Gemeenteblad van Gennep
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gennep | Gemeenteblad 2026, 239762 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gennep | Gemeenteblad 2026, 239762 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Huisvestingsverordening gemeente Gennep 2026.
De gemeenteraad van de gemeente Gennep,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 december 2025, 882682;
gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder a, 5 tot en met 20 en 32 tot en met 35 van de Huisvestingswet 2014;
gezien het advies van de provincie Limburg van 14 november 2025,
Lokale binding: een woningzoekende die ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de kern, zoals bedoeld in de Wet artikel 14, lid 4, sub b, onder 2. Het gaat daarbij om de lokale binding van de woningzoekende zelf, niet om die van eventuele andere leden van het huishouden;
Artikel 4. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning
Hoofdstuk 3 Woonruimteverdeling
Artikel 7. Aanbod van huurwoningen
Gemeenten in de woningmarkregio streven naar een signaalwaarde van maximaal 30 procent van de vrijkomende woonruimte die wordt verhuurd aan woningzoekenden met een urgentieverklaring (inclusief statushouders), zodat minimaal 70 procent wordt verhuurd aan reguliere woningzoekenden. Bij een structurele overschrijding van deze signaalwaarde maken gemeente en woningcorporaties afspraken in de lokale prestatieafspraken om verdringing van reguliere woningzoekenden in te perken.
Artikel 8. Openbare bekendmaking van het aanbod aan woonruimte
Een woningcorporatie bij wie woonruimte zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, zal vrijkomen die niet benut wordt voor directe bemiddeling maar die in aanmerking komt voor openbaar aanbod, publiceert de woonruimte op het in artikel 6 lid 1 genoemde systeem, onder vermelding van de (vermoedelijke) datum waarop de woonruimte in gebruik kan worden genomen.
Artikel 9. Directe bemiddeling
Wanneer de woonruimte alleen behoorlijk kan worden bewoond als een of meer leden van het huishouden op een bepaalde wijze worden begeleid door een zorgaanbieder, kan overeenkomstig het Convenant Woonkans:
de toegewezen woonruimte in eerste instantie wordt verhuurd aan de zorgaanbieder, die de woonruimte vervolgens aan de woningzoekende ter beschikking stelt zolang de begeleiding nodig is, waarna de woonruimte kan worden verhuurd aan de woningzoekende (omklapconstructie). In dit geval wordt de huisvestingsvergunning pas bij het omklappen verstrekt.
Of een vergunningplichtige woonruimte passend is voor een woningzoekende, wordt beoordeeld aan de hand van de volgende factoren:
het huishoudinkomen van de woningzoekende. Dit huishoudinkomen dient te vallen binnen de normen van passendheid overeenkomstig Woningwet artikel 46, lid 2 en Btiv, artikel 54 t/m 56, bijlage 4, of binnen de 5% uitzonderingsruimte voor toewijzing aan huishoudens met een inkomen boven de toewijzingsgrens, ofwel binnen het in de lokale prestatieafspraken overeengekomen percentage (7,5% of 15%) hogere inkomens die een sociale huurwoning toegewezen mogen krijgen;
Artikel 11. Urgentieverklaring
Aan een urgentieverklaring kunnen voorwaarden worden verbonden als bedoeld in artikel 6, 7, tweede lid, of 8, tweede lid, Rvrv. Ook kan aan een urgentieverklaring een zoekprofiel worden meegegeven waarin beperkingen kunnen worden opgelegd aan typen woningen waarvoor de woningzoekende in aanmerking komt en/of aan het aantal gemeenten binnen de woningmarktregio waarvoor de urgentie geldt.
Bij het beoordelen van de aanvraag van de urgentieverklaring kan het college zich laten adviseren door een door haar aan te wijzen instantie. Het college kan het beoordelen van de aanvragen van een urgentieverklaring ook (deels) beleggen bij een extern orgaan, zoals een (regionale) urgentiecommissie. In dat geval stelt het college een reglement op over de werkwijze van de urgentiecommissie. Tevens kan het college het afhandelen van bezwaarschriften onderbrengen bij een (regionale) bezwaarschriftencommissie.
Woningcorporaties mogen jaarlijks bij maximaal 10% van de mutaties in de bestaande woningvoorraad en bij maximaal 50% van de in dat jaar opgeleverde nieuwbouwwoningen aangeven dat urgenten hier geen voorrang krijgen op andere woningzoekenden, bijvoorbeeld omdat hier wordt toegewezen op basis van motivatie.
Het college kan in afwijking van artikel 12 een huisvestingsvergunning verlenen aan een aanvrager die door bijzondere omstandigheden of calamiteiten ogenblikkelijk woonruimte nodig heeft.
Hoofdstuk 4 Huisvestingsvergunning bij betaalbare koopwoningen
In aanvulling op de definities zoals opgenomen in artikel 1 zijn de volgende begrippen van toepassing op dit hoofdstuk:
Nieuwbouwproject: een project ten behoeve van de realisatie van minimaal 10 nieuwbouwwoningen met een koopprijs tot de betaalbaarheidsgrens zoals vastgesteld in de gemeentelijke Woon(zorg)visie (prijspeil 2025: €405.000).
Nieuwbouwwoning: een woning die nog niet is gebouwd, dan wel maximaal 3 jaar geleden is gebouwd, en nog niet in gebruik is genomen als woning.
Verkoper: degene die gerechtigd is om de woningen behorende tot een nieuwbouwproject te verkopen.
Dit hoofdstuk is van toepassing op nieuwbouwprojecten ten behoeve van nieuwbouwwoningen binnen de gemeente Gennep met een koopprijs tot de betaalbaarheidsgrens zoals vastgesteld in de gemeentelijke Woon(zorg)visie (prijspeil 2025: €405.000).
Het is verboden om een woning als bedoeld in artikel 16 in gebruik te nemen zonder een door het college verleende huisvestingsvergunning.
Artikel 19. Beoordelingsregels
Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 17 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Het college van burgemeester en wethouders beslist op een aanvraag voor een huisvestingsvergunning zoals bedoeld in artikel 17 binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag.
In bijzondere gevallen kan het college afwijken van de bepalingen in dit hoofdstuk indien strikte toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 23. Rapportageverplichting
De woningcorporatie rapporteert tweemaal per jaar over het aantal aan woningen dat in gebruik is genomen op grond van de Huisvestingsvergunning en het aantal urgenten toegewezen woningen in relatie tot de signaalwaarde overeenkomstig artikel 7, lid 2. Het college deelt deze informatie met de andere gemeenten in de regio Noord-Limburg en met de provincie Limburg.
Artikel 24. Inwerkingtreding en vervallen verordening
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2026.
De verordening vervalt vier jaren na de dag van haar inwerkingtreding, namelijk op 1 juli 2030.
Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening gemeente Gennep 2026.
Vanuit de voorgenomen Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) zijn alle gemeenten verplicht een huisvestingsverordening voor in elk geval urgent-woningzoekenden te hebben: de ‘urgentieverordening’. Deze verordening borgt dat bij woningtoewijzing wettelijk bepaalde aandachtsgroepen voorrang krijgen bij de toewijzing van sociale huurwoningen. De gemeenteraad stelt de verordening vast. Daarmee is de verordening een juridisch verplichtend kader voor de uitvoering van de urgentieregelingen in Noord-Limburg.
Deze verandering moet ervoor zorgen dat juist de kwetsbare groepen nergens tussen wal en schip vallen.
Werken met een verordening en introductie huisvestingsvergunning voor sociale huurwoningen
In de verordening voor Noord-Limburg is de huisvestingsvergunning als instrument opgenomen. Dit instrument is vanuit de Huisvestingswet verplicht om in te zetten bij het hanteren van urgentiecategorieën. De wetgever beoogt hiermee af te bakenen welke woningen of woonruimten onder de regulering van de verordening vallen en uitsluitend met een vergunning in gebruik mogen worden genomen.
In de regio is ervoor gekozen dat alleen zelfstandige woningen met een sociale huurprijs van woningcorporaties vergunningplichtig zijn. Onzelfstandige woonruimte, zoals studentenkamers of verblijflogies voor arbeidsmigranten, en woningen die verhuurd worden met een campuscontract, vallen daardoor niet onder deze verordening.
De toekomstige huurder is verantwoordelijk voor het aanvragen van de huisvestingsvergunning. Zij geven de woningcorporatie hiervoor een volmacht om de vergunning namens hen aan te vragen. Het College zal de woningcorporaties mandateren om de vergunning namens hen af te geven. Hiervoor is een apart mandaatbesluit nodig.
Zoals hiervoor is aangegeven, is deze verordening opgesteld in verband met het vastleggen van urgentiecategorieën. Personen met een urgentieverklaring krijgen voorrang bij het huren van een sociale huurwoning. In de bijlage bij deze verordening is een categorie-indeling bijgevoegd waarin staat vermeld welke categorieën van urgentie er bestaan.
Het is niet op voorhand bekend welk deel van de vrijkomende sociale huurwoningen passend is voor urgente woningzoekenden. Het vooraf afbakenen van welke woningen gereserveerd dienen te worden voor personen met een urgentieverklaring is niet mogelijk. Daarom is ervoor gekozen om de vergunningplicht te laten gelden voor (nagenoeg) alle sociale huurwoningen. Vervolgens wordt op basis van de uitgegeven urgentieverklaringen gekeken hoeveel woningen toegewezen moeten worden aan de urgente woningzoekenden. Via de signaalwaarde van maximaal 30 procent wordt bewaakt dat er voldoende woningen beschikbaar komen voor reguliere woningzoekenden.
Deze verordening bevat een vergunningplicht voor het in gebruik nemen / geven van een sociale huurwoning. Deze vergunningplicht betreft het sluitstuk van het toewijzingsproces van dergelijke woningen. Hierna zal verder in worden gegaan op het toewijzingsproces en de rol van de diverse partijen hierbinnen.
Inschrijving woningzoekenden en bekendmaking woonruimte
Voorafgaand aan het vergunningenproces dient aan een aantal voorwaarden te zijn voldaan. Ten eerste moet de woningzoekende zich inschrijven in een door verhuurders gehanteerd inschrijfsysteem. De beschikbare sociale huurwoningen worden deels direct bemiddeld en deels openbaar bekend gemaakt. Op deze laatste woningen kunnen woningzoekenden zelf reageren.
Aanbieding woning en passendheid
De corporatie kan een woning openbaar bekendmaken of deze aanbieden aan een woningzoekende via directe bemiddeling. De verhuurder verhuurt alleen aan woningzoekenden bij wie de woning voldoet aan de vereisten voor passendheid volgens de regels van de verordening.
Een woningzoekende mag een woning die wordt aangeboden via directe bemiddeling alleen weigeren als deze niet passend is of vanwege andere dringende redenen van persoonlijke aard. In dat geval blijft de inschrijftijd die voor een woningzoekende relevant is in verband met de rangordebepaling behouden. Bij weigering om andere redenen vervalt de urgentie.
In aanvulling op de ‘reguliere’ regels met betrekking tot toewijzing van woningen, gelden er bijzondere regels voor urgente categorieën woningzoekenden. De categorieën van woningzoekenden die hiervoor in aanmerking komen staan vermeld in de bijlage bij de verordening. Woningzoekenden komen hier overigens uitsluitend voor in aanmerking voor zover zij beschikken over een urgentieverklaring. Op grond van deze verordening kan het college besluiten om een dergelijke verklaring af te geven. Deze verklaring is vervolgens relevant als het gaat om de rangorde op grond waarvan woningen worden toegewezen.
Toewijzing van sociale huurwoningen in het openbare aanbod verloopt via een bepaalde rangorde. Deze rangorde is verankerd in de regels van de verordening. Op grond van deze rangorde komen eerst urgenten voor toewijzing in aanmerking. In bijzondere gevallen kan het college de rangorde doorbreken als een woningzoekende door bijzondere omstandigheden ogenblikkelijk woonruimte nodig heeft.
Het sluitstuk van het proces van toewijzing van sociale huurwoningen vindt plaats door middel van verlening van de huisvestingsvergunning. Deze vergunning is nodig voor een woningzoekende om een sociale huurwoning te betrekken en voor de verhuurder om de woning in gebruik te geven. De vergunning wordt uitsluitend verleend voor zover de woning passend is voor de woningzoekende en deze laatste ook op grond van de rangordebepalingen hiervoor in aanmerking komt. De verordening bevat verder diverse inhoudelijke eisen ten aanzien van de vergunning.
Hierna volgt een toelichting op enkele artikelen van de verordening.
In dit artikel zijn de criteria opgenomen voor beoordeling van de vergunning. Op grond hiervan moet sprake zijn van een meerderjarige woningzoekende met een passend inkomen. Daarnaast wordt de vergunning inhoudelijk beoordeeld aan de hand van passendheid van de woning voor de woningzoekende en ook aan de hand van de regels met betrekking tot rangorde zoals opgenomen in de verordening.
In dit artikel zijn regels over passendheid opgenomen. Passendheid kan zowel betrekking hebben op de woonruimte als op de aanvrager en is op grond van artikel 3 lid 2 een van de beoordelingscriteria voor de verlening van de huisvestingsvergunning.
In artikel 11 zijn regels opgenomen over de urgentieverklaring. Het college kan op grond van deze verordening een urgentieverklaring afgeven. Deze urgentieverklaring is medebepalend voor de rangorde vaststelling in het kader van de vergunningverlening. De urgentieverklaring is alleen aan de orde voor woningzoekenden die tot een bepaalde urgentiecategorie behoren. Deze categorieën zijn opgenomen als bijlage bij deze verordening. De urgentieverklaring is een afzonderlijk besluit en is zodoende vatbaar voor bezwaar en beroep.
Een aantal categorieën woningzoekenden is door de wetgever aangemerkt als verplichte urgentiecategorie. In de bijlage bij deze huisvestingsverordening worden verplichte categorieën opgesomd, omdat alleen verwijzen naar de wet pas mogelijk is na vaststelling van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting.
In artikel 12 wordt de rangorde verder uitgewerkt voor woningen die in openbaar aanbod worden aangeboden. Woningzoekenden met urgentie gaan voor op woningzoekenden zonder urgentie.
Anno september 2025 benoemt de Huisvestingswet (artikel 12, derde lid) de volgende verplichte urgentiecategorieën:
a. Mantelzorgers en mantelzorgontvangers — mensen die mantelzorg geven of ontvangen, zoals omschreven in de Wmo 2015
b. Ernstige en chronische medische problematiek — woningzoekenden die dringend woonruimte nodig hebben vanwege ernstige, chronische gezondheidsklachten
c. Dakloosheidsopvang — woningzoekenden die in een voorziening voor opvang verblijven vanwege dakloosheid en dringend woonruimte nodig hebben
d. Opvang wegens huiselijk geweld of mensenhandel — personen die opvang verlaten vanwege huiselijk geweld of mensenhandel
e. Beschermd wonen — opvangsituaties waar men beschermd woont, waarvoor men uit deze voorziening vertrekt
f. Beëindiging verblijf in langdurige zorg — personen die een instelling voor geestelijke of geneeskundige zorg verlaten (zoals een instelling constaterend in de Wmo of Zorgverzekeringswet)
g. Jongvolwassenen (18–23 jaar) die jeugdvoorzieningen verlaten — waaronder accommodaties of gesloten jeugdinrichtingen, inclusief Nidos
h. Verlaten justitiële inrichting / forensische zorg — personen die een justitiële jeugdinrichting, penitentiaire inrichting of instelling voor forensische zorg verlaten
i. Uitstroom uit seksbranche via begeleidingstraject — woningzoekenden die deelnemen aan een overheidsprogramma dat gericht is op uitstappen uit de seksbranche
Bij mantelzorg staat benoemd dat de urgentieverklaring vervalt bij het beëindigen van de mantelzorgsituatie. Hier wordt bedoeld dat de urgentie vervalt in situaties dat de mantelzorgsituatie eerder eindigt dan het vinden van een woning, niet dat een huurcontract zou vervallen in een situatie dat er wel al een woning is gevonden en de mantelzorgrelatie daarna eindigt.
Artikel 15 beschrijft de rapportageverplichting. De gemeenten in Noord-Limburg gebruiken de cijfers uit de rapportages om zich een beeld te vormen van de werking van deze Huisvestingsverordening en hoe het aandeel toegewezen woningen zich verhoudt tot de signaalwaarde. Zij doen dit in het Regionaal Overleg Wonen, waar ook de Provincie Limburg deelnemer aan is.
Huisvestingsvergunning voor betaalbare koopwoningen
Behalve voor sociale huurwoningen is in hoofdstuk 4 van deze verordening ook een vergunningplicht opgenomen voor het in gebruik nemen van betaalbare koopwoningen. Voor de gemeente Gennep is het belangrijk dat woningen beschikbaar zijn en blijven voor onze eigen inwoners. De Huisvestingswet 2014 voorziet in deze mogelijkheid, waar maximaal 50% van de woningen mag worden gereserveerd voor eigen bewoners. Hierbij krijgen inwoners van de kern voorrang boven andere inwoners van de gemeente.
Er geldt een vergunningplicht voor ontwikkelingen van minstens 10 betaalbare woningen. Hiervoor geldt dat een woning niet in gebruik mag worden genomen zonder huisvestingsvergunning.
Het proces hiertoe start met een publicatie voor het project in het gemeenteblad en het gemeentelijke huis-aan-huis blad. Belangstellenden kunnen voor deze woningen een aanvraag indienen voor een huisvestingsvergunning. Hiervoor is het wel nodig dat zij voldoen aan de voorwaarden die de verkoper heeft gesteld. Anders bestaat het risico dat een vergunning wordt verleend aan iemand die hiervan geen gebruik kan maken. Gedurende acht weken na de bekendmaking kan een aanvraag worden ingediend.
De gemeente mag maximaal 50% van de woningen toekennen aan inwoners uit eigen kern en gemeente. Hierbij wordt eerst voorrang gegeven aan bewoners uit de eigen kern en daarna aan bewoners uit de rest van de gemeente. Voor woningen binnen (het postcodegebied van) de kern Gennep geldt dat er geen specifieke voorrang wordt verleend aan personen uit de kern zelf. Dit volgt uit het schaarsteonderzoek. Hierna volgt een voorbeeld van hoe dit systeem functioneert.
Nieuwbouwproject: 10 betaalbare woningen
In de meest linkse kolom staat de volgorde van de aanvragen. In de drie kolommen hier rechts van staat een kruis in de kolom van de categorie waartoe de aanvrager behoord. In de meest rechtse kolom staat de volgorde waarin de vergunningen op grond van de verordening worden verleend. De rode kruisen hebben betrekking op te verlenen vergunningen.
In dit voorbeeld zijn er 3 aanvragen vanuit de kern. Deze hebben voorrang boven de andere aanvragen. Vervolgens komen de eerste twee aanvragers van Gennep, maar buiten de kern, in aanmerking voor voorrang. Na deze 5 aanvragen is de norm van 50% voor lokale binding bereikt. Vervolgens worden de resterende aanvragen op volgorde van binnenkomst beoordeeld.
Na de beoordeling vindt vergunningverlening plaats volgens de hiervoor genoemde beoordelingsregels. Na vergunningverlening mag de betrokken woning in gebruik worden genomen door vergunninghouder. Nadat de woning voor het eerst in gebruik is genomen, is het niet nodig dat daarna opnieuw een huisvestingsvergunning wordt verleend voor een nieuwe bewoner. Deze huisvestingsvergunning heeft uitsluitend betrekking op de eerste bewoner van de woning.
Bijlage 1. Urgentiecategorieën zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid van de verordening
Met de invoering van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting (vermoedelijk 1 juli 2026) krijgen de volgende categorieën wettelijk recht op urgentie:
A. Mantelzorgverleners- en ontvangers
Woningzoekenden die mantelzorg (als in artikel 1.1.1, eerste lid, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) verlenen of ontvangen. Een woningzoekende komt in aanmerking voor urgentie indien:
de in onderdeel a bedoelde acht uur mantelzorg per week is verleend gedurende ten minste vier dagen per week, tenzij de medische problematiek zoals Alzheimer, schizofrenie of andere chronische psychische aandoeningen 24 uur per dag nabijheid vereisen en de hulp op onverwachte momenten wordt geboden;
B. Mensen met ernstige en chronische medische klachten
Woningzoekenden die op grond van ernstige en chronische medische redenen dringend woonruimte behoeven. Woningzoekende komt in aanmerking voor urgentie indien:
de woningzoekende kampt met ernstige en chronische medische problematiek, waarbij de huidige woonsituatie levensontwrichtend is omdat de woningzoekende niet meer in staat is zelfstandig te functioneren in de huidige woonruimte, dan wel de behandeling van het probleem aantoonbaar in hoge mate ongunstig door de woonsituatie wordt beïnvloed;
de woningzoekende met ernstige en chronische problematiek van psychische aard op het moment van aanvraag ten minste twaalf maanden onder behandeling is of is geweest voor het betreffende medische probleem bij een specialistische, tweedelijns instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg voor geneeskundige geestelijke zorg of instelling voor geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden, of vrijgevestigd psychiater in Nederland.
Woningzoekenden aan wie in ieder geval wegens dakloosheid een voorziening voor opvang (als in artikel 1.1.1, eerste lid, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) is verleend.
D. Slachtoffers huiselijk geweld of mensenhandel
Woningzoekenden aan wie wegens huiselijk geweld of mensenhandel een voorziening voor opvang (als in artikel 1.1.1, eerste lid, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) is verleend en deze opvang verlaten. Definitie opvang in Wmo 2015: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Woningzoekenden die een voorziening voor beschermd wonen (als in artikel 1.1.1, eerste lid, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) verlaten. Definitie Beschermd wonen in Wmo 2015: beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
F. Uitstroom klinisch geestelijke gezondheidszorg
Woningzoekenden die een verblijf in een instelling (als in artikel 1.1.1 Wet langdurige zorg) verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg (als in artikel 10, onderdeel g, Zorgverzekeringswet) in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten.
G. Uitstroom accommodaties jeugdhulp
Woningzoekenden tussen 18 en 23 jaar die een accommodatie of gesloten accommodatie (als in artikel 1.1 Jeugdwet) verlaten. Definitie artikel 1.1 Jeugdwet: (Gesloten) accommodatie: (gesloten) bouwkundige voorziening of deel van een bouwkundige voorziening met het daarbij behorende terrein, waar jeugdhulp wordt verleend door of namens een jeugdhulpaanbieder.
H. Uitstroom (jeugd)detentie en forensische zorg (> 3 maanden)
Woningzoekenden die een inrichting of voorziening (als in artikel 3a Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen), een penitentiaire inrichting (als in artikel 3, eerste lid, Penitentiaire beginselenwet) of een instelling voor forensische zorg (als in artikel 1.1, eerste lid, Wet forensische zorg) verlaten.
Woningzoekenden die deelnemen aan een overheidsprogramma gericht op duurzaam uitstappen (DUUP) waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van werk of dagbesteding buiten de seksbranche. Woningzoekenden komen in ieder geval in aanmerking voor indeling in een urgentiecategorie indien huisvesting een voorwaarde is om het uitstappen uit de seksbranche duurzaam mogelijk te maken.
J. Dak- en thuislozen met minderjarige kinderen
Woningzoekenden zonder vaste verblijfplaats die deel uitmaken van een gezin met een of meer minderjarige kinderen. Het Ministerie werkt momenteel aan het uitwerken van een nadere definitie in een Ministeriele regeling.
Woningzoekenden die verblijven en ondersteund worden in een tussenvorm of (voorliggende) voorziening waarin wonen, ontwikkelen, leren en/of werken worden samengebracht, of jongvolwassenen vanaf 18 jaar die verblijven in een complexe thuissituatie en een woonbegeleidingsvraag hebben, en waarvan de begeleidende partij van oordeel is dat de woningzoekende toe is aan zelfstandig wonen met woonbegeleiding.
Woningzoekenden die als gevolg van echtscheiding of beëindiging samenwonen hun huidige woonruimte moeten verlaten kunnen in aanmerking komen voor urgentie wanneer de aanvrager de zorg over minderjarige kinderen heeft en wanneer beide ouders niet de beschikking hebben over onderdak. Indien sprake is van co-ouderschap, dan komt maximaal één van de ouders in aanmerking voor sociale urgentie.
Bewoners van woonruimte waarvan de woningcorporatie heeft besloten dat ze hun sociale huurwoning moeten verlaten omdat ze vanwege sloop of grondige renovatie van die woonruimte niet meer in die woonruimte kunnen blijven wonen, komen in aanmerking voor urgentie.
Vergunninghouders die onder de gemeentelijke taakstelling vallen, als bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet.
Woningzoekenden komen in aanmerking voor urgentie als de aanvrager of minderjarige
medebewoner(s) aantoonbaar slachtoffer zij van ernstig, structureel fysiek of geestelijk geweld, als de aanvrager in een aantoonbare schrijnende noodsituatie zit waarin een andere woning de oplossing is, of wanneer de aanvrager aantoonbaar zijn eigen woning gedwongen, onverwacht en buiten zijn schuld om moet verlaten.
Er wordt in principe geen sociale urgentie verleend als er sprake is van:
In geval van een schrijnende situatie kan er een uitzondering gemaakt worden op deze uitsluitingsgronden, indien dit in het belang is van de woningzoekende.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-239762.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.