Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie in verband met een subsidie voor gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken (Wijzigingsbesluit subsidie gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken)

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

 

gelet op artikel 3, eerste lid van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023,

 

besluit:

Artikel I  

De Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A.

    Hoofdstuk 2 wordt gewijzigd en komt te luiden:

Hoofdstuk 2 Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken

 

Artikel 2.1 Definities

 

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • -

    bestaand gebouw: een gebouw dat niet als nieuwbouw wordt aangemerkt;

  • -

    EGW: eengezinswoning, zijnde elke woning die tevens een geheel pand vormt. Hieronder vallen vrijstaande woningen, aaneen gebouwde woningen, zoals twee onder één kap gebouwde hele huizen en rijenhuizen;

  • -

    energiearmoede: als op basis van de gegevens en definities van de Monitor Energiearmoede van TNO en CBS een huishouden te maken heeft met een laag inkomen in combinatie met een hoge energierekening en/of een woning van slechte energetische kwaliteit;

  • -

    gebruikte zonnepanelen: eerder geïnstalleerde of anderszins incourant geworden zonnepanelen die voor hergebruik geschikt zijn bevonden door een bedrijf dat is gecertificeerd voor het beoordelen van het veilig hergebruik van zonnepanelen;

  • -

    MGW: meergezinswoning, zijnde een gebouw dat uit meerdere wooneenheden bestaat, waarbij huishoudens boven en/of onder elkaar wonen;

  • -

    nieuwbouw: een bouwwerk waarvoor nog geen melding of kennisgeving van de gereedkomen van bouw, zoals genoemd in artikel 7, lid g van het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen en vereist volgens artikel 1.25, lid 2 van het Bouwbesluit 2012 is gedaan;

  • -

    woning: een adresseerbaar object dat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen geregistreerd is met het gebruiksdoel woonfunctie.

Artikel 2.2 Doel van dit hoofdstuk

Het doel van dit hoofdstuk is om woningcorporaties te stimuleren om op of aan hun bestaande, in Amsterdam gelegen, gebouwen gebruikte zonnepanelen aan te leggen en in die gebouwen elektrische boilers te installeren, zodat huishoudens met energiearmoede direct profiteren van lagere elektriciteitskosten.

 

Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten

Het college kan aan een woningcorporatie ten behoeve van een gebouw dat is gelegen in een in de bijlage genoemde buurten eenmalige subsidie verlenen voor:

  • a.

    de aanschaf en installatie van gebruikte zonnepanelen op of aan bestaande gebouwen die geheel of ten dele in eigendom zijn van de betreffende woningcorporatie;

  • b.

    de aanschaf en installatie van elektrische boilers in bestaande woningen, waarbij het gemiddelde piekvermogen per aansluiting ten minste 1800 Wattpiek bedraagt.

Artikel 2.4 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Voor de aanleg van gebruikte zonnepanelen op of aan in Amsterdam gelegen gebouwen, zoals omschreven in artikel 2.3, gelden, afhankelijk van het woningtype, daktype en het aantal zonnepanelen, de subsidiebedragen per gerealiseerde aansluiting van een woning op een zonnepaneleninstallatie zoals opgenomen in onderstaande tabel:

     

    Woningtype

    Daktype

    3 panelen

    4 panelen

    5 panelen

    6 panelen

    EGW

    Schuin

    -

    -

    €2.110,00

    €2.190,00

    EGW

    Plat

    -

    -

    €2.335,00

    €2.425,00

    MGW

    Schuin

    €1.900,00

    €1.950,00

    -

    -

    MGW

    Plat

    €2.010,00

    €2.080,00

    -

    -

  • 2.

    De hoogte van de subsidie voor de aanschaf en installatie van een elektrische boiler bedraagt €1.815,00 per gerealiseerde aansluiting.

 

Artikel 2.5 Subsidieplafond

  • 1.

    Het subsidieplafond voor de installatie van gebruikte zonnepanelen wordt voor het tijdvak lopende van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 31 december 2027 vastgesteld op € 1.500.000.

  • 2.

    Het subsidieplafond voor de installatie van elektrische boilers wordt voor het tijdvak lopende van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 31 december 2027 vastgesteld op € 414.000.

Artikel 2.6 De aanvrager

De subsidie op grond van dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door een woningcorporaties

 

Artikel 2.7 Aanvraagtermijn

De subsidieaanvraag kan worden ingediend bij het college tussen de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 31 december 2027.

 

Artikel 2.8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

  • 1.

    In aanvulling op artikel 6, tweede lid van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag op basis van dit hoofdstuk de volgende gegevens en stukken overlegd:

    • a.

      kopieën van offertes voor de aanleg van de zonnepaneleninstallaties, voor de installatie van elektrische boilers en offertes voor de gebruikte zonnepanelen waarin wordt verwezen naar het gecertificeerde bedrijf;

    • b.

      een beknopte beschrijving van de monitoring, communicatie naar de bewoners en de participatie aanpak;

    • c.

      gegevens over geschiktheid van het dak voor de aanleg op basis van een dakschouw;

    • d.

      indien het een aanvraag betreft voor een gemengd complex een kopie van de notulen van de ALV van de vve waarin de benodigde meerderheid van de leden van de vve heeft ingestemd met de aanleg van de gebruikte zonnepanelen.

  • 2.

    De beschrijving van activiteiten, zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel i van de ASA2023, bevat voor subsidieaanvragen op basis van dit hoofdstuk in ieder geval een overzichtstabel met de volgende kenmerken:

    • a.

      de eerste rij, de zogenaamde titelrij, bevat een ingekorte omschrijving van de in onderdeel c van dit lid opgesomde kenmerken;

    • b.

      iedere rij, behalve de eerste, beschrijft van maximaal één gebouw de in onderdeel c van dit lid opgesomde de kenmerken van dat gebouw;

    • c.

      iedere kolom beschrijft bij de corresponderende rij de volgende kenmerken van het gebouw of van de op dat gebouw te plaatsen gebruikte zonnepanelen:

      • i.

        de adressen van de verblijfsobjecten waarop, waarin of waaraan de gebruikte zonnepanelen zullen worden aangelegd en elektrische boilers worden geïnstalleerd;

      • ii.

        het beoogd aantal huishoudens dat profiteert;

      • iii.

        het beoogd aantal gebruikte panelen per aansluiting en het beoogde piekvermogen per aansluiting (Wattpiek);

      • iv.

        het beoogd aantal elektrische boilers dat zal worden geïnstalleerd.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 2.3 dient een aanvrager, indien de woningen niet zijn gelegen in een buurt als vermeld in de bijlage, toe te lichten dat de aanleg van gebruikte zonnepanelen ten goede komt aan huishoudens in energiearmoede.

Artikel 2.9 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 8, tweede lid van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie op basis van dit hoofdstuk te verlenen als:

  • a.

    een installatie met gebruikte zonnepanelen die is aangelegd op of aan woningen die niet zijn gelegen in een buurt als vermeld in de bijlage niet of nauwelijks aanwijsbaar ten goede zal komen aan huishoudens in energiearmoede;

  • b.

    de aanvrager gedurende de lopende aanvraagperiode voor dezelfde woningen al een andere subsidieaanvraag heeft gedaan op basis van dit hoofdstuk;

  • c.

    bij een gebouw waar de aanvraag betrekking op heeft al met de aanleg van de gebruikte zonnepanelen gestart is voordat de subsidie is aangevraagd;

  • d.

    voor een gebouw waar de aanvraag betrekking op heeft op basis van deze regeling of andere gemeentelijke subsidieregelingen al eerder subsidie is verleend voor de aanleg van een zonnepaneleninstallatie.

Artikel 2.10 Aanvullende verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA2023, zijn aan subsidie op basis van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden:

  • a.

    de gebruikte zonnepanelen dienen uiterlijk 31 december 2027 te zijn geïnstalleerd, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een passende verklaring, binnen de gestelde termijn ontvangt;

  • b.

    de gebruikte zonnepanelen dienen tenminste vijf jaar op, aan of in het vastgoed te functioneren;

  • c.

    voor zover vereist dient de aanvrager vergunning te hebben verkregen voor de subsidiabele activiteiten voordat deze met de uitvoering is begonnen;

  • d.

    voor de installatie van een elektrische boiler dient gemiddeld per aansluiting minimaal 1800 Wattpiek aan zonnepanelen-vermogen te worden geïnstalleerd;

  • e.

    de ontvanger dient aan de door het college met controle belaste personen op verzoek:

    • i.

      inzage te verlenen in de op de subsidieaanvraag betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;

    • ii.

      de gelegenheid te geven tot het controleren en kopiëren van alle documenten die betrekking hebben op de uit te voeren en uitgevoerde werkzaamheden;

    • iii.

      alle inlichtingen te verstrekken, die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het beoordelen of de regeling juist is toegepast en de voorschriften bij subsidieverlening zijn nageleefd; en

    • iv.

      toegang te verlenen tot de onroerende zaak waarop de subsidieverlening betrekking heeft.

  • f.

    de aanvrager administreert de netto kosten die zijn verbonden met de activiteiten op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie.

 

Artikel 2.11 Verantwoording en vaststelling

  • 1.

    Subsidie verleend aan een woningcorporatie op grond van dit hoofdstuk wordt niet direct vastgesteld, ongeacht het verleende bedrag.

  • 2.

    De woningcorporatie dient uiterlijk 12 weken na afloop van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college.

  • 3.

    Bij de aanvraag tot vaststelling van een subsidie dienen de volgende stukken te worden ingediend:

    • a.

      kopieën van de facturen waarop de subsidiabele kosten voldoende duidelijk zijn uitgesplitst en herleidbaar naar de offerte;

    • b.

      kopieën van de betaalbewijzen van de betaalde facturen;

    • c.

      een bewijs van keuring waaruit blijkt dat de zonnepanelen op herbruikbaarheid zijn beoordeeld en daarvoor geschikt zijn bevonden;

    • d.

      een financieel overzicht indien de subsidie hoger is dan € 20.000.

  • 4.

    Het verslag, zoals vereist in artikel 16, eerste lid, onder a, van de ASA 2023 bevat voor subsidies op basis van dit hoofdstuk in ieder geval ook een overzichtstabel met de volgende kenmerken:

    • a.

      de eerste rij, de zogenaamde titelrij, bevat een ingekorte omschrijving van de in onderdeel c van dit lid opgesomde kenmerken;

    • b.

      iedere rij, behalve de eerste, beschrijft van maximaal één gebouw de in onderdeel c van dit lid opgesomde de kenmerken van dat gebouw;

    • c.

      iedere kolom beschrijft bij de corresponderende rij de volgende kenmerken van het gebouw of van de op dat gebouw te plaatsen gebruikte zonnepanelen:

      • i.

        de adressen van de verblijfsobjecten waarop, waarin of waaraan de gebruikte zonnepanelen zijn aangelegd en de elektrische boilers zijn geïnstalleerd;

      • i.

        het dak- en woningtype;

      • iii.

        het gerealiseerde aantal gebruikte panelen, het gerealiseerde piekvermogen (Wattpiek) en de opleverdata;

      • iv.

        het aantal elektrische boilers dat is geïnstalleerd en de opleverdata.

  • B.

    Na Hoofdstuk 4 wordt een bijlage toegevoegd die luidt als volgt:

Bijlage

 

In artikel 2.3 van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie wordt verwezen naar deze bijlage voor de bepaling van de buurten. De grenzen zijn conform de door het college vastgestelde buurtindeling OiS/CBS.

 

Buurten met >15% energiearmoede, LIHE en/of LILEK (Monitor Energiearmoede 2023)

Sportpark Middenmeer-Noord

Tuindorp Nieuwendam-West

Veluwebuurt

Dijkgraafpleinbuurt

Hakfort/Huigenbos

Holendrecht-Oost

Loenermark

Jacob Geelbuurt

Pieter van der Doesbuurt

Weesp-Zuid II

Tuindorp Nieuwendam-Oost

Wegener Sleeswijkbuurt

Zeeheldenbuurt

Vogelbuurt-Noord

Postjeskade e.o.

Gibraltarbuurt

Trompbuurt

Marathonbuurt-Oost

Bloemenbuurt-Noord

Diamantbuurt

Blauwe Zand

Jan de Louterbuurt

Kelbergen

Twiske-West

Leliegracht e.o.

Valkenburg

Buitenveldert-Zuid-Midden

Buikslotermeer-Noord

Rijnbuurt-Midden

Rijnbuurt-Oost

Kadoelen

Paramariboplein e.o.

Tuindorp Oostzaan-Oost

Kortvoort

Hoptille

Aalsmeerwegbuurt-West

Zaagpoortbuurt

Wildeman

Emanuel van Meterenbuurt

Kadijken

Balboaplein e.o.

Weteringbuurt

Vogelbuurt-Zuid

Scheldebuurt-Oost

Delflandpleinbuurt-Oost

Jacques Veltmanbuurt

Artikel II Aanpassen toelichting

De toelichting bij de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A.

    In de algemene toelichting van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie wordt de paragraaf ‘Zon op corporatiedaken’ vervangen door een paragraaf die luidt als volgt:

Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken

 

Op 26 mei 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam besloten om hoofdstuk 2 “Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken” toe te voegen aan de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie (SDAE). Dit hoofdstuk heeft als doel woningcorporaties te stimuleren om gebruikte zonnepanelen op of aan hun bestaande gebouwen in Amsterdam te plaatsen. Daarnaast worden zij aangemoedigd om elektrische boilers te installeren in deze gebouwen, waar dat mogelijk is. Zo kunnen huishoudens die te maken hebben met energiearmoede direct profiteren van lagere elektriciteitskosten. De raad heeft op 12 november 2025 een bedrag van € 1.500.000 toegekend uit het klimaatfonds voor de Zonbank Amsterdam om hergebruikte zonnepaneleninstallaties te realiseren bij huishoudens met energiearmoede. De Zonbank is een initiatief dat gebruikte zonnepanelen een tweede leven geeft. De zonnepanelen worden geplaatst bij bewoners die zelf geen zonnepanelen kunnen installeren. Zo besparen zij op energiekosten, wordt verspilling voorkomen en wordt schone energie toegankelijk voor meer Amsterdammers. Tevens heeft het college op 17 maart 2026 een bedrag van € 414.000 toegekend uit de Renovatiemotor en aanvullende rijksmiddelen voor de aanpak van energiearmoede (2026–2027) 0m, waar mogelijk, elektrische boilers te realiseren bij huishoudens met energiearmoede.

 

  • B.

    In de artikelsgewijze toelichting van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie wordt de paragraaf ‘Hoofdstuk 2 Zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken’ vervangen door een paragraaf die luidt als volgt:

Hoofdstuk 2 Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken

 

Artikel 2.1 Definities

 

Dit artikel bepaalt de definities die specifiek gelden voor hoofdstuk 2. Deze definities kunnen in hun betekenis afwijken van het algemeen spraakgebruik.

 

Energiearmoede

Onder energiearmoede wordt verstaan: huishoudens die voldoen aan de definitie van “LIHE” en/of “LILEK”, zoals gehanteerd in de Monitor Energiearmoede 2023 van het CBS. “LIHE” staat voor Laag Inkomen, Hoge Energiekosten. “LILEK” staat voor Laag Inkomen, Lage Energetische Kwaliteit. Voor de exacte definities en drempelwaarden van het CBS wordt verwezen naar: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2025/30/monitor-energiearmoede-2023.

 

Gebruikte zonnepanelen

Met deze definitie wordt geborgd dat uitsluitend subsidie wordt verstrekt voor aansluitingen met zonnepanelen die daadwerkelijk voor hergebruik in aanmerking komen. Het moet daarom gaan om eerder geïnstalleerde en incourant geworden zonnepanelen die, na beoordeling door een onafhankelijk en daarvoor gecertificeerd bedrijf, geschikt zijn bevonden voor veilig hergebruik. Met de WEEELABEX PV-reuse-certificering wordt aangesloten bij een bestaande en controleerbare kwaliteitsborging voor de voorbereiding op hergebruik van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Hiermee wordt voorkomen dat subsidie wordt verstrekt voor panelen waarvan de technische geschiktheid voor hergebruik onvoldoende is vastgesteld, of voor panelen die in feite als regulier nieuw product moeten worden beschouwd. Voor de gecertificeerde bedrijven wordt verwezen naar de lijst op: https://www.weeelabex.org/operators-list/.

 

Artikel 2.2 Doel van dit hoofdstuk

 

Het doel van dit hoofdstuk is om woningcorporaties te stimuleren om op of aan hun bestaande in Amsterdam gelegen gebouwen gebruikte zonnepanelen aan te leggen en in bestaande woningen elektrische boilers te installeren, zodat huishoudens met energiearmoede direct profiteren van lagere elektriciteitskosten. Het is de ambitie van het college om hiermee in de komende twee jaar 800 tot 1.000 bewoners die te maken hebben met energiearmoede te voorzien van gratis zonnepanelen.

 

Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten

 

Dit artikel bepaalt voor welke activiteit het college subsidie kan verlenen. De subsidie is beschikbaar voor Amsterdamse corporaties voor de aanschaf en de installatiekosten van gebruikte zonnepanelen. Tevens is er budget beschikbaar voor de aanschaf en installatiekosten van elektrische boilers.

 

Om zoveel mogelijk huishoudens in energiearmoede te bereiken, hanteert de gemeente Amsterdam een buurtgerichte aanpak, gebaseerd op de bovengenoemde Monitor Energiearmoede 2023. Dit is de meest gedetailleerde, openbaar beschikbare dataset. Op basis van deze data, en bij een ondergrens van 15% energiearmoede (LIHE en/of LILEK) op buurtniveau binnen het bezit van woningcorporaties, komen woningen die zijn gelegen in deze geselecteerde buurten rechtstreeks in aanmerking voor subsidie voor de aanleg van gebruikte zonnepanelen. De lijst met deze buurten is opgenomen in de bijlage.

 

De subsidie is gericht op bestaande gebouwen en dus niet op nieuwbouw. Met het begrip ‘geheel of ten dele’ wordt rekening gehouden met het feit dat de woningcorporaties in Amsterdam veelal woningen bezitten die onderdeel zijn van een Vereniging van Eigenaren. Subsidie kan dus ook verleend worden voor gebruikte zonnepanelen die aangelegd worden op een gebouw waar de corporatie maar gedeeltelijk eigenaar is. Met het begrip eigendom wordt gedoeld op juridisch eigendom, niet economisch eigendom. Eigendom wordt gecontroleerd met behulp van de gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen van de gemeente Amsterdam.

 

Als de aanvrager aanvullend een elektrische boiler op de zonnepanelen wil aansluiten, kan binnen deze regeling ook voor die boiler subsidie worden aangevraagd. Voor deze aanvraag dient het gemiddelde piekvermogen per aansluiting ten minste 1800 Wattpiek te zijn. Het gemiddeld piekvermogen wordt vastgesteld op basis van het aantal gerealiseerde aansluitingen, het aantal geïnstalleerde zonnepanelen en het piekvermogen per zonnepaneel. Deze ondergrens is vastgesteld op basis van een inschatting van de energiebesparing, waarbij het opgesteld vermogen een bepalende factor is. Daarbij is uitgegaan van een toepassing waarbij de elektrische boiler rechtstreeks gebruikmaakt van de door de zonnepanelen opgewekte elektriciteit.

 

Artikel 2.4 Hoogte van de subsidie

 

In dit artikel wordt de hoogte van de subsidie bepaald. Deze hoogte geldt uitsluitend voor de subsidiabele activiteiten, zoals deze zijn gedefinieerd in artikel 2.3. Het subsidiebedrag is afhankelijk van het aantal gebruikte zonnepanelen van de zonnepaneleninstallatie, het woning- en daktype. De hoogte van de subsidie per project is bepaald op basis van consultatie bij leveranciers en corporaties. Daarbij is uitgegaan van de kosten van een volledige PV-installatie per woningtype, waaronder in ieder geval worden begrepen:

  • -

    materiaalkosten zoals omvormer(s), montagemateriaal, bekabeling en hardware voor monitoring, met uitzondering van de nieuwprijs van de zonnepanelen;

  • -

    werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de oplevering, zoals schouw, werving, hijswerkzaamheden en dakmontage;

  • -

    kosten voor benodigde vergunningen.

Bij de bepaling van de subsidiebedragen is geen rekening gehouden met aanvullende kosten voor monitoring, onderhoud en nazorg. Hier dient de aanvrager zelf invulling aan te geven. Op deze wijze wordt beoogd gezamenlijk zorg te dragen voor energiekostenbesparing bij huishoudens met energiearmoede. De kosten voor de gebruikte zonnepanelen komen voor rekening van de aanvrager. Op deze wijze wordt beoogd gezamenlijk bij te dragen aan de opschaling van het hergebruik van zonnepanelen.

 

Artikel 2.5 Subsidieplafond

 

Dit artikel regelt een tweetal subsidieplafonds voor de activiteiten in dit hoofdstuk. De subsidieplafonds zijn gebaseerd op de ingeplande en thans voorziene activiteiten voor woningcorporaties. Er kan geen subsidie meer worden verstrekt als het plafond is bereikt. Aanvragen zullen dan worden geweigerd op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Awb.

 

Artikel 2.6 De aanvrager

 

Dit artikel regelt dat de subsidie uitsluitend is aan te vragen door woningcorporaties. Als een andere partij dan een corporatie de subsidie aanvraagt, dan wordt deze geweigerd op grond van artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023.

 

Artikel 2.7 Aanvraagtermijn

 

Dit artikel geeft aan dat een aanvraag voor een eenmalige subsidie tussen de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en uiterlijk 31 december 2027 bij het college moet zijn ingediend.

 

Artikel 2.8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

 

In dit artikel wordt bepaald welke gegevens ingediend moeten worden bij een aanvraag voor subsidie op basis van dit hoofdstuk.

 

Het eerste lid, onderdeel a, vraagt om kopieën van verschillende offertes. Uit de offerte van de installateur voor de aanleg van de zonnepaneleninstallatie moet blijken dat de installatie door een professionele installateur zal worden uitgevoerd. Uit de offerte van de leverancier van de gebruikte zonnepanelen moet blijken welk gecertificeerd bedrijf betrokken wordt bij de keuring van de gebruikte zonnepanelen. Uit de offerte van de installateur van de elektrische boiler moet blijken dat de opwek van de zonnepanelen installatie minimaal 1800WP bedraagt.

 

Onderdeel b vraagt om een korte beschrijving van de aanpak voor de monitoring van de prestaties van de installatie, de wijze van actieve informatie over energiebesparing richting de bewoners, de communicatie met bewoners over het project en de participatieaanpak en betrokkenheid van bewoners bij het project. De prestaties van de installatie worden structureel gemonitord via een digitaal monitoringssysteem. Hiermee worden energieopbrengst, verbruik en storingen inzichtelijk gemaakt. De verzamelde data worden periodiek geëvalueerd en gebruikt om het systeem te optimaliseren en de continuïteit van de energievoorziening te waarborgen. Bewoners worden actief geïnformeerd over energiebesparing door middel van toegankelijke en praktijkgerichte communicatie, zoals digitale nieuwsbrieven, een bewonersportaal en (indien van toepassing) informatiebijeenkomsten. Hierbij wordt aangesloten op de doelstellingen van de Gemeente Amsterdam om energiebewust gedrag te stimuleren. De communicatie over het project is transparant en doorlopend. Bewoners worden tijdig geïnformeerd over de voortgang, resultaten en eventuele werkzaamheden via meerdere kanalen. Daarnaast is er een vast aanspreekpunt ingericht voor vragen en feedback. De participatieaanpak is gericht op het versterken van betrokkenheid en mede-eigenaarschap. Bewoners worden actief betrokken en krijgen de mogelijkheid om mee te denken en, waar passend, mee te beslissen over relevante onderdelen van het project. Dit gebeurt onder andere via bewonersbijeenkomsten, informatiebrieven, in lijn met de participatieprincipes van de Gemeente Amsterdam.

 

Onderdeel c vraagt om de beschikbare informatie waaruit blijkt dat het dak geschikt is voor aanleg van de installatie, bijvoorbeeld op basis van een dakschouw, technische opname of beoordeling door een deskundige partij.

 

Onderdeel d vraagt om, indien sprake is van een gemengd complex met een VvE, een kopie van de notulen van de ALV waaruit blijkt dat de benodigde meerderheid heeft ingestemd met de aanleg van de gebruikte zonnepanelen.

 

Het tweede lid, onderdelen a, b, en c, vraagt erom dat de door de ASA2023 vereiste omschrijving van activiteiten een specifieke tabel bevat. Deze informatie vormt de kern van een subsidieaanvraag. Gevraagd wordt om een tabel van de volgende vorm:

 

Gebouwnaam (indien van toepassing

Straatnaam of straatnamen

Huisnummers en toevoegingen

Postcode(s)

Beoogd aantal aansluitingen/huishoudens

Beoogd aantal zonnepanelen en piekvermogen (in Wattpiek per aansluiting)

Beoogd aantal elektrische boilers

De Beker

Gijsbrecht van Aemstelstraat

4 – 8 (even)

1094TX

4

6 zonnepanelen per aansluiting. 1920 Wp per aansluiting*

1

De Kop

i. Rooseveltlaan

ii. Maasstraat

i. 104 – 210 (even)

ii. 69 – 85 (oneven)

i. 1084 ZE

ii. 1084 ZS

25

i. 3-4 zonnepanelen per aansluiting, afhankelijk van deelname bewoners. **

1200-1600Wp per aansluiting, afhankelijk van deelname bewoners.

3

 

Het beoogd piekvermogen wordt vastgesteld op basis het beoogd aantal gebruikte zonnepanelen en de productspecificaties van de zonnepanelen, zoals omschreven in de offerte van de leverancier. Indien er geen productspecificaties in de offerte staan, dient een piekvermogen van 320 Wattpiek per zonnepaneel toegepast te worden.

 

Indien sprake is van een meergezinswoning en/of het aantal zonnepanelen per aansluiting op voorhand nog niet vastgesteld kan worden, dient een grove indicatie van het aantal zonnepanelen per aansluiting vermeld te worden zoals omschreven in het voorbeeld.

 

Het derde lid vraagt, in afwijking van het bepaalde in artikel 2.3, indien de woningen niet zijn gelegen in een buurt als vermeld in de bijlage, beknopt toe te lichten dat de aanleg van gebruikte zonnepanelen ten goede komt aan huishoudens in energiearmoede. De aanvrager verstrekt daarbij uitsluitend gegevens op geaggregeerd niveau. Persoonsgegevens of andere tot individuele huishoudens herleidbare informatie worden niet overgelegd. De toelichting voor woningen buiten de vermelde buurten kan onder meer bestaan uit:

  • -

    de inzet van ondersteuning of signalen die bij de corporatie bekend zijn, bijvoorbeeld via energiecoaches, huisbezoeken of vergelijkbare trajecten;

  • -

    signalen van betaalstress, betalingsachterstanden of andere vormen van financiële kwetsbaarheid;

  • -

    woningtypen en/of technische kenmerken die samenhangen met hoge elektriciteitslasten, zoals all-electric voorzieningen, beperkte isolatie in relatie tot energieverbruik, of andere relevante gebouwkenmerken.

Artikel 2.9 Weigeringsgronden

Dit artikel bevat aanvullende weigeringsgronden. Naast deze weigeringsgronden dient het college ook te toetsen aan de weigeringsgronden die zijn voorgeschreven in de Awb en de ASA2023. Het college kan op basis van deze weigeringsgronden besluiten om subsidie te weigeren of lager vast te stellen.

 

Artikel 2.10 Aanvullende verplichtingen

Dit artikel regelt de verplichtingen die voor de aanvrager gelden als deze subsidie verleend krijgt op grond van dit hoofdstuk. Voor al deze verplichtingen geldt dat niet naleving op grond van artikel 4:48, eerste lid, onderdeel b Awb kan leiden tot wijziging of intrekking van de verleende subsidie en dat niet naleving op grond van artikel 4:46, tweede lid, onderdeel b Awb kan leiden tot lagere vaststelling. Elk onderdeel van dit artikel bevat een afzonderlijke verplichting:

 

Onderdeel a ziet op het stellen van een standaard uitvoeringstermijn tot uiterlijk 31 december 2027. Het college kan bij de subsidieverlening kiezen om een langere uitvoeringstermijn te geven. De aanvrager kan ook verzoeken om een langere uitvoeringstermijn. Een dergelijk verzoek moet met redenen omkleed zijn.

 

Onderdeel b ziet erop te borgen dat gebruikte zonnepanelen ten minste vijf jaar opwek kunnen realiseren.

 

Onderdeel c ziet erop te borgen dat geen subsidie wordt verstrekt wordt als de noodzakelijke vergunningen niet verleend zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om ervoor te zorgen dat alle benodigde vergunningen tijdig worden verkregen.

 

Onderdeel d strekt ertoe te borgen dat het aangesloten zonnepanelenvermogen bij installaties met elektrische boilers voldoet aan het minimale, gemiddelde piekvermogen van 1800 wattpiek.

 

Onderdeel e ziet erop om de gemeente in de mogelijkheid te stellen of subsidie terecht verleend is. Er ontstaat een verplichting om mee te werken met de met controle belaste persoon, ongeacht of het nu om toegang tot documenten of toegang tot onroerende zaken gaat.

 

Onderdeel f ziet op de verplichting van de corporaties om een duidelijke administratie bij de houden, waaruit goed opgemaakt kan worden welke kosten het gevolg zijn van de gesubsidieerde activiteiten.

 

Artikel 2.11 Verantwoording en vaststelling

 

Het eerste lid bepaalt dat subsidie verleend op grond van dit hoofdstuk niet direct wordt vastgesteld. Voor subsidies tot en met €20.000 wordt daarmee afgeweken van de ASA2023. Dat betekent dat alle aanvragers van subsidie op grond van dit hoofdstuk een aanvraag tot vaststelling moeten indienen.

 

Het tweede lid regelt wanneer de aanvraag tot subsidievaststelling moet worden ingediend voor subsidies op basis van dit hoofdstuk.

 

In het derde lid worden de facturen en bewijzen van betaling van deze facturen gevraagd. Het is van belang dat op de facturen duidelijk aangegeven is bij welk gebouw en welke gebruikte zonnepanelen en geïnstalleerde elektrische boilers ze horen.

 

Het vierde lid vraagt om een tabel die de evenknie is van het eerste lid van artikel 2.8, maar dan in de vaststellingsfase. Wederom wordt gevraagd om een dergelijke overzichtstabel, waaruit tenminste de volgende onderdelen kunnen worden achterhaald:

  • -

    het definitief aantal woningen met een aansluiting op zonnepanelen;

  • -

    het definitief aantal zonnepanelen;

  • -

    het definitief gerealiseerd piekvermogen (in Wattpiek);

  • -

    het type woningen: meergezinswoning (MGW) of eengezinswoning (EGW);

  • -

    het type daken: schuin of plat;

  • -

    Het aantal geïnstalleerde e-boilers (eventueel in losse factuur ter bewijs).

Gebouw-naam (indien van toepassing)

Straatnaam of straatnamen, huisnummers en toevoegingen

 

Woning- en daktype

Behaald aantal aansluitingen

Totaal aantal geïnstalleerde zonnepanelen en totaal piekvermogen (in Wattpiek)

Behaald aantal elektrische boilers

De Beker

Gijsbrecht van Aemstelstraat

4-8 (even)

EGW. Plat dak

4

24 panelen. 7.680 Wattpiek.

4 e-boilers

De Kop

Rooseveltlaan

104-210 (even)

MGW. Plat dak

15

60 panelen. 19.200 Wattpiek.

0 e-boilers

De Kop

Maasstraat

69 – 85 (oneven)

MGW. Schuin dak

10

40 panelen.

12.800 Wattpiek

0 e-boilers

 

Het verslag wordt ingediend ten behoeve van de vaststelling van het subsidiebedrag. Per woningcomplex moet duidelijk zijn om hoeveel aansluitingen, welk woningtype(s), welk type daken en hoeveel zonnepanelen het gaat. Daarnaast moet inzichtelijk zijn hoeveel elektrische boilers zijn geïnstalleerd en of het aangesloten zonnepanelenvermogen bij installaties met elektrische boilers voldoet aan het minimale piekvermogen van gemiddeld 1800 wattpiek. Dit wordt aangetoond op basis van het behaald aantal aansluitingen en het totaal opgesteld piekvermogen.

 

  • C.

    In de artikelsgewijze toelichting van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie komt “Bijlage A” te vervallen.

Artikel III Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

Artikel IV Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit subsidie gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 19 mei 2026.

De burgemeester

Femke Halsema

De gemeentesecretaris

Catrien Lenstra

Algemene Toelichting

Het college besluit met dit wijzigingsbesluit hoofdstuk 2 “Zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken” van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie te vervangen door een nieuw hoofdstuk 2 “Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken”. Het hoofdstuk “Zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken” is materieel uitgewerkt omdat het subsidieplafond gold voor het tijdvak tot en met 31 augustus 2023. Voor de opzet van de nieuwe subsidie is zo veel mogelijk aangesloten bij de uitvoeringssystematiek van het uitgewerkte hoofdstuk 2. De subsidie wordt bepaald op basis van een set aangesloten gebruikte zonnepanelen per aansluiting en beoogt hernieuwbare energie op te wekken en daarmee het gebruik van fossiele energiebronnen uit het elektriciteitsnet en de daarmee samenhangende CO₂-uitstoot te verminderen te verminderen en de energiearmoede te bestrijden. De subsidieregeling is beschikbaar voor huurwoningen van woningcorporaties met huishoudens in buurten met energiearmoede. Nevendoel is het tegengaan van energiearmoede in de gemeente Amsterdam

 

De benodigde wijzigingen worden gemaakt in artikel I en artikel II.

Naar boven