Gemeenteblad van Epe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Epe | Gemeenteblad 2026, 265874 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Epe | Gemeenteblad 2026, 265874 | beleidsregel |
Beleidsregel Beoordeling levensgedrag gemeente Epe
De burgemeester van Epe en het college van burgemeester en wethouders van Epe,
Overwegende, dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen voor de uitleg van slecht levensgedrag;
Ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft, de volgende beleidsregel vast te stellen:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.2 Reikwijdte beleidsregel
Met deze beleidsregel vullen de burgemeester en het college in hoe zij uitvoering geven aan de beoordeling van het levensgedrag, zoals bedoeld in de APV, de Alcoholwet en de wet op de kansspelen.
Artikel 1.3 Toepassing beleidsregel
Deze beleidsregel is van toepassing op alle bedrijven en activiteiten, waarvoor ingevolge de Alcoholwet, Wet op de kansspelen dan wel de APV een vergunningplicht geldt en waarbij de burgemeester dan wel het college de bevoegdheid heeft de vergunning te weigeren of in te trekken, indien de exploitant, de leidinggevende of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is
Artikel 1.5 Medewerkingsplicht
Exploitanten, leidinggevenden en beheerders verlenen medewerking aan toezichthouders, delen informatie proactief en zijn eerlijk over de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan en relevant zijn voor het beoordelen van het levensgedrag.
Artikel 1.6 Beoordeling levensgedrag
De burgemeester dan wel het college kan het levensgedrag opnieuw beoordelen indien er gedurende de looptijd van een vergunning sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, naar aanleiding van signalen over de onderneming of naar aanleiding van signalen over een andere onderneming van dezelfde exploitant. Bij de toetsing weegt de burgemeester dan wel het college alle relevante feiten en omstandigheden in samenhang met en in relatie tot de vergunning.
Hoofdstuk 2 Nadere uitwerking per type bedrijf of activiteit
Artikel 2.1 Ieder type bedrijf of activiteit
Bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten, leidinggevenden en beheerders van ieder type bedrijf of activiteit, worden de volgende factoren betrokken:
Periode waarin de feiten zijn gepleegd. In beginsel worden alleen feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Indien er sprake is van een patroon of een hoge frequentie van (soortgelijke) feiten, kunnen ook gedragingen of veroordelingen die langer dan vijf jaar voorafgaand aan het besluit hebben plaatsgevonden, in de beoordeling worden betrokken. Dit geldt ook voor informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is voor de toets op levensgedrag.
Type feiten. Er is sprake van gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de exploitant, leidinggevende of beheerder -als verantwoordelijke voor de exploitatie van het bedrijf of de activiteit- een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt. Ook kan rekening worden gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat voormelde vrees rechtvaardigt.
Houding en het gedrag van de exploitant, de leidinggevende of beheerder die relevant is voor de toets op het levensgedrag. Het delict zelf zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over houding en gedrag wel. De leeftijd op pleegdatum en huidige leeftijd van de exploitant, leidinggevende of beheerder. Ook feiten gepleegd als minderjarige, kunnen bij de beoordeling worden betrokken;
De omstandigheid of de exploitant, leidinggevende of beheerder verwijtbaar of nalatig betrokken is geweest bij een inrichting waarvan de vergunning is ingetrokken op grond van artikel 31 lid 1 onder c van de Alcoholwet dan wel op grond de APV, of een pand dat voor ten minste een maand is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, artikel 174a Gemeentewet, artikel 17 Woningwet, dan wel een andere op grond van artikel 149 van de Gemeentewet vastgestelde verordening.
Artikel 2.2 Horecabedrijf waar alcohol wordt geschonken
De burgemeester weegt bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten en leidinggevenden van inrichtingen waar alcohol wordt geschonken, alcoholgerelateerde feiten verzwaard mee.
Artikel 2.3 Seksinrichtingen en escortbedrijven
De burgemeester dan wel het college kijkt bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten en beheerders van seksinrichtingen en escortbedrijven onder andere naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van de exploitant en de beheerder om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt op het laten werken van (mogelijke) slachtoffers van misstanden in de inrichting.
Artikel 2.4 Vergunningplichtige vechtsportevenementen
De burgemeester dan wel het college kijkt bij de beoordeling van het levensgedrag van de vergunningaanvrager van vechtsportevenementen onder andere naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van de vergunningaanvrager om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt.
Hoofdstuk 3 Overige bepalingen
Artikel 3.1 Afwijkingsbevoegdheid
De burgemeester dan wel het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de beleidsregels. Dit is mogelijk als het handelen overeenkomstig de beleidsregels in een concreet geval voor een of meer belanghebbenden zou leiden tot nadelige of voordelige gevolgen in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Epe, 26 mei 2026
Burgemeester
dhr. dr. T.C.M. Horn
Het college van burgemeester en wethouders
de burgemeester,
dhr. dr. T.C.M. Horn
de gemeentesecretaris,
dhr. mr. F.E. Contant
Exploitanten, leidinggevenden en beheerders hebben een belangrijke verantwoordelijkheid voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de onderneming en de openbare orde en veiligheid. Zij dienen verstoring van de openbare orde, zoals overlast, criminaliteit, geweld en alcoholmisbruik (en andersoortige verdovende middelen) te voorkomen en te beperken. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor (de veiligheid van) hun personeel, bezoekers en de directe omgeving van de onderneming en voor het signaleren en melden van misstanden, waaronder drugshandel, mensenhandel en uitbuiting. Voor meerdere vergunningen die de burgemeester dan wel het college op grond van de Algemene plaatselijke verordening van Epe en de Alcoholwet kan verlenen, geldt daarom dat exploitanten, leidinggevenden en beheerders ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ mogen zijn. Bij de invulling van dit criterium komt de burgemeester dan wel het college beoordelingsruimte toe. Per geval moet hij onderbouwen welke feiten of omstandigheden reden zijn om het levensgedrag tegen te werpen. Deze beleidsregel geeft een nadere invulling van het begrip ‘levensgedrag’ zoals opgenomen in de APV en de Alcoholwet. Zij bevat een uiteenzetting van de gegevensbronnen die de burgemeester dan wel het college raadpleegt en de wijze waarop die informatie wordt betrokken bij de besluitvorming. Toepassing van de toets op levensgedrag, is een reventieve toets om risico’s voor de openbare orde en veiligheid of het goede woon- en leefklimaat te beperken. Slecht levensgedrag is een (zelfstandige) grond om de vergunning te weigeren of in te trekken, te weigeren om leidinggevenden of beheerders bij te schrijven op de vergunning of om extra voorwaarden aan de vergunning te verbinden.
Openbare gelegenheden zijn er in uiteenlopende soorten en maten. Elke categorie en grootte zal vragen om een andere afweging door het soort publiek dat het aantrekt, de openingstijden die het heeft of de ligging. Ze brengen daarom verschillende risico’s en verantwoordelijkheden voor de exploitant en leidinggevende met zich mee.
Exploitanten en leidinggevenden hebben een voorbeeldfunctie en zijn verantwoordelijk voor hun bezoekers. In het kader van deze verantwoordelijkheid moeten zij bezoekers er bijvoorbeeld van weerhouden bepaalde middelen in te nemen. Alcoholgerelateerde feiten zijn daarom relevant voor de toets op levensgedrag. Bij horecabedrijven waar alcohol wordt geschonken wegen overtredingen als rijden onder invloed van alcohol en openbaar dronkenschap zwaar mee in de beoordeling.
Schuldenproblematiek en betrokkenheid bij (huiselijk) geweld en drugshandel zijn voorbeelden van omstandigheden die iets kunnen zeggen over het referentiekader van de exploitant of beheerder. Bij de beoordeling wordt dan ook gekeken naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van betrokkene om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt.
Mensenhandelgerelateerde feiten, uitbuiting en geweldsdelicten worden verzwaard meegewogen in verband met het welzijn van de sekswerkers.
Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de oproep van de Nederlandse Vechtsportautoriteit. Dat een antecedent in de privésfeer is gepleegd, verhindert niet dat het bij de beoordeling van levensgedrag betrokken wordt. Geweld, alcoholmisbruik en illegaal gokken zijn fenomenen die met regelmaat geconstateerd worden bij vechtsportevenementen. Bij de beoordeling van het levensgedrag van de aanvrager van een vergunning voor, dan wel de organisator van, het vechtsportevenement worden geweldsdelicten, alcoholgerelateerde feiten en feiten die gerelateerd zijn aan illegaal gokken dan ook verzwaard meegewogen.
Bijlage bij de Beleidsregel beoordeling levensgedrag Epe 2026
Overzicht van de meest relevante feiten en gedragingen
De onderstaande lijst betreft een niet-limitatieve opsomming van feiten en gedragingen die meewegen in de beoordeling van het levensgedrag.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-265874.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.