Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2026, 259592 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2026, 259592 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling uitvoering Haagse Educatieve Agenda Den Haag 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
De bijlage bij deze subsidieregeling bevat begripsbepalingen voor de toepassing van deze subsidieregeling.
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor alle activiteiten die zijn opgenomen in de regeling.
Het doel van subsidie op grond van deze subsidieregeling is het bijdragen aan het realiseren van de volgende doelstellingen:
sterke sectoroverstijgende netwerken: het realiseren van een veilige, ondersteunende en geïntegreerde pedagogische omgeving, waarin kinderen en jongeren in Den Haag optimaal kunnen leren en zich ontwikkelen en de samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs, jeugdhulp, zorg, welzijn, gemeente, ouders en andere partners voorop staat;
samen leren: het realiseren van een inclusief taalrijk en samenhangend breed ontwikkelaanbod, op het gebied van cultuur, sport en sociale ontwikkeling, met een doorgaande lijn voor alle kinderen en jongeren in Den Haag, een kansrijke in- en doorstroom van voorschoolse educatie tot en met vervolgonderwijs, zodat ieder kind en iedere jongere de kans krijgt zich gezond te ontwikkelen onder en na schooltijd;
professionals in positie: het versterken van de professional in de Haagse kinderopvang en het Haagse onderwijs, met als doel het bieden van een stabiel, veilig en aantrekkelijk leer- en werkklimaat, het ontstaan van multidisciplinaire teams en het realiseren van voldoende personeel met een sterke pedagogische-didactische basis op Haagse kinderopvang en scholen; of
toekomstbestendige arbeidsmarkt en veerkrachtige stad: het realiseren van flexibele leeromgevingen in de Haagse regio die kinderen, jongeren en studenten voorbereiden op een veranderende samenleving en arbeidsmarkt, door hen te betrekken bij maatschappelijke opgaven en te zorgen voor hun sociale welzijn en weerbaarheid, verbreding van hun wereldbeeld, en versterking van hun digitale vaardigheden, zodat zij betekenisvol kunnen bijdragen aan een veerkrachtige stad.
Artikel 1:4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor uitvoering van de activiteiten, genoemd in deze regeling.
Hoofdstuk 3 Subsidie voor locaties met voorschoolse educatie en scholen
Artikel 3:1 Doel van de subsidie
Het doel van subsidie op grond van dit hoofdstuk is de sectoren kinderopvang met locaties voorschoolse educatie, het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs in staat te stellen op hun locaties en scholen activiteiten te organiseren die bijdragen aan het realiseren van alle in artikel 1:3 genoemde doelstellingen.
Subsidies op grond van dit hoofdstuk worden uitsluitend verstrekt voor activiteiten waarmee uitvoering wordt gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in artikel 3:1.
Artikel 3:5 Wijze van berekening, hoogte en verdeling van de subsidie per sector
De subsidie voor een houder van een locatie met voorschoolse educatie in Den Haag berekent het college door het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4 eerste lid, onder a, te delen door het aantal kindplaatsen op 1 februari van het jaar van aanvraag, van alle locaties met voorschoolse educatie in Den Haag, en dit bedrag per kindplaats te vermenigvuldigen met het aantal kindplaatsen met voorschoolse educatie van de aanvrager welke op 1 februari van het jaar van aanvraag, in het LRK staan geregistreerd.
Het college berekent het bedrag per onderdeel op de volgende wijze:
als eerste deelt het college 83% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, eerste lid, onder b, door de som van alle achterstandsscores met drempel op bassischolen in Den Haag, en vermenigvuldigt dit met de som van alle achterstandsscores zonder drempel van Haagse basisscholen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag;
als tweede deelt het college 10% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, eerste lid, onder b, door de som van alle achterstandsscores zonder drempel in Den Haag, en vermenigvuldigt dit met de som van alle achterstandsscores zonder drempel van Haagse basisscholen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag;
als derde deelt het college door 7% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, eerste lid, onder b, door het aantal NNCA-leerlingen op scholen met meer dan 35% NNCA-leerlingen en vermenigvuldigt dit met de som van alle NNCA-leerlingen op een speciale school voor basisonderwijs met meer dan 35% NNCA-leerlingen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag.
De subsidie voor een bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs berekent het college als volgt:
voor een school met een relatieve achterstandsscore met drempel gelijk aan of groter dan 0,100 wordt de achterstandsscore met drempel van de school vermenigvuldigd met het resultaat van 73% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van alle achterstandsscores met drempel van scholen in Den Haag die vallen onder het betreffende bevoegd gezag met een relatieve achterstandsscore gelijk aan of groter dan 0,100;
voor een school met een relatieve achterstandsscore met drempel kleiner dan 0,100 wordt de achterstandsscore vermenigvuldigd met het resultaat van 9,7% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van alle achterstandsscores van scholen in Den Haag die vallen onder het betreffende bevoegd gezag met een relatieve achterstandsscore kleiner dan 0,100;
voor elke school met een achterstandsscore zonder drempel wordt de achterstandsscore zonder drempel vermenigvuldigd met het resultaat van 14,6% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van alle achterstandsscores zonder drempel van scholen voor voortgezet onderwijs in Den Haag die vallen onder het betreffende bevoegd gezag;
voor elke school voor voortgezet speciaal onderwijs met meer dan 35% NNCA-leerlingen, het aantal NNCA-leerlingen te vermenigvuldigen met 2,7% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van de NNCA-leerlingen op scholen met meer dan 35% en alle NNCA-leerlingen en dit bedrag te vermenigvuldigen met het aantal NNCA-leerlingen met meer dan 35% NNCA-leerlingen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag; en
voor elke school voor voortgezet speciaal onderwijs, het aantal NNCA-leerlingen te vermenigvuldigen met 2,7% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van de NNCA-leerlingen op scholen met meer dan 35% en alle NNCA-leerlingen en dit bedrag te vermenigvuldigen met het aantal NNCA-leerlingen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag.
Hoofdstuk 4 Subsidie voor houders voorschoolse educatie en besturen primair onderwijs
Het doel van de subsidie op grond van dit hoofdstuk is het door houders met locaties voorschoolse educatie en besturen primair onderwijs bijdragen aan het realiseren van één of meerdere van de in artikel 1:3 genoemde doelstellingen waarbij zij de subsidie naar eigen inzicht inzetten, met in het bijzonder aandacht voor preventie, gebiedsgerichte samenwerking en verbinding met partners van voorschoolse educatie en primair onderwijs.
Artikel 4:4 Subsidieplafond per doelgroep
Voor subsidies op grond van dit hoofdstuk geldt voor het kalenderjaar 2027 een subsidieplafond van in totaal € 3.133.000,- verdeeld over de volgende deelplafonds:
Artikel 4:5 Wijze van berekening, hoogte en verdeling van de subsidie
De subsidie voor een houder van twee of meer locaties met voorschoolse educatie in Den Haag berekent het college door het subsidieplafond genoemd in artikel 4:4 eerste lid, onder a, te delen door het aantal kindplaatsen op 1 februari van het jaar voorafgaand aan de uitvoering, van alle houders met twee of meer locaties met voorschoolse educatie in Den Haag, en dit bedrag per kindplaats te vermenigvuldigen met het aantal kindplaatsen met voorschoolse educatie van de houder welke op die datum in het LRK staan geregistreerd.
De subsidie voor een schoolbestuur van een school voor primair onderwijs in Den Haag berekent het college door het subsidieplafond genoemd in artikel 4:4, eerste lid, onder b, te delen door de som van de achterstandsscore zonder drempel op peildatum 1 februari van het jaar voorafgaand aan de uitvoering van alle scholen voor primair onderwijs in Den Haag en dit bedrag te vermenigvuldigen met de achterstandsscore zonder drempel van alle Haagse scholen voor primair onderwijs van het schoolbestuur.
Hoofdstuk 5 Subsidie voor stedelijke netwerken
Paragraaf 5.1 Facilitering bestuurlijk overleg
Artikel 5:1:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het bevorderen van samenwerking tussen het college en de sectoren kinderopvang, primair onderwijs en voortgezet onderwijs in Den Haag waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder a, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de volgende activiteiten:
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5:1:2 wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer worden aangewezen.
Artikel 5:1:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie op grond van artikel 5:1:1 bedraagt maximaal € 80.000,- per aanvraag, per kalenderjaar.
Paragraaf 5.2 Netwerk veilige school
Artikel 5:2:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het onderhouden van netwerken gericht op schoolveiligheid ten behoeve van scholen in het primair en voortgezet onderwijs, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder a, genoemde doelstellingen.
De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de inzet van een programmamanager primair onderwijs en een programmamanager voortgezet onderwijs:
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5:2:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Paragraaf 5.3 Versterken samenwerking sector kinderopvang, onderwijs en partners in de wijk
Artikel 5:3:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is de samenwerking tussen kindercentra, scholen, ouders, omgeving en partners in de Haagse wijken te verstevigen, verbeteren en verduurzamen zodat kinderen en jongeren zich optimaal kunnen ontwikkelen waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder a en b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verleend voor het uitvoeren, coördineren, stimuleren en organiseren van gezamenlijke activiteiten voor scholen en kindercentra in Haagse wijken en het beschikbaar stellen van beheerders die ingezet worden ten behoeve van het beheer van de Haagse sporttuinen.
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5:3:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 5:3:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt maximaal € 750.000,- per aanvraag, per kalenderjaar.
Voor subsidieverlening op grond van deze paragraaf geldt een subsidieplafond van € 750.000,- per kalenderjaar.
Hoofdstuk 6 Subsidie Samen leren
Paragraaf 6.1 Activiteiten in de wijk ter bevordering van gelijke kansen en inlopen onderwijsachterstanden
Artikel 6:1:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het aanbieden van activiteiten tijdens en na schooltijd waaraan kinderen uit de wijk waarin de uitvoerende school in Den Haag gehuisvest is, kunnen deelnemen om gelijke kansen te bevorderen en eventuele onderwijsachterstanden in te lopen of te voorkomen waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op de uitvoering van aanvullend ontwikkelaanbod in de wijk, inclusief het detacheren van personeel, waarbij de activiteiten:
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:1:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 6:1:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie op grond van artikel 6:1:2 bedraagt maximaal € 640.000,- per kalenderjaar.
Paragraaf 6.2 Bevorderen van een soepele en transparante aanmelding bij het primair onderwijs
Artikel 6:2:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het leveren van een bijdrage aan een eerlijke en transparante aanmeldprocedure voor Haagse leerlingen in het primair onderwijs in Den Haag, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de coördinatie en uitvoering van de aanmeldprocedure voor Haagse kinderen en nieuwkomers voor het primair onderwijs in Den Haag en het in stand houden en verbeteren van de applicaties die de aanmeldprocedure in het primair onderwijs ondersteunen.
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:2:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 6:2:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie op grond van artikel 6:2:2 bedraagt maximaal € 480.000,- per aanvraag, per kalenderjaar.
Paragraaf 6.3 Bevorderen van een transparante aanmelding bij het voortgezet onderwijs
Artikel 6:3:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is de overstap van alle leerlingen uit het primair onderwijs naar het voorgezet onderwijs eerlijk, gelijktijdig en zo soepel mogelijk te laten verlopen, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor een activiteitenprogramma voor het instandhouden en updaten van de applicatie die de BOVO-procedure ondersteunt, inclusief het instandhouden van een centrale helpdesk voor ouders en de scholenwijzer.
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:3:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 6:3:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:3:2 maximaal € 560.000,- per kalenderjaar.
Artikel 6:4:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het stimuleren van een brede, culturele ontwikkeling van leerlingen op Haagse scholen in het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs. waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie ten behoeve van cultuureducatie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de uitvoering van de culturele activiteiten zoals opgenomen in de Brochure Vonk voor primair onderwijs en Expeditie C voor voortgezet onderwijs.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan schoolbesturen voor primair en voortgezet (speciaal) onderwijs.
Artikel 6:4:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor de activiteiten op grond van artikel 6:4:2 bedraagt voor het kalenderjaar 2027 maximaal:
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:4:2 geldt een subsidieplafond van € 700.000,- per kalenderjaar voor het primair onderwijs en € 240.500,- per kalenderjaar voor het voortgezet onderwijs.
Artikel 6:4:6 Wijze van verdeling
Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgestelde subsidieplafond verleent het college de subsidie naar rato van het aantal leerlingen voor wie subsidie is aangevraagd en die op de peildatum genoemd in artikel 6:4:4, eerste lid onder a dan wel b, staan ingeschreven bij DUO op de school of scholen waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 6:5:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is om bij Haagse leerlingen met een achterstand in de Nederlandse taal deze achterstand met extra inzet en aandacht in korte tijd weg te werken, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het realiseren van een kopklas voor door scholen in het primair onderwijs geselecteerde leerlingen die staan ingeschreven bij een school voor primair onderwijs gevestigd in Den Haag en die op locatie van het voortgezet onderwijs een taalprogramma volgen.
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:5:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 6:5:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt maximaal € 85.000,- per kopklas per kalenderjaar.
Paragraaf 6.6 Kinderopvang: Kwaliteit voorschoolse educatie
Artikel 6:6:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het bieden van voorschoolse educatie aan doelgroepkinderen en het verhogen van deelname van het aantal doelgroepkinderen. Dit om de taal- en de sociaal-emotionele ontwikkeling van doelgroepkinderen te stimuleren en te zorgen dat zij met zo min mogelijk taalontwikkelingsachterstand op school starten, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het uitvoeren van voorschoolse educatie en het verhogen van het bereik van doelgroepkinderen met een of meer van de onderstaande activiteiten:
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan houders van kindercentra met voorschoolse educatie in Den Haag, die als zodanig is ingeschreven in het LRK en beschikt over een in Den Haag gevestigde locatie met voorschoolse educatie.
Artikel 6:6:4 Hoogte van de subsidie
De subsidie als in artikel 6:6:4, eerste lid, onder b en c, kan op aanvraag van de houder in april en oktober van het jaar waar de subsidie op ziet worden verhoogd. De basis van die verhoging wordt gevormd door het totaal aantal aangeboden contracturen door de houder, zoals blijkt uit het gemeentelijk registratiesysteem.
Onverminderd artikel 8:1 gelden voor de subsidieontvanger op grond van deze paragraaf de volgende verplichtingen:
Artikel 6:6:6 Verlenging deelname voorschoolse educatie
In afwijking van de definitie van doelgroepkind kan de houder van een kindercentrum met voorschoolse educatie de periode van voorschoolse educatie voor een kind van 48 maanden eenmalig verlengen met maximaal drie maanden tot uiterlijk 51 maanden, zonder toestemming van de gemeente, indien dit in het belang is van de ontwikkeling van het kind.
Paragraaf 6.7 Kinderopvang: Toegang tot een peutervoorziening
Artikel 6:7:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het bieden van toegang tot een peutervoorziening voor alle Haagse peuters om zich optimaal te kunnen ontwikkelen, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een houder van een kindercentrum met een locatie in Den Haag en die als zodanig geregistreerd is in het LRK, voor een peuter die geen doelgroepindicatie voorschoolse educatie heeft en van wie de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.
Artikel 6:7:4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie in aanmerking komen de kosten van de gecontracteerde uren die onder de maximum uurprijs blijven van een peutervoorziening, voor maximaal 8 uur per week, met een maximum van 416 uur per kalenderjaar, voor een Haagse peuter die voor meer dan 240 contracturen op jaarbasis, evenredig verdeeld over ten minste 38 weken, bij een volledig kalenderjaar staat ingeschreven.
Voor subsidieverlening op grond van deze paragraaf geldt per kalenderjaar een subsidieplafond van € 300.000,-.
Paragraaf 6.8 Nieuwkomers primair onderwijs
Artikel 6:8:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het voor nieuwkomers vergroten van de kansen op instroom in het primair onderwijs en deelname aan de Nederlandse samenleving, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het in stand houden van een gemeentebreed netwerk van onderwijsvoorzieningen voor nieuwkomers in het primair onderwijs in Den Haag op basis van het kaderdocument nieuwkomers primair onderwijs en die:
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan schoolbesturen die in Den Haag voorzien in nieuwkomersonderwijs, zoals vastgelegd in een 'stedelijk plan Nieuwkomersonderwijs primair onderwijs' die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer worden aangewezen.
Artikel 6:8:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor de activiteiten op grond van artikel 6:8:2 bedraagt maximaal € 2.500.000,- per kalenderjaar.
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:8:2 geldt een subsidieplafond van € 2.500.000,- per kalenderjaar.
Paragraaf 6.9 Nieuwkomers voorgezet onderwijs
Artikel 6:9:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het voor nieuwkomers vergroten van de kansen op instroom in het voortgezet onderwijs en deelname aan de Nederlandse samenleving, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het in stand houden van een gemeentebreed netwerk van onderwijsvoorzieningen voor nieuwkomers in het voortgezet onderwijs in Den Haag op basis van het kaderdocument nieuwkomers voortgezet onderwijs en die:
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan schoolbesturen die in Den Haag internationale schakelklassen verzorgen, zoals opgenomen in het stedelijk plan nieuwkomersonderwijs voortgezet onderwijs die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer worden aangewezen.
Artikel 6:9:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6:9:2 bedraagt maximaal € 800.000.- per kalenderjaar.
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:9:2 geldt een subsidieplafond van € 800.000,- per kalenderjaar.
Paragraaf 6.10 Passend onderwijs en jeugdhulp
Artikel 6:10:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het vergroten van de onderwijskansen van kinderen met leer- en ondersteuningsbehoeften door het versterken van de samenwerking tussen onderwijs en speciaal onderwijs en jeugdhulp, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de ontwikkeling en uitvoering van activiteiten, die bijdragen aan:
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan het bestuur van een samenwerkingsverband voor primair of voortgezet onderwijs in Den Haag.
Artikel 6:10:5 Subsidieplafond
Het college stelt voor subsidieverlening op grond van artikel 6:10:2 per kalenderjaar een subsidieplafond van € 1.197.500,- vast, met deelplafonds van:
Paragraaf 6.11 Realiseren doorgaande leerlijnen, loopbaanontwikkeling en overstap vo–mbo–hbo
Artikel 6:11:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het bevorderen dat alle leerlingen uit het voortgezet onderwijs voldoende geïnformeerd zijn om op basis van hun capaciteiten en voorkeur door te stromen naar het middelbaar of hoger beroepsonderwijs, werk of dagbesteding van hun keuze, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:11:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 6:11:4 Hoogte van de subsidie
De subsidie voor de activiteiten op grond van artikel 6:11:2 bedraagt maximaal € 817.000,- voor kalenderjaar 2027.
Paragraaf 6:12 Schoolmaatschappelijk werk+ in het mbo
Artikel 6:12:1 Doel van de subsidie
Deze subsidie heeft tot doel het versterken van de zorgstructuur in het mbo, gericht op het voorkomen van schooluitval, zorg dragen voor welzijn en het waar nodig doorverwijzen van studenten naar passende hulpverlening, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b en d, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het bieden van schoolmaatschappelijk werk+ op Haagse locaties van een mbo met als doel het bieden van kortdurende ondersteuning en het doorgeleiden van studenten en ouders naar zorg- en hulpverlening.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een mbo-instelling met een hoofdvestiging in Den Haag en meer dan één vestiging in Den Haag.
Artikel 6:12:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie op grond van artikel 6:12:2 bedraagt maximaal € 311.000,- per aanvrager, per kalenderjaar.
Artikel 6:12:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:12:1 geldt een subsidieplafond van € 311.000,- per kalenderjaar.
Paragraaf 6.13 Schoolsportclub
Artikel 6:13:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het verlagen van de drempel voor leerlingen in het speciaal onderwijs in Den Haag om deel te nemen aan een schoolsportclub, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het stimuleren van naschoolse sportactiviteiten voor leerlingen op een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.
Subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6:13:2 wordt uitsluitend verstrekt aan de schoolbesturen van speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
Artikel 6:13:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor de activiteiten op grond van artikel 6:13:2 bedraagt maximaal € 32.000,- per school per kalenderjaar.
Artikel 6:13:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:13:2 geldt een subsidieplafond van € 280.250,- per kalenderjaar.
Artikel 6:13:6 Wijze van verdeling
Wanneer het totaalbedrag van de voor honorering in aanmerking komende aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:13:2 het vastgestelde subsidieplafond overschrijdt, verleent het college de subsidie naar rato van de aanvragen.
Paragraaf 6.14 Schoolsportcoördinatie
Artikel 6:14:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is leerlingen in het primair onderwijs in Den Haag tijdens en na schooltijd met plezier meer te laten bewegen, in aanvulling op de reguliere lessen lichamelijke opvoeding van 1,5 uur per week, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de inzet van minimaal twee uren lichamelijke opvoeding door een vakleerkracht lichamelijke opvoeding die, naschools of in aanvulling op het reguliere aantal van 1,5 lesuren per week aan lichamelijke opvoeding, wordt aangeboden.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan schoolbesturen, ten behoeve van in Den Haag gevestigde scholen voor primair onderwijs met de hoogste achterstandsscore met drempel.
Artikel 6:14:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6:14:2 bedraagt maximaal € 5.000,- per school per kalenderjaar.
Artikel 6:14:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:14:3 geldt een subsidieplafond van € 510.000,- per kalenderjaar.
Paragraaf 6.15 Sport- en beweegclub
Artikel 6:15:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is dat leerlingen uit Den Haag die niet of nauwelijks in contact komen met sport, kennis kunnen maken met verschillende sporten en worden gestimuleerd om aan sport deel te nemen, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het uitvoeren van sportplannen waarmee leerlingen kennis kunnen maken met verschillende sporten, hun talent daarvoor kunnen ontdekken en het plezier in sport gestimuleerd wordt in aanvulling op het minimaal aantal verplichte uren lichamelijke opvoeding, waarbij:
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan schoolbesturen in het voortgezet onderwijs ten behoeve van een in Den Haag gevestigde school met minimaal 180 leerlingen.
Artikel 6:15:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor activiteiten op grond van artikel 6:15:2 bedraagt per kalenderjaar maximaal € 40.000,- per school en per aanvraag.
Artikel 6:15:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:15:2 geldt een subsidieplafond van € 600.000,-.
Paragraaf 6.16 Sportexploitatie voor Haagse Sporttuinen
Artikel 6:16:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het exploiteren van een Haagse Sporttuin, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een schoolbestuur dat ten behoeve van in Den Haag gevestigde scholen voor primair onderwijs een Haagse Sporttuin exploiteert.
Artikel 6:16:4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie in aanmerking komen de volgende kosten:
Artikel 6:16:5 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor activiteiten op grond van artikel 6:16:2 bedraagt per kalenderjaar maximaal € 127.500,- per aanvraag.
Artikel 6:16:6 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:16:2 geldt een subsidieplafond van € 585.000,- per kalenderjaar.
Paragraaf 6.17 Sociaal-Emotioneel Leren
Artikel 6:17:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het bevorderen van de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen in het primair onderwijs, zodat zij leren omgaan met hun eigen gevoelens en die van anderen en zich ontwikkelen tot sociaal vaardige en evenwichtige personen, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b en d, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een schoolbestuur voor primair onderwijs ten behoeve van in Den Haag gevestigde scholen.
Artikel 6:17:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie op grond van de activiteiten genoemd in artikel 6:17:2 bedraagt maximaal € 15.000,- per school per kalenderjaar.
Artikel 6:17:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:17:2 geldt een subsidieplafond van € 750.000,-.
Paragraaf 6.18 Zomerscholen primair onderwijs
Artikel 6:18:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het bevorderen van gelijke onderwijskansen en het stimuleren van de brede ontwikkeling van Haagse leerlingen in het primair onderwijs die, kans op, een (leer)achterstand hebben en hen de mogelijkheid te geven deze in de zomervakantie in te lopen. Hiermee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten ten behoeve van een brede ontwikkeling van de leerlingen waarbij:
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan schoolbesturen met in Den Haag gevestigde scholen voor primair onderwijs die ten behoeve van het stadsdeel waar zij gevestigd zijn een zomerschool organiseren in een coalitie van tenminste drie scholen.
Artikel 6:18:4 Hoogte van de subsidie
Subsidie voor activiteiten op grond van artikel 6:18:2 voor het kalenderjaar 2027 bedraagt maximaal € 500,- per deelnemende leerling met een minimum van 75 deelnemende leerlingen, tot een maximum van € 50.000,- per aanvraag.
Artikel 6:18:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:18:2 geldt een subsidieplafond van € 500.000,- per kalenderjaar.
Hoofdstuk 7 Subsidie voor professionals in positie
Paragraaf 7.1 Arbeidsmarktstrategie
Artikel 7:1:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het werven en behouden van onderwijsprofessionals voor het Haagse voortgezet onderwijs, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder c, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor één programma met activiteiten voor het Haagse voortgezet onderwijs, die gericht zijn op:
Subsidie wordt activiteiten als bedoeld in artikel 7:1:2 uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen om deze activiteiten uit te voeren.
Artikel 7:1:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt per kalenderjaar maximaal per aanvrager:
Paragraaf 7:2 Inzet studenten in het primair en voortgezet onderwijs
Artikel 7:2:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is om de werkdruk van leraren op scholen in Den Haag te verlagen en hen te ondersteunen in de klas bij het voorkomen en aanpakken van onderwijsachterstanden, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder c, genoemde doelstellingen.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen om voor alle in Den Haag gevestigde scholen voor primair en voortgezet onderwijs de activiteiten zoals bedoeld in artikel 7:3:1 te organiseren.
Artikel 7:2:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor activiteiten op grond van artikel 7:2:2 bedraagt maximaal € 400.000,- per aanvraag per kalenderjaar.
Voor subsidieverlening op grond van artikel 7:2:2 geldt een subsidieplafond van € 400.000,- per kalenderjaar.
Hoofdstuk 8 Verplichtingen en betaling
Onverminderd de artikelen 4:37 van de Awb en artikel 12 tot en met 14 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
Hoofdstuk 9 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf
Hoofdstuk 10 Overige bepalingen
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.
De Subsidieregeling peutervoorzieningen Den Haag 2025, Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie Den Haag 2024, Subsidieregeling primair onderwijs Den Haag 2024, Subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2024 en de Subsidieregeling middelbaar beroepsonderwijs Den Haag 2022 worden met ingang van 1 november 2026 ingetrokken.
De bepalingen van de Subsidieregeling peutervoorzieningen Den Haag 2025, Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie Den Haag 2024, Subsidieregeling primair onderwijs Den Haag 2024, Subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2024 en de Subsidieregeling middelbaar beroepsonderwijs Den Haag 2022 blijven van toepassing op subsidies die vóór 1 november 2026 zijn aangevraagd op basis van die subsidieregelingen.
Den Haag, 26 mei 2026
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de burgemeester,
Jan van Zanen
Binnen de categorie HEA-doelstellingen worden budgetten per doelgroep aangegeven. De aanvragers wordt vrijheid en flexibiliteit geboden om zelf te bepalen wat er binnen de eigen organisatie of instelling nodig is om aan een HEA-doelstelling bij te dragen.
Kinderopvangorganisaties die voorschoolse educatie aanbieden en schoolbesturen in het primair onderwijs kunnen op bestuurlijk niveau beschikken over subsidie. Dit budget is bedoeld om maatwerk, flexibiliteit en preventieve inzet voor hun locaties met voorschoolse educatie en scholen mogelijk te maken. Daarnaast kunnen besturen dit bestuurlijke budget inzetten om de samenwerking tussen locaties en scholen verder te versterken.
Het kindercentrum geeft een prognose voor het aantal aangeboden contracturen van alle doelgroepkinderen voor het subsidiejaar gebaseerd op het aantal doelgroepkinderen op moment van de subsidieaanvraag en de verwachtingen ten aanzien van groei en krimp in het subsidiejaar.
Verlenging is bijvoorbeeld mogelijk in de zomervakantie om de doorlopende leerlijn niet te onderbreken of als het kind wacht op een passende plek in het (speciaal) basisonderwijs die binnen de tijd van de verlenging beschikbaar zal zijn.
Voor het bepalen van het voorschot wordt uitgegaan van het totale aantal contracturen van doelgroepkinderen in het betreffende subsidiejaar. De prognose is opgenomen in het gemeentelijke registratiesysteem.
Bijlage bij artikel 1.1 van deze regeling
In deze regeling wordt verstaan onder:
achterstandsscore met drempel: achterstandsscore van een basisschool of school voor voortgezet onderwijs na aftrek van een drempelscore zoals gepubliceerd door het CBS overeenkomstig artikel 18, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 en artikel 5, derde lid, Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs;
Brochure Vonk: brochure, gericht op het primair onderwijs, uitgegeven door kenniscentrum cultuureducatie CultuurSchakel met het gebundelde aanbod van instellingen, die gericht zijn op beeldende kunst, muziek, theater, mode, letteren, spoken word, film, dans, design, games, urban, cultuureducatie en -participatie of een andere vorm van kunst of cultuur;
kaderdocument nieuwkomers primair onderwijs: gezamenlijk kader voor basisscholen, schoolbesturen en het college om te zorgen voor een afgestemde, zorgvuldige en kwalitatieve aanpak van onderwijs aan nieuwkomers die recent in Nederland zijn gekomen en de Nederlandse taal nog niet of beperkt beheersen;
naschoolse activiteit: gestructureerde bezigheid die direct na schooltijd plaatsvindt, gericht op de ontwikkeling, talentontplooiing en ontspanning van kinderen. Het aanbod varieert van sport en cultuur tot techniek en educatie en wordt vaak georganiseerd in samenwerking met scholen en externe partners;
pedagogische omgeving: de samenhangende sociale, educatieve en zorggerelateerde omgeving waarin kinderen en jongeren in Den Haag zich ontwikkelen, bestaande uit voorzieningen, personen en instituties die direct of indirect bijdragen aan hun opvoeding, leren, welzijn en veiligheid, en waarin samenwerking en afstemming tussen onderwijs, jeugdhulp, zorg, welzijn, ouders of verzorgers, gemeente en overige partners plaatsvindt;
school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder f, h, j, k, m of n van de WEC en een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de WEC;
schoolmaatschappelijk werk+: een specialisatie binnen het maatschappelijk werk die zich richt op het welzijn van leerlingen in relatie tot hun school- en thuissituatie, waarbij wordt ingezet op het versterken van zorgaanbod op school, hulp aan ouders, kinderen en jongeren bij het voorkomen of oplossen van onderwijsbelemmeringen en de toeleiding naar passende zorg of onderwijs;
speciale school voor basisonderwijs: een school waar basisonderwijs wordt gegeven aan kinderen van wie vaststaat dat overwegend een zodanige orthopedagogische en orthodidactische benadering aangewezen is, dat zij gedurende enige tijd op een speciale school voor basisonderwijs moeten worden opgevangen;
sportplan: een werkplan van een school waarin wordt omschreven welke sport- en beweegactiviteiten aan leerlingen worden aangeboden. In het sportplan zijn per school ten minste de doelen, het aantal deelnemende leerlingen en de verschillende sporten opgenomen. De sportplannen zijn gericht op het laten kennismaken van leerlingen met diverse sporten, het ontdekken van talenten en het stimuleren van plezier in sport, als aanvulling op het minimaal aantal verplichte uren lichamelijke opvoeding;
vakleerkracht lichamelijke opvoeding: een bevoegde leraar die, op basis van een wettelijk erkend getuigschrift lichamelijke opvoeding, op hbo niveau, verantwoordelijk is voor het verzorgen van onderwijs in het vak lichamelijke opvoeding in het primair, voortgezet, speciaal onderwijs en mbo, overeenkomstig de geldende onderwijswetgeving en kerndoelen;
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-259592.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.