Gemeenteblad van Reusel-De Mierden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Reusel-De Mierden | Gemeenteblad 2026, 253887 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Reusel-De Mierden | Gemeenteblad 2026, 253887 | ander besluit van algemene strekking |
NOTA PARKEERNORMEN REUSEL-DE MIERDEN 2026
In de gemeente Reusel-De Mierden vinden diverse soorten ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Deze ontwikkelingen zorgen voor een verandering van de parkeersituatie. De Nota Parkeernormen Reusel- De Mierden 2026 (hierna Nota Parkeernormen) geeft aan hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en hoe de parkeeropgave ingevuld kan worden. De aanleiding voor het opstellen van de Nota Parkeernormen is tweeledig:
Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente werden de gemiddelde parkeerkencijfers uit CROW-publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie gebruikt. Deze CROW-publicatie komt uit 2012 en de daarin vermelde parkeerkencijfers zijn sterk verouderd. Daarnaast is het GVVP inmiddels vervangen door het Mobiliteitsplan 2026-2030.
Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente waren weliswaar parkeernormen beschikbaar, maar er werd geen uitleg gegeven hoe deze in de praktijk toegepast moesten worden. Daarnaast ontbrak een toelichting op hoe de parkeeropgave ingevuld kan worden.
1.2 Doelstelling Nota Parkeernormen
Het doel van de Nota Parkeernormen is het bieden van een transparant en uniform toetsingskader voor het bepalen van de parkeeropgave en -invulling van ruimtelijke ontwikkelingen, om daarmee de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid in de gemeente Reusel-De Mierden te waarborgen.
1.3 Relatie met Mobiliteitsplan 2026-2030 ‘Samen sterk voor mobiliteit’
Op 3 februari 2026 heeft de gemeenteraad het Mobiliteitsplan 2026-2030 ‘Samen sterk voor mobiliteit’ vastgesteld. Dit mobiliteitsplan vervangt het GVVP uit 2017. Het Mobiliteitsplan streeft naar een efficiënt parkeerbeleid dat bijdraagt aan de leefbaarheid en ruimte biedt voor alternatieve vervoerswijzen. In het mobiliteitsplan staan daarom voor de actualisatie parkeernormen twee aandachtspunten:
De parkeernormen wordt afgestemd op de beoogde functie van gebieden, zoals hogere normen
voor functies in de kleinere kernen zonder openbaar vervoer voorzieningen en lagere normen in het centrum van Reusel.
De beschikbaarheid van (elektrische)deelauto’s en andere vormen van slimme mobiliteit wordt in nieuwe woonwijken en/of bij inbreidingen gestimuleerd, wat de vraag naar parkeerplekken kan verminderen.
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het juridisch kader van de Nota Parkeernormen. De uitgangspunten voor de parkeernormen worden in hoofdstuk 3 toegelicht. In hoofdstuk 4 staat het toepassingskader van de Nota Parkeernormen beschreven. De parkeernormen van de gemeente Reusel-De Mierden staan in bijlage 2. In bijlage 4 zijn een aantal rekenvoorbeelden voor de toepassing van de Nota Parkeernormen opgenomen.
2.1 Omgevingswet en Omgevingsvergunning
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Centraal binnen de Omgevingswet staat het bundelen en vereenvoudigen van regels voor de fysieke leefomgeving. Onder de Omgevingswet zijn er twee mogelijkheden om de parkeernormen juridisch te borgen. Via een dynamische verwijzing naar de beleidsregels in de planregels van het omgevingsplan, of door de parkeernormen direct op te nemen in de planregels van het omgevingsplan. In het omgevingsplan van de gemeente Reusel – De Mierden is een dynamische verwijzing naar Module 8 uit het GVVP of diens opvolger opgenomen.
2.2 Citeertitel en inwerkingtreding
Deze nota wordt aangehaald als Nota Parkeernormen Reusel-De Mierden 2026.
De Nota Parkeernormen wordt op http://www.overheid.nl bekendgemaakt. Daags na de bekendmaking treedt de Nota Parkeernormen in werking.
De Nota Parkeernormen is van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een wijziging van het omgevingsplan nodig is. De Nota Parkeernormen is niet van toepassing op omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die voor de datum van bekendmaking bij de gemeente zijn aangevraagd. De Nota Parkeernormen is ook niet van toepassing op wijzigingen van het omgevingsplan die voor de datum van bekendmaking in ontwerp ter inzage zijn gelegd.
3. UITGANGSPUNTEN PARKEERNORMEN
De parkeernormen in de Nota Parkeernormen zijn gebaseerd op de kencijfers CROW-publicatie 744 Parkeerkencijfers. In dit hoofdstuk zijn de CROW-parkeerkencijfers vertaald naar parkeernormen voor de gemeente Reusel-De Mierden.
De stedelijkheidsgraad van een gebied is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en daarmee ook van invloed op de hoogte van de parkeernorm. Als een gebied een lagere stedelijkheidsgraad heeft, neemt het aanbod en de kwaliteit van alternatieven voor de auto (fietsen, lopen, openbaar vervoer) af, en neemt het gebruik van de auto en de behoefte aan parkeerplaatsen toe. De stedelijkheid van gebieden wordt uitgedrukt in de zogenaamde omgevingsadressen dichtheid (aantal adressen per km2).
De omgevingsadressen dichtheid van de gemeente Reusel-De Mierden (2025) bedraagt 608 adressen per vierkante kilometer (bron: CBS). De gemeente wordt daarmee gecategoriseerd als weinig stedelijk gebied (500-1000 adressen per km2). Voor de parkeernormen in de gemeente Reusel-de Mierden zijn daarom de CROW-parkeerkencijfers voor weinig stedelijk gebied aangehouden.
De hoogte van een autoparkeernorm is ook afhankelijk van de geografische ligging van een gebied. Naarmate een gebied verder van een centrum af ligt, nemen het aanbod en de kwaliteit van alternatieven voor de auto (fietsen, lopen, openbaar vervoer) en de mogelijkheden van dubbelgebruik van de parkeervoorzieningen af, en neemt de behoefte aan parkeerplaatsen toe.
In de Nota Parkeernormen is onderscheid gemaakt naar drie verschillende geografische gebieden:
In de Nota Parkeernormen is alleen voor Reusel een centrumgebied gedefinieerd. In de andere kernen onvoldoende sprake is van omvang en dichtheid van centrumfuncties. In centrumgebied zijn de parkeernormen t.o.v. de overige gebieden lager door de aanwezigheid van centrumvoorzieningen op korte loopafstand, een beter aanbod van openbaar vervoer en parkeerregulering.
In de Nota Parkeernormen is geen centrumschilgebied opgenomen.
Het rest bebouwde kom gebied bevindt zich binnen de bebouwde kom op basis van de Wegenverkeerswet 1994 maar behoort niet tot het centrumgebied van Reusel.
Het buitengebied bestaat uit het gebied dat niet tot het centrumgebied Reusel en rest bebouwde komgebied behoort. De grens tussen rest bebouwde kom en het buitengebied kan in de tijd wijzigen. Daarom is de feitelijke situatie bepalend bij de beoordeling of een ontwikkeling binnen of buiten de bebouwde kom ligt. Uiteraard mag voor ruimtelijke ontwikkelingen die vóór de realisatie buiten de bebouwde kom liggen en ná realisatie binnen de bebouwde kom worden opgenomen, uitgegaan worden van de parkeernormen voor rest bebouwde kom.
De CROW-parkeerkencijfers hebben bandbreedtes om parkeernormen afgestemd op de lokale situatie vast te kunnen stellen. Het autobezit in Reusel-De Mierden is vergelijkbaar met gemeentes met een gelijke stedelijkheidgraad. Bij het bepalen van de hoogte van de parkeernormen voor de gemeente Reusel-De Mierden is daarom uitgegaan van het gemiddelde van de CROW-kencijfers.
Aandeel parkeerplaatsen voor bezoekers van bewoners
Bij woningen geldt een parkeernorm voor bewoners én een parkeernorm voor bezoekers van de woningen. Het aantal bezoekersparkeerplaatsen is afhankelijk van de geografische ligging van de ontwikkeling.
3.5 Kwaliteitseisen parkeerplaatsen
De parkeernorm bepaalt het aantal parkeerplaatsen in kwantitatieve zin. Omdat parkeerplaatsen in de praktijk bruikbaar moeten zijn worden eisen gesteld aan de maatvoering:
3.6 Wat als een parkeernorm niet voorkomt in de Nota Parkeernormen?
In bijlage 2 staan de parkeernormen van de gemeente Reusel-De Mierden. In de praktijk kan het voorkomen dat voor een specifieke functie geen parkeernorm is opgenomen. Er kunnen zich twee situaties voordoen:
De parkeernormen uit de Nota Parkeernormen zijn gebaseerd op de CROW-kengetallen uit publicatie 744. Het CROW geeft bij sommige functies geen parkeerkencijfers op een bepaalde locatie, omdat die functie in de praktijk niet of nauwelijks op een dergelijke locatie gerealiseerd wordt. Er staat dan ‘n.v.t.’ bij de parkeernorm (bijvoorbeeld een café/bar/cafetaria buiten de bebouwde kom). Dit betekent niet dat dan geen parkeernorm toegepast hoeft te worden. In die situatie bepaalt de gemeente de hoogte van de parkeernorm.
Wanneer voor een specifieke functie in de Nota Parkeernormen helemaal geen parkeernormen staan, dan moeten onderstaande drie stappen gevolgd worden:
Als de voorgaande drie stappen geen resultaat hebben opgeleverd moet voor de parkeernorm een parkeeronderbouwing opgesteld worden op basis van ervaringscijfers, benchmark, mobiliteits-kenmerken van de ontwikkeling etc. De parkeeronderbouwing moet door een verkeerskundig adviesbureau opgesteld worden.
4. TOEPASSINGSKADER NOTA PARKEERNORMEN
De Nota Parkeernormen moet in een vaste volgorde worden toegepast. Hiermee wordt voorkomen dat onjuiste parkeerberekeningen worden gemaakt. Eerst moet de parkeeropgave van een ruimtelijke ontwikkeling bepaald worden. Hiervoor moeten de stappen gevolgd worden die in paragraaf 4.2 staan. Daarna moet worden aangegeven hoe de parkeeropgave wordt ingevuld. De mogelijkheden voor het invullen van de parkeeropgave staan in paragraaf 4.3.
Voor het bepalen van de parkeeropgave van een ruimtelijke ontwikkeling moeten onderstaande 5 stappen gevolgd worden.
4.2.1 Stap 1: normatieve parkeerbehoefte
De normatieve parkeerbehoefte is het aantal parkeerplaatsen dat voor een functie nodig is. Voor het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte wordt gebruikt gemaakt van parkeernormen uit bijlage 2. De normatieve parkeerbehoefte wordt berekend door de formule: omvang functie x parkeernorm. Bij meerdere functies moet per functie de normatieve parkeerbehoefte bepaald worden. Bij een functiewijziging en/of -uitbreiding hoeft de normatieve parkeerbehoefte alleen berekend te worden op het deel van de ontwikkeling dat betrekking heeft op de wijziging en/of uitbreiding van de functie.
Voor het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte bij woningen gelden onderstaande aandachtspunten:
Bij woningen met parkeren op eigen terrein (bijvoorbeeld een oprit/garage) moet het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein in mindering gebracht worden op de normatieve parkeerbehoefte. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van de berekeningsaantallen voor parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen uit tabel 3.
Berekeningsaantallen voor parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen
Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen worden niet altijd optimaal benut. Er worden daarom berekeningsaantallen voor parkeerplaatsen op eigen terrein toegepast. Parkeerplaatsen op eigen terrein die niet voldoen aan de minimale maatvoering mogen niet meegerekend worden. In de parkeerberekening kan het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein nooit hoger zijn dan de par-keerbehoefte van een woning.
4.2.2 Stap 2: maatgevende parkeerbehoefte
Als een ontwikkeling bestaat uit meerdere functies hebben (waarschijnlijk) niet alle functies op hetzelfde moment gelijktijdig hun parkeerbehoefte. Hierdoor kan mogelijk dubbelgebruik van parkeerplaatsen plaatsvinden. Voor het bepalen in welke mate dubbelgebruik van parkeerplaatsen kan plaatsvinden moet de maatgevende parkeerbehoefte bepaald worden. De maatgevende par-keerbehoefte wordt berekend door de normatieve parkeerbehoefte van iedere afzonderlijke functie te vermenigvuldigen met aanwezigheidspercentages uit bijlage 3. Het dagdeel waarop de parkeerbehoefte van alle functies het hoogst is, wordt aangehouden als de maatgevende parkeer-behoefte.
4.2.3 Stap 3: salderen bestaande situatie
Bij functiewijziging en/of -uitbreiding en/of sloop-nieuwbouw leidde het oude gebruik ook tot een bepaalde parkeerbehoefte. De parkeerbehoefte van de bestaande functie(s) mag in mindering gebracht worden op de toekomstige parkeerbehoefte. Dit principe wordt salderen genoemd. Uitgangspunt bij salderen is dat de parkeerdruk in de openbare ruimte door een ruimtelijke ontwikkeling niet toeneemt. Een eventueel bestaand parkeertekort mag daarbij buiten beschouwing blijven. Als bestaande parkeerplaatsen gesaldeerd worden dan moeten deze parkeerplaatsen nu en in de toekomst in aantal aanwezig zijn en blijven. Bij het salderen van de bestaande parkeerbehoefte zijn de volgende uitgangspunten van toepassing:
Bij salderen wordt rekening gehouden met een verschuiving van het moment waarop de nieuwe functie een parkeerbehoefte heeft ten opzichte van de oude functie. De parkeerbehoefte van de bestaande - en nieuwe situatie wordt daarom voor ieder dagdeel tegen elkaar afgezet. Hiervoor moet gebruik gemaakt worden van aanwezigheidspercentages (bijlage 3). Het dagdeel waarop het verschil tussen de oude- en nieuwe parkeerbehoefte het hoogst is (maatgevend moment), wordt aangehouden als nieuwe parkeerbehoefte;
4.2.4 Stap 4: compensatie verlies parkeerplaatsen
Als door een ruimtelijke ontwikkeling parkeerplaatsen verdwijnen op eigen terrein of in de openbare ruimte, dan moet het verlies aan parkeerplaatsen worden gecompenseerd. Het aantal parkeerplaatsen dat verdwijnt door een ruimtelijke ontwikkeling moet bij de parkeerbehoefte opgeteld worden
4.2.5 Stap 5: vaststellen parkeeropgave
Bij deze stap wordt de parkeeropgave van de ruimtelijke ontwikkeling vastgesteld. De parkeeropgave is het aantal parkeerplaatsen dat daadwerkelijk gerealiseerd moet worden. Voor het bepalen van de parkeeropgave worden verschillende berekeningen uitgevoerd. De berekeningen worden tussentijds afgerond op 1 decimaal. Bij het vaststellen van de uiteindelijke parkeeropgave wordt afgerond op hele getallen. Daarbij wordt kleiner dan 0,5 naar beneden afgerond en groter of gelijk aan 0,5 naar boven afgerond.
Uitgangspunt is dat de parkeeropgave van een ruimtelijk ontwikkeling volledig op eigen terrein (of binnen het plangebied) wordt ingevuld. Als de parkeeropgave van een ruimtelijke ontwikkeling niet (volledig) kan worden ingevuld is er sprake van een negatieve parkeerbalans. In die situatie moet gekeken worden of aanpassing van het bouwvolume en/of een andere planinvulling mogelijk is.
De Nota Parkeernormen biedt bij woningbouw de mogelijkheid om deelmobiliteit in te zetten als middel om een deel van de parkeerbehoefte in te vullen. Iedere deelauto levert een correctie van 4 parkeerplaatsen op (5 parkeerplaatsen minder per deelauto en 1 parkeerplaats voor de deelauto).
Aan de inzet van deelmobiliteit worden onderstaande voorwaarden gekoppeld:
Wanneer het redelijkerwijs niet mogelijk is om een bouwplan aan te passen, moet in overleg met de gemeente beoordeeld worden of de parkeeropgave door middel van maatwerk kan worden ingevuld. Hierbij wordt benadrukt dat het geen vanzelfsprekendheid is dat in alle situaties met maatwerk de parkeeropgave kan worden ingevuld. Er zijn twee maatwerk oplossingen:
Maatwerkoplossing 1: vervangende private parkeerruimte
De parkeeropgave van een ruimtelijke ontwikkeling kan ook ingevuld worden op particulier terrein dat buiten het plangebied ligt. Hieraan worden de volgende voorwaarden gesteld:
Maatwerkoplossing 2: benutten openbare parkeercapaciteit
In overleg met de gemeente kan gekeken worden of een deel van de parkeeropgave in de openbare ruimte kan worden ingevuld. Hiervoor mogen maximaal 5 bestaande openbare parkeerplaatsen benut worden. Openbare ruimte is schaars en hiermee wordt voorkomen dat een ruimtelijke ontwikkeling een onevenredig beslag op de openbare parkeercapaciteit legt. Wanneer openbare parkeerplaatsen benut worden moet de initiatiefnemer aantonen dat in de openbare ruimte voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Hiervoor moet een parkeeronderzoek uitgevoerd worden.
Aan een parkeeronderzoek worden de volgende voorwaarden gesteld:
Wanneer blijkt dat ook met de maatwerkoplossingen het niet mogelijk is om de volledige parkeer-opgave in te vullen moet geconcludeerd worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet past en zal door initiatiefnemer naar aanpassing van het bouwvolume en/of een andere planinvulling gekeken moeten worden.
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden op 10 maart 2026
Mw. A.J.M.H. van de Ven
Burgemeester
Dhr. J.P.P.S. Ruyters
Secretaris
Bijlage 2: Parkeernormen Reusel - De Mierden
In deze bijlage zijn voor onderstaande functiegroepen parkeernormen opgenomen:
De parkeernormen in de Nota Parkeernormen zijn gepresenteerd naar eenheden. Daarbij wordt veel de term bvo gebruikt. Bvo staat voor Bruto Vloer Oppervlak en betreft de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een gebouw gemeten (volgens NEN 2580) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen.
Parkeernormen boodschappen en winkelen
Parkeernormen sport, cultuur en ontspanning 1/2
Parkeernormen sport, cultuur en ontspanning 2/2
Parkeernormen horeca en verblijfsrecreatie
Parkeernormen gezondheid en (sociale) voorzieningen
Halen en brengen bij basisscholen, crèches en kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, voor- en naschoolse kinderopvang
Voor het bepalen van de parkeerbehoefte voor halen en brengen bij basisscholen, crèches en kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, voor- en naschoolse kinderopvang dient gebruik gemaakt te worden van de Parkeervraagcalculator (of diens opvolger) van het CROW.
Bijlage 3: Aanwezigheidspercentages
Onderstaande aanwezigheidspercentages zijn afkomstig uit CROW-publicatie 744. Voor bepaalde functies (bijv. café/bar/cafetaria) zijn geen aanwezigheidspercentages beschikbaar. Bij het bepalen van de aanwezigheidspercentages voor deze functies moet door de initiatiefnemer een onderbouwde aanname bijvoorbeeld op basis van bijvoorbeeld de bedrijfsvoering gedaan worden.
In Lage Mierde worden op een braakliggend terrein 6 woningen gebouwd:
- 2 vrijstaande woningen met een garage en dubbele oprit
- 4 twee-onder-een-kap woningen met een lange oprit zonder garage
In het plangebied wordt 4 openbare parkeerplaatsen aangelegd.
Stap 1: normatieve parkeerbehoefte
De normatieve parkeerbehoefte is vastgesteld op basis van het ruimtelijke programma en parkeernormen uit bijlage 2. De parkeerplaatsen op eigen terrein bij de woningen worden op basis van de berekeningsaantallen uit tabel 3 als volgt meegerekend:
- garage en dubbele oprit = 2,1 parkeerplaats
- lange oprit = 1,5 parkeerplaats
Stap 2: maatgevende parkeerbehoefte
Omdat sprake is van woningbouw, en gedeeld gebruik van de openbare parkeerplaatsen kan plaatsvinden moet de normatieve parkeerbehoefte vertaald worden naar de maatgevende parkeerbehoefte. Hiervoor is de normatieve parkeerbehoefte met aanwezigheidspercentages uit bijlage 3 vermenigvuldigd.
De maatgevende parkeerbehoefte treedt op zaterdagavond op en bedraagt dan 2,5 parkeerplaatsen.
In deze situatie is sprake van nieuwbouw en is er geen bestaande situatie waarmee gesaldeerd kan worden.
Stap 4: compensatie verlies parkeercapaciteit
Door dit bouwplan verdwijnen geen parkeerplaatsen
Stap 5: vaststellen parkeeropgave
De parkeeropgave van dit bouwplan bedraagt 2,5 parkeerplaatsen. Dit zijn afgerond 3 parkeerplaatsen.
Er worden 4 openbare parkeerplaatsen aangelegd. Hieruit wordt geconcludeerd dat het plan voorziet in de aanleg van voldoende parkeerplaatsen. Er wordt per saldo 1 parkeerplaats te veel aangelegd.
In het centrum van Reusel worden op een braakliggend terrein 40 nieuwe appartementen gebouwd:
- 20 sociale huur 55 m2 bvo (doelgroep jongvolwassenen)
- 20 koopappartementen 80 m2 bvo
In het gebouw komt 200 m2 bvo detailhandel en een restaurant (150 m2 bvo). Er wordt een parkeerterrein met 40 parkeerplaatsen aangelegd. Voor de bewoners van de 20 sociale huur appartementen wordt één deelauto ingezet. Verder verdwijnen door de aanleg van het parkeerterrein 2 openbare parkeerplaatsen.
Stap 1: normatieve parkeerbehoefte
De normatieve parkeerbehoefte is vastgesteld op basis van het ruimtelijke programma en parkeernormen uit bijlage 2.
Stap 2: maatgevende parkeerbehoefte
Omdat sprake is van meerdere functies en woningbouw moet de normatieve parkeerbehoefte vertaald worden naar de maatgevende parkeerbehoefte. Hiervoor is de normatieve parkeerbehoefte met aanwezigheidspercentages uit bijlage 3 vermenigvuldigd.
De maatgevende parkeerbehoefte treedt op zaterdagmiddag op en bedraagt dan 49,1 parkeerplaatsen.
In deze situatie is sprake van nieuwbouw op een braakliggend terrein en kan niet met de bestaande situatie gesaldeerd worden.
Stap 4: compensatie verlies parkeercapaciteit
Door dit bouwplan verdwijnen 2 openbare parkeerplaatsen die gecompenseerd moeten worden.
Stap 5: vaststellen parkeeropgave
De parkeeropgave van dit bouwplan bedraagt 49,1 + 1 = 50,1 parkeerplaatsen. Dit zijn afgerond 50 parkeerplaatsen.
Er worden 40 parkeerplaatsen aangelegd en er wordt één deelauto ingezet. Voor de deelauto mag een correctie van 4 parkeerplaatsen op de parkeeropgave worden toegepast. Dit betekent dat de parkeeropgave verlaagd wordt naar 50 – 4 = 46 parkeerplaatsen. Er worden maar 40 parkeerplaatsen aangelegd. Er worden 6 parkeerplaatsen te weinig aangelegd.
Een bestaand kantoorgebouw van 800 m2 bvo in Reusel wordt getransformeerd naar 10 koopappartementen van ieder 80 m2 bvo. Het kantoor beschikt over een parkeerterrein met 12 parkeerplaatsen. Dit parkeerterrein blijft behouden.
Stap 1: normatieve parkeerbehoefte
De normatieve parkeerbehoefte is vastgesteld op basis van het ruimtelijke programma en parkeernormen uit bijlage 2.
De normatieve parkeerbehoefte bedraagt 16,0 parkeerplaatsen.
Stap 2: maatgevende parkeerbehoefte
Omdat sprake is van woningbouw en bewoners en bezoekers van dezelfde parkeerplaatsen gebruik maken moet de normatieve parkeerbehoefte omgerekend worden naar de maatgevende parkeerbehoefte. Hiervoor is de normatieve parkeerbehoefte met aanwezigheidspercentages uit bijlage 3 vermenigvuldigd.
De maatgevende parkeerbehoefte treedt op de werkdagavond op en bedraagt dan 14,1 parkeerplaatsen.
In deze situatie is sprake van een functiewijziging waardoor de parkeerbehoefte van de bestaande situatie gesaldeerd moet worden. Voor het bepalen van de bestaande parkeerbehoefte worden stap 1 en 2 herhaald.
Stap 1: normatieve parkeerbehoefte (bestaand)
De normatieve parkeerbehoefte is vastgesteld op basis 800 m2 kantoor en parkeernormen uit bijlage 2.
De normatieve parkeerbehoefte van de bestaande situatie bedraagt 20,4 parkeerplaatsen.
Stap 2: maatgevende parkeerbehoefte (bestaand)
Omdat sprake is van een functiewijziging en hierdoor een verschuiving van de parkeerbehoefte kan optreden moet ook de maatgevende parkeerbehoefte bepaald worden. Hiervoor is de normatieve par-keerbehoefte vermenigvuldigd met aanwezigheidspercentages uit bijlage 3. Door het bestaande aantal parkeerplaatsen in mindering te brengen op de maatgevende parkeerbehoefte wordt berekend of in de bestaande situatie sprake is van een parkeertekort of -overschot.
De maatgevende parkeerbehoefte treedt op de werkdagochtend en -middag op en bedraagt dan 20,4 parkeerplaatsen. In de bestaande situatie zijn maar 12 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. Op deze momenten is daarom sprake van een parkeertekort. Op alle andere momenten is sprake van een parkeeroverschot.
Stap 3 (vervolg): salderen bestaande en nieuwe parkeerbehoefte
Na salderen treedt de maatgevende parkeerbehoefte op de werkdagnacht op en bedraagt dan 14,0 parkeerplaatsen.
Stap 4: compensatie verlies parkeercapaciteit
Door dit bouwplan verdwijnen geen parkeerplaatsen
Stap 5: vaststellen parkeeropgave
De parkeeropgave van dit bouwplan bedraagt 14 parkeerplaatsen.
Op eigen terrein is een parkeerterrein met 12 parkeerplaatsen aanwezig. De parkeeropgave bedraagt 14 parkeerplaatsen bedraagt er is daarom een tekort van 2 parkeerplaatsen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-253887.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.