Beleidsplan Civiele Kunstwerken 2026

De gemeenteraad van Lingewaard heeft op 3 juni 2026 besloten om het beleidsplan civiele kunstwerken Lingewaard 2026 vast te stellen. Het minimale kwaliteitsniveau voor civiele kunstwerken is vastgesteld op beeldkwaliteit C op basis van de C.R.O.W. beeldkwaliteit systematiek.

 

Hoofdstuk 1 Samenvatting

De gemeente Lingewaard is eigenaar van diverse soorten civiele kunstwerken. Dit zijn objecten zoals bruggen, tunnels, maar ook kleinere kunstwerken als geluidschermen, beschoeiingen, trappartijen, vissteigers, schanskorven en keermuren. De civiele kunstwerken zijn uniek voor de specifieke locatie waarvoor ze gebouwd zijn. Ze vallen niet altijd direct op in de bebouwde omgeving of in het landschap. Ze zijn vaak een logisch onderdeel van wegen of watergangen. Deze objecten vergen een andere onderhoudsaanpak door de unieke, wisselende bouwwijze, lange levensduur, specifieke locatie en wisselende belasting.

In onze gemeente hebben we inmiddels 310 civiele kunstwerken. In 2020 waren dit er nog 177 stuks. De vervangingswaarde van het areaal kunstwerken in de gemeente Lingewaard bedraagt ongeveer € 40 miljoen. De gemiddelde leeftijd van het areaal is 28 jaar.

Dit plan civiele kunstwerken geeft inzicht in de aanpak van het meerjarig onderhoud van deze civiele kunstwerken. Een aanpak waarbij de gebruiker geen onaanvaardbare hinder en veiligheidsrisico’s loopt. We geven inzicht in de onderhouds- en vervangingskosten en sluiten aan op de huidige wet- en regelgeving.

1.1.1 Wat willen we bereiken

Met dit beleidsplan (hierna: plan) civiele kunstwerken draagt de gemeente op een doelmatige en duurzame manier zorg haar civiele kunstwerken. Het doel is het voorkomen van onaanvaardbare hinder en veiligheidsrisico’s. We zetten de financiële middelen op het meest verantwoorde moment in, binnen de vastgestelde kwalitatieve en financiële kaders en we behalen het maximale rendement tegen de laagst mogelijke kosten.

 

Het effect is dat we deze kunstwerken veilig en duurzaam in stand houden met een onderhoudskwaliteit die voldoet aan het vastgestelde kwaliteitsbeeld.

1.1.2 Wat gaan we daarvoor doen

Met het oog op een duurzame samenleving kopen we in op basis van het aanbestedingsbeleid Lingewaard en sluiten aan op het duurzaamheidsbeleid. Dit door de milieuaspecten zoveel mogelijk in het inkoopproces mee te nemen. We gebruiken daarbij de duurzaamheidscriteria voor civiele constructies van Pianoo.

 

De onderhoudsaanpak van de kunstwerken is in lijn gebracht met wettelijke kaders, zoals de zorgplicht en de gemeentelijke visie en plannen. Deze zijn verkort in het plan opgenomen. Het onderhoud sturen we op veiligheid, functioneren en gestelde kwaliteitscriteria. Bovendien is het beleid rond de wegen ook leidend voor de civiele kunstwerken. Bijna alle in dit plan opgenomen kunstwerken vormen een onderdeel van de wegen. We gaan uit van minimaal beeldkwaliteitsniveau C (laag) voor heel Lingewaard.

 

Om de veiligheid, het gebruik en de instandhouding aantoonbaar te waarborgen is een inspectie regime opgezet. Dit regime bestaat uit vier onderdelen: de schouw, de functionele inspectie, de toestand inspecties en de maatregeltoets. Op deze manier is een duidelijke koppeling gemaakt tussen een doelmatige inzet en de gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden.

1.1.3 Wat gaat het kosten

Om de objecten langdurig veilig te laten functioneren en de instandhouding ervan te waarborgen passen we drie soorten onderhoud toe, te weten:

  • Klein onderhoud;

  • Groot onderhoud;

  • Vervangingen.

De realisatie van het onderhoud op het minimale kwaliteitsniveau C vereist middelen. Het klein onderhoud is een vast bedrag dat jaarlijks in de begroting wordt opgenomen. De kosten van groot onderhoud komen ten laste van de voorziening civieltechnische kunstwerken. Dit is inclusief de eventuele externe VAT-kosten en exclusief kosten voor vandalisme en overige onvoorziene zaken.

 

Voor de vervanging van civiele kunstwerken wordt jaarlijks een dotatie gedaan in de bestemmingsreserve Civieltechnische kunstwerken. Deze dotatie heeft als functie de afschrijvingslasten die voortvloeien uit een vervangingsinvestering te kunnen dekken. In hoofdstuk 8 wordt hier verder op ingegaan.

 

In zowel de bestemmingsreserve als de voorziening groot onderhoud zijn voldoende financiële middelen beschikbaar.

Hoofdstuk 2 Inleiding

De gemeente Lingewaard is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van civiele kunstwerken. Hierna in dit plan te noemen: kunstwerken. We zorgen voor een aantoonbare veilige situatie rond het areaal of object. In het plan beschrijven we de actuele situatie en de wijze waarop we de komende jaren invulling geven aan de beheertaak en zorgplicht. In het plan beschrijven we zowel kwalitatieve- als financiële kaders waarbinnen het onderhoud plaats moet vinden.

 

Civiele kunstwerken zijn objecten zoals bruggen, geluidschermen, grondkeringen, tunnels en dergelijke. Dit zijn geen artistieke of beeldende kunstwerken. Ze vormen vaak een logisch onderdeel van de weg of watergang en hebben een belangrijke en vaak kritische functie in de gemeentelijke infrastructuur en onze openbare ruimte.

 

In vergelijking met het aantal kunstwerken in 2020 hebben we nu 310 objecten in beheer, een toename van ruim 70%. De toename van areaal komt doordat sommige kunstwerken niet eerder waren opgenomen. Dit is een direct gevolg van de in 2021 ingezette professionalisering van het beheer en het op orde brengen van het beheersysteem. De toename is vooral te zien bij het aantal keermuren en trappartijen. In zowel de bestemmingsreserve als de voorziening groot onderhoud zijn op dit moment voldoende financiële middelen beschikbaar om deze areaaluitbreiding te kunnen onderhouden.

 

2.1 De gemeentelijke beheertaak

Het geheel aan kunstwerken is een groot kapitaalgoed. De beheertaak pakken we doelmatig en efficiënt aan. Doen we dit niet dan kan dit grote gevolgen hebben voor de veiligheid, functionaliteit, toegankelijkheid en de financiën.

 

Het wettelijke kader voor het beheer van kunstwerken is vastgelegd in de Wegenwet. De kunstwerken vallen onder de categorie grond- weg- en waterbouwkundige werken. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn wij verplicht een actueel plan te hebben. Met dit plan voldoen we aan de BBV-vereisten.

 

2.2 Het doel

Met dit beleidsplan civiele kunstwerken, inclusief meerjarig kosten- en onderhoudsplan, draagt de gemeente op een doelmatige en duurzame manier zorg voor haar kunstwerken. De gebruiker ervaart volgens dit plan geen onaanvaardbare hinder of veiligheidsrisico’s.

 

Voor dit plan zijn door externe specialisten inspecties uitgevoerd op de kunstwerken overeenkomstig de vigerende wetten en normeringen. Het resultaat is een plan met een reële meerjarige kostenraming om de kunstwerken veilig en duurzaam in stand te kunnen houden.

 

2.3 Van beleidskader tot operationele plannen

De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het stellen van het beleidskader. Het college is vervolgens verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleidskader. Met dit plan wordt het kader voor de gemeentelijke beheertaak van civiele kunstwerken vastgesteld voor de komende jaren. De komende jaren kunnen planningen iets wijzigen, omdat de praktijk altijd een kleine afwijking kan hebben met de theorie. De maatregelen worden uitgevoerd, maar kunnen op basis van de maatregeltoets, de afgesproken beeldkwaliteit en conditie, een kleine afwijking hebben in het jaar van uitvoering. Dit gaat niet ten koste van de conditie en de veiligheid van het object. Deze ontwikkelingen nemen we mee in de operationele plannen. De gehanteerde planperiode geeft over een redelijke termijn zekerheid voor een gericht beleid op civiele kunstwerken en biedt voldoende flexibiliteit voor een tijdige bijsturing.

 

2.4 Leeswijzer

Dit beleidsplan civiele kunstwerken bevat naast het hoofddocument een aantal bijlagen met achtergrondinformatie. In het beleidsplan wordt waar nodig verwezen naar deze achtergrondinformatie.

 

  • Hoofdstuk 3 beschrijft wat we willen bereiken;

  • Hoofdstuk 4 bevat de kaders van wet- en regelgeving waar we rekening mee moeten houden;

  • Hoofdstuk 5 beschrijft de huidige situatie;

  • Hoofdstuk 6 gaat over de strategie en het proces dat we willen volgen om onze doelen te bereiken;

  • Hoofdstuk 7 geeft inzicht in de wijze waarop we het willen doen;

  • Hoofdstuk 8 bevat de financiële uitgangspunten en consequenties.

Hoofdstuk 3 Wat willen we bereiken?

3.1 Waarom een nieuw plan?

Het huidige plan is van 2021. Dit wordt geactualiseerd omdat de minimaal vereiste beeldkwaliteit is verlaagd van niveau B naar C. Dat is een gevolg van de genomen bezuinigingsmaatregelen bij het vaststellen van de begroting 2026.

De civiele kunstwerken hebben een belangrijke en soms zelfs kritische rol in de openbare ruimte. Om deze kritische rol te kunnen blijven vervullen en de veiligheid te kunnen blijven waarborgen, is tijdig onderhoud en vervangen noodzakelijk. Dit plan geeft een actueel inzicht in het areaal, de huidige staat van de objecten en de benodigde middelen voor het beheer en onderhoud ervan voor de komende jaren.

 

3.2 Wat doen we?

In dit plan beschrijven we de gemeentelijke ambities op het gebied van civiele kunstwerken. We geven inzicht in de huidige middelen en onderbouwen de middelen die nodig zijn om het beheer doelmatig en efficiënt uit te voeren.

 

Dit plan geeft antwoord op de vraag hoe we de kunstwerken duurzaam in stand kunnen houden op het vastgestelde minimale beeldkwaliteitsniveau C.

 

3.3 Wat levert het op?

We leveren het plan civiele kunstwerken inclusief de meerjarige onderhoudsbegroting. Het plan voldoet aan de vereisten uit het BBV en de taakstelling vanuit de Wegenwet. We brengen hiervoor de bestaande situatie in kaart. We leveren een beheerstrategie voor de civiele kunstwerken.

 

De visie en strategie sluit aan op de richtlijnen, landelijke wetgeving en de regionale en lokale regelgeving van de gemeente Lingewaard. Op basis hiervan leggen we de methodiek uit voor de aansturing van het onderhoud (zie bijlage 3). Bijna alle kunstwerken maken onderdeel uit van de wegen die worden onderhouden op beeldkwaliteit B. De kunstwerken zullen we onderhouden op beeldkwaliteitsniveau C. We geven een meerjarige financiële doorkijk voor het beheer, het onderhoud en de vervangingen van de kunstwerken bij voortzetting van deze beeldkwaliteit.

Hoofdstuk 4 Wat zijn onze kaders?

In dit hoofdstuk gaan we in op de voorwaarden en uitgangspunten om te komen tot het plan voor civiele kunstwerken. De wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid vormen het kader voor een goede en herleidbare onderhoudsaanpak. Daarnaast hebben ook het Waterschap Rivierenland, de provincie Gelderland en ProRail invloed op de onderhoudsstrategie van de kunstwerken. In de begrippenlijst is het overzicht van de gebruikte begrippen en de definities in het plan opgenomen.

 

De volgende wet- en regelgeving is van belang bij het beheer- en onderhoud van kunstwerken:

  • De Gemeentewet;

  • Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeentes;

  • Het Burgerlijk Wetboek Boek;

  • De Wegenwet en Waterwet;

  • De Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl);

  • De Wet milieubeheer.

In bijlage 1 wordt bovenstaande wet- en regelgeving verder toegelicht.

Hoofdstuk 5 Waar staan we nu?

5.1 Omvang en eigendomsverhoudingen van het areaal

Kunstwerken vormen meestal een integraal onderdeel van een weg en worden vaak door inwoners niet her- of gekend. Dit neemt niet weg dat er 310 civiele kunstwerken binnen de grenzen van de gemeente aanwezig zijn. Een lijst van deze kunstwerken is opgenomen in bijlage 2 van dit plan.

 

Het areaal van 310 kunstwerken is als volgt verdeeld:

83 bruggen (verkeers-, voet- en fietsbruggen)

121 keerwanden

54 trappen

6 schanskorven

7 steigers

16 beschoeiingen

6 veeroosters

3 geluidschermen/-wanden

2 tunnels

12 overige objecten

Tabel 1: Verdeling kunstwerken binnen areaal

 

Figuur 2: Verdeling van de soorten kunstwerken in de gemeente Lingewaard

 

5.2 Scope en beheergrenzen

Hieronder gaan we in op de scope van dit plan en de beheergrenzen van de kunstwerken.

5.2.1 Scope

In paragraaf 5.1 is aangegeven welke objecten binnen de scope van dit plan vallen. Buiten de scope van het plan vallen de volgende soorten objecten:

  • Duikers (vallen onder riolering);

  • Alle bij particulieren in beheer zijnde civiele kunstwerken, zoals erftoegangsbruggen en grondkeringen;

  • Alle civiele kunstwerken die in het beheer zijn van bedrijven en andere overheden (binnen park Lingezegen zijn wij eigenaar en bekostigen de vervanging. Het beheer en onderhoud, incl. het uitvoeren van kleine reparaties, ligt bij de parkorganisatie);

  • Beeldende kunst.

5.2.2 Beheergrenzen

De beheergrens geeft aan welke onderdelen tot het object behoren en welke niet. Uitgangspunt is dat ‘alles wat zich binnen de dilatatievoegen van brug of landhoofden bevindt’, onderdeel van het kunstwerk is. Dus ook de verharding op de brug. Uitzondering hierop is de oeverbeschoeiing onder de brug als deze geen onderdeel uitmaakt van het landhoofd.

 

5.3 Huidige staat areaal

In 2022 is het gehele kunstwerkenareaal geïnspecteerd conform de NEN2767. Tijdens de inspectie hebben inspecteurs de aangetroffen schades geregistreerd en geclassificeerd. Het kwaliteitsniveau in 2022 kwam overeen met rapportcijfer 6,8 en kwaliteitsniveau B. Dit betekent dat de kwaliteit overeenkwam met het vastgestelde minimale kwaliteitsniveau.

 

De kunstwerken in Lingewaard zijn gemiddeld 28 jaar oud. Landelijk gezien is dit vrij jong. Dit komt mede door de forse uitbreidingswijken.

 

Leeftijd kunstwerken

Aandeel

Jonger dan 5 jaar

5%

5 - 10 jaar

6%

10 - 20 jaar

25%

20 - 30 jaar

30%

30 – 40 jaar

24%

Ouder dan 50 jaar

10%

Tabel 2: Kunstwerken naar leeftijd

5.3.1 Conditieverval

De conditie van het areaal neemt met de tijd af. Dit door invloeden van buitenaf, zoals vocht en andere aantastingen. Maar ook door de toenemende belastingen van de objecten. Vooral de toegenomen aslasten van landbouw- en vrachtverkeer hebben een negatieve invloed op de technische conditie en levensduur van objecten. Het type materiaal van de opbouw van de bruggen is medebepalend voor de mate van invloed op het verval van de conditie. Houten delen gaan doorgaans zo’n 30 jaar mee en hebben vooral last van houtrot.

Stalen, betonnen, kunststof en/of kunststof versterkte onderdelen hebben veel minder snel last van conditieverval en gaan meestal minimaal 60 tot 80 jaar mee. Door nieuwe ontwikkelingen wordt ook veel composiet toegepast als materiaal voor kunstwerken. Dit materiaal heeft een lange levensduur, weinig last van conditieverval en is eenvoudig in onderhoud.

5.3.2 Nader onderzoek

Naar aanleiding van inspectierondes werden sommige kunstwerken nader onderzocht. Er is een technische inspectie uitgevoerd waarmee we inzicht kregen in:

  • De exacte omvang, oorzaak en ernst van de aangetroffen schade;

  • De verborgen gebreken en de technische staat van het object;

  • De restlevensduur en

  • De uit te voeren maatregelen.

De maatregelen zijn verwerkt in de objectpaspoorten en de meerjarige onderhoudsbegroting en -planning.

 

De betonnen bruggen over de Linge zijn al eerder gecontroleerd op vooral de draagkracht. De metingen gaven geen aanleiding tot het treffen van maatregelen.

5.3.3 Vervanging objecten

In de gemeente Lingewaard zijn veel objecten van hout. Dit zijn vooral fiets-voetgangersbruggen in parken en verbindingen tussen wijken. De houten bouwdelen zijn erg gevoelig voor schimmels en hebben daarmee een beperkte levensduur. Zeker de delen op scheiding van lucht en water/bodem zijn extra gevoelig.

 

Van de houten bruggen in de gemeente Lingewaard is 60% 20 jaar of ouder. Veel bruggen zijn volledig van hout met een houten bovenbouw (hoofddraagconstructie, dek en leuningen) en een houten onderbouw (fundatie, landhoofd, pijlers). Primair worden vooral de pijlers het meest aangetast. Maar ook dekplanken, leuningen en zelfs de hoofd draagconstructie gaan na 30 jaar sterke verouderingsverschijnselen vertonen, zoals houtrot, scheurvorming en sterke vervuiling.

Scheurvorming en vervuiling vergroot het langdurig vochtig blijven van het hout (mosgroei en gladheid), waarmee het houtrotproces wordt versneld en de sterkte en de draagkracht van het object verloren gaat.

 

Figuur 4: Een houten brug (levensduur ca. 30 jaar)

 

Bij vervanging van onderdelen van deze houten bruggen kiezen we bijvoorbeeld voor composiet onderdelen. Ook steeds meer bruggen worden volledig van dit materiaal gemaakt. Op het moment van vervanging maken we de keuze of een houten brug nog de juiste is. Door andere materialen te gebruiken zijn de totale onderhoudskosten (total cost of ownership) waarschijnlijk lager. Mogelijk is ook een ‘tweedehands’ brug in te passen. Vaak is hierbij de overspanningslengte bepalend of deze mogelijkheid er is.

5.3.4 Invloed van groen op de instandhouding van civiele kunstwerken

Het beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken heeft diverse raakvlakken met groen en ecologie waar rekening mee moet worden gehouden. De ecologische waarde is verbonden aan de Omgevingswet. Onderhoud dient waar mogelijk op ecologisch verantwoorde wijze uitgevoerd te worden. Bij een dreigende calamiteit heeft de veiligheid van het object, de omgeving en personen de hoogste prioriteit.

Hoofdstuk 6 Hoe gaan we het doen?

Dit hoofdstuk gaat in op de gekozen beheerstrategie voor kunstwerken. We gaan in op de relatie van het beheer en de maatschappelijke doelstellingen, de beheervisie, de beheerstrategie en het beheerproces.

 

6.1 Beheer en maatschappelijke doelstellingen

De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van haar kunstwerken. Vanuit deze algemene verantwoordelijkheid als beheerder komt een zorgplicht voor een veilige en duurzaam ingerichte openbare ruimte. Beheer wordt gedefinieerd als het rationeel plannen van kosten en activiteiten. De kosten en activiteiten die voortvloeien uit de doelstelling. We houden duurzame middelen in conditie of brengen ze weer in een conditie, die voor vervulling van hun functie nodig is. De functie van het object is dus van cruciaal belang voor de invulling van het beheer en het borgen van de veiligheid. De primaire functies van civiele kunstwerken zijn op hoofdlijnen dragen, kruisen en/of keren.

 

Grote kunstwerken bevinden zich veelal op kruisingen van de infrastructuur en vormen daarmee een onmisbare schakel. Veel civiele kunstwerken zijn nodig voor de afwikkeling van het verkeer. Het gaat hierbij om meer of minder ingewikkelde constructies waarbij eisen aan de techniek worden gesteld. Als een kunstwerk niet meer functioneert en/of veilig is, levert dit verkeershinder op. Bij kleine kunstwerken is vooral de utilitaire functie van belang. Te denken valt hierbij aan het verbinden van fietspaden over water in parken of het aanbrengen van een vissteiger.

 

De kunstwerken moeten functioneel intact worden gehouden vanuit de volgende maatschappelijke doel-stellingen:

  • De voorzieningen moeten veilig en voldoende bedrijfszeker zijn. Veiligheid spreekt voor zich: bij het gebruik van een brug moet men zich veilig voelen en veilig zijn, een brug mag niet doorzakken en ook de brugleuning moet intact zijn;

  • De voorzieningen moeten naar behoren functioneren: een brug moet bijvoorbeeld het verkeer laten passeren;

  • Een duurzame benadering van de beheerprocessen om op lange termijn een leefbare samenleving in stand te houden;

  • De voorzieningen moeten voldoen aan bepaalde esthetische eisen: het kunstwerk moet qua uitstraling en netheid binnen de gestelde eisen van de omgeving passen.

6.2 Beheervisie

Uitgangspunten voor het beheer van de kunstwerken van gemeente Lingewaard zijn in volgorde van belang:

  • 1.

    Het voldoen aan wettelijke kaders;

  • 2.

    Het borgen van de veiligheid en daarmee de aansprakelijkheid;

  • 3.

    Het voldoen aan het gemeentelijke beleid;

  • 4.

    Het borgen van het functioneren.

Van de bovenstaande punten is het alleen mogelijk bij punt 3 ‘gemeentelijk beleid’ om afwijkend te sturen zoals verwoord in de volgende paragrafen.

6.2.1 Kunstwerken in de openbare ruimte – beeldkwaliteit

Civiele kunstwerken vormen een onderdeel van de openbare ruimte. Traditioneel is beheer gebaseerd op het in standhouden van kunstwerken tegen aanvaardbare kosten en met inachtneming van de wettelijke aansprakelijkheid van de beheerder in het kader van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek.

De inwoner is gebruiker van deze openbare ruimte en het beheer van kunstwerken moet ook een bijdrage leveren aan de tevredenheid van de inwoner. Een aanpak die uitsluitend gericht is op de technische staat en veiligheid is niet meer voldoende. Ook de belevingswaarde is bepalend voor de algemene kwaliteit van een kunstwerk. Deze belevingswaarde kan worden uitgedrukt in beeldkwaliteit. Dit wordt mede bepaald door politieke ambities in relatie tot de beschikbare middelen. Dit leidt tot het stellen van prioriteiten ten aanzien van de kunstwerken.

6.2.2 Kwaliteitsniveaus

Voor kunstwerken in de gemeente Lingewaard dient de minimale beeldkwaliteit C te zijn.

De kwaliteit van kunstwerken kan volgens verschillende methoden worden uitgedrukt. Een van die methoden is publicatie 288 “Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018” van het CROW, die loopt van kwaliteit A+ (uitstekend) tot en met D (zeer slecht). Tijdens inspecties van kunstwerken is het gebruikelijk het kwaliteitsniveau uit te drukken volgens de NEN2767. Deze norm drukt de kwaliteit van een kunstwerk uit in een conditiescore op een schaal van 1 (uitstekend) tot en met 6 (zeer slecht). Een derde mogelijkheid is het hanteren van een rapportcijfer. Een vergelijking tussen deze methoden is opgenomen in tabel 3.

 

Tabel 3: Kwaliteitsbenamingen openbare ruimte

 

In alle gevallen is de bedrijfszekerheid voldoende en is er beperkte sprake van gevaar. In standhouden op kwaliteitsniveau C betekent op de lange termijn verval en daarmee kapitaalvernietiging.

 

6.3 Beheerstrategie

De vastgestelde beeldkwaliteit voor wegen is leidend voor de beeldkwaliteit voor de kunstwerken. Vaak maken de kunstwerken onderdeel uit van de weg en dan is het logisch om dan een gelijk kwaliteitsniveau te hanteren. Dit was niet overal het geval omdat bijvoorbeeld de wijk Loovelden in Huissen ooit een beeldkwaliteitsniveau van A kende. Bij de vaststelling van het vorige plan in 2021 is overal gekozen voor een minimale beeldkwaliteit op niveau B.

6.3.1 Beeldkwaliteit

In 2022 is het gehele kunstwerkenareaal geïnspecteerd conform de NEN2767. Tijdens de inspectie hebben inspecteurs de aangetroffen schades geregistreerd en geclassificeerd. Op basis van de geconstateerde schades zijn de conditiescores per kunstwerk en voor de onderdelen van de kunstwerken bepaald. Het kwaliteitsniveau in 2022 kwam overeen met rapportcijfer 6,8 en kwaliteitsniveau B. Dit betekent dat de kwaliteit overeenkwam met het vastgestelde minimale kwaliteitsniveau.

 

Indachtig deze resultaten is bij het voorstellen van bezuinigingsmaatregelen kritisch gekeken naar het kwaliteitsniveau van kunstwerken. Conclusie was dat het mogelijk is om een stapje terug te gaan in minimaal vereist kwaliteitsniveau naar C. Het bedrag dat daaraan gekoppeld is komt overeen met het bedrag dat in 2021 nodig was om het klein onderhoud van kwaliteit C naar B te brengen.

De daling van het minimale kwaliteitsniveau betekent alleen een verlaging van het budget voor klein onderhoud. De storting in de voorziening voor groot onderhoud blijft ongewijzigd.

 

In de volgende tabel is de relatie aangegeven tussen de gekozen kwaliteitsniveaus, de kwaliteit catalogus CROW en de NEN 2767. Kwaliteit A is luxer, duurder en Kwaliteit C genereert op termijn waardeverlies door verval. Kwaliteit B is economisch het meest verantwoord.

 

Tabel 4: Relatie verschillende kwaliteitsniveaus

 

In het ontwerpproces wordt bij de materiaalkeuze naast het aspect duurzaamheid ook gekeken naar materialen met lage onderhoudskosten. Hierdoor blijven de onderhoudskosten op de langere termijn lager en ook betaalbaar.

6.3.2 Beheerproces

Het beheerproces is erop gericht dat de kunstwerken voldoen aan de gestelde eisen. Dit geldt voor zowel de veiligheid, het functioneren als de langdurige instandhouding daarvan binnen de gestelde gemeentelijke (financiële) kaders. Op basis van dit plan onderscheiden we diverse jaarlijks terugkerende activiteiten.

 

In bijlage 3 ‘Beheerproces en onderhoud’ beschrijven we in detail op welke manier het beheerproces verloopt.

 

6.4 Ontwikkelingen

In deze paragraaf worden enkele ontwikkelingen beschreven die in de (nabije) toekomst invloed zullen hebben op het kunstwerkbeheer.

6.4.1 Klimaatadaptatie

Klimaatverandering heeft op verschillende manieren invloed op het kunstwerkbeheer. Weersomstandigheden hebben altijd al effect op de veiligheid en bereikbaarheid van verkeersinfrastructuur. Door klimaatverandering nemen de gevolgen in hevigheid en frequentie toe. Een gevolg is het vaker voorkomen van hevige neerslag.

Systemen voor hemelwaterafvoer moeten hierop worden aangepast. Wanneer deze systemen niet of niet voldoende functioneren zullen plassen op de weg ontstaan en kunnen bij taluds bij landhoofden eroderen.

Aandachtspunten voor het kunstwerkbeheer zijn bijvoorbeeld het verlagen van trottoirbanden, het omvormen van verhard oppervlak naar groen en het vaker reinigen van hemelwaterafvoeren.

6.4.2 Circulariteit

Nederland wil in 2050 een circulaire economie zijn. Dit betekent zoveel en zo hoogwaardig mogelijk hergebruik van producten en materialen. Met het oog op een duurzame samenleving koopt de gemeente in op basis van het aanbestedingsbeleid Lingewaard. Hierdoor worden de milieuaspecten zoveel mogelijk meegenomen in het inkoopproces. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de duurzaamheidscriteria voor civiele constructies van Pianoo.

Zo kan worden gekozen om de houten bruggen te vervangen door composiet bruggen. Ook is het mogelijk om onderdelen te hergebruiken, zoals houten dekdelen en houten liggers. In het ontwerpproces wordt bij de materiaalkeuze naast het aspect duurzaamheid ook gekeken naar materialen met lage onderhoudskosten. Hierdoor blijft het onderhoud op de langere termijn ook betaalbaar.

6.4.3 Mobiliteit en toegankelijkheid

Het weggebruik verandert. Denk aan een steeds groter aantal elektrische fietsen en auto’s en meer openbaar vervoer. Maar ook de wens om de openbare ruimte toegankelijker te maken voor ouderen.

Deze ontwikkelingen vragen aanpassingen van de openbare ruimte. Voor het beheer betekent dit enerzijds het voorkomen of wegnemen van obstakels en het toegankelijk houden van de openbare ruimte. Voorbeeld hiervan is behouden van een goede aansluiting tussen kunstwerk en aanliggende weg. Zetting en boomwortelopdruk zijn oorzaken die zorgen voor een minder goede aansluiting. Daarnaast dienen de hellingen van de kunstwerken ten minste geschikt te zijn voor rolstoelgebruik.

6.4.4 Ontwikkelingen in het wegverkeer

De laatste jaren is de intensiteit en het gewicht van het vrachtverkeer toegenomen. Voor de belasting op de bruggen, eventueel in combinatie met een duiker, zijn geen aslasten-/gewichtsbeperkingen ingesteld. Op basis van keuzes, onverwachte deformaties, enzovoorts, is het mogelijk dat voor een object een (tijdelijke) gewichtsbeperking ingesteld moet worden. Een dergelijke beperking verloopt altijd in overleg tussen de verkeerskundige en de beheerder van de kunstwerken.

Hoofdstuk 7 Wat doen we daarvoor?

In dit hoofdstuk wordt beknopt ingegaan op:

  • de programmering van het onderhoud,

  • de bewaking van de instandhouding van de civiele kunstwerken,

In bijlage 3 ‘Beheerproces en onderhoud’ vindt u de meer gedetailleerde toelichting over het beheerproces en het onderhoud van kunstwerken.

 

7.1 Beheerprogramma’s

Op grond van inspecties, een inschatting van de instandhoudingsrisico’s en de aan objecten te stellen eisen wordt de programmering, planning en prioriteit van het onderhoud opgesteld. De daaruit voortvloeiende onderhoudsmaatregelen zijn in het beheersysteem opgenomen. Per object wordt een pakket met onderhoudsmaatregelen opgesteld. Met dit pakket van onderhoudsmaatregelen worden werkzaamheden van gelijke aard uitgevoerd.

7.1.1 Constructieve veiligheid

De constructieve veiligheid is bepalend of de primaire functie van objecten kan worden vervuld. Uit landelijk onderzoek is al langer bekend dat veel oudere (betonnen) kunstwerken een hoog risico hebben op onvoldoende constructieve veiligheid. Dit door de bouwwijze van toen, zoals in het werk gestort beton, maar ook door de toegenomen verkeersintensiteit en hogere aslasten (grotere vrachtwagens). Om inzicht te hebben in dit risico worden de kritische kunstwerken in het areaal gecontroleerd.

Het onderzoek naar de constructieve veiligheid is in drie stappen te verdelen:

1. Bureau studie

bestuderen van ontwerpdocumenten, bestekken en tekeningen etc.

2. Inspectie

bepalen van de onderhoudstoestand van de draagconstructie, eventueel aanvullend boorkernonderzoek;

3. Analyse gegevens

bepalen risico’s ten aanzien van de constructieve veiligheid.

7.1.2 Inspecties en maatregeltoets

Jaarlijks wordt door de gemeente het areaal geschouwd op veiligheid en functioneren. Daarnaast wordt beoordeeld of de objecten nog voldoen aan de gestelde eisen met betrekking tot beeldkwaliteit. Deze schouwrondes worden uitgevoerd door team Technisch Wijkbeheer.

 

Verder worden toestandsinspecties uitgevoerd naar de staat van de houten, stalen en betonnen objecten. Dit geschiedt gefaseerd, de houten objecten om de 3-5 jaar en de stalen en betonnen objecten om de 5 jaar. De toestand inspecties worden door externe specialisten uitgevoerd. Deze inspectiekosten dekken we uit het budget voor klein onderhoud.

 

De kosten voor onderhoud en vervangingen baseren we op de resultaten uit de inspecties. Op dit moment zijn de maatregelen theoretisch ingedeeld naar planjaar op basis van de bouwdeelscore (NEN2767 Conditiemeting) waar de maatregel betrekking op heeft. Een gedetailleerde planning of operationeel programma wordt gemaakt op basis van een maatregeltoets. Dit heeft echter zeer weinig invloed op de totale kosten zoals deze nu zijn opgenomen. Feit blijft dat de opgenomen maatregelen binnen de planperiode moet worden uitgevoerd. De maatregeltoets is bedoeld om binnen de planperiode te schuiven met maatregelen om werkzaamheden te kunnen bundelen en prioriteiten bij te stellen. Bij de maatregeltoets wordt voor de komende jaren tevens afstemming gezocht met de andere domeinen om integraal werk mogelijk te maken.

7.1.3 Nader onderzoek

Nader onderzoek voeren we uit bij kritische objecten waarbij de conditie onvoldoende is vast te stellen bij een reguliere inspectie. Vaak is dit specialistisch onderzoek naar beton schade, corrosie en het opnieuw bepalen van de draagkracht/ sterkte van het object.

Hoofdstuk 8 Wat betekent dit financieel?

Onderstaand zijn de onderhoudskosten van de civiele kunstwerken opgenomen. Deze kosten zijn exclusief onvoorziene zaken (vandalisme e.d.) en op basis van prijspeil oktober 2025.

 

8.1 Inleiding

Voor de kunstwerken wordt een meerjarige onderhoudsbegroting (MJOB) en een meerjarige planning opgesteld. Deze heeft als doel om voor een langere termijn inzicht te geven in de vereiste financiële middelen en activiteiten, zodat een doelmatige financiële planning kan worden opgezet. De MJOB is onderbouwd door het inplannen van onderhoudswerkzaamheden, inclusief de kosten hiervan. Dit geschiedt grotendeels op basis van theoretische onderhoudscyclus. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze planning geen operationele of taakstellende programmering is, maar richtinggevend. Deze planning dient ter onderbouwing van de financiële raming. De werkelijke condities van het object en het geldende beleid zijn leidend voor het operationeel plan.

 

De gemiddelde leeftijd van de kunstwerken is 28 jaar. De totale vervangingswaarde van deze kunstwerken is ongeveer € 40 miljoen. Bij het schrijven van dit plan is gerekend met de eerste vier jaar. Wel zijn de te verwachte kosten na 2029 in beeld gebleven, maar deze maken nog geen onderdeel uit van de financiële paragraaf. De bedragen kunnen om diverse redenen afwijken, zoals de degradatiesnelheid van bouwdelen, de toename van de verkeersbelasting en de toestandsinspectie die we in 2027 weer uitvoeren.

 

De huidige beschikbare middelen in de programmabegroting 2026 zijn toereikend om het onderhoud en de vervangingen uit te voeren. Dit ondanks het feit dat de gemiddelde leeftijd van de kunstwerken en daarmee de onderhoudskosten stijgen.

 

Verlaging van het gemiddelde beeldkwaliteitsniveau naar C leidt op de langere termijn (>tien jaar) tot verval en daarmee kapitaalvernietiging. De kunstwerken moeten hierdoor eerder worden vervangen. Bij kwaliteitsniveau C gaan we uit van vervanging op basis van de technische levensduur. Hierbij schuift het vervangingstijdstip naar voren (tussen de economisch en technische levensduur). In de meest nadelige situatie is vervanging op basis van de economische levensduur noodzakelijk.

 

We egaliseren de onderhoudskosten omdat de praktijk altijd een kleine afwijking kan hebben met de theorie. De maatregelen worden uitgevoerd, maar kunnen op basis van de maatregeltoets, de afgesproken beeldkwaliteit en conditie, een kleine afwijking hebben in het jaar van uitvoering. Dat geeft enige financiële flexibiliteit en gaat niet ten koste van de conditie van het object.

 

Binnen onderhoud en vervanging zijn drie financiële stromen te onderscheiden:

  • Egalisatievoorziening voor groot onderhoud;

  • Bestemmingsreserve voor vervangingen;

  • Exploitatiebudget voor klein onderhoud.

Deze afzonderlijke stromen en de eventuele verandering die hierin nodig is, worden hieronder toegelicht.

 

8.2 Egalisatie voorziening voor groot onderhoud

Er is een voorziening voor het groot onderhoud van de civiele kunstwerken. Op grond van de meerjarige planning van het onderhoud en de reguliere inspecties worden jaarlijks benodigde middelen aan de voorziening onttrokken.

 

Het voordeel van een voorziening is dat dit financiële stabiliteit geeft en een optimale inzet van middelen mogelijk maakt over een langere periode. Bij de voorziening wordt jaarlijks een vaste som gedoteerd en worden de gemaakte kosten onttrokken. Jaarlijks rapporteren we in het jaarverslag over het saldo in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen.

 

Op basis van inspecties en de maatregeltoets heeft de praktijk altijd een kleine afwijking met de theoretische planning. De maatregelen worden uitgevoerd, maar kunnen op basis van deze toets de afgesproken beeldkwaliteit en conditie een kleine afwijking hebben in het jaar van uitvoering. Het egaliseren van de onderhoudskosten is hierdoor de meest voor de hand liggende inrichting van de financiën voor onderhoud.

 

De dekking van pieken voor groot onderhoud kunnen in de voorziening groot onderhoud worden opgevangen gelet op het saldo en de ontwikkeling hiervan. Op dit moment kunnen we een raming maken van de kosten voor de komende jaren, na de inspectie van 2027 zal deze worden bijgesteld.

 

Onvoorziene kosten veroorzaakt door vandalisme zijn niet in dit plan meegenomen.

 

Kostenplaats

9220020 – 60205:

2025

2026

2027

2028

2029

Saldo voorziening CT kunstwerken (op 1 januari):

€ 334.730

€ 308.940

€ 308.940

€ 285.550

€ 263.160

60205: Storting groot onderhoud:

€ 122.610

€ 122.610

€ 122.610

€ 122.610

€ 122.610

Lasten planmatig groot onderhoud:

€ -148.400

€ -122.610

€ -146.000

€ -145.000

€ -90.000

Tabel 6 Verloop van de egalisatievoorziening groot onderhoud

 

8.3 Bestemmingsreserve voor vervangingen

Conform de nota activabeleid worden de investeringen geactiveerd op basis van de economische levensduur. De kunstwerken gaan doorgaans langer mee dan de economische levensduur. Na uitvoering van de inspecties en de maatregeltoetsen wordt bepaald of vervanging noodzakelijk is. Indien dit niet het geval is kunnen we de investering uitstellen. Dit is gunstig voor de begroting.

 

Bij vervanging kiezen we voor duurzame materialen. Op termijn zijn er dan lagere onderhoudskosten en een langere levensduur van het object zelf. Het nieuwe moment van investeren schuift hierdoor ook op.

 

De storting in de bestemmingsreserve civiele kunstwerken wordt gebruikt als dekking van de kosten voor vervanging van de kunstwerken. Investeringen boven de € 25.000 worden geactiveerd.

 

Voor de vervanging van de kunstwerken houden we rekening met een rente van 1%.

 

Kostenplaats 60205

2025

2026

2027

2028

2029

Saldo bestemmingsreserve

CT kunstwerken (op 1 januari):

€ 145.059

€ 162.559

€ 178.467

€ 194.360

€ 210.237

Storting reserve → Kapitaallasten

€ 17.500

€ 17.500

€ 17.500

€ 17.500

€ 17.500

Lasten vervangingen (< €25.000)

€ 130.000

 

 

 

 

Kapitaallasten vervangingen*

€ 0

€ - 1.592

€ - 1.607

€ - 1.623

€ - 1.640

Tabel 7 Verloop van de bestemmingsreserve civiele kunstwerken

 

*Dit betreft alleen de afschrijvingslast. Rentelasten worden hier niet in meegenomen. De afschrijving start op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin het actief gereed komt of verworven wordt.

 

8.4 Exploitatie klein onderhoud civiele kunstwerken

Het budget voor klein onderhoud aan de civiele kunstenwerken is verlaagd met € 45.000. Voor het klein onderhoud aan de kunstwerken is nu jaarlijks € 70.586 beschikbaar om het minimale kwaliteitsniveau C te behouden. Dit kan betekenen dat we middelen in een bepaald jaar tekort komen terwijl het volgende jaar wel voldoende beschikbaar is. We zullen dan schuiven met het klein onderhoud binnen de jaarschijven.

 

Kostenplaats 60205

2025

2026

2027

2028

2029

Budget klein onderhoud plus inspecties, maatregeltoetsen

€ 110.186

€ 70.586

€ 70.586

€ 70.586

€ 70.586

Tabel 8 Budget klein onderhoud

Begrippenlijst

 

De volgende begrippen en definities zijn relevant binnen het kader van dit Beleidsplan.

 

Beheergrens

De grens waarbij het beheer van de ene naar de andere beheerder overgaat

Bouwdeelscore

Dat is de mate van degradatie ten opzichte van nieuwbouw kwaliteit. Een bouwdeelscore 1 van een bouwdeel voor nieuwbouw kwaliteit is 1 en conditiescore 6 is technisch rijp voor sloop. Dit overeenkomstig de norm NEN 2767 voor conditiemetingen.

Conditieopname NEN 2767

Een norm om op een objectieve methode de conditie van bouwwerken en installaties vast te stellen, met als doel de prioriteit van het onderhoud inzichtelijk en meetbaar te maken.

CROW beeldkwaliteit systematiek

Een door de CROW ontwikkelde en gepubliceerde landelijke standaard/ waarderingsmethode (Kwaliteitscatalogus openbare ruimte) om de beeldkwaliteit voor onderhoudsniveaus van de openbare ruimte vast te stellen in 5 klassen van A+ tot D.

Functionele inspectie

Een visuele inspectie die gericht is op het vaststellen of het object nog (veilig) functioneert in relatie tot de daaraan gestelde eisen.

Gebiedskwaliteit

De door de gemeente gedefinieerde classificatie om de minimale beeldkwaliteit eisen per gebied vast te stellen. Deze kent 3 niveaus, te weten Top, Normaal en Sober.

Gemiddelde beeldkwaliteit

Civiele kunstwerken kunnen uit verschillende onderdelen bestaan. Bij bijvoorbeeld de bruggen kennen we de onderdelen; het landhoofd, de pijlers, de dwarsliggers, de leuning, het dek. Ieder onderdeel kan in de loop van de jaren een andere beeldkwaliteit hebben. De totale beeldkwaliteit is het gemiddelde van alle onderdelen tezamen.

Jaarplan

Een plan waarin alle uit te voeren onderhoudsmaatregelen voor een bepaald jaar zijn opgenomen en gebudgetteerd.

Klein onderhoud

Dit betreft het repareren van schades van geringe omvang. De intensiteit van het klein onderhoud bepaalt voor een groot deel de beeldkwaliteit van de openbare ruimte. Het werk bestaat hoofdzakelijk uit het reinigen, het bijwerken van de conservering en onkruidbestrijding op en rondom het kunstwerk. Het heeft een directe relatie heeft met de technische kwaliteit. Bijvoorbeeld door vervuiling vermindert de levensduur van houten bruggen.

Groot onderhoud

Dit onderhoud is gericht op het behalen van de technische levensduur van het kunstwerk rekening houdend met de vereiste minimale beeldkwaliteit. Voorbeelden zijn het vervangen van leuningen of het herstellen van betonschades.

Vervanging

Is gericht op het verhogen van het langdurig en veilig borgen van de functie van het object of het aanpassen van de functie van een object.

Bij het einde van de technische levensduur van het kunstwerk is totale vervanging noodzakelijk. Het gehele object wordt vervangen. Het resultaat na vervanging is de gemiddelde beeldkwaliteit A+ / als nieuw.

Minimale kwaliteit – interventieniveau

Dat is de minimaal vereiste kwaliteit aan eigenschappen die een object moet hebben. Bij onderschrijding wordt overgegaan tot onderhoudsmaatregelen, de interventie.

MJOB

Meerjarige onderhoudsbegroting. Dit is een plan waarin de verwachte kosten voor de uit te voeren onderhoudsmaatregelen (en vervangingen) zijn opgenomen en uitgezet in een bepaalde tijd, meestal 5, 10 of 15 jaar.

MVI:

Maatschappelijk verantwoord inkopen / Duurzaam inkopen

Pianoo

Expertisecentrum voor inkopen

Schouwen

Een visuele inspectie die in deze situatie gericht is op de veiligheid en het vaststellen in welke mate het object nog voldoet aan de gebied kwaliteitseisen.

Toestandsinspectie

De toestandsinspectie is een opname die gericht is op het vaststellen van de toestand, de conditie van het object. Deze inspectie bestaat uit gedetailleerde visuele opnames maar daar waar mogelijk ook uit metingen en bepalingen.

Utilitaire route

Hoofdverbinding tussen wijken of kernen

Vervangingswaarde

De boekhoudkundige waarde waarvoor een civieltechnisch kunstwerk vervangen kan worden.

Voorziening

Een grootboekrekening waarop (periodiek) bedragen worden gestort met als oogmerk het saldo op enig moment in de toekomst aan te wenden voor het doel waar de voorziening oorspronkelijk voor is gevormd.

Zorgplicht

Zie hoofdstuk 3.6.

Burgerlijk Wetboek 6 Artikel 174:

  •  

    1.

    De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daar­aan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezen­lijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afde­ling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.

    4.

    Onder opstal in dit artikel worden verstaan gebouwen en werken, die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.

    6.

    Voor de toepassing van dit artikel wordt onder openbare weg mede begrepen het weglichaam, evenals de weguitrusting.

Bijlage 1 Wat zijn onze kaders?

 

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voorwaarden en uitgangspunten om te komen tot het plan voor civiele kunstwerken. De wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid vormen het kader voor een goede en herleidbare onderhoudsaanpak. Daarnaast hebben ook het Waterschap Rivierenland, de provincie Gelderland en ProRail invloed op de onderhoudsstrategie van de civiele kunstwerken. In de begrippenlijst is het overzicht van de gebruikte begrippen en de definities in het plan opgenomen.

 

De volgende wet- en regelgeving is van belang bij het beheer- en onderhoud van kunstwerken:

  • De Gemeentewet;

  • Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeentes;

  • Het Burgerlijk Wetboek;

  • De Wegenwet en Waterwet;

  • De Omgevingswet en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl);

  • De Wet milieubeheer.

1.1 Gemeentewet en Besluit Begroting en Verantwoording

Gemeentewet

Met betrekking tot het onderhoud levert de Gemeentewet vereisten rond:

  • De samenwerking met andere overheden;

  • Het toezicht door de rijksoverheid en de provincie;

  • De begroting, financiële administratie en rapportages aan de Gemeenteraad en jaarrekening.

Besluit Begroting en Verantwoording

In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vastgelegd dat de begroting van de gemeente een paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen' moet bevatten. In deze paragraaf moeten het beleidskader, de financiële consequenties van dit beleidskader en de vertaling in de begroting zijn opgenomen.

Als de gemeente gebruik maakt van een voorziening voor groot onderhoud, moet deze zijn onderbouwd met een actueel beheerplan. Dit betekent voor het beheer van kunstwerken:

  • 1.

    De gemeente moet inzicht hebben in de benodigde financiële middelen voor het onderhouden van de kunstwerken. Hiervoor moet een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) worden opgesteld.

  • 2.

    De gemeente moet het inzicht in de benodigde financiële middelen vertalen naar de begroting. Hiervoor moet het MJOP worden vertaald naar de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’, bijvoorbeeld in een beheerplan kunstwerken.

  • 3.

    Als de gemeente een voorziening groot onderhoud heeft, moet deze voorziening zijn onderbouwd met een actueel beheerplan.

Burgerlijk Wetboek

In het Burgerlijk Wetboek zijn algemeen geldende eisen ten aanzien van de veiligheid en aansprakelijkheid opgenomen. Voor het beheer van kunstwerken zijn vooral artikelen 6:162 en 6:174 relevant:

  • Artikel 6:162 geeft aan dat men aansprakelijk is als een wettelijke plicht niet wordt nagekomen.

  • Artikel 6:174 geeft aan dat de eigenaar van een weg of kunstwerk aansprakelijk is als deze weg of het kunstwerk niet voldoet aan de eisen die men daaraan redelijkerwijs mag stellen, tenzij dit gevaar bekend wordt gemaakt aan de gebruiker.

Dit betekent voor het beheer van kunstwerken:

  • 1.

    De gemeente moet inzicht hebben in de technische staat van de kunstwerken en in de risico’s voor het gebruik. Hiervoor moeten inspecties en nader onderzoek worden uitgevoerd.

  • 2.

    De gemeente moet zorgen dat risico’s bekend zijn bij de gebruikers van de kunstwerken. Hiervoor moet de gemeente communiceren met gebruikers, bijvoorbeeld door het plaatsen van waarschuwingsborden bij gladheid.

De gemeente is aansprakelijk als deze en verplichtingen uit andere wetgeving niet wordt nagekomen.

 

Wegenwet en Waterwet

Vanuit de Wegenwet (artikelen 15 en 16) is de gemeente verplicht de wegen in haar beheer te onderhouden en te zorgen dat deze wegen in goede staat verkeren. Deze verplichting geldt ook voor de kunstwerken in die wegen.

De Waterwet (artikel 5.3) verplicht de gemeente voor de beheerde waterstaatswerken maatregelen te nemen om deze veilig en doelmatig te kunnen gebruiken.

 

Dit betekent voor het beheer van kunstwerken:

  • 1.

    De gemeente moet een onderhoudsprogramma hebben en zorgen dat dit onderhoud wordt uitgevoerd. Hiervoor moet een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) worden opgesteld.

  • 2.

    De gemeente moet zorgen dat het onderhoud zodanig is dat de kunstwerken in goede staat blijven. Hiervoor moet de gemeente het onderhoud specificeren in een onderhoudscontract en dit uit laten voeren.

Omgevingswet en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

De Omgevingswet bevat de regels voor de fysieke leefomgeving. Ingeval van sloop en nieuwbouw van een kunstwerk kan een omgevingsvergunning vereist zijn.

In het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn voorschriften opgenomen met betrekking tot de constructieve veiligheid en gebruiksveiligheid. Kunstwerken vallen daarbij in de categorie ‘overige bouwwerken (niet zijnde gebouwen)’.

 

Het Besluit bouwwerken leefomgeving geeft aan dat de constructieve veiligheid onder alle genormeerde omstandigheden gewaarborgd dient te zijn. Niet alleen het ontwerp moet aan de eisen voldoen, maar ook in de actuele toestand moet het kunstwerk hieraan voldoen. Ook als het ontwerp voldoet, kan de actuele toestand zo zijn dat het kunstwerk niet aan de veiligheidseisen voldoet.

Verder geeft het Bouwbesluit aan dat een kunstwerk veilig en doelmatig gebruikt moet kunnen worden. Eisen aan de gebruiksveiligheid hebben bijvoorbeeld betrekking op de hoogte van leuningen, de stroefheid van brugdekken en verlichting.

 

Dit betekent voor het beheer van kunstwerken:

  • 1.

    De gemeente moet risico’s met betrekking tot de constructieve veiligheid kennen en maatregelen nemen om deze risico’s te beheersen. Hiervoor moeten inspecties en nader onderzoek worden uitgevoerd.

  • 2.

    De gemeente moet risico’s met betrekking tot de gebruiksveiligheid kennen en maatregelen nemen om deze risico’s te beheersen. Hiervoor moeten inspecties en nader onderzoek worden uitgevoerd.

Wet Milieubeheer

De Wet Milieubeheer is de basis voor het afgeven van milieuvergunningen. Dit is relevant voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden, bijvoorbeeld bij het vrijkomen en afvoeren van afvalstoffen.

 

1.2 Veiligheid en zorgplicht

Alle eigendommen van de gemeente moeten veilig zijn voor de gebruikers daarvan. De gemeente kan aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan het areaal of het object. De eigenaar/ beheerder heeft de plicht zorg te dragen voor een aantoonbaar veilige situatie rond zijn areaal. Dit betekent voor het beheer van een areaal, zoals kunstwerken, dat rekening moet worden gehouden met de volgende aspecten:

  • een preventief onderhoudsbeleid;

  • een systematische en eenduidige klachtenregistratie;

  • periodieke inspecties volgens een (landelijk geaccepteerde) uniforme methode;

  • een goed werkend beheersysteem.

1.3 Overige wet- en regelgeving

Bestaande situatie en nieuwbouw

In de bestaande situatie is doorgaans geen expliciete wetgeving voor het beheer en onderhoud aan kunstwerken van toepassing. Naast de algemeen geldende vereisten voor het beheren van objecten en het uitvoeren van werken daaraan (Arbo, lozingen e.d.).

 

Anders is dit bij nieuw te bouwen kunstwerken; daarop is onder meer het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing. Daar waar bewegingswerken worden aangebracht, zullen deze moeten voldoen aan NEN 3410 en beschikken over een CE-markering. De gemeente Lingewaard heeft geen beweegbare bruggen.

 

Leuningen

Specifiek voor kunstwerken is de situatie rond leuningen. Hierover is vaak onduidelijkheid. In het nieuwe Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden eisen aan de positionering van het relingwerk gesteld met betrekking tot de overklauterbaarheid en het onder doorglijden. Dit is niet van toepassing op kunstwerken omdat dit ‘niet gebouw zijnde’ objecten zijn. Relevant in dit kader is wel de hoogte van leuningen en de afstand tussen de staanders en tussenregels. De afmetingen van de leuningen moeten volgens het Bbl voldoen aan de eisen voor vloer afscheiding, waarbij de kunstwerken worden ingedeeld in de volgende gebruiksfuncties:

  • Overige gebruiksfuncties. Dit betreft ten minste leuningen langs fiets- en voetpaden die voor het publiek toegankelijk zijn;

  • Bouwwerken ‘Geen gebouw zijnde’. Dit betreft leuningen langs paden, trappartijen en dergelijke.

Bij alle leuningen dient de hoogte volgens het Bouwbesluit ten minste 1,10 meter te zijn bij een hoogteverschil van ≤ 13 meter, en 1,20 meter bij een hoogteverschil van > 13 meter.

In geval van de paden en trappartijen vormen de gestelde Arbo-eisen (Koninkrijk der Nederlanden, 1-1-2020) het uitgangspunt.

Hierin wordt vereist dat bij het werken boven de 2,5 meter een leuning van minimaal 1 meter hoogte aanwezig moet zijn. Voor reeds gebouwde objecten gelden de regels van het Bouwbesluit en Arbowet niet.

 

NEN8700 en CUR124

De NEN8700 is de Nederlandse invulling van de Eurocode en wordt gebruikt om de constructieve veiligheid van een kunstwerk te beoordelen. De CUR124 kan, in aanvulling op de NEN8700, worden gebruikt voor het beoordelen van de constructieve veiligheid van bestaande bruggen en viaducten van decentrale overheden.

Deze richtlijn maakt het mogelijk om rekening te houden met de vaak minder zware belasting op deze kunstwerken, binnen de kaders van NEN8700 en het Bbl.

Met de NEN8700, aangevuld met de CUR124, kan de beheerder invulling geven aan de verplichtingen om inzicht te hebben in risico’s met betrekking tot de constructieve veiligheid die voortkomen uit het Burgerlijk wetboek en het Bbl.

 

CUR117 en NEN2767

De CUR117 beschrijft verschillende vormen van inspectie en advies van kunstwerken. Deze richtlijn maakt het mogelijk om eenduidige afspraken te maken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over de vorm en inhoud van inspectie en onderzoek van kunstwerken.

De NEN2767 kan worden gebruikt om door middel van een conditiemeting de technische staat van een kunstwerk op uniforme wijze te bepalen. Een conditiemeting is een invulling van een specifieke soort inspectie (toestandsinspectie) uit de CUR117.

Met de CUR117, eventueel aangevuld met de NEN2767, kan de beheerder invulling geven aan de verplichtingen om inzicht te hebben in de technische staat en de risico’s van de kunstwerken.

 

NEN-ISO-55000 en iAMPro systematiek

De NEN-ISO-55000 is een internationale norm die een overzicht geeft van de assetmanagement methodiek. Deze methodiek kan worden gebruikt om het beheer van assets, zoals kunstwerken, te professionaliseren. De iAMPro systematiek is een praktische vertaling, specifiek gericht op het beheer van infrastructuur.

Met de NEN-ISO-55000 en de iAMPro systematiek kan de beheerder het beheer van de kunstwerken op een gestructureerde en professionele manier inrichten. Hierbij kan worden gekozen om deze methoden volledig te implementeren, maar ook voor het ondernemen van onderdelen hiervan.

 

1.4 Gemeentelijk beleid

We voeren het beheer van de kunstwerken uit conform het gemeentelijk beleid. Voor het beheer van kunstwerken is het meest relevante gemeentelijk beleid:

  • 1.

    Beheervisie;

  • 2.

    Omgevingsvisie Lingewaard;

  • 3.

    Mobiliteitsvisie Gemeente Lingewaard;

  • 4.

    Samenwerking Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen;

  • 5.

    Beleidsplan wegverhardingen;

  • 6.

    Duurzaamheid

Beheervisie

Met het vaststellen van het beheerplan civieltechnische kunstwerken 2021 is gekozen voor:

  • 1.

    Onderhoud van de kunstwerken op niveau beeldkwaliteit B. Beeldkwaliteit B komt neer op: het kunstwerk is veilig, functioneert goed, is heel en voldoende schoon, heeft een voldoende uitstraling en veroudering is zichtbaar.

    De vastgestelde beeldkwaliteit voor wegen is leidend voor de beeldkwaliteit voor de kunstwerken. Vaak maken de kunstwerken onderdeel uit van de weg en dan is het logisch om dan een gelijk kwaliteitsniveau te hanteren.

  • 2.

    Hanteren van de volgende volgorde van uitgangspunten voor het beheer:

    • a.

      het voldoen aan wettelijke kaders;

    • b.

      het borgen van de veiligheid en daarmee de aansprakelijkheid;

    • c.

      het voldoen aan het gemeentelijke beleid;

    • d.

      het borgen van het functioneren

Omgevingsvisie Lingewaard

De visie schetst een algemeen beeld van de gewenste fysieke leefomgeving voor het jaar 2035. We omschrijven de waarden van de gemeente Lingewaard en de ambities voor de lange termijn, richting 2035.

Een aantal van deze ambities hebben ook invloed op het wegenbeheer:

  • Een duurzame, groene en klimaat adaptieve inrichting van de openbare ruimte in de kernen: dit stelt eisen aan het ontwerp en het materiaalgebruik van kunstwerken;

  • Kernen en bedrijven (blijven) goed bereikbaar per (elektrische) auto: aanpassing of aanleg van wegen kan leiden tot aanpassing of uitbreiding van het areaal kunstwerken;

  • Meer focus op langzaam verkeer (fiets, wandelen etc.): uitbreiden van het netwerk voor langzaam

  • verkeer kan leiden tot uitbreiding van het areaal fiets- en voetbruggen;

  • Een completer en aaneengesloten fietsnetwerk (incl. snelfietsroutes): uitbreiden van het fietsnetwerk kan leiden tot uitbreiding van het areaal fiets- en voetbruggen.

Mobiliteitsvisie Gemeente Lingewaard

Mede vanwege de toenemende drukte op het hoofd- en onderliggend wegennet in Lingewaard en de regio is een mobiliteitsvisie opgesteld. Dit document geeft richting voor de inzet voor mobiliteit voor de lange termijn.

 

In de mobiliteitsvisie zijn zes strategische mobiliteitsopgaven geïdentificeerd:

  • 1.

    Verkeerveiligheid heeft prioriteit, o.a. door een lagere maximum snelheid en herinrichting. Voor kunstwerken betekent dit dat nieuwe bruggen mogelijk smaller kunnen ontworpen, doordat wegen bij een lagere maximumsnelheid smaller kunnen zijn;

  • 2.

    Leefbaarheid voor inwoners centraal, o.a. door meer ruimte voor de fiets, voetganger en groen. Als deze opgave leidt tot aanpassingen aan het netwerk voor fiets- en voetgangers kan dit leiden tot uitbreiding van het areaal fiets- en voetbruggen;

  • 3.

    Toekomstbestendige hoofdstructuur, o.a. door een betere aansluiting A325/N325 en nieuwe hoofdroutes. Aanpassingen van aan de infrastructuur kunnen leiden tot verandering van het gebruik en hierdoor tot zowel een langere (bij afname verkeer) als een kortere levensduur (bij toename verkeer) van kunstwerken;

  • 4.

    Inzet op de fiets, o.a. verbeteren van het bestaande fietsnetwerk en hoogwaardige fietsroutes naar Arnhem, Elst, Nijmegen en de Liemers. Mogelijk uitbreiding van het areaal voor fietsers, bijvoorbeeld nieuwe fietsbruggen;

  • 5.

    Snel aantrekkelijk OV, o.a. door een HOV-lijn en direct OV Huissen – Arnhem Zuid. Indien voor de HOV-lijn nieuwe infrastructuur wordt aangelegd, zorgt dit voor uitbreiding van het kunstwerken areaal;

  • 6.

    Inspelen op innovaties, slimme mobiliteit en logistiek, o.a. door mobiliteitsoplossingen te koppelen aan energietransitie, slim en duurzaam reizen en circulair aanbesteden nieuwe infrastructuur. Niet direct van toepassing op het kunstwerkbeheer.

Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen

De gemeente Lingewaard is onderdeel van de metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Binnen deze regio zijn er ambities en een bijbehorende meerjarige agenda vastgesteld. Deze regionale ambities sluiten aan bij de Omgevingsvisie en de Mobiliteitsvisie van Lingewaard. Ambities die een sterk raakvlak hebben met het wegbeheer in Lingewaard zijn:

  • Een verbonden regio: Inzet op een robuust, veilig wegennetwerk en een aantrekkelijk fietsnetwerk;

  • Een circulaire regio: Inzet op Circulaire Grond-, Weg- en Waterbouw.

Bij de uitvoering van projecten in Lingewaard wordt nadrukkelijk gekeken hoe we hieraan kunnen bijdragen. Waar mogelijk wordt aansluiting gezocht bij de regionale speerpunten en beschikbare subsidies.

 

Wegen

Bijna alle in dit plan opgenomen kunstwerken vormen een onderdeel van de wegen. Ze maken de kruising met andere wegen of met water mogelijk. De functie en aanpak rond deze kunstwerken moeten dan ook in zijn geheel aansluiten op dat van de betreffende wegen. Het gemeentelijke beleid rond het beheer van wegen is vastgelegd in het beleidsplan Wegverhardingen 2026. De doelstelling vanuit het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is dat maatregelen en de beleidsmatige aanpak vanuit het wegbeheer leidend zijn voor het plan civiele kunstwerken.

 

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een tweeledig thema. Enerzijds heeft het een sterk milieu aspect, anderzijds een economisch aspect. Met het gebruik van duurzame materialen kunnen beide aspecten verenigd worden. Dit is te verenigen door enerzijds de meest milieuvriendelijke materialen te gebruiken en anderzijds de meest duurzame materialen. Door slimme materiaalkeuzen zijn beide aspecten te verenigen en resulteert dit in de meest milieuvriendelijke oplossing die economisch gezien ook de voordeligste optie is.

 

Het uitgangspunt voor het inkoopbeleid van de gemeente Lingewaard blijft duurzaamheid. Dit geldt uiteraard ook op het gebied van wegonderhoud en kunstwerken. Daarnaast heeft gemeente Lingewaard zelf de beleidsnotitie Aanbestedingen Lingewaard vastgesteld. Op basis van dit beleid wordt gestreefd naar duurzame inkoop van producten en diensten. Met het oog op een duurzame samenleving kopen we in op basis van het Beleid aanbestedingen Lingewaard. Dit door de milieuaspecten zoveel mogelijk in het inkoopproces mee te nemen. We maken daarbij gebruik van de duurzaamheidscriteria voor civiele constructies van Pianoo. Tijdens de inkooptrajecten wordt hier op toegezien door de inkoper van de gemeente Lingewaard. Zo heeft de gemeente het voornemen om de houten bruggen op termijn te vervangen door composiet bruggen (31% van alle bruggen is nu nog van hout). Het gaat om bruggen die hun technische levensduur bereikt hebben en waarvan delen van de bruggen vervangen moeten worden.

 

Duurzaamheid kunstwerken

De onderhoudsaanpak van de kunstwerken zal met het oog op de duurzaamheid zijn gericht op het zo optimaal mogelijk beheren van de objecten. Dit houdt in dat de levensduur zo veel mogelijk verlengd wordt d.m.v. een strategisch gekozen en gemonitorde onderhoudscyclus. Op deze wijze worden zoveel mogelijk grondstoffen en energie bespaard en wordt uitputting voorkomen. Dit houdt ook in dat er bij het ontwerp gekozen wordt voor materialen en bouwtechnieken die een lange levensduur mogelijk maken. Zo kan bijvoorbeeld hout vervangen worden door composiet. Uitgangspunt hierbij is ‘weinig maar goed onderhoud’ in plaats van ‘matig maar vaak onderhoud’.

Verder wordt er bij het ontwerp en onderhoud gekozen voor stoffen die niet toxisch zijn in verband met milieuverontreiniging of gezondheidsrisico’s. Dit geldt voor bouwmaterialen maar ook voor materiaal die gebruikt wordt voor het schoonmaken, het conservering e.d.

 

Duurzaamheid - hout

Vooral kunstwerken in recreatiegebieden en parken zijn van hout, denk hierbij aan bruggetjes, beschoeiing, steigers e.d. Bij herstel- en/of vervangingswerkzaamheden worden houten delen vervangen door duurzamere materialen. Voor de overige toepassing van hout heeft de gemeente gekozen voor FSC-goedgekeurd hout.

 

1.5 Samenwerking met derden

De gemeente Lingewaard heeft diverse kunstwerken op haar gemeentelijk grondgebied die van derden zijn. Met een deel daarvan heeft zij raakvlakken of samenwerkingsverbanden, zoals:

  • Waterschap Rivierenland: bruggen over de Linge. Het onderhoud daaraan wordt gezamenlijk afgestemd;

  • ProRail: bruggen over spoorlijnen. De gemeente heeft onderhoudsplicht voor het wegdek en de leuningen;

  • Provincie Gelderland; bruggen over provinciale wegen. De gemeente heeft een onderhoudsplicht voor het wegdek en de leuningen.

  • Rijkswaterstaat: bruggen over rijkswegen. De gemeente heeft een onderhoudsplicht voor het wegdek en de leuningen.

  • Park Lingezegen: gemeente is eigenaar maar de parkorganisatie zorgt voor beheer en onderhoud. De gemeente zorgt voor vervanging van de kunstwerken bij einde levensduur.

In separate overeenkomsten staat de omvang van het onderhoud voor partijen en de verdeling van de kosten. De gemeente heeft geen bruggen of dergelijke in gedeeld eigendom met andere gemeentes.

Bijlage 2 Overzicht kunstwerken

 

NEN2767 Object

Kunstwerknummer

Kunstwerktype

Hoofdmateriaal

Woonplaats

Openbare ruimte

513

KW508

Keermuur

Beton

Angeren

Achterzijde Zuster van Wijngaardenstraat 20

514

KW506

Keermuur

Beton

Angeren

Viswei 36

4

KW004

Fiets-voetbrug

Staal

Angeren

Baalsepad

10

KW012

Verkeersbrug

Beton

Angeren

Broeksestraat/Gouds-bloempad

34

KW037

Tunnel

Beton

Angeren

Kampsestraat

35

KW038

Fiets-voetbrug

Staal

Angeren

Kampsestraat/bij Goudsbloempad

39

KW042

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Nije Hof-Viswei

41

KW044

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Viswei 30

42

KW045

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling-Paddepoel

353

KW225

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling-Jan Joostenstraat 1

360

KW230

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling-Lookhof 48

356

KW235

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 17

351

KW246

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling-Jan Joostenstraat 1

354

KW250

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 21

355

KW251

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 19

358

KW253

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 15

359

KW257

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 13

362

KW275

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 11

363

KW346

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 11

316

KW349

Trap

Steen

Angeren

Viswei-Nije Wei

364

KW354

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 9-11

365

KW356

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 9-11

366

KW358

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 9

367

KW365

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 9

368

KW377

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling-Lookhof 14

369

KW378

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling-Lookhof 14

370

KW379

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 7

371

KW385

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 7

372

KW388

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 3

373

KW390

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 5

374

KW397

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 1

375

KW402

Keermuur

Metselwerk

Angeren

Duimeling 1

349

KW437

Stuw

Hout

Angeren

Nije Wei 74

445

KW464

Keermuur

Beton

Angeren

Viswei 3-35 tegenover

44

KW047

Fiets-voetbrug

Beton

Bemmel

Diana 92 nabij

45

KW048

Fiets-voetbrug

Hout

Bemmel

Diana 44 nabij

46

KW049

Verkeersbrug

Beton

Bemmel

Diana 52

47

KW050

Verkeersbrug

Beton

Bemmel

Diana 72

NEN2767 Object

Kunstwerknummer

Kunstwerktype

Hoofdmateriaal

Woonplaats

Openbare ruimte

48

KW051

Fiets-voetbrug

Beton

Bemmel

Diana-Saturnushof

49

KW052

Keermuur

Beton

Bemmel

Diana 42-44

50

KW053

Verkeersbrug

Beton

Bemmel

Diana 1

51

KW054

Verkeersbrug

Beton

Bemmel

Saturnushof 1

52

KW055

Fiets-voetbrug

Beton

Bemmel

Faunuslaan 57

53

KW056

Verkeersbrug

Beton

Bemmel

Junoplein-Faunuslaan

55

KW058

Verkeersbrug

Beton

Bemmel

t Rietland 21-30

56

KW059

Fiets-voetbrug

Staal

Bemmel

t Rietland 51

57

KW060

Steiger

Hout

Bemmel

t Rietland 52

58

KW061

Keermuur

Beton

Bemmel

Perenhof

59

KW062

Steiger

Hout

Bemmel

Plakselaan 11

194

KW068

Fiets-voetbrug

Hout

Bemmel

de Enk 2

63

KW073

Fiets-voetbrug

Staal

Bemmel

Zwitserspad

64

KW075

Keermuur

Metselwerk

Bemmel

Herckenrathweg-

Loostraat

65

KW076

Keermuur

Beton

Bemmel

Lidwinastraat-Polsehof

66

KW077

Fiets-voetbrug

Staal

Bemmel

Herckenrathweg-Kuiplaan

69

KW080

Keermuur

Metselwerk

Bemmel

Dorpsstraat-Kloosterplaats 29h

70

KW081

Geluidsmuur

Staal

Bemmel

Papenstraat

71

KW082

Trap

Beton

Bemmel

Waaldijk 2

72

KW083

Fiets-voetbrug

Staal

Bemmel

Hoefslag 39

73

KW084

Fiets-voetbrug

Staal

Bemmel

Hoefslag 39

74

KW085

Fiets-voetbrug

Hout

Bemmel

Meander-Poeldrik

75

KW086

Keermuur

Hout

Bemmel

Hoefslag 8

76

KW087

Fiets-voetbrug

Staal

Bemmel

Oude Kasteellaan-Dwarsdijk 1

77

KW088

Fiets-voetbrug

Staal

Bemmel

Bolder 20

78

KW089

Verkeersbrug

Beton

Bemmel

Hoefslag 28

79

KW090

Fiets-voetbrug

Staal

Bemmel

OudeRingdijk 90

81

KW093

Verkeersbrug

Beton

Bemmel

Heuvelsestraat-de Broekakkers

82

KW094

Keermuur

Beton

Bemmel

Ringdijk 32

83

KW095

Fiets-voetbrug

Hout

Bemmel

Wardstraat-de Ward

84

KW096

Fiets-voetbrug

Hout

Bemmel

Leidijk 14

85

KW097

Beschoeiing

Hout

Bemmel

Hoefslag 28

86

KW099

Overige

Staal

Bemmel

Bolder 35

88

KW102

Beschoeiing

Hout

Bemmel

Kinkelenburglaan 1

91

KW105

Keermuur

Metselwerk

Bemmel

Kloosterplaats 1

92

KW106

Trap

Beton

Bemmel

Kloosterplaats 1

93

KW107

Trap

Beton

Bemmel

Klappenburgstraat 1a

422

KW108

Keermuur

Metselwerk

Bemmel

Klappenburgstraat 11

95

KW109

Keermuur

Metselwerk

Bemmel

Buitengracht 2

96

KW111

Keermuur

Beton

Bemmel

Herckenrathweg

NEN2767 Object

Kunstwerknummer

Kunstwerktype

Hoofdmateriaal

Woonplaats

Openbare ruimte

315

KW113

Trap

Beton

Bemmel

Faunuslaan 55/57

100

KW116

Keermuur

Metselwerk

Bemmel

Hoplaan 34 tegenover

101

KW117

Keermuur

Metselwerk

Bemmel

Deellaan 2

102

KW118

Fiets-voetbrug

Staal

Bemmel

Tuinlaan 20

103

KW119

Beschoeiing

Hout

Bemmel

Bonenkamp-Plakselaan

104

KW120

Geluidsmuur

Staal

Bemmel

Papenstraat

105

KW121

Keermuur

Metselwerk

Bemmel

Ds Israëlstraat 101

106

KW125

Fiets-voetbrug

Staal

Bemmel

Bonenkamp 50

108

KW127

Fiets-voetbrug

Hout

Bemmel

Bouwhof 7

112

KW131

Stuw

Hout

Bemmel

Rosa

188

KW213

Keermuur

Metselwerk

Bemmel

Groenestraat 29

193

KW220

Fiets-voetbrug

Metselwerk

Bemmel

Kinkelenburglaan 4

94

KW222

Keermuur

Metselwerk

Bemmel

Kloosterplaats 48c

394

KW232

Beschoeiing

Hout

Bemmel

Zwitserspad-Groene Hart

393

KW259

Beschoeiing

Hout

Bemmel

Hoefslag rondom kasteelterrein

199

KW270

Trap

Steen

Bemmel

Faunuslaan 55-57

200

KW273

Trap

Steen

Bemmel

Diana 44 nabij

294

KW276

Fiets-voetbrug

Hout

Bemmel

Wardstraat-de Ward

295

KW277

Keermuur

Beton

Bemmel

Ringdijk 34

296

KW278

Keermuur

Beton

Bemmel

Ringdijk 34

297

KW279

Keermuur

Beton

Bemmel

Ringdijk 30

280

KW331

Keermuur

Hout

Bemmel

Veronica 5

281

KW332

Keermuur

Hout

Bemmel

Veronica 5

290

KW341

Verkeersbrug

Staal

Bemmel

Plakse Veld 26

357

KW352

Beschoeiing

Hout

Bemmel

Vijverpartij Deellaan-Tuinlaan

434

KW353

Keermuur

Beton

Bemmel

Bloemenstraat 12 nabij

433

KW362

Keermuur

Beton

Bemmel

Bloemenstraat 12 nabij

361

KW366

Beschoeiing

Hout

Bemmel

Kinkelenburglaan 1 Vijver

455

KW394

Keermuur

Hout

Bemmel

Veronica 7

456

KW405

Keermuur

Hout

Bemmel

Veronica 7

376

KW412

Beschoeiing

Hout

Bemmel

Kinkelenburglaan 2-6

426

KW444

Beschoeiing

Hout

Bemmel

Vijver Plakse Wei Bonenkamp-Oeverkamp

327

KW453

Keermuur

Beton

Bemmel

Perenhof

325

KW455

Keermuur

Beton

Bemmel

Herckenrathweg tegenover nr. 4

326

KW456

Keermuur

Beton

Bemmel

Perenhof

328

KW459

Trap

Beton

Bemmel

Kloosterplaats 32c

322

KW460

Trap

Steen

Bemmel

‘t Rietland 52

24

KW026

Verkeersbrug

Beton

Doornenburg

Rijnstraat

NEN2767 Object

Kunstwerknummer

Kunstwerktype

Hoofdmateriaal

Woonplaats

Openbare ruimte

25

KW027

Verkeersbrug

Beton

Doornenburg

Kerkstraat

26

KW028

Verkeersbrug

Beton

Doornenburg

de Pas

27

KW029

Steiger

Staal

Doornenburg

Sterreschans 9

28

KW030

Keermuur

Metselwerk

Doornenburg

De Meulenberg

30

KW033

Trap

Staal

Doornenburg

Sterreschans 2

31

KW034

Trap

Staal

Doornenburg

Sterreschans tegenover 21

32

KW035

Keermuur

Metselwerk

Doornenburg

Hortenbergh 48

292

KW342

Trap

Steen

Doornenburg

Sterreschans 6

293

KW348

Trap

Steen

Doornenburg

Sterreschans 6

476

KW395

Keermuur

Beton

Doornenburg

Kerkstraat-Sint Maartenstraat

477

KW408

Keermuur

Beton

Doornenburg

Kerkstraat-Sint Maartenstraat

350

KW446

Beschoeiing

Hout

Doornenburg

Mulderswei 21-35

352

KW466

Keermuur

Metselwerk

Doornenburg

Mulderswei 21-35

5

KW005

Keermuur

Metselwerk

Gendt

Langstraat 119

6

KW006

Keermuur

Metselwerk

Gendt

Langstraat 61

7

KW008

Keermuur

Metselwerk

Gendt

Langstraat 41

11

KW013

Veerooster

Staal

Gendt

Polder/Kaaksedam

12

KW014

Veerooster

Staal

Gendt

Polder/Kaaksedam

14

KW016

Keermuur

Metselwerk

Gendt

Distelakker 39

15

KW017

Keermuur

Metselwerk

Gendt

Eshof 13

16

KW018

Keermuur

Metselwerk

Gendt

Wilgenhof 25

17

KW019

Keermuur

Metselwerk

Gendt

Peppelhof 26

18

KW020

Keermuur

Metselwerk

Gendt

Essenpassage 11

19

KW021

Overige

Staal

Gendt

De Strang 20

22

KW024

Fiets-voetbrug

Staal

Gendt

Polder 30

(achter woning in uiterwaarden)

23

KW025

Veerooster

Staal

Gendt

Polder 30

(achter woning in uiterwaarden)

33

KW036

Keermuur

Metselwerk

Gendt

Krakkedel 2

470

KW241

Keermuur

Beton

Gendt

Langstraat 61

197

KW268

Keermuur

Beton

Gendt

Wilgenhof 10

291

KW347

Keermuur

Metselwerk

Gendt

Essenpassage

472

KW364

Stuw

Hout

Gendt

Imbrexstraat 5-7

337

KW369

Fiets-voetbrug

Hout

Gendt

de Bonkelaar 52-54

473

KW373

Fiets-voetbrug

Beton

Gendt

Nijmeegsestraat 63 tegenover

474

KW382

Keermuur

Beton

Gendt

Tegulastraat-Nijmeegsestraat

198

KW386

Keermuur

Beton

Gendt

Eshof 20

475

KW387

Keermuur

Beton

Gendt

Amforastraat 18-28 (achterzijde)

NEN2767 Object

Kunstwerknummer

Kunstwerktype

Hoofdmateriaal

Woonplaats

Openbare ruimte

467

KW445

Keermuur

Metselwerk

Gendt

Langstraat 85

471

KW450

Keermuur

Metselwerk

Gendt

Langstraat 55

517

KW502

Fiets-voetbrug

Hout

Gendt

Kapelstraat Ecopark

1

KW001

Keermuur

Metselwerk

Haalderen

Kleine Geer

3

KW003

Keermuur

Metselwerk

Haalderen

Baalsepad

318

KW247

Veerooster

Staal

Haalderen

Buitenpolder

319

KW248

Veerooster

Staal

Haalderen

Buitenpolder

320

KW249

Veerooster

Staal

Haalderen

Buitenpolder

317

KW345

Trap

Steen

Haalderen

Kleine Geer/speeltuin

438

KW401

Keermuur

Metselwerk

Haalderen

de Halden/speeltuin

439

KW409

Keermuur

Metselwerk

Haalderen

Kleine Geer/de Halden

519

KW504

Trap

Beton

Huissen

Noordeinde 5-6

114

KW133

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Binnenwater 96

115

KW134

Verkeersbrug

Metselwerk

Huissen

Looveer (kruising Badweg)

116

KW135

Fiets-voetbrug

Composiet

Huissen

Looveer (kruising Badweg)

117

KW137

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Vierakkerstraat 2a

118

KW138

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Kloosterlaan 1a

119

KW139

Verkeersbrug

Beton

Huissen

Laurenburg 1

120

KW140

Verkeersbrug

Beton

Huissen

Brandenburg 2

195

KW141

Verkeersbrug

Beton

Huissen

Dillenburg 2

444

KW142

Keermuur

Beton

Huissen

Beatrixstraat 4

122

KW143

Keermuur

Beton

Huissen

Rijnstraat 1-3

123

KW144

Keermuur

Beton

Huissen

Raadhuisplein 27

124

KW145

Tunnel

Beton

Huissen

Arnhemsepoort 75

128

KW149

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Blokland 19

129

KW150

Fiets-voetbrug

Beton

Huissen

Akker 6

491

KW151

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Brink (school/P-terrein)

131

KW153

Trap

Elementen

Huissen

Zuideinde 5

132

KW154

Trap

Beton

Huissen

Noordeinde 10

134

KW156

Beschoeiing

Hout

Huissen

Dorsmolen 7-18

135

KW157

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Kolk 77

136

KW158

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Endepoel 34

137

KW159

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Endepoel 31

138

KW160

Fiets-voetbrug

Beton

Huissen

Biezen/Endepoel 1

140

KW162

Keermuur

Staal

Huissen

Waterkant 24

141

KW163

Keermuur

Staal

Huissen

Endepoel 5-21

142

KW164

Keermuur

Metselwerk

Huissen

angeren 34

143

KW165

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Bastion 3

298

KW166

Steiger

Hout

Huissen

Bessenmaat 8-34

145

KW167

Trap

Elementen

Huissen

Bessenmaat 6a

147

KW169

Steiger

Hout

Huissen

Waterkant 2 (achterzijde)

NEN2767 Object

Kunstwerknummer

Kunstwerktype

Hoofdmateriaal

Woonplaats

Openbare ruimte

148

KW171

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Blauwenburcht (achter Hofmeesterij 87)

149

KW172

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Blauwenburcht (achter Hofmeesterij 117)

152

KW175

Fiets-voetbrug

Beton

Huissen

Koningsboulevard 1-2

153

KW176

Verkeersbrug

Beton

Huissen

Vendeliersweide 148

154

KW177

Fiets-voetbrug

Beton

Huissen

Vendeliersweide 170

156

KW179

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Koningsboulevard 196

157

KW180

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Luitenantstraat 30 achterzijde

158

KW181

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Luitenantstraat 16 achterzijde

159

KW183

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Kapiteinstraat

160

KW184

Overige

Hout

Huissen

Kapiteinstraat 60

161

KW185

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Kapiteinstraat 58

162

KW186

Fiets-voetbrug

Hout

Huissen

Kapiteinstraat 24

163

KW187

Fiets-voetbrug

Hout

Huissen

Lanshof

164

KW188

Fiets-voetbrug

Hout

Huissen

Wapenschouw 14

165

KW189

Keermuur

Hout

Huissen

Wapenschouw 14

166

KW190

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Wegenschouw 7

167

KW191

Verkeersbrug

Beton

Huissen

Batua 16

168

KW192

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Batua 33

169

KW193

Verkeersbrug

Beton

Huissen

Batua 16

170

KW194

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Batua 194

171

KW195

Verkeersbrug

Beton

Huissen

Koerierstraat-

de Steeg 18

172

KW196

Keermuur

Steen

Huissen

Binnenwater 98

173

KW197

Keermuur

Steen

Huissen

Binnenwater 2

174

KW198

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Hazekamp (achter Zwaardhof 4)

175

KW199

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Zwaardhof

177

KW201

Keermuur

Steen

Huissen

Binnenwater 62

178

KW202

Keermuur

Steen

Huissen

Binnenwater 80

179

KW203

Keermuur

Steen

Huissen

Binnenwater 90

180

KW204

Keermuur

Hout

Huissen

Grevenveld (speelveld Landouwen-Griend)

181

KW205

Trap

Beton

Huissen

Plaza 127

182

KW206

Keermuur

Beton

Huissen

Dorsmolen 1

196

KW207

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Kampstuk 32

183

KW208

Keermuur

Beton

Huissen

Brandenburg 6

184

KW209

Keermuur

Steen

Huissen

Baron Van Spittaellaan 1a/2

185

KW210

Steiger

Kunststof

Huissen

Bij Baron Van Spittaellaan 4

186

KW211

Overige

Hout

Huissen

Brink 20

189

KW214

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Frankentaler 59

NEN2767 Object

Kunstwerknummer

Kunstwerktype

Hoofdmateriaal

Woonplaats

Openbare ruimte

190

KW215

Steiger

Hout

Huissen

Frankentaler 30 (achterzijde)

191

KW216

Trap

Beton

Huissen

Looveer

448

KW234

Trap

Steen

Huissen

Kloosterlaan 8

226

KW244

Leuning

Staal

Huissen

Koningsboulevard 1

446

KW254

Trap

Steen

Huissen

Kloosterlaan 8

447

KW260

Trap

Steen

Huissen

Kloosterlaan 8

449

KW266

Trap

Steen

Huissen

Kloosterlaan 6

203

KW274

Trap

Steen

Huissen

Zuideinde 1

309

KW280

Trap

Steen

Huissen

Binnendijk 36

310

KW281

Trap

Beton

Huissen

Binnendijk 54

311

KW282

Trap

Beton

Huissen

Binnendijk 74

312

KW283

Trap

Beton

Huissen

Binnendijk 96

313

KW284

Trap

Beton

Huissen

Binnendijk 118

314

KW285

Trap

Beton

Huissen

Binnendijk 130

217

KW287

Trap

Steen

Huissen

Koerierstraat 21

218

KW288

Trap

Steen

Huissen

Koerierstraat 1

220

KW290

Trap

Steen

Huissen

Kapiteinstraat 80

221

KW291

Trap

Steen

Huissen

Kapiteinstraat 60

222

KW292

Trap

Steen

Huissen

Kapiteinstraat 24

223

KW293

Trap

Steen

Huissen

Lanshof 15

224

KW294

Trap

Steen

Huissen

Warmoezerij 34

225

KW295

Leuning

Staal

Huissen

Koningsboulevard 1

235

KW299

Fiets-voetbrug

Hout

Huissen

Kapiteinstraat-Blauwe Wig

236

KW300

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Kapiteinstraat-Blauwe Wig

242

KW301

Trap

Steen

Huissen

Arnhemsepoort-Damstraat

243

KW302

Trap

Beton

Huissen

Arnhemsepoort 108 (tegenover)

245

KW303

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Markt 16a

246

KW304

Trap

Steen

Huissen

Markt 16a

247

KW305

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Raadhuisplein

250

KW306

Trap

Steen

Huissen

Raadhuisplein

248

KW307

Trap

Steen

Huissen

Raadhuisplein

249

KW308

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Raadhuisplein

251

KW309

Keermuur

Beton

Huissen

Raadhuisplein

252

KW310

Trap

Steen

Huissen

Raadhuisplein

253

KW311

Keermuur

Beton

Huissen

Raadhuisplein

254

KW312

Trap

Steen

Huissen

Raadhuisplein

255

KW313

Keermuur

Beton

Huissen

Raadhuisplein

256

KW314

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Raadhuisplein

258

KW316

Keermuur

Beton

Huissen

Raadhuisplein

259

KW317

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Raadhuisplein

NEN2767 Object

Kunstwerknummer

Kunstwerktype

Hoofdmateriaal

Woonplaats

Openbare ruimte

267

KW319

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Laakstraat 2

268

KW320

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Huismanstraat 15

269

KW321

Fiets-voetbrug

Staal

Huissen

Huismanstraat 15

270

KW322

Verkeersbrug

Metselwerk

Huissen

Huismanstraat 13

271

KW323

Verkeersbrug

Beton

Huissen

Huismanstraat 11

272

KW324

Duikerbrug

Beton

Huissen

Huismanstraat 9

273

KW325

Duikerbrug

Beton

Huissen

Huismanstraat 7

274

KW326

Duikerbrug

Metselwerk

Huissen

Huismanstraat 5

275

KW327

Duikerbrug

Metselwerk

Huissen

Huismanstraat 3

276

KW328

Keermuur

Steen

Huissen

Binnenwater 96

202

KW329

Trap

Steen

Huissen

Nielant-

Holthuizerdreef 97

279

KW330

Keermuur

Steen

Huissen

Binnenwater-Schalkshofstraat

201

KW343

Trap

Steen

Huissen

Kolk 77-79

211

KW344

Trap

Steen

Huissen

Winterdijk 9 tegenover

451

KW355

Trap

Steen

Huissen

Kloosterlaan-Helmichstraat 1

336

KW359

Geluidsmuur

Metselwerk

Huissen

Stadswal Noord

338

KW360

Trap

Beton

Huissen

Sportdreef 19e

450

KW371

Trap

Steen

Huissen

Kloosterlaan 4

490

KW375

Keermuur

Metselwerk

Huissen

achter Brink 4

397

KW381

Art kunstwerk

Beton

Huissen

Bunker Nielant

419

KW383

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Rijnstraat 11

492

KW392

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Brink 33

343

KW396

Beschoeiing

Hout

Huissen

Vijverpartij Endepoel-Zwanenveld

493

KW399

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Waterkant (achter Bessenmaat 34)

344

KW406

Beschoeiing

Hout

Huissen

Holthuizerdreef-Endepoel

494

KW407

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Waterkant 22

345

KW411

Beschoeiing

Hout

Huissen

Park Zilverkamp

495

KW414

Keermuur

Staal

Huissen

Biezen 34

423

KW419

Trap

Steen

Huissen

Stadsdam

346

KW422

Beschoeiing

Hout

Huissen

Langs Loostraat

496

KW423

Keermuur

Hout

Huissen

Zomerdijk

424

KW424

Glooiing

Steen

Huissen

Stadsdam

347

KW427

Beschoeiing

Hout

Huissen

Kloosterlaan

442

KW433

Keermuur

Beton

Huissen

Arnhemsepoort 106 (tegenover)

443

KW438

Keermuur

Metselwerk

Huissen

Beatrixstraat 10 (tegenover)

511

KW492

Trap

Beton

Huissen

Winterdijk 21 tegenover

515

KW501

Trap

Beton

Huissen

Schoof 7-9

NEN2767 Object

Kunstwerknummer

Kunstwerktype

Hoofdmateriaal

Woonplaats

Openbare ruimte

98

KW114

Keermuur

Beton

Ressen

Hoeksehofstraat 16 (tegenover)

432

KW267

Keermuur

Beton

Ressen

Ressensestraat 30b

430

KW269

Keermuur

Beton

Ressen

Ressensestraat 30b

Bijlage 3 Beheerproces en onderhoud

 

3.1 Actualiseren en meerjarenplanning

Het actualiseren houdt in dat de beheergegevensbestanden jaarlijks worden bijgewerkt en aangevuld. De beheerder inspecteert hiervoor jaarlijks zijn kunstwerken en stelt de planning voor het komende jaar op. De beheerder stemt de planning en begroting van de kunstwerken af met de planningen van andere activiteiten, zoals planningen voortkomende uit het wegen- en rioolbeheer. Door de gewenste planning en het beschikbare budget helder te hebben kunnen onderbouwde keuzes worden gemaakt over de prioritering van de werkzaamheden. Hieruit volgt uiteindelijk een definitieve planning waarin staat wat het noodzakelijke onderhoud is voor het betreffende jaar. Deze methode leidt tot de meest efficiënte maatregelen op het juiste moment.

 

  • De aanpak van onderhoudswerken is integraal, multidisciplinair en projectmatig te zijn;

  • Als bij een houten brug de hoofddraagconstructie (de liggers) vervangen moet worden, dan worden deze liggers uitgevoerd in staal of kunststof;

  • Bij vervanging van het landhoofd van een houten brug wordt het nieuwe landhoofd in beton uitgevoerd;

  • Tegelijk met herstel of vervanging van het landhoofd van een brug wordt de beschoeiing onder de brug vervangen;

  • Conserveringswerkzaamheden voeren we alleen uit als de bescherming van het basismateriaal in het geding is en/of als de signaleringsfunctie ten behoeve van de verkeersveiligheid in het geding is. We conserveren niet om esthetische redenen.

 

3.2 Opstellen operationeel programma

Zodra de meerjarige planning definitief is, maakt de beheerder het onderhoudsprogramma voor het komende jaar. Het onderhoudsplan geeft aan welke onderdelen in aanmerking komen voor klein en groot onderhoud of vervanging. De onderhoudsmaatregelen geven een indicatie van de feitelijk uit te voeren maatregelen. De onderdelen die voortkomen uit het onderhoudsplan worden onderworpen aan een maatregeltoets. Door deze inspectie op de maatregel worden de aanwezige gebreken nauwkeurig in beeld gebracht. Na de inspectie wordt het onderhoudsprogramma bijgesteld en zijn de activiteiten voor het komend jaar in beeld gebracht.

 

3.3 Voorbereiden en uitvoeren klein en groot onderhoud

Klein onderhoud wordt uitgevoerd door medewerkers van de eigen dienst of externen en volgt direct uit de inspectie of meldingen.

Bij groter onderhoud wordt eerst een werkomschrijving gemaakt van de uit te voeren werkzaamheden. Uitvoering van deze werkzaamheden vindt plaats door een marktpartij. Een en ander conform het aanbestedingsbeleid van de gemeente Lingwaard.

 

Na uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden wordt de relevante informatie weer teruggekoppeld naar de beheerder zodat dit in het beheersysteem verwerkt kan worden.

 

3.4 Onderhoudsstrategie

De onderhoudsstrategie beschrijft de manier waarop vastgesteld wordt wanneer welke onderhouds- en vervangingsmaatregelen getroffen moeten worden. Het planmatig onderhoud wordt uitgevoerd als een bepaalde minimale toestand (het interventieniveau) wordt onderschreden. Dit wordt in figuur 1 geïllustreerd. Om te kunnen beoordelen of onderhoud noodzakelijk is, moet de werkelijke toestand meetbaar zijn en de minimale vereiste kwaliteit zijn vastgelegd.

 

De toestand van een objectonderdeel wordt vastgelegd door middel van een visuele inspectie. Het onderhoud wordt in principe uitgevoerd op het moment dat dit gepland is. Uit visuele inspectie blijkt of dit onderhoud naar voren of naar achteren bijgesteld moet worden.

 

Figuur 1: Principe van toestand afhankelijk onderhoud

 

3.5 Toestandsafhankelijk onderhoud en meerjarenonderhoudsbegroting

Veel onderdelen hebben een redelijk te voorspellen levensduur of onderhoudscyclus. Dit is het uitgangspunt bij het opstellen van het meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB).

 

De geplande onderhoudsmaatregelen in het MJOB zijn richtinggevend. Tijdens toestand inspecties en de maatregeltoets wordt de MJOB bijgesteld. Is de toestand beter dan de vereiste kwaliteitsnorm, dan zal het onderhoud worden doorgeschoven. Is de toestand slechter dan verwacht, dan zal het onderhoudsmoment in de tijd naar voren geschoven worden en/ of opgenomen worden in het jaarplan.

 

3.6 Inspectieproces

Om de noodzaak tot het uitvoeren van onderhoud te bepalen, voeren we visuele inspecties uit. We leggen In de inspecties schadebeelden en de plaatsen c.q. omstandigheden waar de schade voorkomt vast. Met behulp van de inspectieresultaten bepalen we het type onderhoudsmaatregel en het tijdstip van uitvoering.

 

Monitoring en bewaking

Om de veiligheid, het functioneren en de instandhouding samen met de beleving te waarborgen, wordt het onderstaande inspectieschema gehanteerd.

 

Type Monitoren

Doel

Frequentie

Door

Schouwen

  • -

    Borgen veiligheid en aansluiting met vereiste gebiedskwaliteit

1 x per jaar

Gemeente

Functionele inspectie

  • -

    Borgen dagelijks functioneren

Vaste bruggen 1 x per jaar,

Overige kunstwerken 1 x per twee jaar.

Gemeente

Toestandsinspectie

  • -

    Borgen van de instandhouding

  • -

    Houten bruggen: om de 3/5 jaar

  • -

    Stalen kunstwerken: om de 5 jaar

  • -

    Betonnen kunstwerken: om de 5 jaar

  • -

    Kunststof kunstwerken: om de 5 jaar

Derden – uitbesteden

Tabel 9: Inspectieschema

 

Schouwen:

Het schouwen heeft tot doel om op systematische wijze kleine gebreken die direct moeten worden gerepareerd op te sporen en vast te leggen in het beheersysteem. De belangrijkste aspecten van deze inspectie zijn de verkeersveiligheid en het minimaliseren van risico’s bij aansprakelijkstellingen. Veelal vormt het schouwen de basis voor het klein onderhoud.

 

Functionele inspectie:

De functionele inspectie bestaat uit een opname van de gebruikssituatie van het kunstwerk. Bij deze inspectie worden de hoofdonderdelen in algemene zin geïnspecteerd op het primaire functioneren; ‘werkt het’ of ‘werkt het niet’ en de veiligheid. Deze inspectie geeft informatie voor klein onderhoud. Een voorbeeld is bijvoorbeeld ondeugdelijke verlichting in een tunnel of een constatering dat te zwaar landbouwverkeer over een houten brug gaat. In dit laatste geval moet het object dan vervangen worden.

 

Toestandsinspectie:

Het doel van de toestandsinspectie is inzicht krijgen in de technische toestand van de constructieonderdelen. Deze inspectie heeft een hoog detailniveau en wordt uitgevoerd op alle onderdelen. Het resultaat is inzicht in de staat van en de gebreken van de onderdelen van het object. Deze technische inspectie is de basis voor het opstellen van een onderhoudsplan voor het groot onderhoud.

 

3.7 Onderhoudsmaatregelen

Klein onderhoud

Klein onderhoud is gericht op het borgen van de risicoaansprakelijkheid en de aansluiting op de vereiste beeldkwaliteit (Gebiedskwaliteit). Het bevat naast het vaste onderhoud (reinigingsactiviteiten) het kleine variabele onderhoud zoals eenvoudige (handmatige) herstelmaatregelen. Bij klein onderhoud hoeven geen ingewikkelde hulpconstructies te worden gebouwd en wordt de stremming van het object tot een minimum beperkt. Bij klein onderhoud wordt met betrekkelijk eenvoudige en goedkope handelingen de toestand van het object weer in goede staat gebracht.

Klein onderhoud bestaat bij grote objectonderdelen uit circa 1 tot 10% van het oppervlak en wordt plaatselijk toegepast. Door het regelmatig uitvoeren van klein onderhoud kan het groot onderhoud worden uitgesteld en kunnen kosten en stremming worden beperkt. Voorbeelden van klein onderhoud:

  • Reinigen van de objecten;

  • Leuningen schilderen voor meer zichtbaarheid;

  • Vastzetten van losse dekplanken /-delen;

  • Egaliseren aansluiting weg met het dek bij paden;

  • Elementenverharding herstellen.

Groot onderhoud

Groot onderhoud is gericht op het (langdurig) borgen van de functionaliteiten en de instandhouding van het kunstwerk. Groot onderhoud betreft het variabele onderhoud waarbij het object weer in optimale staat gebracht wordt door relatief zware onderhoudsmaatregelen. Met betrekking tot de ernst en de omvang van de defecten moet bij groot onderhoud worden afgewogen of herstel zinvol is en/ of tot vervanging van de onderdelen moet worden overgegaan. Deze werkzaamheden worden uitbesteed. Voorbeelden van groot onderhoud zijn:

  • Betonherstelwerkzaamheden;

  • Conserveringswerkzaamheden;

  • Voeg- en metselwerkherstelwerkzaamheden;

  • Herstellen of vernieuwen van onderdelen zoals delen van het dek of leuningen.

Investeringen/ vervangingen

Investeringen/vervangingen zijn gericht op noodzakelijke of wenselijke aanpassing aan het kunstwerk.

Dit kan zijn omdat het object haar functie niet meer naar behoren uitvoert (te klein, te licht). Of dat het gehele object onvoldoende is (te slecht) om een veilig gebruik te waarborgen. Vervangingen worden uitgevoerd als het kunstwerk niet meer door groot onderhoud in de gewenste conditie is te brengen. Vervangingen hebben dan ook geen betrekking op losse onderdelen, maar op complete functionele delen. Te denken valt dan aan het dek of het gehele kunstwerk. Investeringen/ vervangingen worden in deze zin gezien als investeringen volgens het BBV.

 

3.8 Beheerprogramma 

Om meer inzicht te krijgen in de kosten maakt de gemeente Lingewaard gebruik van een beheerprogramma. Op grond van inspectie- en meetresultaten, onderhoudsrichtlijnen en kennis van historische achtergronden van de kunstwerken wordt met behulp van dit programma een planning gegenereerd voor de komende tijd (MJOB).

Bij het opstellen van de plannen wordt daarbij gebruik gemaakt van standaardmaatregelen met vaste onderhouds- en vervangingsintervallen en eenheidsprijzen. De eenheidsprijzen in het systeem zijn markt conform, waarbij wel enige omvang van een werk vereist is. Uitgangspunten van de opgestelde kostenmatrix zijn:

  • Toepassing voor meerjarige onderhoudskostenraming voor projectmatige toepassing met een rede­lijke schaal/omvang;

  • Exclusief btw;

  • Prijspeil 2025;

  • Inclusief bereikbaarheidstoeslagen en algemene kosten aannemer;

  • Voorbereidings-, administratieve en toezicht kosten.

Naar boven