De gemeente geeft hierbij kennis van haar voornemen om een gedeelte van elk van de hieronder genoemde percelen te verkopen.
1. het perceel, kadastraal bekend als Linschoten, sectie B, nummer 3450, ter grootte van circa 23 m2 te verkopen. Bekend onder het adres Heulestein 33 20 te Linschoten;
2. het perceel, kadastraal bekend als Linschoten, sectie B, nummer 3460, ter grootte van circa 24 m2 te verkopen. Bekend onder het adres Nieuwe Zandweg 8 te Linschoten;
3. het perceel, kadastraal bekend als Linschoten, sectie B, nummer 3460, ter grootte van circa 32 m2 te verkopen. Bekend onder het adres Oostwijk 27 te Linschoten;
4. het perceel, kadastraal bekend als Linschoten, sectie B, nummer 3450, ter grootte van circa 4 m2 te verkopen. Bekend onder het adres Heulestein 32 te Linschoten;
5. het perceel, kadastraal bekend als Linschoten, sectie B, nummer 3450, ter grootte van circa 13 m2 te verkopen. Bekend onder het adres Oostwijk 32 te Linschoten;
6. het perceel, kadastraal bekend als Linschoten, sectie B, nummer 3460, ter grootte van circa 16 m2 te verkopen. Bekend onder het adres Schansbos 20 te Linschoten.
Per perceel komt de beoogde koper als enige serieuze gegadigde in aanmerking voor de aankoop aangezien het te verkopen perceel een duidelijk aangrenzend karakter heeft, waardoor het perceel kan worden betrokken bij aangrezend perceel. Daarom wordt elk van deze partij aangemerkt als enige serieuze gegadigde voor de aankoop van de gemeentelijke onroerende zaak.
Vervaltermijn
Bent u het niet eens met dit voornemen tot verkoop omdat u van mening bent ook als serieuze gegadigde in aanmerking te kunnen komen voor de aankoop hiervan, dan dient u dit kenbaar te maken door binnen een termijn van 20 kalenderdagen na publicatie van deze bekendmaking een kort geding tegen dit voornemen aanhangig te maken bij de voorzieningenrechter bij de rechtbank Midden-Nederland.
De termijn van 20 kalenderdagen is een vervaltermijn. Dit betekent dat indien een serieuze gegadigde binnen deze termijn géén kort geding is gestart, alle rechten vervallen, waaronder het recht om nadien in rechte op te komen tegen dit voornemen tot verkoop. De gemeente hanteert deze handelwijze om rechtszekerheid te creëren, zodat zij na ommekomst van de termijn van 20 dagen of nadat de voorzieningenrechter in kort geding heeft geoordeeld dat geen sprake is van een andere serieuze gegadigde, één op één kan contracteren.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de thans gestelde termijnen uiterlijke termijnen zijn en dat een nadere verlenging van deze termijnen niet aan de orde is.