Gemeenteblad van Bunnik
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bunnik | Gemeenteblad 2026, 254854 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bunnik | Gemeenteblad 2026, 254854 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE BUNNIK 2026
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bunnik 2026
De raad van de gemeente Bunnik;
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik 2026,
gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de
artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de
Alcoholwet, artikelen 18.1, 18.2, 18.3, 18.4, 18.4a, 18.5, 18.6, 18.7, 18.10, 18.11, 18.12, 18.13,
18.15, 18.15a, 18.16, 18.16a, 18.18 van de Omgevingswet, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g,
en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 8.2.2 van
het Invoeringsbesluit Omgevingswet, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3
van de Winkeltijdenwet, artikel 64, tweede lid, Wet veiligheidsregio’s en artikel 2a van de
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden
dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van
gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het
wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of
Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een
andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel 2:28d Wijziging exploitatievergunning openbare inrichting
Indien een openbare inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in
overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht
bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden. De burgemeester verstrekt, indien
aan de ten aanzien van de openbare inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning,
waarin de ingevolge artikel 2:28a van deze verordening vereiste omschrijving is aangepast aan de
Artikel 2:28e Intrekkings-, wijzigings- en schorsingsgronden
In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken, wijzigen of
Artikel 2:28f Terrassen bij winkels
Buiten de openingstijden van het terras zoals bepaald in artikel 2:29 van deze verordening dient al het
meubilair van het terras verwijderd te zijn, dan wel op zodanige wijze onderling met elkaar verbonden
Het is de exploitant verboden het terras behorend bij het horecabedrijf voor bezoekers geopend te
hebben, of bezoekers op het terras te laten verblijven tussen 22.00 uur en 07.00 uur.
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene
maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid van het Wetboek van strafrecht, of een voor
hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Artikel 2:34c Verbod ‘happy hours’
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet
alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van
24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de
uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een
inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Artikel 2:39a Speelgelegenheden
In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid
waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig
spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te
doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet
De burgemeester weigert de vergunning:
als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving
van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed
door de exploitatie van de speelgelegenheid; of
als de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:40 Kansspelautomaten
In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan
In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Artikel 2:40a Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning
hiertoe bestaat. Het aanwijzingsbesluit bepaalt de duur van de periode dat de aanwijzing geldt. Deze duur bedraagt maximaal vijf jaar en kan – indien dat met het oog op de bovengenoemde belangen naar het oordeel van de burgemeester nodig is – eenmalig worden verlengd met nogmaals een termijn van maximaal vijf jaar.
Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Artikel 2:47a Liggen of slapen op of aan een openbare plaats
Het is verboden –al dan niet met gebruikmaking van enige vorm van beschutting, waaronder in ieder
geval begrepen het gebruik van een auto, of caravan e.d.– op of aan een openbare plaats:
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op
een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander
doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen,
wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een
raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien:
Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.
Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de burgemeester zijn aangewezen, zich met
een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar
een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit
De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich bevinden in een
weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht
ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen
In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene
maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat
op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking
Artikel 2:74 Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden
met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn
Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk
gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te
gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik
Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet te besluiten tot het
tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1; 2:1A; 2:10; 2:11; 2:16; 2:26; 2:47; 2:18;
2:49; 2:50; 2:50A; 2:73 of 5:34 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de
openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,
een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing
van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van andere
voor het publiek toegankelijke door de gemeenteraad aan te wijzen plaatsen.
Artikel 2:79a Aanwijzing gebied, straat of gebouw waar vergunningplicht geldt voor bepaalde bedrijvigheid
Artikel 2:79b Exploitatie van een bedrijf in een aangewezen gebied, straat of gebouw
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen in een door de
burgemeester aangewezen gebouw of gebied voor de door de burgemeester benoemde
Artikel 2:79d Bijzondere weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning weigeren als:
Artikel 2:79e Bijzondere gronden voor intrekking en wijziging
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde
lid intrekken of wijzigen indien:
Artikel 2:79f Overgangsbepaling bestaande bedrijven
Voor aangewezen bedrijfsmatige activiteiten die op het tijdstip van de aanwijzing reeds worden
uitgeoefend stelt de burgemeester een termijn vast waarop de vergunningplicht als bedoeld in artikel
Hoofdstuk 3 Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Afdeling 1 Algemene bepalingen
De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk
Afdeling 2 Vergunning seksbedrijf
Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen
Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het vestigen van een seksinrichting
geen vergunning wordt verleend. Daarbij kan worden bepaald dat de aanwijzing slechts geldt voor
seksinrichtingen van seksbedrijven van een nader aangewezen aard.
Artikel 3:5 Beperking aantal vergunningen
Het bevoegde bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het aantal vergunningen voor een
seksinrichting dat kan worden verleend. Hierbij kan worden bepaald dat een maximum slechts geldt voor
seksinrichtingen van een nader aangewezen aard of in nader aangewezen delen van de gemeente.
mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden
De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming
is met de op grond van artikel 3:8, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig
mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf
Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven
Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang
Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met vrijdag tussen 01:00 uur en 06:00 uur en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 07:00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald.
Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees
Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees, verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf
Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie
Het is een prostituee verboden:
zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de
weg bevinden beschikbaar te stellen; en
passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of
vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting
Artikel 3:19 Straatprostitutie
Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde
een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel
prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.
Afdeling 4. Overige bepalingen
Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften,
aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt.
Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1: Voorkomen of beperking geluidhinder en hinder door verlichting
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting mag 30 dB(A) hoger zijn dan de reguliere geluidsnorm die op de inrichting van toepassing is conform de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19 en 2.20 van het Besluit. Voor de beoordeling van de geluidsniveaus geldt de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999.
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten
Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Besluit niet van toepassing is mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan middels het doen van een melding in kennis heeft gesteld.
Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting mag 20 dB(A) hoger zijn dan de reguliere geluidsnorm die op de inrichting van toepassing is conform de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19 en 2.20 van het Besluit. Voor de beoordeling van de geluidsniveaus geldt de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999.
Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten
Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel
te nemen indien de burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit verboden heeft wanneer
naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of openbare orde op
Artikel 4:5 Onversterkte muziek
Activiteitenbesluit milieubeheer, bedragen de waarden voor het langtijdgemiddeldbeoordelingsniveau LAr, LT op de gevel van gevoelige gebouwen niet meer dan 55 dB(A), 50 dB(A) en 40 dB(A) tussen respectievelijk 07.00-19.00 uur, 19.00-23.00 uur en 23.00-07.00 uur. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. De bedrijfsduurcorrectie wordt op onversterkte muziek toegepast.
Activiteitenbesluit milieubeheer, bedragen de waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr, LT in geluidsgevoelige ruimten niet meer dan 40 dB(A), 35 dB(A) en 25 dB(A) tussen respectievelijk 07.00-19.00 uur, 19.00-23.00 uur en 23.00-07.00 uur. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. De bedrijfsduurcorrectie wordt op onversterkte muziek toegepast.
Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke
reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten
Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen
Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden
in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de
Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig,
dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishoudingvan de gemeente
Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod
Artikel 5:4 Defecte voertuigen
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet
kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan (vervallen) Artikel 5:10a Voertuigen met stankverspreidende stoffen
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurswerving
Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het
Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in
de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 6:3 Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of
krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het
binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening
De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bunnik 2024 wordt ingetrokken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-254854.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.