Verordening rechtspositie Raadsleden en fractieassistenten gemeente Bunnik 2026

 

De raad van de gemeente Bunnik

gelezen het voorstel van de griffie van 3 februari 2026;

Gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, artikel 3.1.4a, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening rechtspositie raadsleden en fractieassistenten gemeente Bunnik 2026.

Artikel 1. Definitiebepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    raadslid: lid van de gemeenteraad.

  • b.

    griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.

  • c.

    fractieassistent: een op voordracht van de fractie door de raad benoemd commissielid, niet zijnde een raadslid;

  • d.

    fractievoorzitter: raadslid waarvan door de voorzitter van de gemeenteraad is vastgesteld dat dit lid fractievoorzitter is dan wel enig lid van een fractie;

Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden

  • 1.

    Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag vermeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    De vergoeding voor de werkzaamheden wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage conform artikel 3.1.5 van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie

  • 1.

    Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van maximaal drie keer de maandelijkse vergoeding per jaar zoals bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers..

  • 2.

    Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van maximaal het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is.

  • 3.

    Een raadslid dat voorzitter is van een commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangt een maandelijkse toelage van maximaal het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is.

 

Artikel 4. Verhoging vergoeding fractieassistenten (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak

  • 1.

    Een commissielid krijgt een verhoogde vergoeding van 50% bovenop de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, als het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid deelneemt.

  • 2.

    Een commissielid krijgt een verhoogde vergoeding van 50% bovenop de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, als de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid niet redelijk wordt geacht ten opzichte van de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de werkzaamheden.

 

Artikel 5. Reis- en verblijfkosten raadsleden en fractieassistenten

  • 1.

    Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raadsleden of fractieassistenten vergoed:

    • a.

      de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

    • b.

      bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;

  • 2.

    Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

  • 3.

    Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.

  • 4.

    De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

 

Artikel 6. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raadsleden en fractieassistenten

  • 1.

    Een raadslid of fractieassistent dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij het seniorenconvent via de griffier.

  • 2.

    Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.

Artikel 7. Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1.

    Een raadslid of fractieassistent tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De griffier stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

  • 2.

    Een raadslid of fractieassistent levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. De gemeente kan er voor kiezen om het ICT-middel af te stoten. In dat geval is overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.

 

Artikel 8. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 9. Betaling vaste vergoedingen

De betaling van de vergoeding van fractieassistenten, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt twee maal per jaar plaats, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen.

Artikel 10. Betaling en declaratie van onkosten

  • 1.

    Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur;

    • b.

      betaling vooruit uit eigen middelen; of

    • c.

      betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.

  • 2.

    Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

  • 3.

    Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.

  • 4.

    Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raadsleden of fractieassistenten binnen 2 maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

 

Artikel 11. Intrekking oude verordening

De Verordening Rechtspositie Raadsleden en fractieassistenten Gemeente Bunnik 2024 wordt ingetrokken.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2026.

Artikel 13. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raadsleden en fractieassistenten gemeente Bunnik 2026.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Bunnik op 30 maart 2026.

De voorzitter,

dhr. R. van Bennekom

De griffier,

Dhr. F.J. van der Lubbe

Naar boven