Gemeenteblad van Dinkelland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dinkelland | Gemeenteblad 2026, 251095 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dinkelland | Gemeenteblad 2026, 251095 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels Sociaal Medische Indicatie Dinkelland 2026
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
In de nadere regels en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
toetsingsinkomen: het inkomen van ouders gebaseerd op de bruto bijstandsnorm als bedoeld in de Participatiewet dan wel het toetsingsinkomen volgens de Kinderopvangtoeslagtabel van het Besluit kinderopvangtoeslag geldend in het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
Voor de vaststelling van het toetsingsinkomen gelden:
Artikel 4.1 Hoogte van de ouderbijdrage
Voor ouders met een hoger inkomen dan bedoeld in het tweede lid wordt de ouderbijdrage vastgesteld op basis van de hoogte van het toetsingsinkomen en het percentage van de maximaal te vergoeden kosten van SMI-kinderopvang per kind volgens bijlage 1 behorend bij artikel 6 van het Besluit Kinderopvangtoeslag.
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze nadere regels, als toepassing van deze regeling gelet op het belang van de ouder of het kind of beiden tot onbillijkheden van overwegende aard leiden.
De tegemoetkoming kinderopvang op grond van een SMI moet worden gezien als een vangnetregeling die de mogelijkheid geeft om ouders tijdelijk financieel te ondersteunen in de kosten van de kinderopvang, omdat zij (nog) niet onder de doelgroep van Wko vallen en dus nog geen KinderOpvangToeslag van de Belastingdienst ontvangen. Het budget voor kinderopvang voor deze doelgroep SMI is door de wetgever toegevoegd aan de algemene middelen van het gemeentefonds en wordt aangemerkt als een algemene uitkering. Daaraan worden geen voorwaarden gesteld. Het Rijk heeft ook geen voorwaarden of beperkingen opgelegd (beoogd) aan de vormgeving van het gemeentelijk beleid voor de doelgroep SMI.
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.
Hoofdstuk 2. Doelgroep en aanvraag
Artikel 2.1 Doelgroep en tegemoetkoming
Dit artikel bepaalt, bij de door de gemeenteraad gegeven delegatieopdracht, de doelgroep van de SMI-kinderopvang. Factoren die daartoe aanleiding geven kunnen gelegen zijn in de ouder(s) en het kind of bij beiden. Een tegemoetkoming in de kosten van de SMI-kinderopvang kan vanzelfsprekend alleen worden verstrekt aan ouders met een Sociaal Medische Indicatie (SMI).
Als er sprake is van de mogelijkheid om problemen hanteerbaar te maken of weg te nemen dan is professionele begeleiding vaak noodzakelijk. De aanvrager heeft hierin ook een belangrijke eigen verantwoordelijkheid. We vinden het daarnaast van belang dat mensen zelfredzaam zijn en dit ook naar vermogen nastreven.
Artikel 2.2 Informatie bij de aanvraag
Dit artikel bepaalt, bij de door de gemeenteraad gegeven delegatieopdracht, dat de aanvraag voorzien moet zijn van de genoemde bijlage. Op basis daarvan kan het college noodzaak van de SMI-kinderopvang vaststellen. Zonder deze bijlage is de aanvraag niet compleet en kan het college onder toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht de aanvraag buiten behandeling laten.
Artikel 2.3 Voorliggende voorziening
Een voorliggende voorziening betreft iedere voorziening waar de aanvrager een beroep op kan doen ter bekostiging van specifieke uitgaven en ter verwerving van middelen, of ondersteuning die voorziet in een passende oplossing. Het is niet mogelijk om een vergoeding te verstrekken voor kosten waar sprake is van een voorliggende voorziening. Het college verstaat onder een voorliggende voorziening: de Wet kinderopvang, waarvoor ouders KinderOpvangToeslag ontvangen; algemene wet op bijzondere ziektekosten AWBZ; een vergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning Wmo; een vergoeding op grond van de Wet langdurige zorg Wlz; een vergoeding op grond van de zorgverzekeringswet Zvw; voorzieningen voor voorschoolse en vroegschoolse educatie vve; voorzieningen voor peuterspeelzaalwerk; de mogelijkheid voor informele opvang, bijvoorbeeld bij familieleden, buurtgenoten of vrienden; andere ondersteuning uit het voorliggend veld waarmee een passende oplossing wordt geboden. Indien gebruik wordt gemaakt van één of meerdere van deze lijst van voorliggende voorzieningen, weigert het college de tegemoetkoming.
Wel zal altijd getoetst moeten worden of de voorliggende voorziening toereikend en passend is gelet op het doel waar deze voor bestemd is. Wanneer dit niet het geval is, kan aanvullend op de voorliggende voorziening genoemd bij artikel 4 lid 1 sub i een tegemoetkoming worden toegekend.
Hoofdstuk 3. Omvang en duur van de indicatie
Dit artikel regelt de duur van de indicatie. Die kan voor negen maanden, maar ook voor een kortere periode zijn. Dat laatste zal doorgaans aan de orde zijn als duidelijk is dat de noodzaak voor kinderopvang voor minder dan negen maanden wordt vastgesteld of het kind binnen een jaar naar het voortgezet onderwijs gaat. Het toekennen van SMI gaat om een tijdelijke oplossing; mocht er na negen maanden SMI een verlenging van de indicatie nodig zijn, dan mag er nog maximaal 2 keer negen maanden verlengd worden. Verder geeft dit artikel het college de bevoegdheid om tussentijds een heronderzoek uit te voeren.
Artikel 3.2 Aantal uren per leeftijdsfase
Dit artikel regelt de omvang van de indicatie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in leeftijdscategorieën (eerste lid onderdeel a, b en c).
Het college kan de (omvang van de) indicatie afstemmen op de in het tweede lid genoemde voor- en vroegschoolse educatie vve. De vve wordt namelijk beschouwd als een voorliggende voorziening. Voor het aantal uren dat een kind vve krijgt, kan geen SMI worden ingezet.
Artikel 4.1 Hoogte van de ouderbijdrage
Dit artikel regelt de manier waarop de ouderbijdrage van ouders wordt vastgesteld. Daaruit volgt de hoogte van de tegemoetkoming op basis van de gemaximeerde prijzen (art. 2.5 van de Verordening).
Bij een gezamenlijk inkomen van ouders beneden de genoemde grens wordt geen ouderbijdrage gevraagd. Ligt het inkomen hoger dan wordt op basis van het toetsingsinkomen de ouderbijdrage berekend. Hiervoor wordt aangesloten bij de percentages volgens bijlage 1 behorend bij artikel 6 van het Besluit kinderopvangtoeslag. Ouders die hun medewerking verlenen aan een gemeentelijk schuldhulpverleningstraject of de wettelijke schuldregeling (WSNP) zijn ook geen ouderbijdrage verschuldigd als het VTLB op of onder 120% van de bruto bijstandsnorm ligt.
Het college bepaalt de noodzaak en hoogte van een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang met inachtneming van het SMI-advies. Het inkomen van de ouder(s) wordt getoetst door de inkomensconsulent van de gemeente en die bepaalt de hoogte van de ouderbijdrage. Vervolgens geeft de jeugdconsulent een indicatie af. De ouderbijdrage wordt in rekening gebracht bij de ouder(s) door de kinderopvangorganisatie die de SMI-kinderopvang aanbiedt. De tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang wordt door de kinderopvangorganisatie die de SMI-kinderopvang aanbiedt ingediend bij de gemeente en wordt door de gemeente betaald aan deze betreffende kinderopvangorganisatie. De ingediende factuur van de kinderopvangorganisatie wordt door de zorgadministratie van de gemeente gecontroleerd aan de hand van de verstrekte beschikking, waarna al dan niet betaling door de gemeente plaatsvindt.
Net als de verordening kent dit besluit ook een hardheidsclausule. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de ouder(s) of het kind afwijken van de bepalingen van de verordening. Dit afwijken kan alleen maar ten gunste en nooit ten nadele van hen. De hardheidsclausule moet nadrukkelijk worden beschouwd als een uitzondering. Bij de beoordeling van de aanvraag zou het college zelf aanleiding kunnen zien om de hardheidsclausule toe te passen. In het algemeen geldt echter dat de ouder(s) gemotiveerd moeten aangeven dat hun situatie bijzonder is en zullen zij dat desgevraagd ook nader moeten onderbouwen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-251095.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.