Meedoenregeling gemeente Woensdrecht

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht;

Overwegende dat meedoen voor inwoners met een laag inkomen zoveel mogelijk dient te worden bevorderd;

gelet op de Algemene subsidieverordening gemeente Woensdrecht 2023;

Besluit vast te stellen de volgende regeling:

Meedoenregeling gemeente Woensdrecht

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze regeling worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (Pw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).

  • 2.

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht;

    • b.

      Inwoner: een ieder die op datum aanvraag in de basisregistratie personen (BRP) ingeschreven staat in de gemeente Woensdrecht en daar ook feitelijk woonachtig is. Onder inwoner wordt mede verstaan het gezin;

    • c.

      Kind: het minderjarige eigen-, stief- of pleegkind vanaf 4 jaar tot en met 17 jaar;

    • d.

      Inkomen:

      • -

        een vast periodiek maandinkomen: het netto (gezins)inkomen exclusief vakantietoeslag, dertiende maand en eenmalige beloningen dat is ontvangen in de maand voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend.

      • -

        bij maandelijks wisselende inkomsten: het gemiddelde netto (gezins)inkomen exclusief vakantietoeslag, dertiende maand en eenmalige beloningen dat is ontvangen in de drie maanden voorafgaand aan de maand van aanvraag.

      • De artikelen 31, 32 leden 1 en 2 en 33 lid 5 Participatiewet zijn van toepassing.

      • -

        de inwoner die deelneemt aan een minnelijke schuldregeling (MSNP) via de gemeente conform de richtlijnen van de Nederlandse vereniging voor Volkskrediet (NVVK) of deelneemt aan een schuldsaneringstraject op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP), wordt geacht een inkomen op bijstandsniveau te hebben;

    • e.

      Laag inkomen: hiervan is sprake als de inwoner in de maand voorafgaand aan de maand van aanvraag, of bij wisselende inkomsten drie maanden voorafgaand aan de maand van aanvraag, een (gemiddeld) netto maandinkomen exclusief vakantietoeslag, dertiende maand en eenmalige beloningen heeft wat niet hoger is dan 120% van de voor de inwoner geldende bijstandsnorm;

      • I.

        Bij de vaststelling van een laag inkomen, is artikel 22a van de Participatiewet niet van toepassing wanneer er kostendelende medebewoners zijn;

      • II.

        Bij gehuwden of bij een gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet wordt bij de vaststelling van een laag inkomen uitgegaan van het gezamenlijke inkomen;

    • f.

      Webwinkel: Meedoen webshop ISD Brabantse Wal

    • g.

      Voorziening: een vorm van ondersteuning in natura.

Artikel 2 Recht op een Meedoenregeling

  • 1.

    Een inwoner met een laag inkomen komt in aanmerking voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5 lid 1 van deze regeling.

  • 2.

    Een minderjarig kind vanaf 4 jaar tot en met 17 jaar van een inwoner met een laag inkomen komt in aanmerking voor een voorziening en een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5 lid 2 van deze regeling.

  • 3.

    Inwoners hebben geen recht op een tegemoetkoming en/of voorziening op grond van deze regeling als zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben, of als zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben het bepaalde in artikel 11 lid 2 Pw op hen niet van toepassing is.

  • 4.

    Geen tegemoetkoming en/of voorziening wordt verstrekt als:

    • a.

      blijkt dat voor de inwoner in het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan voor hem al eenzelfde bijdrage werd ontvangen door de inwoner zelf of door zijn of haar ouders/verzorgers;

    • b.

      deze betrekking heeft op een kalenderjaar vóór het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend.

  • 6.

    Als de persoonlijke of financiële situatie van de inwoner die de Meedoenregeling ontvangt, verandert gedurende het kalenderjaar, blijft de tegemoetkoming doorlopen. Dit geldt voor het hele kalenderjaar.

  • 7.

    Als de inwoner zijn of haar inlichtingenplicht niet, niet tijdig of niet volledig nakomt, kan:

    • a.

      de aanvraag voor een bijdrage worden afgewezen;

    • b.

      een eerder toegekend recht op een tegemoetkoming worden beëindigd en ingetrokken.

  • 8.

    Als het minderjarige kind zonder geldige reden herhaaldelijk niet verschijnt of niet deelneemt aan de toegekende voorziening zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 sub a en/of artikel 6 lid 1 van deze regeling, kan de voorziening worden beëindigd.

Artikel 3 Aanvraag bij de ISD Brabantse Wal

  • 1.

    De aanvraag voor een tegemoetkoming en/of voorziening genoemd in artikel 4 wordt ingediend bij en behandeld door de ISD Brabantse Wal.

  • 2.

    Een aanvraag als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder a van deze regeling moet vóór 1 november van het lopende kalenderjaar worden ingediend voor dat betreffende kalenderjaar. Aanvragen die worden gedaan na 1 november worden beoordeeld voor het daaropvolgende kalenderjaar.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan de ISD Brabantse Wal de tegemoetkoming en voorziening genoemd in artikel 4 lid 1 onder a van deze regeling ook ambtshalve toekennen als het (gezins)inkomen van de inwoner in het lopende kalenderjaar bestaat uit algemene periodieke bijstand.

  • 4.

    De tegemoetkoming en voorziening als bedoeld in artikel 4 lid 1 van deze regeling dient als het winkelaanbod daarin voorziet, of daarvoor een goed en vergelijkbaar alternatief biedt, besteed te worden aan de producten en diensten die via de Meedoen webshop van de ISD Brabantse Wal worden aangeboden.

  • 5.

    Als de door de inwoner te maken kosten wel voldoen aan het bepaalde in artikel 4 lid 1 van deze regeling, maar het winkelaanbod zoals bedoeld in lid 4 voorziet hierin niet, dan kan de inwoner in afwijking van lid 4 de door hem te maken kosten gedurende het kalenderjaar tot uiterlijk 1 januari van het nieuwe kalenderjaar, declareren via de Meedoen webshop van de ISD Brabantse Wal. De uitbetaling van de declaratie vind plaats na overlegging van een deugdelijk bewijsstuk waaruit blijkt dat de inwoner de kosten heeft gemaakt.

  • 6.

    De voor een kalenderjaar toegekende tegemoetkoming en voorziening Meedoen als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder a van deze regeling is tot en met 31 december van dat kalenderjaar te gebruiken. De eventuele restant tegemoetkoming of niet ingezette voorziening voor dat kalenderjaar vervalt met ingang van 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar en wordt niet uitbetaald aan de inwoner. Het restant kan ook niet worden meegenomen naar het daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 4 Soorten voorzieningen en tegemoetkomingen

  • 1.

    De tegemoetkomingen en voorzieningen op grond van deze regeling bestaan uit:

    • a.

      Meedoen. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen volwassenen en minderjarige kinderen vanaf 4 jaar tot en met 17 jaar.

    • b.

      Zwemles voor kinderen vanaf 5 jaar voor het behalen van zwemdiploma A en B.

    • c.

      Digitaal hulpmiddel: een eenvoudige laptop of tablet en/of fiets bij overgang van het basis- naar het voortgezet onderwijs.

Artikel 5 Tegemoetkomingen en voorziening Meedoen

  • 1.

    De tegemoetkoming Meedoen voor volwassenen bedraagt € 150 per volwassene per kalenderjaar.

  • 2.

    De Meedoenregeling voor kinderen vanaf 4 jaar tot en met 17 jaar bestaat uit één voorziening én een tegemoetkoming per kind per kalenderjaar, te weten:

    • a.

      één lidmaatschap naar keuze voor een sportvereniging of van een culturele organisatie inclusief eventuele aan de vereniging gerelateerde kleding en materialen.

    • b.

      een tegemoetkoming Meedoen voor kinderen van € 50 per kind per kalenderjaar.

  • 3.

    Op het moment dat het kind op 1 januari van het betreffende kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, maar in de loop van dat kalenderjaar deze leeftijd wel gaat bereiken, heeft het kind gedurende het hele kalenderjaar recht op de Meedoenregeling voor kinderen genoemd in artikel 5 lid 2 van deze regeling.

  • 4.

    De tegemoetkoming Meedoen voor volwassenen kan in ieder geval voor de volgende activiteiten worden ingezet:

    • -

      recreatief bezoek aan, of lidmaatschap van: sportvereniging, sportschool, zwembad, scouting en fitness-instelling;

    • -

      bij (willekeurig) lidmaatschap: attributen verbonden aan het lidmaatschap van de vereniging;

    • -

      lidmaatschap culturele organisatie (bv. dansles, bibliotheek en muziekvereniging);

    • -

      recreatief bezoek: pretpark, museum, dierentuin, bioscoop en schouwburg;

    • -

      recreatief bezoek sportwedstrijden;

    • -

      bezoek evenementen en congressen;

    • -

      volgen van hobbycursussen;

    • -

      overige activiteiten die qua aard en doel overeenkomen met de hierboven genoemde activiteiten.

  • 5.

    De tegemoetkoming Meedoen voor kinderen vanaf 4 jaar tot en met 17 jaar kan in ieder geval voor de volgende activiteiten worden ingezet:

    • -

      recreatief bezoek: pretpark, museum, dierentuin, zwembad, bioscoop en schouwburg;

    • -

      recreatief bezoek sportwedstrijden;

    • -

      bezoek evenementen en congressen;

    • -

      volgen van hobbycursussen;

    • -

      overige activiteiten die qua aard en doel overeenkomen met de hierboven genoemde activiteiten.

Artikel 6 Zwemles voor het behalen van zwemdiploma A en B

  • 1.

    Aan de inwoner met een laag inkomen met één of meer ten laste komende minderjarige kinderen van 5 jaar en ouder kan een voorziening worden verstrekt voor het volgen van regulier zwemonderwijs voor het behalen van de diploma's A en B.

  • 2.

    De kosten van het inschrijfgeld en diplomazwemmen A- en B diploma komen ook voor vergoeding in aanmerking.

  • 3.

    De kosten van zwemles tot en met het behalen van zwemdiploma B wordt in beginsel direct aan de leverancier uitbetaald.

Artikel 7 Tegemoetkomingen kinderen bij overgang basis- naar voortgezet onderwijs

  • 1.

    Aan de inwoner met een laag inkomen met één of meer ten laste komende minderjarige kinderen die van de basisschool overgaan naar het voortgezet onderwijs kan eenmalig per minderjarig kind op aanvraag de volgende tegemoetkomingen worden verstrekt:

    • a.

      Een (tweedehands) standaard fiets voor normaal dagelijks gebruik.

    • b.

      Een digitaal hulpmiddel, zoals een eenvoudige laptop of tablet, voor zover niet ook voor thuisgebruik door de school beschikbaar gesteld.

  • 2.

    De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt:

    • a.

      voor een fiets: maximaal € 400.

    • b.

      digitaal hulpmiddel: een eenvoudige laptop of tablet inclusief eventueel benodigde software en een verzekering tegen beschadiging en diefstal: maximaal € 550.

  • 3.

    De kosten van een fiets en/of digitaal hulpmiddel worden in beginsel direct aan de leverancier uitbetaald.

Artikel 8 Hardheidsclausule

Door of namens het college kan met toepassing van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende worden afgeweken van de bepalingen in deze regeling, indien toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 9 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling kan worden aangehaald als 'Meedoenregeling gemeente Woensdrecht'.

  • 2.

    De Meedoenregeling gemeente Woensdrecht treedt met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 in werking.

  • 3.

    De Regeling sociaal- culturele bijdrage voor de minima 2016, de Regeling ter bevordering van maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen 2022 en de Regeling ter bevordering van maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen 2022 (eerste wijziging) worden per 1 mei 2026 ingetrokken.

Artikel 10 Overgangsbepaling

  • 1.

    Voor minderjarige kinderen van 4 jaar tot en met 17 jaar voor wie vóór 1 mei 2026 door Stichting Leergeld een sport- of cultuurlidmaatschap is toegekend zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 sub a van deze regeling, wordt in het kalenderjaar 2026 geen voorziening voor een sport- of cultuurlidmaatschap verstrekt op grond van deze regeling.

  • 2.

    Deze overgangsbepaling geldt uitsluitend voor lidmaatschappen die door Stichting Leergeld volledig zijn betaald en betrekking hebben op het kalenderjaar 2026.

  • 3.

    Vanaf 1 januari 2027 is de Meedoenregeling volledig van toepassing op alle aanvragen.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders tijdens de vergadering van 12 mei 2026,

De burgemeester, De secretaris,

drs. J.J.C. Adriaansen ing. P.A.C. Bogers

Naar boven