Subsidieregeling Exploitatie Ontmoetingscentra gemeente Maastricht 2026

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Maastricht; overwegende dat het gemeentebestuur Maastricht inzet op het faciliteren van besturen van Ontmoetingscentra bij het exploiteren van deze ontmoetingscentra door het verstrekken van subsidies voor de exploitatie van een Ontmoetingscentrum; gelet op de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Exploitatie Ontmoetingscentra gemeente Maastricht 2026.

Artikel 1. Definities

  • -

    Asv: algemene subsidieverordening 2020 Maastricht;

  • -

    Boekjaar: het boekjaar loopt vanaf 1 januari tot en met 31 december;

  • -

    College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht;

  • -

    Exploitatiekosten van een ontmoetingscentrum: alle terugkerende kosten die nodig zijn om het pand gebruiksklaar en operationeel te houden, waaronder energie, onderhoud, belastingen, verzekeringen, beheerskosten en specifieke bedrijfskosten;

  • -

    Exploiteren van een ontmoetingscentrum: het organisatorisch, programmatisch en financieel beheren van een ontmoetingscentrum zodat deze duurzaam functioneert als plek waar mensen samenkomen, activiteiten plaatsvinden, en voorzieningen worden aangeboden.

  • -

    Investeringskosten: kosten voor bouw, verbouw, renovatie, aankoop of duurzame vervanging van inventaris of apparatuur;

  • -

    Procesplan: een plan waarin het participatieproces met de buurt/wijk en de programmering voor het betreffende subsidiejaar staat beschreven en welke bijdrage het bestuur van het ontmoetingscentrum hieraan wil leveren;

  • -

    Subsidiejaar: het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • -

    Ontmoetingscentrum: Een gebouw in Maastricht, zoals opgenomen in de lijst van ontmoetingscentra (bijlage 1) bij deze regeling, gericht op de buurt/wijk en haar inwoners, waar inwoners op een laagdrempelige manier terecht kunnen om elkaar te ontmoeten. Op deze manier draagt het Ontmoetingscentrum bij aan de sociale cohesie in de buurt/wijk. Voor een nadere omschrijving van een ontmoetingscentrum, zie het beoordelingskader voor een Ontmoetingscentrum (zie informatie subsidieloket).

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor 30% van de exploitatiekosten van een ontmoetingscentrum. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 30% van het bedrag van de gemiddelde exploitatiekosten van de drie meest recente afgesloten boekjaren.

  • 2.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan ontmoetingscentra die in een procesplan (zie bijlage 3) aangeven hoe in samenspraak met de buurt(netwerk) meer activiteiten voor en met inwoners van de buurt/wijk worden georganiseerd die bijdragen aan een of meer van de volgende doelen:

    • -

      een voornamelijk buurtgerichte programmering van de activiteiten van het ontmoetingscentrum;

    • -

      een diversiteit aan activiteiten voor inwoners uit de buurt/wijk;

    • -

      deelname van inwoners van de buurt/wijk aan de activiteiten of het vrijwilligerswerk

    • -

      versterken van de sociale netwerkvorming tussen inwoners van de buurt/wijk;

    • -

      zorgen dat kwetsbare inwoners (mensen die extra hulp nodig hebben en ouderen) kunnen meedoen aan activiteiten in het ontmoetingscentrum;

    • -

      samenwerking met vrijwilligersorganisaties en professionele (zorg)organisaties.

Artikel 4. Subsidieaanvrager

  • 1.

    Een subsidie voor de exploitatie van ontmoetingscentra kan worden aangevraagd door het bestuur van een door de gemeente erkend ontmoetingscentrum in Maastricht dat is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

  • 2.

    Jaarlijks stelt het college, gelijktijdig met het vaststellen van het subsidieplafond, de lijst met erkende Ontmoetingscentra vast;

  • 3.

    Het bestuur is een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet. Of

  • 4.

    Onder een paracommerciële rechtspersoon wordt verstaan: een rechtspersoon, niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich – naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal‑culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard – richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf.

  • 5.

    De aanvrager dient statutair gevestigd te zijn in Maastricht.

  • 6.

    Het bestuur van het ontmoetingscentrum bestaat, in overeenstemming met de statuten en de inschrijving bij de Kamer van Koophandel, uit minimaal 3 personen die geen eerstelijns verwantschap met elkaar hebben en niet op hetzelfde adres staan ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie.

  • 7.

    Een beheerder of ander personeelslid van een Ontmoetingscentrum mag geen deel uitmaken van het bestuur van een Ontmoetingscentrum.

Artikel 5. Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt het subsidieplafond vast voor de activiteiten zoals benoemd in artikel 3. Wijzigingen in het subsidieplafond worden jaarlijks door het college gepubliceerd, behoudens wijzigingen in het plafond door indexeringen.

  • 2.

    Jaarlijks vindt er, conform de gemeentelijke richtlijnen, een indexering van de subsidieplafonds plaats.

  • 3.

    Wijzigingen in het subsidieplafond na de vaststelling zoals bedoeld in artikel 2 behoudens wijzigingen als gevolg van jaarlijkse prijsindexeringen, worden door het college vastgesteld en openbaar gemaakt.

  • 4.

    Het in enig kalenderjaar resterende gemeentelijke subsidieplafond wordt niet herverdeeld.

  • 5.

    Eventueel bij de vaststelling teruggevorderde bedragen worden niet herverdeeld.

Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de activiteit zoals bedoeld in artikel 3.

  • 2.

    Subsidiabel zijn uitsluitend de exploitatiekosten die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het ontmoetingscentrum, waaronder in ieder geval:

    • a.

      huisvestingskosten, zoals huur, energie en schoonmaak;

    • b.

      personeels- en vrijwilligerskosten:

      • -

        Salarissen en sociale lasten

      • -

        Inhuur van zzp’ers (bijv. beheerder, begeleider)

      • -

        Vrijwilligersvergoedingen (indien van toepassing)

      • -

        Training en scholing

    • c.

      materiële kosten en verbruiksgoederen, zijnde kosten voor middelen die verbruikt worden tijdens activiteiten:

      • -

        Kantoorbenodigdheden

      • -

        Reinigingsmiddelen

      • -

        Honoraria voor gastdocenten, sprekers, begeleiders

      • -

        Activiteitenmaterialen (knutselspullen, spellen, sportattributen)

      • -

        Kosten voor workshops en cursussen

      • -

        Kosten voor promotie van activiteiten (drukwerk, flyers)

    • d.

      reguliere bedrijfsvoeringskosten;

    • e.

      overige specifieke bedrijfskosten;

    • f.

      Hypotheeklasten of huurkosten indien het ontmoetingscentrum niet is gevestigd in een pand dat eigendom is van de gemeente.

  • 3.

    Onder reguliere bedrijfsvoeringskosten vallen:

    • a)

      Administratie- en kantoorkosten:

      • -

        Boekhoudkosten

      • -

        Kosten accountantsverklaring

      • -

        Kantoorsoftware

      • -

        Print- en kopieerkosten

      • -

        Post- en verzendkosten

    • b)

      ICT‑kosten

      • -

        Licenties voor digitale systemen

      • -

        Onderhoud van computers, wifi-routers, kassasystemen

      • -

        Vervangingen van ICT‑middelen

    • c)

      Bank- en betalingsverkeer

      • -

        Bankkosten (rekeningbeheer, transactiekosten)

      • -

        Kosten voor pinapparatuur

    • d)

      Communicatie en publiciteit (regulier)

      • -

        Websitehosting en domeinnaam

      • -

        Kleine promotiekosten (niet projectgebonden)

      • -

        Telefoonkosten

    • e)

      Organisatie- en bestuurskosten

      • -

        Kosten van vergaderingen

      • -

        Kamer van Koophandel‑kosten

      • -

        Kosten vrijwilligersbeheer (niet vergoedingen zelf)

    • f)

      Verzekeringen (voor bedrijfsvoering)

      • -

        Aansprakelijkheidsverzekering

      • -

        Inventaris- en goederenverzekering

      • -

        Rechtsbijstandsverzekering

    • g)

      Lidmaatschappen en contributies

      • -

        Kosten van brancheorganisaties

      • -

        Verschuldigde contributies voor certificeringen of netwerken

    • h)

      Kleine bedrijfsvoeringsuitgaven

      • -

        Representatiekosten (bijv. koffie voor overleg)

      • -

        Relatief kleine onderhouds- en reparatiekosten buiten gebouw (bijv. sleutels laten bijmaken)

      • -

        EHBO‑materialen.

  • 3.

    Onder overige specifieke bedrijfskosten vallen:

    Kosten die direct verband houden met de bedrijfsvoering, maar die niet onder de gebruikelijke kostensoorten vallen (zoals personeelskosten, huisvesting of materiële kosten), maar die wel noodzakelijk zijn voor de uitvoering van activiteiten. Het gaat hierbij om projectspecifieke, incidentele of aanvullende kosten.

  • 4.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen:

    • a.

      Investeringskosten, waaronder begrepen kosten voor bouw, verbouw, aankoop of duurzame vervanging van inventaris;

    • b.

      kosten die door de subsidieaanvrager zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag;

    • c.

      kosten die reeds gesubsidieerd of gefinancierd worden vanuit een andere subsidie- of inkooprelatie met de gemeente Maastricht;

    • d.

      kosten die reeds door fondsen of charitatieve organisaties worden gefinancierd;

    • e.

      door de aanvrager betaalde btw die in aftrek kan worden gebracht op basis van artikel 15 Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel 7. Hoogte en berekening van de subsidie

  • 1.

    De hoogte van de subsidie is maximaal 30% van het bedrag van de gemiddelde exploitatiekosten van de drie meest recente afgesloten boekjaren. Indien de toekenning van de exploitatiesubsidie in 2026 plaatsvindt, wordt het subsidiebedrag berekend naar rato vanaf de datum van publicatie van deze subsidieregeling voor het restant van het jaar 2026.

  • 2.

    Vanaf 2027 en verder bedraagt de hoogte van de subsidie maximaal 30% van het bedrag van de gemiddelde exploitatiekosten van de drie meest recente afgesloten boekjaren. Nadat éénmalig het subsidiebedrag op deze wijze is bepaald, wordt de subsidie voor volgende boekjaren bepaald op basis van het eerste toegekende bedrag plus indexering.

  • 3.

    Onder gemiddelde exploitatiekosten over de laatste drie boekjaren wordt verstaan: het gemiddelde van de jaarlijkse exploitatiekosten van het ontmoetingscentrum over de drie meest recente, volledig afgesloten boekjaren, voorafgaand aan het jaar van aanvraag.

  • 4.

    Het gemiddelde wordt berekend door de exploitatiekosten van ieder van de drie meest recente afgesloten boekjaren bij elkaar op te tellen en het verkregen totaalbedrag te delen door drie.

  • 5.

    Het gaat om werkelijke, gerealiseerde kosten, niet de begrote kosten.

  • 6.

    Indien één van de drie boekjaren aantoonbaar niet representatief is vanwege bijzondere, incidentele of door het college als zodanig erkende omstandigheden, kan het college besluiten een gecorrigeerd of genormaliseerd bedrag in aanmerking te nemen.

  • 7.

    Van omstandigheden zoals in het vorige lid is sprake in de volgende gevallen: tijdelijke sluiting, ernstige calamiteiten, wegvallen van het bestuur, pandemieën of andere verstoringen die de exploitatiekosten uitzonderlijk beïnvloeden.

  • 8.

    Budget dat niet besteed wordt binnen de subsidieregeling wordt overgeheveld naar het volgende kalenderjaar.

  • 9.

    De subsidiebedragen zijn inclusief btw.

  • 10.

    Jaarlijks worden de subsidiebedragen, volgens de gemeentelijke richtlijnen, geïndexeerd.

Artikel 8. Wijze van verdeling

  • 1.

    Verdeling van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    De aanvraag wordt getoetst aan de criteria en voorwaarden zoals bepaald in deze regeling.

  • 3.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

  • 4.

    Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, gerangschikt op tijdstip van binnenkomst van de complete aanvraag.

  • 5.

    De aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien op het moment van ontvangst van de aanvraag het subsidieplafond voor het jaar waarvoor de aanvraag wordt ingediend reeds is bereikt.

Artikel 9. De aanvraag

  • 1.

    De aanvrager overlegt bij de (meerjarige) subsidieaanvraag in ieder geval de volgende stukken ter onderbouwing van de gemiddelde exploitatie over de laatste drie jaren:

    • a.

      de jaarrekeningen van de drie meest recente, volledig afgesloten boekjaren, inclusief in ieder geval de exploitatierekening (staat van baten en lasten), de balans en de toelichting op de cijfers;

    • b.

      indien de organisatie geen formele jaarrekening opstelt: een financieel jaarverslag of een verenigingsjaarrekening over de betreffende jaren, ondertekend door het bestuur;

    • c.

      een gespecificeerde uitsplitsing van de exploitatiekosten per jaar, waarin inzichtelijk wordt gemaakt welke kosten tot de exploitatie behoren, indien van toepassing, inclusief de algemene reserve en de bestemmingsreserve;

    • d.

      er mag geen bestemmingsreserve worden opgebouwd voor investeringen waarvoor subsidie wordt aangevraagd in het kader van de subsidieregeling Modernisering Ontmoetingscentra.

    • e.

      een procesplan: een plan waarin het participatieproces met de buurt/wijk en de programmering voor het betreffende subsidiejaar/subsidiejaren staat beschreven en welke bijdrage het bestuur van het ontmoetingscentrum hieraan wil leveren (zie bijlage 3);

    • f.

      een activiteitenoverzicht van de programmering, waaruit blijkt welke activiteiten in het ontmoetingscentrum plaatsvinden of plaats gaan vinden in het subsidiejaar;

    • g.

      een differentiatie in het tariefbeleid verhuur en horeca voor verschillende groepen huurders/gebruikers: indien van toepassing gedifferentiëerd naar commerciële huurders, (gesubsidieerde) grotere verenigingen/stichtingen, niet georganiseerd inwoners/inwoners in een kwetsbare positie;

    • h.

      een door het bestuur ondertekende verklaring dat de verstrekte gegevens volledig en juist zijn en betrekking hebben op de drie meest recente afgesloten boekjaren;

    • i.

      indien van toepassing: een toelichting op omstandigheden die één of meer boekjaren niet representatief maken, zoals tijdelijke sluiting, calamiteiten of andere uitzonderlijke situaties.

  • 2.

    Het college kan aanvullende stukken verlangen indien de verstrekte gegevens onvoldoende inzicht geven in de exploitatie van het ontmoetingscentrum.

  • 3.

    Een aanvrager mag maximaal 1 keer per jaar een aanvraag indienen op grond van deze regeling.

  • 4.

    Een aanvrager kan meerjarig, voor een termijn van maximaal 4 boekjaren, een subsidieaanvraag indienen. De toe te kennen subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

  • 5.

    Bij aanvragen voor Ontmoetingscentra die niet op de lijst in bijlage 1 staan vermeld, moet in eerste instantie een verzoek tot erkenning als Ontmoetingscentrum aan het college van B&W worden gericht. Bij deze aanvraag hoort een plan waarin wordt beschreven hoe men in een periode van maximaal drie jaar kan uitgroeien tot een Ontmoetingscentrum (zie criteria beoordelingskader Ontmoetingcentra). De aanvraag tot erkenning als Ontmoetingscentrum kan gelijktijdig met de subsidieaanvraag voor de exploitatie van een Ontmoetingscentrum worden ingediend via het subsidieloket van de gemeente Maastricht.

  • 6.

    De aanvrager kan voor het boekingsjaar 2026 exploitatiesubsidie aanvragen vanaf het moment van publicatie van de subsidieregeling Exploitatie Ontmoetingscentra, naar rato van de resterende periode van het jaar 2026.

  • 7.

    Een de-minimisverklaring waaruit blijkt dat de stichting over een periode van afgelopen drie jaren maximaal tot € 300.000,- overheidssubsidie heeft ontvangen.

Artikel 10. Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk 13 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend.

Artikel 11. Beslistermijn

Het college beslist uiterlijk 8 weken na binnenkomst van de complete aanvraag.

Artikel 12. Aanvullende weigeringsgronden

Subsidieverlening kan worden geweigerd als:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan deze regeling of de Asv;

  • b.

    het ontmoetingscentrum onvoldoende toegankelijk of open is voor de doelgroep;

  • c.

    uit de overgelegde stukken blijkt dat de financiële positie van de aanvrager geen subsidie noodzakelijk maakt: dit is het geval indien een organisatie meer dan 30% van de totale exploitatiekosten als algemene reserve heeft;

  • d.

    de geplande activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelen van deze regeling;

  • e.

    voor de activiteit reeds subsidie is verleend door het college;

  • f.

    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde.

  • g.

    het bestuur van het Ontmoetingscentrum niet bestaat, in overeenstemming met de statuten en de inschrijving bij de Kamer van Koophandel, uit minimaal 3 personen, die geen eerstelijns verwantschap met elkaar hebben en niet op hetzelfde adres staan ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie.

Artikel 13. Verplichtingen

  • 1.

    De subsidieontvanger gebruikt de subsidie uitsluitend voor de exploitatie van het ontmoetingscentrum.

  • 2.

    De subsidieontvanger informeert het college onverwijld over wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de exploitatie of voortzetting van het ontmoetingscentrum

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen in de verleningsbeschikking specifieke verplichtingen opleggen.

  • 4.

    Indien de gemeente subsidie verstrekt voor hypotheeklasten van panden die niet in eigendom zijn van de gemeente. Bij opheffing van de stichting of bij verkoop van het betreffende pand, dient de subsidievertrekker een evenredig deel, ter hoogte van de voor de hypotheeklasten verstrekte subsidie, terug te ontvangen.

Artikel 14. Verantwoording en vaststelling

  • 1.

    Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college direct vastgesteld.

  • 2.

    Bij subsidies van meer dan € 5.000 en ten hoogste € 75.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

  • 3.

    Bij subsidies van meer dan € 5.000 en ten hoogste € 75.000 overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      een financieel verslag waarin de werkelijke exploitatiekosten en inkomsten van het ontmoetingscentrum over het betreffende subsidiejaar zijn opgenomen.

      Dit verslag bevat ten minste:

      • -

        een overzicht van de werkelijke exploitatiekosten over het subsidiejaar;

      • -

        een overzicht van de inkomsten, zoals baromzet, verhuur, bijdragen van derden;

      • -

        een vergelijking tussen de werkelijke kosten en de gesubsidieerde (begrote) kosten;

      • -

        een toelichting op afwijkingen (meer-/minderuitgaven of inkomsten).

    • b.

      een activiteitenverslag waaruit blijkt welke activiteiten zijn uitgevoerd en welke resultaten zijn behaald;

    • c.

      een door het bestuur ondertekende verklaring zoals in lid 7 van dit artikel;

    • d.

      indien van toepassing: een toelichting op afwijkingen of bijzondere omstandigheden die van invloed waren op de exploitatie of uitvoering van activiteiten.

  • 4.

    Bij subsidies van meer dan €75.000 overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      een financieel verslag waarin de werkelijke exploitatiekosten en inkomsten van het ontmoetingscentrum over het betreffende subsidiejaar zijn opgenomen.

      Dit verslag bevat ten minste:

      • -

        een overzicht van de werkelijke exploitatiekosten over het subsidiejaar;

      • -

        een overzicht van de inkomsten, zoals baromzet, verhuur, bijdragen van derden;

      • -

        een vergelijking tussen de werkelijke kosten en de gesubsidieerde (begrote) kosten;

      • -

        een toelichting op afwijkingen (meer-/minderuitgaven of inkomsten).

    • b.

      een activiteitenverslag waaruit blijkt welke activiteiten zijn uitgevoerd en welke resultaten zijn behaald;

    • c.

      een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk registeraccountant;

    • d.

      een door het bestuur ondertekende verklaring zoals in lid 7 van dit artikel;

    • e.

      indien van toepassing: een toelichting op afwijkingen of bijzondere omstandigheden die van invloed waren op de exploitatie of uitvoering van activiteiten.

  • 5.

    Het college kan aanvullende bewijsstukken (bijvoorbeeld facturen, bankafschriften, loonstroken of vrijwilligersvergoedingen, huur- en energieovereenkomsten, verzekeringspolissen) verlangen indien de verstrekte informatie onvoldoende inzicht biedt.

  • 6.

    In een door het bestuur ondertekende verklaring moet het volgende zijn opgenomen:

    • -

      dat de verantwoording volledig en juist is;

    • -

      dat de subsidie is besteed volgens de voorwaarden uit de regeling en het besluit;

    • -

      dat er geen relevante baten of lasten zijn verzwegen.

  • 7.

    Indien de algemene reserve hoger is dan 30% van de totale exploitatiekosten over het afgelopen boekjaar, dan wordt (een deel van) het toegekende subsidiebedrag teruggevorderd.

Artikel 15. Hardheidsclausule

  • 1.

    In gevallen, de uitvoering van deze subsidieregeling betreffend, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, indien toepassing van deze subsidieregeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 16. Slotbepaling

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 juli 2026.

  • 2.

    De Ondersteuningsregeling gemeenschapshuizen 2018 wordt per 1 juli 2026 ingetrokken.

  • 3.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Exploitatie Ontmoetingscentra gemeente Maastricht 2026.

Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d. 4 mei 2026.

De Secretaris a.i. ,

G.G.H.M Haanen

De Burgemeester,

W.A.G. Hillenaar

Bijlage 1: Lijst met erkende Ontmoetingscentra

 

Ontmoetingscentra in eigendom van de gemeente:

  • 1.

    Buurtcentrum De Romein (Pottenberg)

  • 2.

    Gemeenschapshuis ’t Atrium (Daalhof)

  • 3.

    Dorpscentrum De Aw Sjaol (Itteren)

  • 4.

    Gemeenschapshuis Haarderhof (Borgharen)

  • 5.

    Kapelaan Lochtmanhuis (Limmel)

  • 6.

    Buurtcentrum Nazareth (Nazareth)

  • 7.

    Gemeenschapshuis Amyerhoof (Amby)

  • 8.

    Trefcentrum (Wittevrouwenveld)

  • 9.

    Ontmoetingscentrum Aen de Wan (Heer)

  • 10.

    Buurtcentrum Moetiara Maloekoe (Heer-Molukse buurt)

  • 11.

    Buurtcentrum De Boeckel (De Heeg)

  • 12.

    Gemeenschapshuis ’t Ruweel (Malberg)

  • 13.

    Buurtcentrum Mariaberg (Mariaberg)

  • 14.

    Buurtcentrum De Wiemerink (Caberg)

Ontmoetingscentra in eigendom van een particuliere stichting:

  • 15.

    Buurtcentrum De Soos (St. Pieter)

  • 16.

    Gemeenschapshuis Bosscherveld (Boschpoort)

  • 17.

    Wijkcentrum De Luibe (Oud-Caberg)

  • 18.

    Klaekeburg (Heugem)

Bijlage 2 Format Procesplan Buurtbetrokkenheid Ontmoetingscentrum

 

Invuldocument voor subsidieaanvraag

 

1. Context en aanleiding

Naam ontmoetingscentrum: [Invullen]

 

Korte omschrijving van het ontmoetingscentrum (doel, gebruikers/huurders, huidige activiteiten): [Invullen]

 

Doel van dit procesplan: [Invullen]

 

2. Doelstellingen

  • Doelen: [Invullen]

Beoogde resultaten (SMART geformuleerd):

  • [Invullen]

  • [Invullen]

  • [Invullen]

3. Doelgroepen en stakeholders

Primaire doelgroep (inwoners buurt/wijk): [Invullen: leeftijdsgroepen, diversiteit, specifieke groepen]

 

Eventueel secundaire stakeholders: [Invullen: scholen, welzijnsorganisaties, ondernemers, woningcorporaties, wijkagent]

 

Bekende behoeften en drempels:

 

4. Aanpak

 

4.1 Participatiestrategie

Belangrijkste uitgangspunten: laagdrempelig, inclusief

 

4.2 Werkvormen

Buurtgesprekken / dialoogtafel:

  • Tijdstip: [ ]

  • Locatie: [ ]

  • Begeleiding: [ ]

Inloopmomenten in het centrum: [Invullen]

 

Digitale participatie (enquête, ideeënformulier): [Invullen]

 

Samenwerking met partners: [Invullen: welke partners, doel van samenwerking]

 

Pilotactiviteiten vanuit buurtideeën: [Invullen]

 

5. Planning en fasering

 

7. Rollen en verantwoordelijkheden

Bestuur: [Invullen: besluitvorming, procesbewaking]

 

Trajekt: [Invullen: ondersteuning bij activiteiten, contact met buurt]

 

Vrijwilligers: [Invullen: outreach, ondersteuning activiteiten, communicatie]

 

Buurtbewoners: [Invullen: meedenken, meedoen, mede-organiseren]

 

8. Programmering

Inzet vrijwilligers: [Invullen]

 

Inzet personeel: [Invullen]

 

Communicatiekosten: [Invullen]

 

Kosten bijeenkomsten en materialen: [Invullen]

 

Budget en beschrijving pilotactiviteiten: [Invullen]

 

Bijdragen partners: [Invullen]

 

9. Monitoring en evaluatie

Voortgangsbewaking: [Invullen]

 

Evaluatiemethoden: [Invullen: vragenlijsten, interviews, observaties]

 

Indicatoren:

  • [Aantal deelnemers]

  • [Diversiteit deelnemers]

  • [Aantal nieuwe ideeën]

  • [Tevredenheid]

Rapportage: [Invullen: aan gemeente, aan buurt]

 

10. Risico’s en beheersing

Moeilijk te bereiken doelgroepen: [Invullen + aanpak]

 

Lage opkomst: [Invullen + aanpak]

 

Beperkte capaciteit: [Invullen + aanpak]

 

11. Borging en continuïteit

Structurele inbedding van buurtbetrokkenheid: [Invullen]

 

Rol van buurtnetwerk: [Invullen]

Naar boven