Nadere regels voor het plaatsen van uitstallingen en reclameobjecten op de openbare plaats gemeente Horst aan de Maas

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas,

 

overwegende dat in het kader van het plaatsen van uitstallingen en reclameobjecten op de openbare plaats in de gemeente Horst aan de Maas gewenst is om in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid en de woon- en leefomgeving nadere regels te stellen ter bescherming van het bepaalde in artikel 2:1 Algemene Plaatselijke Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Horst aan de Maas,

 

BESLUIT:

 

vast te stellen: Nadere regels voor het plaatsen van uitstallingen en reclameobjecten op de openbare plaats gemeente Horst aan de Maas.

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN UITSTALLINGEN EN RECLAMEOBJECTEN

Artikel 1 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze nadere regels zijn van toepassing op het plaatsen van uitstallingen en reclameobjecten op, aan, of boven de openbare plaats waarvoor op grond van artikel 2:1 Algemene Plaatselijke Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Horst aan de Maas een ontheffing noodzakelijk is.

  • 2.

    Deze nadere regels zijn niet van toepassing op:

    • a.

      uitstallingen en reclameobjecten die geplaatst worden op een terras en direct verband houden met de bedrijfsvoering van de horecagelegenheid die het terras met een exploitatievergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Openbare Orde & Veiligheid Gemeente Horst aan de Maas exploiteert;

    • b.

      uitstallingen en reclameobjecten die direct verband houden met een standplaatsvergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Openbare Orde & Veiligheid Gemeente Horst aan de Maas en daarvoor in de standplaatsvergunning zijn opgenomen;

    • c.

      uitstallingen en reclameobjecten die direct verband houden met een marktvergunning op grond van de Marktverordening Horst aan de Maas en daarvoor in de marktvergunning zijn opgenomen;

    • d.

      uitstallingen en reclameobjecten die zijn geplaatst op een locatie waarvoor een evenementenvergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Openbare Orde & Veiligheid Gemeente Horst aan de Maas en uitsluitend gedurende de periode waarop het evenement waarvoor de vergunning is verleend daadwerkelijk plaatsvindt.

Artikel 2 Begripsbepalingen

In aanvulling op de definities uit de geldende Algemene Plaatselijke Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Horst aan de Maas, wordt in deze nadere regels verstaan onder:

  • 1.

    uitstalling: een roerende zaak die aan de entreezijde van een bedrijfspand wordt geplaatst en een directe relatie heeft met de handelsactiviteiten van de in dat pand gevestigde onderneming, met het oogmerk om publieke aandacht te vestigen op de onderneming, het bevorderen van de verkoop of het verfraaien van de toegang en met de bedoeling daar in terugkerend gebruik te blijven staan:

    • a.

      warenuitstalling: een uitstalling in de vorm van winkelartikelen die op de openbare plaats te kijk van het publiek worden gesteld waarvan de feitelijke verkoop binnen in de onderneming plaatsvindt;

    • b.

      reclame-uitstalling: een uitstalling met een hoofdzakelijk communicatief karakter, bedoeld om commerciële uitingen of naamsbekendheid over te dragen aan het publiek;

    • c.

      objectuitstalling: een uitstalling met een uitsluitend decoratief of functioneel karakter zonder directe reclame-uitingen of verkoopwaren;

  • 2.

    reclameobject: elk object dat is geplaatst op de openbare plaats en geheel of gedeeltelijk tot doel heeft reclame te maken voor een product, dienst, campagne, activiteit, tijdelijke prijskorting, evenement, vereniging, stichting, onderneming, of van informatieve aard is, ongeacht de vorm of het gebruikte materiaal, niet zijnde een uitstalling;

    • a.

      tijdelijk reclameobject: reclameobject dat wordt geplaatst met de bedoeling gedurende een tijdelijke onafgebroken periode zichtbaar aanwezig te zijn op de openbare plaats;

    • b.

      contractueel reclameobject: reclameobject dat wordt geplaatst op basis van een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente Horst aan de Maas en een derde partij, gedurende de looptijd van de overeenkomst;

  • 3.

    onderneming: een natuurlijke persoon, rechtspersoon of samenwerkingsverband die op een vaste locatie een commerciële of maatschappelijke activiteit uitoefent, zoals een winkel, horecagelegenheid, dienstverlenende instelling of andere organisatie die goederen of diensten aanbiedt aan het publiek;

  • 4.

    sandwichbord: een reclameobject, doorgaans bestaande uit twee aan elkaar verbonden panelen die rug-aan-rug bevestigd zijn;

  • 5.

    vlag: een van soepel materiaal vervaardigd doek, al dan niet voorzien van een logo, tekst of afbeelding, dat bedoeld is om aan een mast of stok te worden bevestigd voor het overdragen van een boodschap of het vestigen van de aandacht, hieronder eveneens begrepen een banier en een beachflag;

  • 6.

    maatschappelijk karakter: karakter dat is gericht op het dienen van het algemeen belang, zonder winstoogmerk en niet primair gericht op commerciële doeleinden, met als doel het bevorderen van maatschappelijke waarden zoals gezondheid, onderwijs, duurzaamheid, cultuur, veiligheid, sociale cohesie, inclusie of het welzijn van de gemeenschap;

  • 7.

    verkiezingsperiode: de periode vanaf de dag van kandidaatstelling tot en met de dag van stemming voor verkiezingen waarvoor in de gemeente Horst aan de Maas stemlocaties worden ingericht, waaronder begrepen gemeentelijke-, provinciale, landelijke-, Europese- en waterschapsverkiezingen;

  • 8.

    carnavalsperiode: de periode die aanvangt op de zaterdag voorafgaand aan Aswoensdag en eindigt op de dinsdag voorafgaand aan Aswoensdag;

  • 9.

    ontheffinghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie op grond van artikel 2:1 Algemene Plaatselijke Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Horst aan de Maas ontheffing is verleend om af te wijken van het verbod om voorwerpen op, aan of boven een openbare plaats te plaatsen.

HOOFDSTUK 2 UITSTALLINGEN

Artikel 3 Ontheffingsaanvraag uitstallingen

  • 1.

    De aanvraag van een ontheffing in de zin van artikel 2:1 Algemene Plaatselijke Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Horst aan de Maas voor een uitstalling dient te worden ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Tegelijk met het aanvraagformulier moeten de volgende gegevens en stukken worden ingediend:

    • a.

      een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de aanvrager;

    • b.

      een foto of andere visuele weergave van de uitstalling.

Artikel 4 Ontheffingen voor uitstallingen

  • 1.

    Ontheffing voor een uitstalling wordt uitsluitend verleend aan de eigenaar van het betreffende pand, de huurder van het pand of de exploitant van de in het pand gevestigde onderneming.

  • 2.

    Geen ontheffing wordt verleend voor een uitstalling die een verwijzing bevat naar een andere straat, locatie, of onderneming.

  • 3.

    Een ontheffing voor een uitstalling kan voor onbepaalde tijd worden verleend.

  • 4.

    Een verleende ontheffing vervalt van rechtswege indien:

    • a.

      de onderneming waarvoor de ontheffing is verleend ophoudt te bestaan;

    • b.

      de ontheffinghouder niet langer eigenaar of huurder is van het pand waarop de ontheffing betrekking heeft;

    • c.

      de aard of functie van het pand wijzigt;

    • d.

      de ontheffinghouder overlijdt of failliet wordt verklaard.

Artikel 5 Warenuitstallingen

  • 1.

    Per bedrijfspand is het plaatsen van één warenuitstalling toegestaan.

  • 2.

    Een warenuitstalling dient direct tegen de gevel van het bedrijfspand te worden geplaatst, of – indien plaatsing tegen de gevel niet mogelijk is vanwege de aanleg van een geveltuin conform de Beleidsregels Geveltuinen in de openbare ruimte – tegen de rand van de geveltuin zo dicht mogelijk bij de gevel.

  • 3.

    Een warenuitstalling mag geen afbreuk doen aan een verzorgd straatbeeld. Van afbreuk is in ieder geval sprake bij:

    • a.

      het gebruik van pallets, kratten, of andere transportmaterialen als ondergrond of drager;

    • b.

      het gebruik van bouwmaterialen zoals betonblokken, steigeronderdelen, of losse planken;

    • c.

      het uitstallen van verplaatsbare winkelwagens of winkelmandjes die door klanten van de onderneming worden gebruikt voor het vervoeren van goederen binnen en buiten een winkelpand;

    • d.

      overige constructies die naar het oordeel van een daartoe aangewezen toezichthouder van de gemeente Horst aan de Maas als rommelig, slordig of visueel storend worden aangemerkt.

  • 4.

    De maximale afmetingen van een warenuitstalling is 1,50 meter diep, gemeten vanaf de gevel, 2 meter breed en 2 meter hoog, inclusief waren.

  • 5.

    Een warenuitstalling mag voorzien zijn van reclame-uitingen, maar de reclame-uitingen mogen niet groter zijn dan de uitstalling zelf.

Artikel 6 Reclame-uitstallingen

  • 1.

    Per bedrijfspand is het plaatsen van één reclame-uitstalling toegestaan.

  • 2.

    Een reclame-uitstalling dient direct tegen de gevel van het bedrijfspand te worden geplaatst, of – indien plaatsing tegen de gevel niet mogelijk is vanwege de aanleg van een geveltuin conform de Beleidsregels Geveltuinen in de openbare ruimte – tegen de rand van de geveltuin zo dicht mogelijk bij de gevel.

  • 3.

    Een reclame-uitstalling wordt uitsluitend geplaatst in de vorm van:

    • a.

      een stoepbord;

    • b.

      een vlag.

  • 4.

    Een reclame-uitstalling mag geen afbreuk doen aan een verzorgd straatbeeld. Hieronder wordt in ieder geval verstaan dat:

    • a.

      het object in goede staat van onderhoud verkeert, schoon is en geen uiterlijke gebreken vertoont;

    • b.

      de reclame-uiting actueel is;

    • c.

      voor de plaatsing of verzwaring geen gebruik wordt gemaakt van materialen die niet specifiek voor dit doel zijn ontworpen;

    • d.

      het object naar het redelijke oordeel van een daartoe aangewezen toezichthouder als visueel storend wordt aangemerkt.

Artikel 7 Objectuitstallingen

  • 1.

    Per bedrijfspand is het plaatsen van twee objectuitstallingen toegestaan.

  • 2.

    Een objectuitstalling dient direct tegen de gevel van het bedrijfspand te worden geplaatst, of – indien plaatsing tegen de gevel niet mogelijk is vanwege de aanleg van een geveltuin conform de Beleidsregels Geveltuinen in de openbare ruimte – tegen de rand van de geveltuin zo dicht mogelijk bij de gevel.

  • 3.

    Een objectuitstalling wordt uitsluitend geplaatst in de vorm van:

    • a.

      een afvalbak;

    • b.

      een element ter bevordering van de ruimtelijke kwaliteit en vergroening, bestaande uit levend groen of bloemen geplaatst in een kwalitatieve en representatieve bak of pot.

Artikel 8 Plaatsing van uitstallingen

  • 1.

    Een uitstalling dient op de grond, op afstand van ten minste één meter van een brandkraan of vergelijkbare voorziening, waaronder mede begrepen ondergrondse brandkranen, te worden geplaatst. De uitstalling dient verplaatsbaar te zijn en dient op een nette, stabiele en esthetisch verantwoorde ondergrond te worden geplaatst die past binnen het karakter van de openbare plaats.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 kan een vlag boven de grond worden geplaatst.

  • 3.

    Bij het plaatsen van een uitstalling dient een vrije doorgang van ten minste 4,50 meter gewaarborgd te blijven.

  • 4.

    Het derde lid is niet van toepassing indien sprake is van een weg of trottoir die niet begaanbaar is voor gemotoriseerd verkeer op meer dan twee wielen, hieronder ook verstaan gemotoriseerde hulpdiensten op meer dan twee wielen. In dat geval dient bij het plaatsen van een uitstalling een vrije doorgang van ten minste 1,80 meter gewaarborgd te blijven.

  • 5.

    Bij het plaatsen van een uitstalling dient een vrije uitgang gewaarborgd te blijven.

  • 6.

    Indien de vrije doorgang zoals bedoeld in de leden 3 en 4 van dit artikel of een vrije uitgang zoals bedoeld in lid 5 van dit artikel door onvoorziene omstandigheden wordt belemmerd, dient de betreffende ontheffinghouder de uitstalling direct te verwijderen gedurende de periode dat de vrije doorgang of uitgang wordt belemmerd.

  • 7.

    Een uitstalling moet op eerste aanzegging van het bevoegd gezag worden verwijderd als dat noodzakelijk is voor de aanleg of wijziging van openbare nutsvoorzieningen, in het belang van de openbare orde of veiligheid dan wel ter realisering van gemeentelijke plannen of in verband met gemeentelijke werkzaamheden op de openbare plaats.

HOOFDSTUK 3 RECLAMEOBJECTEN

Artikel 9 Ontheffingsaanvraag reclameobjecten

  • 1.

    De aanvraag van een ontheffing in de zin van artikel 2:1 Algemene Plaatselijke Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Horst aan de Maas voor een tijdelijk of contractueel reclameobject dient te worden ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Tegelijk met het aanvraagformulier moeten de volgende gegevens en stukken worden ingediend:

    • a.

      een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de aanvrager;

    • b.

      een aanduiding van de beoogde locatie(s) van het reclameobject;

    • c.

      een foto of andere visuele weergave van het reclameobject.

Artikel 10 Ontheffingen voor tijdelijke reclameobjecten

  • 1.

    Voor het plaatsen van een tijdelijk reclameobject op de openbare plaats kan ontheffing worden verleend indien het reclameobject betrekking heeft op:

    • a.

      een campagne die het doel heeft om aandacht te vragen voor de openbare veiligheid, verkeersveiligheid, sociale veiligheid, brandveiligheid of andere vormen van openbare veiligheid en geplaatst wordt door of namens overheidsinstanties, politie, brandweer of door organisaties die aantoonbaar samenwerken met deze instanties;

    • b.

      een campagne of activiteit met een maatschappelijk karakter en geplaatst wordt door of namens maatschappelijke organisaties zoals bijvoorbeeld scholen, bibliotheken of welzijnsinstellingen, of door organisaties die aantoonbaar samenwerken met deze instanties en de campagne of activiteit aantoonbaar een inhoudelijke relatie heeft met de gemeente Horst aan de Maas of haar inwoners.

    • c.

      een verkiezingscampagne die gericht is op het onder de aandacht brengen van een politieke partij en bijbehorende kandidaten en geplaatst wordt door of namens een politieke partij gedurende de verkiezingsperiode;

    • d.

      het welkom heten of uit te nodigen het dorp te verlaten maximaal vier weken voorafgaand aan de carnavalsperiode en maximaal één week na afloop van de carnavalsperiode en geplaatst wordt in de directe nabijheid van een plaatsnaambord;

    • e.

      een evenement zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening Openbare Orde & Veiligheid Gemeente Horst aan de Maas dat plaatsvindt binnen de gemeente Horst aan de Maas, georganiseerd wordt door of namens een lokale vereniging, stichting, of inwonersgroep en een niet-commercieel karakter heeft. Hiermee wordt in ieder geval bedoeld een evenement dat niet primair is gericht op het maken van winst, maar plaatsvindt met een sociaal, cultureel, sportief, religieus of educatief oogmerk. Eventuele inkomsten worden uitsluitend gebruikt ter dekking van de kosten of ten behoeve van het doel van het evenement.

  • 2.

    Indien de aard of inhoud van de boodschap een andere strekking heeft dan het genoemde onder lid 1, zoals bijvoorbeeld het werven van personeel, het promoten van producten, tijdelijke prijskortingen, diensten of een evenement met een commercieel doeleinde, wordt geen ontheffing verleend.

Artikel 11 Voorwaarden tijdelijke reclameobjecten

  • 1.

    Op een tijdelijk reclameobject dient aan de voorzijde het volgende te zijn vermeld:

    • a.

      een contactpersoon met telefoonnummer;

    • b.

      de datum van plaatsing;

    • c.

      de datum van verwijdering.

  • 2.

    De voorwaarden genoemd in lid 1 zijn niet van toepassing op een tijdelijk reclameobject zoals bedoeld in artikel 10 lid 1 sub d van deze nadere regels.

Artikel 12 Ontheffingsduur en plaatsingslimieten tijdelijke reclameobjecten

  • 1.

    De ontheffing voor een tijdelijk reclameobject kan worden verleend voor ten hoogste drie weken, met uitzondering van een tijdelijk reclameobject zoals genoemd in artikel 10 lid 1 sub c en d van deze nadere regels.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 kan voor een tijdelijk reclameobject zoals bedoeld in artikel 10 lid 1 sub c een ontheffing worden verleend in de periode van vier weken voorafgaand aan de dag van de stemming tot en met één dag na afloop van de stemming.

  • 3.

    In afwijking van lid 1 kan voor een tijdelijk reclameobject zoals bedoeld in artikel 10 lid 1 sub d kan een meerjarige ontheffing worden verleend voor een maximale periode van vijf jaar, vanwege de vaste en jaarlijks terugkerende aard van de carnavalsperiode.

  • 4.

    Ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente Horst aan de Maas en de verkeersveiligheid geldt per ontheffing een maximumaantal van toe te laten tijdelijke reclameobjecten per kerkdorp. Het maximumaantal toegestane tijdelijke reclameobjecten per kerkdorp per ontheffing is in Horst 10, in Sevenum 6, in Grubbenvorst 4 en in de overige kerkdorpen 2.

  • 5.

    De in lid 4 genoemde maximumaantallen per ontheffing zijn niet van toepassing op tijdelijke reclameobjecten zoals bedoeld in artikel 10 lid 1 sub a en d van deze nadere regels.

Artikel 13 Samenloop ontheffingen tijdelijke reclameobjecten

  • 1.

    Gelijktijdig kunnen maximaal twee ontheffingen voor het plaatsen van een tijdelijk reclameobject worden verleend, in volgorde van ontvangst van de aanvragen.

  • 2.

    Indien meerdere aanvragen betrekking hebben op hetzelfde doel of op doelen die naar het oordeel van het college in redelijkheid als gelijksoortig moeten worden beschouwd, kan het college deze aanvragen als één aanvraag behandelen en één ontheffing verlenen. Het college kan daarnaast besluiten aanvragen niet afzonderlijk in behandeling te nemen indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze zijn ingediend met het oogmerk het maximumaantal ontheffingen of reclameobjecten te omzeilen.

  • 3.

    Het in lid 1 genoemde maximum geldt niet voor tijdelijke reclameobjecten als bedoeld in artikel 10 lid 1 onder c en d.

  • 4.

    Per politieke partij kan gelijktijdig maximaal één ontheffing voor het plaatsen van tijdelijke reclameobjecten gedurende de verkiezingscampagne worden verleend, in volgorde van ontvangst van de aanvraag.

  • 5.

    Per kerkdorp kan gelijktijdig maximaal één ontheffing voor het plaatsen van tijdelijke reclameobjecten tijdens de carnavalsperiode worden verleend, in volgorde van ontvangst van de aanvraag.

Artikel 14 Ontheffingen voor contractuele reclameobjecten

  • 1.

    Voor contractuele reclameobjecten gelden niet de beperkingen van tijdelijke reclameobjecten zoals opgenomen in artikel 10 van deze nadere regels.

  • 2.

    De looptijd van de ontheffing voor een contractueel reclameobject is ten hoogste gelijk aan de looptijd van de betreffende schriftelijke privaatrechtelijke overeenkomst.

Artikel 15 Onderhoud en verwijdering van reclameobjecten door de ontheffinghouder

  • 1.

    De betreffende ontheffinghouder is verplicht zich gedurende de looptijd van de ontheffing zichtbaar in te spannen om een gevallen, losgeraakt, beschadigd, verontreinigd, of onverzorgd reclameobject en aanverwante materialen tussentijds te verwijderen of te herstellen, teneinde te waarborgen dat het reclameobject te allen tijde een verzorgd aanzien van de openbare plaats behoudt.

  • 2.

    De ontheffinghouder is verplicht het reclameobject en daarmee verband houdende materialen of afval tijdig te verwijderen binnen de termijn die is vastgesteld in de verleende ontheffing.

HOOFDSTUK 4 SOORTEN TIJDELIJKE RECLAMEOBJECTEN

Artikel 16 Toegestane vormen van tijdelijke reclameobjecten op de openbare plaats

  • 1.

    Een ontheffing van het verbod in de zin van artikel 2:1 Algemene Plaatselijke Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Horst aan de Maas voor een tijdelijk reclameobject wordt uitsluitend verleend voor reclameobjecten in de vorm van:

    • a.

      sandwichborden;

    • b.

      objecten die tijdens de carnavalsperiode in de directe nabijheid van plaatsnaamborden worden geplaatst door de plaatselijke carnavalsvereniging of gekke maondaagsvereniging.

  • 2.

    Voor andere vormen van tijdelijke reclameobjecten op de openbare plaats wordt geen ontheffing verleend, ongeacht de aard, vorm of inhoud van de reclameboodschap.

Artikel 17 Plaatsing, maatvoering en bevestiging sandwichborden

  • 1.

    Een sandwichbord heeft een maximale afmeting van 1,00 meter hoogte en 0,70 meter breedte.

  • 2.

    Een sandwichbord mag uitsluitend rondom lichtmasten en verkeersbordpalen worden geplaatst met zodanig bevestigingsmateriaal dat de lichtmasten en verkeersbordpalen op generlei wijze worden beschadigd.

  • 3.

    Een sandwichbord moet op de grond of nabij de grond worden geplaatst en maximaal één sandwichbord per lichtmast en verkeersbordpaal.

  • 4.

    Het is uitsluitend toegestaan een sandwichbord te plaatsen indien hierdoor de bruikbaarheid van de openbare plaats, het doelmatig en veilig gebruik daarvan, de verkeersveiligheid, alsmede het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats niet worden belemmerd.

  • 5.

    Een sandwichbord moet minimaal een vrije doorgang van het trottoir waarborgen van 1,80 meter.

  • 6.

    Een sandwichbord mag niet binnen 30 meter in de bebouwde kom en 55 meter buiten de bebouwde kom van straathoeken, oversteekplaatsen en rotondes worden geplaatst.

  • 7.

    Een sandwichbord mag geen verkeersborden, bewegwijzeringsborden of andere verkeerstekens aan het zicht onttrekken.

  • 8.

    De minimale afstand tussen geplaatste sandwichborden bedraagt 100 meter, ongeacht de organisatie die deze heeft geplaatst.

Artikel 18 Objecten tijdens de carnavalsperiode

  • 1.

    Het is uitsluitend toegestaan een object in de directe nabijheid van een plaatsnaambord te plaatsen indien dit gebeurt door de plaatselijke carnavalsvereniging of gekke maondaagsvereniging, met als doel bezoekers tijdens de carnavalsperiode welkom te heten of uit te nodigen het dorp te verlaten.

  • 2.

    Een object zoals bedoeld in lid 1 mag uitsluitend worden geplaatst indien hierdoor de bruikbaarheid van de openbare plaats, het doelmatig en veilig gebruik daarvan, de verkeersveiligheid, alsmede het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats niet worden belemmerd.

HOOFDSTUK 5 TOEZICHT, HANDHAVING EN AANSPRAKELIJKHEID

Artikel 19 Toezicht en handhaving

  • 1.

    De door de gemeente aangewezen toezichthouders zien toe op de naleving van deze nadere regels en de verleende ontheffingen.

  • 2.

    De ontheffinghouder is verplicht om op eerste aanzegging van een toezichthouder de uitstalling of het reclameobject te verplaatsen, aan te passen of te verwijderen indien:

    • a.

      de veiligheid van passanten of het verkeer in het geding is;

    • b.

      er sprake is van hinder bij evenementen, markten, wegwerkzaamheden of calamiteiten;

    • c.

      de uitstalling niet (langer) voldoet aan de eisen van een verzorgd straatbeeld.

Artikel 20 Handhavend optreden en kostenverhaal

  • 1.

    Uitstallingen en reclameobjecten die zijn geplaatst in strijd met de bepalingen van de Algemene Plaatselijke Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Horst aan de Maas, deze nadere regels of de in de ontheffing opgenomen voorschriften, kunnen door de gemeente worden verwijderd, in bewaring gesteld en vernietigd.

  • 2.

    Alle kosten die verbonden zijn aan de verwijdering, het transport, de opslag en de vernietiging van de uitstallingen en reclameobjecten worden volledig verhaald op de ontheffinghouder, dan wel de eigenaar of plaatser van het object.

  • 3.

    Voor eventuele schade die ontstaat als gevolg van het handhavend optreden zoals bedoeld in lid 1, kan de gemeente Horst aan de Maas niet aansprakelijk worden gesteld.

  • 4.

    In bewaring gestelde objecten worden pas teruggegeven nadat de gemaakte kosten voor verwijdering en opslag door de ontheffinghouder, plaatser of eigenaar volledig zijn voldaan.

Artikel 21 Aansprakelijkheid

  • 1.

    Schade aan gemeentelijke eigendommen die voortvloeit uit het plaatsen of geplaatst hebben van een reclameobject zal worden verhaald op de ontheffinghouder, dan wel degene die de reclameobjecten heeft geplaatst, of voor de plaatsing opdracht heeft gegeven.

  • 2.

    Voor eventuele schade, voortvloeiende uit het plaatsen of geplaatst hebben van een reclameobject, kan de gemeente Horst aan de Maas niet aansprakelijk worden gesteld.

Artikel 22 Onvoorziene gevallen

In de gevallen waarin deze nadere regels niet voorzien, beslist het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 23 Hardheidsclausule

Het college is bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van deze nadere regels naar haar oordeel tot een risico voor de veiligheid of onevenredige benadeling leidt, af te wijken van deze nadere regels.

Artikel 24 Inwerkintreding en citeertitel

  • 1.

    De nadere regels treden in werking met ingang van de dag na de datum van de bekendmaking.

  • 2.

    De nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels voor het plaatsen van uitstallingen en reclameobjecten op de openbare plaats gemeente Horst aan de Maas.

Artikel 25 Slotbepaling

Met de inwerkingtreding van deze nadere regels worden de nadere regels uitstallingen Centrum Horst, vastgesteld op 4 april 2022, ingetrokken.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas in de vergadering van 26 mei 2026.

De burgemeester,

drs. R.F.I. Palmen

De secretaris,

A.M.L.T. van Iersel – Purnot (MA)

Naar boven