Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, houdende regels over het vrijlaten van giften, kostenbesparende bijdragen en schadevergoedingen (Beleidsregel giften en schadevergoedingen Participatiewet gemeente Den Helder 2026)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder;

 

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 17, 18, achtste lid, en 31, tweede lid, onderdelen m en s, van de Participatiewet;

 

overwegende dat per 1 januari 2026 wijzigingen in de Participatiewet in werking zijn getreden in het kader van de Participatiewet in Balans, waaronder aanpassingen omtrent de behandeling van giften en schadevergoedingen;

 

besluit:

 

de volgende beleidsregel vast te stellen.

 

Beleidsregel giften en schadevergoedingen Participatiewet gemeente Den Helder 2026

 

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • -

    Algemene bijstand: de algemene periodieke bijstand als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Participatiewet;

  • -

    Belanghebbende: de persoon of personen met (aanvraag van) algemene bijstand;

  • -

    Gift: een financiële bijdrage of verstrekking uit vrijgevigheid, in geld of natura, zonder tegenprestatie;

  • -

    Gift in natura: schenking van goederen of andere niet-geldelijke vorm;

  • -

    Kostenbesparende bijdragen: bijdragen van derden die direct noodzakelijke kosten verlagen (bijvoorbeeld boodschappen, energie, zorgpremie);

  • -

    Middel: middelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid van de Participatiewet;

  • -

    Problematische schuld: een schuld die naar verwachting niet binnen 36 maanden kan worden afgelost, ook niet met een betalingsregeling;

  • -

    Schadevergoeding: vergoeding voor geleden materiële of immateriële schade.

Artikel 2 Vrijlating algemeen

  • 1.

    Giften en kostenbesparende bijdragen worden per kalenderjaar vrijgelaten tot het maximumbedrag dat is genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m, van de Participatiewet. Dit maximum geldt per huishouden. Voor alleenstaanden en gehuwden geldt hetzelfde maximumbedrag.

  • 2.

    Belanghebbende meldt binnen 7 werkdagen dat het maximumbedrag is bereikt of overschreden.

  • 3.

    Het is niet mogelijk om een ongebruikt deel van de vrijlating zoals bedoeld in het eerste lid mee te nemen naar een volgend kalenderjaar.

Artikel 3 Giften met specifieke bestemming

  • 1.

    Giften in de vorm van verstrekkingen van erkende charitatieve instellingen - waaronder de Voedselbank, Kledingbank, Speelgoedbank, Stichting Leergeld en vergelijkbare voorzieningen - worden vrijgelaten. Voor deze giften geldt geen meldingsplicht.

  • 2.

    Giften met een specifieke bestemming worden vrijgelaten als de belanghebbende zonder deze gift recht zou hebben gehad op bijzondere bijstand of een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.

  • 3.

    Giften voor noodzakelijke kosten die aantoonbaar bijdragen aan toekomstige arbeidsinschakeling, worden vrijgelaten.

  • 4.

    Giften voor medisch noodzakelijke kosten worden vrijgelaten.

  • 5.

    Giften waarmee belanghebbende eenmalig betaalachterstanden voldoet van huur, drinkwater, zorgverzekering, elektra, gas of warmte, worden vrijgelaten.

  • 6.

    Giften die worden gebruikt om een problematische schuld af te lossen, tellen niet mee.

  • 7.

    Voorwaarde voor volledige vrijlating bij leden 2 t/m 6 is dat de gift aantoonbaar wordt aangewend voor de specifieke bestemming. Als dit niet kan worden aangetoond, geldt de gift als een algemene gift als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Schadevergoedingen

  • 1.

    Bij materiële schade wordt de vergoeding niet als middel aangemerkt voor zover deze is gebruikt of aantoonbaar gereserveerd voor herstel of vervanging; het overige deel geldt als vermogen.

  • 2.

    Bij verlies van arbeidsinkomen wordt de vergoeding als inkomen aangemerkt over de periode waarop deze ziet.

  • 3.

    Bij immateriële schade (smartengeld) beoordeelt het college per geval of en in welke mate vrijlating verantwoord is binnen de bijstandsverlening.

Artikel 5 Toepassing jaarvrijlating en beoordeling van het meerdere

  • 1.

    Het deel van giften en kostenbesparende bijdragen dat hoger is dan de jaarlijkse vrijlating, wordt beoordeeld op het karakter structureel, periodiek of gericht op levensonderhoud. Indien één van deze kenmerken van toepassing is, wordt het meerdere als inkomen aangemerkt.

     

    • a.

      Er is sprake van een structureel karakter als redelijkerwijs te verwachten is, of concreet is toegezegd, dat de gift of bijdrage gedurende ten minste zes aaneengesloten maanden zal worden verstrekt.

    • b.

      Van een periodiek karakter is sprake wanneer minimaal drie keer binnen één kalenderjaar een gift of bijdrage wordt ontvangen, ongeacht de hoogte van de bedragen of de tussenliggende tijd.

    • c.

      Een gift of bijdrage wordt beschouwd als bedoeld voor levensonderhoud wanneer uit verklaringen van de gever en/of ontvanger, én uit de feitelijke besteding, blijkt dat deze is ingezet voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten. Hieronder vallen in ieder geval woonlasten, huur, hypotheek, energiekosten, levensmiddelen, verzekeringen en vergelijkbare uitgaven.

  • 2.

    Wanneer het meerdere niet structureel, niet periodiek en niet bedoeld voor levensonderhoud is, past het college maatwerk toe.

  • Bij deze beoordeling betrekt het college in ieder geval:

    • -

      de hoogte van het bedrag in verhouding tot de toepasselijke bijstandsnorm,

    • -

      de frequentie en herkomst van de gift,

    • -

      de verklaring van de gever,

    • -

      het beoogde doel, en

    • -

      de feitelijke besteding.

  • 3.

    Het college voorkomt hiermee dat de belanghebbende ongerechtvaardigd wordt bevoordeeld ten opzichte van andere uitkeringsgerechtigden.

  • 4.

    Giften die niet vaker dan twee keer per kalenderjaar worden ontvangen, geen structureel karakter hebben en niet zijn bestemd voor levensonderhoud, worden in beginsel als vermogen aangemerkt, tenzij artikel 3 van toepassing is.

Artikel 6 Hardheidsclausule

Als strikte toepassing van deze beleidsregel leidt tot een onredelijke uitkomst, kan het college hiervan gemotiveerd afwijken (artikel 4:84 Awb).

Artikel 7 Inwerkingtreding, intrekking en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregel treedt in werking op 4 juni 2026.

  • 2.

    De Beleidsregel vrijlating giften en schadevergoedingen 2022 wordt ingetrokken.

  • 3.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel giften en schadevergoedingen Participatiewet gemeente Den Helder 2026.

Aldus besloten in de collegevergadering van 26 mei 2026.

burgemeester,

J.A. (Jan) de Boer MSc.

secretaris,

K. (Koen) van Veen

Naar boven