Aanleg voetgangersoversteekplaatsen Dr. Struyckenstraat te Breda

 

Z2025-004047

 

Burgemeester en wethouders van Breda

 

Gelet op:

De bepalingen in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) en de Algemene wet bestuursrecht;

 

Het Algemeen Mandaatbesluit Breda 2019, vastgesteld door burgemeester en wethouders op 15 januari 2019, van kracht geworden op 24 januari 2019, inzake de bevoegdheid tot het nemen van verkeersbesluiten.

 

Overwegende:

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit genomen worden voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

 

 

Uit het oogpunt van:

• Het verzekeren van de veiligheid op de wegen

• Het beschermen van de weggebruikers en passagiers

 

 

Is het gewenst om

In de Dr. Struyckenstraat twee voetgangersoversteekplaatsen aan te leggen. Een en ander zoals weergegeven op de bijgevoegde tekening ‘Dr. Struyckenplein aanbrengen twee voetgangersoversteekplaatsen’.

 

 

 

 

 

Motivering

Aanleiding

De Dr. Struyckenstraat is een locatie waar dagelijks veel voetgangers oversteken. In de directe omgeving bevinden zich onder meer winkels, een supermarkt, een zonnestudio, een fitnesscentrum, twee bushaltes en parkeervoorzieningen. Ook vanuit de omliggende woonbuurten maken veel bewoners en bezoekers gebruik van deze routes. Daarnaast is in de afgelopen periode met regelmaat aandacht gevraagd voor betere oversteekvoorzieningen op en rond deze locatie.

Om de oversteekbaarheid en verkeersveiligheid te verbeteren, is onderzocht hoe het gebruik van de straat beter kan worden ondersteund. Daarbij is gekozen voor het aanbrengen van twee voetgangersoversteekplaatsen op de Dr. Struyckenstraat.

 

Beoordeling van de locatie

Deze verkeersmaatregel sluit aan bij de ambtelijke richtlijn ‘Oversteken je moet het niet zo zwart wit zien’, die is gebaseerd op landelijke uitgangspunten en richtlijnen voor het aanleggen van voetgangersoversteekplaatsen. Binnen deze benadering staat centraal dat een oversteekvoorziening moet aansluiten op het feitelijke gebruik van de straat, de functie van de omgeving en de logische looproutes van voetgangers. De Dr. Struyckenstraat ligt binnen een 30 km/u-zone en voldoet daarmee aan de gemeentelijke uitgangspunten voor het toepassen van voetgangersoversteekplaatsen.

Uit observaties en analyse blijkt dat voetgangers op deze locatie niet op één, maar op twee duidelijk herkenbare plekken oversteken. Dat gebeurt ter hoogte van de winkels en het Dr. Struyckenplein, en ter hoogte van de bushalte en het parkeerterrein. Deze oversteekbewegingen hangen samen met de functies aan beide zijden van de straat en de logische looproutes van voetgangers.

Bij de beoordeling is gebruikgemaakt van een V85-snelheidsanalyse op basis van TomTom-gegevens uit februari 2026, waaruit een V85-snelheid van 39 km/u volgt. Daarnaast zijn observaties en rapportages van bureau Buiten-Ruimte betrokken, evenals een functieanalyse van de omgeving. Ook zijn observaties en veldonderzoek uit 2024 en voorjaar 2025 meegenomen. Daarnaast is in het najaar van 2025 door recente waarnemingen bevestigd dat het oversteekgedrag onveranderd is gebleven. Hieruit blijkt dat sprake is van structureel en bestendig oversteekgedrag op beide locaties. De gegevens worden actueel en representatief geacht, omdat de functies in het gebied niet wezenlijk zijn veranderd en de verkeersstromen stabiel zijn gebleven.

Met het aanbrengen van twee voetgangersoversteekplaatsen wordt aangesloten op het feitelijke gebruik van de straat. Daarmee wordt het oversteekgedrag voor voetgangers en automobilisten duidelijker, herkenbaarder en beter voorspelbaar.

 

Uitvoering

Op het wegdek worden twee voetgangersoversteekplaatsen met zwart-witte markeringen aangebracht.. Bij beide oversteekplaatsen wordt het informatiebord L2, voetgangersoversteekplaats, geplaatst op weggebruikers op de verkeerssituatie te attenderen. Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, die op de voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan dit te doen, voor laten gaan (artikel 49 RVV 1990). Het informatiebord L2 is niet-verkeersbesluitplichtig op grond van artikel 12, onder a sub I van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (hierna: BABW).

Een en ander zoals weergeven op de tekening ‘Dr. Struyckenplein aanbrengen twee voetgangersoversteekplaatsen’.

 

 

 

 

Afweging van advies en verkeerssituatie

Op grond van artikel 24 van het BABW is overleg gevoerd met de politie Zeeland-West-Brabant over het voornemen om op de Dr. Struyckenstraat twee voetgangersoversteekplaatsen aan te brengen. De politie kan zich niet vinden in het aanbrengen van twee voetgangersoversteekplaatsen op deze locatie. De politie baseert dit standpunt op de verkeersintensiteit, de snelheid ter plaatse, het risico op schijnveiligheid, de geloofwaardigheid van twee voetgangersoversteekplaatsen op relatief korte afstand van elkaar en de voorkeur voor één voetgangersoversteekplaats in combinatie met een snelheidsremmende inrichting. Na nadere toelichting vanuit het college heeft de politie laten weten bij dit standpunt te blijven. Hieronder wordt per punt toegelicht waarom het college hierin niet meegaat en toch vasthoudt aan het voornemen om twee voetgangersoversteekplaatsen aan te brengen.

 

Verkeersintensiteit

De politie wijst op de relatief hoge verkeersintensiteit op de Dr. Struyckenstraat. Het college onderkent dat sprake is van een druk gebruikte weg. Juist daarom is het van belang dat oversteekbewegingen plaatsvinden op herkenbare en logische locaties. Op deze locatie steken dagelijks veel voetgangers over richting winkels, het Dr. Struyckenplein, de bushaltes en het parkeerterrein. Twee voetgangersoversteekplaatsen sluiten aan op deze feitelijke situatie en maken het oversteekgedrag beter voorspelbaar voor automobilisten.

 

Snelheid ter plaatse

De politie heeft ook gewezen op de snelheid op deze locatie. Dit punt is meegenomen in de beoordeling. Uit de V85-snelheidsanalyse op basis van TomTom-gegevens uit februari 2026 volgt een V85-snelheid van 39 km/u. Deze uitkomst is beoordeeld in samenhang met de functie van de weg, de aanwezige voorzieningen en het feitelijke gebruik van de straat. Het college is van oordeel dat deze situatie juist vraagt om een duidelijke en herkenbare oversteekinrichting. Daarom wordt voorzien in markering, bebording en waar nodig aanvullende attentiemaatregelen, zoals een smileybord.

 

Schijnveiligheid

De politie heeft gewezen op het risico op schijnveiligheid. Dit punt is nadrukkelijk meegewogen. Het college is echter van oordeel dat dit risico in dit geval voldoende kan worden beperkt. De oversteekplaatsen worden aangebracht op locaties waar voetgangers nu al structureel oversteken. Daarmee volgen de maatregelen het bestaande gedrag, in plaats van dat een nieuwe of onnatuurlijke oversteeklocatie wordt gecreëerd. Daarnaast worden beide oversteekplaatsen duidelijk gemarkeerd en uniform ingericht. Ook wordt rekening gehouden met de zichtbaarheid in de aanloop naar beide locaties. Daarmee wordt de kans op onduidelijkheid of een onterecht gevoel van veiligheid voldoende beperkt.

 

Geloofwaardigheid van twee voetgangersoversteekplaatsen op korte afstand

De politie heeft verder aangegeven dat twee voetgangersoversteekplaatsen op relatief korte afstand van elkaar beperkt geloofwaardig zijn. Het college volgt deze conclusie niet. Uit observaties en verkeerskundige analyse blijkt dat op deze locatie sprake is van twee duidelijk gescheiden en structureel gebruikte oversteekstromen. Enerzijds gaat het om voetgangers die oversteken ter hoogte van de winkels en het Dr. Struyckenplein. Anderzijds gaat het om voetgangers die oversteken ter hoogte van de bushalte en het parkeerterrein.

Deze locaties bedienen verschillende en herkenbare looproutes. Juist doordat deze functies in het gebied verspreid aan beide zijden van de straat liggen, zijn twee voetgangersoversteekplaatsen hier verkeerskundig logisch en vanuit gebruiksperspectief geloofwaardig. De afstand tussen beide locaties is daarbij voldoende om beide oversteekplaatsen visueel en functioneel van elkaar te onderscheiden.

 

 

 

Voorkeur voor één voetgangersoversteekplaats

De politie heeft geadviseerd om te kiezen voor één voetgangersoversteekplaats, bij voorkeur in combinatie met een snelheidsremmende inrichting. Het college volgt dit standpunt niet. Daarbij is van belang dat bij één voetgangersoversteekplaats op deze locatie slechts één van de twee dominante oversteeklocaties zou bedienen. Dat sluit onvoldoende aan op het feitelijke gebruik van de straat en de aanwezige loopstromen.

Daarnaast is aannemelijk dat bij slechts één voetgangersoversteekplaats een deel van de voetgangers buiten de voorziening om blijft oversteken. Dat leidt naar verwachting tot grotere omloopafstanden, verspreid oversteekgedrag en een minder voorspelbare verkeerssituatie. Daarmee zou slechts een deel van het verkeersveiligheidsvraagstuk worden opgelost.

 

Conclusie

Het college heeft de door de politie genoemde aandachtspunten zorgvuldig beoordeeld en meegewogen. Het college komt echter tot de conclusie dat deze aandachtspunten in dit geval niet opwegen tegen het belang van een inrichting die aansluit op het feitelijke gebruik, de aanwezige looproutes en de verkeersdeskundige logica van het gebied. Het college ziet daarom geen aanleiding om af te zien van het voornemen om op deze locatie twee voetgangersoversteekplaatsen aan te brengen.

 

Belangenafweging

Het college heeft in het belang van de verkeersveiligheid besloten deze verkeersmaatregel te nemen. Het aanbrengen van twee voetgangersoversteekplaatsen draagt bij aan een herkenbare inrichting van de weg en aan een duidelijkere en veiligere oversteeksituatie voor voetgangers. Het college heeft de algemene belangen die met dit verkeersbesluit worden gediend zwaarder later wegen dan het belang om de bestaande situatie te handhaven. Daarbij is meegewogen dat de maatregel aansluit op het feitelijke gebruik van de straat en op de aanwezige functies in de directe omgeving.

Niet is gebleken dat belanghebbenden onevenredig worden benadeeld dan wel dat door de te nemen maatregelen een onduidelijke verkeerssituatie zou ontstaan.

 

 

Gehoord

Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is overleg gepleegd met de politie Zeeland-West-Brabant.

 

Besluiten

  • I.

    Door het aanbrengen van zwart-witte markeringen op het wegdek twee voetgangersoversteekplaatsen aan te leggen op de Dr. Struyckenstraat, te weten aan weerszijden van het Dr. Struyckenplein.

  •  

  • II.

    Een en ander overeenkomstig tekening ‘Dr. Struyckenplein aanbrengen twee voetgangersoversteekplaatsen’, welke onderdeel uitmaakt van dit besluit.

  •  

  • III.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na openbaarmaking.

 

  • IV.

    De datum van openbaarmaking van dit verkeersbesluit te bepalen op 28 mei 2026.

 

 

Breda, 26 mei 2026.

 

 

Bijlage bij dit besluit

Tekening ‘Dr. Struyckenplein aanbrengen twee voetgangersoversteekplaatsen’.

 

Ter inzage

Het verkeersbesluit is voor een ieder in te zien via www.officielebekendmakingen.nl en www.overheid.nl. Nadere informatie kan worden ingewonnen via telefoonnummer 14 076.

 

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan iedereen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, hiertegen binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en Wethouders van Breda, Postbus 90156, 4800 RH Breda. Het maken van bezwaar schorst niet de werking van dit besluit.

 

Het bezwaarschrift moet ten minste bevatten:

a. naam en adres;

b. de dagtekening;

c. omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift gericht is: Verkeersbesluit ‘Aanleg voetgangersoversteekplaatsen Dr. Struyckenstraat te Breda’;

d. de gronden van het bezwaar.

U wordt verzocht, indien mogelijk, een kopie van het besluit waartegen het bezwaar is gericht, mee te zenden.

 

Indien een bezwaarschrift is ingediend kan bij de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft, een verzoek worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening (waaronder schorsing) indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven.

Naar boven