Besluit tot het aanpassen van het parkeerverbod op de Oosteinde.
Bevoegdheid
Op grond van artikel 18 eerste lid onder d van de Wegenverkeerswet 1994 is het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Alkmaar bevoegd dit verkeersbesluit te nemen. Op 3 juli 2017 is deze bevoegdheid door het college van burgemeester en wethouders gemandateerd aan de unitmanager Ruimtelijke ontwikkeling en economie. Op 11 maart 2025 is het ondermandaat/ondervolmacht/ondermachtiging in werking getreden van medewerker teamleider Verkeer en vervoer door Unitmanager Ruimtelijke Ontwikkeling en Economie.
Overwegingen ten aanzien van het besluit
Besluitverplichting
Op grond van artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994 dient er in de volgende gevallen een verkeersbesluit te worden genomen:
- 1.
De plaatsing of verwijdering van verkeerstekens, en onderborden (opgenomen in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer), voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.
- 2.
Maatregelen op of aan de weg tot een wijziging van de inrichting van de weg of het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dan van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.
Artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer geeft aan dat de in dit besluit genoemde plaatsing of verwijdering van borden opgenomen in het RVV 1990, moet geschieden krachtens een verkeersbesluit.
Procedure
Conform artikel 24 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer, is er overleg geweest met de, namens de korpschef van de Nationale politie, gemandateerde Verkeersadviseur van de Eenheid Noord-Holland. Deze heeft een positief advies afgegeven.
Motivering van de maatregel
De Oosteinde is een erftoegangsweg in Schermerhorn binnen de bebouwde kom van Alkmaar en is in beheer en onderhoud bij de gemeente Alkmaar.
Aan de zuidzijde van de Oosteinde geldt momenteel, voor het wegvak tussen de Pinksterblomstraat en huisnummer 72, een parkeerverbod. In de praktijk blijkt echter dat vanwege de hoge parkeerdruk in dit deel van het dorp regelmatig voertuigen worden geparkeerd in de berm.
Vanuit bewoners en omwonenden is de wens uitgesproken om meer duidelijkheid te creëren over de parkeersituatie, mede omdat in de berm grastegels zijn aangebracht die feitelijk gebruikt worden voor het parkeren van voertuigen. De huidige situatie leidt daardoor tot onduidelijkheid over waar parkeren wel en niet is toegestaan.
Om de bestaande parkeercapaciteit beter te benutten en de feitelijke parkeersituatie te formaliseren, wordt het bestaande parkeerverbod aan de zuidzijde aangepast. Ter hoogte van de aanwezige grastegels in de berm wordt het parkeerverbod opgeheven, zodat parkeren op deze locaties wordt toegestaan.
Om te voorkomen dat aan beide zijden van de weg wordt geparkeerd en om voldoende ruimte voor de doorgang van het verkeer, waaronder hulpdiensten en afvalinzameling, te waarborgen, wordt aan de noordzijde van de Oosteinde, voor het deel tussen de Pinksterblomstraat en huisnummer 72, een parkeerverbod ingesteld. Hiermee blijft de verkeersveiligheid en de doorstroming op dit wegvak gewaarborgd.
Belangenafweging en participatie
Van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde belangen, liggen de volgende belangen ten grondslag aan dit besluit:
- •
Het verzekeren van de veiligheid op de weg;
- •
Het beschermen van weggebruikers en passagiers;
- •
Het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
- •
Het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden;
- •
Het door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer te voorkomen of te beperken.
Bij het nemen van dit besluit is een afweging gemaakt tussen het belang van voldoende parkeergelegenheid voor bewoners en bezoekers enerzijds en het belang van verkeersveiligheid, bereikbaarheid en doorstroming anderzijds.
Besluiten
Op grond van bovenstaande overwegingen is de gemeente tot het besluit gekomen om:
- 1.
het parkeerverbod aan de zuidzijde van de Oosteinde aan te passen waarbij het deel tussen nummers 58 en 64 wordt opgeheven door het (ver)plaatsen van de borden E1 van bijlage I van het RVV 1990;
- 2.
een parkeerverbod in te stellen aan de noordzijde van de Oosteinde voor het deel tussen de Pinksterblomstraat en nummer 72 door het plaatsen van de borden E1 van bijlage I van het RVV 1990;
- 3.
de verkeerstekens aan te brengen zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende situatietekening.
Communicatie