Subsidieregeling Bestaanszekerheid 2027-2030 Tilburg

 

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • ASVT: Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg 2023.

  • Awb: Algemene wet bestuursrecht.

  • College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg.

  • Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb.

  • Liquiditeit: daarbij wordt gekeken of de aanvrager in staat is korte schulden te voldoen.

  • Solvabiliteit: Dit is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen. De indicatieve bandbreedte hiervan is 0,2 (ondergrens) en 0,4 (bovengrens).

  • B-ontvangers: subsidieontvangers die een score behalen van 70 tot en met 114 punten (op het beoordelingskader als bedoel in artikel 11, lid 3).

  • C-ontvangers: subsidieontvangers die geen subsidie ontvangen op grond van de voorgaande regeling ‘Subsidie Bestaanszekerheid 2025-2026’.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 en 4 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Doelstelling

Subsidie wordt uitsluitend verleend aan activiteiten die:

  • 1.

    Bijdragen aan de bestuurlijke doelstelling: ‘Tilburgers ervaren bestaanszekerheid’ en de hiervoor geldende beleidsnota op bestaanszekerheid en het bijbehorend uitvoeringsplan.

  • 2.

    Bijdragen aan een inclusieve gemeente waarin alle activiteiten voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, leeftijd, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking.

Artikel 4. Activiteiten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan één of meerdere van deze drie lijnen:

  • a.

    Het voorkomen van (verdere) schulden- en armoedeproblematiek en daarvoor producten, diensten of activiteiten inzetten.

  • b.

    Het doorbreken van intergenerationele overdracht van armoede bij kinderen. Dit houdt in het aanbieden van producten, diensten en/of activiteiten gericht op het wegnemen van belemmeringen zodat kinderen volwaardig kunnen deelnemen, meedoen en hun toekomstperspectief verbeteren.

  • c.

    Het aanpakken van de armoedesituatie en het creëren van financiële rust.

Artikel 5. Subsidieaanvrager

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk.

Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 3 en 4.

  • 2.

    In aanmerking voor subsidie komen de kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden voor de uitvoering van activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 en 4 en de kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 en 4.

Artikel 7. Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten voor:

  • 1.

    Bonussen en afkoopsommen/transitievergoedingen.

  • 2.

    Activiteiten met een partijpolitiek of godsdienstig karakter.

  • 3.

    De inkoop van goederen of voedsel; die worden ingekocht om direct uit te delen met uitzondering van goederen die worden uitgedeeld in het kader van activiteiten die betrekking hebben op artikel 4 lid b.

  • 4.

    Activiteiten die primair gericht zijn op financiële educatie voor schoolgaande jongeren.

  • 5.

    Kosten voor het opstellen van de subsidieaanvraag door derden.

  • 6.

    Kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag wordt verzonden.

  • 7.

    Verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen en lasten.

  • 8.

    Kosten van gerechtelijke procedures, boetes en sancties.

Artikel 8. Vereisten subsidieaanvraag

  • 1.

    Een subsidieaanvraag bedraagt minimaal € 9.000 per jaar.

  • 2.

    Aanvragers dienen aanvragen volgens de methodiek Impactgericht subsidiëren in. Voor subsidieaanvragen tot € 30.000 wordt uitsluitend gebruik gemaakt van het format activiteitenplan. Voor aanvragen vanaf €30.000 worden ook de formats verandertheorie en onderzoeksplan ingevuld. Zie voor de formats en een handleiding: https://www.tilburg.nl/inwoners/subsidies/subsidies-met-impact/

  • 3.

    De subsidieaanvraag dient uiterlijk 24 augustus 2026 12.00 uur volledig te zijn ingediend via het daarvoor vastgestelde online aanvraagformulier. Onvolledige aanvragen kunnen door het college buiten behandeling worden gelaten.

  • 4.

    De aanvraag voor subsidie omvat:

    • a.

      Een volledig ingevuld online aanvraagformulier met voldoende informatie over op welke wijze wordt voldaan aan de beoordelingscriteria (artikel 11, lid 3).

    • b.

      Een activiteitenplan waaruit blijkt dat de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3 en 4.

    • c.

      Bij aanvragen boven de € 30.000 een verandertheorie en onderzoeksplan waaruit blijkt dat de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3.

    • d.

      Een uitgewerkte begroting, waarin de kosten en opbrengsten per activiteit/activiteitengroep waar de subsidie voor wordt aangevraagd op een transparante wijze wordt weergegeven en voldoende wordt onderbouwd, met inachtneming van wat gesteld is in artikel 6 en 7. Zie voor een handreiking voor het uitwerken van de begroting de modellen A en B op www.tilburg.nl/subsidies.

    • e.

      Indien van toepassing geeft u een toelichting op afwijkingen tussen de begroting en de meest recente realisatiecijfers.

    • f.

      Indien wij nog niet beschikken over uw meest recente jaarrekening, dan voegt u die toe als bijlage bij uw aanvraag.

    • g.

      Indien u voor de eerste maal een subsidie van €30.000,- of meer aanvraagt, voegt u aan het online aanvraagformulier de volgende bijlagen toe: een exemplaar van de oprichtingsakte, een overzicht van de bestuurssamenstelling, de vigerende statuten, het meest recente jaarverslag en de meest recente jaarrekening. Daarnaast voegt u een kopie bankafschrift toe om te controleren dat uw opgegeven banknummer juist is. U kunt uiteraard alle overbodige informatie weghalen; minimaal zichtbaar moet zijn uw tenaamstelling en banknummer.

  • 5.

    Het college kan naar aanleiding van de aanvraag verduidelijkende vragen stellen. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht de vragen schriftelijk te beantwoorden binnen een termijn van 5 werkdagen (of zoveel langer als aangegeven), te rekenen vanaf de eerste dag na de dagtekening van het verzoek.

    Indien de genoemde termijn is verstreken, zonder dat de gevraagde verduidelijking is ontvangen, wordt de aanvraag beoordeeld zonder de antwoorden.

Artikel 9. Subsidievorm en de hoogte van de subsidie

  • 1.

    Het college verstrekt op grond van deze regeling subsidies voor de duur van vier jaar, met dien verstande dat het college aanvullende verplichtingen zoals bedoeld in artikel 13 lid 3 kan opleggen aan B-ontvangers en C-ontvangers. Indien uit de toets momenten zoals bedoeld in artikel 13 lid 5 en lid 6 blijkt dat niet aan de bij verleningsbeschikking opgelegde verplichtingen is voldaan, behoudt het college zich de wettelijke bevoegdheid voor om de subsidieverleningen aan B- ontvangers en C ontvangers te wijzigen tot een subsidieverlening voor de duur van:

    • a.

      twee jaar voor B-ontvangers, of

    • b.

      één of twee jaar voor C-ontvangers.

  • 2.

    De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd conform de ASVT.

Artikel 10. Subsidieplafond

  • 1.

    Het subsidieplafond wordt bekend gemaakt bij de programmabegroting van de betreffende jaren. Publicatie vindt plaats vóór aanvang van de activiteiten.

  • 2.

    Het subsidieplafond omvat een afzonderlijk deelplafond voor subsidieaanvragen tot € 30.000. Indien het deelplafond voor subsidieaanvragen tot € 30.000 niet wordt bereikt, kan het college het resterende bedrag toevoegen aan het subsidieplafond voor overige subsidieaanvragen.

Artikel 11. Wijze van verdeling

  • 1.

    Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie en vervolgens de opeenvolgende gerangschikte aanvragen, tot het subsidieplafond wordt bereikt.

  • 3.

    Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende beoordelingsitems (zie bijlage I voor het beoordelingskader):

    • I.

      Aanpak & kwaliteit (maximaal 24 punten)

    • II.

      Impact (maximaal 30 punten)

    • III.

      Activeren en motiveren (maximaal 30 punten)

    • IV.

      Samenwerking & toegevoegde waarde (maximaal 20 punten)

    • V.

      Prijs/kwaliteit (maximaal 24 punten)

  • 4.

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item II. Impact, genoemd in artikel 11, lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 5.

    Indien toepassing van het vijfde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item Activeren en motiveren genoemd in artikel 11, lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 6.

    Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item Samenwerking en toegevoegde waarde, genoemd in artikel 11, lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 7.

    Indien toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item Financiële duurzaamheid, genoemd in artikel 11, lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 8.

    Indien toepassing van het achtste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item I. Aanpak en kwaliteit, genoemd in artikel 11, lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 9.

    Indien toepassing van het negende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de aanvraag als eerste is binnengekomen hoger eindigt in de rangschikking.

Artikel 12. Weigeringsgronden

Subsidieverlening kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 9 van de ASVT geregelde gevallen ook (al dan niet deels) geweigerd worden indien:

  • 1.

    De organisatie geen aantoonbare expertise heeft op het gebied van Bestaanszekerheid.

  • 2.

    De organisatie geen aantoonbare kennis van de Tilburgse sociale infrastructuur en van de doelgroep.

  • 3.

    Nieuwe initiatieven niet aanvullend zijn op het bestaande aanbod binnen de gemeente Tilburg. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het bestaande aanbod al in soortgelijke producten, diensten en activiteiten voorziet.

  • 4.

    De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet of niet in overwegende mate zijn gericht op de inwoners van Tilburg met een laag inkomen, zoals gedefinieerd in de beleidsvisie op Bestaanszekerheid, of als ze onvoldoende ten goede komen aan diezelfde inwoners.

  • 5.

    Niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd.

  • 6.

    De aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen.

  • 7.

    Uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend o.a. naar liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid.

  • 8.

    Uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten.

  • 9.

    De aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken.

  • 10.

    De activiteiten in de aanvraag moeten in verhouding staan tot het bereik van de in de aanvraag opgenomen doelgroep, en tot het totale aanbod van activiteiten voor de totale doelgroep die we met deze subsidieregeling willen bereiken.

  • 11.

    Er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan te veel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de weging komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben.

  • 12.

    De subsidieaanvraag minder dan 70 punten scoort in het beoordelingskader.

  • 13.

    Het in artikel 10 van deze regeling vastgestelde subsidieplafond bereikt is.

Artikel 13. Verplichtingen

  • 1.

    De subsidieontvanger levert, op verzoek van het college, kwantitatieve informatie aan ten behoeve van de bestaanszekerheidsmonitor. Deze verplichting wordt verder uitgewerkt in de verleningsbeschikking.

  • 2.

    Het college kan in de verleningsbeschikking aanvullende verplichtingen opleggen.

  • 3.

    Het college legt in de verleningsbeschikking in ieder geval aanvullende verplichtingen op aan B-ontvangers en C-ontvangers.

  • 4.

    De aanvullende verplichtingen voor B-ontvangers en C-ontvangers houden verband met de beoordelingscriteria uit het beoordelingskader als bedoeld in artikel 11, lid 3 en zullen zien op criteria waarop de betreffende subsidieontvanger niet maximaal heeft gescoord.

  • 5.

    B-ontvangers en C-ontvangers dienen met deze aanvullende verplichtingen daaraan verbonden consequenties rekening te houden alvorens zij hun aanvraag indienen.

  • 6.

    Voor B-ontvangers geldt het volgende:

    • a.

      Het college zal in de periode september tot en met oktober 2028 toetsen of B-ontvangers aan hun aanvullende verplichtingen hebben voldaan. Het college kan naar aanleiding van dit toets moment gebruikmaken van haar wettelijke bevoegdheid om de subsidieverlening van vier jaar te wijzigen naar een subsidieverlening van twee jaar.

    • b.

      Het college zal B-ontvangers uiterlijk 31 oktober 2028 informeren of zij van deze bevoegdheid gebruik zal maken.

  • 7.

    Voor C-ontvangers geldt het volgende:

    • a.

      Het college zal in de periode september tot en met oktober 2027 toetsen of C-ontvangers aan hun aanvullende verplichtingen hebben voldaan. Het college kan naar aanleiding van dit toets moment gebruikmaken van haar wettelijke bevoegdheid om de subsidieverlening van vier jaar te wijzigen naar een subsidieverlening van één jaar.

    • b.

      Het college zal C-ontvangers uiterlijk 31 oktober 2027 informeren of zij van deze bevoegdheid gebruik zal maken.

    • c.

      Het college zal (ten aanzien van C-ontvangers wiens subsidieverlening in 2027 niet is gewijzigd) in de periode van september tot en met oktober 2028 opnieuw toetsen of de C-ontvangers aan hun aanvullende verplichtingen hebben voldaan. Het college kan naar aanleiding van dit toets moment gebruikmaken van haar wettelijke bevoegdheid om de subsidieverlening van vier jaar te wijzigen naar een subsidieverlening van twee jaar.

    • d.

      Het college zal C-ontvangers uiterlijk 31 oktober 2028 informeren of zij van deze bevoegdheid gebruik zal maken.

Artikel 14. Verantwoording

De manier waarop uw instelling verantwoording af moet leggen over de ontvangen subsidie is afhankelijk van het totaal van de aan uw instelling in één kalenderjaar verleende subsidies. U kunt hierover gedetailleerde informatie vinden in de artikelen 16 tot en met 20 van de ‘Algemene Subsidieverordening gemeente Tilburg’.

Artikel 15. Hardheidsclausule

Het college kan een of meer bepalingen van deze subsidieregeling in bijzondere individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepaling te dienen doelen.

Artikel 16. Slotbepalingen

  • 1.

    Dit is een regeling zoals bedoeld in artikel 3 van de ASVT. De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken. Dit betekent ook dat de verantwoordingsartikelen van de ASVT onverkort van toepassing zijn.

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking 1 dag na publicatie.

  • 3.

    Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2030 met dien verstande dat vaststellingen van subsidies die onder deze regeling vallen nog onder deze regeling worden afgehandeld.

  • 4.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Bestaanszekerheid 2027-2030 Tilburg.

Naar boven