracht van Inspectie van het Onderwijs om gegevens aan te leveren over het toezicht en de handhaving op het gebied van kinderopvang. Hiermee leggen wij over het voorgaande jaar verantwoording af (aan zowel de gemeenteraad als aan de Inspectie van het Onderwijs) over de uitvoering van de taken die de Wko met zich meebrengt.
In 2025 zijn alle kindercentra gecontroleerd waarmee het doel van een adequaat niveau van toezicht en handhaving is behaald. Hierbij hebben houdergesprekken plaatsgevonden waarin de houders van kinderopvangcentra door de toezichthouder zijn geïnformeerd over nieuwe regelgeving. Voor toezicht bij kindercentra die een rood risicoprofiel hebben, dus waar grote zorgen bestaan, is een plan van aanpak geschreven. Hiermee wordt beoogd dat deze centra binnen twee jaar naar minimaal een oranje profiel worden begeleid of, bij uitblijven kwaliteitsverbetering, om richting een advies van een exploitatieverbod over te gaan.
In 2025 is het hernieuwde risicomodel voor kindercentra en gastouderbureaus geïmplementeerd. Met het model schatten toezichthouders de mate van zorg in met betrekking tot verantwoorde kinderopvang. Waar er voorheen over kleuren werd gesproken, wordt nu het risicoprofiel op basis van zorgen toegekend. Hierbij wordt niet alleen naar tekortkomingen gekeken maar ook naar de bedrijfsvoering van de houder en de inschatting of er sprake is van duurzame kwaliteit. Zo is voorheen een groene locatie, in de nieuwe situatie een locatie zonder zorgen. Het doel is dat met de invoering van dit model de adviesfunctie naar gemeenten duidelijker wordt.
In november van elk jaar ontvangt de gemeente van de GGD een voorstel voor de kostenberaming voor een kwalitatief verantwoorde wijze van de toezichthouderrol voor het volgende jaar.
Aantallen toezicht kinderopvang
In onderstaande tabel staat het aantal inspecties kinderopvang, die door de GGD in 2025 in Velsen zijn uitgevoerd.
Het evenementenseizoen 2025 was bijna het drukste ooit. Het gaat hierbij om evenementen van klein (straatfeesten) tot zeer groot (festivals tot 30.000 bezoekers). Absolute uitschieter was natuurlijk Sail In en Out 2025. Een evenement dat met grote inzet vanuit de gemeente en zonder wanklank is verlopen. Ook de traditionele, meerdaagse dorpsfeesten en de terugkerende festivals in Spaarnwoude hebben weer plaatsgevonden.
In 2025 is intensief samengewerkt tussen VTH, veiligheidsdiensten en organisatoren om evenementen veilig, beheersbaar en in overeenstemming met wet- en regelgeving te laten plaatsvinden. Een nieuwe werkwijze vanuit de VRK met prelijsten en een regionale planning voor toezicht werkte positief.
Tegelijkertijd is ingezet op professionalisering van het evenementenproces. Vergunningprocedures zijn aangescherpt, risicogericht werken is versterkt en er is meer aandacht gekomen voor toezicht en handhaving. Thema’s als veiligheid, leefbaarheid, omgevingsimpact en draagvlak in de omgeving hebben een prominentere plek gekregen in de beoordeling van aanvragen. Daarnaast is ervaring opgedaan met grotere en complexere evenementen, wat heeft geleid tot meer kennis en een betere samenwerking binnen de organisatie en met externe partners.
Voor de komende jaren wordt een blijvend hoge druk op de openbare ruimte verwacht door een groot en divers evenementenaanbod. Daarnaast wordt een toename van complexe evenementen verwacht. Thema’s als duurzaamheid, inclusiviteit, gezondheid, natuur veiligheid en leefbaarheid spelen een steeds grotere rol bij evenementenbeleid en uitvoering. Veel evenementen hebben naast een evenementenvergunning ook een omgevingsvergunning, natuurvergunning en eventueel tapontheffing nodig. De planvorming die hiervoor moet worden aangeleverd wordt steeds complexer.
Dit vraagt om een blijvende investering binnen VTH en het cluster evenementen op het vlak van capaciteit, kennisontwikkeling, risicogestuurd werken, het scheppen van duidelijke kaders, digitalisering en datagedreven werken. Het is van belang dat gezien de complexiteit en veelheid van de aanvragen, er een integrale aanpak is binnen VTH ten aanzien van evenementen.
Het bovenstaande leidt ertoe dat in 2026 wordt gestart met een herziening van het geldende evenementenbeleid. Ook wordt het evenementenlocatiebeleid geëvalueerd en geactualiseerd.
Aantallen aanvragen evenementen
In onderstaande tabel is het aantal aanvragen om evenementen in 2025 vermeld.
Wij zetten in op een schoon, groen, aantrekkelijk en veilig Velsen. Het Team Handhaving Openbare Ruimte (THOR) levert hieraan een belangrijke bijdrage. De boa’s zijn hiervoor veel op straat. Zij zijn de ogen en oren van de gemeente. Op thema’s als ondermijning, overlast, afval en dienstverlening observeren zij locaties, voeren ze integrale controles uit en geven ze signalen binnen de gemeentelijke organisatie door.
Wij willen in 2026 in het algemeen de volgende resultaten realiseren:
• De kwaliteit van de fysieke leefomgeving beschermen door risicogestuurd te werken.
• De eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid (participatie) van inwoners en ondernemers bij ruimtelijke initiatieven stimuleren en eenvoudige conflicten zo veel als mogelijk onderling oplossen;
• De organisatie is gewend aan de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen hetgeen tot uiting komt in aangepaste werkprocessen, het structureel gebruik van de intaketafel en het verder ontwikkelen van de omgevingstafel en het optimaal gebruik maken van Toepasbare Regels;
• De gemeente is een sterke samenwerkingspartner in de keten van vergunningverlening, toezicht en handhaving. In regionaal verband vindt uitwisseling van kennis en expertise plaats en wordt gezamenlijk gewerkt aan het optimaliseren van de beleidscyclus.
• We treffen voorbereidingen om de kadernota Veiligheid 2027-2030 en de uitvoerings- en handhavingsstrategie op elkaar af te stemmen, zodat de beschikbare capaciteit op integrale wijze wordt afgewogen en ingezet. Dit gebeurt op grond van bestuurlijke prioriteiten.
Wij hanteren voor de uitvoering van de VTH-taken de volgende uitgangspunten:
• We werken zoveel als mogelijk integraal samen.
• Het toetsen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van regels gebeurt risico gestuurd hetgeen betekent dat prioriteit wordt gegeven aan onderwerpen met de grootste impact op de veiligheid en de kwaliteit van de leefomgeving en dat de aanpak wordt afgestemd op het aanwezige risico en het gedrag van de overtreder. Belangrijke aandachtspunten zijn (constructieve) veiligheid, brandveiligheid, duurzaamheid en gezondheid.
• We passen regels consequent toe en leveren maatwerk waar nodig.
• We beoordelen en behandelen iedereen in eenzelfde situatie op een gelijke manier.
• Bij het beoordelen van situaties wordt het algemeen belang boven het individuele belang gesteld.
• We communiceren open, duidelijk en transparant over de wijze waarop wij het beleid uitvoeren.
• In de contacten met de inwoners en ondernemers staat de klantvriendelijkheid voorop.
• We beslissen niet meer alleen wat de beste oplossing is voor een vraagstuk, maar stellen onze kennis beschikbaar zodat we samen met anderen tot die beste oplossing komen.
Vergunningverlening is het integraal beoordelen en toetsen van vergunningsaanvragen aan geldende wet- en regelgeving om uiteindelijk te komen tot een kwalitatief goede vergunning binnen de wettelijke termijn. Onvoldoende borging van kwaliteit en toetsing van voorschriften kunnen leiden tot risico’s op het vlak van onder meer veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid. Meestal gaat dit ook gepaard met forse herstelkosten.
Aanbod gestuurd en risicogericht
Het in behandeling nemen van vergunningen geschiedt aanbod gestuurd. Het beoordelen van de vergunningsaanvragen en meldingen vindt vervolgens zoveel als mogelijk risicogericht plaats. Zo wordt bijvoorbeeld bij de beoordeling van omgevingsvergunningen voor het bouwen gekeken naar de aard van de aanvraag en welke aspecten daarbij het meest diepgaand moeten worden getoetst. Het gaat hierbij zowel om het object van de aanvraag (bijvoorbeeld wat voor soort bouwwerk of inrichting) als de specifieke te toetsen elementen binnen deze aanvraag (bijvoorbeeld veiligheid of gezondheid). Op grond van het Bibob beleid worden bepaalde aanvragen getoetst aan de Wet Bibob.
In het contact met de aanvrager is het uitgangspunt dat iedereen in eenzelfde situatie op eenzelfde manier wordt behandeld. Bij het beoordelen van aanvragen wordt in beginsel het algemeen belang boven het individuele belang gesteld. Er wordt open en transparant gecommuniceerd over de uitvoering van vergunningverlening naar inwoners en ondernemers.
Doelstelling van toezicht is het bevorderen van een veilige, gezonde, duurzame en kwalitatief goede leefomgeving. Wij realiseren dit door toezichthouders controles te laten uitvoeren. Hiermee wordt voorkomen dat wordt gehandeld zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de verschillende soorten activiteiten (bouwen, monumenten, milieu, sloop etc.) en/of in strijd met de gebruiksregels van een omgevingsplan of met de voorwaarden die zijn gesteld op grond van een omgevingsvergunning.
Toezicht vindt aanbod- èn risico gestuurd plaats en wordt, indien nodig en mogelijk, integraal (zoals bijvoorbeeld met de VRK op het punt van brandveiligheid) of projectmatig uitgevoerd. Toezicht kan worden onderverdeeld in vergunning-gebonden taken en niet-vergunning-gebonden taken.
Het hoofdbestanddeel van het toezicht wordt gevormd door reguliere controles op verleende vergunningen voor bijvoorbeeld bouwactiviteiten en aanpassingen aan monumenten. Nadat een vergunning is verleend, wordt contact gezocht met de vergunninghouder over de vergunningsvoorwaarden en wordt deze geattendeerd op aandachtspunten zoals constructie, brandveiligheid en inwerkingtreding van de vergunning.
Niet-vergunning-gebonden taken
Toezicht geschiedt ook naar aanleiding van klachten, meldingen, eigen constateringen (denk aan wijkgericht toezicht) en vooraf bepaalde activiteiten die een verhoogde aandacht nodig hebben (bijvoorbeeld programmatisch of themagericht toezicht). Er vinden dan zowel geplande als ongeplande controles plaats. Ook worden schriftelijk ingediende handhavingsverzoeken behandeld.
Gezien de hoeveelheid taken die moeten worden uitgevoerd en de beperkte personele capaciteit, moeten op het gebied van toezicht en handhaving keuzes worden gemaakt over de inzet van de medewerkers en de mate van die inzet. Het is logisch dat het toezicht zich voornamelijk richt op die onderwerpen waar de risico’s het grootst zijn en het naleefgedrag het minst. Om die reden is prioritering bepalend voor de mate waarin toezicht wordt gehouden. Daarom is in de U&H-strategie 2026-2031 een bestuurlijke visie (inclusief een prioriteringstabel) opgenomen.
Handhaving zorgt ervoor dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. De wet- en regelgeving is erop gericht dat gevaarlijke en/of ongewenste situaties worden voorkomen en/of ongedaan worden gemaakt. Handhaving werkt zowel preventief als repressief.
In 2025 hebben we de formats voor handhavingsbrieven geformaliseerd. Daarnaast is gewerkt aan de kwaliteit van rapportages voor toezicht. We introduceerden ook een informele werkwijze waarbij het doel is om overtredingen zoveel mogelijk ongedaan te maken en/of te voorkomen zonder dat daarbij formeel wordt opgetreden door middel van een besluit.
In de U&H-strategie 2026-2031 is een prioritering bepaald voor het oppakken van overtredingen.
Milieu is een zo specialistische en omvangrijke taak dat behandeling van alle milieugerelateerde activiteiten is gemandateerd aan ODIJmond. ODIJmond gaat werken aan een herziening van het beleidskader 2023-2026 en de VTH-strategie milieu 2023-2026. Het beleidskader legt de ambitie, prioriteiten en kaders neer voor de uitvoering van de VTH-taken op het gebied van milieu. Het beleidskader noemt daarnaast ook de andere toezicht- en handhavingstaken die door ons bij ODIJmond zijn ingebracht, onder meer op het gebied van brandveiligheid, bouw- en woningtoezicht, Alcoholwet en de Havenverordening. In het beleidskader staat wat de omgevingsdienst gaat doen en in de strategie is vermeld hoe dit wordt gedaan.
Gelet op de voorgenomen herziening wordt de doorlooptijd van het huidige beleidskader en de huidige strategie verlengd tot en met 2027. Voor deze uitvoerings- en handhavingsstrategie betekent dat het door ODIJmond ingezette beleid vooralsnog wordt gecontinueerd. De bestaande prioriteiten worden in stand gehouden.
4.7. Algemene plaatselijke verordening (Apv)/bijzondere wetten
Alle vergunningen, meldingen en ontheffingen op grond van de Algemene plaatselijke verordening Velsen, de Alcoholwet, de Wet op de kansspelen en andere bijzondere wetgeving worden binnen de wettelijke termijn volledig getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Voorts worden de werkprocessen verder geoptimaliseerd zodat het aanvragen van vergunningen of wijzigingen op de vergunningen volledig digitaal kan plaatsvinden en voldoet aan de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.
Speciale aandacht is er voor controle op horecabedrijven, openbare inrichtingen en slijterijbedrijven.
Op grond van de Wet kinderopvang (hierna: Wko) zijn wij verantwoordelijk voor de naleving van de kwaliteit van de kinderopvang binnen Velsen. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor het bijhouden van het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en de Gemeenschappelijke Inspectieruimte (GIR). Ook is de gemeente verantwoordelijk voor de aanvragen tot exploitatie van kindercentra en gastouderopvang (vergunning aanvragen).
Het LRK is het online basisregister voor de kinderopvang waarin de gegevens van alle kinderdagverblijven, buitenschoolse opvangcentra, gastouderbureaus en gastouders worden geregistreerd en up-to-date worden gehouden. De GIR is gekoppeld aan het LRK. De GIR bestaat uit GIR Inspecteren en GIR Handhaven. Inspectieonderzoeken worden door de GGD verwerkt in GIR Inspecteren. De definitieve inspectierapporten worden automatisch gepubliceerd in het LRK en in GIR Handhaven, zodat wij ze kunnen beoordelen.
De GGD Kennemerland (gemeentelijke gezondheidsdienst) voert het toezicht op de Wko uit. Als uit inspectie blijkt dat een kinderopvangvoorziening niet aan de kwaliteitseisen voldoet dan adviseert de GGD aan de gemeente om tot handhaving over te gaan.
De Wko verplicht om jaarlijks alle kinderopvanglocaties (kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en gastouderbureaus) te inspecteren. Daarnaast wordt met een steekproef een inspectie uitgevoerd bij 50% van de gastouders. De steekproef is zodanig ingericht dat alle gastouders minimaal eens in de 3 jaar worden onderzocht. Voor de uitvoering van het toezicht in Velsen maakt de GGD Kennemerland jaarlijks een voorstel voor de opdracht met bijbehorend kostenoverzicht. Het doel is een adequaat niveau van toezicht en handhaving in het kader van de Wet kinderopvang en het borgen van de kwaliteitseisen.
De gemeente Velsen kent een fors aantal evenementen, groot en klein. Dit heeft gevolgen voor leefbaarheid en veiligheid binnen de gemeente. Het proces van vergunningverlening bestaat uit een uitvoerige informatievoorziening aan organisatoren, o.a. met behulp van het digitale evenementenloket, correspondentie via de mail en telefoon, transparantie in het tijdspad en de stappen in het vergunningsproces. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een risicogerichte aanpak van aanvragen, zodat de vergunningsvoorwaarden kunnen worden gebaseerd op reële risico’s. In samenwerking met de hulpdiensten wordt de aangeleverde planvorming getoetst op openbare orde, veiligheid, gezondheid en milieu. Aandachtspunten zijn overcrowding en toenemende druk op hulpverleners door onjuiste bejegening. De planvorming voor de grotere evenementen (B- en C-evenementen) wordt in multidisciplinair verband met de diensten en overige adviseurs beoordeeld.
Er wordt gestreefd naar een tijdige afhandeling van aanvragen door het bewaken van (indiening)termijnen en organisatorisch op te schalen bij onverwachte vertragingen. Hierbij is het cluster echter ook afhankelijk van de aanvragen die binnenkomen en de mate waarin dit tijdig gebeurt.
De gemeente staat voor de opgave om de veiligheid en leefbaarheid duurzaam te borgen in een omgeving waarin zowel structurele als acute risico’s toenemen. Dit gebeurt door het uitvoeren van algemene surveillances in de wijken, het vastleggen van waarnemingen en acties en de juridische afhandeling ervan. Dit vergt een structurele inzet. Voorts is er een brede inzet op ondermijning, jeugd, horeca, evenementen en opvanglocaties en hebben we te maken met acute openbare orde situaties, zoals demonstraties, incidentgedreven verstoringen en overige piketzaken. Er is afgesproken dat 33% van de totale jaarlijkse formatie van het team THOR wordt ingezet op het vlak van veiligheid.
Om deze opgaven effectief het hoofd te bieden, investeert de gemeente de komende jaren gericht in het versterken van de informatiepositie, het verbeteren van processen en rapportages en het trainen en opleiden van medewerkers binnen toezicht en handhaving. Tegelijkertijd worden diverse beleidskaders geactualiseerd, zoals het integraal veiligheidsbeleid, coffeeshopbeleid, gebruik waterpijpen, prostitutie- en seksbedrijvenbeleid en de (naar verwachting verplichte) aansluiting bij het DOR/DOL (opkoopregister). Dit heeft effect op vergunningverlening en handhaving.
Op het gebied van toezicht en handhaving, zijn en blijven de volgende onderwerpen van belang:
• Het verstoren van de samenwerking tussen de boven- en onderwereld, door legale structuren minder aantrekkelijk en toegankelijk te maken voor criminelen om illegale activiteiten te plegen.
• Het voorkomen van en optreden tegen bijtincidenten door honden.
• Het begeleiden van demonstraties.
• Het voorkomen van en optreden tegen woonoverlast.
• Het realiseren van strandveiligheid en evenementenveiligheid.
• Deelname aan het prostitutie controleteam.
• Aanwezigheid tijdens de thuiswedstrijden van Telstar.
• Het doen van bibob-onderzoeken.
• Het handhaven van de verkeersveiligheid.
• Het terugdringen van de jeugdoverlast.
• Preventieve inzet op onder andere jeugd.
• Inzet rond de opvanglocaties COA.
• Deelname aan het haventeam en de mainportaanpak.
In de activiteitenbladen (hoofdstuk 5) is beschreven welke taken op het vlak van veiligheid worden uitgevoerd. Om zicht te krijgen wanneer deze inzet gedurende het jaar noodzakelijk is, wordt gebruik gemaakt van de jaarkalender die in samenwerking met het team OOV is opgesteld.
De activiteiten waaraan de komende beleidsperiode wordt gewerkt, staan hieronder beschreven. Per blad worden de volgende vragen beantwoord:
1. Omschrijving taak: Wat doen we?
2. Relatie met U&H-strategie. Welk(e) doel(en) willen we bereiken?
3. Monitoring. Hoe meten we dit? Hoe houden we dit in de gaten? Monitoringsindicatoren.
4. Jaarverslag 2025. Wat hebben we gedaan in 2025?
5. Evaluatie & Bijsturing. Wat betekent uitkomst 2025 voor 2026?
6. Wat gaan we in 2026 doen? Indien mogelijk: Welke strategie(ën) passen we toe? (Relatie met de strategie(ën) uit de U&H-strategie)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-275879.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.