Gemeenteblad van Zevenaar
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zevenaar | Gemeenteblad 2026, 274668 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zevenaar | Gemeenteblad 2026, 274668 | beleidsregel |
Woonwagen- en standplaatsenprogramma Zevenaar 2025
De gemeente Zevenaar telt vijf woonwagenlocaties met in totaal 17 (waarvan 4 gedoogde) standplaatsen met woonwagens. De standplaatsen op de Reisenakker (4) in Zevenaar worden verhuurd door de woningcorporatie Baston Wonen. De standplaatsen op de Oude Steeg (3) en de Engenveldweg (2) in Zevenaar en de Ganzepoelweg in Angerlo (1) wordt nog door de gemeente geëxploiteerd. De 4 officiële + 4 gedoogde standplaatsen aan de Handelstraat in Lobith zijn in eigendom van de residerende bewoners.
Het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft op 12 juli 2018 aan alle gemeenten het advies gegeven om te zorgen voor gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid wat recht doet aan de culturele identiteit van woonwagenbewoners. De VNG heeft hier in 2021 een wegwijzer voor opgesteld.
Ook onze gemeente wil recht doen aan de behoefte van de woonwagenbewoners als bijzondere doelgroep. Daarom leggen we u hierbij ons woonwagen- en standplaatsenprogramma voor.
Aan de hand van het door BZK geadviseerde beleidskader analyseren we de kaders en formuleren we ons gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenprogramma dat enerzijds aansluit bij de wensen van de woonwagenbewoners uit onze gemeente en anderzijds past bij onze identiteit als kleinere gemeente in Oost Gelderland.
In onderliggend document benoemen we de belangrijkste zaken voor het beleid.
In de bijlage ‘Beleidskader woonwagenprogramma Zevenaar 2025’ beschrijven we stapsgewijs de analysering, de daaropvolgend gestelde kaders en de toelichting op onderhavig woonwagenprogramma.
B. DE BELANGRIJKSTE PUNTEN OP EEN RIJ
1. Geldende wet- en regelgeving
Specifieke wetgeving ten aanzien van woonwagenbewoning bestaat sinds de intrekking van de Woonwagenwet niet meer. De generieke regelingen als de Huisvestingswet 2014, de Woningwet en de Omgevingswet zijn, daar waar relevant, van toepassing. Gemeenten zijn primair, op grond van de Huisvestingswet 2014, verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van, en het toezicht op, woonruimteverdeling. De zorg voor verdeling en het voorzien in passende woonruimte behelst het treffen van de nodige maatregelen ten behoeve van een goede huisvesting voor de ingezetenen, ongeacht of zij in een woning of een woonwagen willen wonen. De Woningwet schrijft voor dat gemeenten de taak hebben om te zorgen voor voldoende en passende woonruimte voor haar inwoners. De volkshuisvestelijke opgave binnen de gemeente wordt vastgelegd in de (meer)jaarlijkse prestatieafspraken met de in de gemeente aanwezige woningcorporatie(s).
Ten aanzien van het opstellen van woonwagen- en standplaatsenbeleid is het Rijk internationaalrechtelijk het aanspreekpunt voor de naleving van mensenrechten. Het is haar taak om de ontwikkeling van het aantal standplaatsen door de jaren heen te bewaken maar het opstellen van huisvestingsbeleid (in de vorm van een programma) is de primaire verantwoordelijkheid van de gemeente.
2. Landelijk beleidskader Woonwagen- en Standplaatsenbeleid vanuit BZK
In het beleidskader formuleert het Ministerie richtlijnen waartussen het te formuleren beleid volgens hen als passend kan worden gezien. BZK vraagt gemeenten om in haar beleid:
3. De Zevenaarse situatie – inventarisatie van de woonbehoefte
In Zevenaar zijn in totaal 17 standplaatsen en 18 woonwagens, verdeeld over 5 locaties. In de tabel zijn de huidige aantallen standplaatsen en woonwagens per locatie weergegeven. Daarnaast is aangegeven wie eigenaar is van de standplaatsen en woonwagens en hoeveel behoefte aan extra standplaatsen.
Voor de woonwagenstandplaatsen wordt geadviseerd om te onderzoeken of bestaande woonwagenlocaties kunnen worden uitgebreid voor de standplaatszoekenden.
Het onderzoek is uitgevoerd in 2023 en vraagt nog wel om een verdiepingsslag naar de daadwerkelijke opgave. Wij zullen in 2030 een 2e inventarisatie van de woonbehoefte houden.
Conclusie behoeftepeiling na analyse en beleidsuitgangspunten
Gemeente Zevenaar heeft naar aanleiding van de in Q3 2023 uitgevoerde behoeftepeiling een behoefte vastgesteld aan 17 à 21 nieuwe woonwagenstandplaatsen. Het College voor de Rechten van de Mens en het beleidskader BZK schrijft voor dat gemeenten de culturele kenmerken moeten eerbiedigen in hun beleid door wonen in een woonwagen, alsmede het wonen in familieverband voor woonwagenbewoners mogelijk te maken.
Alle belangstellenden kennen elkaar en hebben een familierelatie met diverse hoofdbewoners van de woonwagens in de gemeente Zevenaar. Veel van hen behoren tot de bijzondere doelgroep Sinti.
Om vast te stellen binnen welk tijdsbestek deze woonwagenstandplaatsen gerealiseerd moeten worden, hanteert het beleidskader BZK de ‘redelijke termijn’-norm. De definitie van deze redelijke termijn wordt gelijkgesteld met de wachttijd die een reguliere woningzoekende moet betrachten voor een grondgebonden woning. In de gemeente Zevenaar ligt deze wachttijd op circa 24,82 jaar (peildatum 2025). Uitgaande van het jaartal dat de woonwagenbewoners via BZK weer rechten kregen (12 juli 2018), zou realisatie plaatsvinden vanaf de periode 2042-2044. Omdat de afgelopen tientallen jaren geen standplaatsen zijn toegevoegd, voorzien wij de realisatie eerder, namelijk vanaf het jaar 2028-2030.
Gemeente Zevenaar zal in 2030 een hernieuwd onderzoek instellen naar de behoefte aan de toevoeging van standplaatsen in de gemeente Zevenaar.
4. Beleidsregels inschrijving en toewijzing
Om te bepalen wie in aanmerking kan komen voor een woonwagenstandplaats, hanteren we toewijzingsbeleid wat in overeenstemming is met de mensenrechtelijke kaders. In samenspraak met de leden van de doelgroep zijn ‘Nadere beleidsregels inschrijvings- en toewijzing woonwagenstandplaatsen’ opgesteld als addendum op de vigerende huisvestingsverordening.
Deze ‘Nadere beleidsregels inschrijvings- en toewijzing woonwagenstandplaatsen’ zijn door het college van Burgemeester en Wethouders vastgesteld en als bijlage bij dit Woonwagen- en Standplaatsenprogramma gevoegd.
Veel standplaatsen hebben een kaveloppervlakte van 242 tot 264 m². In vergelijking, het gemiddelde kaveloppervlak van een eengezinswoning is ongeveer 130 m². Standplaatsen hebben een groot ruimtebeslag. In de loop der jaren is deze groter geworden door onder andere regelgeving rondom brandveiligheid waardoor woonwagens op gepaste afstand van elkaar moesten worden geplaatst. Bij de realisatie van een (solitaire) woonwagenlocatie met een klein aantal woonwagenstandplaatsen zijn de kosten voor de aanleg van infrastructuur en voorzieningen relatief duur. Bij realisatie van een wijk- of gebiedsontwikkeling waarbij naast de woonwagenlocatie ook reguliere woningbouw wordt gerealiseerd, gaat de aanleg van de nodige infrastructuur in verhouding doorgaans met minder kosten gepaard.
De huidige woningbouwopgave die we als gemeente Zevenaar hebben, behelst een flinke toevoeging van woningen aan de huidige woningvoorraad. Deze woningen zijn woningen bestemd voor verschillende doelgroepen die, in sommige gevallen, ook specifieke eisen hebben zoals 0-treden woningen voor ouderen waarbij rolstoeldoorgankelijkheid een vereiste kan zijn. De bouw van 17 à 21 standplaatsen nemen we mee in de totale gemeentelijke woningbouwopgave.
De woonwagenlocaties moeten voor iedereen bereikbaar zijn. Denk aan bewoners en bezoekers per auto, fiets of te voet. Maar ook vrachtverkeer (zoals vuilniswagens en verhuiswagens), leveranciers, postbezorgers en hulpdiensten dienen ter plaatse te kunnen komen. Daarom moeten de ontsluitingswegen geschikt zijn om het verkeer van en naar de woonwagenlocatie vlot en veilig af te wikkelen. Dat betekent bijvoorbeeld dat er bij voorkeur geen afgesloten hofjes met één in- en uitgang worden gerealiseerd, maar er altijd een openbare doorgangsweg aan het terrein ligt. Voor de veiligheid, maar ook omdat de woonwagenlocatie onderdeel is van een woonwijk. Ook zonder hofje blijft de culturele identiteit (het wonen in familieverband en het wonen in een woonwagen) behouden. Uitgangspunt is daarom dat de wegen in de omgeving zijn ingericht (of kunnen worden aangepast) volgens de landelijke richtlijnen c.q. gemeentelijke richtlijnen op basis van CROW-normen, waarbij rekening wordt gehouden met de te verwachten verkeersdrukte. Hetzelfde geldt voor de parkeerruimte. Er moet voldoende parkeerruimte voor bewoners en bezoekers zijn op de (nieuwe) woonwagenlocatie(s). Hoeveel parkeervakken er nodig zijn, berekenen we aan de hand van de gemeentelijke Parkeernormennota.
Voor alle nieuwbouw in Nederland geldt dat deze vanaf 1 januari 2018 in principe gasloos moet zijn. Daarnaast gelden er steeds strengere eisen voor ‘bijna energieneutrale gebouwen’ (BENG). Woonwagens en standplaatsen zijn daar niet van uitgesloten. De eisen zijn in bepaalde gevallen onbetaalbaar voor deze specifieke woonvorm. Dit geldt met name voor de situatie waarin sprake is van koop standplaatsen en woonwagens. De hypotheekmogelijkheden en NHG voor een woonwagenbewoner zijn namelijk veel beperkter dan voor reguliere woningbezitters. Ook kunnen kopers geen aanspraak maken op een starterslening.
Mogelijke oplossingen om toekomstige kopers te ondersteunen, zijn het aanvragen van (provinciale) subsidies, duurzaam bouwloket en adviseurs, gemeentelijke stimuleringsregelingen. In uitzonderlijke gevallen kan ontheffing van de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) worden aangevraagd.
8. Schoon, heel, veilig én legaal
Steeds meer gemeenten en woningcorporaties werken met een meetinstrument om te toetsen hoe het met de leefbaarheid in een gebied is gesteld. Hiervoor zijn bouwstenen ontwikkeld vanuit de overkoepelende branche verenging voor woningcorporaties Aedes1. Deze bouwstenen bestaan uit de thema’s die bewoners zien als factoren die invloed hebben op hun perceptie op de leefbaarheid in hun (woon)omgeving. Een van de pijlers behelst de onderwerpen ‘Schoon, heel en veilig’. Een woonomgeving die zowel schoon, heel als veilig is, wordt ervaren als prettig en aangenaam. Plekken waar het vies, stuk en onveilig is, roepen deze gevoelens niet direct op.
Vanuit de het oogpunt van leefbaarheid is het fijn en prettig als een woonomgeving schoon, heel en veilig is. Dit geldt eveneens voor een woonwagenlocatie. De plek waar de woonwagens samen staan dient schoon te zijn en te blijven, net als elke andere wijk en/of buurt in een gemeente. Een woonwagen die kapot is, of er kapot uitziet, geeft geen prettig en uitnodigend aangezicht. Hetzelfde geldt voor een onderkomen woning die niet of slecht onderhouden wordt. Het veiligheidsgevoel kent een subjectieve maatstaf en is afhankelijk van meerdere factoren. Doorgaans wordt een omgeving waar veel criminaliteit is als onveilig ervaren. Goede openbare verlichting kan er aan bijdragen dit veiligheidsgevoel te vergoten.
Met de bouwsteen ‘legaal’ wordt in dit verband bedoeld dat bouwwerken en bedrijvigheid in een gebied ook met toestemming gevestigd moeten zijn. Illegaal geplaatste woonwagens, caravans of andersoortige verblijfsobjecten dienen verwijderd te worden van de standplaatslocatie. Ook bedrijven die gevestigd zijn in een wijk of buurt dienen hiervoor toestemming te hebben om op die locatie handel te drijven. Gemeenten dienen hier actief op te controleren en te handhaven.
In Zevenaar staan 18 woonwagens op 17 standplaatsen. Deze zijn gesitueerd op vijf verschillende woonwagenlocaties. Tijdens de gesprekken met de belangstellenden voor een nieuwe standplaats met woonwagen, is de vorm van de woonwagen met hen besproken. Om vanuit hetzelfde perspectief te communiceren en gelet op de jurisprudentie over dit onderwerp, wordt onder de term ‘huurwoonwagen’ uitgegaan van de traditionele woonvorm met een afmeting van 5 x 15 m² (standplaatsgrootte = 11 x 22 meter = 242 m²).
Het beleidskader BZK schrijft voor dat afbouw van woonwagenstandplaatsen niet is toegestaan zolang er behoefte is aan standplaatsen.
Er zijn in Zevenaar vijf woonwagenlocaties met woonwagens. Op één van de vijf worden de thans aanwezige standplaatsen verhuurd door de woningcorporatie Baston. Drie locaties worden nog geëxploiteerd door de gemeente zelf. Ook deze zal de gemeente gaan vervreemden. De gemeente heeft geen taak om sociale woonruimte te verhuren. Aangezien de corporatie alleen huurstandplaatsen met huurwoonwagens wil, zullen de huur-koop standplaatsen (staat dus een eigendomswoonwagen op) te koop of in erfpacht worden aangeboden aan de huidige huurders of diens (klein)kind.
NB: Op de Handelsweg in Lobith zijn standplaatsen in eigendom van de bewoners.
Uit de behoeftepeiling 2023 is nog niet gebleken hoeveel belangstellenden in de realisatie van hun woonwens afhankelijk zijn van de woningcorporatie. Dit zijn de gegadigden die opteren voor een huurwoonwagen.
De belangstellenden die een midden tot hoog inkomen genieten, komen niet in aanmerking voor een huurwoonwagen in het sociale segment. Zij krijgen een bouwrijpe kavel te koop of in erfpacht aangeboden door de gemeente.
De optie huur-koop wordt als complex en risicovol omschreven en wordt derhalve niet geadviseerd.
Met de verantwoordelijke woningcorporatie, kan gekeken worden naar het beschikbaar stellen van kavels, met huurwoonwagen, voor het midden- en hoge segment onder de noemer ‘middenhuur’.
9. Grondoverdracht, aankoop en verkoop
De verkoop van de gronden vindt plaats op basis van de op dat moment geldende grondprijsbrief. De gemeente verkoopt de grond aan een woningcorporatie en aan die woonwagenbewoners met een inkomen boven de DAEB-grens. De verkoopvoorwaarden worden per verkooptransactie besproken en vastgelegd met partijen. De gemeente kan er ook voor kiezen om de grond in erfpacht uit te geven waardoor de erfpachter meer kans heeft op het verkrijgen van een hypotheek voor een woonwagen.
De woningcorporatie kan de grond/standplaats vervolgens verhuren aan woonwagenbewoners met een huurwoonwagen. Het verkopen van huurstandplaatsen kan lokaal leiden tot uitdunning van het sociale huurbestand. We spreken met de corporaties af dat huurstandplaatsen met huurwoonwagens niet mogen worden vervreemd en tot de sociale kernvoorraad horen en blijven behoren.
Verkoop van gronden door de gemeente moet aan een aantal eisen voldoen:
Het realiseren van woonwagenstandplaatsen met woonwagens is, in verhouding tot de realisatie van reguliere (huur) eengezinswoningen, duur. Zo heeft de specifieke woonvorm een relatief groot ruimtebeslag. Een kavel is twee tot drie keer zo groot als bij een reguliere sociale huurwoning. Daarnaast zorgt de lage bebouwingsdichtheid ervoor dat de kosten van o.a. civieltechnische werkzaamheden, aanleg van leidingwerk, riolering en afwatering, relatief hoog zijn, omdat deze kosten verdeeld worden over een lager aandeel eenheden. De BENG normeringen zorgen voor betere, maar ook veel duurdere woonwagens.
Als gemeente willen we het beleid (in de vorm van een programma) op orde hebben om wonen voor iedereen mogelijk te kunnen maken. Het vaststellen van het woonwagen- en standplaatsenprogramma is een eerste stap om ook voor de doelgroep woonwagenbewoners het wonen in onze gemeente blijvend mogelijk te maken. Het beleid vormt de basis voor de toekomst. De voortgang wordt gemonitord en indien nodig, wordt het beleid bijgesteld of aangevuld.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-274668.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.