Gemeenteblad van Pijnacker-Nootdorp
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pijnacker-Nootdorp | Gemeenteblad 2026, 258085 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pijnacker-Nootdorp | Gemeenteblad 2026, 258085 | beleidsregel |
Nota leningen- en garantiebeleid 2026
De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
gezien het voorstel van het college van 31 maart 2026;
gelet op artikelen 107, eerste lid, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de artikelen 147, 149 en 160 eerste lid onder d van de Gemeentewet, artikel 2 van de Wet financiering decentrale overheden, de artikelen 7:850 tot en met 7:870 van het Burgerlijk Wetboek en titel 4.1 (Beschikkingen), titel 4.2 (Subsidies) en titel 4.3 (Beleidsregels) van de Algemene wet bestuursrecht;
Binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp is in het verleden uit hoofde van de publieke taak al een aantal leningen verstrekt en borgstellingen verleend aan lokale instellingen en verenigingen. Daarnaast zijn garanties verleend aan enkele landelijke
waarborgfondsen. Voor garanties golden beleidsregels die verwoord waren in de Verordening gemeentegaranties geldleningen. De laatste versie hiervan dateert uit 2021. In de Financiële verordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024 is bepaald dat dergelijke nota’s om de vier jaar worden geactualiseerd. De voorliggende Nota leningen en garantiebeleid is de uitwerking daarvan. Zoals de naam al aangeeft wordt in voorliggende nota ook aandacht besteed aan het verstrekken van leningen.
Hoofdstuk 1 schetst het algemene kader rond garantstellingen in termen van doel, definities, het relevante wettelijke kader en welke soorten garanties kunnen worden onderscheiden. Bij die laatste wordt ook ingegaan op de mogelijke rol van waarborgfondsen. Tenslotte wordt er nog aandacht besteed aan de wijze waarop verleende garanties op geldleningen verschillen van het verstrekken van geldleningen.
In hoofdstuk 2 zijn alle beleidsuitgangspunten en voorwaarden uitgewerkt die de gemeente hanteert bij het garanderen dan wel verstrekken van geldleningen.
Het doel van deze nota is om kaders en uitgangspunten vast te stellen hoe om te gaan met aanvragen voor het afgeven van borgstellingen en verzoeken tot het verstrekken van geldleningen. Deze nota bevordert daarmee een eenduidig en uniform handelen bij dergelijke verzoeken. De nota is ook nodig om de financiële risico’s voor de gemeente te beperken en om oneigenlijk gebruik van borgstellingen te voorkomen.
Het in deze nota geformuleerde beleid is gebaseerd op externe regelgeving zoals hierna onder 1.5 opgesomd.
In deze nota verstaan we onder een garantie een borgtocht waarbij de gemeente Pijnacker-Nootdorp zich tegenover een geldverstrekker gedurende een bepaalde
looptijd krachtens een overeenkomst als bedoeld in artikel 7:850, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek verbindt tot nakoming van de aan een geldlening verbonden rente-en aflossingsverplichtingen van een geldnemer voor zover de geldnemer in gebreke blijft hieraan te voldoen.
De meer gangbare term voor borgtocht is borgstelling. In het vervolg van deze nota zal in die laatste term worden gesproken.
Het is overigens van belang te beseffen dat aan de veel gebruikte term garantie (juridisch) geen vaststaande betekenis is toegekend. Een garantie kan naar de wens van partijen worden vormgegeven. Waartoe een garantie strekt hangt geheel af van de door de betrokken partijen bepaalde inhoud van de garantie. Een voorbeeld van een garantie is de achtervangovereenkomst die bij sommige waarborgfondsen aan de orde is.
Omdat bij juridische geschillen de wettelijk geregelde borgtocht een betere uitgangspositie biedt heeft het de voorkeur om als gemeente alleen garanties te verlenen in de vorm van een borgtocht c.q. borgstelling.
Bij het verlenen van borgstellingen en verstrekken van geldleningen is de gemeente gebonden aan wet- en regelgeving. De belangrijkste daarvan zijn:
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Het begrip subsidie is in de Awb gedefinieerd als “De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan hetbestuursorgaan geleverde goederen of diensten.”. Deze laatste toevoeging houdt in dat het geld is bedoeld ter stimulering van een doel en niet als een tegenprestatie voor het leveren van een product of dienst.
Het subsidiebegrip heeft onder de Awb drie verschijningsvormen, te weten:
Op grond van artikel 160 lid 1 letter d van de GemW is het college bevoegd om tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten. Het verlenen van borgstellingen of het verstrekken van geldleningen behoort daar ook toe.
In artikel 169 lid 4 van de GemW is bepaald dat, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitvoering van deze bevoegdheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente, het college geen besluit neemt dan nadat de raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. De wijze waarop dit bij het garanderen of verstrekken van geldleningen gebeurt en de limietbedragen die daarbij worden gehanteerd is hierna uitgewerkt in bepaling 2.5.
Wet financiering decentrale overheden (Wet fido)
De Wet fido geeft aan dat gemeenten slechts leningen mogen aangaan, verstrekken of garanderen indien dit past binnen de uitvoering van de lokale publieke taak. Wat onder de lokale publieke taak valt is aan de eigen gemeenteraad. De Wet fido schrijft gemeenten ook voor om zo weinig mogelijk risico’s te nemen bij het afgeven van borgstellingen en het verstrekken van geldleningen.
Gemeenten kunnen en mogen uit hoofde van de publieke taak subsidies verlenen in de vorm van garanties en geldleningen indien de markt daarin in onvoldoende mate voorziet. Daarbij dient wel rekening gehouden te worden met (EU)-bepalingen inzake staatssteun1.
Gemeente Pijnacker-Nootdorp onderscheidt verschillende soorten garanties.
Bij directe borgstellingen heeft de gemeente zich aan de hand van een specifiek besluit richting een externe geldgever borg gesteld voor een geldlening die is opgenomen door een lokale maatschappelijk instelling, vereniging of stichting. De borgstelling heeft betrekking op aflossing, renten, boeten en kosten.
Garanties of borgstellingen inzake waarborgfondsen
Waarborgfondsen zijn landelijk opererende stichtingen die borg staan voor leningen die door partijen als lokaal actieve woningbouwcorporaties, particulieren,
welzijnsorganisaties, scholen en sportverenigingen of -stichtingen zijn opgenomen van kredietverstrekkers (meestal banken). Indien de geldnemers de aflossing en rente niet meer kunnen betalen dan kan de kredietverstrekker bij het fonds aankloppen.
Het voordeel voor de gemeente van betrokkenheid van waarborgfondsen is dat zij geen of verminderd direct risico draagt voor leningen, maar wel meewerkt aan de financierbaarheid van investeringen ten behoeve van het lokale maatschappelijke belang. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft relaties met drie waarborgfondsen, te weten:
Dit waarborgfonds borgt leningen van woningcorporaties. Het WSW beschikt over een eigen garantievermogen. Zowel het Rijk als gemeenten zitten in de achtervang. Dat betekent dat zodra zich een grote financiële calamiteit voordoet en het daarbij eigen WSW-garantievermogen ontoereikend zou zijn, zowel het Rijk als gemeenten tijdelijk bijspringen in de vorm van renteloze leningen. Deze achtervangpositie maakt dat banken groot gewicht toekennen aan een WSW-borgstelling en daardoor, vanwege het verminderde risico, lagere rentetarieven hanteren. Dat draagt bij aan betaalbare huren. Het eigen garantievermogen van het WSW is berekend op een 99% waarschijnlijkheidsniveau dat geen aanspraak hoeft te worden gedaan op de achtervang.
Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)
Dit betreft de uitvoeringsorganisatie van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Via NHG worden borgstellingen tot een zeker maximumbedrag afgegeven aan particuliere woningbezitters. Gemeenten zijn per begin 2011 uit de achtervang van het WEW getreden. Na dat moment is de achtervang volledig overgegaan naar het Rijk. Maar voor NHG-borgstellingen die voor 2011 zijn afgesloten zou de gemeente nog aangesproken kunnen worden. Gelet op de ontwikkeling van woningprijzen sinds 2011 is de kans zeer gering dat de gemeente vanuit de achtervang nog wordt aangesproken.
De aan WSW en WEW verleende garanties zijn gebaseerd op specifieke achtervangovereenkomsten. Deze garanties vallen buiten de scope van deze nota.
Garanties met betrekking tot gemeenschappelijke regelingen.
De gemeente is deelnemer in enkele gemeenschappelijke regelingen (GR). In feite is hier sprake van verlengd lokaal bestuur. De deelnemers aan een GR zijn altijd mede-risicodrager. Daarbij is in de betreffende regelingen veelal expliciet bepaald dat de deelnemers garanderen dat leningschulden te allen tijde worden voldaan. Aldus is feitelijk sprake van een borgstelling vanwege wettelijke bepalingen. Ook deze garanties vallen buiten de scope van deze nota.
1.7 Leningen via Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn)
In hoofdstuk 2 van deze nota is bepaald dat geen garanties worden verleend of leningen worden verstrekt aan particulieren. Uitzondering op deze regel betreft de samenwerking die de gemeente op basis van een specifieke overeenkomst heeft met het
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn). SVn voert regelingen uit als Startersleningen. De gemeente stalt hiertoe een geldbedrag bij SVn van waaruit deze leningen verstrekt aan particuliere woningeigenaren die aan de voorwaarden voldoen. Deze leningen worden verstrekt op rekening en risico van de gemeente. De beleidsregels hiervoor zijn vastgelegd in de Verordening startersleningen Pijnacker-Nootdorp 2021. Daarmee vallen deze leningen buiten de scope van deze nota.
Vanuit het perspectief van kredietrisico zijn er geen verschillen tussen het verstrekken of garanderen van geldleningen, omdat de gemeente ingeval van faillissement of wanbetaling garant staat c.q. de lening niet terug ontvangt. Toch zijn er twee belangrijke overwegingen om primair een garantie af te geven:
Een gemeente is geen bancaire instelling en is de organisatie daar ook niet op ingericht. Het is niet de primaire taak van een gemeente om een portefeuille aan verstrekte leningen te beheren met de daarmee gepaard gaande operationele zaken als het inrichten van grootboeknummers, het factureren, het administreren en de debiteurenbewaking.
Daarnaast belasten garanties de gemeentelijke schuldpositie in principe niet, mits de garantie niet aangesproken wordt en/of er geen voorziening wordt getroffen. Onder normale omstandigheden2 belasten verstrekte geldleningen de gemeentelijke schuldpositie rechtstreeks en hebben daarmee ook een nadelig effect op het kengetal netto schuldquote.
Hoofdstuk 2 Beleidsuitgangspunten leningen- en garantiebeleid
In deze nota wordt verstaan onder:
Aanvrager: een rechtspersoon op het gebied van sport, welzijn, zorg en opvang, volksgezondheid, onderwijs, kunst en cultuur en woningbouw die een maatschappelijk doel nastreeft die de gemeente verzoekt om borg te staan voor rente- en aflossingsverplichtingen die zij uit hoofde van een geldleningsovereenkomst aan een geldverstrekker verschuldigd is. Voor aanvragers geldt voorts dat zij:
2.2 Algemene beleidsuitgangspunten
Deze nota richt zich op de twee volgende in de Awb benoemde verschijningsvormen van het begrip subsidie: het verstrekken en garanderen van geldleningen. Van deze twee hanteert de gemeente het garanderen van geldleningen als uitgangspunt. Slechts in uitzonderlijke en specifiek gemotiveerde gevallen zal de gemeente een geldlening verstrekken.
Ingeval de aanvrager een beroep kan doen op een waarborgfonds wordt geen garantie verleend, tenzij er sprake is van een waarborgfonds dat zich slechts gedeeltelijk garant stelt. In volgorde van wenselijkheid hanteert de gemeente daarmee de volgende lijn:
Een garantstelling3.
De gemeente garandeert alleen indien de investering niet of naar oordeel van het college slechts onder ongunstige voorwaarden4 te financieren is.
2.3 Verplichting van de aanvrager voorafgaand aan de aanvraag
De aanvrager dient zich aantoonbaar in te spannen de beoogde zaak te financieren zonder tussenkomst van de gemeente. Dat wil zeggen dat de aanvrager eerst heeft onderzocht of bijvoorbeeld eigen middelen, subsidies of sponsorgelden kunnen worden aangewend. De aanvrager heeft tevens getracht een geldlening zonder achterliggende garantie aan te trekken bij minimaal twee kredietverstrekkende instellingen.
De aanvraag bevat, naast de in de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven gegevens, voor zover de aanvrager daarover redelijkerwijs de beschikking kan krijgen:
een meerjarige exploitatiebegroting waarin alle verwachte lasten en baten zijn verwerkt voor minimaal de komende vijf jaar. Onder de lasten worden daarbij ook meegenomen alles wat te maken heeft met de nieuwe investering zoals de kapitaallasten (geprognosticeerde rente en afschrijving), de kosten van energie, regulier beheer5 en verzekering alsmede een voorziening voor groot-onderhoud;
2.8 Verplichtingen van de geldnemer
De geldnemer en geldverstrekker verschaffen het college alle informatie die relevant is voor de garantieverlening en de risico-ontwikkeling van de garantie. De informatie rond feiten, omstandigheden of ontwikkelingen die het risico voor gemeente uit hoofde van de garantieverlening kunnen verhogen wordt aan het college verstrekt zodra deze beschikbaar is.
De geldnemer dient jaarlijks, binnen zes maanden na het verstrijken van het boekjaar, de jaarrekening over het verstreken boekjaar bij het college in, bestaande uit de balans en de winst- en verliesrekening met toelichting en een accountantsverklaring of indien van toepassing een verklaring van de kascommissie.
Het college is bevoegd aanvullende informatie op te vragen of (boeken)onderzoek te (laten) uitvoeren teneinde de risico’s of risico-ontwikkeling van de garantie in beeld te brengen. De aanvrager c.q. geldnemer zal meewerken aan deze verzoeken. Voorbeelden hiervan zijn een gevalideerd taxatierapport of een due diligence onderzoek. Bij het opvragen van informatie kan de gemeente andere termijnen hanteren dan de termijnen zoals omschreven onder letter c en d.
De geldnemer is verplicht van de objecten waarvoor een garantie is verleend en die de gemeente hiervoor tot zekerheid strekken, op basis van de herbouwwaarde tegen brand- en stormschade en andere risico’s of aanspraken te verzekeren en verzekerd te houden. Deze verzekeringen dienen te worden aangegaan na taxatie door een deskundige krachtens artikel 7:960 BW.
Het college kan aan de beschikking tot garantieverlening voorschriften verbinden betreffende:
Een verleende garantie kan onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:48 en 4:49 Algemene wet bestuursrecht worden ingetrokken of gewijzigd indien de overeenkomst van geldlening waarop de garantie betrekking heeft niet binnen de termijn zoals gesteld in bepaling 2.8 lid 2 letter b tot stand komt.
Het college kan, op advies van de Treasurycommissie en na goedkeuring door de raad, in afwijking van deze nota op aanvragen tot garantieverlening besluiten.
Deze nota is niet van toepassing op reeds verleende of vastgestelde garanties of verstrekte geldleningen voordat deze nota in werking treedt.
Gelet op de actuele financiële positie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, met een flink bedrag aan tijdelijk overtollige geldmiddelen, gaat dit argument niet direct op. Voor de meeste Nederlandse gemeenten geldt echter dat zij juist niet beschikken over vrij aanwenbare geldmiddelen en zelf moet financieren om leningverstrekking mogelijk te maken. Daarbij wordt opgemerkt dat de actuele financiële positie van Pijnacker-Nootdorp een momentopname is; het is niet uitgesloten dat de financiële situatie op termijn zodanig wijzigt dat zij eveneens tot deze laatste categorie gaat behoren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-258085.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.