Wijzigingsbesluit Nadere regels plaatsen uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal op of aan de weg of een openbare plaats Echt-Susteren 2022

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ECHT-SUSTEREN;

 

Overwegende dat

  • -

    het verboden is de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, in de vorm van het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg;

  • -

    het college nadere regels heeft gesteld wanneer dit verbod niet geldt;

  • -

    het in verband met de veiligheid op of aan de weg of een openbare plaats wenselijk is om de maximale periode dat zonder ontheffing bouwmateriaal en bouwmaterieel mag worden geplaatst te verkorten van 31 dagen naar 10 dagen.

Gelet op het bepaalde in

  • -

    artikel 2:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening Echt-Susteren 2022

Besluiten:

 

  • -

    de “Nadere regels plaatsen uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal op of aan de weg of een openbare plaats Echt-Susteren 2022” conform onderstaande wijzigingen, vast te stellen.

Artikel I  

De Nadere regels plaatsen uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal op of aan de weg of een openbare plaats Echt-Susteren 2022, worden als volgt gewijzigd:

 

A. Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:1 Definities

In deze regels wordt verstaan onder:

  • 1.

    APV: de Algemene Plaatselijke Verordening 2022 Echt-Susteren.

  • 2.

    bouwmaterieel: materieel dat noodzakelijk en gebruikelijk is voor (bouw)werkzaamheden zoals een hijskraan, speciemolen, heistelling, container, toiletwagen en bouwkeet, alsmede een tijdelijke constructie ten behoeve van (bouw)werkzaamheden, zoals een steiger en afschermhekken.

  • 3.

    bouwmateriaal: materiaal, waar een bouwwerk of gebouw mee wordt gebouwd.

  • 4.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren.

  • 5.

    gebruiker: degene die een voorwerp op de weg plaatst of heeft geplaatst.

  • 6.

    handelsreclame: reclame zoals omschreven in artikel 1:1, zevende lid, APV.

  • 7.

    openbaar groen: al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijke parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen.

  • 8.

    ongehinderde doorgang: het gedeelte van de straat of het trottoir waarvan de voetgangers, rolstoel- en rollatorgebruikers en /of hulpverleningsdiensten gebruik kunnen maken zonder gehinderd te worden door terrassen.

  • 9.

    openbare inrichting: een inrichting zoals omschreven in artikel 2:27 APV.

  • 10.

    kroon(projectie): het bovenste gedeelte van een boom (de takken met daaraan de bladeren). Die kroon rondom op de grond geprojecteerd heet de kroonprojectie.

  • 11.

    rijloper: verhard oppervlak binnen een verblijfsgebied of van een weg dat vrij is van obstakels en kan worden bereden door hulpverleningsdiensten.

  • 12.

    uitstalling: een losstaand voorwerp, dat op de weg voor een pand is geplaatst met als kennelijke doel verfraaiing, reclame of aandachtstrekker van een winkel of openbare inrichting.

  • 13.

    (openbare) weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, een gedeelte aan of boven die weg alsmede de al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, waaronder in ieder geval worden begrepen de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

  • 14.

    winkel ondersteunende horeca: openbare inrichting die qua exploitatievorm en openingstijden aansluiten bij en die ondergeschikt zijn aan de detailhandel in de foodsector.

Artikel 1:1 Definities

In deze regels wordt verstaan onder:

  • 1.

    APV: de Algemene Plaatselijke Verordening 2022 Echt-Susteren.

  • 2.

    bouwmaterieel: materieel dat noodzakelijk en gebruikelijk is voor (bouw)werkzaamheden zoals een hijskraan, speciemolen, heistelling, container, toiletwagen en bouwkeet, alsmede een tijdelijke constructie ten behoeve van (bouw)werkzaamheden, zoals een steiger en afschermhekken.

  • 3.

    bouwmateriaal: materiaal, waar een bouwwerk of gebouw mee wordt gebouwd.

  • 4.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren.

  • 5.

    gebruiker: degene die een voorwerp op de weg plaatst of heeft geplaatst.

  • 6.

    handelsreclame: reclame zoals omschreven in artikel 1:1, achtste lid, APV.

  • 7.

    openbaar groen: al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijke parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen.

  • 8.

    ongehinderde doorgang: het gedeelte van de straat of het trottoir waarvan de voetgangers, rolstoel- en rollatorgebruikers en /of hulpverleningsdiensten gebruik kunnen maken zonder gehinderd te worden door terrassen.

  • 9.

    openbare inrichting: een inrichting zoals omschreven in artikel 2:27 APV.

  • 10.

    kroon(projectie): het bovenste gedeelte van een boom (de takken met daaraan de bladeren). Die kroon rondom op de grond geprojecteerd heet de kroonprojectie.

  • 11.

    rijloper: verhard oppervlak binnen een verblijfsgebied of van een weg dat vrij is van obstakels en kan worden bereden door hulpverleningsdiensten.

  • 12.

    uitstalling: een losstaand voorwerp, dat op de weg voor een pand is geplaatst met als kennelijke doel verfraaiing, reclame of aandachtstrekker van een winkel of openbare inrichting.

  • 13.

    (openbare) weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, een gedeelte aan of boven die weg alsmede de al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, waaronder in ieder geval worden begrepen de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

  • 14.

    winkel ondersteunende horeca: openbare inrichting die qua exploitatievorm en openingstijden aansluiten bij en die ondergeschikt zijn aan de detailhandel in de foodsector.

 

B. Artikel 3:1 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:1 Het plaatsen van bouwmaterieel en bouwmateriaal

  • 1.

    Bouwmaterieel en bouwmateriaal benodigd voor het verrichten van (bouw)werkzaamheden moet zoveel mogelijk eerst op het beschikbare eigen terrein worden geplaatst of opgeslagen.

  • 2.

    bouwmaterieel en bouwmateriaal mag niet worden geplaatst:

    • a.

      als deze niet wordt geplaatst ten behoeve van een werk of anderszins;

    • b.

      op gedeelten van de weg, die uitsluitend bestemd zijn voor voetgangers- of rijwielverkeer, als de vrije doorgang van dit verkeer wordt belemmerd;

    • c.

      in openbaar groen;

    • d.

      op de gedeelten van de rijweg waarvoor een parkeerverbod of een verbod om stil te staan geldt;

    • e.

      in de vakken bij parkeermeters of parkeerautomaten;

    • f.

      op een openbare gelegenheid die is ingericht als kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;

    • g.

      zodat beschadiging van het wegdek ontstaat;

    • h.

      als hiervan hinder wordt ondervonden door andere weggebruikers;

    • i.

      als er geen maatregelen zijn getroffen, waardoor ongelukken en andere eventualiteiten worden voorkomen;

    • j.

      als deze niet in goede staat van onderhoud zijn en als deze door onbevoegden of ten gevolge van eventuele helling van het wegdek verrijdbaar zijn;

    • k.

      als gedurende de aanwezigheid van het bouwmaterieel en daarna op de weg geen voor het bouwmaterieel bestemde stoffen of materialen liggen;

    • l.

      als in het bouwmaterieel stoffen liggen, die kunnen wegwaaien, doordat deze niet aan de bovenzijde van de container zijn afgedekt;

    • m.

      als bij het storten van vuil van een hoger gelegen verdieping geen gebruik wordt gemaakt van een gesloten stortkoker, waarbij het bouwmaterieel door middel van dekzeilen en schotten zo wordt afgeschermd dat geen gevaar ontstaat voor derden en dat derden geen hinder ondervinden van opwaaiend stof;

    • n.

      als op het bouwmaterieel niet de naam van de eigenaar of exploitant staan;

    • o.

      als een container (mede) bestemd voor het deponeren van afval dat kan bederven, niet gesloten is en niet alleen wordt geopend voor het storten van afval;

    • p.

      als een container die wordt gebruikt voor het opslaan van asbest of asbesthoudende stoffen wordt geplaatst zonder dat hiervoor de vereiste publiekrechtelijke toestemming is verleend of een rechtsgeldige melding hiervoor is ingediend.

    • q.

      als op de voor- en achterzijde van het bouwmaterieel, gezien in de rijrichting, waarin deze is geplaatst geen twee goedwerkende witte en rode reflectoren op ten hoogste 40 cm boven het wegdek en niet meer dan 20 cm binnenwaarts van de uiterst linker, en rechterzijde zijn aangebracht;

    • r.

      als van een half uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsopgang en bij dag, door omstandigheden, in het bijzonder van atmosferische aard, het daglicht onvoldoende is, geen deugdelijke verlichting rondom het bouwmaterieel is aangebracht. Deze verlichting moeten verkeersdeelnemers tijdig kunnen opmerken.

    • s.

      als het bouwmaterieel niet duidelijk herkenbaar is overeenkomstig markering onverlichte obstakels (CROW nummer 130). Zie hiervoor bijlage 1 Richtlijnen markeren onverlichte obstakels, CROW nummer 130. Tevens dienen er op de hoeken van het bouwmaterieel aan de wegzijde geleide bakens te worden geplaatst.

  • 3.

    Bouwmaterieel en bouwmateriaal op of aan de weg of een openbare plaats mag slechts ten behoeve van de uitvoering van een werk ter plaatste en gedurende een maximale periode van 31 dagen worden geplaatst.

  • 4.

    De maximale periode van 31 dagen zoals bedoeld in het derde lid is niet van toepassing als voor het plaatsen van het bouwmaterieel een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend.

Artikel 3:1 Het plaatsen van bouwmaterieel en bouwmateriaal

  • 1.

    Bouwmaterieel en bouwmateriaal benodigd voor het verrichten van (bouw)werkzaamheden moet zoveel mogelijk eerst op het beschikbare eigen terrein worden geplaatst of opgeslagen.

  • 2.

    bouwmaterieel en bouwmateriaal mag niet worden geplaatst:

    • a.

      als deze niet wordt geplaatst ten behoeve van een werk of anderszins;

    • b.

      op gedeelten van de weg, die uitsluitend bestemd zijn voor voetgangers- of rijwielverkeer, als de vrije doorgang van dit verkeer wordt belemmerd;

    • c.

      in openbaar groen;

    • d.

      op de gedeelten van de rijweg waarvoor een parkeerverbod of een verbod om stil te staan geldt;

    • e.

      in de vakken bij parkeermeters of parkeerautomaten;

    • f.

      op een openbare gelegenheid die is ingericht als kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;

    • g.

      zodat beschadiging van het wegdek ontstaat;

    • h.

      als hiervan hinder wordt ondervonden door andere weggebruikers;

    • i.

      als er geen maatregelen zijn getroffen, waardoor ongelukken en andere eventualiteiten worden voorkomen;

    • j.

      als deze niet in goede staat van onderhoud zijn en als deze door onbevoegden of ten gevolge van eventuele helling van het wegdek verrijdbaar zijn;

    • k.

      als gedurende de aanwezigheid van het bouwmaterieel en daarna op de weg geen voor het bouwmaterieel bestemde stoffen of materialen liggen;

    • l.

      als in het bouwmaterieel stoffen liggen, die kunnen wegwaaien, doordat deze niet aan de bovenzijde van de container zijn afgedekt;

    • m.

      als bij het storten van vuil van een hoger gelegen verdieping geen gebruik wordt gemaakt van een gesloten stortkoker, waarbij het bouwmaterieel door middel van dekzeilen en schotten zo wordt afgeschermd dat geen gevaar ontstaat voor derden en dat derden geen hinder ondervinden van opwaaiend stof;

    • n.

      als op het bouwmaterieel niet de naam van de eigenaar of exploitant staan;

    • o.

      als een container (mede) bestemd voor het deponeren van afval dat kan bederven, niet gesloten is en niet alleen wordt geopend voor het storten van afval;

    • p.

      als een container die wordt gebruikt voor het opslaan van asbest of asbesthoudende stoffen wordt geplaatst zonder dat hiervoor de vereiste publiekrechtelijke toestemming is verleend of een rechtsgeldige melding hiervoor is ingediend.

    • q.

      als op de voor- en achterzijde van het bouwmaterieel, gezien in de rijrichting, waarin deze is geplaatst geen twee goedwerkende witte en rode reflectoren op ten hoogste 40 cm boven het wegdek en niet meer dan 20 cm binnenwaarts van de uiterst linker, en rechterzijde zijn aangebracht;

    • r.

      als van een half uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsopgang en bij dag, door omstandigheden, in het bijzonder van atmosferische aard, het daglicht onvoldoende is, geen deugdelijke verlichting rondom het bouwmaterieel is aangebracht. Deze verlichting moeten verkeersdeelnemers tijdig kunnen opmerken.

    • s.

      als het bouwmaterieel niet duidelijk herkenbaar is overeenkomstig markering onverlichte obstakels (CROW nummer 130). Zie hiervoor bijlage 1 Richtlijnen markeren onverlichte obstakels, CROW nummer 130. Tevens dienen er op de hoeken van het bouwmaterieel aan de wegzijde geleide bakens te worden geplaatst.

  • 3.

    Bouwmaterieel en bouwmateriaal op of aan de weg of een openbare plaats mag slechts ten behoeve van de uitvoering van een werk ter plaatse en gedurende een maximale periode van 10 dagen worden geplaatst.

  • 4.

    De maximale periode van 10 dagen zoals bedoeld in het derde lid is niet van toepassing als voor het plaatsen van het bouwmaterieel een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Omgevingswet is verleend.

 

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking.

Aldus besloten in de collegevergadering van de gemeente Echt-Susteren,

d.d. 12 mei 2026

Burgemeester en wethouders van Echt-Susteren,

De secretaris,

De burgemeester,

Naar boven