Gemeenteblad van Zutphen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zutphen | Gemeenteblad 2026, 250404 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zutphen | Gemeenteblad 2026, 250404 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Tijdelijke subsidieregeling meerjarige cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2027 - 2028
Artikel 2 Reikwijdte subsidieregeling
Subsidie op grond van deze regeling kan enkel worden verstrekt voor meerjarige cultuurinitiatieven activiteiten(programma’s) binnen het toepassingsgebied, uitgevoerd door een culturele organisatie zonder winstoogmerk, die een bijdrage leveren aan de doelstellingen, zoals deze ook zijn neergelegd in de Cultuurnota 2025-2028:
Artikel 3 Algemene beoordelingscriteria
Het college beoordeelt alle aanvragen op basis van de volgende algemene beoordelingscriteria:
Artikel 5 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria culturele festivals en evenementen
Binnen dit toepassingsgebied kan er ook subsidie worden verstrekt voor een jaarlijks concertprogramma. Bij de beoordeling wordt in dat geval gelet op de mate waarin de activiteiten een aantrekkelijk (jaar)concertprogramma vormen, waarbij er verrassende samenwerkingen binnen en buiten de cultuur worden aangegaan en er verrassende muzikale combinaties zijn waarin ook ruimte is voor experiment en vernieuwd aanbod.
Artikel 6 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria talentontwikkeling
Als het activiteitenprogramma bijdraagt aan talentontwikkeling, wordt beoordeeld of het activiteitenprogramma een kwalitatief goede invulling geeft aan één of meer van de volgende criteria, waarbij een activiteitenprogramma hoger scoort naar mate:
Artikel 10 Wijze van beoordeling en verdeling
Als het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie verstrekt via de systematiek van rangschikking: per compleet ingediende aanvraag worden punten toegekend op grond van de artikelen 3 tot en met 6. De op basis van deze puntentoekenning als hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst voor subsidieverstrekking in aanmerking, gevolgd door de daaropvolgende aanvraag, enzovoorts.
Als het tweede lid van toepassing is, worden de ingediende aanvragen als eerste beoordeeld op grond van de in artikel 3 neergelegde algemene criteria, op basis waarvan een maximum van in totaal 30 punten behaald kan worden. Vervolgens worden de aanvragen beoordeeld op grond van de in artikel 4, 5 respectievelijk 6 neergelegde specifieke criteria, op basis waarvan een maximum van in totaal 70 punten behaald kan worden.
De verdeling van de 70 punten, als bedoeld in het derde lid, is als volgt:
Bij gelijke beoordeling weegt de beoordeling op grond van de algemene criteria, zoals uitgevoerd op grond van het vierde lid, het zwaarst. Als de beoordeling dan nog steeds gelijk is, is de beoordeling op grond van de respectievelijke specifieke criteria per toepassingsgebied, zoals uitgevoerd op grond van het vijfde lid, doorslaggevend.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 10 en 11 van de Algemene subsidieverordening weigert het college de subsidie in ieder geval, als:
de subsidie bestemd is voor activiteiten als oprichting, beheer en onderhoud van gedenktekens of monumenten, archeologische opgravingen, herdenkingsplechtigheden of jubilea die niet openbaar toegankelijk zijn, de Sinterklaasintocht, Koningsdag, de 4 mei-herdenking, Bevrijdingsdag, fondsenwerving, braderieën en circussen;
Het college kan één of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van het subsidiëren van culturele activiteiten en het bevorderen van het culturele klimaat in Zutphen, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Aldus besloten op 19 mei 2026.
Het college van burgemeester en wethouders,
De burgemeester,
de secretaris,
Het gemeentebestuur ondersteunt het culturele veld op drie manieren:
Voor de laatste groep is de Subsidieregeling incidentele cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2024 van toepassing. Voor de middelste groep is deze subsidieregeling vastgesteld. Met deze regeling wil het college jaarlijks terugkerende culturele activiteiten in de gemeente stimuleren die ook van belang zijn voor het culturele klimaat van de gemeente. In de Cultuurnota 2025-2028 is het als volgt verwoord:
“Naast deze sterke basis kennen we een aantal meerjarige programma’s die inzetten op vernieuwing, educatie en verbinding. Talentontwikkeling en beleving staan hierbij centraal. Denk bijvoorbeeld aan amateurgezelschappen en muziekverenigingen. Deze organisaties zorgen voor festivals, terugkerende evenementen en opleidingstrajecten. Ze bieden plekken aan jongeren en jonge inwoners om creatief bezig te zijn. Daarnaast vinden we het belangrijk dat het aanbod blijft aansluiten op de behoeften van alle inwoners. Daarom ondersteunen we ook incidentele initiatieven en projecten van inwoners, verenigingen en makers uit de Zutphense samenleving. Dit alles zorgt voor een sterke basis en een levendig geheel. Een manier om samen verhalen te vertellen en te maken.”
Kern van deze subsidieregeling is een transparant afwegingskader met een verdeling van de beschikbare geldmiddelen voor jaarlijks terugkerende culturele activiteiten in Zutphen, voor de periode 2027-2028. Met deze regeling worden aanvragers uitgedaagd initiatieven te ontwikkelen die inspelen op de behoeften en ontwikkelingen in de gemeente en de ambities verwoord die vastgelegd zijn in de Cultuurnota 2025-2028. Met deze tijdelijke regeling beogen we dat initiatiefnemers activiteitenprogramma’s in 2027 en 2028 gaan uitvoeren die meerdere achtereenvolgende jaren verder ontwikkeld kunnen worden.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit artikel worden de in deze regeling gehanteerde begrippen omschreven. Dit artikel spreekt voor zich. De onderdelen a. en g. behoeven evenwel nadere toelichting.
Onderdeel a.: het activiteitenprogramma bevat de activiteiten die in een boekjaar georganiseerd worden.
Onderdeel g.: bij een festival wordt gedacht aan een activiteit die gericht is op muziek, film, beeldende kunst, literatuur, dans of theater.
Artikel 2 Reikwijdte subsidieregeling
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 3 Algemene beoordelingscriteria
Onder a. is artistieke kwaliteit het criterium. Het betreft hier ook de artistieke visie op de activiteiten die een inclusief en herkenbaar signatuur voor deelnemers hebben. Bij vakmanschap wordt bedoeld en gevraagd naar de vaardigheid van de organisatoren om de activiteiten uit te voeren.
Onder b. is maatschappelijke meerwaarde het criterium. Onder meerwaarde voor de gemeente wordt verstaan, de relevantie en aantrekkelijkheid voor inwoners en bezoekers van de gemeente. Daarnaast moet de activiteit aansluiten op de behoefte vanuit de gemeente. Bij de mate van toegankelijkheid wordt gerefereerd aan de doelstelling dat iedereen in de gemeente cultuur moet kunnen meemaken. Uit de aanvraag moet blijken dat financiële dan wel fysieke drempels zoveel mogelijk worden beslecht.
Met de mate van spreiding van activiteiten wordt bedoeld dat er duidelijke keuzes wordt gemaakt waar activiteiten plaatsvinden en dat daarin diverse locaties in de gemeente worden benut: bijvoorbeeld kerken en of buurt- en wijkcentra. Hierbij wordt ook gekeken of er geschikte locaties zijn in de wijken van de gemeente om de activiteiten uit te voeren.
Met de mate van samenwerking buiten de cultuursector wordt bijvoorbeeld gedacht aan welzijnsorganisaties, zodat cultuur een bredere impact heeft dan alleen in de cultuur.
Onder c. is ondernemende waarde het criterium. Het gaat hierbij om een gezonde financieringsmix en promotie-inspanningen. De begroting moet reëel en sluitend zijn en bestaan uit kosten die noodzakelijk zijn om het activiteitenprogramma te laten slagen. Ook moet aangegeven worden hoe het gevraagde bedrag in verhouding staat tot het te verwachte resultaat (bereik/ activiteiten). Het feit hoe financieel wendbaar de organisatie is bij tegenslagen is daarnaast van belang. En daarin is ook belangrijk de mate waarin de organisatie afhankelijk is van gemeentelijke subsidie vergeleken met andere inkomsten. Daarom moet de aanvrager in de aanvraag om subsidie aangeven wat hij heeft gedaan om financiële ondersteuning te verwerven, anders dan eventueel te verkrijgen subsidie van de gemeente.
Voor wat betreft de promotie-inspanningen wordt gekeken naar hoeveel media de organisatie bereikt. Daarnaast wordt gelet op het bedrag dat begroot wordt voor promotie-inspanningen.
Artikel 4 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria amateurkunst
In het derde lid, onder a. wordt gevraagd naar een visie op toekomstbestendigheid. De aanvrager wordt gevraagd om in de aanvraag te beschrijven wat de grootste uitdagingen voor de vereniging of instelling zijn. En daarnaast ook hoe de aanvrager deze uitdagingen wil aanpakken. Uitdagingen zijn bijvoorbeeld het op peil houden van het ledenaantal of zichtbaarheid van de activiteiten van de vereniging of instelling.
Artikel 5 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria culturele festivals en evenementen
In het eerste lid, onder g. wordt bij toegankelijkheid gelet op de doelstelling dat iedereen in principe kunst en cultuur kan meemaken. Het kan dus bijvoorbeeld gaan om het beslechten van fysieke/ financiële drempels om deel te nemen. Bij zichtbaarheid wordt gelet op de inspanningen van de aanvrager om de activiteiten op een juiste en verrassende wijze onder de aandacht te brengen van inwoners en bezoekers. Bijvoorbeeld door pop-up iets te organiseren (mits er een vergunning voor is verleend). Het gaat om het feit dat inwoners en bezoekers ervaren dat er iets bijzonders in de gemeente plaatsvindt.
In het tweede lid wordt ook mogelijk gemaakt dat subsidie aangevraagd kan worden voor een jaarlijks concertprogramma. Verder wordt in dit lid duidelijk gemaakt waar de aanvragen in dat geval (ook) op getoetst worden.
Artikel 6 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria talentontwikkeling
Met dit artikel worden organisaties uitgenodigd die gericht zijn op talentontwikkeling van (jonge) muzikanten. Of organisaties die jonge acteurs begeleiden/ theatervoorstellingen maken.
Artikel 7 Aanvraag om subsidieverlening
Het aanvraagformulier is te vinden op de website van de gemeente.
In het vijfde lid wordt aangegeven dat het activiteitenplan voor 2028 globaal mag zijn. In de initiële subsidie aanvraag moet minimaal aangegeven zijn welke activiteiten voor 2028 gepland zijn, in welke maand gepland, en wat het karakter van de activiteit is (bijvoorbeeld een concert of voorstelling). In de aanvulling die wordt ingediend uiterlijk 1 augustus 2027 moeten deze gegevens wel bekend zijn. Bijvoorbeeld wie gaat optreden, op welke datum, met welke samenwerkingspartners enzovoorts.
Artikel 8 Bij aanvraag in te dienen gegevens
In het eerste lid wordt bepaald welke gegevens de aanvrager moet indienen bij de subsidie aanvraag.
Onderdeel a: een concreet activiteitenprogramma voor het jaar 2027;
Een concreet activiteitenplan bevat minimaal:
Onderdeel b: een globaal uitgewerkt activiteitenprogramma voor het jaar 2028:
Een globaal uitgewerkt activiteitenplan bevat minimaal:
In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat het college een jaarlijks subsidieplafond vast kan stellen. Op grond van het tweede lid kunnen er ook jaarlijkse deelplafonds worden vastgesteld, met hun eigen regels qua verdeling eventueel aanvullend op de rangschikking.
Artikel 10 Wijze van beoordeling en verdeling
In dit artikel is bepaald waarmee het college rekening houdt bij het bepalen van de hoogte van het subsidiebedrag. Als het college een subsidieplafond heeft ingesteld en het totaalbedrag van de ingediende subsidiabele aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, komen de aanvragen die als beste zijn beoordeeld als eerste voor subsidie in aanmerking. Dit is bepaald in het tweede lid van dit artikel.
In het derde lid is aangegeven dat voor de algemene beoordelingscriteria maximaal 30 punten kan worden gescoord, met daarin opgenomen de verdeling van deze punten. In het derde lid is ook aangegeven dat voor de specifieke subsidiecriteria maximaal 70 punten kan worden gescoord, met daarin opgenomen de verdeling van deze punten.
In het vierde tot en met zevende lid is de wijze van beoordeling/ verdeling verder uitgewerkt. Deze leden en het achtste lid behoeven geen nadere toelichting. Met uitzondering van het zevende lid: als aanvragen op dezelfde dag zijn ontvangen, zoals is bepaald in het zevende lid, dan wordt de ontvangst bepaald door het tijdstip van ontvangst (op die dag).
Artikel 11 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten
In dit artikel is aangegeven welke kosten subsidiabel zijn (eerste lid) en welke kosten niet subsidiabel zijn (tweede lid).
Het tweede lid, onder b. betreft bijvoorbeeld het kopen van een televisie, koelkast, bankstel, computer of fiets (duurzame gebruiksgoederen).
Het tweede lid, onder c. betreft bijvoorbeeld kosten voor eten en drinken van deelnemers of borrels. Deze en bijvoorbeeld kosten voor verblijf in een hotel zijn voor eigen rekening.
Het tweede lid, onder g. betreft het uitgangspunt dat de gemeente onvoldoende financiële middelen heeft om te verlangen van aanvragers dat zij volledig fair pay toepassen. Dat kan namelijk consequenties hebben voor hun activiteitenniveau. Daarom wordt de aanvrager gevraagd daarin zelf keuzes te maken en deze keuzes toe te lichten in de aanvraag om subsidie.
Artikel 12 Beslistermijn aanvraag om subsidieverlening
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
In dit artikel zijn de weigeringsgronden neergelegd. Naast de weigeringsgronden, zoals die in artikel 10 en 11 van de Algemene subsidieverordening zijn opgenomen, staan in dit artikel weigeringsgronden vermeld. Het college weigert de subsidie in ieder geval als één of meer van deze weigeringsgronden zich voordoen.
Artikel 14 Subsidieverleningsbeschikking en uitbetaling subsidie
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 15 Verantwoording, aanvraag om subsidievaststelling
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 16 Beslistermijn aanvraag om subsidievaststelling
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 17 Tijdelijke regeling
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Op grond van dit artikel kan het college één of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van het subsidiëren van culturele activiteiten en het bevorderen van het culturele klimaat leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Dit kan echter alleen in die gevallen die niet zijn voorzien ten tijde van het vaststellen van de regeling. Wordt een geval onder de hardheidsclausule gebracht, dan heeft dit tot gevolg dat de regeling op dit punt moet worden aangepast. Het geval is immers voorzienbaar geworden.
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-250404.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.