Gemeenteblad van Neder-Betuwe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Neder-Betuwe | Gemeenteblad 2026, 243559 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Neder-Betuwe | Gemeenteblad 2026, 243559 | beleidsregel |
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte
Gemeente Neder-Betuwe, Actualisatie Beheerplannen 2026-2030
De raad van de gemeente Neder-Betuwe
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;
gelet op het bepaalde in artikel 110, lid 1 onder a van de Gemeentewet;
Op 9 december 2021 is het IBOR-plan (Kader en Assetsheets) door de gemeenteraad vastgesteld. Het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte brengt alle beleidslijnen en visies bij elkaar en beschrijft de ambitie en kernwaarden voor het beheer van de openbare ruimte. De ambities en kernwaarden zijn gekoppeld aan acht maatschappelijke thema’s die de gemeente belangrijk vindt, bijvoorbeeld uitstraling, veiligheid en gezondheid. Het integrale beheerkader kent een looptijd van tien jaar (2022-2031). De hoofdstukken 1 tot en met 5 van het IBOR-plan blijven dan ook de komende jaren nog van kracht.
Het areaal aan openbare ruimte, ook wel kapitaalgoederen of assets genoemd, bestaat uit vele onderdelen. Onder het integrale kader zijn voor verschillende disciplines (bv. groen en bomen, openbare verlichting) zogenaamde assetsheets uitgewerkt. Deze compacte plannen bevatten alles wat de beheerders nodig hebben: van omvang, leeftijdsopbouw, kwaliteit, doelen en ambities, strategie en budgetten tot uitgangspunten. De assetsheets worden iedere vijf jaar geactualiseerd, de assetsheets uit het IBOR-plan lopen daarmee op het einde van de looptijd (2022-2025). Ook hoofdstuk 6 van het IBOR-plan geeft alleen inzicht in de financiële gevolgen voor de periode 2022-2025.
Na vaststelling van het IBOR-plan zijn in 2022/2023 nog de assetsheets Begraafplaatsen, de taak baggeren en de assetsheet Verkeervoorzieningen toegevoegd aan het IBOR. Vanwege eenduidigheid in looptijd worden deze nu meegenomen in deze actualisatieslag.
Doel van deze actualisatie is het IBOR bij te brengen op basis van de huidige inzichten, ontwikkelingen en kostenprognoses voor de periode 2026-2030.
Van assetsheets naar beheerplannen
Het IBOR-plan kent een groot aantal inhoudelijke termen en afkortingen. Met name de term assetsheets blijkt lastig en zorgt voor verwarring. In de financiële regelgeving (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten / BBV) is een verplichting opgenomen voor het hebben van beheerplannen. De assetsheets van de gemeente Neder-Betuwe zijn eigenlijk de beheerplannen als zodanig. Bij deze actualisatie is daarom besloten de term assetsheet los te laten en gebruik te maken van de term (compacte) beheerplannen. De eenduidige inhoud en opbouw van deze beheerplannen blijft volledig gelijk aan de eerdere assetsheets.
Overkoepelende actualisaties en aandachtspunten IBOR
De afgelopen jaren is de openbare ruimte in Neder-Betuwe beheerd op basis van het IBOR-plan. In de basis ging dat goed, maar er zijn natuurlijk ook wensen en behoeften tot bijstelling. Een aantal actualisaties zijn discipline overstijgend, deze worden in deze paragraaf kort beschreven.
Overige en meer disciplinaire wijzigingen en bijstellingen zijn opgenomen in de nieuwe beheerplannen.
Sinds het opstellen van het IBOR in 2021, zijn de prijzen (algeheel) fors gestegen. Voor het beheren van de openbare ruimte wordt veel gebruik gemaakt van arbeid, maar ook van materiaal. Beide zijn de afgelopen jaren fors in prijs gestegen. Met name de materialen waarin veel energie wordt gebruikt (bv. asfalt, openbare verlichting, etc.) zijn enorm in prijs gestegen. Dit heeft zijn weerslag op de benodigde beheerbudgetten voor de openbare ruimte. Voor een beperkt aantal budgetten zijn de afgelopen jaren reeds indexaties doorgevoerd, voor andere niet of beperkt.
Areaalgroei en areaalverandering
De gemeente Neder-Betuwe groeit gestaag, ook de komende jaren is er een ambitieus groeiprogramma (zowel voor woningbouw als bedrijven). Bij realisatie van nieuwbouw ontstaat nieuwe openbare ruimte. De initiële ontwikkeling en realisatie is belangrijk voor het toekomstig beheer van de openbare ruimte, daarom wordt steeds meer aansluiting gezocht. Na realisatie komt de nieuwe openbare ruimte (vaak) in beheer van de gemeente. De gemeente Neder-Betuwe voerde geen areaalgroei/areaalaccres door in de begroting, hierdoor moet er steeds meer openbare ruimte worden beheerd voor hetzelfde budget. Met actualisatie van de beheerplannen wordt het areaal wel herijkt, door dit proces slechts eenmaal in de vijf jaar te doen, kan dit zorgen voor fors budgetvraag. De komende periode wordt een voorstel uitgewerkt om de areaalgroei jaarlijks te verwerken in de begroting.
Naast areaalgroei zien we dat de nieuwe openbare ruimte anders is ingericht dan de bestaande openbare ruimte. Logisch want er wordt gebruik gemaakt van nieuwe materialen, maar ook ingespeeld op nieuwe thematieken/ontwikkelingen (bv. klimaat of duurzaamheid). Deze verandering zorgt echter voor andere verdeling tussen de verschillende disciplines (bv. meer groen dan verharding), maar ook verandering in beheer. De nieuwe arealen vragen om andere beheerstrategieën, beheertechnieken en maatregelen. Deze uitwerking zal de komende jaren steeds meer vorm krijgen, waarna de impact beter en concreter in beeld komt. In een volgend IBOR zal dit dan ook verder worden uitgewerkt.
De afgelopen jaren is na intensief overleg en onderzoek gekozen om een aantal zogenaamde beeldbepalende beheertaken terug te nemen van de Avri. Vanaf 1 januari 2026 krijgt dit vorm voor de beheertaken groen, reiniging en gladheidsbestrijding. Het beoogde effect is een duurzaam kwalitatief goede en efficiënte organisatie van de uitvoering van de beheertaken groen, reiniging en gladheidsbestrijding in de openbare ruimte. De gemeente krijgt weer grip en regie waardoor we structureel inzetten op het realiseren van (IBOR) beleidsdoelen en maatschappelijke opgaven (bv. biodiversiteit en klimaatadaptatie).
De komende periode zal het terugnemen van de beheertaken steeds verder vorm krijgen binnen het IBOR. In de beheerplannen is waar nodig reeds voorgesorteerd op deze ontwikkeling.
Meerjaren Investeringsprogramma (MJIP) 2026 - 2035
Vanuit het IBOR werd geadviseerd om toekomstige vervangingsopgaven van de openbare ruimte nauwkeurig en realistisch in beeld te brengen. Hiertoe is het Meerjaren Investeringsprogramma 2026-2035 opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad. In het MJIP zijn integraal op basis van technische noodzaak de vervangingen van de openbare ruimte in beeld gebracht. De benodigde projecten/budgetten zijn geraamd en gekapitaliseerd weergegeven. Door vaststelling van het MJIP zijn naast de benodigde onderhoudsgelden (gedurende de levensduur) ook de vervangingen aan het einde van de levensduur geborgd. De kapitaalslasten van de in MJIP opgenomen projecten zijn op de verschillende beheerplannen weergegeven.
Voor het IBOR en het uitvoeren van onderhoud is het van groot belang dat de MJIP-projecten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd (conform geraamde planning). De komende jaren zal hier vanuit de ambtelijke organisatie focus op liggen (uitvoering en afstemming).
Jaarlijks informeren gemeenteraad over IBOR
De openbare ruimte is een belangrijk onderdeel van de gemeente Neder-Betuwe. Het IBOR geeft hiervoor de (richt)lijnen en handvaten. Het IBOR is echter veelomvattend en inhoudelijk uitgebreid, wat het soms lastig te begrijpen en doorgronden maakt. In de komende beleidsperiode wil het ambtelijk apparaat hier beter op inspelen. Door de raad jaarlijks (laagdrempelig) te informeren over de voortgang, werking en uitwerking van het IBOR wordt meer inzicht gegeven. Dit jaarlijkse moment zal in afstemming met de verantwoordelijk wethouder en het presidium worden ingepland.
Bijgevoegd op dit document vindt u de volgende (compacte) beheerplannen:
Deze beheerplannen vervangen de assetsheets zoals opgenomen in het IBOR-plan (d.d. 29-10-2021). Alle beheerplannen zijn eenduidig opgebouwd, met de volgende paragrafen/inhoudsopgave:
Voor terminologie wordt verwezen naar bijlage 1 uit het IBOR-plan. De beheerplannen sluiten aan op het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte zoals opgenomen in hoofdstukken 1 t/m 5 van het IBOR-plan.
Beheerplan Wegen en verhardingen
Het voorliggende beheerplan is gericht op alle verhardingen in beheer van de gemeente Neder-Betuwe. Deze omvat de rijbanen, fiets- en voetpaden van asfalt, beton en elementen en de onverharde en semiverharde wegen. Ook de wegmarkering en bermverharding zijn in dit plan meegenomen. Buiten de scope vallen wegen in beheer bij derden (bv. Rijkswaterstaat of particulieren).
De gemeente Neder-Betuwe beheert ruim 1,9 miljoen m2. Dit is circa 74 m² per inwoner van de gemeente en ligt in lijn met het landelijk gemiddelde. De areaalgegevens van de wegen zijn vastgelegd in het beheersysteem Geovisia.
Bij de verhardingen worden asfalt, elementen, cementbeton en overige verhardingen onderscheiden. De oppervlakte per verhardingstype is weergegeven in navolgende cirkeldiagram o.b.v. de meest recente weginspectie. Hierbij geldt:
Als basis voor de wegverhardingen zijn de volgende kaders leidend.
Voor wegbeheer wordt gebruik gemaakt van de landelijke beheersystematiek verhardingen van het CROW (kennisinstituut). De CROW is op dit moment bezig met de doorontwikkeling van deze methodiek, de uitwerking zal de komende periode meer vorm krijgen. De gemeente Neder-Betuwe volgt deze ontwikkelingen.
Dagelijks maken vele mensen gebruik van de wegen binnen de gemeente Neder-Betuwe. Vanuit de Wegenwet heeft de gemeente een zorgplicht voor de verhardingen. Van de aanwezige verhardingen moet veilig gebruik kunnen worden gemaakt, waarbij schades en ongevallen door gebreken aan de weg zoveel mogelijk worden voorkomen.
Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten:
De gemeente Neder-Betuwe beschikt over een goed onderhouden wegennet waarvan de inwoners en bezoekers veilig en comfortabel gebruik kunnen maken. Uitgangspunt is dat we de goede dingen doen (effectief) en de dingen goed doen (efficiënt). Dit doen we onder andere door slimme combinaties te maken, budgetten zorgvuldig in te zetten en hierin alle facetten mee te nemen.
De weginrichting is veilig en afgestemd op de gebruikers. Hierbij is er extra aandacht voor de kwetsbare verkeersdeelnemers zoals fietsers, voetgangers, kinderen, ouderen en minder-validen. We nemen maatregelen om deze groepen tegen de gevaren op de weg te beschermen. Bijvoorbeeld door snelheidsremmende maatregelen te nemen en te zorgen voor een overzichtelijke weg. De bermen langs drukke wegen en onoverzichtelijke kruispunten worden vaker gemaaid.
Bij de uitvoering van beheer en onderhoud, reconstructies en/of vervangingen worden oplossingen voor klimaatadaptatie en duurzaamheid bedacht en meegenomen. Denk hierbij aan de opvang van regenwater, hergebruik van materialen of het toepassen van materialen met een langere levensduur. Voor klimaatadaptatie is er een menukaart ontwikkeld waarin de effecten en haalbaarheid van verschillende typen maatregelen overzichtelijk in beeld komen.
De beleidsuitgangspunten en ambities vertalen zich in de volgende beheerstrategie voor klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingen:
Betreft het repareren van schades met een beperkte omvang.
Betreft het repareren van schades met een grote omvang.
Er wordt onderhoud ingepland wanneer de kwaliteit van de verharding de ondergrens van het vastgestelde ambitieniveau heeft overschreden of dit op korte termijn gaat gebeuren. Het type onderhoudsmaatregel dat wordt ingezet is afhankelijk van de aard en omvang van de schades, de leeftijd van de verharding en het functioneren ervan.
Vervanging vindt plaats wanneer repareren van de schade niet meer mogelijk is en/of de oorspronkelijke inrichting niet meer voldoet aan de huidige tijd.
Om een goed beeld te krijgen van de kwaliteit wordt 1x per twee jaar een visuele weginspectie conform de CROW-methodiek uitgevoerd. Deze inspectie vormt de basis om te bepalen welk wegenonderhoud noodzakelijk is. Tijdens deze inspectie wordt ook het klein onderhoud in de kaart geprikt, waarna deze systematisch per dorp/kern wordt aangepakt.
Onderstaande tabel geeft inzicht in de financiën van wegen en verhardingen voor de periode 2026-2030:
Voor het groot onderhoud wordt gebruik gemaakt van een voorziening, deze is hoofdzakelijk bedoeld om de jaarlijkse fluctuaties in de uitgaven op te vangen. Onderstaand overzicht laat het verloop van de voorziening zien op basis van de geprognotiseerde groot onderhoudskosten:
Het verloop van de voorziening laat zien dat de huidige toevoeging onvoldoende is om de voorziening gedurende de periode positief te houden. Om dit wel te bereiken dient de toevoeging vanaf 2027 structureel te worden verhoogd tot € 1.443.526. Onderstaande tabel laat het verloop van de voorziening zien bij die hogere jaarlijkse toevoeging.
Op de lange termijn is een nog hogere toevoeging nodig, omdat de uitgaven structureel hoger zijn dan de toevoeging aan de voorziening, de eerste jaren wordt de voorziening uitgeput. Hier dient op lange termijn rekening mee te worden gehouden.
Kostenstijging: de afgelopen jaren zijn de kosten van energie en materialen in de Grond, Weg en Waterbouw (GWW) enorm gestegen. Er is geen structurele indexatie doorgevoerd op het budget/de toevoeging in de voorziening Groot onderhoud wegen. Advies is de toevoeging nu bij te stellen en jaarlijks de budgetten te indexeren (zie ook paragraaf inleidende paragraaf).
Beheerplan Civieltechnische kunstwerken
Het voorliggende beheerplan is gericht op het beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken. Hierbinnen vallen alle vaste en beweegbare bruggen, duikers en beschoeiingen. Binnen de scope vallen ook de objecten waarvan ProRail of Rijkswaterstaat eigenaar is en waar de gemeente verzorgend/dagelijks onderhoud uitvoert. De op de kunstwerken aangebrachte openbare verlichting, bewegwijzering, verharding, markeringen en wegmeubilair, vallen voor zover ze onlosmakelijk onderdeel zijn van het kunstwerk binnen de scope van dit beheerplan. Verder zijn er 2 bruggen in gedeeld onderhoud met het Waterschap Rivierenland. Deze vallen binnen de scope van dit compacte beheerplan.
In 2024 is de laatste kunstwerkeninspectie (conform NEN 2767) uitgevoerd. Aan geconstateerde schades zijn acties voor herstel of vervanging gekoppeld, inclusief kostenprognose, uitvoeringsjaar en prioriteit. Na deze inspectie zijn de maatregelen met de hoogste prioriteit reeds uitgevoerd. De overige maatregelen zijn ingepland.
Van de 13 bruggen zijn 5 bruggen op of boven het beoogde kwaliteitsniveau ‘Basis’ en 8 objecten hieronder. Het gemiddeld onderhoudsniveau van de bruggen betreft nu een 3,7 wat neerkomt op een score ‘matig’ of onderhoudsniveau C. In het kader van constructieve veiligheid is bij 4 bruggen onvoldoende capaciteit vastgesteld om te voldoen aan de huidige normen. Bij deze bruggen zijn beheersmaatregelen getroffen.
Omdat een negental duikers niet (goed) bereikbaar waren, zijn bij de meest recente inspectie totaal 84 duikers (van de 93) geïnspecteerd. Hieruit bleek dat twee duikers onder het kwaliteitsniveau liggen. Deze zijn door het gebruik van NEN 2767 strenger beoordeeld dan in 2019. In 2019 lag het onderhoudsniveau van de duikers op ‘goed’ en dat is nu gezakt naar ‘redelijk’
De civieltechnische kunstwerken in de gemeente Neder-Betuwe dragen bij aan meerdere beleidsdoelen en ambities:
Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten:
Alle kunstwerken zijn veilig en duurzaam ingericht en afgestemd op het gebruik. Het beheer en onderhoud is gericht op het bereiken van de beoogde levensduur en indien mogelijk het verlengen hiervan. Esthetische maatregelen (zoals reinigen) worden alleen uitgevoerd als deze ten behoeve van de veiligheid en functionaliteit nodig zijn.
We nemen deel aan het Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). Hierbij sturen we bij aanbestedingen buiten de prijs op onderdelen als innovatie, circulariteit en klimaat (o.a. met de CO2-prestatieladder). Daarnaast zetten we in op sociale doelstellingen. Zo is Social return een belangrijke doelstelling om kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt te betrekken bij de uitvoering van de opdracht.
Voor het in stand houden van de kunstwerken wordt een toestandsafhankelijke aanpak gehanteerd. Dit sluit aan bij het kwaliteit gestuurd beheer en is het meest economische moment van onderhoud. Hierbij wordt het onderhoud uitgevoerd als een bepaalde minimale toestand (het interventieniveau) wordt onderschreden. Aan toestandsafhankelijk beheer zit wel een planning ten grondslag, op basis van de verwachte levensduur en/of de onderhoudscyclus. In de tussentijd worden er inspecties gedaan die het specifieke tijdstip voor onderhoud bepalen.
Voor het kunstwerkenbeheer worden klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingen onderscheiden:
Klein onderhoud is het dagelijks onderhoud dat gericht is op het borgen van de veiligheid en levert een bijdrage voor het borgen van de functionaliteit en duurzaamheid van de kunstwerken en de aansluiting op het gemeentelijk beleid (beeldkwaliteit).
Correctief en eenmalig onderhoud
Het aanbrengen van een ontbrekend onderdeel, het herstellen van aansluitingen, bebording en straatwerk en het verwijderen van begroeiing en grond.
Groot onderhoud is gericht op het (langdurig) borgen van de veiligheid, functionaliteit en de instandhouding (duurzaamheid) van het kunstwerk door middel van planmatig en preventief onderhoud.
Herstellen van betonschade, houten dek, houten leuningwerk, houten onderdelen, metselwerk (lokaal), stalen leuningwerk en stalen onderdelen.
Op het moment dat onderhoud niet afdoende of rendabel is om de veiligheid te kunnen garanderen, dient een kunstwerk gerenoveerd of geheel vervangen te worden:
Binnen het areaal vallen ook objecten waarvan het onderhoud wordt gedeeld met andere beheerders en eigenaren. De gemeente Neder-Betuwe moet ervoor zorgen dat het onderhoud aan de openbare verlichting, bewegwijzering, verharding, markering en wegmeubilair wordt gedaan. Ditzelfde geldt voor alle overige dagelijkse taken, zoals het reinigen van verharding, goten en schampkanten, gladheidsbestrijding en afwikkelen van schaderijdingen.
Onderstaande tabel geeft inzicht in de financiën van civiele kunstwerken voor de periode 2026-2030:
Voor het groot onderhoud wordt gebruik gemaakt van een voorziening, deze is hoofdzakelijk bedoeld om de jaarlijkse fluctuaties in de uitgaven op te vangen. Onderstaand overzicht laat het verloop van de voorziening zien op basis van de geprognotiseerde groot onderhoudskosten:
Het verloop van de voorziening civieltechnische kunstwerken blijft op basis van de huidige inzichten positief met de huidige toevoeging. De komende periode wordt een nieuw bestek opgemaakt, waarna de daadwerkelijke kosten gedetailleerder in beeld zijn. Verwachting is dat deze voorziening voldoende buffer heeft om eventuele hogere uitgaven op te kunnen vangen.
Databeheer: Door gebrek aan ontwerpgegevens kan de technische staat van de kunstwerken niet herberekend worden en dit levert risico’s op voor het beheer nu en in de toekomst. Het gaat hierbij om de volgende gegevens: een actueel overzicht van alle kunstwerken, ontwerpuitgangspunten en -belastingen, ontwerp-/onderhoudsbestekken, ontwerp-/as built tekeningen en berekeningen.
Beheerplan Openbare verlichting
Dit beheerplan is gericht op het beheer en onderhoud van openbare verlichting in de gemeente Neder-Betuwe. Deze asset omvat alle lichtmasten, armaturen, lampen en speciale verlichting (bv. schijnwerpers). Buiten de scope vallen alle lichtreclames en onderdelen die aan de lichtmast hangen, zoals camera’s, bloembakken, feestverlichting, vlaggen en bebording.
De openbare verlichting in de gemeente Neder-Betuwe draagt bij aan meerdere beleidsdoelen en ambities:
Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten:
De gemeente Neder-Betuwe vindt vermindering van energieverbruik en het voorkomen van lichthinder belangrijk en hanteert daarom bij de aanleg van nieuwe verlichtingspunten ‘Verlichten? Nee, tenzij?’. Dit betekent dat de gemeente indien mogelijk, verlichting zal verminderen of zelfs zal weghalen. De wegen met kruispunten, onverwachte en/of onoverzichtelijke veranderingen in het wegverloop en gevaarlijke verkeerssituaties blijven verlicht. Ditzelfde geldt voor bijzondere locaties zoals viaductonderdoorgangen en bushaltes.
Buiten de bebouwde kom wordt voor de verkeersveiligheid verlichting geplaatst. Eventuele oriëntatie- en geleidingsverlichting wordt alleen toegestaan op plekken waar het echt nodig is. In de groengebieden zijn we terughoudender en wordt in principe geen openbare verlichting toegepast. Mochten we in de groengebieden willen verlichten dan houden we rekening met de ecologische effecten. Aangepaste verlichting ten behoeve van de flora- en fauna is mogelijk.
De beleidsuitgangspunten en ambities vertalen zich in de volgende beheerstrategie:
Preventief en correctief onderhoud:
De keuze voor een vervangend armatuur is gebaseerd op vorm, lichttechniek, lichtproductie en prijs. Op lichtmasten van vier meter hoog worden kegelvormige armaturen toegepast. Vanaf zes meter worden koffervormige armaturen (soms op een uithouder) geplaatst. Voor lichttechniek wordt standaard gekozen voor ledverlichting.
Onderstaande tabel geeft inzicht in de financiën van openbare verlichting voor de periode 2026-2030:
De afgelopen jaren zijn de kosten van energie (en netwerk) sterk toegenomen. Tot en met 2027 wordt geïnvesteerd in verLEDding van het areaal. Verwachting is dat na afronding van deze actie de energiekosten stabiliseren en de kosten voor klein onderhoud afnemen.
IVer: Gemeenten zijn door wetgeving en de veiligheidsnorm NEN3140 voor hun openbare verlichting verplicht om hiervoor een installatieverantwoordelijke (IV’er) aan te wijzen. Hieraan worden strenge regels en verplichtingen gesteld. De gemeente Neder-Betuwe is bezig met het inregelen van deze verantwoording.
Beheerplan Verkeersvoorzieningen
Dit Beheerplan Verkeersvoorzieningen is gericht op de objecten die zijn aangebracht voor de (veilige) geleiding van het verkeer en het informeren van de weggebruiker. Tot de verkeersvoorzieningen behoren de afsluitpalen, industrieverwijzingen, objectverwijzingen, fiets- en voetgangersverwijzingen, verkeersborden en dragers, straatnaamborden, komborden, schrikhekken, snelheidsdisplays en verkeerstellers. De gemeentelijke afwikkeling van tijdelijke (bouw)bording valt als taak onder dit beheerplan (toestemming verlening).
Voor de abri’s en reclameborden zijn onderhoudscontracten met verschillende partijen afgesloten. Al deze objecten vallen buiten de scope van beheerplan. De fietsenrekken en hekwerken zijn uitgewerkt in het beheerplan Meubilair en Overige. Informatie over de wegmarkering en snelheid remmende maatregelen is opgenomen in het beheerplan Wegen en Verhardingen.
Sinds 1 januari 2025 geldt een wettelijke plicht voor (weg)beheerders. Zij moeten de mobiliteitsdata op orde brengen. Ook moeten zij zorgen dat deze data duurzaam geborgd blijft. Deze verplichting komt voort uit Europese regelgeving, zoals de Intelligent Transport Systemen (ITS) Directive. In 2026 volgt de Nederlandse vertaling in wetgeving, bekend als het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata (DSM). Vanuit deze verplichting levert de gemeente Neder-Betuwe data over verkeersborden uit via de NWB-applicatie George. De gemeente zit hierbij nu op niveau 4 van 5. Dit betekent dat de gemeente goed op weg is, maar nog alle data compleet heeft. De registratie en bijhouding van data is de afgelopen periode door deze verplichting geïntensiveerd.
Uit de inspectiegegevens blijkt dat 30% van het areaal binnen de bebouwde kom niet voldoet aan het gestelde kwaliteitsambitieniveau en op minimaal één van de genoemde inspectiecriteria op een te laag kwaliteitsniveau ligt. Circa 7% van het areaal voldoet op 2 of meer inspectiecriteria niet aan het ambitieniveau. Zie ook de figuur onder.
Het inspectiecriterium waarop het vaakst het ambitieniveau niet behaald wordt, is ‘besmeuring’ met 83% van het areaal op of boven het ambitieniveau. Dit schadebeeld is relatief eenvoudig te herstellen. Ook ‘dekking’ wordt met 92% relatief minder behaald.
De verkeersvoorzieningen in de gemeente Neder-Betuwe dragen bij aan meerdere beleidsdoelen en ambities:
Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten:
Voor verschillende onderdelen van de verkeersvoorzieningen zijn onderhoudscontracten met partijen afgesloten. De kosten voor reclameborden worden gedekt uit op de borden aangebrachte reclame. De abri’s met reclame worden in ruil voor de reclame onderhouden. Indien dit niet volledig dekkend is of reclame niet mogelijk is, is het onderhoud van de abri’s op kosten van de gemeente. Bewegwijzering wordt op kosten van de gemeente Neder-Betuwe onderhouden.
Gewenst gedrag begint bij de infrastructuur: Verkeersdeelnemers volgen regels eerder als deze duidelijk en uitvoerbaar zijn. Overmatig gebruik van borden leidt tot een ‘bordenwoud’ en vermindert effectiviteit. Automobilisten merken slechts 10–20% van de borden spontaan op en vertrouwen vaak op natuurlijke wegkenmerken. Aanpassing van infrastructuur is vaak een betere oplossing om gewenst gedrag te realiseren.
Dit Beheerplan Afval en Schoon is gericht op het schoonhouden van de leefomgeving. Tot dit onderdeel behoren het legen van afvalbakken, opruimen van hondenpoep, onkruidbestrijding op verharding, verwijderen van blad van gazons en verhardingen, het vegen van verharding, verwijderen van aanstootgevende graffiti en beplakking, verwijderen van zwerfafval en het bestrijden van gladheid.
De onkruidbestrijding in de beplantingsvakken valt onder het Beheerplan Groen en Bomen.
De afvalbakken en hondenpoepbakken in beheer van gemeente Neder-Betuwe worden geleegd op basis van de vullingsgraad. De arealen voor bestrijding van onkruid op verharding en het straatvegen worden bepaald op basis van de actuele wegbeheerdata. De te strooien routes worden jaarlijks voorafgaand aan het strooiseizoen vastgesteld.
In 2024 is een krediet van € 255.000 beschikbaar gesteld voor de vervanging van de afvalbakken. Bij deze vervangingsronde wordt ingezet op een optimale spreiding van de bakken binnen de gemeente. Om aan het landelijk gemiddelde te voldoen, worden extra afvalbakken bijgeplaatst. Daarnaast krijgen sommige bestaande afvalbakken een nieuwe locatie en komen er meer bakken langs hondenuitlaatroutes. De vervangingswerkzaamheden worden in 2026 afgerond.
De beleving en waardering van het afval en schoon is niet gemeten. Wel komt het onderwerp ter sprake in de enquête over het beheer en inrichting van de openbare ruimte (december 2020 jl.). Strekking van de uitkomst: een schone buitenruimte is belangrijk en zorgt voor minder vervuiling. Uit de enquête blijkt dat 97% van de respondenten het (heel) belangrijk vindt dat de openbare ruimte netjes oogt en veilig te gebruiken is. De inwoners willen dat het onderhoud vaker en beter wordt uitgevoerd.
Het schoonmaken en schoonhouden van de openbare ruimte is een gemeentelijke taak, waarvan de inwoners en bezoekers direct de resultaten kunnen waarnemen en deze vervolgens ook kunnen waarderen. Een schone leefomgeving heeft allerlei positieve effecten. Mensen hebben een veiliger gevoel, zijn vriendelijker naar hun medemens en ouders durven hun kinderen meer buiten te laten spelen. Ook blijkt dat de omgeving van invloed is op hoe mensen zich gedragen: want schoon zorgt ervoor dat het schoon blijft!
Hiertoe gelden de volgende beleidsdoelen en ambities:
Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten:
De normale afvalbakken mogen ook gebruikt worden voor het deponeren van opruimzakjes met hondenuitwerpselen. Routes waar honden veelvuldig worden uitgelaten, de zogenaamde hotspots (groengebieden, parken, ter plaatse van hondenuitlaatplaatsen), zijn belangrijke aandachtsgebieden in het bereik van afvalbakken. In deze gebieden dienen afvalbakken binnen een bereik van 100 meter te staan. In overige straten binnen de bebouwde kom wordt gestreefd naar een bereik van maximaal 300 meter tot afvalbakken.
Het samenspel tussen onkruidbestrijding en straatvegen is cruciaal voor een optimaal resultaat. Regelmatig vegen heeft een preventieve werking en voorkomt het vestigen van ongewenste kruidengroei. De gemeente Neder-Betuwe beheerst onkruid op een duurzame en milieuvriendelijke manier, zonder chemische middelen te gebruiken.
De gemeente Neder-Betuwe doet veel om zwerfafval aan te pakken. Jaarlijks worden met de basisscholen en het voortgezet onderwijs schoonmaakacties gehouden. Ook zijn er initiatieven van inwoners en wijkverenigingen die zelf de buurt opschonen. De gemeente Neder-Betuwe levert hiervoor het materiaal zoals hesjes, knijpers en vuilniszakken aan. Samen met Avri wordt op scholen en bij verenigingen voorlichting gegeven en wordt op projectbasis gehandhaafd.
De beleidsuitgangspunten en ambities vertalen zich in de volgende beheerstrategie:
Voor het bestrijden van gladheid en het ruimen van sneeuw wordt gebruik gemaakt van vaste routes. De strooiroute is onderverdeeld in een primaire en secundaire route. De primaire route omvat alle hoofdwegen, busroutes en doorgaande routes aangevuld met fietspaden. Deze worden eerst gestrooid en indien nodig sneeuwvrij gemaakt. De secundaire route zijn alle wijkontsluitingswegen en wegen bij en rondom bejaardenwoningen. Deze wegen worden alleen gestrooid bij extreme gladheid, zoals ijzel en hevige sneeuwval. De secundaire route wordt pas gestrooid nadat de primaire route klaar is.
Eigen buitendienst: vanaf 2026 wordt een groot aantal van de taken van afval en schoon uitgevoerd door de eigen buitendienst. Verwachting is dat de kwaliteit van uitvoering hiermee toeneemt. Aandachtspunten zijn de startup, de personele organisatie en de daadwerkelijke kosten (komen steeds beter in beeld, maar sommige delen nog geraamd op basis van historisch budget Avri). Het budget van 2026 is eenmalig hoger door de overnamekosten van tractie en klein materieel.
Dit Beheerplan Riolering en Water omvat de riolering (vrijverval en mechanisch) met de pompen, gemalen en randvoorzieningen zoals bergbezinkbassins. Ook het stedelijk watersysteem met drains, sloten, greppels en bovengrondse bergingsvoorzieningen is hierin opgenomen. Al deze voorzieningen samen geven invulling aan de zorgplicht om de inzameling en transport van afvalwater, regenwater en grondwater op een goede manier te reguleren en nadelige gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De gemeente is verantwoordelijk voor het baggeren van categorie B en C watergangen, deze activiteit valt onder dit Integraal Beheerplan Openbare Ruimte. Vanuit groenbeheer worden de oevers, waterkanten en wadi’s gemaaid en geschoond.
In onderstaande tabel zijn de lengtes en aantallen van het riool en watersysteem opgenomen. Voor registratie van deze objecten wordt gebruik gemaakt van het beheersysteem Brutis.
Het totaal aantal duikers in beeld in het gebied is 1613 stuks. Van deze duikers zijn 93 recentelijk door de gemeente geïnspecteerd. Hiervan zijn 990 nu in dit beheerplan opgenomen als gemeentelijke verantwoordelijkheid, maar dit moet nog afgestemd worden met het waterschap, alsmede een mogelijke beheerstrategie;
In de watergangen is een redelijke hoeveelheid slib aanwezig (gemiddelde laagdikte 14 cm, totale originele baggeropgave 32.700 m³), deze sliblaag belemmert de water afvoerende en waterbergende functie van de watergang. Medio 2025 is deze baggeropgave halverwege voltooid. Volgens de planning is het afgerond in 2031.
De gemeente Neder-Betuwe heeft haar beleidsdoelen en ambities vastgelegd in het Programma Riolering en Water Neder-Betuwe 2024-2028 (PRW). Hierin staat beschreven hoe de gemeente Neder-Betuwe op een duurzame en doelmatige wijze invulling wil geven aan de zorgplicht. Dit programma is in lijn met de beleidskaders vanuit de Rijksoverheid en het Beleidskader Klimaatadaptatie Neder-Betuwe.
De beleidsdoelen en verwante strategieën als toegelicht in navolgende tabel worden in het PRW benoemd:
Vervangingen en afschrijvingstermijnen
De technische afschrijvingstermijn is gelijkgesteld aan de financiële afschrijvingstermijn. Conform de financiële verordening is de financiële afschrijvingstermijn van riolering 60 jaar. In het PRW wordt afhankelijk van het betreffende onderdeel met 60 jaar, 45 jaar, 30 jaar of 15 jaar rekening gehouden. In een aantal specifieke gevallen kunnen gemotiveerd afwijkende afschrijvingstermijnen worden gekozen.
Het rioolstelsel wordt periodiek geïnspecteerd en beoordeeld op stabiliteit, afstroming en waterdichtheid. Waar de toestandsaspecten bereikt of overschreden zijn, worden planmatig maatregelen genomen en reparaties uitgevoerd. Door camera inspecties vanuit de binnenzijde van de leiding wordt de kwaliteit van het riool gemonitord. Bij riolering met een te smalle diameter is deze vorm van inspecteren niet mogelijk.
Aan de basis van de financiën voor riolering en water staat de voorziening voor het PRW. Inkomsten in deze voorziening bestaan voornamelijk uit de riool- en waterzorgheffing, die opgelegd wordt aan de inwoners en ondernemers in de gemeente. De uitgaven voor uitvoering van de gemeentelijke watertaken (de exploitatie en investeringen) worden gedekt uit de heffing. De volledige financiën staan uitgewerkt in het Programma Riolering en Water en het bijbehorende achtergronddocument.
Tariefdifferentiatie is in 2025 voor het eerst toegepast op de riool- en waterzorgheffing, om de verdeling van kosten voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken eerlijker te maken. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen woningen en niet-woningen. De tariefdifferentiatie is toegepast op niet-woningen, die ongeveer 12% van de bestaande aansluitingen omvatten. Bij een afvalwaterlozing van meer dan 500 kubieke meter per jaar wordt het tarief verhoogd. Het basistarief is € 240,50 (2024), en wordt hoger naarmate meer afvalwater boven de 500 kuub wordt geloosd. Voor een aantal grote lozers betekent dit een fors hogere riool- en waterzorgheffing.
Hydraulische kwetsbaarheid: Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Dit kan leiden tot wateroverlast en schade in de dorpskernen. Klimaatstresstesten moeten helpen om een nauwkeuriger beeld te vormen van de kwetsbare plekken om een klimaat robuuste inrichting van de openbare ruimte mogelijk te maken.
Storingen drukriool: Er was een zichtbare stijging in het aantal meldingen dat er een storing is aan de drukriolering in het buitengebied. Dit wordt veelal veroorzaakt door illegale lozing van hemel- en grondwater in het drukriool, maar ook door de verouderde elektrotechnische installaties. De vervanging van deze installaties is in 2025 begonnen en heeft het aantal storingen verminderd. In buitengebieden wordt de hemel- en grondwaterverordening in werking gesteld om daarop te kunnen handhaven. In gesprek gaan en afstemming met bewoners is de eerste optie voor handhaving.
Verharding in de landbouw neemt steeds meer toe ten behoeve van optimalisatie van bedrijfsprocessen in de laanboomteelt. Dit leidt bij regenval tot een versnelde afvoer van hemelwater naar de omliggende watergangen, die hierdoor sneller overbelast kunnen raken. Dit kan de afvoer vanuit de kernen hinderen en het risico op wateroverlast vergroten. Hierover in gesprek gaan met agrarische bedrijven samen met het waterschap is de eerste stap.
Groenbeheer gaat over het onderhoud van het openbaar groen in de kernen en het buitengebied. Het groen bestaat uit bomen, beplantingen, gazons, bermen en bosplantsoen. In dit beheerplan zijn het beheer van het openbaar groen en de gemeentelijke bomen uitgewerkt.
Het groen aanwezig op de begraafplaatsen is uitgewerkt in het beheerplan Begraafplaatsen en valt daarom buiten de scope van dit beheerplan. Het groen aanwezig op de sportvelden wordt beheerd en onderhouden door de sportclubs zelf, met uitzondering van de bomen, die vallen onder gemeentelijk beheer (en daarmee binnen de scope van dit beheerplan).
De gemeente Neder-Betuwe heeft circa 170 hectare aan openbaar groen en meer dan 14.000 bomen in beheer. Meer dan driekwart van het areaal bestaat uit gras- en kruidachtigen in de vorm van bermen langs wegen. De rest bestaat uit andere beheertypen. Ruim 15% hiervan bestaat uit gazon. Iets minder dan 4% bestaat uit hagen en heesters. Slechts 1,7% bestaat uit bosplantsoen en nog geen 1% uit sierbeplanting.
De gemeente Neder-Betuwe gebruikt een beheersysteem voor het vastleggen van het openbaar groen in de openbare ruimte. Vanaf 2026 verzorgt gemeente Neder-Betuwe het volledige databeheer van de arealen groen en bomen.
De meeste beplanting is te vinden in Kesteren. Dit is ook het grootste dorp in de gemeente Neder-Betuwe. In de kleinste dorpen Echteld en IJzendoorn is de minste oppervlakte aan beplanting te vinden. De verhoudingen van de beheertypen zijn per dorp ongeveer gelijk, behalve in Kesteren en Ochten, waar relatief meer hagen zijn. In IJzendoorn zijn bijna geen heesters, bodembedekkers of sierbeplanting te vinden.
De jaarrapportage 2025 van de Avri geeft aan dat in 2025 10 schouwrondes zijn uitgevoerd om de kwaliteit van de openbare ruimte te meten. De resultaten van deze schouwrondes laten zien dat 97,5% van de beeldposten voldoet aan de vastgestelde kwaliteit. De gemeente heeft daarnaast zelf ook schouwrondes uitgevoerd die dit beeld iets nuanceren. Hierover is overleg geweest om de kwaliteit te verbeteren.
Percentage score metingen door gemeente in t/m november 2025
Noot: voor het groen is kwaliteitsniveau Basis (B) het uitgangspunt. De centrumgebieden worden op een Hoog (A) niveau onderhouden. Voor de buitengebieden geldt een Laag (C) onderhoudsniveau. In de visualisaties is geen onderscheid te zien tussen deze gebieden.
Op basis van expert judgement blijkt de kwaliteit van de beplantingsvakken niet verder teruggelopen. Maar zowel de onderhoudskwaliteit als de samenstelling van de plantvakken blijven een aandachtspunt. In sommige vakken is de beplanting ouder dan 20 jaar en bloeit deze niet meer. Buiten is zichtbaar dat het gewenste beeld niet meer wordt bereikt doordat veel heesters en rozen worden onderhouden als haagbeplanting. De bestaande plantvakken staan bovendien snel vol met onkruid en zijn erg intensief qua onderhoud. Vervanging van bepaalde beplantingsvakken blijft noodzakelijk.
Jaarlijks wordt een derde deel van alle bomen geïnspecteerd op veiligheid door het uitvoeren van een Boomveiligheidscontrole (BVC). Bij de BVC heeft doorgaans 20-25% van de bomen een (tijdelijk) verhoogd risico waarbij een veiligheidsmaatregel moet worden uitgevoerd. Veel voorkomende veiligheidsmaatregelen zijn snoei van dood hout, kap of nader onderzoek.
De laatste jaren is stevig ingezet op het vervangen van zieke essen. Toch blijft de ziekte blijft zich ontwikkelen, mede door weersextremen. Ongeveer 6% van het totaal aantal essen is inmiddels gekapt en vervangen door meer toekomstbestendige soorten. Op dit moment staan er in de gemeente een kleine 2.700 essen. In 2025 heeft ongeveer 58% van de essen in meer of mindere mate essentaksterfte.
Aantrekkelijk en afwisselend groen is belangrijk voor een prettige leefomgeving en draagt bij aan de maatschappelijke uitdagingen van dit moment. Uit de enquête blijkt dat uitstraling (95%), gezondheid (95%), biodiversiteit (93%) en klimaatadaptatie (90%) door de respondenten (heel) belangrijk worden gevonden.
Avri heeft in 2024 in totaal 1.453 meldingen ontvangen over de openbare ruimte. Dit is 16% lager dan het aantal meldingen in dezelfde periode van vorig jaar, wat neerkomt op een afname van 286 meldingen. De grootste afname is te zien bij beplanting. Hier is een afname te zien van 102 meldingen. De reden hiervoor is een andere uitvoermethode en de verhoging van de inzet. In 2024 zijn de plantvakken niet op beeld onderhouden maar op frequentie. Hierdoor is er met vaste rondes gewerkt waardoor er meer continuïteit te zien is in het onderhoud van de plantvakken.
Het openbaar groen is het visitekaartje van de gemeente Neder-Betuwe en brengt dit door diversiteit en kwaliteit tot uiting. Groen zorgt voor eigenheid: fruitbomen, boomgaarden en historische bomenlanen geven je het gevoel dat je in de Betuwe bent. Daarnaast vormt het groen een centrale plek waar de inwoners elkaar ontmoeten om te sporten, spelen, recreëren, van de natuur te genieten en te verblijven. Het groen draagt bij aan meerdere beleidsdoelen en ambities.
In 2026 wordt er een beleidsevaluatie door studenten van de HAS 's-Hertogenbosch samen met de ambtenaren uitgevoerd. Doel is in beeld te brengen in hoeverre de vastgestelde beleidsdoelen in het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte en het Uitvoeringsplan bomen nog voldoen, aan de Toekomstvisie en de Omgevingsvisie met bijbehorende Omgevingsplannen en in hoeverre de wettelijke bescherming van houtopstanden van uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving is geborgd. Uitkomsten hiervan zullen gedeeld worden met de raad via een raadsinformatiebrief waarna verdere acties gepland gaan worden. Ook wordt een eerste inschatting gemaakt wat de gevolgen zijn voor het groen van Neder-Betuwe door de invoering van de Natuurherstelwet die op dit moment door het Ministerie van LVVN geïmplementeerd wordt.
Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten:
Het onderhoud van het groen is erop gericht alle onderdelen volgens de afgesproken beeldkwaliteit te onderhouden. De gemeente Neder-Betuwe hanteert hiervoor de meest recente beeldnormen van het Kennisplatform CROW. Voor het groen is kwaliteitsniveau Basis (B) het uitgangspunt. De centrumgebieden worden op een Hoog (A) niveau onderhouden. Voor de buitengebieden geldt een Laag (C) onderhoudsniveau. In het integraal beheersysteem van de gemeente Neder-Betuwe zijn de aangewezen functiegebieden van de verschillende kernen vastgelegd.
Het openbaar groen moet in kwaliteit en kwantiteit de uitstraling van een Europees laanbomencentrum vertolken. Samen met de boomkwekers, hoveniers, inwoners en het onderwijs wordt er gewerkt aan een representatief aanzien van de dorpen. Volledige en vitale boomstructuren worden gezien als uithangbord voor de kwekerijen.
Gemeentelijke bomen worden alleen gekapt als deze ziek zijn, een gevaar vormen of als er sprake is van een zwaarwegende maatschappelijke behoefte. Er worden zo min mogelijk bomen gekapt. In alle gevallen wordt een herplantplicht opgelegd, tenzij dit op dezelfde locatie niet mogelijk is. De komende periode wordt onderzocht of een herplantfonds voor Neder-Betuwe meerwaarde biedt.
Klimaatadaptatie is een belangrijk punt voor de toekomst. Het vergroenen van straten moet helpen om wateroverlast en hittestress te voorkomen. In iedere kern zijn locaties voor waterbuffering en wordt het regenwater lokaal vastgehouden. Bomen en beplantingen krijgen de ruimte om uit te groeien tot volwassen exemplaren.
De gemeente Neder-Betuwe neemt maatregelen om de biodiversiteit te versterken en stemt deze af op de lokale karakteristieken. Er worden verschillende soorten inheemse, bloeiende en vruchtdragende beplantingen en bloemenmengsels toegepast. Aan de randen van de dorpen en in grote groengebieden is er dynamiek en voldoende ruimte om extensieve beheervormen toe te passen, zoals ecologisch bermbeheer. Met het ondertekenen van het bijenconvenant Bijbewust Betuwe wil Neder-Betuwe de situatie van bijen op termijn verbeteren.
Zelfbeheerinitiatieven om een plus op het onderhoud te realiseren zijn toegestaan. De gemeente Neder-Betuwe stelt delen van het openbaar groen beschikbaar voor kleinschalige en laagdrempelige initiatieven. De initiatiefnemers worden ondersteund met kennis, het in bruikleen geven van materiaal en het afvoeren van snoeihout.
De beleidsuitgangspunten en ambities vertalen zich in de volgende beheerstrategie voor het onderhoud:
Het onderhoud van het groen en de bomen vindt primair plaats op beeldkwaliteit, maar verschillende zaken worden op frequentie (cyclisch) gedaan.
Bermen en bermsloten worden op frequentie 1 keer per jaar gemaaid. Rondom obstakels en bij uitzichthoeken (kruispunten, uitritten) vinden de maaiwerkzaamheden 2 à 3 keer per jaar plaats. De meterstroken langs doorgaande wegen en de wegen met beperkt zicht worden vanwege de verkeersveiligheid 2 keer per jaar gemaaid. Daar waar mogelijk worden ecologische beheermethoden toegepast.
Vervangingen en afschrijvingstermijnen
Groen is levend materiaal waarvan de levensduur eindig is. Vervanging van het groen vindt plaats aan het einde van de levensduur. Wanneer dat moment is, blijkt uit inspecties en de praktijkkennis van betrokkenen. Dit is afhankelijk van de soort beplanting en de plaatselijke omstandigheden. Conform de Financiële verordening is de gemiddelde afschrijvingstermijn 10-50 jaar.
Het openbaar groen in de gemeente Neder-Betuwe vertegenwoordigt een totale waarde van circa € 25 miljoen.
Het uitgangspunt bij deze berekening is de vervangingswaarde: wat kost het als al het openbaar groen nu zou moeten worden vervangen. Voor vervangingen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het integrale Meerjaren Investeringsprogramma (MJIP). Waar mogelijk worden integrale kansen benut voor groen.
Het groenonderhoud wordt vanaf 2026 uitgevoerd onder regie van de gemeente. Aannemers voeren de meeste werkzaamheden uit op basis van afspraken die zijn gemaakt met betrekking tot het te realiseren beeldniveau of op basis van frequenties. De centrumgebieden worden onderhouden door het serviceteam van de gemeente.
Essentaksterfte: Essentaksterfte tast een groot deel van de essen aan. De komende periode worden de essen nader geïnspecteerd en worden eventuele gevolgen bij zieke bomen gemonitord. Voor de dekking van deze kosten is een reserve ingericht (saldo 2026 = € 74.000). Na de inspectie komen de daadwerkelijke kosten in beeld.
Eigen buitendienst: vanaf 2026 wordt een groot aantal van de taken van Groen en Bomen uitgevoerd door de eigen buitendienst. Verwachting is dat de kwaliteit van uitvoering hiermee toeneemt. Aandachtspunten zijn de startup, de personele organisatie en de daadwerkelijke kosten (komen steeds beter in beeld, maar sommige delen nog geraamd op basis van historisch budget Avri).
Particuliere bomen: De Omgevingswet geeft aan inwoners meer vrijheid om hun eigen houtopstanden te kappen. Om bij deze doelstelling aan te sluiten moeten er stappen worden gezet. Dit betekent dat we de huidige bescherming van de functionele particuliere en gemeentelijke bomen gaan loslaten. De inregeling hiervan moet nog gebeuren.
Het beheer en onderhoud van de speelplekken richt zich op de speeltoestellen en valondergronden in de openbare ruimte. Daarbij hoort ook de hekwerken om de speelplekken en de Jongeren ontmoetingsplekken (JOP). Het onderhoud van zitmeubilair en afvalbakken valt onder het beheerplan meubilair en overige.
De gemeente Neder-Betuwe beheert in totaal 524 speelobjecten op 70 verschillende locaties. Het merendeel van de objecten bestaat uit speeltoestellen (85%), waarbij valt te denken aan combinatietoestellen, schommels, wiptoestellen, draaitoestellen enzovoorts. De rest (15%) zijn sporttoestellen, waarbij valt te denken aan doelen, basketbalpalen en korfbalpalen. Ook is er één Jongeren Ontmoetingsplek (JOP).
Alle gegevens worden in het programma ABS (Aantoonbaar Beheer Systeem) bijgehouden en geregistreerd.
De speelondergronden binnen de speelplekken bestaan uit verschillende materialen. Denk aan kunstgras, rubbervloeren, valdempend zand of natuurlijk grasveld. Het overgrote deel van de speelondergronden [ongeveer 70%] van het totaal bestaat uit valdempend zand. De overige speelondergronden zijn voornamelijk kunstgras, natuurlijk gras of rubbervloeren.
Buitenspelen en sporten is gezond en goed voor de ontwikkeling van kinderen, jongeren en volwassenen. Uit de enquête blijkt dat 95% van de respondenten het belangrijk vindt dat er aandacht is voor een gezonde leefomgeving. Zij geven aan kansen te zien voor meer natuurlijke speelplekken. Ook de veiligheid op speelplekken en een mooie aankleding worden belangrijk gevonden.
In verschillende fasen van beheer tot inrichting is participatie mogelijk. Naast de eenmalige inbreng wordt er gezocht naar langdurige betrokkenheid van inwoners. Een adviesbureau organiseert en regelt de participatieprocessen en betrekt omwonenden bij het onderhoud en de ontwikkeling van nieuwe speelplekken.
Spelen, sporten en bewegen zijn van belang voor de ontwikkeling en gezondheid van kinderen, jongeren en volwassenen. De aanwezigheid van voldoende en kwalitatief goede speelplekken is belangrijk. Want spelen is leuk, geeft betekenis aan ervaringen en is plezierig. Bovendien zorgt het ervoor dat we regelmatig bewegen en meer woonplezier ervaren. Het beleid rondom spelen is opgenomen in de Speelruimteplan 2024-2027 en richt zich op:
Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten voor beheer, onderhoud en inrichting:
De gemeente Neder-Betuwe speelt in op nieuwe vormen van gebruik met de inrichting van de openbare ruimte. De speelplek moet passen in de omgeving en voldoende speelaanleidingen bevatten. Bekende speelaanleidingen zijn stapstenen, een klimboom, spannende paadjes door beplanting en klimrotsen. Ook buitensporten wordt gestimuleerd door het plaatsen van meer fitnesstoestellen en voetbaldoelen.
Betrokkenheid van inwoners is belangrijk. Bij de renovatie van speelplekken wordt de buurt betrokken via participatie. Het vervangen van een enkel toestel in het kader van veiligheid of onderhoud zal vaak zonder participatie plaatsvinden. Indien gebruikers, ouders en omwonenden de beeldkwaliteit hoger willen hebben dan het nagestreefde onderhoudsniveau van 75%, kunnen zij hieraan bijdragen onder vooraf vastgestelde voorwaarden.
Het onderhoud dat voortvloeit uit de geconstateerde gebreken wordt onderverdeeld in klein en groot onderhoud:
Klein onderhoud speeltoestellen (2x per jaar of zo vaak als nodig)
Klein onderhoud valondergronden (2x per jaar of zo vaak als nodig)
Groot onderhoud speeltoestellen (1x per jaar of zo vaak als nodig)
Groot onderhoud valondergronden (1x per jaar of tussendoor bij klachten en meldingen)
De gemeente Neder-Betuwe heeft de speelplekken en speeltoestellen in eigen beheer en is hier dus zelf verantwoordelijk voor. Inspectie wordt door inspectiebureau Speelplan uitgevoerd. Vaak worden de reparaties door HVR-speeltotaal gedaan. Voor participatie en vervangingen is de gemeente Neder-Betuwe zelf verantwoordelijk. De uitvoering gebeurt i.s.m. Speelplan.
Onderstaande tabel geeft inzicht in de financiën van spelen voor de periode 2026-2030:
Voor de periode 2024-2027 is een Speelruimteplan vastgesteld. Vanuit dit Speelruimteplan wordt jaarlijks een aantal speelplekken met bijbehorend budget gerenoveerd.
Deze bedragen zijn inclusief impulsbedragen voor spelen, groen en bewegen en inclusief het maken van de speelplekken. Wel geldt dat de speelplekken sterk verschillend (kunnen) zijn, waardoor daadwerkelijk te besteden bedragen per speelplek variëren.
Voor het reguliere (klein)onderhoud van de voorzieningen (vervanging van onderdelen en het bijhouden van de onderhoudsstaat) moet jaarlijks gemiddeld 4% van de waarde van de toestellen en ondergronden beschikbaar worden gesteld. Dit is naast de kosten voor (wettelijke) inspecties. Op basis van de voorgestelde ingrepen wordt een toename van het areaal verwacht van ca. 24%, wat resulteert in een verwacht benodigd (klein)onderhoudsbudget (onderhoud toestellen, ondergronden en inspecties) van € 111.237, - (dit is nu elk jaar beschikbaar)
Vervangingsopgave en verouderd areaal: Een groot deel van de speelplekken is sterk verouderd: 37% van de toestellen is 20 jaar of ouder. Tijdens corona is vertraging opgelopen, daarnaast vraagt participatie meer tijd in uitvoering. In de komende 5 jaar moeten 41 van de 70 locaties worden vervangen, waarmee de achterstanden worden ingelopen. Hier is budget voor gereserveerd. Komende jaren dient aan deze opgave invulling te worden gegeven.
Beheerplan Meubilair en overige
Dit Beheerplan Meubilair en Overige is gericht op het beheer en onderhoud van het straat- en parkmeubilair. Deze asset omvat de zitbanken, hekwerken, hondenspeelveldjes, palen, fietsnietjes, brandkranen en dergelijke. Gebouwenbeheer zorgt voor de monumenten, marktkasten en fietsenstallingen in de openbare ruimte. De bebording en verkeerstekens maken onderdeel uit van het Beheerplan Verkeersvoorzieningen.
De gemeente Neder-Betuwe heeft eind 2023 een inventarisatie gedaan van alle meubilair en overige objecten in de openbare ruimte. Tijdens de inventarisatie zijn de objecten gedetailleerd opgenomen waarbij de soort, het materiaal en de locatie zijn vastgesteld. Tijdens de inventarisatie zijn ook objecten opgenomen die duidelijk niet in beheer van de gemeente zijn (zoals brievenbussen en auto oplaadpunten). Ook zijn objecten opgenomen die ondersteunend zijn voor andere disciplines (zoals boomkorven en boombumpers). De rest van de objecten vormt de scope van dit Beheerplan Meubilair en overige. Onderstaand een overzicht van de aangetroffen objecten per categorie.
Het meubilair en de ontmoetingsplekken in de gemeente Neder-Betuwe dragen bij aan meerdere beleidsdoelen en ambities:
Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten:
Areaal: vanuit de inventarisatie zijn een groot aantal objecten in beeld. Niet al deze objecten zijn in beheer van de gemeente, daarnaast zijn bepaalde objecten onder andere disciplines ondergebracht. De komende periode wordt gebruikt te bepalen welke objecten onder welke discipline worden beheerd. Daarna worden de objecten verwerkt in het beheersysteem van de gemeente.
Planmatig beheer: tijdens de inventarisatie is de kwaliteit van de objecten in beeld gebracht, op dit moment is er echter nog geen planmatig beheer op basis van deze kwaliteit. De objecten worden ad hoc onderhouden op basis van meldingen, klachten en eigen inzichten van de medewerkers. De komende periode wordt het planmatig beheer verder vormgegeven, hiervoor wordt ook gekeken naar de mogelijkheden van de eigen buitendienst (vanaf 2026).
Het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen is gesplitst in het administratieve beheer en het onderhoud van de openbare objecten op de begraafplaatsen. In dit compacte beheerplan wordt specifiek het onderhoud beschreven. Hieronder valt het reguliere onderhoud, groot onderhoud en vervangen van objecten zoals bomen en beplanting, gazon, paden, bankjes, afvalbakken en watertappunten. De lichtmasten zijn uitgewerkt in het compacte beheerplan Openbare verlichting en vallen buiten de scope van dit beheerplan. Ook de aanwezige gebouwen vallen buiten de scope. Overige zaken die geregeld worden rondom begraafplaatsen zijn te lezen in het ‘Beleids- en beheerplan begraafplaatsen 2022-2026’ en de ‘Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen’ met de bijbehorende nadere regels. Deze beleidsstukken worden in 2026 geactualiseerd.
De gemeente Neder-Betuwe beheert in totaal zeven begraafplaatsen. Hiervan zijn er drie actief in gebruik. Dat wil zeggen dat hier nieuwe graven worden uitgegeven. Op drie andere begraafplaatsen wordt alleen nog begraven in eerder uitgegeven graven (bijzettingen). Op één begraafplaats wordt niet meer begraven. Dit is de begraafplaats aan de dijk bij de Dodewaardse kerk.
Er zijn geen onderhoudsachterstanden van kapitaalgoederen bekend in de openbare ruimte waar de gemeente Neder-Betuwe verantwoordelijk voor is. Eventuele zaken en meldingen worden direct opgepakt door de aannemer. Enige uitzondering is de kwaliteit van de essen (boomsoort) als gevolg van het steeds verder oprukken van de essentaksterfte. De gevolgen van deze ziekte worden ook op de begraafplaatsen steeds zichtbaarder. Voor de vervanging van de essen wordt aangesloten op het gemeentelijk beleid met betrekking tot essentaksterfte.
Zonder de toepassing van onkruidbestrijdingsmiddelen zijn met name de grindverhardingen moeilijk en daardoor intensief te beheren. Op sommige plekken is er op de halfverhardingspaden en grindvakken veel onkruidgroei tijdens natte weersomstandigheden. De paden en vakken die in de toekomst niet meer beheersbaar zijn, zullen worden omgevormd tot groenvak op plekken waar dit mogelijk is. Op plekken waar paden gewenst zijn moet een halfverhardingssoort gebruikt worden die beter onkruid resistent is. De eerste proef hiermee is gestart in 2025 op begraafplaats de Markhof. De toepassing van een ander halfverhardingssoort moet ook bijdragen aan de toegankelijkheid voor mindervalide mensen.
Als basis voor de openbare verlichting zijn de volgende kaders leidend.
De begraafplaatsen in de gemeente Neder-Betuwe dragen bij aan meerdere beleidsdoelen en ambities:
Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten:
De aanwezige begraafplaatsen en historische graven en monumenten blijven behouden. Alleen zwaar verwaarloosde gedenktekens zonder grafrecht worden geheel of gedeeltelijk verwijderd. Dit gebeurt uitsluitend als het gedenkteken niet is vermeld op de lijst van historisch waardevolle gedenktekens, het te verwijderen onderdeel voor gevaarlijke situaties zorgt of een sterk negatieve invloed heeft op het beeld.
Voor het beheer en onderhoud van de objecten op de begraafplaatsen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de doelstellingen van de reguliere openbare ruimte o.a. het groen, water, wegen en meubilair, zoals ondergebracht in de verschillende beheerplannen. Het onderhoud en de activiteiten die werkelijk horen bij begraven staan beschreven in het Beleids- en beheerplan begraafplaatsen 2022-2026 (actualisatie in 2026).
Daarnaast is de motie van de raad uitgewerkt over het verlenen van een beschermde status van graven van oud-KNIL-strijders. Ruim 50 graven zijn in geregistreerd en worden opgenomen in de actualisatie van het Beleids- en beheerplan begraafplaatsen in 2026. Hiernaast wordt er op dit moment (najaar 2025) gewerkt aan het ontwerp en de realisatie van een gedenkplaats op begraafplaats de Dalwagen en de Markhof over dit thema.
Voor de planperiode 2026-2030 staan de volgende financiële middelen op de begroting:
De voorziening begraafplaatsen is bedoeld om de kosten voor met name groot onderhoud over de toekomstige jaren te verdelen. Deze voorziening wordt gevuld door een jaarlijkse toevoeging die de gemeente Neder-Betuwe ten laste brengt van de begraafplaatsexploitatie. De uitgaven schommelen van jaar tot jaar.
Beheer van grind- en halfverhardingspaden: Zonder de toepassing van onkruidbestrijdingsmiddelen zijn met name de grindverhardingen moeilijk en daardoor intensief te beheren. Op sommige plekken is er op de halfverhardingspaden en grindvakken veel onkruidgroei tijdens natte weersomstandigheden. De paden en vakken die in de toekomst niet meer beheersbaar zijn, zullen worden omgevormd tot groenvak op plekken waar dit mogelijk is. Op plekken waar paden gewenst zijn moet een halfverhardingssoort gebruikt worden die beter onkruid resistent is. De eerste proef hiermee is gestart in 2025 op begraafplaats de Markhof. De toepassing van een ander halfverhardingssoort moet ook bijdragen aan de toegankelijkheid voor mindervalide mensen. Met de kosten voor deze aanpassingen is nog geen rekening gehouden.
Essentaksterfte en vervanging van bomen: De kwaliteit van de essen (boomsoort) als gevolg van het steeds verder oprukken van de essentaksterfte een aandachtspunt. De gevolgen van deze ziekte worden ook op de begraafplaatsen steeds zichtbaarder. Voor de vervanging van de essen wordt aangesloten op het gemeentelijk beleid met betrekking op de essen. Met de kosten voor deze vervangingsopgave is nog geen rekening gehouden.
Onderzoek naar teerhoudend asfalt: In het najaar van 2025 is een eerste globaal onderzoek gestart naar de aanwezigheid van teerhoudend asfalt op de begraafplaats de Markhof. Dit in verband met de aanwezigheid van PAK’s in teerhoudend asfalt en de mogelijk bodemverontreiniging die daardoor kan plaatsvinden. Uitslag van dit onderzoek is niet bekend op moment van schrijven. Met de kosten voor een mogelijke sanering en vervangingsopgave is nog geen rekening gehouden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-243559.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.