Aanwijzen individuele gehandicaptenparkeerplaats
Overwegingen ten aanzien van het besluit
dat door de bewoner (hierna genoemd aanvrager) van een pand aan het Erosplantsoen te Volendam een verzoek is ingediend voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats voor of nabij zijn/haar woning;
dat aanvrager in het bezit is van een landelijke gehandicaptenkaart;
dat aanvrager niet voldoet aan de eisen om voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats in aanmerking te komen;
dat gezien de medische indicatie van de aanvrager, het college van gemeente Edam-Volendam heef besloten gebruik te maken van de inherente afwijkingsbevoegdheid op basis van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
dat het aanleggen van een dergelijk parkeerplaats geen onacceptabele gevolgen heeft voor de rest van het parkeren in het gebied/straat;
dat aan dit verkeersbesluit de volgende belangen, als bedoeld in artikel 2 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 ten grondslag liggen, namelijk: het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;
dat aan dit verkeersbesluit de volgende belangen, als bedoeld in artikel 2 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994 ten grondslag liggen, namelijk: het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer en het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden;
dat overleg heeft plaatsgevonden met de gemandateerde van de korpschef van politie, waarbij te kennen is gegeven dat met het voorgestelde verkeersbesluit wordt ingestemd;
dat gezien de overwegingen, besloten is een gehandicaptenparkeerplaats in te stellen in het Erosplantsoen tegenover nummer 9 door het plaatsen van een bord E6 uit bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeertekens 1990 (RVV 1990) inclusief onderbord met kenteken.