De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 het Didam-arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2021:1778). In dit arrest is bepaald dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen of verhuren, aan (potentiële) gegadigden de gelegenheid moet bieden om mee te dingen naar deze onroerende zaak indien er meerdere gegadigden zijn voor aankoop of huur of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zijn.
Deze mededingingsruimte hoeft niet te worden geboden als bij voorbaat al vaststaat of mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor verkoop. In dat geval behoeft het voornemen tot het aangaan van een koopovereenkomst met deze serieuze gegadigde te worden gepubliceerd. Met deze publicatie wordt hieraan voldaan.
Locatie
De gemeente Roermond is voornemens een vijftal perceelgedeelten grond, gelegen aan Willem-Alexanderhaven, te verkopen aan de twee aangrenzende eigenaren in verband met de realisatie van een kademuur in het kader van hoogwaterbescherming. Het betreft een vijftal perceelgedeelten uit het gemeentelijk perceel, kadastraal bekend als gemeente Roermond sectie K nummer 153 (gedeeltelijk) ter grootte van in totaal circa 1.495 m².
De Willem-Alexanderhaven vervult een belangrijke rol in de regionale economie en maakt deel uit van de Europese vervoerscorridor langs de Maas. Door de integrale aanpak waarin hoogwaterbescherming wordt gecombineerd met logistieke ontwikkeling, wordt de haven beter beschermd tegen overstromingen en tegelijkertijd versterkt als knooppunt in de Europese goederenketen.
De verkoop is noodzakelijk voor de uitvoering van het maatwerkplan Willem-Alexanderhaven (hierna te noemen: ‘het maatwerkplan’), waarvoor een Europese subsidie is toegekend. De uitvoering vereist samenwerking met de aangrenzende twee eigenaren, omdat de kademuur en bijbehorende voorzieningen direct aansluiten op hun percelen.
De gemeente is van oordeel dat de aangrenzende twee eigenaren als enige serieuze gegadigden voor deze uitgifte in aanmerking komen ter uitvoering van het maatwerkplan. Deze beoordeling is gebaseerd op objectieve, toetsbare criteria, waaronder de ligging van onderhavige perceelgedeelten en het ontbreken van een gebruiksbelang voor derden.
Vervaltermijn
Indien u zich niet kunt verenigen met het voornemen tot verkoop, dan dient u uiterlijk binnen 20 dagen na publicatie van dit voornemen (tot en met 22 juni 2026), een kort geding tegen dit voornemen te starten bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg.
Bij gebreke van een tijdig gestart kort geding, vervalt het recht tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt.
De gemeente en de twee aangrenzende eigenaren zouden immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk) kenbaar gemaakte termijn van 20 dagen alsnog tegen het voornemen respectievelijk het leveren van de perceelgedeelten zou worden opgekomen.