Gemeenteblad van Maasdriel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maasdriel | Gemeenteblad 2026, 269200 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maasdriel | Gemeenteblad 2026, 269200 | beleidsregel |
De status van deze bouwsteen voor de omgevingsvisie wordt toegelicht en uitgelegd hoe deze past binnen de systematiek van de Omgevingswet.
U leest hier de Mobiliteitsvisie van de gemeente Maasdriel. Dit document vormt een bouwsteen van de toekomstige omgevingsvisie. De gemeenteraad stelt deze bouwsteen vast, met het doel om de hoofdlijnen op het gebied van mobiliteit op te nemen in de nieuwe omgevingsvisie (versie 2.0), die naar verwachting wordt vastgesteld 2026. Zodra deze bouwsteen is opgenomen in de omgevingsvisie, vervalt de zelfstandige status van dit document.
De inhoud van deze bouwsteen sluit aan bij wat de Omgevingswet vraagt van een omgevingsvisie. Volgens de wet moet een omgevingsvisie ingaan op drie hoofdzaken:
De hoofdlijnen uit deze mobiliteitsvisie worden later – als de raad akkoord is met de visie – verder uitgewerkt door het college. Dat gebeurt in een zogenoemd (vrijwillig) omgevingsprogramma. Dit is een uitvoeringsgericht beleidsstuk dat de visie concreter maakt. We maken bewust onderscheid tussen:
Dit sluit aan op hoe de Omgevingswet beleid opbouwt. Ook de rolverdeling tussen gemeenteraad en college wordt hierdoor zuiverder. De raad bepaalt:
Het college werkt die hoofdlijnen verder uit en zorgt voor maatregelen om de doelen te halen (zoals benoemd in artikelen 3.2 en 3.5 van de Omgevingswet).
In deze mobiliteitsvisie (bouwsteen) werken we één van de kernopgaven van de omgevingsvisie verder uit: “We hebben een robuust en veilig verkeersnetwerk dat alle kernen goed verbindt en bereikbaar houdt voor alle verkeersdeelnemers – nu en in de toekomst.”
De lokale situatie, landelijke trends en opgaven die het mobiliteitsbeleid richting geven worden beschreven.
Er is sprake van autodominantie: het autobezit ligt met 1,57 auto’s per huishouden fors boven het Nederlands gemiddelde (1,14) en 65% van alle verplaatsingen gebeurt per auto (NL: 43%). Het gebruik van openbaar vervoer is zeer laag (≈0%) en deelmobiliteit is afwezig (geen deelauto’s of deelfietsen). Ook voor korte afstanden wordt vaak de auto gekozen.
STOMP-principe (duurzaam ordenen van mobiliteit): het STOMP-principe (Stappen – Trappen – Openbaar vervoer – Medegebruik –Particuliere auto) wint terrein als leidraad voor mobiliteitsbeleid. Er is een groeiende inzet op het bevorderen van fietsen, lopen en het gebruik van openbaar vervoer om congestie te verminderen en de CO₂-uitstoot te verlagen.
Kostenefficiency openbaar vervoer: om het openbaar vervoersysteem kostenefficiënt te houden, ligt de focus steeds meer op het versterken van snelle, hoogfrequente lijnen (gestrekte routes) en te bezuinigen op ontsluitende lijnen. Voor- en natransport naar sterk OV en ketenverplaatsingen zullen steeds belangrijker worden.
Toenemende druk op de openbare ruimte: verschillende vormen van ruimtegebruik (bijvoorbeeld voor wonen, werken, verplaatsen) moeten een plaats krijgen in de beperkte openbare ruimte. Mobiliteit heeft hierin een sleutelrol. Het ruimtebeslag van een (geparkeerde) auto is groter dan van een voetganger of fietser. Klimaatverandering vraagt daarnaast om een andere, inrichting van wegen, met aandacht voor hemelwaterafvoer, hittestress en het behoud van groen. Dit vereist een toekomstgerichte benadering waarin functie, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit hand in hand gaan.
WAAROM WERKEN WE AAN DEZE KERNOPGAVE?
Mobiliteit raakt aan de kern van het dagelijks leven. Als gemeente zijn we wettelijk verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van wegen, het nemen van verkeersmaatregelen en het waarborgen van een veilige, bereikbare en leefbare omgeving. Deze taken volgen uit onder andere de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet en de Omgevingswet. Tegelijkertijd is mobiliteit niet alleen een op zichzelf staand vraagstuk, maar een voorwaarde om andere maatschappelijke doelen te kunnen realiseren. Het is verweven met vrijwel alle ruimtelijke, sociale en economische ontwikkelingen in onze gemeente. Groei in woningbouw, vergrijzing, economische activiteiten en het toenemende gebruik van verschillende soorten vervoersmiddelen leiden tot een stijgende druk op infrastructuur en leefbaarheid. Inwoners noemen verkeersveiligheid en bereikbaarheid al jaren als topprioriteiten in hun directe leefomgeving. De gemeentelijke inzet op mobiliteit is daarmee niet alleen wettelijk noodzakelijk, maar ook maatschappelijk onvermijdelijk. Zonder doordachte inzet op mobiliteit komt een groot deel van onze lokale opgaven letterlijk en figuurlijk in de knel.
Veel wegen binnen de gemeente zijn niet volgens CROW-richtlijnen ingericht of worden gebruikt op een manier die niet overeenkomt met hun functie volgens onze wegencategorisering (grijze wegen). Dit leidt tot onduidelijke situaties, verminderde verkeersveiligheid en vraagt om een herbezinning op categorisering, inrichting en gebruik.
De inhoud van het mobiliteitsbeleid, vastgelegd in visie, doelen, maatregelen, samenwerkingspartners en doorwerking naar programma’s.
In 2040 beschikt Maasdriel over een veilig en bereikbaar verkeersnetwerk dat is meegegroeid met ruimtelijke ontwikkelingen, binnen beheersbare investerings- en beheerkosten. De kernen zijn onderling en met de regio goed verbonden, met een vlotte aansluiting op de A2. Inwoners – bestaand én nieuw – en economische en toeristische clusters profiteren van de goede bereikbaarheid. Voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer maken gebruik van logische, comfortabele en veilige routes. Actief reisgedrag is vanzelfsprekender geworden, ondersteund door een passende en toekomstbestendige infrastructuur.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-269200.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.