Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2026, 255802 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2026, 255802 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie in verband met een subsidie voor gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken (Wijzigingsbesluit subsidie gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken)
De Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie wordt als volgt gewijzigd:
Hoofdstuk 2 Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
Artikel 2.2 Doel van dit hoofdstuk
Het doel van dit hoofdstuk is om woningcorporaties te stimuleren om op of aan hun bestaande, in Amsterdam gelegen, gebouwen gebruikte zonnepanelen aan te leggen en in die gebouwen elektrische boilers te installeren, zodat huishoudens met energiearmoede direct profiteren van lagere elektriciteitskosten.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten
Het college kan aan een woningcorporatie ten behoeve van een gebouw dat is gelegen in een in de bijlage genoemde buurten eenmalige subsidie verlenen voor:
Artikel 2.4 Hoogte van de subsidie
Voor de aanleg van gebruikte zonnepanelen op of aan in Amsterdam gelegen gebouwen, zoals omschreven in artikel 2.3, gelden, afhankelijk van het woningtype, daktype en het aantal zonnepanelen, de subsidiebedragen per gerealiseerde aansluiting van een woning op een zonnepaneleninstallatie zoals opgenomen in onderstaande tabel:
De subsidie op grond van dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door een woningcorporaties
De subsidieaanvraag kan worden ingediend bij het college tussen de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 31 december 2027.
Artikel 2.8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op artikel 8, tweede lid van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie op basis van dit hoofdstuk te verlenen als:
Artikel 2.10 Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA2023, zijn aan subsidie op basis van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden:
de gebruikte zonnepanelen dienen uiterlijk 31 december 2027 te zijn geïnstalleerd, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een passende verklaring, binnen de gestelde termijn ontvangt;
Artikel 2.11 Verantwoording en vaststelling
In artikel 2.3 van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie wordt verwezen naar deze bijlage voor de bepaling van de buurten. De grenzen zijn conform de door het college vastgestelde buurtindeling OiS/CBS.
Artikel II Aanpassen toelichting
De toelichting bij de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie wordt als volgt gewijzigd:
Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken
Op 26 mei 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam besloten om hoofdstuk 2 “Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken” toe te voegen aan de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie (SDAE). Dit hoofdstuk heeft als doel woningcorporaties te stimuleren om gebruikte zonnepanelen op of aan hun bestaande gebouwen in Amsterdam te plaatsen. Daarnaast worden zij aangemoedigd om elektrische boilers te installeren in deze gebouwen, waar dat mogelijk is. Zo kunnen huishoudens die te maken hebben met energiearmoede direct profiteren van lagere elektriciteitskosten. De raad heeft op 12 november 2025 een bedrag van € 1.500.000 toegekend uit het klimaatfonds voor de Zonbank Amsterdam om hergebruikte zonnepaneleninstallaties te realiseren bij huishoudens met energiearmoede. De Zonbank is een initiatief dat gebruikte zonnepanelen een tweede leven geeft. De zonnepanelen worden geplaatst bij bewoners die zelf geen zonnepanelen kunnen installeren. Zo besparen zij op energiekosten, wordt verspilling voorkomen en wordt schone energie toegankelijk voor meer Amsterdammers. Tevens heeft het college op 17 maart 2026 een bedrag van € 414.000 toegekend uit de Renovatiemotor en aanvullende rijksmiddelen voor de aanpak van energiearmoede (2026–2027) 0m, waar mogelijk, elektrische boilers te realiseren bij huishoudens met energiearmoede.
Hoofdstuk 2 Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken
Dit artikel bepaalt de definities die specifiek gelden voor hoofdstuk 2. Deze definities kunnen in hun betekenis afwijken van het algemeen spraakgebruik.
Onder energiearmoede wordt verstaan: huishoudens die voldoen aan de definitie van “LIHE” en/of “LILEK”, zoals gehanteerd in de Monitor Energiearmoede 2023 van het CBS. “LIHE” staat voor Laag Inkomen, Hoge Energiekosten. “LILEK” staat voor Laag Inkomen, Lage Energetische Kwaliteit. Voor de exacte definities en drempelwaarden van het CBS wordt verwezen naar: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2025/30/monitor-energiearmoede-2023.
Met deze definitie wordt geborgd dat uitsluitend subsidie wordt verstrekt voor aansluitingen met zonnepanelen die daadwerkelijk voor hergebruik in aanmerking komen. Het moet daarom gaan om eerder geïnstalleerde en incourant geworden zonnepanelen die, na beoordeling door een onafhankelijk en daarvoor gecertificeerd bedrijf, geschikt zijn bevonden voor veilig hergebruik. Met de WEEELABEX PV-reuse-certificering wordt aangesloten bij een bestaande en controleerbare kwaliteitsborging voor de voorbereiding op hergebruik van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Hiermee wordt voorkomen dat subsidie wordt verstrekt voor panelen waarvan de technische geschiktheid voor hergebruik onvoldoende is vastgesteld, of voor panelen die in feite als regulier nieuw product moeten worden beschouwd. Voor de gecertificeerde bedrijven wordt verwezen naar de lijst op: https://www.weeelabex.org/operators-list/.
Artikel 2.2 Doel van dit hoofdstuk
Het doel van dit hoofdstuk is om woningcorporaties te stimuleren om op of aan hun bestaande in Amsterdam gelegen gebouwen gebruikte zonnepanelen aan te leggen en in bestaande woningen elektrische boilers te installeren, zodat huishoudens met energiearmoede direct profiteren van lagere elektriciteitskosten. Het is de ambitie van het college om hiermee in de komende twee jaar 800 tot 1.000 bewoners die te maken hebben met energiearmoede te voorzien van gratis zonnepanelen.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten
Dit artikel bepaalt voor welke activiteit het college subsidie kan verlenen. De subsidie is beschikbaar voor Amsterdamse corporaties voor de aanschaf en de installatiekosten van gebruikte zonnepanelen. Tevens is er budget beschikbaar voor de aanschaf en installatiekosten van elektrische boilers.
Om zoveel mogelijk huishoudens in energiearmoede te bereiken, hanteert de gemeente Amsterdam een buurtgerichte aanpak, gebaseerd op de bovengenoemde Monitor Energiearmoede 2023. Dit is de meest gedetailleerde, openbaar beschikbare dataset. Op basis van deze data, en bij een ondergrens van 15% energiearmoede (LIHE en/of LILEK) op buurtniveau binnen het bezit van woningcorporaties, komen woningen die zijn gelegen in deze geselecteerde buurten rechtstreeks in aanmerking voor subsidie voor de aanleg van gebruikte zonnepanelen. De lijst met deze buurten is opgenomen in de bijlage.
De subsidie is gericht op bestaande gebouwen en dus niet op nieuwbouw. Met het begrip ‘geheel of ten dele’ wordt rekening gehouden met het feit dat de woningcorporaties in Amsterdam veelal woningen bezitten die onderdeel zijn van een Vereniging van Eigenaren. Subsidie kan dus ook verleend worden voor gebruikte zonnepanelen die aangelegd worden op een gebouw waar de corporatie maar gedeeltelijk eigenaar is. Met het begrip eigendom wordt gedoeld op juridisch eigendom, niet economisch eigendom. Eigendom wordt gecontroleerd met behulp van de gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen van de gemeente Amsterdam.
Als de aanvrager aanvullend een elektrische boiler op de zonnepanelen wil aansluiten, kan binnen deze regeling ook voor die boiler subsidie worden aangevraagd. Voor deze aanvraag dient het gemiddelde piekvermogen per aansluiting ten minste 1800 Wattpiek te zijn. Het gemiddeld piekvermogen wordt vastgesteld op basis van het aantal gerealiseerde aansluitingen, het aantal geïnstalleerde zonnepanelen en het piekvermogen per zonnepaneel. Deze ondergrens is vastgesteld op basis van een inschatting van de energiebesparing, waarbij het opgesteld vermogen een bepalende factor is. Daarbij is uitgegaan van een toepassing waarbij de elektrische boiler rechtstreeks gebruikmaakt van de door de zonnepanelen opgewekte elektriciteit.
Artikel 2.4 Hoogte van de subsidie
In dit artikel wordt de hoogte van de subsidie bepaald. Deze hoogte geldt uitsluitend voor de subsidiabele activiteiten, zoals deze zijn gedefinieerd in artikel 2.3. Het subsidiebedrag is afhankelijk van het aantal gebruikte zonnepanelen van de zonnepaneleninstallatie, het woning- en daktype. De hoogte van de subsidie per project is bepaald op basis van consultatie bij leveranciers en corporaties. Daarbij is uitgegaan van de kosten van een volledige PV-installatie per woningtype, waaronder in ieder geval worden begrepen:
Bij de bepaling van de subsidiebedragen is geen rekening gehouden met aanvullende kosten voor monitoring, onderhoud en nazorg. Hier dient de aanvrager zelf invulling aan te geven. Op deze wijze wordt beoogd gezamenlijk zorg te dragen voor energiekostenbesparing bij huishoudens met energiearmoede. De kosten voor de gebruikte zonnepanelen komen voor rekening van de aanvrager. Op deze wijze wordt beoogd gezamenlijk bij te dragen aan de opschaling van het hergebruik van zonnepanelen.
Dit artikel regelt een tweetal subsidieplafonds voor de activiteiten in dit hoofdstuk. De subsidieplafonds zijn gebaseerd op de ingeplande en thans voorziene activiteiten voor woningcorporaties. Er kan geen subsidie meer worden verstrekt als het plafond is bereikt. Aanvragen zullen dan worden geweigerd op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Awb.
Dit artikel regelt dat de subsidie uitsluitend is aan te vragen door woningcorporaties. Als een andere partij dan een corporatie de subsidie aanvraagt, dan wordt deze geweigerd op grond van artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023.
Dit artikel geeft aan dat een aanvraag voor een eenmalige subsidie tussen de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en uiterlijk 31 december 2027 bij het college moet zijn ingediend.
Artikel 2.8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In dit artikel wordt bepaald welke gegevens ingediend moeten worden bij een aanvraag voor subsidie op basis van dit hoofdstuk.
Het eerste lid, onderdeel a, vraagt om kopieën van verschillende offertes. Uit de offerte van de installateur voor de aanleg van de zonnepaneleninstallatie moet blijken dat de installatie door een professionele installateur zal worden uitgevoerd. Uit de offerte van de leverancier van de gebruikte zonnepanelen moet blijken welk gecertificeerd bedrijf betrokken wordt bij de keuring van de gebruikte zonnepanelen. Uit de offerte van de installateur van de elektrische boiler moet blijken dat de opwek van de zonnepanelen installatie minimaal 1800WP bedraagt.
Onderdeel b vraagt om een korte beschrijving van de aanpak voor de monitoring van de prestaties van de installatie, de wijze van actieve informatie over energiebesparing richting de bewoners, de communicatie met bewoners over het project en de participatieaanpak en betrokkenheid van bewoners bij het project. De prestaties van de installatie worden structureel gemonitord via een digitaal monitoringssysteem. Hiermee worden energieopbrengst, verbruik en storingen inzichtelijk gemaakt. De verzamelde data worden periodiek geëvalueerd en gebruikt om het systeem te optimaliseren en de continuïteit van de energievoorziening te waarborgen. Bewoners worden actief geïnformeerd over energiebesparing door middel van toegankelijke en praktijkgerichte communicatie, zoals digitale nieuwsbrieven, een bewonersportaal en (indien van toepassing) informatiebijeenkomsten. Hierbij wordt aangesloten op de doelstellingen van de Gemeente Amsterdam om energiebewust gedrag te stimuleren. De communicatie over het project is transparant en doorlopend. Bewoners worden tijdig geïnformeerd over de voortgang, resultaten en eventuele werkzaamheden via meerdere kanalen. Daarnaast is er een vast aanspreekpunt ingericht voor vragen en feedback. De participatieaanpak is gericht op het versterken van betrokkenheid en mede-eigenaarschap. Bewoners worden actief betrokken en krijgen de mogelijkheid om mee te denken en, waar passend, mee te beslissen over relevante onderdelen van het project. Dit gebeurt onder andere via bewonersbijeenkomsten, informatiebrieven, in lijn met de participatieprincipes van de Gemeente Amsterdam.
Onderdeel c vraagt om de beschikbare informatie waaruit blijkt dat het dak geschikt is voor aanleg van de installatie, bijvoorbeeld op basis van een dakschouw, technische opname of beoordeling door een deskundige partij.
Onderdeel d vraagt om, indien sprake is van een gemengd complex met een VvE, een kopie van de notulen van de ALV waaruit blijkt dat de benodigde meerderheid heeft ingestemd met de aanleg van de gebruikte zonnepanelen.
Het tweede lid, onderdelen a, b, en c, vraagt erom dat de door de ASA2023 vereiste omschrijving van activiteiten een specifieke tabel bevat. Deze informatie vormt de kern van een subsidieaanvraag. Gevraagd wordt om een tabel van de volgende vorm:
Het beoogd piekvermogen wordt vastgesteld op basis het beoogd aantal gebruikte zonnepanelen en de productspecificaties van de zonnepanelen, zoals omschreven in de offerte van de leverancier. Indien er geen productspecificaties in de offerte staan, dient een piekvermogen van 320 Wattpiek per zonnepaneel toegepast te worden.
Indien sprake is van een meergezinswoning en/of het aantal zonnepanelen per aansluiting op voorhand nog niet vastgesteld kan worden, dient een grove indicatie van het aantal zonnepanelen per aansluiting vermeld te worden zoals omschreven in het voorbeeld.
Het derde lid vraagt, in afwijking van het bepaalde in artikel 2.3, indien de woningen niet zijn gelegen in een buurt als vermeld in de bijlage, beknopt toe te lichten dat de aanleg van gebruikte zonnepanelen ten goede komt aan huishoudens in energiearmoede. De aanvrager verstrekt daarbij uitsluitend gegevens op geaggregeerd niveau. Persoonsgegevens of andere tot individuele huishoudens herleidbare informatie worden niet overgelegd. De toelichting voor woningen buiten de vermelde buurten kan onder meer bestaan uit:
Dit artikel bevat aanvullende weigeringsgronden. Naast deze weigeringsgronden dient het college ook te toetsen aan de weigeringsgronden die zijn voorgeschreven in de Awb en de ASA2023. Het college kan op basis van deze weigeringsgronden besluiten om subsidie te weigeren of lager vast te stellen.
Artikel 2.10 Aanvullende verplichtingen
Dit artikel regelt de verplichtingen die voor de aanvrager gelden als deze subsidie verleend krijgt op grond van dit hoofdstuk. Voor al deze verplichtingen geldt dat niet naleving op grond van artikel 4:48, eerste lid, onderdeel b Awb kan leiden tot wijziging of intrekking van de verleende subsidie en dat niet naleving op grond van artikel 4:46, tweede lid, onderdeel b Awb kan leiden tot lagere vaststelling. Elk onderdeel van dit artikel bevat een afzonderlijke verplichting:
Onderdeel a ziet op het stellen van een standaard uitvoeringstermijn tot uiterlijk 31 december 2027. Het college kan bij de subsidieverlening kiezen om een langere uitvoeringstermijn te geven. De aanvrager kan ook verzoeken om een langere uitvoeringstermijn. Een dergelijk verzoek moet met redenen omkleed zijn.
Onderdeel b ziet erop te borgen dat gebruikte zonnepanelen ten minste vijf jaar opwek kunnen realiseren.
Onderdeel c ziet erop te borgen dat geen subsidie wordt verstrekt wordt als de noodzakelijke vergunningen niet verleend zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om ervoor te zorgen dat alle benodigde vergunningen tijdig worden verkregen.
Onderdeel d strekt ertoe te borgen dat het aangesloten zonnepanelenvermogen bij installaties met elektrische boilers voldoet aan het minimale, gemiddelde piekvermogen van 1800 wattpiek.
Onderdeel e ziet erop om de gemeente in de mogelijkheid te stellen of subsidie terecht verleend is. Er ontstaat een verplichting om mee te werken met de met controle belaste persoon, ongeacht of het nu om toegang tot documenten of toegang tot onroerende zaken gaat.
Onderdeel f ziet op de verplichting van de corporaties om een duidelijke administratie bij de houden, waaruit goed opgemaakt kan worden welke kosten het gevolg zijn van de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel 2.11 Verantwoording en vaststelling
Het eerste lid bepaalt dat subsidie verleend op grond van dit hoofdstuk niet direct wordt vastgesteld. Voor subsidies tot en met €20.000 wordt daarmee afgeweken van de ASA2023. Dat betekent dat alle aanvragers van subsidie op grond van dit hoofdstuk een aanvraag tot vaststelling moeten indienen.
Het tweede lid regelt wanneer de aanvraag tot subsidievaststelling moet worden ingediend voor subsidies op basis van dit hoofdstuk.
In het derde lid worden de facturen en bewijzen van betaling van deze facturen gevraagd. Het is van belang dat op de facturen duidelijk aangegeven is bij welk gebouw en welke gebruikte zonnepanelen en geïnstalleerde elektrische boilers ze horen.
Het vierde lid vraagt om een tabel die de evenknie is van het eerste lid van artikel 2.8, maar dan in de vaststellingsfase. Wederom wordt gevraagd om een dergelijke overzichtstabel, waaruit tenminste de volgende onderdelen kunnen worden achterhaald:
Het verslag wordt ingediend ten behoeve van de vaststelling van het subsidiebedrag. Per woningcomplex moet duidelijk zijn om hoeveel aansluitingen, welk woningtype(s), welk type daken en hoeveel zonnepanelen het gaat. Daarnaast moet inzichtelijk zijn hoeveel elektrische boilers zijn geïnstalleerd en of het aangesloten zonnepanelenvermogen bij installaties met elektrische boilers voldoet aan het minimale piekvermogen van gemiddeld 1800 wattpiek. Dit wordt aangetoond op basis van het behaald aantal aansluitingen en het totaal opgesteld piekvermogen.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 19 mei 2026.
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris
Catrien Lenstra
Het college besluit met dit wijzigingsbesluit hoofdstuk 2 “Zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken” van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie te vervangen door een nieuw hoofdstuk 2 “Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken”. Het hoofdstuk “Zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken” is materieel uitgewerkt omdat het subsidieplafond gold voor het tijdvak tot en met 31 augustus 2023. Voor de opzet van de nieuwe subsidie is zo veel mogelijk aangesloten bij de uitvoeringssystematiek van het uitgewerkte hoofdstuk 2. De subsidie wordt bepaald op basis van een set aangesloten gebruikte zonnepanelen per aansluiting en beoogt hernieuwbare energie op te wekken en daarmee het gebruik van fossiele energiebronnen uit het elektriciteitsnet en de daarmee samenhangende CO₂-uitstoot te verminderen te verminderen en de energiearmoede te bestrijden. De subsidieregeling is beschikbaar voor huurwoningen van woningcorporaties met huishoudens in buurten met energiearmoede. Nevendoel is het tegengaan van energiearmoede in de gemeente Amsterdam
De benodigde wijzigingen worden gemaakt in artikel I en artikel II.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-255802.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.