Beleidsregels leefgeld, eigen bijdrage en buitengewone kosten ontheemden Oekraïne gemeente Druten

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten;

 

Gelet op:

  • de artikelen 4:81, eerste lid, en 4:83 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • artikel 3, tweede lid, van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne;

  • de artikelen 2, 6, 7, eerste tot en met het zesde lid, 8, 12 en 13 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO);

Overwegende dat:

  • het college zorgdraagt voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne volgens de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne, de Regeling opvang ontheemden Oekraïne en de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne;

  • er leefgeld wordt verstrekt aan ontheemden;

  • in bepaalde gevallen de buitengewone kosten worden vergoed;

  • het wenselijk is het recht op, de wijze van aanvraag, de beëindiging, intrekking en terugvordering van het leefgeld en de buitengewone kosten in beleidsregels uit te werken;

  • er met ingang van 1 juli 2024 (met een implementatieperiode van zes maanden) voor meerderjarige ontheemden met inkomsten in een gemeentelijke opvanglocatie een wettelijke verplichting bestaat tot het betalen van een eigen bijdrage voor gas, water, elektra en (indien aan de orde) maaltijden;

  • er in de gemeente Druten met ingang van 1 september 2024 aan meerderjarige ontheemden uit Oekraïne met voldoende inkomsten een eigen bijdrage voor gas, water, elektra en maaltijden wordt gevraagd;

  • ontheemden uit Oekraïne die inkomsten hebben vanaf 1 november 2025 in de gemeente Druten een verhoogde eigen bijdrage gaan betalen voor de kosten van hun opvang waarmee de verschillen met andere groepen in de maatschappij (zoals minima en asielzoekers) worden verkleind;

  • met deze verhoging tevens een 115%-norm wordt ingevoerd waardoor ontheemden met eigen inkomsten meer overhouden dan wanneer zij alleen leefgeld zouden ontvangen en werken dus loont;

  • de gemeente Druten daarbij beoordelingsvrijheid behoudt om de eigen bijdrage geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden wanneer innen leidt tot een onevenredig nadeel;

  • het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden ontheemden die gebruik maken van de gemeentelijke opvangvoorziening verplicht worden tot het betalen van een eigen bijdrage;

  • het daarom wenselijk is voor dit doel beleidsregels op te stellen.

besluit:

 

vast te stellen: Beleidsregels leefgeld, eigen bijdrage en buitengewone kosten ontheemden Oekraïne gemeente Druten

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      regeling: de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO);

    • b.

      gemeentelijke opvanglocatie (GOO): een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1 sub g van de regeling;

    • c.

      particuliere opvangvoorziening: opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1 sub h van de regeling;

    • d.

      leefgeld: geld om persoonlijke uitgaven te doen, zoals eten, drinken en kleding, zoals bedoeld in artikel 10 van de regeling;

    • e.

      buitengewone kosten: een vergoeding van buitengewone kosten, zoals bedoeld in artikel 6 en 11 van de regeling;

    • f.

      gezinsleden: leden van een gezin als bedoeld in artikel 1, sub f, van de regeling;

    • g.

      eigen bijdrage: een in rekening te brengen bijdrage voor vergoeding in de exploitatiekosten, zoals kosten van gas, water, elektra en locatiebegeleiding en eventueel catering, van de opvang in een gemeentelijke opvangvoorziening, als bedoeld in artikel 8 van de regeling.

  • 2.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO), de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne dan wel de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Artikel 2 Doelgroep

Deze beleidsregels gelden voor meerderjarige ontheemden uit Oekraïne die vallen onder het toepassingsbereik van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne en die in een gemeentelijke opvanglocatie (GOO) of een particuliere opvangvoorziening binnen de gemeente Druten verblijven conform artikel 2 én artikel 8 uit de RooO.

Artikel 3 Aanvraag leefgeld en/of vergoeding van buitengewone kosten

  • 1.

    Het college verstrekt op aanvraag van de ontheemde leefgeld en/of een vergoeding van buitengewone kosten aan de ontheemde en diens gezin.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, kan de aanvraag namens de ontheemde worden gedaan door een daartoe aangewezen persoon of hulpverlenende instantie.

Artikel 4 Ingangsdatum leefgeld en buitengewone kosten

  • 1.

    Leefgeld en/of een vergoeding van buitengewone kosten worden toegekend per de datum van aanvraag.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, kan leefgeld eerder of later toegekend worden per

    • a.

      De datum van inschrijving in de BRP van de gemeente Druten;

    • b.

      De datum van het feitelijk verblijf in een gemeentelijke opvang;

    • c.

      De eerste van de maand volgend op de maand van aanvraag in het geval de ontheemde afkomstig is uit een andere gemeente binnen Nederland en aldaar leefgeld ontving;

    • d.

      De eerste van de maand volgend op de maand waarop door de ontheemde inkomsten uit arbeid of uitkering of toeslag is ontvangen;

    • e.

      Een andere door het college te bepalen datum die gelet op de specifieke feiten en omstandigheden gerechtvaardigd is.

  • 3.

    In de maand waarin een minderjarig kind in een gezin de leeftijd van 18 jaar bereikt wordt het leefgeld van het gezin aangepast per de eerste van de opvolgende maand. Er dient een aanvraag voor de 18-jarige te worden ingediend.

Artikel 5 Recht op leefgeld

  • 1.

    Een recht op leefgeld bestaat jegens de ontheemde, die:

    • a.

      in de gemeente is ingeschreven in de BRP, en;

    • b.

      verblijft in een gemeentelijke opvangvoorziening of een particuliere opvang, en;

    • c.

      geen inkomsten uit arbeid of uitkering of toeslag ontvangt.

  • 2.

    Geen recht op leefgeld bestaat jegens de ontheemde:

    • a.

      die verblijft in een door hemzelf gehuurde of gekochte woning;

    • b.

      die tevens de Nederlandse nationaliteit bezit;

    • c.

      van wie rechtens de vrijheid is ontnomen;

    • d.

      van wie tijdelijke bescherming wordt geweigerd vanwege het bepaalde in artikel 28 van de Richtlijn Tijdelijke bescherming Oekraïners.

Artikel 6 Betaling leefgeld

  • 1.

    Leefgeld wordt maandelijks op de eerste dag van de maand uitbetaald.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan het leefgeld op de voorafgaande of eerstvolgende werkdag worden uitbetaald, indien de eerste dag van de maand in een weekend valt, dan wel een erkende feestdag betreft.

Artikel 7 Beëindiging leefgeld

  • 1.

    De verstrekking van het leefgeld wordt beëindigd indien de ontheemde

    • a.

      inkomsten uit arbeid in loondienst of als zelfstandige in Nederland of in een ander land heeft;

    • b.

      een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt;

    • c.

      gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van of namens het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling;

    • d.

      inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt;

    • e.

      geen gebruik meer maakt van opvang omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien;

    • f.

      de opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang is verschenen zonder het college hiervan op de hoogte te stellen;

    • g.

      ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid van de Regeling;

    • h.

      een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening, of aan anderen.

  • 2.

    Indien de in het eerste lid bedoelde ontheemde meerderjarig is en deel uitmaakt van een gezin, dan eindigt de verstrekking van het leefgeld van het gehele gezin.

  • 3.

    Indien één persoon vertrekt of enkele personen van het gezin vertrekken of langer dan 28 dagen niet in de opvangvoorziening is/zijn verschenen, wordt de hoogte van het leefgeld aangepast naar de situatie van het gezin dat nog wel in de opvangvoorziening verblijft.

  • 4.

    De beëindiging gaat in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van één of meer van de bovengenoemde omstandigheden is gebleken.

Artikel 8 Intrekking en terugvordering leefgeld

  • 1.

    Het college trekt op grond van artikel 7 lid 2 van de Regeling met ingang van de eerstvolgende maand de verstrekking als bedoeld in artikel 6 eerste lid, aanhef en onder b van de Regeling geheel in, indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid:

    • a.

      inkomsten uit arbeid in Nederland of in een ander land heeft welke gelijk dan wel hoger zijn dan 115 procent van het leefgeld;

    • b.

      een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt welke gelijk dan wel hoger is dan 115 procent van het leefgeld;

    • c.

      gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van het college om informatie te verstrekken over zijn inkomen en gezinssamenstelling als bedoeld in artikel 2a van de Regeling;

    • d.

      inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van het leefgeld gebruik heeft gemaakt.

  • 2.

    Voor zover de inkomsten uit arbeid in Nederland of een ander land dan wel de loondervingsuitkering of toeslag op grond van de Toeslagenwet van de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid minder dan 115 procent van het leefgeld bedragen/bedraagt, worden de inkomsten op het leefgeld in mindering gebracht. Dit geldt tot een totaalbedrag van de voorgaande inkomsten en het leefgeld van in ieder geval 115 procent van het leefgeld resteert.

  • 3.

    Het college vordert op grond van artikel 7 lid 6 van de Regeling het verstrekte leefgeld als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder b van de Regeling terug, indien dit ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt.

  • 4.

    Indien leefgeld is verstrekt aan een gezin, dan vordert het college het aan het gezin te veel of ten onrechte verstrekte leefgeld terug van de meerderjarige ontheemde en/of diens meerderjarige gezinslid.

  • 5.

    De terugvordering bedraagt niet meer dan er is verstrekt.

  • 6.

    Controle naar eventuele inkomsten van de meerderjarige ontheemde wordt slechts dan uitgevoerd indien:

    • a.

      de ontheemde aangeeft inkomen te hebben ontvangen, of

    • b.

      gedurende twee weken na het verzoek tot het doorgeven van inkomen de ontheemde géén inkomsten opgeeft, en

    • c.

      een redelijk vermoeden bestaat dat de ontheemde inkomen ontvangt.

Artikel 9 Recht op vergoeding buitengewone kosten

Een recht op vergoeding van buitengewone kosten bestaat jegens de belanghebbende, die:

  • a.

    In de gemeente is ingeschreven in de BRP, en;

  • b.

    verblijft in een gemeentelijke opvangvoorziening of een particuliere opvang, en;

  • c.

    noodzakelijke kosten heeft die vanwege hun aard of hoogte in redelijkheid niet geacht worden door de belanghebbende zelf te worden betaald.

Artikel 10 Hoogte vergoeding buitengewone kosten

De hoogte van de vergoeding van buitengewone kosten wordt vastgesteld op de feitelijke kosten dan wel op een door het college in redelijkheid vast te stellen tegemoetkoming.

Artikel 11 Beëindiging vergoeding buitengewone kosten

De verstrekking van de vergoeding van buitengewone kosten eindigt indien de noodzaak voor de kosten is komen te vervallen.

Artikel 12 Eigen bijdrage

  • 1.

    Met ingang van 1 juli 2024 bestaat er een wettelijke verplichting tot het betalen van een bijdrage voor gas, water en elektra voor de opvang in een gemeentelijke opvanglocatie (GOO), alsmede een verplichte eigen bijdrage voor maaltijden, mits deze in de gemeentelijke opvanglocatie (GOO) worden verstrekt.

  • 2.

    Met ingang van 1 januari 2025 zijn meerderjarige ontheemden die verblijven in de gemeentelijke opvanglocatie (GOO) binnen de gemeente Druten bijdrageplichtig.

  • 3.

    De eigen bijdrage, als bedoeld in het eerste en tweede lid, geldt voor meerderjarige ontheemden die:

    • a.

      inkomsten uit arbeid in Nederland of in een ander land heeft en zulks blijkt uit de door de ontheemde opgegeven of van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen ontvangen informatie over zijn inkomsten uit arbeid;

    • b.

      een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt;

    • c.

      gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van het college van burgemeester en wethouders om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling, of

    • d.

      inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt.

  • 4.

    Voor het inkomen zoals bedoeld onder a t/m d van het derde lid geldt een inkomensgrens voor de eigen bijdrage. Na het innen van de eigen bijdrage houdt een meerderjarige ontheemde tenminste een inkomen over dat gelijk is aan 115% van de van toepassing zijnde leefgeldnorm, als bedoeld in artikel 6 juncto. artikel 10, tweede en derde lid van de RooO.

Artikel 13 Hoogte eigen bijdrage

  • 1.

    De hoogte van de eigen bijdrage voor exploitatiekosten van de opvang wordt vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 8, lid 2 van de regeling. Meerderjarige kinderen van meerderjarige ontheemden worden als zelfstandig individu gezien. De verplichting tot betaling van de eigen bijdrage wordt voor hen afzonderlijk vastgesteld.

  • 2.

    Als er in de gemeentelijke opvanglocatie (GOO) in maaltijden wordt voorzien, ongeacht of en hoe vaak de meerderjarige ontheemde hier gebruik van maakt, wordt de hoogte van de eigen bijdrage voor maaltijden vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 10, lid 2 van de regeling. De bijdrage voor maaltijden komt boven op de bijdrage voor exploitatiekosten als vermeld in het eerste lid.

Artikel 14 Innen van de eigen bijdrage

  • 1.

    Na onderzoek wordt de eigen bijdrage opgelegd middels een beschikking.

  • 2.

    Wijzigingen dienen door de meerderjarige ontheemde zelf binnen twee weken met bijbehorende schriftelijke bewijsstukken te worden doorgegeven aan het college.

  • 3.

    De eigen bijdrage wordt middels automatische incasso uiterlijk op de laatste dag van de kalendermaand over de voorafgaande kalendermaand afgeschreven van de bankrekening van de ontheemde. Daartoe wordt de gemeente Druten gemachtigd door de ontheemde.

Artikel 15 Niet of niet meer voldoen van de eigen bijdrage

  • 1.

    Indien de ontheemde een opgelegde eigen bijdrage niet (meer) betaalt, krijgt hij hiervan een herinnering en wordt hij uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens dat gesprek wordt de ontheemde in de gelegenheid gesteld toe te lichten waarom de eigen bijdrage niet wordt betaald.

  • 2.

    Indien naar aanleiding van het gesprek als bedoeld in het eerste lid blijkt dat de inkomsten van de ontheemde (substantieel) zijn afgenomen of er bestaat een andere aanleiding om de eigen bijdrage geheel te laten vervallen of aan te passen, dan wordt dat bij beschikking vastgesteld.

  • 3.

    Indien naar aanleiding van het gesprek als bedoeld in het eerste lid blijkt dat de situatie van de ontheemde niet (substantieel) is veranderd en dat het feitelijk gaat om een weigering om de eigen bijdrage te betalen, dan wordt een aanmaning gestuurd waarin de ontheemde wordt gemaand binnen twee weken alsnog tot betaling over te gaan. Vervolgens wordt een incassotraject gestart. De kosten die hieraan verbonden zijn, komen voor rekening van de ontheemde.

  • 4.

    In aanvulling op het incassotraject als bedoeld in het derde lid, wordt de meerderjarige ontheemde, indien er in de gemeentelijke opvanglocatie (GOO) in maaltijden wordt voorzien, de toegang tot de maaltijden geweigerd.

Artikel 16 Beëindiging eigen bijdrage

  • 1.

    De eigen bijdrage is over een volledige kalendermaand verschuldigd.

  • 2.

    De eigen bijdrage is niet langer verschuldigd, indien de meerderjarige ontheemde niet langer:

    • a.

      in de gemeentelijke opvanglocatie verblijft;

    • b.

      inkomsten uit arbeid, in binnen- of buitenland, in de zin van artikel 3, derde lid onder a van deze beleidsregels heeft;

    • c.

      een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet in de zin van artikel 3, derde lid onder b van deze beleidsregels ontvangt.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid, wordt de eigen bijdrage naar rato van het aantal dagen berekend, indien zich een situatie voordoet als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 17 Procedure terugvordering

  • 1.

    Ontheemden die niet voldoen aan de verplichting tot het betalen van het teruggevorderde bedrag, krijgen hiervan een herinnering.

  • 2.

    Indien de ontheemde langer dan drie maanden niet voldoet aan de betalingsverplichting, wordt een civielrechtelijke incassoprocedure gestart.

  • 3.

    Bij het niet voldoen aan de betalingsverplichting ondanks de inzet van een civielrechtelijke incassoprocedure, kan nakoming van de verplichting worden gevorderd bij de burgerlijke rechter.

Artikel 18 Onevenredig nadeel

  • 1.

    Indien na aftrek van de eigen bijdrage blijkt dat de meerderjarige ontheemde een besteedbaar inkomen heeft dat lager is dan 115% van de leefgeldnorm als er geen sprake was van inkomsten, kan er sprake zijn van onevenredig nadeel.

  • 2.

    Indien de meerderjarige ontheemde na vaststelling van de eigen bijdrage stelt dat hij of zij onevenredig nadeel ondervindt als gevolg van andere aantoonbare financiële verplichtingen kunnen op verzoek van de betrokkene schriftelijke bewijsstukken worden ingediend waaruit het onevenredig nadeel blijkt. Hierna vindt een aanvullende beoordeling door het college plaats waarbij wordt bekeken of, en in hoeverre deze financiële verplichtingen in redelijkheid aanleiding geven tot aanpassing van de eigen bijdrage.

Artikel 19 Inlichtingenplicht

  • 1.

    De meerderjarige ontheemden die onder de doelgroep van artikel 2 vallen, hebben een inlichtingenplicht over de gezinssamenstelling, huisvestingssamenstelling, werk, inkomensveranderingen, inkomen elders, bankrekeningen en wijzigingen die van invloed kunnen zijn.

  • 2.

    De meerderjarige ontheemde is verplicht om het college binnen twee weken in te lichten als zich wijzigingen voordoen in zijn persoonlijke situatie die invloed kunnen hebben op de hoogte van het inkomen of de verschuldigde eigen bijdrage.

Artikel 20 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere en dringende gevallen een artikel of artikelen van deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing ervan, gelet op het belang van de meerderjarige ontheemde, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels leefgeld, eigen bijdrage en buitengewone kosten ontheemden Oekraïne gemeente Druten’.

Artikel 22 Intrekken oude beleidsregels

Met de inwerkingtreding van deze beleidsregels worden de ‘Beleidsregels eigen bijdrage ontheemden Oekraïne gemeente Druten’, vastgesteld op 25 maart 2025, ingetrokken.

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten op 2 juni 2026,

Burgemeester

S.W.P.J. Sengers

Gemeentesecretaris

B.P.P. Janssen

Naar boven