Gemeenteblad van Dronten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dronten | Gemeenteblad 2026, 253671 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dronten | Gemeenteblad 2026, 253671 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Algemene plaatselijke verordening Dronten 2026
De raad van de gemeente Dronten,
overwegende dat de Algemene plaatselijke verordening Dronten wordt aangepast en geactualiseerd naar aanleiding van de inwerking van de Omgevingswet waardoor de actualiteit, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de Algemene plaatselijke verordening verbetert.
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Dronten d.d. 31 maart 2026
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,
I. De Algemene plaatselijke verordening Dronten 2026 (doc nr. 852543) vast te stellen:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning en ontheffing
De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
Afdeling 1. Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden
Artikel 2:1 Verstoring van de openbare orde
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426bis en 431 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw, op enigerlei wijze de openbare orde te verstoren, dan wel met het oog op verstoring van de openbare orde:
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 36 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 2:10 Voorwerpen op, boven, in of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan
[vervallen, opgenomen in artikel 2:7 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
[vervallen, opgenomen in artikel 2:8 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
[vervallen, opgenomen in artikel 2:9 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid en verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
[vervallen, opgenomen in artikel 2:10 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, trottoirkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
[vervallen, opgenomen in artikel 2:12 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:25 Evenementenvergunning
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel 2:28b Intrekkingsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt een exploitatievergunning ingetrokken als:
zich in of in de nabijheid van de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die - naar het oordeel van de burgemeester – de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid, het woon- en leefklimaat of de zedelijkheid;
Ten aanzien van openbare inrichtingen waarvan de exploitatievergunningen ingevolge het eerste lid onder c van dit artikel wordt ingetrokken kan tevens worden bepaald dat een exploitatievergunning voor de desbetreffende locatie gedurende een bepaalde termijn van maximaal vijf jaar zal worden geweigerd.
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de alcoholwet
Artikel 2:34a schenktijden paracommerciële rechtspersonen
Voor zover er bij paracommerciële rechtspersonen als bedoeld in het eerste lid verenigings- of wedstrijdactiviteiten plaatsvinden die eindigen tijdens het laatste uur vóór het verlopen of na afloop van de in dat lid genoemde schenktijden, is het deze paracommerciële rechtspersonen toegestaan, in aanvulling op de schenktijden genoemd in dat lid, alcoholhoudende drank te verstrekken tot één uur na beëindiging van deze activiteiten.
Paracommerciële rechtspersonen waarbij het faciliteren van sociale interactie direct voortvloeit uit de doelstellingen, zoals studentenverenigingen, studentensportverenigingen en dorpshuizen, verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank na 18.00 uur en tot 02.00 uur daaraanvolgend. Overige paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met één uur voor aanvang en eindigende met één uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon.
Artikel 2:34b Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen
Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging.
Artikel 2:34f Verbod happy hours
Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit op of het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
Afdeling 8. Maatregel ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Artikel 2:42 Plakken en kladden
[vervallen, opgenomen in artikel 2:13 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.
[vervallen, opgenomen in artikel 2:14 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:44 Vervoer inbrekers/diefstal werktuigen
Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke
[vervallen, opgenomen in artikel 2:15 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.
[vervallen, opgenomen in artikel 2:16 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik en glasoverlast
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, op het openbaar water of in een voor het publiek toegankelijk gebouw, alcoholhoudende dranken te nuttigen of in aangebroken flessen, blikjes en dergelijke bij zich te hebben indien dit gepaard gaat met gedrag dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat aantast of dit anderszins overlast veroorzaakt of indien hiervoor gerechtvaardigde vrees bestaat.
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.
[vervallen, opgenomen in artikel 2:17 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.
[vervallen, opgenomen in artikel 2:18 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:57 Loslopende honden en verboden plaatsen
[vervallen, opgenomen in artikel 2:19 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
[vervallen, opgenomen in artikel 2:20 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid of heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren
[vervallen, opgenomen in artikel 2:21 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.
Afdeling 9. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:74 Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen weg indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1 van de Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:76 Preventief fouilleren / Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door onder andere de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een tijdelijk verbod opleggen om ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
De burgemeester kan een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid opleggen. Als de burgemeester een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen en/of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.
Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet.
Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning.
Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf
Een vergunning wordt geweigerd als:
er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd:
voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:7, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking;
Artikel 3:8 Melding gewijzigde omstandigheden
De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:6, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.
Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees
Artikel 3:11 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf
De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.
Afdeling 4. Overige bepalingen
Artikel 3:18 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt.
Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
[vervallen, opgenomen in artikel 2:25 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
[vervallen, opgenomen in artikel 2:26 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:5 Onversterkte muziek
[vervallen, opgenomen in artikel 2:27 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:6 Overige geluidhinder
[vervallen, opgenomen in artikel 2:28 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht
[vervallen, opgenomen in artikel 2:29 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen
Het is eenieder verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden
Artikel 4:10 Begripsbepalingen
[vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
[vervallen, opgenomen in artikel 2:37 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
[vervallen, opgenomen in artikel 2:42 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
[vervallen, opgenomen in artikel 2:43 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:4 Defecte voertuigen
[vervallen, opgenomen in artikel 2:44 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.
[vervallen, opgenomen in artikel 2:46 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen
[vervallen, opgenomen in artikel 2:47 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen
[vervallen, opgenomen in artikel 2:48 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
[vervallen, opgenomen in artikel 2:49 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan
[vervallen, opgenomen in artikel 2:50 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
[vervallen, opgenomen in artikel 2:54 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:23a Begripsomschrijvingen
[vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
[vervallen, opgenomen in artikel 2:57 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
[vervallen, opgenomen in artikel 2:58 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats
[vervallen, opgenomen in artikel 2:59 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:27a Afmeren anders dan bij een aangewezen ligplaats door middel van stilliggen, ankeren, meren, of op enigerlei andere wijze met de vaste grond verbinden van een vaartuig
[vervallen, opgenomen in artikel 2:60 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
[vervallen, opgenomen in artikel 2:61 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:1, 2:6, 2:14, 2:16 tot en met 2:18, 2:23, 2:25, 2:26, 2:28 tot en met 2:33, 2:36, 2:38, 2:39, 2:41, 2:44, 2:47 tot en met 2:50, 2:59 tot en met 2:59a, 2:62, 2:73 tot en met 2:74a, 3:4, 3:6 tot en met 3:11, 3:14, 3:15, 4:8, 5:15, 5:23, 5:29 tot en met 5:31 alsmede de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Dronten, gehouden op 13 mei 2026.
De griffier,
P.T.J. Pels
De voorzitter,
drs. J.P. Gebben
Bijlage 1; Waardevolle particuliere bomen 2026
[Vervallen, opgenomen als Bijlage 1 bij de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Als niet-commerciële organisatie in de zin van dit artikel worden aangemerkt:
- (lokale) politieke partijen;
- Goede doelen; goede doelen met CBF keurmerk of lokaal goed gekeurde goede doelen.
De gebieden waarvoor dit artikel geldt zullen door het college aangewezen in het uitvoeringsbesluit behorend bij de Apv.
Bij het verspreiden en aanbieden van gedrukte of geschreven stukken op andermans terrein, tijdens evenementen en markten moet rekening worden gehouden dat toestemming dient te worden gevraagd aan respectievelijk de eigenaar, organisator dan wel de marktmeester.
Commerciële organisaties dienen op grond van dit artikel een ontheffing aan te vragen voor het aanbieden van gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder het publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
Niet in alle gevallen zal bij het verspreiden of aanbieden van gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen sprake zijn van een vast punt van waaruit stukken of afbeeldingen worden verspreid of aangeboden. Dit kan ook al lopen of op een andere manier voortbewegend in een bepaald gebeid worden gedaan. Hierom is gekozen het woord “verspreidingsgebied” te hanteren.
Dit betekent bij een vast verspreidingspunt dat weggegooide geschreven of gedrukte stukken dan wel afbeelding binnen een straal van 50 meter rondom dit punt opgeruimd dienen te worden door de organisator. Is er geen vast punt maar een gebeid waarin stukken of afbeeldingen worden verspreid dan wel aangeboden dan betekent het dat aangeboden stukken of afbeeldingen die zijn weggegooid in een straal van 50 meter rondom dat gebied dienen te worden opgeruimd door de organisator.
Artikel 2:24 Begripsbepaling/Artikel 2:25 Evenementenvergunning
Wanneer een feest voor publiek toegankelijk is, is er sprake van een vergunningplichtige activiteit omdat het valt onder de reikwijdte van de definitie van artikel 2:24, eerste lid. Het feest kan als een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak worden aangemerkt.
Besloten feesten daarentegen vallen niet onder de reikwijdte van de evenementenbepaling omdat deze activiteit niet een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak is. Bijvoorbeeld bij het houden van een bedrijfsfeest waar aan de hand van uitnodigingenlijsten publiek aanwezig is, is er geen sprake van een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Maar wanneer een feest een “besloten” karakter heeft en er publiekelijk kaarten worden verkocht en/of reclame wordt gemaakt, is er sprake van een evenement.
De gemeente kan bij feesten waarvoor geen vergunning nodig is, optreden wanneer deze bijvoorbeeld worden georganiseerd in ruimten strijdig met het omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan). Zie de uitspraak met betrekking tot het verplicht handhavend optreden bij schuurfeesten: ABRvS 02-04-1999, ECLI:NL:RVS:1999:BL3041. Ook in het kader van de WVW 1994 kan worden opgetreden in geval van parkeer- en verkeersoverlast.
Wanneer een feest al dan niet besloten “op of aan de weg” plaatsvindt, is dit een vergunningplichtige activiteit omdat het plaats vindt op doorgaans voor publiek toegankelijk gebied. Het feit dat het feest besloten is, dus niet voor publiek toegankelijk, doet daar niets aan af. Optreden van muziekkorpsen, muziekbandjes, et cetera die voor iedereen toegankelijk zijn (zowel in een inrichting als in de buitenlucht) vallen onder de vergunningplicht van artikel 2:25.
Feesten/activiteiten die gehouden worden en niet behoren tot de normale bedrijfsvoering (bijvoorbeeld een optreden van een bekende diskjockey of een optreden van een bekende band) zijn op grond van artikel 2.2.2 (oud, thans 2:24, 2:25 APV) vergunningplichtig (ABRvS 11-01-2006, ECLI:NL:RVS:2006:AU9388 (Ghostship/Ghosthouse)). De onderstaande punten hebben in dit geval geleid tot het oordeel dat het niet tot de reguliere bedrijfsvoering behoorde:
Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf
Het doel van de exploitatievergunning is het bevorderen van de openbare orde en veiligheid. Daarvoor kan een onderzoek in het kader van de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) worden geëist.
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
Voor paracommerciële horeca instellingen gelden in Dronten de sluitingstijden zoals genoemd in art. 2:29 van de Apv. Voor de commerciële horeca gelden in beginsel geen sluitingstijden. Het kan echter in sommige gevallen wel nodig zijn om tijdelijk sluitingstijden of sluiting van een horeca instelling op te leggen.
Door het begrip “openbare inrichtingen” te hanteren in dit artikel,waar zowel commerciële als wel paracommerciële horeca onder vallen, is het expliciet bedoeld en mogelijk om tijdelijke sluitingstijden in te kunnen stellen voor commerciële horeca inrichtingen en paracommerciële inrichtingen.
Omdat in 2000 de strafbaarstelling van bedelarij uit het Wetboek van Strafrecht (voormalig artikel 432) is verdwenen, kan de politie hiertegen niet of nauwelijks meer optreden. Bij de opheffing van de strafbaarstelling heeft de wetgever echter expliciet de mogelijkheid opengehouden om op basis van de gemeentelijke autonomie zo nodig een regeling ter zake van bedelarij in het leven te roepen, indien dit gedrag de openbare orde verstoort of dreigt te verstoren. In 2006 is daarom in de model-APV bovenstaand artikel opgenomen dat beoogt bedelarij tegen te gaan. Op grond van dit artikel kan het college gebieden aanwijzen waar een bedelverbod geldt. Wanneer er naar het oordeel van het college een overlast gevende situatie in een bepaald gebied ontstaat, kan het dus een verbod instellen.
Overigens valt het spelen van straatmuziek en vervolgens vragen om een geldelijke bijdrage aan toehoorders en passanten niet onder dit bedelverbod, maar onder de regeling van artikel 2:9.
Ook de verkoop van daklozenkranten valt niet onder dit verbod. Deze kan immers niet verbonden worden aan een vergunning vanwege strijd met de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet.
Er zijn tot op heden geen gebieden aangewezen op grond van artikel 2:65 omdat er geen sprake is van overlast door bedelen. Mocht er overlast ontstaan, kan het college gebieden aanwijzen.
Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht
Bij een regeling tot effectieve helingbestrijding mag een bepaling betreffende de vervreemding van door opkoop verkregen goederen niet ontbreken. Artikel 2:68, onder d, voorziet hierin.
De bepaling sluit nauw aan op hetgeen bepaald in artikel 437, eerste lid, onder d en f, WvSr.
Daar is de handelaar et cetera die in strijd met een schriftelijke last van de burgemeester (of een vanwege hem gegeven last) bepaalde goederen vervreemdt, of niet in bewaring geeft, of die niet voldoet aan de daarbij gegeven aanwijzingen, strafbaar gesteld. In onderdeel d is gekozen voor een termijn van zeven dagen, zodat de bedrijfsvoering van de handelaren niet al te zeer wordt belemmerd en er voldoende tijd is voor de politie om eventueel onderzoek te doen.
Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik
Sommige druggebruikers gebruiken hun (hard) drugs - of treffen daartoe voorbereidingen - in het openbaar. Dit veroorzaakt veel gevoelens van onbehagen en onveiligheid bij het publiek. Op basis van dit artikel kan de politie overgaan tot aanhouding van de betrokken gebruikers, het opleggen van HALT straffen aan jeugdigen of deze van bepaalde - bij hen favoriete - plekken wegsturen. Ook kan de politie de voorwerpen waarmee de overtreding wordt gepleegd (hulpmiddelen, drugs) strafrechtelijk in beslag nemen.
In het kader van de hulpverlening komt het voor, dat ook "veldwerkers" van de GGD of van andere hulpverlenende instanties op de weg in het bezit zijn van voorwerpen of stoffen, die worden gehanteerd bij drugsgebruik. Deze veldwerkers vallen desondanks niet onder deze strafbepaling, omdat zij deze voorwerpen of stoffen "ambtshalve" bij zich hebben en daarmee geen overlast veroorzaken. Het in dit artikel gestelde verbod is in beginsel gerelateerd aan het (openlijk) gebruik van drugs en richt zich dus tot de druggebruikers.
Dat het artikel alleen ziet op het gebruik van drugs heeft ook te maken met de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 juli 2011 [zaaknummer 201009884/1/H3].
Voor een gemeentelijke verbodsbepaling is volgens de Afdeling geen ruimte, indien deze handelingen reeds verboden zijn op grond van artikel 3, aanhef en onder c, van de Opiumwet, en strafbaar gesteld op grond van artikel 11, eerste lid, van de Opiumwet.
Op grond van de huidige redactie van artikel 2:74a bestaat er geen overlap bestaat met de artikel 2 en 3 van de Opiumwet. En dergelijke strafbepaling in de APV is gerechtvaardigd en niet in strijd met bovengenoemde uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, nu het artikel enkel ziet op het gebruik van drugs.
Daarbij heeft de Hoge Raad ten aanzien van dit specifieke artikel geoordeeld dat deze de verordende bevoegdheid van de gemeente raad niet te buiten gaat. (HR, 13/10/2015, ECLI:NL:PHR:2015:706).
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Uit de wet volgt dat dit instrument is bedoeld als een ultimum remedium. Het tweede lid regelt dat het instrument van de bestuursdwang (voor de goede orde, dat impliceert dat de burgemeester ook een last onder dwangsom kan opleggen) alleen wordt ingezet als er geen andere geschikte manier voorhanden is om de overlast aan te pakken. Bij een besluit om op grond van deze bepaling een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te leggen zal de burgemeester dus moeten motiveren dat er geen andere geschikte instrumenten waren om de woonoverlast tegen te gaan. Het meest overtuigend zou zijn als uit het dossier blijkt dat andere instrumenten als buurtbemiddeling al zijn geprobeerd zonder het gewenste resultaat.
Het ultimum remediumkarakter geldt in nog sterkere mate als er sprake is van een huisverbod als bedoeld in het derde lid van artikel 151d. Een zo zware maatregel, die een inbreuk betekent op het grondwettelijk beschermde woonrecht, is alleen mogelijk wanneer de ernst van de situatie dat eist en er werkelijk geen andere optie meer open staat.
Dit lid is geformuleerd als een zorgplichtbepaling. een bewoner hoort zich zo te gedragen dat zijn of haar buren daar geen ernstige hinder van ondervinden. Bij ernstige en herhaaldelijke hinder kan ook de verhuurder worden aangesproken.
Als last onder bestuursdwang of dwangsom kan de burgemeester gedragsaanwijzingen opleggen aan de overtreder. Het tweede lid schrijft ook oor dat de burgemeester in beleidsregels vastlegt hoe hij of zij invulling geeft aan deze bevoegdheid.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1:3 Indiening aanvraag [vervallen]
Artikel 1:3a Melding [vervallen]
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning en ontheffing
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Artikel 1:9 Toonplicht [vervallen]
Artikel 1:10 Lex silencio positivo niet van toepassing [vervallen]
Afdeling 1. Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden
Artikel 2:1 Verstoring van de openbare orde
Artikel 2:2 Optochten [vervallen]
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
Artikel 2:4 Afwijking termijn [vervallen]
Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens [vervallen]
Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. [vervallen]
Artikel 2:8 Dienstverlening [vervallen]
Artikel 2:9 vertoningen op openbare plaatsen
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 2:10 Voorwerpen op, boven, in of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan [vervallen, VFL]
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg [vervallen, VFL]
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg [vervallen, VFL]
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid en verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden [vervallen]
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp [vervallen, VFL]
Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.
Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. [gereserveerd]
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
Artikel 2:20 Vallende voorwerpen [vervallen]
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn [vervallen, VFL]
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
Artikel 2:25 Evenementenvergunning
Artikel 2:25A nadere regels evenementen
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel 2:27a Indieningsvereisten
Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting
Artikel 2:28a Terrassen bij openbare inrichtingen zonder exploitatievergunning
Artikel 2:28b Intrekkingsgronden
Artikel 2:28b Vervallen vergunning
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
Artikel 2:31 Verboden gedragingen
Artikel 2:31a Aanwezigheid leidinggevende
Artikel 2:31b Melden bijschrijven leidinggevende
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de alcoholwet
Artikel 2:34a schenktijden paracommerciële rechtspersonen
Artikel 2:34b bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen
Artikel 2:34 c, d, e [gereserveerd]
Artikel 2:34f verbod happy hours
Artikel 2:34g Verbod verstrekking sterke drank paracommerciële rechtspersoon
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie
Artikel 2:37 Nachtregister [vervallen]
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Artikel 2:39 Speelgelegenheden
Artikel 2:40 Kansspelautomaten
Afdeling 8. Maatregel ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
Artikel 2:42 Plakken en kladden [vervallen, VFL]
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. [vervallen, VFL]
Artikel 2:44 Vervoer inbrekers/diefstal werktuigen
Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke [vervallen, VFL]
Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. [vervallen, VFL]
Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik en glasoverlast
Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. [vervallen, VFL]
Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d. [vervallen, VFL]
Artikel 2:53 Bespieden van personen [gereserveerd]
Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur [vervallen]
Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren [vervallen]
Artikel 2:56 Alarminstallaties [vervallen]
Artikel 2:57 Loslopende honden en verboden plaatsen [vervallen, VFL]
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden [vervallen, VFL]
Artikel 2:58a Verontreiniging door paarden [vervallen]
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden
Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren [vervallen, VFL]
Artikel 2:61 Wilde dieren [vervallen]
Artikel 2:62 Loslopend vee [vervallen, VFL]
Artikel 2:63 Duiven [vervallen, VFL]
Artikel 2:64 Bijen [vervallen, VFL]
Afdeling 9. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht
Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen [vervallen]
Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven [vervallen]
Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen.
Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
Artikel 2:73b Carbidbussen meevoeren
Artikel 2:74 Drugshandel op straat
Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik
Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
Artikel 2:76 Preventief fouilleren / Veiligheidsrisicogebieden
Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen
Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
HOOFDSTUK 3. REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf
Artikel 3:6 Eisen met betrekking tot vergunning
Artikel 3:7 Intrekkingsgronden
Artikel 3:8 Melding gewijzigde omstandigheden
Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf
Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven
Artikel 3:9 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang
Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees
Artikel 3:11 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf
Artikel 3:13 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf
Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie
Artikel 3:15 Straatprostitutie
Artikel 3:16 Handhaving straatprostitutie
Afdeling 4. Overige bepalingen
Artikel 3:17 Verbodsbepalingen klanten
Artikel 3:18 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
HOOFDSTUK 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting
Artikel 4:1 Definities [vervallen, VFL]
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten [vervallen, VFL]
Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten [vervallen, VFL]
Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten [vervallen]
Artikel 4:5 Onversterkte muziek [vervallen, VFL]
Artikel 4:6 Overige geluidhinder [vervallen, VFL]
Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht [vervallen, VFL]
Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren [vervallen, VFL]
Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d. [vervallen, VFL]
Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel 4:7 Straatvegen [vervallen, VFL]
Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen
Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen [vervallen, VFL]
Artikel 4:9a Oplaten van ballonnen [vervallen, VFL]
Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden
Artikel 4:10 Begripsbepalingen [vervallen, VFL]
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden [vervallen, VFL]
Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege [vervallen]
Artikel 4:12a Afstand beplanting [vervallen, VFL]
Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. [vervallen, VFL]
Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen [vervallen, VFL]
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame [vervallen, VFL]
Artikel 4:16 Vergunningsplicht (licht)reclame / verwijsborden [vervallen, VFL]
Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen
Artikel 4:17 Begripsbepaling [vervallen, VFL]
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen [vervallen, VFL]
Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen [vervallen, VFL]
HOOFDSTUK 5. ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
Artikel 5:1 Begripsbepalingen [vervallen]
Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. [vervallen, VFL]
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen [vervallen, VFL]
Artikel 5:4 Defecte voertuigen [vervallen, VFL]
Artikel 5:5 Voertuigwrakken [vervallen, VFL]
Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. [vervallen, VFL]
Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen [vervallen, VFL]
Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen [vervallen, VFL]
Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen [vervallen, VFL]
Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan [vervallen, VFL]
Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen [vervallen, VFL]
Artikel 5:12 Overlast van voertuigen [vervallen, VFL]
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen [vervallen, VFL]
Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting
Artikel 5:17 Begripsbepaling [vervallen, VFL]
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden [vervallen, VFL]
Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende [vervallen, VFL]
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen [vervallen, VFL]
Artikel 5:22 Definitie [vervallen, VFL]
Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt [gereserveerd]
Artikel 5:23a Begripsomschrijvingen [vervallen, VFL]
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water [vervallen, VFL]
Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen [vervallen, VFL]
Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats [vervallen]
Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats [vervallen, VFL]
Artikel 5:27a Afmeren anders dan bij een aangewezen ligplaats door middel van stilliggen, ankeren, meren, of op enigerlei andere wijze met de vaste grond verbinden van een vaartuig [vervallen, VFL]
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken [vervallen, VFL]
Artikel 5:30 Veiligheid op het water
Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen
Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Artikel 5:32 Crossterreinen [vervallen, VFL]
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden [vervallen, VFL]
Afdeling 8. Verbod vuur te stoken
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken [vervallen, VFL]
Afdeling 9. Verstrooiing van as
Artikel 5:35 Begripsbepaling [vervallen, VFL]
Artikel 5:36 Verboden plaatsen [vervallen, VFL]
Artikel 5:37 Hinder of overlast [vervallen, VFL]
HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 6:3 Binnentreden woningen
Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
BIJLAGE 1; Waardevolle particuliere bomen 2016 (VERVALLEN)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-253671.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.