Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Papendrecht (eerste wijziging)

De RAAD van de gemeente Papendrecht;

 

Gezien het voorstel van het college van 14 oktober 2025;

 

Gelet op de artikelen 2.1.3, eerste tot en met vierde lid, 2.1.4a, eerste tot en met derde lid en zesde lid, 2.1.4b, tweede lid, 2.1.5 eerste lid, 2.3.6 vierde lid en 2.6.6, eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 5.4, eerste en derde lid Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;

 

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de navolgende wijziging van de verordening maatschappelijke ondersteuning Papendrecht (eerste wijziging)

 

 

Artikel I Wijziging verordening

De verordening maatschappelijke ondersteuning Papendrecht wordt als volgt gewijzigd:

  • A.

    Artikel 1.1, lid 1, wordt als volgt gewijzigd.

  • i.

    Onderdeel w. komt te luiden: “Werkingsgebied Wijkhopper: bestemmingen die binnen het bereik liggen van een enkele rit met de Wijkhopper;”

  • ii.

    Onderdeel x. komt te luiden: “Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;”

  • iii.

    Onderdeel y. komt te luiden: “Zorgplan: een door de cliënt en de aanbieder of pgb-leverancier gemaakt plan dat een concrete invulling bevat van de door deze aanbieder of pgb-leverancier te verlenen ondersteuning aan de cliënt, gebaseerd op de in het onderzoeksverslag noodzakelijk bevonden ondersteuning, en dat dient als werkdocument dat wordt aangevuld met de geleverde ondersteuning en bereikte effecten.”.

 

  • B.

    Artikel 2.6 komt als volgt te luiden.

    • 1.

      Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan via een daartoe door het college ter beschikking gesteld aanvraagformulier worden ingediend.

    • 2.

      Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan ook worden ingediend door middel van ondertekening van het onderzoeksverslag dan wel de op het onderzoeksverslag aangetekende mondelinge bevestiging van de aanvraag.

    • 3.

      In afwijking van het eerste en tweede lid, kan het college in het dringende belang van de cliënt besluiten om een maatwerkvoorziening ambtshalve te verstrekken indien en zolang het niet mogelijk is dat hiervoor door of namens de cliënt een aanvraag wordt ingediend.

    • 4.

      Bij de aanvraag voor persoonsgebonden budget voor ondersteuning in de vorm van dienstverlening overlegt de cliënt een budgetplan, een zorgplan en een verklaring omtrent gedrag van maximaal zes maanden oud van de hulpverlener.

    • 5.

      Bij de aanvraag voor persoonsgebonden budget voor ondersteuning in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing overlegt de cliënt een budgetplan en een offerte.

 

  • C.

    Artikel 2.10 wordt als volgt gewijzigd.

  • i.

    in lid 3 wordt “Indien de beschikkingsperiode afloopt en de ondersteuning nog niet is beëindigd, wordt cliënt benaderd voor een heronderzoek.” vervangen door “Indien de beschikkingsperiode afloopt en de ondersteuning nog niet is beëindigd, kan het college besluiten cliënt te informeren via een brief dat door of namens de cliënt een melding kan worden gedaan als de ondersteuning nog nodig is. De doelgroepen die actief geïnformeerd worden, worden uitgewerkt in de beleidsregels.”

  • ii.

    in lid 4 wordt “artikel 2.4” vervangen door “artikel 2.2”.

 

  • D.

    Artikel 4.8 wordt als volgt gewijzigd.

  • i.

    Een nieuw lid vier wordt toegevoegd en komt te luiden: “4. Bij het verstrekken van collectief vraagafhankelijk vervoer komt, binnen zijn werkingsgebied, de Wijkhopper als goedkoopst adequate voorziening als eerste vervoersoptie in aanmerking, tenzij in de cliënt gelegen beperkingen zich daartegen verzetten”.

 

  • E.

    Artikel 4.11 lid 3 wordt als volgt gewijzigd.

  • i.

    ‘’Het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning is gelijk aan het loon uit de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg behorende bij de hoogste trede van functiegroep ‘Hulp bij het huishouden’, vermeerderd met 20,7% in verband met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Daarbij is het niet van belang of het om een formele of informele hulpverlener gaat. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, kan het budget met die lasten worden verhoogd. De werkgeverslasten zijn vermeld op de website van de Sociale Verzekeringsbank.’’

  •  

  • F.

    Artikel 4.11 lid 4 sub b komt als volgt te luiden.

    • i.

      Onderdeel b komt te luiden: ‘’in afwijking van sub a is een persoonsgebonden budget bij betrekking van respectievelijk individuele begeleiding of dagbesteding van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, waaronder een echtgenoot of bloed- of aanverwante in de eerste of tweede graad, of een persoon of hulpverlener die niet voldoet aan de in artikel 8.3 genoemde kwaliteitseisen, gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functiewaardering Gezondheidszorg (FWG) 30 van de voor de betreffende periode geldende cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT), vermeerderd met 20,7% in verband met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, kan het budget met die lasten worden verhoogd. De werkgeverslasten zijn vermeld op de website van de Sociale Verzekeringsbank.’’

 

  • G.

    Artikel 4.11, lid 8 wordt als volgt gewijzigd.

  • i.

    Onderdeel a komt te luiden: “a. is gelijk aan het maandtarief vermenigvuldigd met de afschrijftermijn vermenigvuldigd met factor 0,6.”

  • ii.

    Onderdeel b komt te luiden: “b. De afschrijftermijn bedraagt vijf jaar voor vervoershulpmiddelen en rolstoelen. De afschrijftermijn bedraagt 10 jaar voor woonhulpmiddelen.”

  • iii.

    In onderdeel c wordt “het persoonsgebonden budget voor onderhoud en de verzekering van het hulpmiddel wordt jaarlijks vastgesteld en is gelijk aan de door het college geaccepteerde offerte, die is verstrekt door een gecontracteerde leverancier van het college,” vervangen door “het persoonsgebonden budget voor onderhoud en de verzekering van het hulpmiddel bedraagt in totaal maximaal €500 per jaar”.

 

  • H.

    Artikel 5.4, lid 1* wordt als volgt gewijzigd.

  • i.

    Onderdeel a komt te luiden: “een opstaptarief van € 1,12 en een kilometertarief van € 0,19 als de besproken aanvangstijd van de rit binnen de daluren ligt;”

  • ii.

    Onderdeel b komt te luiden: “een opstaptarief van € 1,12 en een kilometertarief van € 0,27 als de besproken aanvangstijd van de rit buiten de daluren ligt.”

* [ red. opmerking: abusievelijk is lid '1' i.p.v. lid '2' vermeld]

 

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel III

Dit besluit kan worden aangehaald als verordening maatschappelijke ondersteuning Papendrecht (eerste wijziging)

 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 december 2025.

de griffier, de voorzitter

S.C. Madern, M.J.M. van Driel

Naar boven