Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sliedrecht maakt ingevolge het bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bekend, dat de derde wijziging van het Omgevingsplan van de gemeente Sliedrecht wordt vastgesteld.
Aanleiding
Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Sinds deze datum werken wij stapsgewijs aan de opbouw van het omgevingsplan, waarbij zowel gebiedsgerichte als thematische onderdelen worden uitgewerkt. In 2025 zijn de eerste wijzigingen vastgesteld voor het thema bodem en het centrumgebied (Omgevingsplan 1.0).
Om het omgevingsplan actueel, uitvoerbaar en juridisch consistent te houden, voeren we tussentijdse ook kleinere aanpassingen door. Dit gebeurt via een veegplan: een praktisch instrument waarmee meerdere beperkte en veelal technische wijzigingen in één besluit worden verwerkt. Zo kunnen in dit geval omissies worden hersteld, regels worden verduidelijkt en bestaande rechten correct worden overgenomen.
Wat verandert er met de derde wijziging?
De derde wijziging van het Omgevingsplan is een veegplan en bevat de volgende onderdelen:
1. Verwerken van resterende omgevingsvergunningen (2016–2024) in het centrumgebied
In Omgevingsplan 1.0 zijn alleen die vergunningen verwerkt die noodzakelijk waren om onbedoelde juridische gevolgen te voorkomen. De overige vergunningen uit dezelfde periode worden nu alsnog opgenomen, zodat het omgevingsplan aansluit bij de feitelijke en juridische situatie. Dit voorkomt verouderde informatie, versterkt de rechtszekerheid en voorkomt dat onnodig afwijkingsbesluiten moeten worden genomen.
2. Correctie van een onjuiste bodemnorm
In het thema Bodem is een norm verkeerd overgenomen, waardoor een strengere eis gold dan door de Omgevingsdienst was geadviseerd. Deze verschrijving wordt hersteld zodat de juiste norm in het omgevingsplan is opgenomen.
3. Aanpassen en verbeteren van begripsbepalingen
Enkele begrippen bevatten taal- of lay-outfouten of sloten niet aan bij de systematiek zoals geadviseerd door de VNG. Deze begrippen zijn technisch gecorrigeerd, zodat de begrippen duidelijker en uniformer zijn opgebouwd.
4. Corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en andere administratieve fouten
In het omgevingsplan zijn diverse administratieve onvolkomenheden hersteld. Het gaat onder meer om:
het corrigeren van onjuiste verwijzingen (bijvoorbeeld in artikel 6.32),
het verwijderen van een onbedoeld beperkende bepaling (artikel 6.55, onderdeel d),
het herstellen van bestaande gebruiksrechten die in Omgevingsplan 1.0 onvolledig waren overgenomen (denk hierbij aan functies als detailhandel, kantoor, horeca en dienstverlening).
Al deze wijzigingen zijn bedoeld om de juistheid en leesbaarheid van het omgevingsplan te verbeteren.
Waar en wanneer kunt u de stukken bekijken?
Het besluit en bijhorende stukken zijn vanaf 10 juni 2026 tot en met 21 juli 2026 ter inzage. U kunt de stukken op verschillende manieren bekijken:
de tekst van het besluit en de regels kunt u vinden op de landelijke website officiële bekendmakingen;
de Regeling van het Omgevingsplan is te raadplegen op Regels op de kaart. Klik in het omgevingsplan op het kopje ''Regels'' om de gewijzigde regels te zien.
Beroep instellen bij de Raad van State
Bent u het niet eens met dit besluit en/of de bijbehorende stukken? Dan kunt u als belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit moet uiterlijk op 21 juli 2026. U kunt uw beroepsschrift digitaal of per post versturen naar de Raad van State. Het volgende komt in uw beroepsschrift:
Het besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit tot vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan is bekendgemaakt.
Omdat het ontwerp omgevingsplan gewijzigd wordt vastgesteld, staat voor belanghebbenden beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor zover het gaat om wijzigingen die pas bij de vaststelling zijn aangebracht, kan tegen die wijzigingen door eenieder beroep worden ingesteld. Dit betekent dat ook personen die geen zienswijze hebben ingediend tegen het ontwerp, beroep kunnen instellen tegen de aangebrachte wijzigingen.
Diegene die beroep heeft ingesteld kan bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening indienen. Voor de behandeling van zowel een beroepschrift als een verzoek om voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd. Meer informatie over deze procedure kunt u via op de website van de Raad van State of telefonisch 070 – 426 44 26.